PvdA Zwolle: waar is het verhaal van Patty Wolthof?

Patty Wolthof zegt in dit campagnefilmpje het volgende: ‘Politiek begint voor mij bij verhalen. Verhalen van mensen die ik spreek op buurtbezoek, in het wijkcentrum. Verhalen van ouders op het schoolplein, of op zaterdagochtend langs de lijn.’ Wolthof is lijsttrekker van de PvdA in Zwolle bij de komende gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart 2022.

Het filmpje draait om het begrip ‘samen’ dat kracht en solidariteit suggereert. De claim is dat als problemen ‘samen’ aangepakt worden, ze opgelost kunnen worden. Maar wie tot dat ‘samen’ behoort is onduidelijk. Ook degenen die een oplossing in de weg staan? Of alleen de medestanders in rode jasjes die toch al aan de kant van Wolthof en de PvdA staan?

Het is opmerkelijk dat volgens Wolthof politiek begint bij verhalen. Waarna ze het koppelt aan de politieke marketing van de populist: buurtbezoek, wijkcentrum, schoolplein, voetbalveld. Populistischer kan het niet worden. Wolthof houdt het vaag en algemeen, en vlucht in abstracties: verhalen en ‘samen’. Dat is panelpolitiek van het niveau ‘u vraagt, wij draaien’. Of de Zwolse kiezer door deze politieke marketing wordt aangetrokken valt te betwijfelen.

Een goede politicus begint niet met het aanhoren van verhalen van anderen. Een echte politicus is daarvoor al tot wasdom gekomen. Wolthof en haar influisteraars begrijpen waarschijnlijk niet eens wat er fout aan is om te zeggen dat politiek met verhalen begint. Alsof een politicus een leeg vat is die gevuld wordt met verhalen op buurtbezoek, in het wijkcentrum, op het schoolplein en langs het voetbalveld. Ja, en wat dan? Hoe worden die verhalen dan gewogen? Bestaat er volgens Wolthof niet zoiets als politiek handwerk?

Linkse partijen als de PvdA begrijpen het niet. Toegegeven, rechts populisme kán met links populisme beantwoord worden. Maar dat moet dan wel ontdaan zijn van naïviteit, gebrek aan urgentie en de angst om klare taal te spreken. Voor Patty Wolthof lijkt politiek nu vooral plichtmatige sleur. Ze is met haar influisteraars verstrikt geraakt in een cirkelgang. In de kringloop van oubolligheid, vaagheid, oude symboliek en het zich verbergen achter verhalen die aan anderen worden toegeschreven.

Wolthof begrijpt niet dat voor iemand die krachtdadig optreedt reageren geen sterkte, maar een zwakte is.

Partijen rechts van de VVD begrijpen het evenmin. Hun populisme is goedkoop en onwaarachtig en herbergt tegenstrijdigheden in zich. Maar de leugens van FvD en PVV worden wel consequent en tot vervelens toe met herhaling en met het benoemen van actuele thema’s aan de kiezers geserveerd. Dat blijft hangen. Van het verhaal van Wolthof blijft niks hangen dan vaagheid en op z’n best een goed gevoel dat snel vervliegt.

De tragiek van de Nederlandse politiek op dit moment is dat linkse partijen als PvdA, GroenLinks en SP in zichzelf verstrikt zijn geraakt. Ze zijn met zichzelf bezig. Dit filmpje is daar een voorbeeld van. De paradox volgens velen is dat ze geen ‘verhaal’ hebben om de kiezer te overtuigen. Ze hebben zowel geen blauwdruk voor de toekomst als een goed perspectief om de kiezer ‘mee te nemen’. Juist daarom is het wat Wolthof doet zo veelzeggend in symboliek en nietszeggend in inhoud. Namelijk, het zich verschuilen achter verhalen van anderen. Dat is geen politiek. Dat is het negeren van de essentie van politiek.

Malaise in alle politieke partijen van Nederland

Person wearing a mask made by W.T. Benda, 1925. Collectie: Library of Congress.

Hoe kan het toch dat de Nederlandse politieke partijen hun potentieel niet benutten en het zo slecht doen? Zowel in strategisch als organisatorisch opzicht. Wat is er aan de hand met de Nederlandse politiek partijen? Niemand weet er nog enthousiasme voor op te brengen.

Opvallend is dat geen enkel deel van het politieke spectrum zich aan de malaise onttrekt. Links, rechts en centrum blunderen op hun eigen karakteristieke wijze. Hoe valt dat te verklaren?

