George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Bezuinigingen

Hemeltergende schijnheiligheid van PVV en alle Nederlandse politieke partijen over kunst en cultuur. Domheid of valsheid?

leave a comment »

PVV’er Martin Bosma heeft gelijk dat cultuur onder vuur ligt. Maar wat bedoelt hij ermee en hoe komt dat? En wat is de rol van de PVV? Bosma verwijst naar een reportage van EenVandaag (AVROTROS) over Engelstalig onderwijs aan universiteiten die op 10 juli werd uitgezonden. De ondertitel ervan is ‘vloek of een zegen?’ Er is van alles over te zeggen, waarschijnlijk is Engelstalig onderwijs aan universiteiten tegelijk vloek en zegen. Wat er nu aan schort is dat docenten niet zijn opgeleid om Engelstalig onderwijs te geven. Dat moet eerst op peil gebracht worden. En overigens, waar is het Duitstalig en Franstalig onderwijs gebleven in het curriculum?

Hoe dan ook, Bosma en de PVV hebben weinig recht van spreken. Zij hebben de mond vol over Nederlandse identiteit of Nederlandse cultuur, maar weigeren daar de politieke consequenties aan te verbinden. Je zorgen maken over de rol van het Nederlands in Zuid-Afrika wordt zo een afleiding voor wat de PVV in Nederland laat liggen. De PVV staat als aanstichter aan de basis van de recente afbraak van de Nederlandse cultuur. De PVV was in 2011 samen met de VVD de sluipmoordenaar van de gesubsidieerde culturele infrastructuur. Samen met alle politieke partijen die de bezuinigingen op het cultuurbudget billijkten. Nederlandse partijen zouden zich rot moeten schamen voor hun politiek van afbraak, maar daartoe is zelfkennis en zelfinzicht nodig.

Wie zich bezorgd maakt over Nederlandse identiteit of cultuur, maakt zich bezorgd over het overheidsbudget voor Nederlands kunst, monumentenzorg, erfgoed, landschaps- en natuurbeheer, onderwijs, wetenschap en omroep. In geciviliseerde landen als Frankrijk en Duitsland hebben tijdens de economische crisis van 2008 en de daaropvolgende stagnatie de regeringen de cultuurbudgetten in stand gehouden. Kunst is een belangrijke cultuuruiting en Fransen en Duitsers zijn trots op hun nationale kunst. Dat ze als symbool van hun nationale identiteit zien. In Nederland is die vanzelfsprekende trots onder invloed van de PVV afgebroken. De PVV heeft de mond vol van Nederlandse cultuur, maar wil zich er niet echt voor inzetten. Vertegenwoordigers van de PVV hebben zelfs voortdurend hun laatdunkendheid voor Nederlandse kunst laten blijken. Dat heeft het politieke debat over kunst en cultuur sinds 2011 negatief beïnvloed. Nog in het PVV-verkiezingsprogramma uit 2016 staat: ‘Geen geld meer naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep enz.’

Thierry Baudet (FvD) retweet niet toevallig bovenstaande tweet van Martin Bosma. Hij spreekt herhaaldelijk uit niets met moderne of hedendaagse kunst te hebben. Of moderne architectuur. Dat soort conservatisme is een verdedigbaar politiek standpunt. Het past bij een stellingname die kunst en cultuur normeert, inperkt, temt en ondergeschikt wil maken aan de eigen politieke doelstelling. Als daarnaast ook middenpartijen als het CDA en D66 tegen uitbreiding van het cultuurbudget stemmen, dan weten we hoe diep van binnen de politieke elite van Nederland over cultuur denkt. Het mag niet te veel kosten, het moet dienstbaar zijn en essentieel wordt het niet gevonden. De verbinding ’Nederlandse identiteit’, ’Nederlandse cultuur’ en ‘sociale cohesie’ met ’Nederlandse kunst’ wordt niet gelegd. Nederlandse politieke partijen zien kunst en cultuur niet als natuurlijke bontgenoten, maar als tegenstander. Zelfs, of juist als ze zeggen het te willen beschermen. De Nederlandse politieke partijen zijn als de maffia die zegt winkeliers te willen ‘beschermen’. Daar komt niets goeds van.

