George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Migratie

Bij een Europese enquête over vertrouwen in de politie door moslims

leave a comment »

Een tabel uit de gisteren gepubliceerde enquête van het Europese Agentschap voor Grondrechten (FRA) dat in Wenen is gevestigd. Het is de tweede enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie (EU-MIDIS II): moslims – geselecteerde resultaten. Het persbericht concludeert dat moslims in de EU een hoge mate van vertrouwen in de instituties hebben: ‘We zien onder hen zelfs juist een groter vertrouwen in democratische instellingen dan bij een groot deel van de algemene bevolking’, aldus FRA-directeur Michael O’Flaherty. Dit schetst tegelijk de complexiteit om de enquete goed op waarde te schatten. Wat wordt er precies gemeten? Hoe dan ook combineert de enquête positieve en negatieve ervaringen en verworvenheden.

Uit bovenstaande tabel 34 blijkt dat Nederlandse moslims van alle ondervraagden het minste vertrouwen in de politie hebben. Wie kijkt naar de etnische profilering door de politie -wat de grootste steen des aanstoot voor discriminatie door de politie is- ziet dat de Turkse moslimmigranten in onderstaande tabel 31 naar hun ervaring op een gemiddelde waarde uitkomen. Dat spoort lastig. Het rechtvaardigt geen tweede plek in tabel 31. Er moeten andere redenen zijn. Het is voorstelbaar dat de politie een witte organisatie wordt gevonden die met name in hoge functies te weinig divers is. Er zou sprake zijn van een discriminerende, anti-feministische cultuur. Leden van minderheidsgroepen kunnen zich daarom onvoldoende met de politie vereenzelvigen.

Het valt te bezien waar de hoge negatieve score van met name de Turks-Nederlandse moslims in tabel 34 vandaan komt. Heeft het te maken met de emancipatie van deze moslims die gemiddeld groter is dan in andere Europese landen? Komt het gebrek aan vertrouwen mede voort uit negatief sentiment en publiciteit die in de hele Nederlandse samenleving bestaat over alle problemen, het lage oplossingspercentage en de slechte organisatie van de Nationale Politie? Het is logisch dat Turkse en Noord-Afrikaanse moslims in Nederland negatief over de politie zijn gaan denken. Een kwestie van integratie en vereenzelviging met Nederland. De openheid over het debat van etnisch profileren en diversiteit kan leiden tot het zich miskend voelen zonder dat ervoor directe aanleiding bestaat. Wat tabel 34 precies betekent is daarom niet op voorhand duidelijk.

Foto’s. Tabel 34 en 31 uit enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie (EU-MIDIS II): moslims – geselecteerde resultaten, gepubliceerd op 22 september 2017.

Advertenties

Jan van de Beek bestrijdt standpunt Lubbers dat vluchtelingen een economisch belang voor Nederland hebben. Onderzoek gevraagd

with 2 comments

In de NRC is een polemiek ontstaan tussen oud-premier Ruud Lubbers en emeritus hoogleraar Paul van Seters en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam Jan van de Beek over het economisch belang van migratie voor Nederland. Lubbers plaatste samen met Van Seters een opinie-artikel op 7 augustus waarin zij niet alleen betoogden dat het volgens het Vluchtelingenverdrag van 1951 de plicht is voor een land om vluchtelingen op te nemen, maar ook dat het een noodzakelijk economisch belang voor Nederland is. In een reactie weerlegt Van de Beek stuk voor stuk de argumenten van Lubbers en Van Seters en zet vraagtekens bij hun motivatie.

Oud-ondernemer Lubbers krijgt van Van der Beek lik op stuk: ‘Gastarbeid heeft Nederland miljarden gekost. De gastarbeiders werden naar Nederland gehaald omdat de overheid destijds arbeidsmarktkrapte creëerde door de lonen kunstmatig laag te houden. Voor veel niet-innovatieve bedrijven een uitkomst. Ze profiteerden van de lage lonen en hoefden niet te investeren in kennis en machines.’ Het waren bedrijven zoals Hoogovens die in de jaren ’60 wegens arbeidskrapte werknemers wierven in Zuid-Europa of Marokko in plaats van te innoveren. De rekening van de werving van de laaggeschoolde werknemers werd later bij de belastingbetaler gelegd. Niet bij de bedrijven die de werknemers naar Nederland hadden gehaald. Het is opvallend dat Lubbers die mede aan de basis van deze scheefgroei stond nu twee carrières verder (politiek CDA, Hoge Commissaris Vluchtelingen VN) het moreel goede voorbeeld probeert te geven en daarbij zijn eigen verleden vergeet.

