George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Amsterdam

Waarom doet gemeentebestuur Utrecht weinig tegen verrommeling van binnenstad en omringende wijken? GroenLinks heeft kritiek

with 2 comments

Een artikel in DUIC (De Utrechtse Internet Courant) over fietsen in stegen in de Utrechtse binnenstad. Een raadslid van GroenLinks heeft er kritiek op. Terechte kritiek. Het gemeentebestuur treedt onvoldoende op en neemt weinig initiatieven. Waarom dat zo is kan men zich afvragen voor wie de chaos en de drukte ziet toenemen. Mijn reactie, ook als inwoner van de Utrechtse wijk Wittevrouwen die aan de binnenstad grenst:

De binnenstad en omringende wijken als Wittevrouwen slippen dicht met geparkeerde fietsen. Er is soms geen doorkomen meer aan. Een gigantische verandering met nog niet eens zolang geleden. Daarnaast is het aantal terrassen van café’s, restaurants en koffietentjes exponentieel gegroeid de afgelopen jaren. Ook dat belemmert vaak een vrije doorgang. De stad verrommelt voorbij een kritische grens.

Voeg daarbij het groeiend aantal toeristen dat aangetrokken wordt door de etages en woningen die aan de woningvoorraad onttrokken worden en omgekat worden voor verhuur via Airbnb. Ook dat zet in hoog tempo oude vanzelfsprekendheden bij het oud vuil. Residentiële buurten buiten de binnenstad beginnen steeds meer op de binnenstad te lijken. Onderscheid in functies vervaagt.

Kortom, de toenemende druk op de binnenstad en de omringende wijken is een veelgelaagd en complex probleem. Het gaat mis omdat delen van de publieke ruimte geprivatiseerd worden zonder dat dit ten volle beseft wordt. Of wat erger is: oogluikend wordt toegestaan. Zonder dat het gemeentebestuur er een overtuigende visie op ontwikkelt, laat staan doelmatig en krachtig optreedt tegen de uitwassen ervan.

Het gemeentebestuur laat de bewoners van de binnenstad en omringende wijken in de steek. Het college laat feitelijk ook de toeristen die aangetrokken worden door Utrecht als compacte en rustige stad in de steek. Ze vinden immers niet meer wat hun voorgespiegeld wordt.

Door het gebrek aan regie van het gemeentebestuur kiest Utrecht niet voor kwaliteit, maar voor kwantiteit. De indruk ontstaat dat het gemeentebestuur niet kiest -of door een principiële keuze uit de weg te gaan- voor ‘less is more’, maar voor ‘more is less’.

Nodig is een besef van urgentie bij gemeentebestuur en oppositie. Dat ontbreekt op dit moment. Ook is het mogelijk dat het besef zich niet vertaalt in een goed inhoudelijk debat. Nodig is een besef bij de politiek dat een integrale aanpak nodig is omdat mobiliteit, bereikbaarheid, toerisme, universiteit, evenementen, detailhandel, stadspromotie en welzijn van de Utrechters nauw met elkaar samenhangen. Het aanpakken van een deelprobleem is onvoldoende. Het gemeentebestuur kan niet langer volstaan prat te gaan op de eigen promotiepraatjes over het bouwen van de grootste fietsenstalling ter wereld. Dat gaat voorbij aan de noodzaak van een integrale aanpak.

Het gemeentebestuur moet leren hoe het niet moet door naar Amsterdam te kijken. Of andere steden als Venetië waar de druk van toerisme, horeca en bewoners tot onleefbaarheid leidt. Moet het in Utrecht zover komen als in Amsterdam waar bewoners dreigen de rolkoffers van de Airbnb-toeristen in de gracht te kieperen? Omdat ze het zat zijn dat anderen profiteren en zij de lasten dragen. Sommige Amsterdammers beginnen zich een vreemde in eigen stad te voelen. Laat dat een waarschuwing zijn voor het Utrechtse gemeentebestuur.