Foto: Tweet van Martin Bosma en reactie, 11 juli 2017.

Trump komt uit de kast. Hij wil snijden in publieke voorzieningen. Populisme ontmaskerd als misleiding en doodlopende weg

with 5 comments

Donald Trump beloofde tijdens zijn campagne Amerika weer groot te maken. Recente budgetvoorstellen die nog door het door de Republikeinen gecontroleerde congres moeten worden goedgekeurd wijzen echter op het omgekeerde. Trump maakt Amerika zwak door te willen snijden in publieke voorzieningen. Hij haalt het cement uit de samenleving. In milieubescherming, kunst, de publieke omroep, sociale huisvesting en in de diplomatie. Dit staat los van de voorstellen om Obamacare te ‘hervormen’ waardoor miljoenen zwakkeren hun ziektekostenverzekering verliezen. Wat tot hun dood kan leiden wegens gebrek aan medicijnen. Door deze voorstellen treft Trump de middenklasse en de werkende klasse van sneue mensen (‘deplorables‘).

Hoe meer dit soort voorstellen doordringen tot Europa, hoe meer ‘het volk’ waar de zogenaamde populisten claimen voor op te komen kan beseffen dat het door deze populisten in de steek gelaten wordt. Ze beloven veel, hebben geen uitgewerkte ideeën en doen het omgekeerde van wat ze beloofden. Hoe rampzalig dat voor de zwaksten in de samenleving kan uitpakken bewijst Trump. Inclusief de kiezers in de oude industriële gebieden die hem aan de overwinning hielpen. Wat hij in de VS probeert te doen kan voor Europeanen een waarschuwing zijn om niet te geloven in de retoriek van de populisten. Trump vertegenwoordigt de defensie-industrie, het bedrijfsleven en is in de greep van zijn rijke sponsors die fiscale tegemoetkomingen afdwingen.

Het is verstandig van Nederlandse middenpartijen om de middenklasse en de werkende klasse te wijzen op het bedrog van Trump. Hij maakt niet alleen zijn land niet sterk, maar zwak, maar bevooroordeelt ook de rijken, het bedrijfsleven en de defensie-industrie. Trump laat zich kennen als de ultieme oplichter (‘con man’) die het ene zegt en het andere doet. Trump en de Europese populisten die zo tegen de EU ageren weten niet hoe ze een land op moeten bouwen. Het interesseert ze ook helemaal niet omdat het hun daar niet om te doen is. Kritiek op de gevestigde orde en het afbreken ervan is hun programma. Chaos en de afwijking van de regelmaat is hun manier om -inclusief afgebroken toezicht of controle- optimaal hun eigenbelang te dienen.

De fatalist die samen met de vijanden van Nederland ons land wil verzwakken doet dat door populisten als Wilders of Baudet te steunen. Wie Nederland sterk wil houden of sterker wil maken kan zich beter richten tot partijen die zich sterk maken voor sociale huisvesting, armoedebestrijding, milieubescherming en goede zorg.

De retoriek van de grote woorden en gebaren over de islam of het nationalisme is dankzij Trump ontmaskerd als afleiding om de werkende klasse te misleiden en tegen het eigenbelang in te laten stemmen. Het is nu aan de media en aan de niet-populistische partijen om de feiten hierover over het voetlicht te brengen en aan de betrokkenen door te geven. Gelukkig hebben de meeste Nederlanders dat bij de recente verkiezingen tijdig ontdekt. Populisten dienen hun eigenbelang en het belang van de sponsors door wie ze ondersteund worden.

Populisten dienen niet het volk of hun land. Populisten willen de gevestigde orde verzwakken door die te ontmantelen zonder enig idee hoe die samenleving weer op te moeten bouwen. Trump heeft de waarschuwing gegeven. Het tij van het populisme is gekeerd als mensen voor zichzelf kiezen en zich niet langer laten gijzelen door beroepsagitatoren in de politiek en media die spelen met de belangen van mensen en landen.