Een en ander is des te kwalijker omdat zoals Van de Beek aantoont dat in de jaren ’60 al bekend was. Het zou geen onwetendheid of naïviteit, maar een bewuste uitruil van belangen voor het aldus begunstigde bedrijfsleven zijn geweest: ‘Maar na de eerste en zeker na de tweede oliecrisis gingen veel van die bedrijven failliet of verplaatsten ze de productie alsnog naar lagelonenlanden. Dat was niet geheel onvoorzien: zoals ik in mijn proefschrift beschrijf had de directeur van de afdeling economische zaken van het ministerie van Sociale Zaken – het latere PvdA-kamerlid Berg – in 1967 al voor dit scenario gewaarschuwd.’

Van de Beek betwijfelt aan de hand van onderliggende cijfers dat de huidige migranten het beter doen dan de toenmalige gastarbeiders: ‘Ook de asielmigranten die wel werken dragen vaak niet of nauwelijks bij. Velen van hen zijn ongeschoold of laaggeschoold en degenen die wel goed geschoold zijn functioneren vaak onder hun niveau. Dat komt omdat menselijk kapitaal – zoals scholing en werkervaring – nu eenmaal moeilijk is mee te nemen naar een ander land. Daardoor verdienen ze weinig en mensen die weinig verdienen zijn vanwege onze uitgebreide verzorggingsstaat niet zelden netto-ontvangers.’ Hij oordeelt hard over Lubbers en Van Seters: ‘Ik vind de keuzes van Ruud Lubbers en Paul van Seters tegenover de zwaksten in onze samenleving immoreel. Je kunt het natuurlijk met hen eens zijn, maar wees dan wel geïnformeerd en eerlijk over de feiten. Zodat de Nederlandse burger weet waar hij of zij aan toe is.’ Hij verwijt ze oneerlijkheid en manipulatie van de feiten.

Van de Beek wijst op een open zenuw van de Nederlandse politiek met betrekking tot de kosten en baten van immigratie: ‘Vanuit mainstream politiek Den Haag bestond en bestaat hoegenaamd geen behoefte aan deze kennis.’ Voor de goede verstaander: toenmalig premier Ruud Lubbers (1982-1994) had zowel tijdens zijn premierschap als in zijn latere carrière (Vluchtelingen, duurzaamheid) geen boodschap aan de kennis over immigratie. Kortom, het kan op ethische of politieke gronden gewenst zijn om asielmigranten op te nemen. Maar de mening van Lubbers dat er een bijkomend economisch voordeel is wordt door Van de Beek weerlegd. Dat economisch belang bestaat niet en heeft in de recente Nederlandse geschiedenis nooit bestaan.

Van de Beek staat niet alleen in zijn kritiek, maar geeft er wel geloofwaardigheid aan. De vraag naar de kosten en baten van immigratie is een terugkerende stijlfiguur van de PVV, Pieter Lakeman constateerde in zijn boek Binnen zonder Kloppen (1999) dat de immigratie van niet-westerse allochtonen naar Nederland de staat sinds 1974 naar schatting ten minste zeventig miljard gulden heeft gekost en toenmalig CPB-directeur en PvdA’er Coen Teulings beweerde in 2010 dat Nederland ‘de slechte immigranten kreeg’. Nog steeds is niet goed uitgezocht waarom dat zo was en welke beslissingen daaraan ten grondslag lagen. Nog steeds hangen de suggesties van de PVV uit 2010 boven het publieke debat dat de immigratie ons land jaarlijks 7 miljard euro kost. Dit als uitkomst van een onderzoek van Nyfer. Het kabinet Balkenende IV wenste het niet uit te zoeken. Een politiek-economisch onderzoek naar de immigratie sinds de late jaren ’50 (vdve) kan Nederland en de PVV eindelijk antwoord geven op deze terugkerende vragen die maar niet afdoende beantwoord worden.

Foto: Buitenlandse werknemers in Hilversum, 1960-1970.

Vluchtelingen in beeld die raken: The New York Times 1914

leave a comment »

We kunnen het leed van anderen nauwelijks bevatten. Hoe verder het van ons bed is, hoe minder. Migranten die verdrinken op gammele bootjes in de Middellandse Zee vinden we verschrikkelijk, maar bevatten we het echt? Pas als het dichtbij komt in onze straat, onze stad of ons land beginnen we het te begrijpen. Om ons er met z’n allen druk over te maken. Uit m’n familiegeschiedenis ken ik de vluchtelingen die in 1914 naar Zeeland vluchtten voor het geweld van de Duitse troepen. Sommige Belgen vestigden zich na die oorlog in mijn geboorteplaats en hielden zo de herinnering levend. Daar moet ik aan denken toen ik in de collectie van de Library of Congress een zondagsbijlage van The New York Times van 1 november 1914 tegenkwam. Met vluchtelingenstromen die zich uit Antwerpen of Gent naar de Nederlandse grens bewegen. Ze wandelen zo mijn historisch geheugen binnen. En daarom raakt het me zo. Meer dan veel hedendaags leed. Is dat vreemd?