Links zit zonder ideeën en bevindt zich in een geestelijk niemandsland. Maar ook strategisch opereert links onverstandig. Het vertrek van GL-kamerlid Bart Snels spreekt boekdelen. Hij was tegen hechte samenwerking of zelfs fusie met de PvdA. Snels koerste af op een kabinet VVD, D66, CDA en GL zoals Jos Heymans voor RTL Nieuws betoogt, maar kreeg hiervoor geen steun binnen zijn partij. Partijleider Jesse Klaver radicaliseerde en zette zich hiermee buitenspel.

Binnen de SP lijkt het omgekeerde te spelen. De partijleiding gaat de meer radicale elementen die lid zijn van de jongerenorganisatie ROOD of het ideeënplatform Marxistisch Forum uit de partij zetten. Niet als individuen, maar als groep. Met als gevolg dat lokale afdelingen zoals Utrecht uit elkaar dreigen te vallen. Chris Aalberts voor TPO die bekend staat als Baudet-watcher herkent in de chaos en het ondemocratisch gedrag van de partijleiding van de SP het patroon dat hij kent van FvD.

De PvdA is de partij met de minste ideeën omdat de partij gewoonweg niet weet wat de eigen identiteit is, waar het zich bevindt en welke kant het op moet gaan. Partijleider Ploumen is inspiratieloos en koos de vlucht vooruit in samenwerking met GL om een idee van daadkracht te suggereren. GL en SP hebben nog een zeker profiel in respectievelijk duurzaamheid en zorg, maar zelfs dat unieke verkooppunt mist de PvdA.

Rechts is negatief, radicaliseert en fragmenteert. FvD weet met partijleider Baudet niet te kiezen tussen het inzetten op partijpolitiek of op metapolitiek. Dat laatste betekent in navolging van het Franse en Duitse Nieuw Rechts van de jaren 1960 en 1970 het willen beïnvloeden van de cultuur en de publieke opinie zonder partijpolitieke activiteiten. De tragiek van partijleider Thierry Baudet lijkt dat hij zowel de intellectuele bagage mist om succesvol metapolitiek te bedrijven als het talent voor het politieke handwerk ontbeert. Daarom blijft hij sinds zijn Uil van Minerva-toespraak in 2019 waar hij duidelijk inzette op metapolitiek zwalken tussen de twee posities zonder dat zijn partij hem nog begrijpt en kan volgen.

De PVV is redelijk stabiel en relatief onkwetsbaar omdat het een partijorganisatie mist. Maar dat laatste wat een sterkte lijkt is tevens een zwakte omdat het een grens aan de groei stelt. In de schaduw van partijleider Geert Wilders kan niemand groeien. Hij speelt op veilig en lijkt door zijn voorzichtige aanpak minder te radicaliseren dan de andere rechtse partijen, maar Wilders’ professionalisme heeft als nadeel dat het resulteert in korte termijn denken en de partij een strategie voor de toekomst mist.

Rechtse splinters als JA21 met Joost Eerdmans en Wybren van Haga’s BVNL hebben onvoldoende aantrekkingskracht voor de kiezer. Het opportunisme van de leiders die van partij naar partij hoppen is zelfs voor de rechtse kiezer ongeloofwaardig. Types als Van Haga en Eerdmans zijn voorbeelden van baantjesjagers. Het opportunisme strookt niet met hun aanschoppen tegen de politiek omdat hun CV daar haaks op staat.

In het Centrum presteert de VVD goed dankzij de electorale aantrekkingskracht en positie van premier Mark Rutte. dat is overigens de achilleshiel van de VVD. Hoe gaat het verder na Rutte? Rutte heeft veel in moeten leveren aan statuur. De vlotheid van Rutte om zowel met links als rechts te kunnen samenwerken heeft twee nadelen. Het wordt steeds meer uitgelegd als oppervlakkigheid, gebrek aan ideeën en zelfs het ontbreken van politieke ruggengraat. Dat werd duidelijk toen in de formatie onder druk van het CDA de samenwerking met links, zonder dat het tot gesprekken kwam, werd geblokkeerd. Zo is in de beeldvorming de vlotte flexibiliteit van Rutte veranderd in stugheid.