Raad voor Cultuur schept in advies verwarring door gebruik van term ‘niet-westers aanbod’

leave a comment »

Aldus het persberichtEén miljoen euro extra voor nieuwe genres’ van de Raad voor Cultuur over een advies dat voorstelt om 1 miljoen euro ‘extra’ te verdelen over dertien instellingen. Het is een lovenswaardig initiatief dat er al langere tijd zat aan te komen. Het is een eenmalige subsidie die resteert na een amendement om 10 miljoen voor de cultuursector vrij te maken. Trouwens een doekje voor het bloeden. Een schrale en late compensatie die de bezuinigingen sinds 2011 op de cultuursector bij lange na niet weet te compenseren.

Het initiatief is goed, maar de toelichting had beter gekund. Ik verbaas me met name over de zinsnede ‘Instellingen met een vernieuwend, niet-westers aanbod en nieuwe publiekgroepen zijn nog te weinig zichtbaar’. Nog los van de vrijblijvende betekenis van het woord ‘vernieuwend‘. Wat wordt bedoeld met een ‘niet-westers aanbod‘ in een westers land als Nederland? Is dat niet tegenstrijdig en per definitie onmogelijk? Ook als een in Nederland gevestigde instelling inspiratie haalt uit een niet-westerse omgeving dan blijft het onderdeel van de Nederlandse, westerse cultuurpolitiek. Dat kan zich immers niet anders verhouden tot de culturele basisinfrastructuur die de bedding en de kadrering geeft. Ofwel, elk divers aanbod dat met overheidssubsidie wordt ingepast in de culturele basisinfrastructuur is onderdeel van het culturele aanbod van Nederland. En dat aanbod is per definitie westers. Hoewel de inspiratie niet-westers kan zijn. Het is dan ook onjuist om in dit verband over niet-westers aanbod te praten zoals de raad abusievelijk doet.

Ook het advies geeft niet echt duidelijkheid over wat precies met een niet-westers aanbod bedoeld wordt. Het lijkt er sterk op dat de opstellers van dit advies niet goed begrijpen welke terminologie welke betekenis heeft. En ze daarom teruggrijpen naar een gepolitiseerde correcte taal die meer verhult dan verklaart. Dat is een zorgelijke ontwikkeling en geeft te denken over de opstelling van sommige beleidsmakers binnen de raad. Uit de volgende passage blijkt dat de opstellers vermoedelijk iets anders bedoelen dan ze zeggen: ‘De raad vindt het dan ook van belang dat niet-canonieke genres, interactieve en multidisciplinaire benaderingen (..) kunnen rekenen op ondersteuning van het Rijk. Zij dragen bij aan een gevarieerd aanbod van kunst en cultuur en verrijken het cultureel leven.’ Dat klinkt zinvol, ondubbelzinnig en overtuigend. Hoe meer diversiteit, variatie in het culturele aanbod en aandacht voor ‘niet-canonieke’ genres hoe beter. Maar zelfs als een in Nederland gevestigde culturele instelling -opgenomen in de basisinfrastructuur- inspiratie haalt uit Mongolië, Burundi, Pakistan of Guatamala en dat presenteert aan het Nederlandse publiek dan is dat gewoon westers aanbod.

Foto: Schermafbeelding van persberichtEén miljoen euro extra voor nieuwe genres’ van de Raad voor Cultuur, 9 maart 2017.

‘Zicht op actieve cultuurparticipatie’: Gemeentelijke centra kunst en muziekscholen zwaar getroffen door cultuurbezuinigingen

leave a comment »

bb2

Het gaat vanwege de bezuinigingen op cultuur niet goed met de gemeentelijke centra voor kunst en muziekscholen. Dat concluderen de auteurs van het boekZicht op actieve cultuurparticipatie 2016’ van het LKCA en het Fonds voor Cultuurparticipatie. Binnenlands Bestuur besteedt er aandacht aan in een bericht. De bezuinigingen die vanaf 2010 onder leiding van staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) in gang gezet werden en daarna doorsijpelden naar lokaal niveau werken langzaam door. Nu pas wordt de schade zichtbaar van die cultuurbezuinigingen die snel, hard en buitenproportioneel waren en daarom meer schade aan de culturele infrastructuur hebben aangericht dan bij verstandig beleid nodig was geweest. Het boek constateert dat de ambities van gemeentes op cultuurbeleid toenemen, maar ze dat in de praktijk niet waar kunnen maken.