Foto: Pagina uit The New York Times van 1 november 1914.

Written by George Knight

28 juli 2017 at 11:45

NRC is kritisch op Vluchtelingenwerk Nederland. Waarom komt die kritiek nu pas?

leave a comment »

NRC heeft na eigen onderzoek twee artikelen gewijd aan het opereren van Vluchtelingenwerk in Rotterdam. Zie hier en hier. NRC schetst een onthutsend beeld van een vrijwilligersorganisatie die slecht georganiseerd is. Binnen Vluchtelingenwerk heerst een managementcultuur waardoor de afstand tot zowel de vrijwilligers als de vluchtelingen onaanvaardbaar groot is. En kan toegevoegd worden, tot de lokale groepen in het land.

Nader onderzoek zal uitwijzen dat de puinzooi bij Vluchtelingenwerk niet beperkt blijft tot Rotterdam. Vele lokale afdelingen of groepen hebben er afgelopen jaren voor gekozen zich niet aan te sluiten bij het centrale Vluchtelingenwerk Nederland, maar zelfstandig te opereren. Dat loopt in het hele land op tot tientallen afdelingen. Het centrale Vluchtelingenwerk Nederland is bureaucratisch, hierarchisch, in zichzelf gekeerd en gericht op het vergroten van eigen macht. En is niet optimaal ingericht om vluchtelingen te helpen.

Goed dat NRC dit oppakt. Dat is journalistiek die je gezien dit onderwerp eigenlijk van rechtse media zou verwachten. Maar die hebben het laten liggen. Geen wonder, omdat rechtse media nauwelijks aan onderzoeksjournalistiek doen. Gezien de grote puinhoop bij Vluchtelingenwerk Nederland had zo’n onderzoek wel wat eerder mogen plaatsvinden. Want de signalen zijn veelomvattend en bestaan al jarenlang. Het is al lang een publiek geheim dat Vluchtelingenwerk Nederland in de basis niet goed functioneert. Dat het onvoldoende op haar taak is berekend. De vraag waarom Vluchtelingenwerk Nederland van politiek en media jarenlang het voordeel van de twijfel heeft gekregen is een bijkomende vraag die beantwoord moet worden. Het is gissen waarom dat zo is. Het lijkt op politieke correctheid die kritische journalistiek heeft geblokkeerd.

Kortom, nader onderzoek gevraagd. Met als centrale vraag, hoe doelmatig opereert Vluchtelingenwerk Nederland in de regio’s? En hoeveel draagvlak heeft Vluchtelingen Nederland nog bij het vluchtelingenwerk in de regio’s als vele groepen zich afgelopen jaren hebben losgemaakt van Vluchtelingenwerk Nederland en afstand hebben genomen van deze betuttelende en bureacratische organisatie? Komt dat nog uit boven de 50%? Het wordt een onthullende uitkomst. NRC, deel 3 en 4 gevraagd. Ga praten met lokale groepen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Na uren wachten zonder oplossing naar huis’ van Sheila Kamerman en Ingmar Vriesema in NRC, 14 juli 2017.

Kabinet met ChristenUnie staat in de steigers. Wat heeft D66 erbij te winnen?

with 2 comments

Nog steeds ben ik teleurgesteld dat GroenLinks zich heeft teruggetrokken uit de onderhandelingen voor een nieuw kabinet. Het kwam voor commentatoren niet als een verrassing. In maart 2017 noemde ik dat afhaken onvermijdelijk ‘gezien de stabiliteit en onervarenheid’ van deze partij. De partij wilde geen vuile handen maken in het migratiebeleid, maar evenmin verantwoordelijkheid nemen om mee te gaan besturen. Dat is geen opstelling die past bij een volwassen partij in de praktische politiek, maar wel bij een kerkgenootschap dat aan de zijlijn excelleert in moralisme. Door de faalangst van partijleider Lodewijk Asscher van de PvdA dreigt nu de ChristenUnie toe te treden tot het in de steigers staande kabinet Rutte III met VVD, CDA en D66.