Het CDA verkeert in chaos en in een identiteitscrisis. Een teken daarvan is dat kamerlid Pieter Omtzigt uit de partij is gestapt. Partijleider Hoekstra komt over als bekwaam, maar ook als kil, afstandelijk en weinig christelijk. Hij lijkt geen handige politicus die steun kan werven voor de standpunten van zijn partij. Is het wel zo duidelijk dat de partij naar het midden koerst en afstand heeft genomen van de rechtse koers van vorige partijleiders? De kiezersgunst toont een dramatische teruggang.

D66 had in Rob Jetten een bekwame partijleider, maar de partij wilde meer en koos voor Sigrid Kaag omdat die hoger zou kunnen stijgen. Tot en met het premierschap zoals de partij dacht. Maar Kaag is geen handige politicus en het team dat haar omringt lijkt te veel te willen. D66 denkt van zichzelf dat het groter en invloedrijker is dan het echt is. Eén goede verkiezingsuitslag is te weinig en moet niet overmoedig, maar nederig maken om het resultaat te kunnen verzilveren. Daarbij komt dat D66 een partij is die voor veel kiezers een tweede keuze is. Als de partij aan momentum verliest, dan daalt het ook gelijk flink omdat de partij geen sterk gedachtengoed heeft dat als een buffer voldoende kiezers kan vasthouden.

Inuit met masker.

Dit overzicht over links, rechts en centrum leidt tot de conclusie dat de Nederlandse politieke partijen slecht in vorm zijn en eigenlijk allen in zekere mate in een identiteitscrisis verkeren. Ze leven niet naar de kompas van hun politieke gedachtengoed of hebben dat nooit gedaan en al geruime tijd ingewisseld voor opiniepanels die de koers bepalen. Dat leidt tot een ratjetoe aan opzetjes die niet met elkaar samenhangen. Dat is niet het programma van een politieke partij die de macht wil delen om eigen ideeën te realiseren, maar het staketsel van een marketingbureau. Fragmentatie heeft geleid tot 19 partijen of afsplitsingen in de Tweede Kamer en dat leidt weer tot het hard bestrijden van concurrenten die vechten om schaarse zetels.

Als partijleiders het zelfvertrouwen missen om samen te werken en door hun partij ertoe worden gedwongen om steeds maar weer de eigen positie in de marketing te benadrukken, dan is politiek geen politiek meer, maar het zonder op adem te kunnen komen presenteren van een lege huls waarvan de inhoud ontbreekt. De schijn is het idee geworden.

SuperDry, of de triomf van het T-shirt in de politiek

Vooral het opvallende Superdry-shirt van CDA-leider Wopke Hoekstra (links) viel niet bij iedereen in de smaak: te casual. Naast Hoekstra zitten Sigrid Kaag, Mark Rutte en Johan Remkes. © ANP

Laten we het eens niet over het uiterlijk en de kledingkeuze van vrouwen in de politiek hebben, maar over mannen. Die identiek gesneden, maar verschillend gekleurde jasjes van kanselier Angela Merkel kennen we intussen wel. Als verleidelijke prooi voor vormgevers die er een Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek van maken.

Wat is het bij mannen van middelbare leeftijd om zich te willen manifesteren met kekke schoenen, strakke jeans en T-shirts met opdruk die zegt hoe cool ze zijn? Het is de mythe van de jeugdigheid in gedwongen ongedwongenheid.

Die zelfbevestiging hebben ze blijkbaar nodig om te denken dat ze aan de buitenwereld en zichzelf zo laten zien wie ze zijn. Het is de omweg van het grote gebaar. Het kan blijkbaar niet gewoon, maar alleen nog in de overtreffende trap. Vooral als ze in een langlopend proces met elkaar in groepsverband opereren. Zo jutten ze elkaar steeds meer op en wordt de eis om in het uiterlijk op te vallen steeds belangrijker.

Het is een patroon. In het beeldverslag van het kabinetsberaad in het Catshuis vallen steeds meer aankomsten van excentriek geklede kabinetslieden te zien die duidelijk bedoeld zijn om op te vallen. Zoals minister Hugo de Jonge op een racefiets in wielrenners outfit. Waarom gaat hij zo gekleed naar zijn werk?

Aaf Brandt Corstius karakteriseert in de Volkskrant het gedrag van deze mannen in een leuke, maar ook belangrijke columnVolwassen mannen als Rutte en Hoekstra vinden dat er een woord op hun T-shirt moet staan, want dat is gaaf‘.

