Gedachten bij foto’s van de Churin-winkel in Harbin (1930-1939)

Wat zien we? Twee vrouwen en één man in een winkel. Wacht even, bij nader inzien gaat het om één man en twee paspoppen. Dat voldoet aan de eis van 1,5 meter afstand houden en elkaar met niet meer dan drie mensen ontmoeten. Enfin, paspoppen tellen niet mee. De man in de stoel mag nog twee mensen ontmoeten. Maar zo te zien loopt het geen storm. Er is volop ruimte in de winkel. Het zijn de jaren 1930. Dat zal wel aan de damesmode af te leiden zijn. Pas in 1898 werd Harbin gesticht door Russen die het in 1905 verloren aan Japan. In 1946 kwam de stad definitief onder Chinese controle. De man is een Russische immigrant, of wellicht iemand die gewoon gebleven is tijdens regime-wisselingen. Kan men dan trouwens wel van een immigrant spreken als niet de inwoners uitwijken, maar de landsgrenzen dat doen? De fotograaf is Vladimir Pavlovich Ablamskii die het leven van de Russische immigranten in Harbin vastlegde. Beide foto’s tonen het beroemde Churin-warenhuis in Harbin. Het lijkt eerder een museum. Het warenhuis bestaat nog steeds als deel van de Chinese Qiulin Group. Wat houdt geschiedenis ons toch soms een onbegrijpelijke spiegel voor.

Foto 1: Vladimir Pavlovich Ablamskii, ‘Inter’er magazina Churina v Kharbine’, (‘Het interieur van de Churin-winkel in Harbin’). 1930-1939. Collectie: Library of Congress.

Foto 2: Vladimir Pavlovich Ablamskii, ‘Znamenityĭ magazin Churina v Kharbine’, (‘De beroemde Churin-winkel in Harbin’), 1930-1939. Collectie: Library of Congress.

Personeelstekorten op arbeidsmarkt vragen om integrale aanpak met Deltaplan. Migratie kan bescheiden deel van de oplossing zijn

In een reactie op het opinie-artikelMigratie als oplossing‘ van lector Jaswina Bihari-Elahi op de FB-groep We Have a Dream (WHD) heb ik onderstaande reactie geplaatst. Bihari-Elahi is kernlid van WHD, zoals ik dat ook ben. WHD is een soort denktank van overwegend linkse mensen die nadenken over een andere vorm van politiek. In mijn reactie vraag ik om een projectminister voor Arbeid die als doelstelling krijgt om de personeelstekorten op de arbeidsmarkt op te lossen, maar ook de arbeidsvoorwaarden te verbeteren:

De arbeidsmarkt is complex. Het is naar mijn idee te simpel om te zeggen dat de oplossing voor het tekort aan arbeidskrachten in migratie moet worden gezocht. Er is ook nog zoiets als maatschappelijke acceptatie van migranten. Of we de weerstand ertegen afkeuren is ondergeschikt, het is een feit dat dit bestaat. Wat niet wil zeggen dat voor speciale sectoren de toestroom van migranten geen uitkomst kan bieden. Maar het lijkt te grof om immigratie als oplossing voor de problemen op de arbeidsmarkt voor te stellen.

Een betoog dat in migratie een oplossing voor personeelstekorten in onder meer zorg, onderwijs en bouw ziet draagt een paradox in zich. Want door de toestroom van niet-tijdelijke migranten neemt hoe dan ook het beslag op de voorzieningen (wonen, onderwijs, gezondheidszorg) toe. Dat zijn dezelfde migranten die dat tekort vervolgens moeten helpen oplossen. Dat is een circulair proces. Uiteraard zijn de aantallen niet identiek, maar dit aspect behoort wel in het betoog ingecalculeerd te worden.

Er spelen vele aspecten. Zoals de robotisering en standaardisering van werk. Dat is een ontwikkeling die nog maar net begonnen is. Naar verwachting zal er in de komende decennia op middenniveau veel werk verdwijnen. Het betekent dat in bepaalde sectoren geen personeelstekorten, maar overschotten ontstaan. Het aldus vrijkomende personeel kan indien geschikt via omscholing doorstromen naar de sectoren waar het personeelstekort het meest nijpend is. Dan is er het percentage deeltijdwerk van vooral (getrouwde) vrouwen dat in Nederland naar verhouding hoog is. Ofwel, deze vrouwen zijn tijdelijk verloren voor de arbeidsmarkt, maar zouden met een goed flankerend overheidsbeleid weer terug aan de slag kunnen. Bijvoorbeeld door een beter schoolsysteem dat kinderen beter opvangt, hogere salariëring, minder werkdruk en betere pensioenvoorwaarden. Zo’n aanpak zou een deel van de personeelstekorten in de zorg en het onderwijs op kunnen lossen. Ook zijn er gepensioneerden die vanwege fiscale maatregelen ervoor (moeten) kiezen om hun functie definitief te verlaten, terwijl hun het werk feitelijk onmogelijk wordt gemaakt.

