George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Politieke marketing

Ontiegelijke domheid van Mona Keijzer (CDA) over kunst. Is ze nou echt zo dom of doet ze alsof ze dom is? Wat is erger?

leave a comment »

Het kan zijn dat kandidaat-partijleider van het CDA Mona Keijzer voortschrijdend inzicht heeft. Hoewel dat onwaarschijnlijk is. Acteur en oud-voorzitter van de Akademie van Kunsten Gijs Scholten van Aschat brengt een debat met Keijzer in herinnering waarin ze de verdieping van en de subsidie voor kunst vergelijkt met haar fitness. Ofwel, Mona Keijzer vindt niet dat kunst door de overheid gesubsidieerd hoeft te worden omdat haar hardlopen evenmin wordt gesubsidieerd. Dat zegt de nummer twee van het CDA. Wat zegt dat over het niveau van het CDA en de intellectuele verdieping van Mona Keijzer? Is zij nou echt zo dom of doet ze vanwege haar politieke marketing alleen maar alsof ze dom is? Wat is trouwens erger? Dom zijn of doen alsof?

Written by George Knight

29 juni 2020 at 19:24

Kaag verwijst publiekelijk zo vaak naar haar religieuze overtuiging en God dat het de vraag oproept wat het profiel van D66 is

with one comment

In een vraaggesprek met Tijs van den Brink uit 2018 zegt Sigrid Kaag: ‘Ik heb juist het gevoel: de mens wikt, maar God beschikt’. Zij doet andere uitspraken over haar Rooms-Katholieke overtuiging, onder meer als antwoord op de vraag waarom ze als minister de eed aflegde: ‘Als je keuze hebt om op zo’n moment te verklaren dat je hoopt dat je de hulp van God hebt, dat God over je mag waken, zodat je verstandige of wijze besluiten kunt nemen, dat je ook voor jezelf behoed mag worden – want daar komt het soms ook een beetje op neer – voor je eigen domheid. De weging om het wél te doen was belangrijker dan om het niet te doen.’

Gisteren plaatste Johan Fretz een column in Het Parool met de titel ‘Er was een tijd dat ik vaak op D66 stemde’ waar ik het mee eens ben. Ook ik stemde nog in de jaren 1990 op D66. In de kern is het een rechtse partij vanwege het sociaal-economisch beleid dat met sociaal-culturele thema’s gecamoufleerd wordt. Maar ik verschil met Fretz over de aanvechting om op de nieuwe partijleider Sigrid Kaag te stemmen. Die aanvechting heb ik niet. Met het mes op de keel zou ik nog op Rob Jetten kunnen stemmen, maar absoluut niet op Kaag.

Zij heeft niet alleen een religieuze overtuiging, wat uiteraard toegestaan is, maar gebruikt die in de publiciteit om zich te profileren. Zoals in het vraaggesprek met Van den Brink. Daar raakt ze me kwijt. Zij zou haar geloof ook voor zichzelf kunnen houden, zoals politici vaak privé en zakelijk scheiden, maar dat doet zij niet.

Kaag maakt haar religieuze overtuiging tot een aspect waarmee zich zich in de publiciteit profileert. Ook dat is uiteraard toegestaan, maar bij mij roept het wel de vraag op of het profiel van Sigrid Kaag nog wel past bij het profiel van D66. Als D66 al een min of meer omlijnd profiel heeft. Past het in de openbaarheid praten over de individuele religieuze overtuiging niet eerder bij CDA of SGP dan bij D66? Zo tekent zich in het D66 van Kaag een dubbele ontkenning aan van het eigen gedachtengoed: de partij is niet ondubbelzinnig vrijzinnig en niet centrumlinks met de ambitie van bestuurlijke vernieuwing, maar centrumrechts met het streven naar macht.

Anders gezegd, via een omweg roept de religieuze profilering van Kaag de vraag op of het huidige D66 nog wel de partij van de vrijzinnige Boris van der Ham en Boris Dittrich is. Op de site van D66 bestaat de pagina ‘vrijzinnigheid’ niet meer of de verwijzingen naar ‘vrijzinnig’. Die verwijzingen lijken afgezwakt of weggewerkt te zijn. Ik vraag me af hoeveel ruimte vrijzinnigen bij het D66 van Kaag, die zich in het openbaar beroept op God, nog kunnen vinden. Ik stem uit principe niet op religieuze of pseudo-religieuze partijen. Dreigt die zelfprofilering van Kaag met haar religieuze overtuiging niet de olifant in de kamer van D66 te worden?