Dit gaat om politici als Rutte en Hoekstra die pretenderen in een weekendoverleg op een Hilversums buitenhuis zo gewoontjes mogelijk gekleed te gaan om ongedwongen gewoonheid en jeugdigheid uit te stralen, maar zich in werkelijkheid hullen in het uniform van het gave succes. Ze raken betrokken bij het ritueel zonder dat goed te beseffen.

Dat staat in contrast met de informateur van de kabinetsformatie Johan Remkes die toevallig een truitje uit de kast lijkt te hebben gepakt dat daar al sinds 1980 ligt. De indruk bestaat dat omdat het casual moest hij even niks anders had. Remkes straalt zo uit dat uiterlijk en beeldvorming hem niks interesseren en hij uitsluitend gaat voor de inhoud. Het contrast is veelzeggend.

Remkes is in het gezelschap de volwassene en Rutte en Hoekstra zijn z’n kinderen die zich van elkaar willen onderscheiden. Is die beeldvorming van Hoekstra, Rutte en hun teams van spindoctors en communicatiedeskundigen mede een oorzaak voor de stagnatie in de formatie?

Beeldvorming is mannen als Hoekstra en Rutte steeds meer in de weg gaan staan. Ze hebben steeds minder ruimte om in de publieke opinie zichzelf te zijn. Ze zijn verstikt in opdrachten en kunnen na verloop van tijd alleen nog een beeld van zichzelf reproduceren om een imago vast te houden. Dat maakt het lastig om te schakelen in de formatiebesprekingen. Imago is hun automatische piloot die ze niet meer uit kunnen zetten.

De tegenstrijdigheid van een casual heidesessie met uitgebreide aanwezigheid van een groep journalisten die er verslag van doet geeft aan dat ook Remkes zich niet kan onttrekken aan de waan van de dag die hij probeert te doorbreken. De persaanwezigheid op die plek tekent het voorlopige failliet van het politieke bedrijf.

Het is in handen van de marketeers van de politieke partijen die continu aandacht claimen voor een stroom van nieuwtjes die bij nader inzien weinig om het lijf hebben en oppervlakkig zijn. Media en politiek jagen elkaar op. Het maakt de politiek kapot omdat die niet meer op adem kan komen. Het verdringt het nadenken over en behandelen van belangrijke zaken. Daar staat Hoekstra’s T-shirt symbool voor.

D66 Utrecht blijft pleiten voor meer concessies voor de horeca. In de partij der blinden is éénoog Koning

Schermafbeelding van deel artikel ‘Wethouder doet geen toezeggingen over permanente uitgebreide terrassen in Utrecht‘ in de DUIC, 3 september 2021.

Ik woon in Utrecht net buiten de binnenstad en stemde in een ver verleden op het D66 van Hans van Mierlo. Ik voel me onaangenaam aangesproken door D66’er Maarten Koning die zich profileert door steeds maar weer te pleitten voor tegemoetkomende maatregelen voor de horeca. Wat voor D66 denkt hij in hemelsnaam te vertegenwoordigen? Dat is niet het D66 waar ik ooit op stemde, maar een VVD-light.

Voor de volledigheid, afgelopen jaren had ik enkele malen overleg met Ellen Bijsterbosch over een cultureel onderwerp waarbij ik haar leerde kennen als een inhoudelijk, integer en verstandig raadslid met kennis van zaken die probeerde het algemeen belang van de stad te dienen en uiteenlopende betrokkenen met elkaar te verbinden. Bij D66-raadslid Maarten Koning zie ik het omgekeerde. Hij dient vooral zijn eigen marketing en laat zich kennen als de verlengde arm van de lokale horeca.

Hieronder mijn reactie op de DUIC bij een artikel over het pleidooi van Koning om tijdelijke terrasuitbreidingen in de stad permanent te maken. D66-wethouder Klaas Verschuure reageerde vooralsnog terughoudend op Konings verzoek, maar de vrees bestaat dat dit een pose is en Koning straks zijn zin krijgt van zijn partijgenoot.