Het is de vraag of de reden voor de personeelstekorten in andere genoemde sectoren, te weten de NS, de detailhandel, de horeca, de ICT sector, en zelfs de IND ondubbelzinnig ligt in de demografie. Problemen in de horeca en de detailhandel hebben te maken met de lage salariëring, van de IND met de slechte, om niet te zeggen chaotische politieke aansturing en in de ICT sector door een verkeerde scholing ofwel een onvoldoende afstemming van het onderwijsaanbod en de vraag van de ICT sector. Ook bij de NS kunnen door omscholing via het reguliere onderwijs of het eigen NS-omscholingsonderwijs de tekorten aangepakt worden. Bij sectoren die snel groeien zoals horeca, bouw of IND is de vraag niet afgestemd op het aanbod. Dat is het naijlend effect van de bekende varkenscyclus. Dat is een tijdelijk probleem.

Daarbij komt de economische en maatschappelijke vraag of vluchtelingen en arbeidsmigranten voldoende kunnen meedraaien in het arbeidsproces en daarvoor de juiste startkwalificatie hebben. Het valt te bezien of het macro-economisch nuttig is om ze die kwalificatie bij te brengen. Uiteraard zijn er binnen deze groepen gemotiveerde en geschoolde mensen. Het ligt voor de hand om deze categorie in te zetten op de arbeidsmarkt. Maar dat gaat minder ver dan de oplossing van personeelstekorten in migratie te zoeken. De spreekwoordelijke apotheker uit Aleppo van voormalig vice-premier Lodewijk Asscher was bij de Syrische vluchtelingen de uitzondering. Volgens het SCP uit 2018 had slechts 20% een universitair diploma en eenderde alleen basisonderwijs. Voor andere migranten en vluchtelingen uit landen als Eritrea of Afghanistan zal dat percentage niet anders liggen. Migranten uit Iran zijn de gunstige uitzondering.

Er zou een Deltaplan voor de arbeidsmarkt moeten komen. Met een projectminister die dat coördineert. Per sector zou een plan van aanpak gemaakt moeten worden dat ernaar kijkt hoe de arbeidsvoorwaarden verbeterd kunnen worden en hoe vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd kunnen worden. Aspecten die dan als eerste bekeken moeten worden zijn onderwijs; omscholing; deeltijdwerk voor 67-plussers; fiscale maatregelen; betere salariëring en minder werkdruk; herintreding, opwaardering en de omslag naar voltijdwerk van vooral vrouwen. In zo’n integraal plan kan migratie een rol spelen als deel van de oplossing. Maar beseft moet worden dat de betekenis daarvan vanwege maatschappelijke en economische overwegingen voor de korte termijn bescheiden zal zijn.

Foto 1: Deel van artikel ‘Migratie als Oplossing’ van Jaswina Bihari-Elahi op FB-groep We Have a Dream (WHD)

Foto 2: Vacature van Eetwinkel Kwebbles waarbij ervaring niet nodig is.

Enquête over bevolkingsgroei en immigratie laat pijnlijk uitkomen dat Nederland een immigratieland zonder immigratiebeleid is

Of men het wel of niet eens is met de analyse van demograaf Jan Latten naar aanleiding van een onderzoek naar bevolkingsgroei en immigratie dat in opdracht van De Telegraaf werd gehouden, op één punt heeft hij onmiskenbaar gelijk. Namelijk dat Nederland een samenvattend beleid moet ontwikkelen over immigratie. Hoe bizar het ook klinkt, dat ontbreekt op dit moment. Dat is ongewenst. De Nederlandse politiek moet zelf kunnen bepalen wat het met het land wil. Zoals Latten zegt is het een politieke beslissing hoe om te gaan met het binnenlaten van migranten. Juist daarom moeten de knoppen ontwikkeld worden waar Nederlanders aan kunnen draaien. Links- of rechtsom. De absurditeit is dat vanaf de komst van de gastarbeiders in de jaren 1960 de Nederlandse politiek ontkent een immigratieland te zijn, terwijl de feiten al tientallen jaren aangeven dat Nederland dat wel is. Bij de status van een immigratieland hoort een immigratiebeleid. Zoals landen als Canada of Australië dat hebben. De interessante vraag is door wie dat de afgelopen decennia is geblokkeerd. Overigens, het is de vraag of de grenzen zo makkelijk kunnen worden gesloten als Latten veronderstelt.