Een reactie van ‘gemeenteambtenaar’ ‘Broadcaster’ zette me aan tot een reactie. Zie hieronder. Hopelijk staat het niet voor een breed geluid dat binnen de overheid leeft. ‘Broadcaster‘ is werkzaam bij een gemeente als ambtenaar. Hopelijk niet als cultuurambtenaar. ‘Broadcaster‘ zegt dat mensen de overheid helemaal niet nodig hebben om creatief te zijn. Dat is een misverstand. Professionele kunst vraagt om talentontwikkeling en is iets compleet anders dan amateurkunst. Zoals het zingen in een koor, schmieren tussen de schuifdeuren van het amateurtoneel, schrijven van versjes of rammen op een gitaar in een bandje. Docenten die de de creativiteit van amateurs op een hoger plan helpen tillen zijn onmisbare professionals. Het is vooral dit soort gemeenteambtenaren met achterhaalde ideeën als ‘Broadcaster‘ dat de mensen helemaal niet nodig hebben.

bb1

Foto’s: Schermafbeeldingen van artikel en reacties ‘NOODKLOK KUNSTEN EN MUZIEK’ van Margot Limburg voor Binnenlands Bestuur, 30 januari 2017.

HNI werpt zich op als coördinator van nieuw designmuseum in Amsterdam. De vlucht vooruit als afleiding van eigen problemen

leave a comment »

hni

Het Nieuwe Instituut (HNI) in Rotterdam zoekt als afleiding de vlucht naar voren door verbreding. En het kiezen van een nieuwe naam: ‘Museum voor Architectuur, Design en Digitale cultuur’. De reden hiervoor is het ontbreken van eigen scherpte en diepte. Maar of die schijnbewegingen ook maar iets veranderen is de vraag.

Het museum verkeert in crisis en ligt onder vuur. Het kwam afgelopen jaren negatief in de publiciteit wegens belangenverstrengeling waarbij directeur Guus Beumer betrokken was, wilde op de bovenste twee etages een hotel-restaurant beginnen, had onvoldoende toezicht vanuit de Raad van Toezicht, kreeg een negatief advies van de Raad voor Cultuur en overtrad vele malen de Governance Code Cultuur volgens Cultuur+Ondernemen. Architect Kees van der Hoeven die HNI kritisch volgt wijst onder verwijzing naar een artikel in Pi-interieur opnieuw op belangenverstrengeling en het buiten de regels om direct gunnen van ontwerpopdrachten. Hij concludeert: ‘Hoe lang moeten we dat gehannes in Het Nieuwe Instituut nog verdragen?

Als klap op de vuurpijl was er vandaag een bericht in het cultuurblog van De Volkskrant met de titel ‘HNI wil designmuseum in Amsterdam’. HNI zou in Amsterdam een tijdelijk museum willen openen en daar langdurige bruiklenen van andere musea tonen. Genoemd worden het Textielmuseum in Tilburg, het Stedelijk Museum Den Bosch, het Amsterdam Museum en het Wim Crouwel Instituut. Ook Museum Boijmans van Beuningen, het Groninger Museum en natuurlijk het Stedelijk Museum zou HNI ‘aan zich willen binden’. Maar het is voorbarig nieuws omdat het om verkennende gesprekken gaat en nog niets beklonken is. Dit nieuwe HNI in Amsterdam zou  ‘dienen als een vitrine voor de deelnemende musea’. In hedendaagse termen: een pop-up museum.

Deze vlucht vooruit van het HNI roept vooral wantrouwen op. Hoe kan een museum dat zelfs de eigen zaken overduidelijk niet op orde heeft en hoe dan ook een belast verleden met zich meedraagt zonder een nieuwe start te kunnen of willen maken, negatief advies van de Raad voor Cultuur krijgt en waarvan de directie telkens weer beschuldigd wordt van belangenverstrengeling zich opwerpen als coördinator voor andere musea? Dat is volstrekt ongeloofwaardig. HNI is de laatste die deze taak geloofwaardig op zich kan nemen.