Omdat ik Konings pro-horeca pleidooi als een teken zie van de verwording van een partij die ten koste van zichzelf het politieke bestel wilde opschudden, maar nu is verworden tot een lobbypartij die deelbelangen dient en de eigen continuïteit vooropzet, besteed ik er aandacht aan. Maarten Koning is als lokale politicus op zich onbeduidend, maar waar hij binnen zijn partij voor staat zie ik als afschrikwekkend waarschuwingsteken van een ooit welgemeende partij:

Oude tijden van Hans van Mierlo en kroegtijger en horeca-ondernemer Hans Gruijters herleven. D66 profileert zich met horeca. Dat is weer eens wat anders dan kunst, onderwijs of zorg. Het accent dat D66 op de horeca legt is geen toeval. De partij is ontstaan in het café en heeft meer dan 50 jaar later blijkbaar die band niet verloochend. Horeca is in het DNA van D66 ingebakken. D66 is weer terug waar het in 1966 begon.

Maarten Koning wilde om economische redenen van de binnenstad van Utrecht tijdelijk ‘één groot terras’ maken. Nu dat gelukt is gaat hij een stapje verder en wil die maatregelen permanent maken. Bestuurlijk is dat niet netjes, maar dat kan deze Utrechtse D66-er niet deren. Hij gaat populistisch voor meer terrassen. 

Een vluchtige zoektocht op internet laat zien dat D66’ers in diverse steden (Gennep, Amstelveen, Voorburg, Lingewaard, Leiden) zich profileren met hun pleidooi voor meer ruimte voor de horeca. Dit is geen toeval. Ook voormalig D66-kamerlid Kees Verhoeven pleitte eerder dit jaar in de publiciteit voor meer ruimte voor de horeca.

D66 mag natuurlijk zelf kiezen waar het zich sterk voor wil maken. Maar het is veelzeggend dat het het zich wil profileren met een pleidooi voor een sterke horeca. Blijkbaar meent D66 hiermee electoraal en publicitair te kunnen scoren. Horeca is een speerpunt voor het huidige D66. Het tekent de ambitie, de intellectuele diepte en de dorst naar meer van het huidige D66. 

Als waar Koning voor pleit past binnen het nieuwe leiderschap waar D66-leider Sigrid Kaag naar verwijst en dat ze door haar gedrag en opstelling in de formatie al binnen een maand eigenhandig om zeep hielp, dan weten we weer wat D66 is. Een partij die goed is in communicatie, marketing en populisme, maar slecht in inhoud. 

Tekenend voor de richting van D66 is dat D66-raadslid Ellen Bijsterbosch die wel voor de inhoud ging in juni 2021 de race om het Utrechtse lijsttrekkerschap verloor van Maarten Koning die zich welbewust in de kijker speelt met zijn populisme en zijn permanente campagne om in de aandacht te blijven met populaire voorstellen. Waarvan zijn pleidooi voor het permanent maken van terrasvergunningen het dramatische dieptepunt is. Bijsterbosch kondigde later aan het voor gezien te houden als vertegenwoordiger van D66 in de Utrechtse raad. In de partij van de blinden is éénoog Koning. 

Kanselierskandidaat Armin Laschet zakt weg in peilingen

Je zou bijna te doen krijgen met Armin Laschet, de kandidaat van de CDU/CSU voor het kanselierschap. Het is de opzet dat hij kanselier Merkel opvolgt, maar dat wordt steeds minder zeker voor deze man zonder charisma. Hoe denkt in 2021 een partij in hemelsnaam zo verkiezingen te kunnen winnen?

In de peilingen voor de verkiezingen van de Bundestag op 26 september 2021 is Olaf Scholz, de kandidaat van de SPD Laschet op 1% genaderd. Waar blijft de tegenaanval van de Union op de SPD? De Groenen zijn weggezakt in de peilingen.

Dit campagnefilmpje leidt af van de boodschap die CDU/CSU wil verkopen. Toch al een boodschap die weinig concreet is en een wee gevoel van goede bedoelingen oproept. Dat is de makke van een middenpartij die vele doelgroepen moet bedienen en als het geen nieuwe prioriteiten stelt zich daarom uitsluitend vaag en flets kan presenteren. Het filmpje is daarvan het resultaat.

Het zit vol gebreken die kritische media volop munitie geeft. Zoals de als enige zwart gesnikte Laschet die moet suggereren dat hij net als zijn vader mijnwerker is of een rondgang op het Holocaust-monument in Berlijn waarvan het onsmakelijk wordt gevonden dat dit in de campagne wordt gebruikt. Maar er is meer.

De campagne van de CDU hapert en de partij heeft nog een maand om dat te corrigeren. De roep om Laschet te vervangen door de populaire CSU-leider Markus Söder helpt niet mee aan het zelfvertrouwen en de eenheid van de Union. Dat wordt spannend. De EU zal het in de toekomst in elk geval zonder de leidende rol van kanselier Merkel moeten gaan doen.

