George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Migratie

Ongelukkige marketing van CDA’er Wopke Hoekstra

leave a comment »

Minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) gaat gelijk al de fout in als hij in het fragment van Jinek zegt: ‘Ik denk eerlijk gezegd dat wij allemaal, en dat geldt dus ook voor mij, te laat zijn gaan zien wat er bij die middenklasse aan de hand is’. Hiermee stelt hij dat degenen die aan de knoppen zitten dezelfde politieke verantwoordelijkheid hebben als degenen die niet aan de knoppen zitten. Hij kan het niet menen. Wat hij zegt is onzinnig en ontstijgt niet het niveau van politieke marketing. Waarom hebben hij of zijn partijgenoten niet gezien wat er de afgelopen jaren met de middenklasse is gebeurd en hebben ze voorstellen gedaan om de positie ervan te verbeteren? Hoekstra houdt zich dom en doet alsof hij niet weet uit welke hoek de wind waait.

Hoekstra heeft als minister van Financiën macht om in te grijpen. Hij verliest nog meer aan geloofwaardigheid als een eerlijk en zinvol analyticus als hij de positie van de middenklasse direct koppelt aan die van slecht geïntegreerde minderheidsgroepen en zijn eigen verantwoordelijkheid nog verder probeert af te schuiven.

Hoekstra treedt buiten zijn eigen lichaam, kijkt er van een afstand naar en doet er pseudo-koel verslag van alsof hij iets nieuws te melden heeft. Hij is zichzelf niet, maar wie hij wel is blijft onduidelijk. Hij is een lege huls die met marketing wordt gevuld maar in de kern een verwarde denker die z’n zaken niet op orde heeft.

Onder de middenklasse wordt de meerderheid van de bevolking verstaan. Naargelang de definiëring valt 60 tot 90% van de bevolking eronder. In inkomen loopt dat van 1 maal modaal tot (naargelang de omschrijving) 2,5 tot 3 maal modaal. Dus van 36.000 euro tot maximaal 90.000 of 108.000 euro. De middenklasse kan zich niet onttrekken aan de collectieve lastendruk. Dat achtereenvolgende kabinetten Rutte beweerden zich in te zetten voor lastenverlichting wil niet zeggen dat dit feitelijk ook bereikt is. Integendeel, de afgelopen jaren is de opbrengst uit lastenverzwaring door de overheden via heffingen, premies en belastingen met zo’n 3% van het bruto binnenlands product toegenomen tot bijna 39%. Dat wordt grotendeels door individuen opgebracht. Vermeend en Van der Ploeg concluderen aan de hand van een OESO-rapport van eind 2018 dat vooral de belasting- en premiedruk op arbeid in Nederland veel te hoog is. Dat is een langlopende ontwikkeling.

Er bestaat politieke consensus over dat de afgelopen decennia de middenklasse relatief in inkomen is achtergebleven en dat die relatieve achteruitgang gerepareerd moet worden. Alleen, als dat bij beloften blijft en spin van politici als Menno Snel (D66) en Wopke Hoekstra, dan zijn het niet meer dan mooie woorden.

Evenwichtige belastingheffing naar draagkracht en collectieve lastendruk die niet grotendeels op de middenklasse wordt afgewenteld kunnen niet los gezien worden van het aanpakken van belastingontwijking door vermogende individuen en internationaal opererende bedrijven. Het is al te makkelijk om de lastenverzwaring van de middenklasse die haar vermogen niet kan verbergen steeds meer op te schroeven.

Hoekstra handelt onethisch. Hij neemt geen verantwoordelijkheid voor eigen falen en schuift die kleinhartig af op minderheidsgroepen. Politici als Snel, Hoekstra of Rutte jongleren met mooie woorden, maar voegen niet de daad bij het woord. Dat is deels begrijpelijk omdat hun macht beperkt is vanwege het globale karakter van de economieën, het lastig aan te pakken probleem van de belastingontwijking en een slecht georganiseerde Belastingdienst, maar deels onbegrijpelijk omdat waar ze in de afgelopen jaren in konden grijpen te weinig hebben gedaan. In de VVD klinken sinds voorjaar 2019 met het oog op het neutraliseren van de populisten geluiden van Rutte en fractieleider Klaas Dijkhoff om de middenklasse te ontzien en het bedrijfsleven relatief zwaarder te belasten. Om niet achter te blijven doet Hoekstra in de jacht op de centrum-rechtse kiezer dezelfde duit in het zakje, maar haalt tegelijkertijd zijn betoog onderuit door zijn onmiskenbare gebrek aan oprechtheid en zijn zelfpromotie die de aandacht vestigt op zijn gebrek aan integriteit en samenhang.

