George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Vrijdenken

Aanval op ‘links secularisme’ door Pence is onzin en dient zijn politieke agenda. Wie redt het secularisme uit handen van politiek?

leave a comment »

David Rand die voorzitter is van de Atheist Freethinkers waarin atheïsten en vrijdenkers zijn verzameld, legt uit wat secularisme is. Hij zegt dat in en onder het secularisme alle levensovertuigingen en opvattingen een plek vinden en dat religies in het secularisme in identieke mate beschermd worden als levensovertuigingen die haaks staan op religie. Er is volgens hem slechts een overkomst tussen secularisme en atheïsme, en dat is de afwijzing om in een overkoepelend debat bovennatuurlijke verwijzingen te gebruiken als geldig argument.

De uitleg van David Rand is hoognodig in het politieke klimaat dat gedomineerd wordt door identiteit en het misbruik van religie door politieke leiders. De tragiek is trouwens dat de tegenstanders in hun antwoord in dezelfde val trappen door alles vanuit het perspectief van identiteit te zien. Dat is niet het beste antwoord aan conservatieve christenen omdat het iemand als de christelijke scherpslijper vice-president Mike Pence de mogelijkheid biedt om uit politieke redenen secularisme aan linkse politiek te koppelen. Zo komen we niet uit de woordenstrijd en de culturele oorlog over identiteit. Wat telt is dat het secularisme van Rand dat links, noch anti-religieus is, maar alle overtuigingen en levensbeschouwelijke opvattingen onder de garantie van de rechtsstaat optimale vrijheid biedt. Die waarheid is niet aan Pence noch aan links-radicale activisten besteed.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVP Pence tells Christian students to resist ‘secular left’ in The Washington Times, 11 mei 2019.

Advertenties

Kanttekeningen bij plaatsing column van Lamyae Aharouay in NRC. Is het politiek correct om identiteit als maat der dingen te nemen?

with one comment

Pluriformiteit binnen een nieuwsmedium is een goede zaak. Dat wil zeggen dat verschillende politieke of maatschappelijke meningen erbinnen tot uiting komen. Zo ontstaat door breedte in de verslaglegging, analyse en opinievorming reliëf die door vergelijking diepte geeft. Tegenwoordig wordt die pluriformiteit doorgaans vertaald met het begrip ‘diversiteit’, zoals uit verslagen als hier volgt. Met ‘de witte blik’ als schrikbeeld dat vermeden moet worden. Maar diversiteit als vertaling voor pluriformiteit is een ongelukkig en tekortschietend begrip. Het neemt namelijk als enig uitgangspunt de identiteit van de opiniemakers, maar zegt nog niets over de pluriformiteit van het nieuwsmedium. Iemand met een paarse identiteit kan een zwart wereldbeeld hebben waaruit een zwarte opinie volgt, terwijl iemand met een zwarte identiteit een witte opinie geeft.

Vraag is of media zich niet laten gijzelen door een schijndebat over diversiteit en het regelrechte debat over pluriformiteit hiermee uit de weg gaan. Dat werkt twee kanten uit. Want als pluriformiteit niet altijd direct volgt uit diversiteit kan dat ongecontroleerd en bijna ongemerkt doorschieten naar standpunten die niet binnen de beginselen van het nieuwsmedium passen of naar standpunten die niet verder gaan dan symboliek en diversiteit tot een uitstalling van diversiteit reduceert. Een en ander kan ook allebei tegelijk voorkomen. Het debat over diversiteit binnen organisaties moet overigens wel degelijk gevoerd worden omdat het belangrijk is dat organisaties een afspiegeling van de bevolking vormen. Maar dat is een ander debat dan pluriformiteit.