Ontiegelijke domheid van Mona Keijzer (CDA) over kunst. Is ze nou echt zo dom of doet ze alsof ze dom is? Wat is erger?

Het kan zijn dat kandidaat-partijleider van het CDA Mona Keijzer voortschrijdend inzicht heeft. Hoewel dat onwaarschijnlijk is. Acteur en oud-voorzitter van de Akademie van Kunsten Gijs Scholten van Aschat brengt een debat met Keijzer in herinnering waarin ze de verdieping van en de subsidie voor kunst vergelijkt met haar fitness. Ofwel, Mona Keijzer vindt niet dat kunst door de overheid gesubsidieerd hoeft te worden omdat haar hardlopen evenmin wordt gesubsidieerd. Dat zegt de nummer twee van het CDA. Wat zegt dat over het niveau van het CDA en de intellectuele verdieping van Mona Keijzer? Is zij nou echt zo dom of doet ze vanwege haar politieke marketing alleen maar alsof ze dom is? Wat is trouwens erger? Dom zijn of doen alsof?

Kaag verwijst publiekelijk zo vaak naar haar religieuze overtuiging en God dat het de vraag oproept wat het profiel van D66 is

In een vraaggesprek met Tijs van den Brink uit 2018 zegt Sigrid Kaag: ‘Ik heb juist het gevoel: de mens wikt, maar God beschikt’. Zij doet andere uitspraken over haar Rooms-Katholieke overtuiging, onder meer als antwoord op de vraag waarom ze als minister de eed aflegde: ‘Als je keuze hebt om op zo’n moment te verklaren dat je hoopt dat je de hulp van God hebt, dat God over je mag waken, zodat je verstandige of wijze besluiten kunt nemen, dat je ook voor jezelf behoed mag worden – want daar komt het soms ook een beetje op neer – voor je eigen domheid. De weging om het wél te doen was belangrijker dan om het niet te doen.’

Gisteren plaatste Johan Fretz een column in Het Parool met de titel ‘Er was een tijd dat ik vaak op D66 stemde’ waar ik het mee eens ben. Ook ik stemde nog in de jaren 1990 op D66. In de kern is het een rechtse partij vanwege het sociaal-economisch beleid dat met sociaal-culturele thema’s gecamoufleerd wordt. Maar ik verschil met Fretz over de aanvechting om op de nieuwe partijleider Sigrid Kaag te stemmen. Die aanvechting heb ik niet. Met het mes op de keel zou ik nog op Rob Jetten kunnen stemmen, maar absoluut niet op Kaag.

Zij heeft niet alleen een religieuze overtuiging, wat uiteraard toegestaan is, maar gebruikt die in de publiciteit om zich te profileren. Zoals in het vraaggesprek met Van den Brink. Daar raakt ze me kwijt. Zij zou haar geloof ook voor zichzelf kunnen houden, zoals politici vaak privé en zakelijk scheiden, maar dat doet zij niet.

Kaag maakt haar religieuze overtuiging tot een aspect waarmee zich zich in de publiciteit profileert. Ook dat is uiteraard toegestaan, maar bij mij roept het wel de vraag op of het profiel van Sigrid Kaag nog wel past bij het profiel van D66. Als D66 al een min of meer omlijnd profiel heeft. Past het in de openbaarheid praten over de individuele religieuze overtuiging niet eerder bij CDA of SGP dan bij D66? Zo tekent zich in het D66 van Kaag een dubbele ontkenning aan van het eigen gedachtengoed: de partij is niet ondubbelzinnig vrijzinnig en niet centrumlinks met de ambitie van bestuurlijke vernieuwing, maar centrumrechts met het streven naar macht.

Anders gezegd, via een omweg roept de religieuze profilering van Kaag de vraag op of het huidige D66 nog wel de partij van de vrijzinnige Boris van der Ham en Boris Dittrich is. Op de site van D66 bestaat de pagina ‘vrijzinnigheid’ niet meer of de verwijzingen naar ‘vrijzinnig’. Die verwijzingen lijken afgezwakt of weggewerkt te zijn. Ik vraag me af hoeveel ruimte vrijzinnigen bij het D66 van Kaag, die zich in het openbaar beroept op God, nog kunnen vinden. Ik stem uit principe niet op religieuze of pseudo-religieuze partijen. Dreigt die zelfprofilering van Kaag met haar religieuze overtuiging niet de olifant in de kamer van D66 te worden?