Tim Carney steekt hand in eigen boezem: het conservatisme moet beter uitgelegd, en afgebakend worden tegenover racisten

with one comment

Ook in Nederland bestaat er verwarring over wat conservatisme is. Door radicaal-links én radicaal-rechts wordt het soms op een lijn gesteld met racisme. Linkse opinieleiders als Merijn Oudenampsen dichten het conservatisme zelfs een revolutionaire dimensie toe zodat ze het naadloos kunnen verbinden met de denkwereld van Thierry Baudet of Donald Trump. Dat is bedenkelijke en kwaadaardige retoriek. Dat is ongelukkige, linksige intellectuele acrobatiek die vanwege de eigen politieke agenda het onverenigbare probeert te verenigen. Dat zou niet erg zijn als het de verwarring niet vergroot over wat conservatisme is.

Trumpisme, Forum voor Democratie of alt-right met ondergangsfantasieën, racisme en een stop op migratie passen niet binnen de hoofdstroom van het conservatisme. Wat traditionele conservatieven verweten kan worden is dat ze rechts-radicalen teveel politieke ruimte hebben gegeven. Ze hebben onduidelijkheid daarover laten bestaan. Vele conservatieven hebben de afgelopen 2,5 jaar overigens de Republikeinse partij verlaten omdat ze vinden dat die te veel naar rechts is getrokken en tot een sekte rond Trump is geworden.

Tim Carney probeert dat beeld te veranderen en breekt in een belangrijke column in de rechtse Washington Examiner een lans voor herwaardering van het conservatisme. Hopelijk is dat een wekroep voor Nederlandse opinieleiders om conservatisme en alt-right niet langer gelijk te stellen en het begin van de ontmaskering van radicaal-rechtse columnisten van het type Wierd Duk of Leon de Winter die zich losjes met het conservatisme associeren om zo aan legitimiteit te winnen. Als ze niet kunnen begrijpen dat conservatisme het racisme niet oogluikend toestaat of kritiek op migratie billijkt, dan begrijpen ze niet alleen niet wat conservatisme is, maar begrijpen ze evenmin waar ze zelf voor staan. Hopelijk geeft het Nederlandse conservatieven zelfvertrouwen en ambitie om afstand te nemen van Baudet, Wilders en radicaal-rechtse en nationalistisch-populistische organisaties en opinieleiders die het conservatisme de laatste jaren zo’n slechte naam hebben bezorgd.

Met ondersteuning van deze opvatting van conservatisme hoeft men er geen pleitbezorger of voorstander van te zijn, maar het brengt deze stroming als legitieme partner aan tafel voor politiek overleg. Dat is de winst.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikel ‘It’s time to create a conservative ecosystem that doesn’t welcome racists’ van Tim Carney in de Washington Examiner, 4 september 2019.

Bijlage ‘Diversiteit in de cultuursector’ bevat statistieken over herkomst waarvan de waarde en strekking discutabel zijn

leave a comment »

Vandaag stuurde minister Van Engelshoven (OCW) haar brief ‘Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021 – 2024’ naar de Kamer. De brief en de bijlagen zijn hier te lezen. Reacties laten nog op zich wachten. De bijlageDiversiteit in de cultuursector’ is een ‘visuele samenvatting van de meest recente cijfers en ontwikkelingen in de personele diversiteit van culturele instellingen en adviescommissies van cultuurfondsen en raden’ en bevat bovenstaand diagram. Eruit blijkt dat ‘personen met een westerse en niet-westerse migratie achtergrond’ zijn oververtegenwoordigd in bestuur en personeel in de culturele sector. Vooral westerse migranten vallen op met een drie- tot viermaal zo grote vertegenwoordiging dan statistisch zou kunnen worden verwacht. Dat wordt een positieve ontwikkeling genoemd. Is het dat wel? Niet-westerse migranten blijven met 8% licht achter.