Aanleiding voor deze kanttekening is de columnHet is politiek correct om moslims te bashen’ van Lamyae Aharouay in NRC. Zoals de titel aangeeft suggereert ze dat het politiek correct is om af te geven op moslims. Dat probeert ze te onderbouwen door een citaat uit het manifest van Vrij Links dat zegt dat het ‘afstand neemt van de suggestie dat niet-westerse Nederlanders in bescherming moeten worden genomen tegen het vrije debat, omdat ze nog niet klaar zouden zijn voor uitingen van de moderniteit’. Op dat zinsdeel van een specifieke zin uit een heel manifest bouwt Aharouay haar column om daar bovenop als conclusie haar uitgangspunt te herhalen dat het manifest blijft hangen in de bescherming van niet-westerse Nederlanders.

Maar het is niet Vrij Links, maar Lamyae Aharouay die blijft hangen en niet verder kijkt. Als door een bij gestoken reageert ze in een geconditioneerde reflex op de verwijzing naar de niet-westerse Nederlander. 

In een tweet reageerde ik op Lamyae Aharouay: ‘Bescherming waar @eddy_terstall cs over praten pleit voor emancipatie en een eind aan betutteling van groepen die in het overheidsbeleid als achtergesteld werden bestempeld. Het zegt iets over uw blik dat u het citaat tegengesteld opvat zoals het bedoeld is en uit de tekst blijkt’. Feitelijk toont de kritiek van Aharouay het gelijk van de opstellers van het manifest aan. Namelijk dat binnen links het debat over identiteit een open debat over de inrichting van de samenleving blokkeert. Want telkens weer trekken critici van dat open debat zich vanuit een defensieve houding terug op hun identiteit waarvan ze claimen dat die allesbepalend is. Overigens is dit geen specifiek linkse bezigheid, de alt-right-beweging heeft zich door zich te richten op identiteit als politieke belangengroep weten te vestigen.

In het geval van Aharouay is het een moslim-identiteit die de columniste blijkbaar als maat van alle dingen ziet. Waarbij ze ook nog eens het actuele debat over de positie van niet-westerse Nederlanders terugbrengt tot beeldvorming en voorbijgaat aan het overheidsbeleid vanaf de jaren ’60 (vdve) over integratie. Zij gaat ook voorbij aan de kritiek op het multiculturalisme zoals dat in 2000 werd verwoord door Paul Scheffer en waar het manifest van Vrij Links op inhaakt met een pleidooi voor een seculiere samenleving. Scheffer merkte onder meer op: ‘Waar het vooral om gaat, is dat de scheiding van staat en kerk niet werkelijk is aanvaard in islamitische kring’, ‘Al die apologeten van de diversiteit zijn niet geïnteresseerd in wat zich in de grote steden van Nederland afspeelt‘ en ‘In het openbare leven behoort geen plaats te zijn voor stromingen die de scheiding van staat en kerk of de gelijke rechten van man en vrouw willen opheffen’. De bescherming waarover het manifest het heeft verwoordde Scheffer in dat modewoord van vroegere tijden: ‘De cultuur van het gedogen, die nu op haar grenzen stuit, gaat hand in hand met een zelfbeeld dat onwaarachtig is.

Lamyae Aharouay wil mogelijk de moderniteit naar de islam brengen, maar zoals uit haar column blijkt de islam zeker niet naar de moderniteit. In die betekenis heeft ze gelijk met haar kritiek op het manifest. Want Aharouay is wel klaar voor uitingen van moderniteit, zoals Tariq Ramadan dat ook was voordat hij door de beschuldiging van molestatie van vrouwen van zijn voetstuk viel, maar dat zijn niet de uitingen die passen binnen de politieke filosofie van het secularisme dat probeert identiteit en religie te overstijgen. Aharouay beschouwt haar identiteit als positief kenmerk dat gekoesterd moet worden, terwijl de opstellers van het manifest het als een sta-in-de-weg voor de toekenning van gelijke rechten voor allen opvatten.

Het gevolg van identitaire kritiek is dat binnen links geen debat op een hoger abstractieniveau tot stand komt dat probeert identiteit te overstijgen om een gemeenschappelijke basis te formuleren van waaruit links geloofwaardig en vanaf een solide basis kan opereren. Zo wordt Vrij Links met een pleidooi voor een seculiere samenleving waarin niet de identiteit, maar de rechtsstaat en de grondrechten de maat der dingen zijn gemangeld tussen radicaal-rechts en radicaal-links die zweren bij de eigen achtergrond en eigenheid.