Daarbij komt dat hoofd beleid en actualiteit van HNI Floor van Spaendonck in De Volkskrant een merkwaardige opmerking maakt: ‘Het aanleggen en beheren van een vormgevingsarchief behoort niet tot de opdracht van HNI. Bovendien is er behoefte aan één plek die geheel in het teken staat van design.’ Deze medewerker van HNI -dat zich met een nieuwe naam onder meer ‘Museum voor Design’ noemt- zegt dat design bij HNI niet in optimale handen is. Maar er een museum moet komen dat uitsluitend aan design gewijd is. Dat ondermijnt de bestaansreden van HNI dat in Rotterdam drie deelcollecties (Architectuur, Design, Digitale cultuur) huisvest.

Wat musea als Boijmans of het Stedelijk -die HNI ‘aan zich wil binden’- aan moeten met de schijnbewegingen van HNI die bedoeld zijn als afleiding van de eigen problemen en voor het profijtelijk aanboren van nieuwe geldstromen is de vraag. Proefballonnetjes zijn leuk en het is nog leuker als een krant als De Volkskrant zich ertoe leent om ze zonder enige kritische noot op te laten. Maar de Nederlandse museumsector heeft er niets aan. HNI kan als het zichzelf serieus zou nemen nu al prachtige tentoonstellingen over design maken, en bruiklenen bij genoemde musea aanvragen. Zonder zalen leeg te hoeven laten staan. Maar dat laat het na. De vlucht vooruit in de breedte is een brevet van onvermogen van HNI. Hoelang gaat deze doodstrijd nog duren?

Foto: Onlangs gerenoveerd kantoor van HNI, zoals beschreven in artikel in Pi-interieur, november 2016.

College Noord-Brabant heeft zich in de nesten gewerkt met neptitel ‘Europese Regio van de Gastronomie 2018’.

leave a comment »

nb

De statenfractie Noord-Brabant van de Partij voor de Dieren (PvdD) dient op 16 december 2016 een motie in ‘om geld bestemd voor gastronomie naar cultuur te verschuiven.’ Uit onderzoek van het Brabants Dagblad bleek dat de titel ‘Europese Regio van de Gastronomie 2018’ waartoe Noord-Brabant uitverkozen zou zijn niet het gevolg was van een echte wedstrijd. Het was een onderonsje tussen negen regio’s die elk de titel winnen. Een nepwedstrijd dus. De partij vindt het niet te verteren dat de provincie hieraan 7 miljoen euro uitgeeft.

Wat opvalt is dat het provinciebestuur er niet open is over geweest. Het BD: ‘Deze zomer maakte de provincie met veel tromgeroffel bekend dat zij Europese Regio van de Gastronomie 2018 geworden was. Daarbij werd de schijn gewekt dat er een hele wedstrijd aan ten grondslag lag. In een persbericht werd gesproken over een ‘prestigieuze titel’ en een ‘award’ die door gedeputeerde Anne-Marie Spierings en haar Brabantse delegatie in ontvangst werd genomen.’ Achteraf geeft het provinciebestuur toe ‘dat er van een echte verkiezing geen sprake is’ en het ‘niet goed gecommuniceerd’ is. De hamvraag is echter of het hier goed beleid betreft.

Verwijzing naar slechte communicatie is geen voldoende verklaring voor het handelen van het college. Publiek en media zijn bewust voorgelogen over de titel. Hoewel het persbericht van 17 maart 2016 op twee gedachten hinkt en informatie, marketing en zelfpromotie vermengt. Het zegt dat Brabant de titel in de wacht wil slepen en het bidbook voor de kandidatuur van de titel aan een internationale jury wordt aangeboden, maar gaat er vervolgens al geheel van uit dat die titel ook gewonnen wordt. Een neppersbericht dus over een nepwedstrijd.

bb

Het bidbook bevat de begroting van 7 miljoen euro waarvan de PvdD met haar motie nu voorstelt om er 1,5 miljoen euro van te besteden aan culturele instellingen die op omvallen staan doordat de provinciesubsidie wegvalt. Waarschijnlijk is de PvdD evenmin enthousiast over de privaat-publieke samenwerking van het samenwerkingsverband AgriFood Capital van ondernemers, overheden en onderwijsinstellingen met de provincie. Ze hebben samen het bidbook opgesteld en zo hun belangen vermengd. AgriFood pleit onder meer voor industriële biologische varkenshouderij waarvan het de vraag is hoe dat past bij dierenwelzijn waar de PvdD voor pleit. Op de site van AgriFood Capital is een bericht erover niet meer terug te vinden, elders wel.