Zover moet het in Utrecht niet komen. Buiten het hoogseizoen en door de week is Utrecht nog steeds een aangename stad. Maar die momenten worden spaarzamer. Het hoogseizoen wordt langer en het weekend wordt opgerekt door de sectoren die daar belang bij hebben en begint steeds eerder.

De groei van het toerisme moet afgeremd worden. De groei van de horeca moet afgeremd worden. De groei van Airbnb op buurtniveau moet afgeremd worden, Door een veel en veel strengere handhaving dan nu moeten de binnenstad en de omringende wijken weer beter begaanbaar en visueel aantrekkelijker worden. De apathie van de gemeente is storend. GroenLinks wees er onlangs op in raadsvragen. Dat is een begin van nadenken over de toekomst van de Utrechtse binnenstad en de omringende wijken. Maar er is veel meer nodig.

Het Utrechtse gemeentebestuur van D66, GroenLinks, VVD en SP kan veel krachtdadiger optreden in het beschermen van de publieke ruimte dan dat het op dit moment doet. Het is mogelijk dat dat gebrek aan krachtdadigheid komt door verdeeldheid of uiteenlopende belangen tussen partijen (VVD-D66 tegenover GroenLinks-SP?), maar het gemeentebestuur moet beseffen dat het op dit moment te weinig doet om de binnenstad en de omringende wijken voor de eigen bevolking te behouden.

Politiek is machtsdeling door het afwegen en vertegenwoordigen van belangen. Als steeds meer bewoners vinden dat lokale politici die afweging slecht maken en bepaalde belangen te veel of andere te weinig behartigen, dan is dat schadelijk voor het vertrouwen in de lokale politiek.

Om geloofwaardig te zijn moet politiek evenwichtig, eerlijk, open en krachtig optreden. Als het dat niet doet dan ontstaat het idee dat een gemeentebestuur door teveel op de handen te blijven zitten belangen dient waarover het geen verantwoording kan en wil afleggen. Zodat dat in de plaats komt van een inhoudelijk debat.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGroenLinks: ‘Maak steegjes TivoliVredenburg levendig’’ in DUIC, 19 juni 2017.

Wethouder Vliegenthart (SP) heeft verstoord beeld van ‘ongelovigen’. En van Amsterdam

with one comment

De Amsterdamse wethouder Arjan Vliegenthart (SP) heeft veel kritiek gekregen op een column vandaag in het Nederlands Dagblad. Het Parool zet in een bericht de reacties van de raadsleden op een rijtje. Vliegenthart zou de raad geschoffeerd hebben en Rutger Groot Wassink van GroenLinks noemde de column zelfs ‘storend’. Het Parool: ‘Vliegenthart, zelf gereformeerd, schreef in het ND over de wens van de gemeenteraad dat kinderen uit minimagezinnen geen armoedegeld meer krijgen voor godsdienstlessen. Dit was tot voor kort mogelijk, maar de raad wilde hiervan af nadat bleek dat bijna drie ton is gebruikt voor koranlessen aan arme kinderen.’

Arjan Vliegenthart positioneert zich in zijn column in het orthodox-protestantse Nederlands Dagblad als een gelovige tussen ongelovigen. Als een gereformeerde tussen zijn mannenbroeders. Hij stelt ‘ongelovigen’ voor als wereldvreemd en vijandig tegenover religie. Ze hebben volgens hem een vertekend beeld van hoe religies opereren. Dat is een harde beschuldiging die om een onderbouwing vraagt. Die geeft Vliegenthart echter niet.

Hij slaat ook de plank mis op het niveau van de feiten. Hij suggereert dat voor de bevolking van Amsterdam niet zou gelden dat de ‘overgrote meerderheid’ ongelovig is, zoals dat blijkbaar voor de raad geldt. Maar uit een onderzoek van het CBS uit 2016 blijkt dat 62,2% van de Amsterdammers ‘geen kerkelijke gezindte’ heeft. Iets minder dan 12% bezoekt minimaal eenmaal per maand een religieuze dienst. Dus 88% doet dat niet.