Mijn kritiek is niet dat Kaag gelovig is. Ik ontzeg niemand een religieuze overtuiging. Dat zou onverdraagzaam zijn en tegen de grondrechten ingaan. Wat ik me afvraag is hoe Kaags religieuze overtuiging waarmee ze bewust naar buiten treedt zich verhoudt tot het gedachtengoed van D66. Ik vraag me af of dit besproken is met de spindoctors van D66 die de campagne begeleiden. Zoals campagneleider Frans van Drimmelen. Dit gaat over het vasthouden aan het eigen gedachtengoed, en de geloofwaardigheid en koersvastheid van een politieke partij. Het kan zijn dat de vrijzinnigheid van D66 in de praktijk allang afgeschaft is zoals ook de bestuurlijke vernieuwing in de praktijk afgeschaft is. Dan is Kaags nominatie en haar behoefte om publiekelijk naar haar religieuze overtuiging te verwijzen een bevestiging van de normalisering van D66 waarin oude eigenheden of onregelmatigheden zijn weggewerkt. Of de verwijzingen naar vrijzinnigheid preventief zijn weggewerkt als rode loper voor een opkomst van Kaag is vergezocht, maar roept dit allemaal wel op.

Een partijleider behoort overtuigend aan te sluiten bij de kernwaarden van een partij en daar geen vragen over te laten ontstaan. Ik ben van mening dat door de profilering van Kaag vragen opgeroepen worden over de kernwaarden van D66. Wat Kaag afgelopen jaren deed door te verwijzen naar haar religieuze overtuiging hebben andere leiders van D66 nooit publiekelijk gedaan. Dit is voor mij nieuw in D66. Ik kende het wel binnen de SGP en zelfs daar werd door iemand als Bas van der Vlies het onderscheid gemaakt tussen een individuele overtuiging en de werking van religie als politiek middel. Bij Kaag blijft dat in het midden hangen.

Keer het eens om. Wat voor reuring zou het geven als een christelijke partij als CDA, SGP of CU of een partij die zich inspireert op de islam een partijleider zou hebben die in het openbaar telkens verwees naar het eigen atheïsme of agnosticisme? Van Van Mierlo, Terlouw, Dittrich, Engwirda, Borst, De Graaf, Brinkhorst of Pechtold heb ik nooit gehoord dat ze zich publiekelijk beriepen op hun religieuze overtuiging (als ze die al hadden).

Dat Kaag dit wel doet doet me afvragen of ze wel volgens de partijlijn handelt of daar van afwijkt en zoja, wat dat dan zegt over het leiderschap en het teamspel van Kaag en de vraag wat voor partij D66 eigenlijk (nog) is.

Foto: Schermafbeelding van deel interview van Tijs van den Brink met Sigrid Kaag, 21 oktober 2018 op lazarus.nl.

Heeft Nederland ruggengraat om te strijden tegen alcoholisme?

with 2 comments

Dit journaal-item van de Franse publieke omroep ORTF uit 1972 stemt tot nadenken over hoeveel ruimte de Nederlandse lokale politiek nu aan de horeca geeft. Het gaat erover dat er te veel bistro’s zijn. Dat zou de strijd tegen het alcoholisme bemoeilijken. Een nieuw prefectureel decreet beoogt, zo stelt de reportage, om de afstand tussen cafés in Parijs te beperken met een minimale afstand van 75 meter. Wie Paris kent weet dat dat nooit doorgevoerd is. Sinds 1955 kent Frankrijk wel de wet Débré die zegt dat er geen bistro’s kunnen worden gevestigd in de buurt van scholen, stadions, ziekenhuizen, kerken, begraafplaatsen en gevangenissen.

Wie in Nederland afgelopen maanden de plannen langs heeft zien komen van gemeenteraden die over elkaar heen buitelden in hun onderhorige bereidheid om de horeca die door COVID-19 in economische problemen is gekomen tegemoet te komen met grote terrassen, beseft hoe economische argumenten het hebben gewonnen van argumenten over volksgezondheid. Dat op zich is nog niet eens zo verwonderlijk in een samenleving die steeds sterker is gericht op behoeftenbevrediging en genotzucht. Dit journaal-item uit 1972 doet beseffen dat in het recente debat over horeca en de uitbreiding van terrassen in binnensteden dat aspect van alcoholisme en volksgezondheid volledig ontbrak. Dat is verwonderlijk. Vooral omdat Nederland met COVID-19 een stevige gezondheidscrisis voor de kiezen kreeg en blijkbaar de economisch gevolgen ervan wegberedeneert door een ander aspect dat de volksgezondheid bedreigt ongeclausuleerd alle ruimte te geven: alcoholisme.

Trump laat vreedzame demonstranten met traangas verwijderen voor een fotomoment met een bijbel op de stoep van een kerk

with 4 comments

Bisschop Mariann Budde van de Bisschoppelijke kerk van Washington DC wordt voor ABC’s Good Morning America geïnterviewd door George Stephanopoulos. Aanleiding is de wandeling van president Trump tot op de stoep van haar kerk, vlakbij het Witte Huis. Trump bezocht de kerk niet en Budde was niet op de hoogte gebracht van zijn fotomoment waarvoor haar kerk als achtergrond moest dienen. Daarvoor werden gisteren vreedzame demonstranten door ordetroepen met traangas verwijderd. Trumps wandeling wordt uitgelegd als een antwoord op de kritiek dat hij opgesloten zat in het Witte Huis en geen contact heeft met de buitenwereld.

