George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Theodor Holman

Kunst moet van rechts en links de politieke zaak dienen en er het zwijgen toe doen. Autonomie van kunst is niet de bedoeling

leave a comment »

Prikkelende column van Özcan Akyol in het AD. Hij schrijft: ‘Kunst en cultuur zijn verdacht gemaakt door rechtse politici die te maken kregen met onwelgevallige meningen.’ Dat klopt, maar het is de vraag of de onwelgevallige meningen niet vooral vanuit henzelf komen. En vanuit hun politieke gedachtegoed. De haat tegen vooral de hedendaagse kunst (cultuur zou Akyol niet op een hoop moeten gooien met kunst) bestaat al tientallen jaren in een partij als de VVD. Google maar eens op ‘Jan Hanlo’ en ‘Willem Carel Wendelaar’, een Eerste Kamerlid van de VVD die in 1952 vragen stelde over een gedicht van Hanlo dat hij een ‘onaanvaardbare uiting van kunst’ vond. Alsof Wendelaar ook maar enig verstand van kunst had en zich als politicus met de inhoud van kunst zou moeten bemoeien. De VVD is de kwade genius achter de afbraak van de kunstsector.

Dat is een verre echo van wat de toenmalige liberale premier Rudolf Thorbecke in 1863 zei: ‘De kunst is geene regeringszaak, in zooverre de Regering geen oordeel, noch eenig gezag heeft op het gebied der kunst.’ Maar zoals Marita Mathijsen in een repliek op een stuk van Melle Daamen in 2014 opmerkte in haar uitleg over wat Thorbecke werkelijk bedoelde over kunst is dat advies aan de huidige Nederlandse politici niet besteed: ‘Dat de overheid een taak in de kunsten had als iets publiek belang had en de macht van particulieren te boven ging, zag hij wel degelijk. Maar een Raad voor Cultuur, die in opdracht van de regering oordelen velt, daarvan zou hij gegruwd hebben.’ Nu is het gebruik dat kunst door bestuurders wordt gebruikt voor het realiseren van politieke doelen, zoals voorbeelden in Amsterdam of Utrecht laten zien. In de visie van de huidige linkse en rechtse, landelijke en lokale bestuurders is kunst niet langer vrij, onafhankelijk en tegendraads, maar een beleidsinstrument. Kunst is getemd en ondergeschikt gemaakt. Kunst mag niet langer autonoom zijn.

Het is een trieste constatering dat Wendelaar vele navolgers heeft. Die zich doorgaans minder uitdrukkelijk manifesteren en geniepiger opereren. De voormalige staatssecretaris van OCW Halbe Zijlstra (ook VVD) was daarop nog een uitzondering omdat hij het als een voordeel zag dat hij een outsider in de kunstwereld was. Hij pochte met zijn onkunde. In de politiek geldt deskundigheid als een vereiste bij beleidsterreinen als zorg, landbouw, defensie, onderwijs, waterstaat, financiën, rechtspraak, diplomatie of noem maar op, maar niet bij kunst. Bij kunst wordt door Nederlandse politici deskundigheid als nadeel gezien. Minister Ingrid van Engelshoven is daar het laatste, trieste dieptepunt van. Tekenend is dat letterkundige Aad Nuis (D66) van 1994 tot 1998 de laatste staatssecretaris van OCW was die zelf voortkwam uit de kunstsector. In andere landen willen schrijvers of zangers nog wel eens minister van cultuur worden, maar niet in Nederland. Waarom in de Nederlandse politiek voor bewindslieden deskundigheid in de kunst als nadeel wordt gezien is duidelijk. Kunstbeleid dient niet primair de kunst, maar politieke doelen die kunst gebruiken. Het is niet de bedoeling dat een Nederlandse politicus echt opkomt voor de kunst. Daar ontstaan alleen maar misverstanden door.

Özcan Akyol gaat verder met zijn beoog en betrekt het ook op links als hij zegt: ‘En in een gepolariseerde samenleving, waar het zwart-witdenken welig tiert, staat een pleidooi voor de kunst gelijk aan een flirt met oubollig links, dat in de beeldvorming zakken met geld naar kunstenaars bracht.’ Hier buitelen de hypotheses en het wensdenken over elkaar heen. Het is beeldvorming die niet overeenkomt met de politieke praktijk. Het dubbelzinnige ervan is dat links zich dat door rechts berustend én toestemmend laat zeggen, terwijl links weet dat het de kunst niet door dik en dun steunt. Maar die foute beeldvorming weerlegt het niet omdat de marketing helpt die zegt dat links opkomt voor de kunst. Niet dus. Je zou bijna hopen dat de scherts van Akyol waar was, want dan was er in elk geval nog linkse politiek die hart had voor kunst. Links steunt de kunst evenmin als rechts dat doet. Als links geld overheeft voor kunst is dat uitsluitend om eigen doeleinden te realiseren. Kunst moet van de rechtse en linkse politiek de politieke zaak dienen en er verder het zwijgen toe doen. Want autonomie van kunst is in Nederland niet de bedoeling. Ben je gek, dan kunnen wethouders en ministers niet meer timmeren, boetseren en figuurzagen met kunst als de ware hobby-boeren van de cultuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEen pleidooi voor de kunst staat gelijk aan een flirt met oubollig links’ van Özcan Akyol in het AD, 1 oktober 2019.