Vliegenthart is wethouder Armoedebestrijding en van hem zou je verwachten dat hij de feiten kent en die correct presenteert. Maar hij presenteert de feiten verkeerd. Hij doet alsof ‘ongelovigen’ in Amsterdam niet de overgrote meerderheid vormen. Vliegenthart kletst uit zijn nek op het niveau van de feiten en zijn weergave van wat ‘ongelovigen’ zijn en hoe ze tegen religie aankijken. Alsof ze op een vreemde planeet leven. Hij geeft een vertekend beeld van ‘ongelovigen’. Vliegenthart maakt het zich met deze column onnodig lastig en had die beter ongeschreven  gelaten. De indruk resteert dat hij als gereformeerde een verstoord beeld heeft van ‘ongelovigen’. De SP van Vliegenthart heeft geen vijanden nodig omdat het die binnen eigen gelederen heeft.

Foto: Schermafbeelding van deel column ‘Verdachte les’ van Arjan Vliegenthart in het Nederlands Dagblad, 14 juni 2017. Via Blendle.

Bij een foto van een meisje op een Amsterdams station in 1910

leave a comment »

Een meisje in de tijd. Op een treinstation in Amsterdam verkoopt ze bloemen. Zo zegt het in de marge gekraste bijschrift. De dienstregeling schuin achter haar op het plakkaat noemt 1 mei 1910. Toentertijd de datum dat jaarlijkse de nieuwe dienstregeling inging. Het plakkaat is nog niet verfomfaaid. De maatschappij moet de ‘Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij’ zijn die in 1938 opging in de NS. Het is nog geen hoogzomer, maar de zon schijnt wel zoals uit de zonnevlekken blijkt. Het zou maandag 20 juni 1910 zijn. Het meisje draagt een omslagdoek omdat het op stations kan tochten. De foto is onderdeel van de Bain Collection. Een van de vroegste Amerikaanse nieuwsagentschappen die glorieerde in de periode 1900-1920.

Is de foto ‘bijvangst’ van een bezoek van de in 1909 afgetreden president Theodore Roosevelt aan Nederland, vergezeld door Arthur M. Beaupre, de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in Nederland en Luxemburg? Niet toevallig praat ‘Teddy’ -naamgever van de teddybeer- Roosevelt met een journalist. Vermoedelijk ongedwongener dan toenmalige Nederlandse bestuurders deden. Tijdens zijn  presidentschap zocht Roosevelt steun bij de pers om monopolies aan te pakken en muntte hij het begrip muckraker.

Geen ‘bijvangst’ want het bezoek was op 13 mei zoals uit een ander bijschrift blijkt. Het bloemenmeisje staat alleen. Op het station. Vereeuwigd door een fotograaf. Waarom moeten we er van alles bijhalen dat er niks mee te maken heeft? Het zal wel in de menselijke natuur liggen. Het licht is gevangen in 1910. Rest is bijzaak.

Foto 1: ‘Flower girl, R.R. station, Amsterdam’, 1910. Library of Congress.

Foto 2: ‘Col. Roosevelt talking with newspaper correspondent, American Minister Beaupre, Netherlands’, 1910. Library of Congress.

Hoofddoek is geen gebod in de islam. Amsterdamse politie onderzoekt het dragen ervan. Op politieke gronden?

with 2 comments

De politie van Amsterdam onderzoekt of het vanwege het personeelsbeleid verstandig is om hoofddoeken toe te staan. Het wil meer allochtone agenten werven en bedoelt daar vermoedelijk agenten mee die actief de islam belijden. Zoals opgemerkt is er een landelijke code die zoiets verhindert, dus het is de vraag waarom Amsterdam overweegt zo’n landelijke afspraak te passeren. En of het die bestuurlijk-juridisch kan passeren.