Het werd een bizar fotomoment. Het best te omschrijven als marketing zonder ziel. Voor de kerk hield Trump even een Bijbel omhoog alsof het een gewonnen trofee is. Hij las er niet uit voor of verwees naar een relevante passage. Het was alleen het fotomoment voor Trumps marketing. Bisschop Mariann Budde sprak zich in vele programma’s ferm uit tegen wat ze ziet als Trumps misbruik van christelijke symboliek. Dat hekelt ze.

Foto: ‘Protesters were dispersed with tear gas before Donald Trump’s photo opportunity outside St John’s Episcopal Church in Washington DC’. Sky News, 2 juni 2020.

Wat zegt het over de ambitie en intellectuele diepte van D66 dat het zich profileert met een pleidooi voor meer ruimte voor horeca?

with 3 comments

Mijn reactie bij de videoMeer ruimte voor Haarlemse horeca terrassen’ van D66 Haarlem van 9 mei 2020:

Oude tijden van Hans van Mierlo en kroegtijger en horeca-ondernemer Hans Gruijters herleven als D66 zich wil profileren met horeca. Dat is weer eens wat anders dan kunst, onderwijs of zorg. Het accent dat D66 op de horeca legt is geen toeval. De partij is ontstaan in het café en heeft meer dan 50 jaar later blijkbaar die band niet verloochend. D66 is weer terug waar het in 1966 begon.

Ook in Utrecht pleitte onlangs een raadslid van D66 voor meer ruimte aan de horeca. Maarten Koning wil om economische redenen van de binnenstad van Utrecht tijdelijk ‘één groot terras’ maken. Alsof er geen andere afwegingen over volksgezondheid, rechten van de binnenstadsbewoners en andere economische activiteiten zijn. In Nijmegen was het D66-raadslid Toon van Gent die pleitte voor een soepele omgang met de regels en voorschriften over buitenterrassen. Een vluchtige zoektocht op internet laat zien dat D66’ers in diverse steden (Gennep, Amstelveen, Voorburg, Lingewaard, Leiden) zich profileren met hun pleidooi voor meer ruimte voor de horeca. Dit is geen toeval. Hier kan niet anders dan een centrale regie vanuit D66 achter zitten. D66-kamerlid Kees Verhoeven pleitte afgelopen week in de publiciteit voor meer ruimte voor de horeca.

D66 mag natuurlijk zelf kiezen waar het zich sterk voor wil maken. Maar het is veelzeggend dat het het zich wil profileren met een pleidooi voor een sterke horeca. Blijkbaar meent D66 hiermee electoraal en publicitair te kunnen scoren. Horeca is een speerpunt voor het huidige D66. Het tekent de ambitie en de intellectuele diepte van het huidige D66.

Omdat D66-minister Van Engelshoven een teleurstelling is voor de kunstsector en een afknapper voor de kunstliefhebbers die op D66 stemden, kan deze politieke manoeuvre van D66 opgevat worden als voorsorteren op een nieuwe functie in het volgende kabinet. D66 claimt nu al het ministerschap voor Horeca. Dan kan het bier weer rijkelijk stromen zoals het dat in 1966 deed.

Heldere stem van Sanders én enthousiasme van zijn achterban zijn onvoldoende om het in een vuile strijd van Trump te winnen

with 4 comments


Update 8 april 2020: Bernie Sanders heeft aangekondigd zijn campagne op te schorten en dus uit de race te stappen om Democratische uitdager van president Donald Trump te worden. Aldus een bericht in Politico. 

Mijn reactie op de FB-pagina van NRC op het artikelSanders geeft verlangen naar verandering de helderste stem’ van 24 februari 2020 van Merijn Oudenampsen, Sinan Çankaya en Paul Mepschen:

Het is een wetmatigheid dat in een nominatiestrijd de koploper met de meeste gedelegeerden door de concurrenten aangevallen wordt. Daarom moet er onderscheiden worden tussen de normale, te verwachten aanvallen op Sanders die direct uit het verloop van de nominatiestrijd volgen en de meer ideologische aanvallen. De auteurs laten het maken van dat onderscheid na.

Het is trouwens nog maar helemaal de vraag of Sanders voorverkiezing op voorverkiezing wint. De suggestie van de auteurs is dat hij buiten zijn natuurlijke achterban veel enthousiasme oproept en kan bogen op veel steun. Werkelijk? In Iowa was het Pete Buttigieg die de meeste gedelegeerden (niet de meeste stemmen) achter zich kreeg. In New Hampshire en Nevada won Sanders wel. Maar de omvang van die winst is betrekkelijk. In Nevada gingen van de 691.922 geregistreerde Democraten (stand januari 2020) er in de slotronde van de caucus 101.543 stemmen. Dat is bijna 15%. Daarvan stemde iets meer dan de helft niet op Sanders. Zodat zo’n 93% van de geregistreerde Democraten in Nevada niet op Sanders stemde. In 2016 haalde Sanders onder andere omstandigheden en in een ander deelnemersveld een hoger percentage dan in 2020. Ofwel, Sanders’ resultaten tot nu toe wijzen niet ondubbelzinnig op veel steun, maar vooral op een positieve spin. Waarbij de paradox is dat zowel de conservatieve als de progressieve media om verschillende redenen het belang van Sanders overschatten.