Raad van Toezicht meent dat directeur Manuhutu verantwoordelijk is voor chaos bij Migratie Museum in Den Haag

U wist waarschijnlijk niet dat het er was, maar het Migratie Museum in Den Haag is niet meer. De Haagse Wethouder Bert van Alphen (GroenLinks) die overigens niet cultuur in zijn portefeuille heeft (dat is wethouder Robert van Asten) maar wel sociale zaken als emancipatie en integratie zegt dat het Migratie Museum is verdwenen, maar het idee erachter niet. Hoe dan ook lijkt de voormalige directeur Wim Manuhutu de kwade genius zoals uit een persverklaring van de Raad van Toezicht van het Migratie Museum op de site van het museum blijkt. De Raad van Toezicht houdt Manuhutu niet alleen verantwoordelijk voor de chaos en het mismanagement, maar verwijt hem ook dat hij zich tot op dit moment niet wil verantwoorden. Manuhutu was eerder directeur van het Moluks Museum (Museum Maluku) in Utrecht dat in 2012 definitief de deuren sloot.

‘Met de verklaring reageert de Raad van Toezicht op het besluit van de gemeente Den Haag om hard in te grijpen. Het museum blijkt een jaar geen huur te hebben betaald voor het gebruik van het gebouw aan het Hoge Zand in het centrum van de stad. Ondanks ‘herhaald aandringen’ werd de openstaande rekening niet voldaan. Nog deze maand wordt een deurwaarder ingezet om het gebouw te ontruimen. Ook zijn de plannen voor de toekomst op dit moment zo slecht onderbouwd dat het museum vooralsnog niet hoeft te rekenen op subsidie van de gemeente, aldus wethouder Bert van Alphen (GroenLinks, integratie)’, zo meldt Omroep West.

Uit een kopie van de site van het Migratie Museum van 5 december 2019 blijkt de Raad van Toezicht de onderstaande samenstelling te hebben. Opvallend is dat geen van de leden van de Raad een praktische museumachtergrond heeft en alleen bij Gunay Uslu in haar professionele leven enige betrokkenheid met de museumsector valt af te leiden. Men kan dan ook de vraag stellen hoe evenwichtig de Raad van Toezicht was samengesteld en of dat van invloed is geweest op de ontstane problemen of de controle erop. Merkwaardig is dat in een bericht van Omroep West van 20 januari 2020 Wim Manuhutu zegt dat hij al sinds augustus 2019 niet meer aan het Migratie Museum verbonden is en daarom ‘‘geen actuele informatie’ kon geven.’ Volgens de persverklaring van de Raad van Toezicht heeft Manuhutu op 15 juli 2019 ‘per mail’ zijn functie neergelegd.

Foto 1: Persverklaring van de Raad van Toezicht van het Migratie Museum

Foto 2: Kopie van 5 december 2019 van de organisatie van het Migratie Museum.

Paul Mason geeft zijn visie op Labour, ‘open links’, de links-rechts verhoudingen in de politiek en steunt Keir Starmer

Update 4 april 2020: Vandaag maakte de Labour Party bekend wie de leiderschapsverkiezingen heeft gewonnen. Zoals verwacht is favoriet Keir Starmer de winnaar. Hij is de opvolger van Jeremy Corbyn. Als deputy is Angela Rayner gekozen.

De Britse journalist en Labour-aanhanger Paul Mason geeft zijn visie op de politiek. Hij geeft zijn voorwaardelijke steun aan Keir Starmer bij de verkiezingen voor het leiderschap van Labour. Hij meent dat Starmer niet alleen alle facties binnen de partij kan verenigen, maar ook het centrum en links kan verenigen. Mason ziet dat als enige reëele optie én noodzaak om het stilzwijgende verbond van rechts-radicalen en conservatieven te verslaan. Ongenoemd blijft dat Starmers geloofwaardigheid en politieke handigheid daarbij onmisbaar zijn. Zo’n brede centrum-linkse coalitie zou ook voor Nederland kunnen gelden met een verbond dat is opgebouwd rond Labour (PvdA), een LibDem centrum (D66) en de groenen (GroenLinks). Mason pleit voor een ‘open links’ dat geen etnische groepen uitsluit, het klimaatprobleem aanpakt en intern pluriform is.

Hij is tegen kandidaat Rebecca Long-Bailey, op dit moment de grootste concurrent van Starmer, die de erfenis van het gesloten en autistische Cobynism met zich meesleept inclusief allerlei kaderleden, Lisa Nandy die een goede analyse heeft maar geen antwoorden geeft en Jess Phillips die hij als een vertegenwoordiger van het centrum-rechtse Blairisme die zelfs door krachten van buiten Labour zou worden gesteund. Met Emily Thornberry kan hij vrede hebben, maar hij vindt dat ze niet in het moment zit. In Keir Starmer ziet Mason de enige voor vele facties geloofwaardige kandidaat die Labour een nieuwe, ambitieuze start kan laten maken.