Bij alle debatten hierover moest ik denken aan een opmerking over de hoofddoek in een NRC-interview van de Amerikaanse zwarte moslimvrouw Amina Wadud die publieke islamitische gebedsdiensten leidt: ‘Maar als ik in een gezelschap verkeer waarin iedereen doet alsof het dragen van een hoofddoek de uiting van de deugdelijkheid van een persoon is, dan doe ik hem juist af. Gewoon om te laten zien dat het aan Allah is om te beoordelen of iemand deugt, en aan niemand anders. Het is een misvatting dat het dragen van de hijab, het Arabische woord voor hoofddoek, een gebod is in de islam. Dat woord komt niet eens voor in de Koran.’

Als de hoofddoek geen religieus, maar cultureel symbool is, dan kan de scheiding van kerk en staat het dragen ervan in overheidsdienst niet blokkeren. Maar als het geen religieus symbool is dat vanuit de leerstellingen van de islam verplicht wordt gesteld of daar direct en onontkoombaar uit volgt, dan kunnen de dragers van een hoofddoek evenmin op godsdienstige gronden een uitzonderingspositie op het dragen ervan in overheidsdienst claimen. Dat alles roept weer de vraag op waarom de Amsterdamse korpsleiding het verstandig acht om zo’n maatschappelijk mijnenveld in te lopen vol culturele, politieke en religieuze noties.

Het probleem met het Amsterdamse debat is dat het de korpsleiding confronteert met ongelijksoortige feiten en aannames waarvan het niet weet wat ze waard zijn. Met de complicatie dat het niet onmogelijk is dat de adviseurs van de korpsleiding hun eigen politieke agenda hebben en daarom hun politieke als religieuze argumenten verkopen. Zo wordt het onoverzichtelijk en ontstaat er geen zuiver debat. Want het is uiteindelijk een politiek en geen religieus argument om het dragen van een hoofddoek in overheidsdienst toe te laten. Als de politieleiding van Amsterdam werkelijk wil weten hoe het precies zit met de verplichting vanuit de islam aangaande het dragen van een hoofddoek, dan zou het zich beter verlaten op academische  islamdeskundigen en niet op huidige adviseurs die er belang bij kunnen hebben om religie, cultuur en politiek te vermengen.

Waarom verlaten leerlingen islamitische school As-Siddieq zaal bij dansoptreden? Hoe kan de overheid optreden tegen segregatie?

with 6 comments

De reacties op een incident tijdens de debatbattle met basisscholen ‘Discussiëren kun je leren‘ in De Balie in Amsterdam zijn uiteenlopend. Het Parool besteedt er in een bericht aandacht aan. Leerlingen van de islamitische school As-Siddieq verlieten tijdens muzikale intermezzo’s de zaal omdat ze ‘van hun geloof niet naar dans kijken en muziek [mogen] luisteren’, zo verklaarde een leerlinge. Kinderen van andere scholen met een islamitische achtergrond bleven tijdens de muzikale onderdelen in de zaal of dansten mee op het podium. Een deel van de islamitische kinderen meent dus dat kijken naar dans en luisteren naar muziek niet mag van hun geloof, terwijl een ander deel meent dat dat goed samengaat met een islamtisch geloof. Er is dus geen eensluidende islamitische opvatting over wat mag in verband met kijken naar dans en luisteren naar muziek.

Het Parool: ‘Natuurlijk, we hebben wel eens gehoord dat zang en dans niet passen binnen fundamentalistische interpretaties van de islam, maar gebeurt dat niet alleen in streng-gelovige landen? Was dit een vleugje Saoedi-Arabië in Amsterdam? Een bewijs van segregatie?’ De meningen van deskundigen die de krant peilt zijn overwegend afwijzend in de vorm van segregatie die de leiding van de islamitische basisschool As-Siddieq hun leerlingen oplegt. Organisator van het debat Chantal Deken zegt dat ze in overleg met de school tot deze oplossing ­was gekomen ‘die geen afbreuk doet aan de inhoud van het programma’. Maar het is de vraag of de segregatie de leerlingen van As-Siddieq dient en of een organisatie daar aan mee moet werken.