Dus laten we voorzichtig zijn met de interpretatie van de resultaten tot nu toe en daar geen hosanna-verhaal pro-Sanders op bouwen. We weten op dit moment gewoonweg nog niet of Sanders een goede kandidaat is die voldoende aantrekkingskracht heeft om president Trump in de zogenaamde purple states (Pennsylvania, Michigan, Wisconsin, Florida) te verslaan. Dat Sanders het goed doet in blauwe staten als Vermont, Massachusetts, Oregon, New York of California is voor het Electoral College van geen belang omdat daar het verschil met de Republikeinen niet wordt gemaakt.

Laten we kijken wat we wel weten. Sanders’ zwakte is zijn radicalisme. Hij profileert zich nog steeds als ‘socialist’, terwijl hij zich in interviews en toespraken soms, maar niet altijd verklaart als ‘democratisch socialist’. Volstond hij maar door te verwijzen naar de Deense verzorgingsstaat. Maar zo rechtlijnig en gedisciplineerd is hij niet. Dat geeft op z’n minst een gemengd beeld af wat hem kwetsbaar maakt voor aanvallen van Trump en de rechtse pro-Trump media.

Bevat de Sanders Campagne wel voldoende wereldwijsheid? Want hoe slim is het voor een kandidaat om in de VS dat sinds Emma Goldman in de jaren 1910 geen socialistische traditie heeft gekend als personal branding het etiket ‘socialist’ te blijven gebruiken? Want dat doet Sanders tot nou toe. Dat gaat dus niet om Sanders’ beleid, maar om de marketing van zijn beleid. Dat kent tot nu toe onnodige zwakheden. Wellicht dat de stroomlijning daarin nog tijdig verandering brengt. Maar zeker is dat niet. De auteurs wijzen terecht op de inhoud van Sanders’ beleid en de ongelijkheid in de VS, maar laten de presentatie ervan buiten beschouwing. En in de beeldvorming wordt de strijd om de twijfelende kiezers beslist.

Sanders recente uitglijer om de bestrijding van het analfabetisme in het Cuba van Fidel Castro als verworvenheid te presenteren is opnieuw van een ongelukkige wereldvreemdheid. Het is van een zelfde domheid als te verwijzen naar de treinen die Mussolini op tijd liet rijden en de Autobahnen die Hitler liet aanleggen. Het is een historisch feit, maar het getuigt van een gemankeerd politiek gevoel om dat in een campagne naar voren te brengen. Terwijl Sanders notabene weet dat hem dat kwetsbaar maakt. Het roept vragen op over Sanders politieke handigheid en gogme. Zo’n opmerking over Castro is ook electoraal onhandig omdat het de Democratische Latino-kiezers in Zuid-Florida tegen het hoofd stoot. De Democraten moeten hoogstwaarschijnlijk Florida winnen om Trump te kunnen verslaan.

De verwijzing van de drie auteurs naar Hillary Clinton als centrumkandidaat is ongelukkig. Want de suggestie is dat zij in 2016 verloor omdat zij een centrumkandidaat was. Maar dat is nog maar helemaal de vraag. Het gaat voorbij aan andere factoren in de campagne van 2016. Zoals de interventie die zonder precedent was van toenmalig FBI-directeur James Comey die op een persconferentie naar buiten bracht dat Clinton onderzocht werd. Terwijl het onderzoek tegen Trump door de FBI niet naar buiten werd gebracht. Daarnaast was Hillary Clinton een arrogante politicus die een slechte campagne voerde met een uitstraling dat zij recht had op het presidentschap. Dat werkte niet. Verder waren er de ontelbare onregelmatigheden die nog niet eens volledig in kaart zijn gebracht. Zoals honderden miljoenen dollars aan Saoedisch en Golfstaten-geld dat illegaal naar de campagnekas van Trump stroomde en de inmenging van de Russische Federatie via hacks en sociale media die eveneens onrechtmatig was. De Republikeinse partij blokkeerde in de herfst van 2016 bij monde van de meerderheidsleider in de Senaat Mitch McConnell een onderzoek naar de buitenlandse inmenging door de federale overheid. Zodat de toenmalige regering Obama geblokkeerd werd om te handelen. Desondanks kreeg Clinton zo’n drie miljoen meer stemmen dan Trump. Maar dat zijn overbodige stemmen waar nu ook deels het enthousiasme voor Sanders op wordt gebaseerd.

Mogelijk wint Bernie Sanders de Democratische nominatie en kan hij Trump verslaan, de meerderheid in het Huis vasthouden en die in de Senaat veroveren. Want zonder dat laatste zal hij hoe dan ook vleugellam zijn. De drie auteurs hebben het grooste gelijk van de wereld dat de ongelijkheid in de VS te groot is geworden en dat de rijken en vermogenden via hun greep op de politiek hun eigenbelang veiligstellen. Dat is onaanvaardbaar en onhoudbaar. Daarom moet de Amerikaanse politiek hervormd waren. Voor het belang van de burgers, het land en de sociale vrede. Trouwens te beginnen met het herroepen van de Citizens United-uitspraak van het Hooggerechtshof die het grote geld in de politiek introduceerde.