Dan dringen bijbelse normen door tot het centrum van de macht. De ChristenUnie is een partij van wie politici en programma’s consistent hameren op het belang van God of het gevaar van de secularisatie. Hier gaapt een kloof met de liberale VVD en D66. Secularisatie is overigens niet het uitbannen of het vijandig bejegenen van het christendom in de samenleving, maar het gelijkschakelen van alle levensovertuigingen en religies om ze zonder onderscheid een rechtmatige plek te geven. Onder meer door het terugdringen van de aloude voorkeurspositie van het christendom en christelijke organisaties. De ChristenUnie verzet zich hiertegen en probeert de eigen positie te beschermen door het begrip secularisatie verdacht te maken. Neem ook de volgende uitspraak in het kernprogramma over internationaal beleid: ‘Omdat Christus Koning is van alle overheden op aarde, moet de regering in haar buitenlands beleid Gods universele wet tot richtsnoer nemen.’ Dit tekent opnieuw de afstand tot VVD en D66 die een volstrekt andere benadering van de politiek hebben.

De getuigenispolitiek van GroenLinks en Asschers faalangst heeft tot de ChristenUnie met ‘Christus Koning‘ geleid. Bedankt, Jesse Klaver, succes met je schone handen en je mooi gestreken witte overhemden. Na jou de zondvloed. Opmerkelijk was trouwens dat de vorige partijleider Bram van Ojik wel positief was over het maken van afspraken met Afrikaanse landen om de vluchtelingenstroom naar Europa in te perken. De kans is groot dat nu de ChristenUnie deel gaat uitmaken van een kabinet. Dat is democratie. Partijen zijn geen doel, maar middel. Ze moeten niet te belangrijk genomen worden. Maar voor kiezers die gaan voor progressieve politiek valt er weinig te genieten met een van God en ‘Christus Koning‘ getuigende ChristenUnie, een negatief CDA dat met Catenaccio de grendel op de deur houdt en een opportunistische VVD die zoals altijd de belangen van multinationals dient (Nord Stream II) en er geen probleem in ziet bovenmatig te beknibbelen op kunst of het uitkleden van de verzorgingsstaat. Wat heeft D66 is godsnaam in zo’n kabinet te winnen behalve het najagen van een ministerschap voor de eigen politici? Is dat voldoende om geloofwaardig toe te treden? Het zal wel.

Foto: Giovanni Domenico Tiepolo, ‘De processie van het Trojaanse paard in Troje’, vermoedelijk 1760. Collectie: The National Gallery.

GroenLinks, de partij van heimwee en verlangen

with 3 comments

Een song uit de Broadway-musical ‘One Touch of Venus’ uit 1943 uitgevoerd door componist Kurt Weill. Een song uit het Tin Pan Alley repertoire dat zijn weg als standard vond naar de jazz. De strijd tegen de nazi’s nadert zijn hoogtepunt en Broadway zingt over liefde. Waarbij het door het vette Duitse accent van Weill niet zoveel uitmaakt of hij ‘love’ of ‘low’ zingt. Op GeorgeKnightKort besteedde ik er 5 jaar geleden aandacht aan.

Waarom deze song hier geplaatst? Het doet me aan GroenLinks denken. In 2011 verklaarde ik in een commentaar mijn haat-liefde verhouding tot die partij. En ik denk er nog precies hetzelfde over: ‘Mijn eerste politieke liefde was de PSP. Pacifisten als Bertrand Russell en PSP-er Fred van der Spek opereerden in de marge, maar wisten hun bevlogenheid in een logisch betoog te vangen. Aangevuld met vrijdenkers als Anton Constandse en Laurens ten Cate die verder gingen dan zwart-wit denken, is dat nog steeds wat ik in de hedendaagse politiek mis: onafhankelijkheid, originaliteit en vrijdenken. (..) Ik ben dus sympathisant van elementen binnen GroenLinks. Relicten van vrijdenken en pacifisme zijn wellicht schaars, maar elders binnen de Nederlandse politiek helemaal afwezig. Waarbij het wrange is dat Van der Spek in 1985 afhaakte en tegen het ontstaan van een fusiepartij was. Ik denk dat de geschiedenis hem gelijk heeft gegeven. De PSP had autonoom moeten blijven. Omdat GroenLinks ook talloze anti-democraten en zwart-wit denkers omvat zal ik er niet makkelijk op stemmen. Zo’n blinde sympathisant kan ik nou ook weer niet zijn.

Sinds 2011 is er veel water onder de brug gestroomd. De onderhandelaars van GroenLinks konden in de formatie niet leven met de oplossing voor de vluchtelingenproblematiek in Noord-Afrika. Daarom haakten ze af. Waarbij het mijn vraag is welke rol de anti-democraten en zwart-wit denkers deze keer hebben gespeeld.