Wat is deze statistiek waard? Wie wordt er onder ‘personen met een westerse migratie achtergrond’ verstaan? Omvat dat Duitsers, Belgen, Britten en Amerikanen die al vele jaren in Nederland wonen en eigenlijk niet beschouwd kunnen worden als migranten, laat staan buitenlanders? Denk aan de talloze directeuren van Nederlandse musea van buitenlandse herkomst die in Nederland geïntegreerd zijn en die leden van het publiek zonder voorkennis niet zal aanduiden als migrant. Hoe relevant is dit onderscheid, waarom wordt het gemaakt en in een officieel overheidsdocument opgenomen, en wat moet het ons duidelijk maken?

Daarnaast is onduidelijk wat met wat vergeleken wordt en wat de vergelijking waard is. Hoe methodologisch correct is het om een subcategorie van de beroepsbevolking van 9 of 10% groot te leggen op de cultuursector? Want de beroepsbevolking is niet volgens een perfecte afspiegeling over de afzonderlijke sectoren verdeeld. De specifieke cultuursector met relatief veel middel- en hoogopgeleid personeel is dat weer anders afwijkend in dan bij andere sectoren. Ook in de landbouwsector zullen door het aantal werkzame Polen de ‘personen met een westerse migratie achtergrond’ waarschijnlijk oververtegenwoordigd zijn. Maar wat zegt dat dan?

Wat hier aan de hand is lijkt een geval van politieke hypercorrectie. Het zijn niet de ‘personen met een westerse migratie achtergrond’ waar het om gaat, maar ‘de personen met een niet-westerse migratie achtergrond’. De westerse migranten worden er aan de haren bijgesleept vanwege de statistiek over de niet-westerse migranten. Maar de redactie van deze bijlage geeft zich bloot in het commentaar bij deze diagram als die zegt: ‘Aandachtspunten. Hoewel het aandeel personen met een niet-westerse migratieachtergrond werkzaam bij culturele instellingen toeneemt, blijft deze achter bij de verhouding in de beroepsbevolking’.

Waarom wordt dit zo scherp gepresenteerd als volgens de statistieken de ondervertegenwoordiging minimaal is en het daarnaast onduidelijk is hoe de relatie tussen ‘niet-westerse migratie’ en opleiding is die specifiek is voor de culturele sector? Zo beredeneerd is er wellicht sprake van oververtegenwoordiging van ‘niet-westerse migranten’ die middel- of hoogopgeleid zijn. Aan de 19de-eeuwse Britse staatsman Benjamin Disraeli wordt de volgende uitspraak toegeschreven: ‘Er zijn drie soorten leugens: leugens, grove leugens, en statistieken’.

Foto: Schermafbeelding van deel bijlageDiversiteit in de cultuursector’ van het ministerie van OCW over ‘Herkomst’.

AfD-sympathisant brengt bestuur van tentoonstelling tot conclusie dat politieke neutraliteit onmogelijk blijkt. De zaak Axel Krause

with one comment

De zaak Axel Krause, ofwel Der Fall Axel Krause houdt de Duitse kunstwereld bezig. En dan vooral in de nieuwe deelstaten van de voormalige DDR en in het bijzonder in Leipzig. Het gaat om de vrijheid in en van de kunst. Moet de kunst- of museumsector een moraalvrije zone zijn of niet? Of liever gezegd, kan het dat zijn in deze tijden van identiteitspolitiek en polarisatie en de reactie daarop waarbij demagogie niet gespaard wordt?

Axel Krause (1958) is een schilder uit Leipzig die met de Neue Leipziger Schule met onder andere Neo Rauch geassocieerd wordt. Krause sympathiseert met de rechts-radicale AfD en dat wordt hem door velen in de kunstwereld niet in dank afgenomen. De in zijn ogen massa immigratie in 2012 onder kanselier Merkel acht hij een grote fout en de reactie daarop van de AfD als een correctie. Voor de politiek heeft hij weinig goede woorden over. Zijn galerie Kleindienst in Leipzig heeft de samenwerking met Krause na 14 jaar opgezegd.