In de beginselen uit 1970 van NRC zijn talloze aanknopingspunten te vinden die haaks staan op de opinie van Lamyae Aharouay. Onder meer over ‘De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma, aanvaardt niet bij voorbaat enig gezag’ of ‘waanzin de mens als onderdeel van een collectiviteit’. De plaatsing van en keuze voor de column van Aharouay door de NRC-hoofdredactie sluit niet aan bij de conclusie van de beginselen: ‘Wie zich richt tot een publiek dat bereid is na te denken, doet een beroep op de rede, die hijzelf ook hanteert. In een tijd dat allerlei irrationele verschijnselen weer de kop opsteken en vaak op modieus applaus kunnen rekenen, menen wij hiermee een functie te verrichten die nog zin heeft.’ De column van Aharouay vertegenwoordigt standpunten die niet binnen de liberale beginselen van NRC passen en diversiteit tot een uitstalling van diversiteit reduceert. De lezer die een beroep doet op de rede kan er niks mee beginnen. De hoofdredactie van NRC lijkt zelf in de val van het modieus applaus getrapt door een beeld van diversiteit te verwarren met pluriformiteit en dat boven de eigen beginselen te plaatsen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet is politiek correct om moslims te bashen’ van Lamyae Aharouay in NRC, 24 mei 2018.

Manifest van ‘Vrij Links’ (Aynan, Lakerveld, Terstall en Yücel) over openheid en secularisme roept misverstand op bij Oudenampsen

with one comment

In een manifest dat in De Volkskrant wordt gepubliceerd pleiten vier auteurs voor een open samenleving en het secularisme. Asis Aynan, Femke Lakerveld, Eddy Terstall en Keklik Yücel noemen zich ‘Vrij Links’ en verzetten zich tegen het groepsdenken en nemen het op voor progressief links. Ze pleiten voor een ‘Vrij Links’ dat ‘weer trouw is aan haar vrijzinnige, seculiere wortels‘. Hiermee claimen ze geen uniciteit en laten open dat er niet-linkse groepen zijn met dezelfde wortels en dezelfde claim. Maar hun claim kan verwarring scheppen en was beter achterwege gebleven. Ofwel, het optuigen van een ‘Vrij Linkse’ beweging staat de duidelijkheid over een open, seculiere samenleving in de weg. Het instrument komt zo deels voor het doel te staan.

Het is geen nieuw geluid, maar een geluid dat als nieuw wordt gepresenteerd. Het manifest weerspreekt het misverstand dat vooral door orthodoxe religieuze leiders de wereld in wordt geholpen dat secularisme hetzelfde als atheïsme zou zijn. Dat is onjuist. Dat zeggen die religieuzen eenvoudigweg vanuit een defensieve reflex omdat het secularisme hun voorrechten wil terugbrengen tot de rechten die ook de minder dominante religies en levensovertuigingen hebben. Daarnaast zijn er zoals Jacques Berlinerblau zegt ook niet-seculiere atheïsten zoals Sam Harris of Chistopher Hitchens die vijandig tegenover het secularisme staan:

Iemand die niet begrepen heeft wat secularisme is, of doet alsof hij het niet begrijpt, is socioloog/politicoloog Merijn Oudenampsen die vanuit links-radicale hoek in een twitterstorm het manifest aanvalt. Hij bezondigt zich aan twee denkfouten. Hij verwart secularisme met atheïsme, en daar bovenop suggereert hij dat wat hij ziet als een kluwen van secularisme/atheïsme links of rechts zou kunnen zijn. Alsof de rechtsstaat en de universele waarden in de hedendaagse praktijk links of rechts zijn. De auteurs van het manifest willen daaraan ontsnappen, hoewel het erop lijkt dat ze in vervoering naar Isfahan reizen. Oudenampsens misverstand is door de onhandige bewoordingen van de vier auteurs zelf de wereld in geholpen door hun claim op linkse progressiviteit. Dat is onnodig en contra-productief in een pleidooi voor een open, seculiere samenleving.