Maar de drie auteurs maken een vreemde sprong als ze uit het gelijk dat Sanders heeft concluderen dat hij ook gelijk zal krijgen. Want daar zijn heel andere kwaliteiten voor nodig in een campagne die naar verwachting vuiler en gemener zal zijn dan in 2016. En nog meer buitenlandse inmenging zal kennen dan vier jaar geleden. Enthousiasme en een heldere, rechtvaardige stem zijn onvoldoende om het te winnen van een opgehitste achterban en een liegende, bedriegende, valse stem die met de modernste technische analyse en middelen onder de aandacht wordt gebracht. Je zou bijna denken dat de wereldvreemdheid die Sanders tot nu toe vertoont is overgeslagen naar drie auteurs in Nederland. Wat je noemt multiculturalisme.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSanders geeft verlangen naar verandering de helderste stem’ van Merijn Oudenampsen, Sinan Çankaya en Paul Mepschen in NRC, 24 februari 2020.

Sanders doet er verstandig aan de bourgeoisie niet te epateren door zich socialist te noemen. Want hij is een sociaal-democraat

with 3 comments

Econoom Paul Krugman heeft kritiek op de Democratische presidentskandidaat Bernie Sanders. Niet vanwege zijn beleidsprogramma, maar vanwege zijn marketing of de branding van zijn persoon. Sanders noemt zich socialist en soms, maar niet altijd laat hij dat voorafgaan door het adjectief democratisch. Krugman meent dat Sanders hiermee een fout maakt en hij Trump en de Republikeinse partij onnodig munitie geeft. Zoals Paul Krugman zegt, de term socialist roept eerder de associatie met Venezuela of Stalin op, dan met Denemarken.

In een gesprek voor Democracy Now! gaat Krugman in gesprek met econoom Richard Wolff. Krugman is mede uitgenodigd vanwege zijn artikelBernie Sanders Isn’t a socialist; But he plays one on TV. That’s a problem’ in de New York Times van 13 februari 2020. Het is een gesprek tussen doven. Wolff laat niet goed tot zich doordringen wat Krugman zegt en grossiert in historische vergezichten. Krugman is het niet vanwege het beleid met Sanders oneens, maar vanwege de marketing van dat beleid. In het debat waagt Krugman zit er niet aan om het verschil tussen een socialist, een democratisch socialist en een sociaal-democraat uit te leggen. Dat komt mede omdat Wolff claimt dat het socialisme een brede beweging is die lastig af te bakenen is. Voor de praktische politiek waar dat soort nuancering en onderscheid niet gehoord wordt is dat niet zinvol.

Ik ben het eens met Krugman en vindt het onverklaarbaar dat Sanders’ campagneteam de term ‘socialist’ blijft hanteren in de marketing van Sanders persoon. Krugman geeft in zijn artikel de volgende verklaring: ‘Dus waarom noemt Sanders zichzelf een socialist? Ik zou zeggen dat het vooral om personal branding gaat, met een vleugje vreugde over het shockeren van de bourgeoisie. En deze zelfgenoegzaamheid deed geen kwaad zolang hij maar een senator uit een zeer liberale staat was.’ Ik zie ook  een andere verklaring, namelijk de dynamiek en machtsverhouding binnen de campagne en het aanspreken van de meest actieve achterban, de links-radicalen of zeer progressieven. Daarnaast blijft Sanders ondersteund en gevoed worden door links-alternatieve media die hem ondubbelzinnig een socialist noemen. Of ze daarmee dezelfde blauwdruk van de VS voor ogen hebben als Sanders en zijn campagenteam valt te bezien. Zo blijft de onzekerheid in stand.

Nu Sanders afstevent op de Democratische nominatie, hoewel die nog niet zeker is, maar hij in elk geval de koploper is, lijkt de tijd gekomen om afscheid van de verwarrende term socialist te nemen. Het merkwaardige is dat Sanders de term socialist blijft gebruiken, terwijl hij notabene als referentiepunt de Scandinavische sociaal-democratie heeft. En zeker niet Venezuela, Nicaragua of de Sovjet-Unie van Stalin. Maar dat misverstand houdt hij op dit moment wel in de wereld. Nogmaals, dat is onbegrijpelijk, onnodig en schadelijk.

Bij een artikel op RawStory schreef ik op 23 februari 2020 een reactie. Ik had Krugmans artikel toen nog niet gelezen: ‘That is why the Sanders campaign team would be wise to avoid the term ‘socialism’ and use the term ‘social democracy’ because of the association. In Europe, that difference is clear to every citizen, but it is possible that the US, due to a different history and relative isolation from the rest of the world, does not fully understand what the terms mean and what emotional value they represent. It is striking that this difference was also not picked up by the author of the article.’ We zullen zien hoe Sanders’ personal branding evolueert.