Pubers moorden namens Islamitische Staat. Overheden willen niet dat geweld met de islam in verband wordt gebracht. Waarom niet?

leave a comment »

President Barack Obama sprak zich februari 2015 uit over IS. Deze ‘Islamitische Staat’ zou volgens hem niets met de islam te maken hebben. Onzin uiteraard, want Obama kan dat helemaal niet weten. Hij is een politieke leider die zich met dit onderwerp helemaal niet moet bemoeien. De wereldgemeenschap van moslims moet onder elkaar maar uitmaken wie zich wel of niet moslim kan noemen. Het zelfde geldt voor organisaties die claimen islamitisch te zijn. Zoals IS. Obama moet zich niet bemoeien met de interne zaken van een religie. In september 2014 stelde Obama evenals de Britse premier Cameron ook dat IS niet islamitisch is. Ik stelde toen in een commentaar vast dat ze de plank missloegen en de islam voor eigen doeleinden misbruikten.

Mijn reactie bij de passage: ‘How may Obama know who is a muslim and who is not? Is is none of his business to speak about the internal affairs of a religion. Obama is mixing up politics and religion. He should better keep silent on the subject of islamic terrorism. Separation of church and state, remember? It seems he forgot.

Ik moest aan dit fragment denken bij lezing van de Parool-column van vandaag van Theodor Holman. Hij constateert dat overheden niet willen horen dat het gewelddadig jihadisme iets met de islam te maken heeft. De gemeente Amsterdam heeft daartoe de Britse psychoanalyticus David Kenning ingehuurd die in zijn advies dat jihadisme reduceert tot ‘de psychologische gesteldheid van twijfelende pubers’. Jihadisme teruggebracht tot een puberprobleem. Holman: ‘Waarom heet Islamitische Staat Islamitische Staat? Omdat het niets met het geloof te maken heeft? Omdat het pubers zijn? Is Abu Bakr al-Baghdadi een puber? Was Bin Laden een puber? Bestaat de leiding van Al Nusra of Boko Haram uit pubers?’ Het is weer eens iets geheel anders, complexe geopolitieke, religieuze en sociaal-economische problemen ondergebracht bij het domein van de geestelijke gezondheidszorg. Zodat die problemen niet aangepakt hoeven te worden en plotsklaps zijn verdwenen. Obama, Cameron en Kenning denken dat een probleem verdwijnt als ontkend wordt dat het bestaat. Freaky. 

Holman en Moorman botsen in Amsterdam over de vrijheid van meningsuiting. En het recht om de islam te mogen bestrijden

with 7 comments

th

Twee tegenovergestelde meningen: Parool-columnist en humanist Theodor Holman die gaat voor volledige vrijheid van meningsuiting die niet door fatsoensnormen of gewenst gedrag wordt beperkt, maar alleen door de grenzen die de wet stelt. En de Amsterdamse PvdA-politica Marjolein Moorman die de vrijheid van meningsuiting beperkter opvat. In de pers reageren ze op elkaar op iets wat op een polemiek begint te lijken.

Het standpunt van Holman is verdedigbaar. Discrimineren is het maken van onderscheid beredeneerd vanuit de groep waartoe men behoort. Dat kan functioneel zijn om de groep waarvan men deel uitmaakt positief te onderscheiden door zich af te zetten tegen andere groepen. Holman is zo kies daarvoor kenmerken uit te sluiten waarvoor mensen niet kunnen kiezen, zoals leeftijd, handicap of onveranderlijke lichaamskenmerken (huidskleur, rood haar, klein). Het begrip ras waaruit racisme volgt is een ideologisch-sociale constructie waarop iemand niet definitief vast te pinnen is. Holman kiest ervoor discriminatie te beperken tot religieuze of politieke voorkeuren waarvoor men uit overtuiging kiest. Naargelang de eigen groepering waarvan men deel uitmaakt kan iedereen daarin een individuele selectie maken. Verplicht is dat niet, maar verboden evenmin.