Ouderampsen ontspoort pas echt met een kwaadwillende tweet waarin hij verwijst naar de radicaal-rechtse atheïst Paul Cliteur. Er is veel voor te zeggen om deze in de laatste jaren geradicaliseerde aanhanger van Forum voor Democratie Cliteur net zoals Berlinerblau zegt over Sam Harris en Christopher Hitchens als een niet-seculiere atheïst te beschouwen. Dat is een heel andere weg dan de vier auteurs van het manifest inslaan.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOpinie: Vrij Links moet trouw zijn aan zijn vrijzinnige, seculiere wortels’ van Asis Aynan, Femke Lakerveld, Eddy Terstall en Keklik Yücel in De Volkskrant, 17 mei 2018.

Foto 2: Tweet van Merijn Oudenampsen, 19 mei 2018.

Boris van der Ham over islamverlaters in ‘Nieuwe vrijdenkers’. Met het accent op de maatschappelijke bewustwording

with one comment

Oud-politicus en voorzitter van het Humanistisch Verbond Boris van der Ham heeft met journalist Rachid Benhammou het boek ‘Nieuwe vrijdenkers’ geschreven. In een aankondiging zegt uitgeverij Prometheus bij wie het boek verschijnt waar het over gaat: ‘In Nieuwe vrijdenkers komen twaalf Nederlandse voormalige moslims aan het woord die zich hebben losgemaakt van de religie van hun ouders. Bij sommigen ging dat gemakkelijk, maar anderen kregen te maken met zeer heftige reacties van hun familie, waarbij enkelen zelfs werden verstoten. Een aantal van de geïnterviewden is nu openlijk atheïst, agnost, humanist of vrijdenker, maar velen van hen leiden een dubbelleven omdat de buitenwereld niets weet van hun afvalligheid.’

In Goedemorgen Nederland van WNL kiest Van der Ham een behoedzame uitleg als hij zegt dat het ‘soms onbekend is dat de islam verlaten zo’n groot probleem is’. Dat kan hij nauwelijks serieus menen. Want iedereen die ook maar enigszins op de hoogte is van wat speelt in de publieke opinie heeft zeker sinds de opgang van Wilders in 2004 kennis kunnen nemen van de problemen voor moslims om de islam te verlaten. Het is een taboe dat nauwelijks slijt door een gebrek aan bewustwording bij zowel islamverlaters als moslims.

Wat ontbreekt in het interview en de logische vervolgvraag aan Van der Ham geweest zou zijn is de vraag wat de rol van de overheid is. Van der Ham maakt het er overigens voor de interviewsters niet makkelijk op door niet de politieke kant, maar de menselijke kant van dit probleem voorop te zetten. Hij wil overduidelijk het probleem van de islamverlaters depolitiseren, met als gevolg dat de politieke kant ervan onbesproken blijft. Dat is jammer. Blijkbaar gaat volgens Van der Ham de maatschappelijke vóór de politieke bewustwording.

Daar valt best iets voor te zeggen. Zoals Van der Ham echter in het begin van het gesprek zegt is iedereen in Nederland vrij om te geloven, ‘maar ook om niet te geloven. Dat staat mooi op papier, maar in de praktijk is het soms ingewikkeld.’ Dat speelt nu en dient daarom nu aangepakt te worden omdat het belemmeren van de geloofsvrijheid in strijd met de grondrechten is. Dat heeft de wetmaker vastgelegd en moet de overheid met inzet van haar gezag voor elk individu garanderen. Dat houdt ook in het bieden van bescherming aan bedreigde islamverlaters. Daarnaast zou de overheid veel meer aan voorlichting kunnen doen door aan elke Nederlander uit te leggen wat godsdienstvrijheid is en het iedereen vrijstaat om te geloven of niet te geloven.