Foto 1: Schermafbeelding van deel opinie-artikel van Paul Krugman ‘Bernie Sanders Isn’t a Socialist; But he plays one on TV. That’s a problem’ in de New York Times, 13 februari 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelSen. Bernie Sanders to explain his democratic socialist views’ in USA Today, 18 november 2015.

Kunst moet van rechts en links de politieke zaak dienen en er het zwijgen toe doen. Autonomie van kunst is niet de bedoeling

leave a comment »

Prikkelende column van Özcan Akyol in het AD. Hij schrijft: ‘Kunst en cultuur zijn verdacht gemaakt door rechtse politici die te maken kregen met onwelgevallige meningen.’ Dat klopt, maar het is de vraag of de onwelgevallige meningen niet vooral vanuit henzelf komen. En vanuit hun politieke gedachtegoed. De haat tegen vooral de hedendaagse kunst (cultuur zou Akyol niet op een hoop moeten gooien met kunst) bestaat al tientallen jaren in een partij als de VVD. Google maar eens op ‘Jan Hanlo’ en ‘Willem Carel Wendelaar’, een Eerste Kamerlid van de VVD die in 1952 vragen stelde over een gedicht van Hanlo dat hij een ‘onaanvaardbare uiting van kunst’ vond. Alsof Wendelaar ook maar enig verstand van kunst had en zich als politicus met de inhoud van kunst zou moeten bemoeien. De VVD is de kwade genius achter de afbraak van de kunstsector.

Dat is een verre echo van wat de toenmalige liberale premier Rudolf Thorbecke in 1863 zei: ‘De kunst is geene regeringszaak, in zooverre de Regering geen oordeel, noch eenig gezag heeft op het gebied der kunst.’ Maar zoals Marita Mathijsen in een repliek op een stuk van Melle Daamen in 2014 opmerkte in haar uitleg over wat Thorbecke werkelijk bedoelde over kunst is dat advies aan de huidige Nederlandse politici niet besteed: ‘Dat de overheid een taak in de kunsten had als iets publiek belang had en de macht van particulieren te boven ging, zag hij wel degelijk. Maar een Raad voor Cultuur, die in opdracht van de regering oordelen velt, daarvan zou hij gegruwd hebben.’ Nu is het gebruik dat kunst door bestuurders wordt gebruikt voor het realiseren van politieke doelen, zoals voorbeelden in Amsterdam of Utrecht laten zien. In de visie van de huidige linkse en rechtse, landelijke en lokale bestuurders is kunst niet langer vrij, onafhankelijk en tegendraads, maar een beleidsinstrument. Kunst is getemd en ondergeschikt gemaakt. Kunst mag niet langer autonoom zijn.

Het is een trieste constatering dat Wendelaar vele navolgers heeft. Die zich doorgaans minder uitdrukkelijk manifesteren en geniepiger opereren. De voormalige staatssecretaris van OCW Halbe Zijlstra (ook VVD) was daarop nog een uitzondering omdat hij het als een voordeel zag dat hij een outsider in de kunstwereld was. Hij pochte met zijn onkunde. In de politiek geldt deskundigheid als een vereiste bij beleidsterreinen als zorg, landbouw, defensie, onderwijs, waterstaat, financiën, rechtspraak, diplomatie of noem maar op, maar niet bij kunst. Bij kunst wordt door Nederlandse politici deskundigheid als nadeel gezien. Minister Ingrid van Engelshoven is daar het laatste, trieste dieptepunt van. Tekenend is dat letterkundige Aad Nuis (D66) van 1994 tot 1998 de laatste staatssecretaris van OCW was die zelf voortkwam uit de kunstsector. In andere landen willen schrijvers of zangers nog wel eens minister van cultuur worden, maar niet in Nederland. Waarom in de Nederlandse politiek voor bewindslieden deskundigheid in de kunst als nadeel wordt gezien is duidelijk. Kunstbeleid dient niet primair de kunst, maar politieke doelen die kunst gebruiken. Het is niet de bedoeling dat een Nederlandse politicus echt opkomt voor de kunst. Daar ontstaan alleen maar misverstanden door.

Özcan Akyol gaat verder met zijn beoog en betrekt het ook op links als hij zegt: ‘En in een gepolariseerde samenleving, waar het zwart-witdenken welig tiert, staat een pleidooi voor de kunst gelijk aan een flirt met oubollig links, dat in de beeldvorming zakken met geld naar kunstenaars bracht.’ Hier buitelen de hypotheses en het wensdenken over elkaar heen. Het is beeldvorming die niet overeenkomt met de politieke praktijk. Het dubbelzinnige ervan is dat links zich dat door rechts berustend én toestemmend laat zeggen, terwijl links weet dat het de kunst niet door dik en dun steunt. Maar die foute beeldvorming weerlegt het niet omdat de marketing helpt die zegt dat links opkomt voor de kunst. Niet dus. Je zou bijna hopen dat de scherts van Akyol waar was, want dan was er in elk geval nog linkse politiek die hart had voor kunst. Links steunt de kunst evenmin als rechts dat doet. Als links geld overheeft voor kunst is dat uitsluitend om eigen doeleinden te realiseren. Kunst moet van de rechtse en linkse politiek de politieke zaak dienen en er verder het zwijgen toe doen. Want autonomie van kunst is in Nederland niet de bedoeling. Ben je gek, dan kunnen wethouders en ministers niet meer timmeren, boetseren en figuurzagen met kunst als de ware hobby-boeren van de cultuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEen pleidooi voor de kunst staat gelijk aan een flirt met oubollig links’ van Özcan Akyol in het AD, 1 oktober 2019.