Afgelopen week heeft de zaak Krause ook de jaarlijkse Leipziger Jahresausstellung getroffen. Op de site staat onderstaande verklaring te lezen. Erin valt de worsteling te lezen om de juiste houding te vinden. Op 31 mei wordt verkondigd dat het bestuur besloten heeft om Krause uit te sluiten omdat ‘De publieke verklaringen van Axel Krause in tegenspraak zijn met de ethische principes van onze vereniging’. Het bestuur zegt ‘de kunst niet meer van de kunstenaar te kunnen scheiden’ en daarom per 1 juni 2019 af te treden omdat ‘politieke neutraliteit in deze tijd onmogelijk blijkt’. Op 1 juni wordt er een verstrekkende mededeling aan toegevoegd, namelijk dat de tentoonstelling wordt geannuleerd. Als reden wordt gegeven dat de sfeer gepolitiseerd en behoorlijk verhit is en er in die situatie geen tentoonstelling gegarandeerd kan worden zoals in de afgelopen 25 jaar. De zaak wordt doorgeschoven naar een nieuw bestuur dat beslist over een nieuwe procedure. Men kan zich een voorstelling maken van verhitte debatten met schreeuwende discussianten die allen het gelijk aan hun zijde claimden. Het bestuur voelt zich ongelukkig omdat het daartussen niet kan en wil kiezen.

In een commentaar toont cultuurjournalist Jörg Schieke van omroep MDR weinig begrip voor de afgelasting. Hij meent dat het bestuur van de Leipziger Jahresausstellung in de val trapt die de AfD heeft gezet en eraan meehelpt om de openheid in te perken: ‘Irgendwer sagt AfD, und schon wird im Lager der Kunstwächter eingeteilt und zensiert, zurechtgewiesen und ausgeschlossen. Mit einem zudringlichen, beängstigenden Eifer werden  ideologische Knöllchen verteilt, und der Kampf wird damit genau in jenen Käfig getragen, den die AfD ja gerade dafür eingerichtet hat’. Waarom mag het publiek niet zelf oordelen over de twee schilderijen van Axel Krause die getoond werden, aldus Schieke? Wordt het te stom geacht? Vooral in de voormalig DDR zijn de wonden nog vers, het is nog geen 30 jaar geleden dat de muur viel en burgers rechteloos waren. Ze moesten hun onschuld bewijzen tegenover de zittende macht. Schieke meent dat het bestuur onder druk is gezet en bakzeil heeft gehaald. Het cynisme druipt van het commentaar af als hij meent dat degene die aan de deur afgewezen wordt de winnaar is omdat iedereen uitsluitend over hem praat. Over Axel Krause dus.

Foto 1: Schermafbeelding van persverklaring van het bestuur van de Leipziger Jahresausstellung over de afgelasting van de tentoonstelling 2019, 1 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarAbsage in Raten: Wenn Kunst und Politik durcheinander gehen’ van Jörg Schieke voor MDR KULTUR, 3 juni 2019. Met links naar artikelen over de zaak Axel Krause en de vrijheid van de kunst.

FvD’ers zijn eigenlijk minder sterk anti-EU dan het lijkt. Ze worden door media en partijleider Thierry Baudet zo gemaakt. En misleid

with one comment

FVD’ers zijn sterker anti-Europa dan PVV’ers’, zegt de inleiding van een artikel in NRC van 24 mei 2019. Het baseert zich voor deze conclusie op het onderzoekEP19; Verkiezingsonderzoek Ipsos in opdracht van de NOS’ van IPSOS dat als officiële publicatiedatum 29 mei 2019 heeft. Het is onduidelijk op welke versie van het onderzoek de journalist van NRC zich voor zijn artikel heeft gebaseerd. Uit het onderzoek komt een gemengd beeld naar voren en blijkt niet eenduidig dat FvD’ers sterker anti-Europa zijn dan PVV’ers. Waarom NRC het heeft over ‘anti-Europa’ en niet ‘anti-EU’ is raadselachtig. Want het onderzoek gaat er uiteraard niet over of Nederland uit Europa moet stappen. Zo is 36% van de stemmers op FvD het ermee eens dat ‘Nederland uit de Europese Unie moet stappen’, terwijl dat percentage voor de PVV’ers 45% is. Met de stelling ‘Nederland moet de euro omruilen voor de gulden’ is 38% van de stemmers op FvD het eens, terwijl dat percentage voor de PVV’ers 45% is. Dit rechtvaardigt echter niet de conclusie dat FvD’ers sterker anti-Europa zijn dan PVV’ers. Het is eerder andersom. Maar de stemmers op deze twee radicaal-rechtse partijen verschillen in standpunten over de EU met elkaar significant ten opzichte van de gemiddelde Nederlander die op andere partijen stemt.