Atheïstische politiek van het Atheïstisch Verbond geeft strijdbare christenen munitie. En begrijpt niets van het secularisme

leave a comment »

Via de petitieFemke Halsema als burgemeester’ van petitionaris Geert Hoogeveen kwam ik op de website van het Atheïstisch Verbond terecht. Overigens een prima petitie die ik graag steun. Daar publiceerde Hoogeveen een artikel. Hij presenteert zich in de petitie als voormalig GroenLinkser ‘nu aktief op gebied van atheïstische politiek’. Hij lijkt overgestapt te zijn naar de Partij van de Rede waarvan hij secretaris/penningmeester is. Ik had nog nooit van ‘atheïstische politiek’ gehoord en had geen idee wat ik me er bij voor kon stellen.

Het probleem zit in de term ‘atheïsme‘ omdat het twee tegengestelde bewegingen inhoudt. De term is ongelukkig, maar wordt wel door bijna alle Nederlanders herkend. Er bestaat dus een praktisch probleem om een betere term te introduceren. Het voorvoegsel ‘a’ neemt afstand van het ‘theïsme’ waardoor een betekenis ontstaat die inhoudt dat er geen Goden bestaan. Maar tegelijk klinkt de term zich vast aan God (theos) en laat zich in een idioom en wereldbeeld trekken waarvan het afstand wil nemen. Dat is onbruikbaar en onhandig.

De doelstellingen van het Atheïstisch Verbond borduren voort op die term ‘atheïsme’. Het gaat de fout in als het zich zegt ten doel te stellen om ‘het atheïstisch en seculier stemgeluid’ een plaats in de samenleving te geven. De gelijkstelling van atheïsme met secularisme geeft aan dat de opstellers ervan niet begrijpen wat secularisme inhoudt. Of daar een verkeerde opvatting van hebben. Omdat andere doelstellingen eruit volgen is dat essentieel. Ze suggereren dat binnen het secularisme het atheïsme een principieel andere plek inneemt dan godsdienst. Dat is niet zo. Onder de paraplu van het secularisme –een politieke filosofie die verzekert dat iemand nooit onderworpen zal worden aan religie- zijn alle religies en levensovertuigingen gelijkwaardig. Atheïsme of humanisme hebben geen streepje voor en het secularisme is niet vijandig jegens religie of een specifieke godsdienst, maar biedt elke godsdienst of levensovertuiging een gelijkwaardige plek.

Zolang dit slordig en lui denken binnen de ‘atheïstische politiek’ bestaat geeft het munitie aan religieuze organisaties om het secularisme verdacht te maken en te verwerpen. Het lijkt er sterk op dat in het Westen vooral strijdbare christenen het opgeven van hun voorkeurspositie niet kunnen accepteren ten koste van minderheden als homosexuelen of moslims die een gelijke plek onder de zon opeisen. Ze beweren dat de marginalisatie van het christendom een gevolg is van zogenaamd ‘agressief secularisme’. Afnemend belang van christelijke politieke macht lijkt echter eerder het gevolg van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen als ontkerkelijking en individualisering. Secularisme beschermt ook de christelijke minderheid.

In feite verwerpen deze christenen niet de politieke filosofie van het secularisme, maar het opgeven van hun voorkeurspositie. Omdat ze dat laatste niet kunnen toegeven richten ze hun pijlen op het secularisme. Zo ontstaat de merkwaardige tangbeweging dat zowel christenen als een vereniging als het Atheïstisch Verbond vanuit hun strijdbaarheid een verkeerd beeld van het secularisme geven. Ik moet niks hebben van dit soort atheïstische politiek. En zeker niet alleen omdat ik de term ‘atheïsme’ ondeugdelijk en tegenstrijdig vind.

Foto: Schermafbeelding van ‘Doelstellingen van het Atheïstisch Verbond’.