Belangwekkend is wat Mason over Schotland zegt. Als dat land uit de Unie stapt, dan voorziet hij een dominantie van de Conservatieve partij die moeilijk veranderd kan worden omdat de sterke, centrum-linkse SNP dan uit het parlement in Westminster verdwijnt. Zo beredeneerd zou Boris Johnson en de partijleiding van de Tories een uittreden van Schotland uit de Unie goed uitkomen. Op één aspect ben ik het oneens met Mason als hij verwijst naar Bernie Sanders die door professionele adviseurs omgeven zou zijn. Mason suggereert dat Sanders een kansrijke, aanvaardbare kandidaat is. Een Never Trumper als de gezaghebbende voormalige Republikeinse strateeg Rick Wilson schat dat anders in als hij in een interview met Salon de Democratische kandidaten Joe Biden, Elizabeth Warren en Pete Buttigieg als levensvatbaar (viable) ziet, maar Sanders niet omdat hij het cliché van ‘de enge oude socialistische figuur’ bewaarheidt en volgens Wilson afgemaakt zal worden door de campagne van Trump als hij de Democratische kandidaat wordt. Ik ben dat met Wilson eens.

Oostenrijkse coalitie met Groenen biedt de conservatieve ÖVP de mogelijkheid om te vechten voor het goede gevecht

Zoals verwacht komt er in Oostenrijk een coalitieregering van rechts met links. Van de conservatieve Oostenrijkse Volkspartij ÖVP met de progressieve Die Grünen. Deze partijen hebben samen 97 van de 183 zetels in het lagerhuis, de Nationalrat. Bondspresident Alexander Van der Bellen is lid van De Groenen.

De ideologie van de ÖVP wordt afwisselend omschreven als christen-democratisch, liberaal, conservatief of zelfs als een soort sociaal-democratie vanwege de economische interventie van de regering. Deze ‘zwart-groene’ coalitie wordt als voorbeeld gesteld voor regeringen in andere landen. Zoals Duitsland waar de CDU/CSU en Die Grünen op elkaar aangewezen lijken te worden door de implosie en radicalisering van de SPD en in Nederland waar GroenLinks al enkele jaren naar het centrum beweegt en aansluiting zoekt bij Rutte III. Hoewel de in de tijd en mentaliteit terugtrekkende bewegingen van het CDA en de VVD op het stikstofdossier het erg lastig maakt om een realistische politiek te voeren. De paradox is dat het op dit moment niet de linkse partijen, maar gematigd rechtse partijen zijn die zich op het klimaatdossier onrealistisch opstellen. Hoe dan ook geeft het Oostenrijkse voorbeeld focus en inspiratie voor politieke partijen in andere Europese landen.

Er bestaat zowel bij links als bij rechts misverstand over wat conservatisme is. Trumpisme, Forum voor Democratie of alt-right met ondergangsfantasieën, racisme en een stop op migratie passen niet binnen de hoofdstroom van het conservatisme en staan er in politiek-filosofisch oogpunt mijlenver vanaf. Daarom is de coalitie van ÖVP en Die Grünen in Oostenrijks een belangrijke ontwikkeling omdat het eraan mee kan helpen dit hardnekkige misverstand uit de weg te ruimen. Want het combineert behoudende met vooruitstrevende politiek binnen de lijnen van de democratie en de rechtsstaat. De intellectuele acrobatiek van opinieleiders op radicaal-links én radicaal-rechts die verkondigen dat het conservatisme in de kern een belangrijke revolutionaire component heeft is onwaarachtig, leugenachtig en zelfs bewust misleidend omdat het het conservatisme tot buiten de eigen bedding oprekt. Dat is conservatisme dat geen conservatisme meer is.

Columnist Tim Carney brak in september 2019 in een belangrijke column in de rechtse Washington Examiner een lans voor herwaardering van het conservatisme. De titel ‘It’s time to create a conservative ecosystem that doesn’t welcome racists’ gaf de opzet en de afbakening goed aan. Carney: ‘Conservatieven zouden er een prioriteit van moeten maken om te vechten voor de fundamentele waardigheid en gelijkheid van raciale minderheden aan wie die waardigheid en gelijkheid is ontzegd. Het zal decennia van onrechtvaardigheid vereisen om dat te overwinnen en zal dus niet snel gebeuren. We zullen links niet ontnuchteren met betrekking tot hun zelfvoldane laster en verwaandheid, maar daar gaat het niet om. Conservatieven zullen troost kunnen vinden in het feit dat we vechten voor het goede gevecht en de racisten opjagen.’ De samenwerking met realistische Groene politiek kan vanwege de veilige politiek omgeving die het biedt eraan helpen meewerken om de conservatieven naar zichzelf te laten terugkeren. Weg van het racisme, weg van een harde migratiepolitiek en weg van het oprekken van rechtsstaat en democratie. Zoals Trump in de VS, Johnson in het VK en Centraal-Europese regeringsleiders in Hongarije en Polen afgelopen jaren deden.