Behalve de PvdD hebben ook anderen kritiek op de wedstrijd en de verkeerde voorstelling van zaken erover. En dan vooral door de verantwoordelijke gedeputeerde Agrarische ontwikkeling Anne-Marie Spierings (D66). Wat erachter zit is een politieke cultuur van zaken doen buiten de politiek om. Jan Heijman van Lokaal Brabant stelt schriftelijke statenvragen en vraagt het college onder meer of het ‘dit project gaat stopzetten’. Paula Anguita besteedt in een artikel voor Tilburgers aandacht aan de kwestie en de voorgestelde verschuiving van 1,5 miljoen euro van gastronomie ‘om economische redenen’ naar cultuur. Ze trekt het door naar de kritiek op kenniscentrum BKKC waar provincie of BKKC zelf niet op reageren, zoals blijkt uit een overzicht van Toine van Corven. De BKKC ligt door een afwachtende houding, het gebrek aan onafhankelijkheid, de vermenging van vier kernfuncties en de volgens onder meer Anton Dautzenberg te dure en ondoelmatige bedrijfsvoering onder vuur. De motie van de PvdD combineert de losse Brabantse politieke cultuur met cultuurbezuinigingen.

Foto 1: Schermafbeelding van motie ‘Zet geld voor nepprijs in voor echte cultuur’ van de Partij voor de Dieren in de Provinciale staten van Noord-Brabant, 25 november 2016.

Foto 2: Schermafbeelding van het budget van 7 miljoen euro uit het bidbook van de provincie Noord-Brabant voor de titel ‘Europese Regio van de Gastronomie 2018’. 

Wereldmuseum na succesvolle publieksactie gered met behoud van ‘Rotterdams karakter’. Wat zegt dat over het kunstklimaat?

leave a comment »

imageproxy-aspx

Gisteren nam de Rotterdamse gemeenteraad een motie aan van PvdD, SP, PvdA, NIDA, GroenLinks en D66 over het Wereldmuseum. Dat gebeurde binnen het kader van het Cultuurplan 2017-2020. Hiermee spreekt de raad zich uit voor een zelfstandige positie van het Wereldmuseum binnen de samenwerking met het Nationaal Museum voor Wereldculturen. Door toedoen van de vorige directeur Stanley Bremer was het museum door vercommercialisering in een negatieve spiraal terechtgekomen. Onder druk van raad en toenmalig wethouder Adriaan Visser (D66) trad Bremer in april 2015 terug. Met het aannemen van deze motie is de actie afgerond om het Wereldmuseum te redden als autonoom museum ‘met een Rotterdams karakter’. Als sluitstuk omarmt wethouder Pex Langenberg (D66) de motie. Zodat voor de komende vier jaar de financiering, het Rotterdams profiel, tentoonstellingsprogramma, beheer van de collectie en monitoring door de RRKC zijn gegarandeerd.

Sinds 2012 verschenen hier meer dan 30 stukken over het Wereldmuseum. Ze volgden de ontwikkelingen op de voet door onder meer de weergave van bronnen binnen het Wereldmuseum die zich op straffe van ontslag publiekelijk niet konden uiten. En gaven er commentaar op. Door de jaren heen verschoof het accent van de aandacht voor het ontzamelbeleid naar kritiek op de aanpak van Bremer en de afwachtende houding van de opeenvolgende Rotterdamse gemeentebesturen. Na enkele kleinere publieksacties (met onder andere Boris van Berkum) kreeg in de zomer van 2014 een grotere publieksactie smoel met kunstenaar Olphaert den Otter die zich grotendeels op Facebook afspeelde. In de politiek was het Ruud van der Velden (PvdD) die initiatief nam, maar ook anderen als Jos Verveen (D66), Sun van Dijk (SP), Co Engberts (PvdA) toonden zich betrokken.