Wat uit het onderzoek blijkt is dat FvD’ers iets negatiever denken over het door de EU verplicht opgelegde opnemen van asielzoekers en het verminderen van immigratie van buiten de EU dan PVV’ers. Maar dat maakt FvD’ers vooral sterk anti-immigratie. Dat heeft op zich niks te maken met hun houding tegenover de EU.

Het standpunt van FvD over de Europese Unie staat op de site. Het betoog in deze paragraaf komt erop neer dat de EU niet te hervormen is, en Nederland er daarom uit moet stappen. Dat moet via een referendum. Dat is een verdedigbaar standpunt, maar omdat FvD het beredeneert met aannames die niet onderbouwd worden maar claims blijven, zoals ‘De EU is grenzeloos uitgedijd en verworden tot een volstrekt ondemocratische moloch’ en ‘Het is een achterhaald bestuursmodel; een kartel bovenop het kartel’ draait deze paragraaf vooral in zichzelf rond. Als een draaitol die graag de aandacht op zichzelf vestigt en nergens start en nergens landt.

FvD spreekt zichzelf tegen als het zegt: ‘De open grenzen leiden tot ongecontroleerde immigratie en een hoger risico op terreuraanslagen’. Als dit zo is, wat zeer te betwijfelen valt, dan is dit des te meer een reden om dit aan te pakken door het beleid te veranderen en zo de EU te hervomen. Dat is in praktijk ook precies de realiteit van het migratiebeleid van de EU sinds de Turkije-deal uit 2015 van Rutte en Merkel met Erdogan.

De volgende zin verdient extra aandacht omdat het perfect aantoont hoe FvD feiten uit meningen laat volgen: ‘(..) roekeloos avonturisme (zoals bijvoorbeeld het dramatische Associatieverdrag met Oekraïne, dat een burgeroorlog en een conflict met Rusland veroorzaakte’. Daar valt los van het slordig en overbodig gebruik van adjectieven veel op af te dingen. Zo is er sinds 2014 geen sprake van ‘burgeroorlog‘ in Oost-Oekraïne, maar van een oorlog tussen landen: Oekraïne en de Russische Federatie. Reguliere (speciale) troepen van de Russische krijgsmacht opereren sinds 2014 onrechtmatig op Oekraïens grondgebied, te weten de Donbas en de Krim en doen ermee volgens de meerderheid van de wereldgemeenschap de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne geweld aan. De associatie overeenkomst van de EU met Oekraïne kent een lange voorgeschiedenis van 20 jaar onderhandelingen. Op 21 november 2013 was het niet de EU die roekeloos handelde, maar zette het Kremlin de toenmalige pro-Russische Oekraïense president Viktor Janoekovitsj onder druk om de onderhandelingen op te schorten. Dit werd de aanleiding voor de Maidan-opstand van februari 2014 toen Janoekovitsj zich gedwongen voelde om naar de Russische Federatie te vluchten. Het was het Kremlin die de eigen invloed in Oekraïne had overschat, Oekraïne geen neutrale en autonome positie tussen Oost en West gunde en dit conflict eigenhandig had veroorzaakt. FvD stelt de feiten verkeerd voor.

Door de afwijzing van de muntunie en de euro wil FvD terugkeren naar de situatie van voor 2002, toen Nederland de gulden had. Hiermee kiest FvD voor een Nederland dat op zichzelf wordt teruggeworpen en afhankelijk is van andere landen. Zoals het wispelturige VS van Trump of een economisch agressief China die regeren via macht en geen compassie hebben voor zwakke landen. Met losvaste verdragen en lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte kan Nederland geen vuist maken. Door te kiezen voor de gulden zou Nederland zich afhankelijk maken van het internationale betalingssysteem SWIFT dat door de VS wordt gedomineerd. Van ontwikkelingen om de euro als internationale betalingsmunt naast en in plaats van de dollar te gebruiken zodat de onafhankelijkheid van de EU-lidstaten wordt veiliggesteld neemt de FvD afstand. Dat is een kortzichtige en eerlijk gezegd nogal naïeve politiek die Nederland en de Nederlanders beschadigt.