Hopelijk is de samenwerking van traditionele conservatisme met progressief links een wekroep voor Nederlandse opinieleiders om conservatisme en alt-right niet langer gelijk te stellen en het begin van de ontmaskering van radicaal-rechtse columnisten van het type Wierd Duk of Leon de Winter die zich losjes met het conservatisme associeren om zo aan legitimiteit te winnen. Als ze niet begrijpen dat conservatisme het racisme niet oogluikend toestaat of kritiek op migratie billijkt, dan begrijpen ze niet alleen niet wat conservatisme is, maar begrijpen ze evenmin waar ze zelf voor staan. Hopelijk geeft het Nederlandse conservatieven zelfvertrouwen en ambitie om afstand te nemen van Baudet, Wilders en radicaal-rechtse organisaties en opinieleiders die het conservatisme de laatste jaren zo’n slechte naam hebben bezorgd.

Want types als Baudet gebruiken de term conservatisme of leunen daar stilzwijgend tegenaan om hun eigen racisme en witte hegemonie-denken te verhullen. Maar ze vallen eerder te omschrijven als anti-conservatief. Conservatieve principes als behoud van democratische normen, waarden en instellingen en voorlichting van het publiek over conservatieve principes zoals rechtsstaat, vrijhandel en uitbreiding van legale immigratie delen ze niet. Laten we ze daarom geen conservatieven noemen. Overigens hebben universele waarden in wisselende combinaties verschillende kinderen. Iedereen die beweert dat ze exclusief aan één politieke stroming toebehoren zit ernaast. Juist dat geeft conservatieven en Groenen een basis voor samenwerking.

Het conservatisme als ideologie bevat samenhang met min of meer vaste, gemeenschappelijke posities en denkwijzen over de natie, de familie, grondrechten, politieke besluitvorming, verandering en continuïteit. Het politieke verschil met progressieve Groenen is daarom groot, maar overbrugbaar in tegenstelling tot de kloof met partijen als PVV of FvD. In Oostenrijk wordt dat opgelost door uitruil van thema’s. Partijen mogen hun stokpaardjes berijden, zodat de ÖVP op kan komen voor de familie en traditionele verhoudingen, een fiscaal behoudende politiek of een strenge, maar rechtvaardige migratiepolitiek en de Groenen voor natuur, klimaat en sociale rechtvaardigheid. Het is een interessant experiment dat het sentiment van radicaal-rechts buiten de deur houdt en tegelijk het meest prangende probleem van dit tijdperk aanpakt: de klimaatverandering.

Ongelukkige marketing van CDA’er Wopke Hoekstra

Minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) gaat gelijk al de fout in als hij in het fragment van Jinek zegt: ‘Ik denk eerlijk gezegd dat wij allemaal, en dat geldt dus ook voor mij, te laat zijn gaan zien wat er bij die middenklasse aan de hand is’. Hiermee stelt hij dat degenen die aan de knoppen zitten dezelfde politieke verantwoordelijkheid hebben als degenen die niet aan de knoppen zitten. Hij kan het niet menen. Wat hij zegt is onzinnig en ontstijgt niet het niveau van politieke marketing. Waarom hebben hij of zijn partijgenoten niet gezien wat er de afgelopen jaren met de middenklasse is gebeurd en hebben ze voorstellen gedaan om de positie ervan te verbeteren? Hoekstra houdt zich dom en doet alsof hij niet weet uit welke hoek de wind waait.

Hoekstra heeft als minister van Financiën macht om in te grijpen. Hij verliest nog meer aan geloofwaardigheid als een eerlijk en zinvol analyticus als hij de positie van de middenklasse direct koppelt aan die van slecht geïntegreerde minderheidsgroepen en zijn eigen verantwoordelijkheid nog verder probeert af te schuiven.

Hoekstra treedt buiten zijn eigen lichaam, kijkt er van een afstand naar en doet er pseudo-koel verslag van alsof hij iets nieuws te melden heeft. Hij is zichzelf niet, maar wie hij wel is blijft onduidelijk. Hij is een lege huls die met marketing wordt gevuld maar in de kern een verwarde denker die z’n zaken niet op orde heeft.