Het leven is kort en de kunst lang. Daarom kunnen we naar Kurt Weill achter zijn piano luisteren. De kansen zijn beperkt. In het leven, maar ook in de politiek. Dat maakt weemoedig. Voor we het beseffen is het voorbij. GroenLinks is de partij van het verlangen en het gemis. De partij van de romantiek van Slauerhoff die tegelijk hier en elders wil zijn. Niet alleen onder de Haagse kaasstolp, maar ook op zee of in de velden waar het graan ruist. De partij die ontkent dat in de politiek vuile handen en een schoon geweten samengaan. De partij die wetenschap verwart met praktische politiek. Hoe langer het inlossen van het verlangen wordt uitgesteld, hoe hoger de verwachting. En hoe abstracter het wereldbeeld. GroenLinks, de partij van heimwee en verlangen.

I feel wherever I go that tomorrow is near, tomorrow is here and always too soon
Time is so old and love so brief
Love is pure gold and time a thief
We’re late, darling, we’re late
The curtain descends, everything ends too soon, too soon
I wait, darling, I wait
Will you speak low to me, speak love to me and soon

PvdA kan gerust toetreden tot een kabinet met VVD, CDA en D66. Hoofdzaak is dat de partij zich opent en verbreedt

with 3 comments

Er komt langzaam zicht op deelname van de PvdA aan het kabinet Rutte III met VVD, CDA en D66. PvdA-leider Lodewijk Asscher sprak in het kamerdebat over de formatie met informateur Tjeenk Willink verontwaardigd over de vluchtelingendeal die GL-leider Jesse Klaver had afgewezen. De PvdA kan uit elkaar halen wat GL niet kan. Namelijk 1) de beginselen van een partij waarbij de moraal een uitgangspunt kan zijn en 2) politiek als vak dat om een professionele opstelling en regie vraagt. Geen van de tegenstanders van GL heeft kritiek op dat eerste aspect. De kritiek op GL zit ‘m in dat tweede aspect. Want het is destructief om tijdens moeizame onderhandelingen met nieuwe eisen te komen zoals GL afgelopen donderdag deed. Is het onervarenheid, koudwatervrees of angst voor machtspolitiek? Op 18 maart pleitte ik in een commentaar voor aansluiting van de PvdA bij een kabinet en vreesde ik voor GL: ‘Het toetreden van GroenLinks tot een meerderheidskabinet of gedoogkabinet lijkt gezien de stabiliteit en onervarenheid van die partij voorlopig een brug te ver.’

Er bestaat geen wet die een verliezer verbiedt om in een regering te gaan zitten. Elke partij heeft het recht om mee te doen. Ook de PvdA. Het enige dat telt is dat het kabinet een meerderheid heeft in de Staten-Generaal. Dus de Eerste én Tweede Kamer. Je ziet het nu in het Verenigd Koninkrijk. De Tories hebben hun meerderheid verloren, maar premier May probeert toch een meerderheidsregering te vormen. Daar is niets vreemds aan.

Het is een interessante vraag welk perspectief voor de PvdA het beste is. Heeft het als zevende partij meer te winnen in de oppositie of in de regering? Beide scenario’s bevatten voor- en nadelen. De PvdA is een bestuurderspartij. Dat is er tegelijk de sterkte en zwakte van. Het kan kundige ministers leveren, maar is versteend en laat de jonge generatie onvoldoende doorstromen. Het omarmt niet de jonge activisten die in de VS Bernie Sanders hebben geholpen, maar houdt deze op afstand. Dat is geen toekomstbestendige strategie.

De vraag of de PvdA toe moet treden tot de regering is niet eens de belangrijkste vraag die de partij op dit moment moet beantwoorden. Het doet er niet zoveel toe. De uitdaging voor de PvdA ligt elders, namelijk in de partijorganisatie. Die moet vernieuwd, verjongd en hervormd worden. Niet onder een type partijbobo als Hans Spekman, maar onder een meer activistische, jongere, inspirerende leider die zich niet concentreert op het werk in de Tweede Kamer of de regering, maar op de partij zelf. Door lijnen naar de samenleving te trekken en de partij te openen. Als de PvdA inziet dat haar grootste belang toch buiten de regering ligt hoeft het geen bezwaren tegen deelname aan het kabinet Rutte III meer te hebben. Het kan ‘technische’ ministers als Jeroen Dijsselbloem (Financiën) of Diederik Samsom (Klimaat, Milieu) leveren die redelijk los staan van de PvdA als partijorganisatie die losser en minder centralistisch moet gaat opereren. Met als doel zich te verbreden.

Foto: Heteluchtballon, 1923. Collectie: Library of Congress.