Waarom de FvD niet inzet op de eis voor een harde en stevige hervorming van EU en de Eurozone is het raadsel van deze paragraaf. Ondanks het beeld dat NRC van de achterban van FvD schetst is die niet sterker anti-EU dan de achterban van de PVV. De enige logische verklaring voor alle ongerijmdheden en onwaarheden in deze paragraaf is dat partijleider Baudet niets met de feiten en het welzijn van de Nederlanders heeft, maar vooral een spel speelt dat bestaat uit negativisme en balorigheid die zijn eigen profilering moet dienen. Meer is het niet. Het valt vooral de meelopers in FvD te verwijten dat ze hierin Baudet kritiekloos volgen. Ze geven hem de gelegenheid en laten zich zonder tegenspraak kleinmoedig verleiden tot het volgen van onwaarheden.

Foto: Schermafbeelding van paragraafEuropese Unie’ op de site van FvD.

Wat te vinden van het Marrakesh Pact? Politiek noch media geven onpartijdig en volledig antwoord

with 6 comments

Ik kan het gemist hebben, maar op sociale media en online versies van nieuwsmedia heb ik geen onpartijdig, objectief en volledig verslag met opsomming van de voor-en nadelen over het ‘Mondiale pact voor veilige, ordelijke en reguliere migratie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking‘ ofwel het Marrakesh Pact kunnen vinden. Het is zelfs als lastig om daar verwijzingen naar de oorspronkelijk tekst te vinden. In België dreigt er een regering over te vallen en in Nederland profileren radicaal-rechtse partijen zich ermee.

Wat zijn nou de feiten voor de nieuwsconsument aan de hand waarvan die zich een mening kan vormen? Is het pact juridisch bindend of niet-bindend? Maakt het pact een onderscheid tussen politieke vluchtelingen en economische migranten? Hoe zit het met de bescherming van migranten die door Europese landen worden teruggestuurd naar dictatoriale landen? Zo wordt het ongemak over het pact het ongemak over de journalistiek dat zich óf de ene of de andere kant uit laat sturen óf uit onvermogen maar helemaal zwijgt.

Het debat bij DW English is een voorbeeld van de partijdigheid. Het panel lijkt te eenzijdig pro-pact samengesteld om objectief te zijn. Nadelen komen onvoldoende over het voetlicht. Maar met tegenstanders erbij dreigt het debat met oneliners en alternatieve waarheden verstoord te worden. Ook over het verslag van VRT Nieuws twijfel ik of het onpartijdig is. Ik blijf met twee vragen zitten: wat moet ik van het pact vinden en waarom kunnen de media er geen onpartijdig, inzichtelijk en volledig verslag van geven? Dat brengt me op de vraag waarom de burger niet serieus wordt genomen door de politiek en als nieuwsconsument door de media.

Written by George Knight

5 december 2018 at 13:29

Putin, Orban en Wilders kapen het christendom. Kerkleiders moeten hun godsdienst uit handen van radicaal-rechtse politici redden

leave a comment »

Hoewel de hitte van dat debat wat lijkt afgenomen, werd kort geleden steevast opgemerkt dat de islam wordt gekaapt door radicalen en ‘gematigde moslims’ zich daar niet of onvoldoende tegen verzetten. Geestelijke leiders zouden zelfs vuile zaak doen met politieke leiders. Zodat de islam radicaliseert en politiseert, en verder van de gelovigen komt af te staan. Dat mechanisme zou onder meer te maken hebben met het begrip van de wereldgemeenschap van moslims, de ummah. Vanwege de broederschap behoren moslims elkaar niet af te vallen: ‘De moslims zijn door Allah uitgeroepen tot broeders in het geloof. En eenieder dient te weten dat alle overige banden ondergeschikt zijn aan de band die een moslim met zijn broeder heeft, zelfs de familiebanden.’ Deze interpretatie houdt in dat de redelijkheid wordt geneutraliseerd en de islam een vrijbrief voor radicalisering en politiek gebruik in zich verborgen houdt. De brutaalste opportunisten en hardste schreeuwers kapen een godsdienst uit handen van gelovigen die het machteloos zien gebeuren. Kritiek uit niet-islamitische kring was dat hiermee de hele islam gecorrumpeerd werd en daardoor ongeloofwaardig was geworden. Volgens sommigen zelfs geen godsdienst meer was, maar een politieke ideologie.