Onder de middenklasse wordt de meerderheid van de bevolking verstaan. Naargelang de definiëring valt 60 tot 90% van de bevolking eronder. In inkomen loopt dat van 1 maal modaal tot (naargelang de omschrijving) 2,5 tot 3 maal modaal. Dus van 36.000 euro tot maximaal 90.000 of 108.000 euro. De middenklasse kan zich niet onttrekken aan de collectieve lastendruk. Dat achtereenvolgende kabinetten Rutte beweerden zich in te zetten voor lastenverlichting wil niet zeggen dat dit feitelijk ook bereikt is. Integendeel, de afgelopen jaren is de opbrengst uit lastenverzwaring door de overheden via heffingen, premies en belastingen met zo’n 3% van het bruto binnenlands product toegenomen tot bijna 39%. Dat wordt grotendeels door individuen opgebracht. Vermeend en Van der Ploeg concluderen aan de hand van een OESO-rapport van eind 2018 dat vooral de belasting- en premiedruk op arbeid in Nederland veel te hoog is. Dat is een langlopende ontwikkeling.

Er bestaat politieke consensus over dat de afgelopen decennia de middenklasse relatief in inkomen is achtergebleven en dat die relatieve achteruitgang gerepareerd moet worden. Alleen, als dat bij beloften blijft en spin van politici als Menno Snel (D66) en Wopke Hoekstra, dan zijn het niet meer dan mooie woorden.

Evenwichtige belastingheffing naar draagkracht en collectieve lastendruk die niet grotendeels op de middenklasse wordt afgewenteld kunnen niet los gezien worden van het aanpakken van belastingontwijking door vermogende individuen en internationaal opererende bedrijven. Het is al te makkelijk om de lastenverzwaring van de middenklasse die haar vermogen niet kan verbergen steeds meer op te schroeven.

Hoekstra handelt onethisch. Hij neemt geen verantwoordelijkheid voor eigen falen en schuift die kleinhartig af op minderheidsgroepen. Politici als Snel, Hoekstra of Rutte jongleren met mooie woorden, maar voegen niet de daad bij het woord. Dat is deels begrijpelijk omdat hun macht beperkt is vanwege het globale karakter van de economieën, het lastig aan te pakken probleem van de belastingontwijking en een slecht georganiseerde Belastingdienst, maar deels onbegrijpelijk omdat waar ze in de afgelopen jaren in konden grijpen te weinig hebben gedaan. In de VVD klinken sinds voorjaar 2019 met het oog op het neutraliseren van de populisten geluiden van Rutte en fractieleider Klaas Dijkhoff om de middenklasse te ontzien en het bedrijfsleven relatief zwaarder te belasten. Om niet achter te blijven doet Hoekstra in de jacht op de centrum-rechtse kiezer dezelfde duit in het zakje, maar haalt tegelijkertijd zijn betoog onderuit door zijn onmiskenbare gebrek aan oprechtheid en zijn zelfpromotie die de aandacht vestigt op zijn gebrek aan integriteit en samenhang.

Tim Carney steekt hand in eigen boezem: het conservatisme moet beter uitgelegd, en afgebakend worden tegenover racisten

Ook in Nederland bestaat er verwarring over wat conservatisme is. Door radicaal-links én radicaal-rechts wordt het soms op een lijn gesteld met racisme. Linkse opinieleiders als Merijn Oudenampsen dichten het conservatisme zelfs een revolutionaire dimensie toe zodat ze het naadloos kunnen verbinden met de denkwereld van Thierry Baudet of Donald Trump. Dat is bedenkelijke en kwaadaardige retoriek. Dat is ongelukkige, linksige intellectuele acrobatiek die vanwege de eigen politieke agenda het onverenigbare probeert te verenigen. Dat zou niet erg zijn als het de verwarring niet vergroot over wat conservatisme is.

Trumpisme, Forum voor Democratie of alt-right met ondergangsfantasieën, racisme en een stop op migratie passen niet binnen de hoofdstroom van het conservatisme. Wat traditionele conservatieven verweten kan worden is dat ze rechts-radicalen teveel politieke ruimte hebben gegeven. Ze hebben onduidelijkheid daarover laten bestaan. Vele conservatieven hebben de afgelopen 2,5 jaar overigens de Republikeinse partij verlaten omdat ze vinden dat die te veel naar rechts is getrokken en tot een sekte rond Trump is geworden.