VVD-raadslid Samira Bouchibti vindt het niet normaal wat er gebeurd is: ‘Deze school sluit zich af. Zo ontstaat een enclave in de samenleving. We moeten normen stellen. Ik ga hierover vragen stellen aan het college. De gemeente moet in gesprek met deze scholen.’ Wethouder Onderwijs Simone Kukenheim (D66) zegt: ‘De gemeente gaat het gesprek aan met alle scholen in de stad. En dan vragen wij ook door.’ Maar welke sancties de overheid heeft om scholen die zich afsluiten bij de les te trekken en de leerlingen van die scholen te onttrekken aan het gezag van fundamentalistische ouders of schoolbesturen is ongewis. De uitspraak dat ‘de gemeente in gesprek blijft met deze scholen’, klinkt defensief en verre van krachtdadig en initiatiefrijk.

Woordvoerder Jamila Zemouri van de Stichting ­Islamitische Scholen ­Amsterdam waar As-Siddieq toe behoort meent dat van segregatie geen sprake is omdat de school er ‘juist voor gekozen heeft om wel deel te nemen aan het debat’. Zemouri: ‘Muziek is niet verboden in de islam, maar meestal doen ­jongens en meisjes dit gescheiden. Wij bereiden onze leerlingen voor om deel uit te maken van de samenleving en het is de keuze van het kind wat het wel en niet doet.’ Deze uitspraak suggereert dat de school de verantwoordelijkheid bij de leerlingen legt en dat de schoolleiding de leerlingen vrijlaat in hun keuze. Het valt moeilijk in te zien hoe deze bewering klopt over kinderen van maximaal 12 jaar oud. Wat Zemouri precies bedoelt met de uitspraak dat ‘jongens en meisjes muziek gescheiden’ doen is de vraag. Deze verklaring maakt het er eerder kwalijker op dan het al leek. Er lijkt sprake van een dubbele apartheid. Namelijk die tussen jongens en meisjes binnen de islam en tussen islamitische scholen en niet-islamitische scholen. De uitleg van As-Siddieq klinkt zonderling.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelLeerlingen islamitische school verlaten zaal bij dansoptreden’ van Michiel Couzy in Het Parool, 15 april 2017.

Onregelmatigheden bij inrichting stemlokalen zodat neutraliteit niet gewaarborgd is. Religieuze gebouwen zijn ongeschikt

with 3 comments

Onregelmatigheden over de inrichting van een stemlokaal in een Turkse moskee in Amsterdam-Oost roepen de vraag op hoe neutraal stemlokalen en stembureaus volgens de wet geacht worden te moeten zijn. Mogen er Turkse nationalistische posters en vlaggen hangen in het stemlokaal of binnen het stembureau op weg naar het stemlokaal? Elise Steilberg twitterde erover, De Telegraaf meldde het in een bericht en de gemeente Amsterdam verwijderde een vlag van de Turkse religieuze organisatie Diyanet in genoemd stemlokaal.

Het is overigens merkwaardig dat betreffende moskee op het stembiljet een ‘multicultureel centrum’ wordt genoemd. Een nationalistische, Turkse moskee is per definitie niet multicultureel, maar monocultureel. Zoals dat overigens ook voor gebouwen van andere religieuze organisaties geldt. Een bericht in Het Parool roept de vraag op hoe alert, neutraal en gekwalificeerd de voorzitter van genoemd stembureau is. Rob Thijssen: ‘Het is een multicultureel centrum, er hangen hier vooral Turkse symbolen. Het is niet politiek, maar religieus.’ Hij ziet geen relatie tussen politiek en religie, en waardeert nationalistische, Turkse symbolen als neutraal. Hij heeft het echter mis omdat het kiezers kan beïnvloeden. Bijvoorbeeld seculiere Turkse-Nederlanders die zich geïntimideerd voelen door de inrichting van het stemlokaal met nationalistisch-religieuze symbolen. Dit wijst op gebrek aan invoelingsvermogen en een foute taakopvatting (§ 10) van een voorzitter van een stembureau.