Mijn kritiek is niet dat Kaag gelovig is. Ik ontzeg niemand een religieuze overtuiging. Dat zou onverdraagzaam zijn en tegen de grondrechten ingaan. Wat ik me afvraag is hoe Kaags religieuze overtuiging waarmee ze bewust naar buiten treedt zich verhoudt tot het gedachtengoed van D66. Ik vraag me af of dit besproken is met de spindoctors van D66 die de campagne begeleiden. Zoals campagneleider Frans van Drimmelen. Dit gaat over het vasthouden aan het eigen gedachtengoed, en de geloofwaardigheid en koersvastheid van een politieke partij. Het kan zijn dat de vrijzinnigheid van D66 in de praktijk allang afgeschaft is zoals ook de bestuurlijke vernieuwing in de praktijk afgeschaft is. Dan is Kaags nominatie en haar behoefte om publiekelijk naar haar religieuze overtuiging te verwijzen een bevestiging van de normalisering van D66 waarin oude eigenheden of onregelmatigheden zijn weggewerkt. Of de verwijzingen naar vrijzinnigheid preventief zijn weggewerkt als rode loper voor een opkomst van Kaag is vergezocht, maar roept dit allemaal wel op.

Een partijleider behoort overtuigend aan te sluiten bij de kernwaarden van een partij en daar geen vragen over te laten ontstaan. Ik ben van mening dat door de profilering van Kaag vragen opgeroepen worden over de kernwaarden van D66. Wat Kaag afgelopen jaren deed door te verwijzen naar haar religieuze overtuiging hebben andere leiders van D66 nooit publiekelijk gedaan. Dit is voor mij nieuw in D66. Ik kende het wel binnen de SGP en zelfs daar werd door iemand als Bas van der Vlies het onderscheid gemaakt tussen een individuele overtuiging en de werking van religie als politiek middel. Bij Kaag blijft dat in het midden hangen.

Keer het eens om. Wat voor reuring zou het geven als een christelijke partij als CDA, SGP of CU of een partij die zich inspireert op de islam een partijleider zou hebben die in het openbaar telkens verwees naar het eigen atheïsme of agnosticisme? Van Van Mierlo, Terlouw, Dittrich, Engwirda, Borst, De Graaf, Brinkhorst of Pechtold heb ik nooit gehoord dat ze zich publiekelijk beriepen op hun religieuze overtuiging (als ze die al hadden).

Dat Kaag dit wel doet doet me afvragen of ze wel volgens de partijlijn handelt of daar van afwijkt en zoja, wat dat dan zegt over het leiderschap en het teamspel van Kaag en de vraag wat voor partij D66 eigenlijk (nog) is.

Foto: Schermafbeelding van deel interview van Tijs van den Brink met Sigrid Kaag, 21 oktober 2018 op lazarus.nl.

Heeft Nederland ruggengraat om te strijden tegen alcoholisme?

Dit journaal-item van de Franse publieke omroep ORTF uit 1972 stemt tot nadenken over hoeveel ruimte de Nederlandse lokale politiek nu aan de horeca geeft. Het gaat erover dat er te veel bistro’s zijn. Dat zou de strijd tegen het alcoholisme bemoeilijken. Een nieuw prefectureel decreet beoogt, zo stelt de reportage, om de afstand tussen cafés in Parijs te beperken met een minimale afstand van 75 meter. Wie Paris kent weet dat dat nooit doorgevoerd is. Sinds 1955 kent Frankrijk wel de wet Débré die zegt dat er geen bistro’s kunnen worden gevestigd in de buurt van scholen, stadions, ziekenhuizen, kerken, begraafplaatsen en gevangenissen.

Wie in Nederland afgelopen maanden de plannen langs heeft zien komen van gemeenteraden die over elkaar heen buitelden in hun onderhorige bereidheid om de horeca die door COVID-19 in economische problemen is gekomen tegemoet te komen met grote terrassen, beseft hoe economische argumenten het hebben gewonnen van argumenten over volksgezondheid. Dat op zich is nog niet eens zo verwonderlijk in een samenleving die steeds sterker is gericht op behoeftenbevrediging en genotzucht. Dit journaal-item uit 1972 doet beseffen dat in het recente debat over horeca en de uitbreiding van terrassen in binnensteden dat aspect van alcoholisme en volksgezondheid volledig ontbrak. Dat is verwonderlijk. Vooral omdat Nederland met COVID-19 een stevige gezondheidscrisis voor de kiezen kreeg en blijkbaar de economisch gevolgen ervan wegberedeneert door een ander aspect dat de volksgezondheid bedreigt ongeclausuleerd alle ruimte te geven: alcoholisme.