GroenLinks, de partij van heimwee en verlangen

with 3 comments

Een song uit de Broadway-musical ‘One Touch of Venus’ uit 1943 uitgevoerd door componist Kurt Weill. Een song uit het Tin Pan Alley repertoire dat zijn weg als standard vond naar de jazz. De strijd tegen de nazi’s nadert zijn hoogtepunt en Broadway zingt over liefde. Waarbij het door het vette Duitse accent van Weill niet zoveel uitmaakt of hij ‘love’ of ‘low’ zingt. Op GeorgeKnightKort besteedde ik er 5 jaar geleden aandacht aan.

Waarom deze song hier geplaatst? Het doet me aan GroenLinks denken. In 2011 verklaarde ik in een commentaar mijn haat-liefde verhouding tot die partij. En ik denk er nog precies hetzelfde over: ‘Mijn eerste politieke liefde was de PSP. Pacifisten als Bertrand Russell en PSP-er Fred van der Spek opereerden in de marge, maar wisten hun bevlogenheid in een logisch betoog te vangen. Aangevuld met vrijdenkers als Anton Constandse en Laurens ten Cate die verder gingen dan zwart-wit denken, is dat nog steeds wat ik in de hedendaagse politiek mis: onafhankelijkheid, originaliteit en vrijdenken. (..) Ik ben dus sympathisant van elementen binnen GroenLinks. Relicten van vrijdenken en pacifisme zijn wellicht schaars, maar elders binnen de Nederlandse politiek helemaal afwezig. Waarbij het wrange is dat Van der Spek in 1985 afhaakte en tegen het ontstaan van een fusiepartij was. Ik denk dat de geschiedenis hem gelijk heeft gegeven. De PSP had autonoom moeten blijven. Omdat GroenLinks ook talloze anti-democraten en zwart-wit denkers omvat zal ik er niet makkelijk op stemmen. Zo’n blinde sympathisant kan ik nou ook weer niet zijn.

Sinds 2011 is er veel water onder de brug gestroomd. De onderhandelaars van GroenLinks konden in de formatie niet leven met de oplossing voor de vluchtelingenproblematiek in Noord-Afrika. Daarom haakten ze af. Waarbij het mijn vraag is welke rol de anti-democraten en zwart-wit denkers deze keer hebben gespeeld.

Het leven is kort en de kunst lang. Daarom kunnen we naar Kurt Weill achter zijn piano luisteren. De kansen zijn beperkt. In het leven, maar ook in de politiek. Dat maakt weemoedig. Voor we het beseffen is het voorbij. GroenLinks is de partij van het verlangen en het gemis. De partij van de romantiek van Slauerhoff die tegelijk hier en elders wil zijn. Niet alleen onder de Haagse kaasstolp, maar ook op zee of in de velden waar het graan ruist. De partij die ontkent dat in de politiek vuile handen en een schoon geweten samengaan. De partij die wetenschap verwart met praktische politiek. Hoe langer het inlossen van het verlangen wordt uitgesteld, hoe hoger de verwachting. En hoe abstracter het wereldbeeld. GroenLinks, de partij van heimwee en verlangen.

I feel wherever I go that tomorrow is near, tomorrow is here and always too soon
Time is so old and love so brief
Love is pure gold and time a thief
We’re late, darling, we’re late
The curtain descends, everything ends too soon, too soon
I wait, darling, I wait
Will you speak low to me, speak love to me and soon

Zijlstra wil salafistische organisaties verbieden. Wat denken zijn tegenstanders over het verbod van Martijn?

leave a comment »

groepsfoto-religieuze-leidersweb

In 2012 werd pedofielenvereniging Martijn verboden door de rechter in Assen. Advocaat Bart Swier betwistte het verbod en voerde aan dat de Vereniging Martijn nog nooit een strafbaar feit had begaan: ‘Enkel het feit dat sommige artikelen op haar website volgens het Openbaar Ministerie een hoog ‘bah-gehalte’ zouden hebben, kan geen grond zijn voor een verbod op de vereniging‘. Het zouden volgens Martijn de publieke opinie en politieke druk zijn geweest die het OM om een rechterlijk verbod deed vragen. De activiteiten van Martijn zouden in strijd zijn met de openbare orde. De rechter liet dit zwaarder tellen dan de meningsuiting.