Slogan ‘Stem niet op een verkrachter’ typeert en begunstigt Trump meer dan de Democraten

with one comment

Een sterke slogan, ofwel leus of motto, is belangrijk in de politieke marketing. ‘Stem niet op een verkrachter’ is de slogan waarvan de ingehuurde schrijver Tony Schwartz voor Trumps ‘Art of the Deal‘ denkt dat de Democraten die moeten gebruiken om Trump in 2020 te verslaan. Inmiddels zijn er 16 vrouwen maar buiten gekomen met verhalen die Trump beschuldigingen van verkrachting of grensoverschrijdend seksueel gedrag.

Heeft Schwartz gelijk? Tot nu toe hebben alle verhalen over Trumps wangedrag tegenover vrouwen weinig opgeleverd. Notabene in het Me Too-tijdperk waarin vele opinieleiders in de film- en mediaindustrie van hun voetstuk zijn gestoten. De Republikeinse partijleiding en evangelistische kerkleiders hebben beschuldigingen weggewuifd en zijn Trump om politieke redenen blijven steunen, hoewel diens gedrag haaks staat op de waarden die deze partij en kerk zeggen te vertegenwoordigen. Aardige varianten zouden trouwens zijn ’Stem niet op iemand die in bed ligt met de vijand’ of ’Stem op iemand die respect heeft voor vrouwen’.

Die steun heeft sekte-achtige vormen aangenomen waarin blind geloof elk argument neutraliseert. Zoals dat altijd gaat met godsdienst en bovenzinnelijkheid. Theoloog Reza Aslan zei daar in november 2017 over: ‘Want het enige dat gevaarlijker is dan een sekteleider, is een sekteleider die een martelaar is’. Dat is de reden dat Trump het vooruitzicht van impeachment door de Democraten in het Huis thematiseert. Waarbij in het midden blijft of hij daar bang voor is en in een tactische omkering de aanval kiest op dat wat hij het meeste vreest of dat zijn strategie het vasthouden van zijn achterban is. In een fantasieloze en eentonige, maar wellicht succesvolle aanpak. Het is echter een gok om met een minderheid de verkiezingen te winnen. Een minderheid van zo’n 35% steunt Trump door dik en dun, en daarnaast is er nu zo’n 8% sympathisanten die hem om politieke redenen steunt. Trumps steun schommelt al tijden rond de 43% volgens nieuwssite FiveThirtyEight.

Het gaat om het mobiliseren van de meerderheid aan Democratische, onafhankelijke, Trump-kritische en Trump-weifelende kiezers in de Republikeinse partij. De slogan spreekt vooral vrouwen aan. Trumps steun onder vrouwen was in 2016 met 41% laag en is waarschijnlijk verder gedaald. Ook onder witte, Republikeinse vrouwen in de buitenwijken. Tot hun verbijstering zien vrouwen nu al sinds de publicatie van de zogenaamde Access Hollywood opname op 7 oktober 2016 dat Trump die zich herhaaldelijk heeft bezondigd aan seksueel wangedrag daarmee wegkomt. De president die ooit met uitingen van deugdzaamheid, rechtschapenheid en eerbaarheid de morele leider van de natie was is dat niet meer. Met wangedrag en capriolen beschadigt Trump het morele gezag van zijn land. Hij is het uithangbord van de ongelijkheid in de Amerikaanse samenleving geworden. Degenen die hem steunen stemmen in met de afbraak van dit moreel gezag en die ongelijkheid.

Trumps steun onder het electoraat is in theorie met 43% te laag om op eigen kracht de presidentsverkiezingen van 2020 te winnen. Hij mag net als in 2016 hopen op allerlei vormen van kiezersonderdrukking door Republikeinse bestuurders op staatsniveau waardoor sympathisanten van zijn tegenstander ontmoedigd worden én op Russische steun die de Democratische kiezers via sociale media misleidt om niet te gaan stemmen. Een verdeelde Democratische partij waarin tot nu toe geen overtuigende kandidaat zich aftekent om Trump uit te dagen moet de rest doen. Schwartz’s slogan neutraliseert Trumps mogelijk politieke draai, ‘pivot’ naar het centrum. Hiermee zou Trump zijn basis kunnen verbreden. De slogan spreekt Trump niet aan als politicus, maar als een vrouwonvriendelijk individu die wangedrag vertoont en weinig moreel gezag heeft.