Tim Carney probeert dat beeld te veranderen en breekt in een belangrijke column in de rechtse Washington Examiner een lans voor herwaardering van het conservatisme. Hopelijk is dat een wekroep voor Nederlandse opinieleiders om conservatisme en alt-right niet langer gelijk te stellen en het begin van de ontmaskering van radicaal-rechtse columnisten van het type Wierd Duk of Leon de Winter die zich losjes met het conservatisme associeren om zo aan legitimiteit te winnen. Als ze niet kunnen begrijpen dat conservatisme het racisme niet oogluikend toestaat of kritiek op migratie billijkt, dan begrijpen ze niet alleen niet wat conservatisme is, maar begrijpen ze evenmin waar ze zelf voor staan. Hopelijk geeft het Nederlandse conservatieven zelfvertrouwen en ambitie om afstand te nemen van Baudet, Wilders en radicaal-rechtse en nationalistisch-populistische organisaties en opinieleiders die het conservatisme de laatste jaren zo’n slechte naam hebben bezorgd.

Met ondersteuning van deze opvatting van conservatisme hoeft men er geen pleitbezorger of voorstander van te zijn, maar het brengt deze stroming als legitieme partner aan tafel voor politiek overleg. Dat is de winst.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikel ‘It’s time to create a conservative ecosystem that doesn’t welcome racists’ van Tim Carney in de Washington Examiner, 4 september 2019.

Bijlage ‘Diversiteit in de cultuursector’ bevat statistieken over herkomst waarvan de waarde en strekking discutabel zijn

Vandaag stuurde minister Van Engelshoven (OCW) haar brief ‘Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021 – 2024’ naar de Kamer. De brief en de bijlagen zijn hier te lezen. Reacties laten nog op zich wachten. De bijlageDiversiteit in de cultuursector’ is een ‘visuele samenvatting van de meest recente cijfers en ontwikkelingen in de personele diversiteit van culturele instellingen en adviescommissies van cultuurfondsen en raden’ en bevat bovenstaand diagram. Eruit blijkt dat ‘personen met een westerse en niet-westerse migratie achtergrond’ zijn oververtegenwoordigd in bestuur en personeel in de culturele sector. Vooral westerse migranten vallen op met een drie- tot viermaal zo grote vertegenwoordiging dan statistisch zou kunnen worden verwacht. Dat wordt een positieve ontwikkeling genoemd. Is het dat wel? Niet-westerse migranten blijven met 8% licht achter.

Wat is deze statistiek waard? Wie wordt er onder ‘personen met een westerse migratie achtergrond’ verstaan? Omvat dat Duitsers, Belgen, Britten en Amerikanen die al vele jaren in Nederland wonen en eigenlijk niet beschouwd kunnen worden als migranten, laat staan buitenlanders? Denk aan de talloze directeuren van Nederlandse musea van buitenlandse herkomst die in Nederland geïntegreerd zijn en die leden van het publiek zonder voorkennis niet zal aanduiden als migrant. Hoe relevant is dit onderscheid, waarom wordt het gemaakt en in een officieel overheidsdocument opgenomen, en wat moet het ons duidelijk maken?

Daarnaast is onduidelijk wat met wat vergeleken wordt en wat de vergelijking waard is. Hoe methodologisch correct is het om een subcategorie van de beroepsbevolking van 9 of 10% groot te leggen op de cultuursector? Want de beroepsbevolking is niet volgens een perfecte afspiegeling over de afzonderlijke sectoren verdeeld. De specifieke cultuursector met relatief veel middel- en hoogopgeleid personeel is dat weer anders afwijkend in dan bij andere sectoren. Ook in de landbouwsector zullen door het aantal werkzame Polen de ‘personen met een westerse migratie achtergrond’ waarschijnlijk oververtegenwoordigd zijn. Maar wat zegt dat dan?

Wat hier aan de hand is lijkt een geval van politieke hypercorrectie. Het zijn niet de ‘personen met een westerse migratie achtergrond’ waar het om gaat, maar ‘de personen met een niet-westerse migratie achtergrond’. De westerse migranten worden er aan de haren bijgesleept vanwege de statistiek over de niet-westerse migranten. Maar de redactie van deze bijlage geeft zich bloot in het commentaar bij deze diagram als die zegt: ‘Aandachtspunten. Hoewel het aandeel personen met een niet-westerse migratieachtergrond werkzaam bij culturele instellingen toeneemt, blijft deze achter bij de verhouding in de beroepsbevolking’.

Waarom wordt dit zo scherp gepresenteerd als volgens de statistieken de ondervertegenwoordiging minimaal is en het daarnaast onduidelijk is hoe de relatie tussen ‘niet-westerse migratie’ en opleiding is die specifiek is voor de culturele sector? Zo beredeneerd is er wellicht sprake van oververtegenwoordiging van ‘niet-westerse migranten’ die middel- of hoogopgeleid zijn. Aan de 19de-eeuwse Britse staatsman Benjamin Disraeli wordt de volgende uitspraak toegeschreven: ‘Er zijn drie soorten leugens: leugens, grove leugens, en statistieken’.