Dit incident staat niet op zichzelf, in Nijmegen was volgens een bericht in De Gelderlander in een in een Turks Cultureel Centrum gevestigd stemlokaal ‘een grote poster van een Turkse nationalistische leider’ te zien. Het gaat om Alparslan Türkeş die in 1997 overleed. Dat wekte volgens de krant ergernis bij Nijmegenaren die kwamen stemmen. Zoals deze kritiek: ‘Een stemruimte moet neutraal zijn. Dit had ik niet verwacht.’

De kieswet zegt in Artikel J 19 over het stemlokaal: ‘Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de inrichting van het stemlokaal’. Het is de burgemeester die zorg draagt voor de inrichting van het stemlokaal en heeft te zorgen voor handhaving. Maar deze overdracht van verantwoordelijkheid naar een lager bestuurlijk niveau draagt het risico in zich dat er verschillen tussen gemeenten ontstaan. In gemeenten die het minder nauw met de neutraliteit van het stembureau nemen kunnen afwijkingen ontstaan zodat kiezers met een niet-neutraal stemlokaal geconfronteerd worden.

Het is de hoogste tijd dat de politiek zich bewust wordt van dit probleem en herstelwerk verricht. Want de voorbeelden in Amsterdam en Nijmegen laten zien dat er gemeenten zijn die niet optreden volgens de neutraliteit die de Kieswet vraagt. Het lijkt er sterk op dat hier achterstallig onderhoud verricht moet worden en er strikte richtlijnen moeten worden opgesteld die gemeenten opdragen om a) een stembureau in te richten in een neutrale omgeving dus niet een kerk, moskee of een ‘Turks cultureel centrum’ met niet-Nederlandse vlaggen en allerlei religieuze symbolen en om b) wettelijke regels landelijk uit te werken die de volstrekt neutrale inrichting van het stemlokaal verplicht stelt. Het is verbazingwekkend dat dit nog niet is gebeurd en er in 2017 nog dit soort incidenten zijn. Beschamend voor de Nederlandse overheid. Stemmen moet in neutrale ruimtes zoals gemeentehuizen, buurtcentra en scholen. Niet in religieuze gebouwen.

Foto 1: Tweet van Elise Steinberg: ‘Stemmen in een Turkse moskee onder Turkse vlaggen, met de Turkse radio op de achtergrond en Diyanet folders op de tafels verspreid’, 15 maart 2017.

Foto 2: ‘NIJMEGEN: Stembureau 33 Turks Cultureel Centrum Citroenvlinderstraat © Paul Rapp’ 15 maart 2017. 

Protesttentoonstelling ‘Dump Trump’ in Amsterdam. Kan het zo simpel?

with 3 comments

Het idee van ruim 30 kunstenaars in Amsterdam is om Trump te dumpen. De ‘protesttentoonstelling’ Dump Trump is op 25 en 26 februari te zien in WG Kunst. Initiatiefnemers vinden het tijd voor actie. Tegen de Amerikaanse president: ‘Daarom zijn kunstenaars opgeroepen om te reageren op Trump in de vorm van een kunstwerk. WG Kunst is benieuwd wat er leeft onder kunstenaars en wil hiervoor graag een podium bieden.

De kunstenaars maken een vuist. En zwaaien ermee in de lucht. Opkomend rechts-populisme en het aanjagen van angst van de bevolking in de VS en Europa vraagt van iedereen om een scherp en passend antwoord. Dat moet goed voorbereid worden en niet impulsief en zonder focus gegeven worden. Het gevaar is een makkelijk antwoord aan Trump of Wilders dat doel mist en vooral zichzelf ridiculiseert. Grofheid moet niet met grofheid, maar met subtiliteit bestreden worden. Dat vraagt geduld, nadenken en raffinement. Ook van kunstenaars.

Written by George Knight

26 februari 2017 at 17:40