Trump laat vreedzame demonstranten met traangas verwijderen voor een fotomoment met een bijbel op de stoep van een kerk

Bisschop Mariann Budde van de Bisschoppelijke kerk van Washington DC wordt voor ABC’s Good Morning America geïnterviewd door George Stephanopoulos. Aanleiding is de wandeling van president Trump tot op de stoep van haar kerk, vlakbij het Witte Huis. Trump bezocht de kerk niet en Budde was niet op de hoogte gebracht van zijn fotomoment waarvoor haar kerk als achtergrond moest dienen. Daarvoor werden gisteren vreedzame demonstranten door ordetroepen met traangas verwijderd. Trumps wandeling wordt uitgelegd als een antwoord op de kritiek dat hij opgesloten zat in het Witte Huis en geen contact heeft met de buitenwereld.

Het werd een bizar fotomoment. Het best te omschrijven als marketing zonder ziel. Voor de kerk hield Trump even een Bijbel omhoog alsof het een gewonnen trofee is. Hij las er niet uit voor of verwees naar een relevante passage. Het was alleen het fotomoment voor Trumps marketing. Bisschop Mariann Budde sprak zich in vele programma’s ferm uit tegen wat ze ziet als Trumps misbruik van christelijke symboliek. Dat hekelt ze.

Foto: ‘Protesters were dispersed with tear gas before Donald Trump’s photo opportunity outside St John’s Episcopal Church in Washington DC’. Sky News, 2 juni 2020.

Wat zegt het over de ambitie en intellectuele diepte van D66 dat het zich profileert met een pleidooi voor meer ruimte voor horeca?

Mijn reactie bij de videoMeer ruimte voor Haarlemse horeca terrassen’ van D66 Haarlem van 9 mei 2020:

Oude tijden van Hans van Mierlo en kroegtijger en horeca-ondernemer Hans Gruijters herleven als D66 zich wil profileren met horeca. Dat is weer eens wat anders dan kunst, onderwijs of zorg. Het accent dat D66 op de horeca legt is geen toeval. De partij is ontstaan in het café en heeft meer dan 50 jaar later blijkbaar die band niet verloochend. D66 is weer terug waar het in 1966 begon.

Ook in Utrecht pleitte onlangs een raadslid van D66 voor meer ruimte aan de horeca. Maarten Koning wil om economische redenen van de binnenstad van Utrecht tijdelijk ‘één groot terras’ maken. Alsof er geen andere afwegingen over volksgezondheid, rechten van de binnenstadsbewoners en andere economische activiteiten zijn. In Nijmegen was het D66-raadslid Toon van Gent die pleitte voor een soepele omgang met de regels en voorschriften over buitenterrassen. Een vluchtige zoektocht op internet laat zien dat D66’ers in diverse steden (Gennep, Amstelveen, Voorburg, Lingewaard, Leiden) zich profileren met hun pleidooi voor meer ruimte voor de horeca. Dit is geen toeval. Hier kan niet anders dan een centrale regie vanuit D66 achter zitten. D66-kamerlid Kees Verhoeven pleitte afgelopen week in de publiciteit voor meer ruimte voor de horeca.

D66 mag natuurlijk zelf kiezen waar het zich sterk voor wil maken. Maar het is veelzeggend dat het het zich wil profileren met een pleidooi voor een sterke horeca. Blijkbaar meent D66 hiermee electoraal en publicitair te kunnen scoren. Horeca is een speerpunt voor het huidige D66. Het tekent de ambitie en de intellectuele diepte van het huidige D66.

Omdat D66-minister Van Engelshoven een teleurstelling is voor de kunstsector en een afknapper voor de kunstliefhebbers die op D66 stemden, kan deze politieke manoeuvre van D66 opgevat worden als voorsorteren op een nieuwe functie in het volgende kabinet. D66 claimt nu al het ministerschap voor Horeca. Dan kan het bier weer rijkelijk stromen zoals het dat in 1966 deed.