Religiekritiek is nodig om religieuze organisaties met de beide voeten op de grond te houden. Die kritiek moet wel naar alle kanten even sterk klinken om geloofwaardig te zijn. Dat is nu niet het geval. In Europa klinkt nauwelijks kritiek op het christendom zoals dat op de islam klinkt. Namelijk als het om politieke redenen door radicalen gekaapt wordt, ze zich op hun christelijke inborst beroepen en de kerkleiders de kaping van hun godsdienst kritiekloos laten gebeuren. Want het is een vals beroep. Het komt niet voort uit overtuiging, maar uit machtspolitiek. Dat verschil in benadering van de islam en het christendom is opvallend.

Politieke leiders als de Russische president Vladimir Putin of de Hongaarse premier Viktor Orban kapen het christendom zonder dat in Europa een maatschappelijk debat met fundamentele kritiek hierop ontstaat. Waar zijn de ‘gematigde christenen’ die zich ertegen verzetten dat hun godsdienst wordt gekaapt? Waarom zwijgen ze? Orban zegt dat het de christelijke plicht is om Europa te behoeden voor de toevloed van islamitische vluchtelingen uit het Midden-Oosten. Dat is berekening en politiek opportunisme. Dat heeft niet alleen niets met naastenliefde te maken dat een groot goed van het christendom is, maar staat er zelfs haaks op.

In de VS is het president Trump die financiële oplichting en omgang met porno-actrices en fotomodellen combineert met een beroep op het christendom. Hij krijgt hiervoor steun van conservatieve kerkleiders in een Faustiaanse verkoop van de ziel van hun godsdienst. Valse lof en profeten die op zoek zijn naar winst zijn niet nieuws, maar hebben zich voor het eerst in de kern van de macht genesteld. Hoewel ook daar weer een reactie op komt. Een recente ontwikkeling is dat christelijke gelovigen zich afkeren van hun godsdienst omdat de hypocrisie te groot is geworden in twee jaar Trump. De conclusie van een artikel in Salon omschrijft waar het om gaat: ‘Als christelijke hypocrisie niet wordt aangepakt, zal de georganiseerde religie niet standhouden.’

Paus Franciscus van Rome lijkt het gevaar te beseffen dat het christendom wordt gekaapt door rechtse politieke leiders die ermee op de loop gaan en het voor eigen gewin naar de afgrond voeren. De hypocrisie wordt voor ‘gematigde christenen’ te groot als ze dit zien gebeuren en tevens bespeuren dat hun kerkleiders zich er onvoldoende tegen verzetten en het initiatief over hun eigen godsdienst uit handen geven aan politici. Om hun eigen geloofwaardigheid te behouden en hun godsdienst te redden is het de hoogste tijd dat Europese kerkleiders hard stelling nemen tegen Putin, Orban, Wilders of Trump met hun vertekening van de werkelijkheid en de rol van het christendom daarin en aan gelovigen en andersdenkenden uitleggen waar hun kritiek uit voorkomt. De associatie met politiek rechts beschadigt het christendom. Immigratie naar Europa is een onderwerp dat een evenwichtig beleid verdient met als uitgangspunten compassie en haalbaarheid.

Christendom of islam verdienen het niet om in die controverse vermalen te worden als een halffabrikaat voor radicaal-rechtse politici. Om dat te verhinderen moeten de kerkleiders zich wel duidelijk gaan uitspreken en ontworstelen aan de macht van de wereldse leiders over hun godsdienst. Paus Franciscus kraakt kritische noten in de op 9 april gepubliceerde apostolische vermaning ‘GAUDETE ET EXSULTATE’ (‘Vrolijk en verblijd zijn’) over het onderwerp heiligheid. Zijn probleem is dat de bandbreedte voor een religieus leider klein is en het vooralsnog moet blijven bij indirecte en omfloerste kritiek. Het is de taak voor (christelijke) media om de kritiek van de paus en Europese protestante kerkleiders op te pakken en te vertalen naar een breed publiek.

Foto 1: Schermafbeelding van paragraaf 103 over de vreemdeling in de apostolische vermaning ‘GAUDETE ET EXSULTATE’ van Paus Franciscus, 9 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van illustratie in artikelHungary’s leader says he’s defending Christian Europe. The pope disagrees.’ in The Washington Post, 10 april 2018.