Het waren echter betrokkenen uit museumsector, partijpolitiek en openbaar bestuur die achter de schermen het verschil maakten. Reden voor die krachtenbundeling kan niet los worden gezien van een verslechterend kunstklimaat. Teken daarvan was de bovenproportionele korting op de landelijke cultuurbegroting die door het afbraakbeleid van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) vanaf 2011 in gang werd gezet. Vooral Zijlstra’s minachting voor kunst en gepoch geen affiniteit met de kunstsector te hebben maakte velen die de kunst een warm hart toedroegen ziedend en machteloos. Het was patjepeeër Zijlstra tegenover een bovenlaag van kunstminnenden die zich aan de kant gezet voelden. Niet zozeer persoonlijk, maar eerder waar het de waarden betrof die ze belangrijk vonden. Het Wereldmuseum werd zo een streep in het zand die velen voor en achter de schermen konden trekken om de dikdoener Stanley Bremer en al die andere populisten die de kunst wilden uitverkopen een halt toe te roepen. Het cultuurbeleid is echter nog steeds niet gerepareerd zoals het voor Zijlstra was. Evenmin is het verder afgebroken. Het blijft halfslachtig hangen tussen hoop en vrees.

Een commentaar van december 2012 vatte die mentaliteit van de patjepeeërs en kunsthaters samen: ‘Het goede leven van wijnen, spijzen, gesprekken en ons soort mensen zet alle neuzen een kant op. Soms feestneuzen als er feest te vieren valt, soms wijsneuzen die het samen beter weten dan de professionals uit politiek of museumwereld. Weldenkende burgers zijn tevreden met zichzelf. En elkaar. Als individuen vinden ze elkaar in een groepsgevoel dat afkeer voor regelzucht uitstraalt. In het oprekken van de grenzen voelen ze zich weer de provo’s die ze nooit waren. Hun tweede jeugd neemt hen de kans niet af het alsnog te worden. In het schoppen tegen het establishment dat ze zelf vormen. Vanuit de luxe. Zo werkt kunst als glijmiddel.

Via emotie mobiliseert directeur Bremer steun voor zijn plan om de Afrikacollectie te verkopen. Zijn museum loopt uit de pas met de museumsector in het oprekken van de LAMO-richtlijn, en de gemeente Rotterdam doet hetzelfde door de deur voor de verkoop van topstukken open te zetten. Maar kritiek werkt niet, omdat dat daar aan dat gebouw aan de Maas alleen maar opgevat wordt als een bevestiging van het eigen gelijk.

Oprekken van grenzen is in lijn met de handel in Afrikaanse etnografica die is geconcentreerd in Brussel en Parijs. Deze handel met grote winstmarges vertoont de trekken van de Roomse kerk en de maffia. Uiterlijk vertoon, ex-communicatie, strenge hiërarchie, witwassen van valse objecten en omerta zijn de kenmerken. Verkoop van de Afrikacollectie speelt zich af in dit schemergebied waar handelaren zich opdringen omdat ze winst ruiken. Liefst via onderhandse verkoop. Raadgevers en clandestiene handelaren wisselen elkaar af. De directeur die kennis mist vaart blind op anderen. Hij zet de Afrikacollectie in de etalage om als een Robin Hood aan de Maas te nemen van de gemeenschap en te geven aan z’n medestanders.’

Dat het Wereldmuseum voor de poorten van de hel uit de handen van de praatjesmakers en de kunsthaters is gered heeft grote symbolische waarde. Maar het feit dat het kon slagen door de inzet van enkelen is ook wrang. Dit soort publieksacties komt immers door toevalligheden tot stand. Niet voor elke bedreigde culturele instelling die het waard is om gered te worden wordt zo’n actie op touw gezet. Als deze succesvolle actie een incident is, dan houdt dat nog lang geen structurele verbetering van het kunstklimaat in. De golf van rechts-populisme die delen van de politiek en bevolking overrompelt maakt somber. Overschatting ervan lijkt echter nog de grootste bedreiging van het democratisch proces. Vooral media en partijpolitiek moeten niet meegaan in projecties en angstdenken, maar gewoon de traditionele waarden beschermen. Daar is kunst er één van. De les van het Wereldmuseum is daarom uiteindelijk positief. Samenwerking van politici en burgers met een beroep op deskundigen en met mobilisatie van sociale en gevestigde media kan het verschil maken. QED.

Foto: BaHuana-Beeld uit de collectie van het Wereldmuseum, Beneden Congo.