Holman is het te doen om het geloof van de islamieten dat hij niet ziet zitten. Hierover zei hij in een column van 18 december waarop Marjolein Moorman en Sofyan Mbarki vier dagen later reageerden (zie hieronder): ‘Want ik hou zo van mijn vrijheid./ Ben je islamiet en woon je hier,/ geniet – ik zal je geen haar krenken, /maar je wel van je geloof af redeneren. // Mijn wapens zijn de logica en rationaliteit./ Ik zal je vragen mijn ongelijk te bewijzen./ Ik zal niet schelden, maar ik zal de draak moeten steken/ met je god en je godsdienst.

Marjolein Moorman maakt het er in haar antwoord behoorlijk ondoorzichtig op. Want ze bedoelt het voor de islamieten op te nemen, maar zegt: ‘Maar liever geen uitsluiting’. Gelijk heeft ze. Alleen, religie is per definitie uitsluiting en het apart zetten van gelovigen binnen hun religieus kader. Dus feitelijk bedoelt ze hetzelfde als Holman, maar weet daarvoor niet de juiste woorden te vinden. Als zij en Mbarki besluiten: ‘Omdat wij het samen moeten oplossen./ Tegen de angst./Voor de liefde./ Voor de stad.’ dan geeft ze nog steeds geen antwoord op de Holmans aanklacht en probeert ze dat te versluieren door te komen met begrippen als liefde en samen. Maar daar gaat dit debat niet over. Het gaat over de ruimte die we vanzelfsprekend mogen nemen in het publieke debat zonder buitengesloten te worden vanwege onze motivatie. En niet op onze standpunten.

mm

Foto 1: Schermafbeelding deel column in Het ParoolJe kunt rustig zeggen: weg met de PVV, de islamieten en de katholieken’ van Theodor Holman, 30 december 2015.

Foto 2: Schermafbeelding van ‘Geef ons 60.000 moslims, maar liever geen racisme’ in Het Parool van PvdA-raadslid Sofyan Mbarki en fractievoorzitter Marjolein Moorman in reactie op Theodor Holman, 22 december 2015.

Theodor Holman ontmoet Geert Wilders ontmoet Anders Breivik

with 24 comments

Theodor Holman heeft een dialoog tussen Geert Wilders en Anders Breivik geschreven. Het leerstuk wordt in De Balie voorgelezen door Thijs Römer en Hugo Koolschijn onder regie van Titus Muizelaar. Op het Londense Heathrow heeft Wilders een vertraagde vlucht en komt in gesprek met Breivik. De kernvraag van Breivik aan Wilders is: ‘Hoe ver bent u bereid te gaan?’ Holman focust op de verschillen tussen Wilders en Breivik.

In een interview met Joost Niemoller op Dagelijkse Standaard licht Holman toe. Deel 1 en deel 2. Holman heeft het compleet gehad met de in zijn ogen onterechte kritiek op Wilders en het politiek correcte denken zoals dat in de media gebruikelijk is. Hij wil er niet meer optreden. Volgens hem zitten maatschappelijke voorlopers niet in de kunstwereld noch in de journalistiek, maar op het internet, bij blogs. Laatstgenoemden zijn vrijer.

Holman blijft onduidelijk in zijn opvatting over democratie. Hij zet het niet af tegen de rechtsstaat, maar tegen het fatsoen en de mores in de media. Dat lijkt zijn persoonlijke pijnpunt. Maar over de houdbaarheid van de democratie blijft-ie vaag. Volgens Holman kiest Wilders voor democratie en Breivik niet. Zoals hijzelf ook voor democratie kiest. Maar hij ziet dat dat door de massale immigratie van moslims de democratie onder druk staat. De remedie is goed onderwijs en geloof in de democratie. Wellicht tegen beter weten in.

De worsteling van Holman laat de twijfel zien na het wegvallen van oude vanzelfsprekendheden. Zijn voorkeur is de vrijzinnigheid en loopt van D66 en VVD tot PVV. Maar vrijzinnigen vinden in de Nederlandse politiek hooguit toevallig aansluiting bij een individu als Boris van der Ham. Interessant zou zijn als Holman zijn volgende Brechtiaanse leerstuk aan het ontstaan van een geloofwaardige vrijzinnige beweging zou wijden. Wat er niet klopt aan P&W en de PvdA weten we intussen wel. We moeten daaraan voorbijgaan voor de opbouw.

Foto: Schermafbeelding van passage uit interview op Dagelijkse Standaard van Joost Niemoller met Theodor Holman