In 2014 bevestigde in hoger beroep de Hoge Raad het verbod en ontbond Martijn. Maatschappelijke kritiek op het verbod mocht niet helpen. Journalist Kustaw Bessems schreef in een column: ‘En wees gewaarschuwd: als dit verbod er komt, blijft dat nooit alleen bij pedofielen. Dan wordt een gevaarlijk precedent geschapen voor het verbieden van meer onwelgevallige ideeën. Onder het mom: stel nou eens dat die ideeën wijd verbreid raken. Met zo’n uitspraak van de Hoge Raad in de hand zullen pogingen worden ondernomen om ‚foute’ politieke partijen te verbieden. Of foute geloofsgenootschappen.’ In juli 2014 kondigde de vereniging Martijn aan naar het Europees Hof te stappen om het verbod en de ontbinding van de vereniging ongedaan te maken. Spong Advocaten motiveerde dat door te stellen ‘dat de Hoge Raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een verbod van de vereniging Martijn in onze weerbare democratische samenleving noodzakelijk is.

Ik was het niet eens met het verbod en schreef: ‘Dit verbod laat een nare smaak achter. Mag een vereniging verboden worden om ideeën? De afweging van de rechter tussen openbare orde en meningsuiting is verdedigbaar, maar geeft toch te denken. Want het verlaagt de drempel voor een verbod van maatschappelijke organisaties. Men hoeft het niet met de doelstelling van Martijn eens te zijn om een verbod toch een te grof middel te vinden. En zelfs een ongewenst middel als de georganiseerde pedofilie er ondergronds door gaat.

Nu is er VVD-fractieleider Halbe Zijlstra die in een interview met Trouw meent dat salafistische organisaties verboden moeten worden omdat ‘onze manier van leven gevaar zou lopen‘: ‘Religie kan nooit een dekmantel zijn voor een politiek-ideologische aanval op onze rechtsstaat. In die salafistische kringen worden dingen geroepen en gezegd die echt ondermijnend zijn voor onze democratische rechtsstaat. (..) Maar nu het onder het kopje religie wordt gebracht, kunnen we er niets aan doen. Daar moeten we vanaf.’

Zijlstra heeft gelijk dat religie geen dekmantel is voor het afschaffen van de democratie of het ondermijnen van de rechtsstaat. Er is geen enkele reden om religieuze organisaties juridisch extra te beschermen. Maar we moeten ons niet wapenen tegen de islam. Want in dat proces verliezen we onszelf. We moeten vertrouwen stellen in de werking van de democratische orde en de rechtsstaat. Zoals het verbod van de vereniging Martijn verduidelijkt is de toepassing van de rechtsstaat in de afgelopen decennia ontspoord omdat de Nederlandse zittende macht eigen normen heeft veronachtzaamd. Nederlandse instituties zijn weerbaar genoeg om salafistische en pedofiele organisaties te tolereren. Niet in te zien valt waarom een verbod noodzakelijk is.

Het is van tweeën een. De tegenstanders van Zijlstra moeten zich goed bedenken waarom ze zwegen toen Martijn werd verboden. Gelijke monniken, gelijke kappen. Of geen enkele vereniging verbieden of alle verenigingen verbieden die dat om rechtsstatelijke redenen rechtvaardigen. Maar Martijn wel verbieden en niet een salafistische vereniging die door grootte en organisatiegraad een groter gevaar voor de rechtsstaat biedt en de openbare orde veel meer bedreigt oogt selectief. En politiek gemakzuchtig. Indirect kunnen Zijlstra’s argumenten leiden tot een pleidooi om het verbod en de ontbinding van Martijn ongedaan te maken.

Foto: Vier vertegenwoordigers van religieuze organisaties. Credits: Marte Visser.