Foto: Schermafbeelding van deel bijlageDiversiteit in de cultuursector’ van het ministerie van OCW over ‘Herkomst’.

AfD-sympathisant brengt bestuur van tentoonstelling tot conclusie dat politieke neutraliteit onmogelijk blijkt. De zaak Axel Krause

De zaak Axel Krause, ofwel Der Fall Axel Krause houdt de Duitse kunstwereld bezig. En dan vooral in de nieuwe deelstaten van de voormalige DDR en in het bijzonder in Leipzig. Het gaat om de vrijheid in en van de kunst. Moet de kunst- of museumsector een moraalvrije zone zijn of niet? Of liever gezegd, kan het dat zijn in deze tijden van identiteitspolitiek en polarisatie en de reactie daarop waarbij demagogie niet gespaard wordt?

Axel Krause (1958) is een schilder uit Leipzig die met de Neue Leipziger Schule met onder andere Neo Rauch geassocieerd wordt. Krause sympathiseert met de rechts-radicale AfD en dat wordt hem door velen in de kunstwereld niet in dank afgenomen. De in zijn ogen massa immigratie in 2012 onder kanselier Merkel acht hij een grote fout en de reactie daarop van de AfD als een correctie. Voor de politiek heeft hij weinig goede woorden over. Zijn galerie Kleindienst in Leipzig heeft de samenwerking met Krause na 14 jaar opgezegd.

Afgelopen week heeft de zaak Krause ook de jaarlijkse Leipziger Jahresausstellung getroffen. Op de site staat onderstaande verklaring te lezen. Erin valt de worsteling te lezen om de juiste houding te vinden. Op 31 mei wordt verkondigd dat het bestuur besloten heeft om Krause uit te sluiten omdat ‘De publieke verklaringen van Axel Krause in tegenspraak zijn met de ethische principes van onze vereniging’. Het bestuur zegt ‘de kunst niet meer van de kunstenaar te kunnen scheiden’ en daarom per 1 juni 2019 af te treden omdat ‘politieke neutraliteit in deze tijd onmogelijk blijkt’. Op 1 juni wordt er een verstrekkende mededeling aan toegevoegd, namelijk dat de tentoonstelling wordt geannuleerd. Als reden wordt gegeven dat de sfeer gepolitiseerd en behoorlijk verhit is en er in die situatie geen tentoonstelling gegarandeerd kan worden zoals in de afgelopen 25 jaar. De zaak wordt doorgeschoven naar een nieuw bestuur dat beslist over een nieuwe procedure. Men kan zich een voorstelling maken van verhitte debatten met schreeuwende discussianten die allen het gelijk aan hun zijde claimden. Het bestuur voelt zich ongelukkig omdat het daartussen niet kan en wil kiezen.

In een commentaar toont cultuurjournalist Jörg Schieke van omroep MDR weinig begrip voor de afgelasting. Hij meent dat het bestuur van de Leipziger Jahresausstellung in de val trapt die de AfD heeft gezet en eraan meehelpt om de openheid in te perken: ‘Irgendwer sagt AfD, und schon wird im Lager der Kunstwächter eingeteilt und zensiert, zurechtgewiesen und ausgeschlossen. Mit einem zudringlichen, beängstigenden Eifer werden  ideologische Knöllchen verteilt, und der Kampf wird damit genau in jenen Käfig getragen, den die AfD ja gerade dafür eingerichtet hat’. Waarom mag het publiek niet zelf oordelen over de twee schilderijen van Axel Krause die getoond werden, aldus Schieke? Wordt het te stom geacht? Vooral in de voormalig DDR zijn de wonden nog vers, het is nog geen 30 jaar geleden dat de muur viel en burgers rechteloos waren. Ze moesten hun onschuld bewijzen tegenover de zittende macht. Schieke meent dat het bestuur onder druk is gezet en bakzeil heeft gehaald. Het cynisme druipt van het commentaar af als hij meent dat degene die aan de deur afgewezen wordt de winnaar is omdat iedereen uitsluitend over hem praat. Over Axel Krause dus.

Foto 1: Schermafbeelding van persverklaring van het bestuur van de Leipziger Jahresausstellung over de afgelasting van de tentoonstelling 2019, 1 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarAbsage in Raten: Wenn Kunst und Politik durcheinander gehen’ van Jörg Schieke voor MDR KULTUR, 3 juni 2019. Met links naar artikelen over de zaak Axel Krause en de vrijheid van de kunst.