De slogan thematiseert twee fundamentele debatten. Ten eerste of de frontale aanval op Trump zinvol is en niet juist zijn achterban mobiliseert om te gaan stemmen. Uitgaande van Trumps minderheidsstrategie dat zijn trouwe basis van 38-43%, kiezersonderdrukking van de Democratische stem, Russische misleiding via sociale media en een Democratische opponent die niet de hele achterban van de Democratische partij achter zich krijgt voldoende is voor winst. Ten tweede accentueert het de onenigheid binnen de Democratische partij tussen de links-radicalen die gaan voor het benadrukken van identiteit, radicale beleidsmaatregelen en impeachment van Trump en de gematigden die behoedzamer opereren en net als bij de succesvolle tussentijdse verkiezingen van 2018 zich niet rechtstreeks willen richten op Trump, maar -over zijn hoofd heen- op de onderwerpen die Trumps kiezers belangrijk vinden, zoals zorg.

Er moet eerst een Democratische kandidaat zijn voordat er een slogan is. Dan pas kan aan deze persoon een slogan gekoppeld worden die past. Het maakt nogal uit voor de toon en inhoud van de campagne of Kamala Harris, Elizabeth Warren, Joe Biden of iemand anders Trumps uitdager wordt. Zo bekeken komt de slogan te vroeg. Uitmuntend in duidelijkheid, maar tegelijk verdeeldheid zaaiend binnen de Amerikaanse samenleving en de Democratische partij, en slechts mondjesmaat binnen Trumps achterban. Speak low en niet too soon. Zo vermengt zich ook hier de populaire cultuur van een liefdesliedje met hogere politiek die akelig laag is.

Foto: Tweet van Tony Schwartz, 30 juni 2019 (NL tijd).

Exit from reality: Jeremy Hunt vult zichzelf met marketing, publiciteitsgeilheid en fantasie om partijleider te worden

with 2 comments

Soms doet het pijn om te zien hoe mensen zichzelf verlagen. Hoe ze zich in bochten wringen om gunstig over te komen. De minister van Buitenlandse Zaken Jeremy Hunt gedraagt zich als een lege huls die met marketing, publiciteitsgeilheid en fantasie gevuld wordt. Onaangenaam om te zien hoe disfunctioneel de Britse politiek is. Hunt klapt quasi uit de school door te zeggen wat kanselier Merkel hem afgelopen week gezegd zou hebben.
Mijn reactie bij de video:

It is nonsense if Hunt says that the negotiations between the British government and the EU failed ‘because the government could not deliver the parliament.’ That is fake history. That only became apparent after they had ended. The issue of the Irish backstop was underestimated by both parties during the negotiations.

The EU leadership has confirmed several times in the past year through the President of the European Commission Jean-Claude Juncker, his right-hand man Frans Timmermans and the President of the European Council Donald Tusk that the EU’s exit agreement with the UK is final and cannot be renegotiated.

The hard-to-reach compromise of 27 EU Member States with the UK cannot be opened for practical and procedural reasons. Because not only the UK, but also the 27 EU member states would then come up with new demands. Because it works both ways and not one way as Hunt suggests. Just think of Spain and the position of Gibraltar. National leaders such as Emmanuel Macron, Mark Rutte, Leo Varadkar or Angela Merkel have publicly confirmed several times that renegotiation of the exit agreement is not possible. Period.

There is political room for negotiation when adapting the political statement to the exit agreement. But that is nothing new and has been emphasized several times by Juncker and Tusk. Hunt doesn’t say that’s the point. He suggests that the exit agreement with the EU can be changed. But he is not concrete. What he says remains vague and suggestive. In fact, he says nothing at all. Something could be possible. Well, that’s always true.

The only purpose of his shot was probably to score in the British Sunday news cycle. He succeeded. It marks the thinness of political marketing for those who want to become leaders of the Conservative party at the expense of each other. His profile as a moderately hard candidate is ridiculous, unbelievable and hopeless. The national interest is secondary, or rather tertiar, after personal and party interest.

The stubbornness and autism of the leaders of the Conservative party is immense. They do not solve their problems in-house, but continue to export and project them on Brussels. There is as yet no technical solution for the demarcation of the Irish-Northern Irish border, and Hunt flees forward by pretending that he does not understand that and Chancellor Merkel does not understand anything about it either.

Yet for another reason, Hunt’s statement is completely illogical. Because why would the EU leaders or the political leaders of the most important EU member states give a guarantee to Hunt that they had withheld from PM Theresa May with whom a reasonable hold had been built up? May was the political leader with whom the EU had signed an exit agreement.

Why Secretary Hunt violates the confidentiality of an extremely sensitive subject in his apparent conversation with Chancellor Merkel is the question. As always, the answer is too simple for words: party politics and internal profiling of candidates. It is too childish for words what Hunt does. Without limits he ridicules his country, his party, himself as a politician and politics in general. Politics, once a profession for gentlemen and not for business travelers in deception en marketing.

%d bloggers liken dit: