George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Christopher Hitchens

Kanttekeningen bij plaatsing column van Lamyae Aharouay in NRC. Is het politiek correct om identiteit als maat der dingen te nemen?

with one comment

Pluriformiteit binnen een nieuwsmedium is een goede zaak. Dat wil zeggen dat verschillende politieke of maatschappelijke meningen erbinnen tot uiting komen. Zo ontstaat door breedte in de verslaglegging, analyse en opinievorming reliëf die door vergelijking diepte geeft. Tegenwoordig wordt die pluriformiteit doorgaans vertaald met het begrip ‘diversiteit’, zoals uit verslagen als hier volgt. Met ‘de witte blik’ als schrikbeeld dat vermeden moet worden. Maar diversiteit als vertaling voor pluriformiteit is een ongelukkig en tekortschietend begrip. Het neemt namelijk als enig uitgangspunt de identiteit van de opiniemakers, maar zegt nog niets over de pluriformiteit van het nieuwsmedium. Iemand met een paarse identiteit kan een zwart wereldbeeld hebben waaruit een zwarte opinie volgt, terwijl iemand met een zwarte identiteit een witte opinie geeft.

Vraag is of media zich niet laten gijzelen door een schijndebat over diversiteit en het regelrechte debat over pluriformiteit hiermee uit de weg gaan. Dat werkt twee kanten uit. Want als pluriformiteit niet altijd direct volgt uit diversiteit kan dat ongecontroleerd en bijna ongemerkt doorschieten naar standpunten die niet binnen de beginselen van het nieuwsmedium passen of naar standpunten die niet verder gaan dan symboliek en diversiteit tot een uitstalling van diversiteit reduceert. Een en ander kan ook allebei tegelijk voorkomen. Het debat over diversiteit binnen organisaties moet overigens wel degelijk gevoerd worden omdat het belangrijk is dat organisaties een afspiegeling van de bevolking vormen. Maar dat is een ander debat dan pluriformiteit.

Aanleiding voor deze kanttekening is de columnHet is politiek correct om moslims te bashen’ van Lamyae Aharouay in NRC. Zoals de titel aangeeft suggereert ze dat het politiek correct is om af te geven op moslims. Dat probeert ze te onderbouwen door een citaat uit het manifest van Vrij Links dat zegt dat het ‘afstand neemt van de suggestie dat niet-westerse Nederlanders in bescherming moeten worden genomen tegen het vrije debat, omdat ze nog niet klaar zouden zijn voor uitingen van de moderniteit’. Op dat zinsdeel van een specifieke zin uit een heel manifest bouwt Aharouay haar column om daar bovenop als conclusie haar uitgangspunt te herhalen dat het manifest blijft hangen in de bescherming van niet-westerse Nederlanders.

Maar het is niet Vrij Links, maar Lamyae Aharouay die blijft hangen en niet verder kijkt. Als door een bij gestoken reageert ze in een geconditioneerde reflex op de verwijzing naar de niet-westerse Nederlander. 

In een tweet reageerde ik op Lamyae Aharouay: ‘Bescherming waar @eddy_terstall cs over praten pleit voor emancipatie en een eind aan betutteling van groepen die in het overheidsbeleid als achtergesteld werden bestempeld. Het zegt iets over uw blik dat u het citaat tegengesteld opvat zoals het bedoeld is en uit de tekst blijkt’. Feitelijk toont de kritiek van Aharouay het gelijk van de opstellers van het manifest aan. Namelijk dat binnen links het debat over identiteit een open debat over de inrichting van de samenleving blokkeert. Want telkens weer trekken critici van dat open debat zich vanuit een defensieve houding terug op hun identiteit waarvan ze claimen dat die allesbepalend is. Overigens is dit geen specifiek linkse bezigheid, de alt-right-beweging heeft zich door zich te richten op identiteit als politieke belangengroep weten te vestigen.

In het geval van Aharouay is het een moslim-identiteit die de columniste blijkbaar als maat van alle dingen ziet. Waarbij ze ook nog eens het actuele debat over de positie van niet-westerse Nederlanders terugbrengt tot beeldvorming en voorbijgaat aan het overheidsbeleid vanaf de jaren ’60 (vdve) over integratie. Zij gaat ook voorbij aan de kritiek op het multiculturalisme zoals dat in 2000 werd verwoord door Paul Scheffer en waar het manifest van Vrij Links op inhaakt met een pleidooi voor een seculiere samenleving. Scheffer merkte onder meer op: ‘Waar het vooral om gaat, is dat de scheiding van staat en kerk niet werkelijk is aanvaard in islamitische kring’, ‘Al die apologeten van de diversiteit zijn niet geïnteresseerd in wat zich in de grote steden van Nederland afspeelt‘ en ‘In het openbare leven behoort geen plaats te zijn voor stromingen die de scheiding van staat en kerk of de gelijke rechten van man en vrouw willen opheffen’. De bescherming waarover het manifest het heeft verwoordde Scheffer in dat modewoord van vroegere tijden: ‘De cultuur van het gedogen, die nu op haar grenzen stuit, gaat hand in hand met een zelfbeeld dat onwaarachtig is.

Lamyae Aharouay wil mogelijk de moderniteit naar de islam brengen, maar zoals uit haar column blijkt de islam zeker niet naar de moderniteit. In die betekenis heeft ze gelijk met haar kritiek op het manifest. Want Aharouay is wel klaar voor uitingen van moderniteit, zoals Tariq Ramadan dat ook was voordat hij door de beschuldiging van molestatie van vrouwen van zijn voetstuk viel, maar dat zijn niet de uitingen die passen binnen de politieke filosofie van het secularisme dat probeert identiteit en religie te overstijgen. Aharouay beschouwt haar identiteit als positief kenmerk dat gekoesterd moet worden, terwijl de opstellers van het manifest het als een sta-in-de-weg voor de toekenning van gelijke rechten voor allen opvatten.

Het gevolg van identitaire kritiek is dat binnen links geen debat op een hoger abstractieniveau tot stand komt dat probeert identiteit te overstijgen om een gemeenschappelijke basis te formuleren van waaruit links geloofwaardig en vanaf een solide basis kan opereren. Zo wordt Vrij Links met een pleidooi voor een seculiere samenleving waarin niet de identiteit, maar de rechtsstaat en de grondrechten de maat der dingen zijn gemangeld tussen radicaal-rechts en radicaal-links die zweren bij de eigen achtergrond en eigenheid.

In de beginselen uit 1970 van NRC zijn talloze aanknopingspunten te vinden die haaks staan op de opinie van Lamyae Aharouay. Onder meer over ‘De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma, aanvaardt niet bij voorbaat enig gezag’ of ‘waanzin de mens als onderdeel van een collectiviteit’. De plaatsing van en keuze voor de column van Aharouay door de NRC-hoofdredactie sluit niet aan bij de conclusie van de beginselen: ‘Wie zich richt tot een publiek dat bereid is na te denken, doet een beroep op de rede, die hijzelf ook hanteert. In een tijd dat allerlei irrationele verschijnselen weer de kop opsteken en vaak op modieus applaus kunnen rekenen, menen wij hiermee een functie te verrichten die nog zin heeft.’ De column van Aharouay vertegenwoordigt standpunten die niet binnen de liberale beginselen van NRC passen en diversiteit tot een uitstalling van diversiteit reduceert. De lezer die een beroep doet op de rede kan er niks mee beginnen. De hoofdredactie van NRC lijkt zelf in de val van het modieus applaus getrapt door een beeld van diversiteit te verwarren met pluriformiteit en dat boven de eigen beginselen te plaatsen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet is politiek correct om moslims te bashen’ van Lamyae Aharouay in NRC, 24 mei 2018.

Advertenties

Manifest van ‘Vrij Links’ (Aynan, Lakerveld, Terstall en Yücel) over openheid en secularisme roept misverstand op bij Oudenampsen

with one comment

In een manifest dat in De Volkskrant wordt gepubliceerd pleiten vier auteurs voor een open samenleving en het secularisme. Asis Aynan, Femke Lakerveld, Eddy Terstall en Keklik Yücel noemen zich ‘Vrij Links’ en verzetten zich tegen het groepsdenken en nemen het op voor progressief links. Ze pleiten voor een ‘Vrij Links’ dat ‘weer trouw is aan haar vrijzinnige, seculiere wortels‘. Hiermee claimen ze geen uniciteit en laten open dat er niet-linkse groepen zijn met dezelfde wortels en dezelfde claim. Maar hun claim kan verwarring scheppen en was beter achterwege gebleven. Ofwel, het optuigen van een ‘Vrij Linkse’ beweging staat de duidelijkheid over een open, seculiere samenleving in de weg. Het instrument komt zo deels voor het doel te staan.

Het is geen nieuw geluid, maar een geluid dat als nieuw wordt gepresenteerd. Het manifest weerspreekt het misverstand dat vooral door orthodoxe religieuze leiders de wereld in wordt geholpen dat secularisme hetzelfde als atheïsme zou zijn. Dat is onjuist. Dat zeggen die religieuzen eenvoudigweg vanuit een defensieve reflex omdat het secularisme hun voorrechten wil terugbrengen tot de rechten die ook de minder dominante religies en levensovertuigingen hebben. Daarnaast zijn er zoals Jacques Berlinerblau zegt ook niet-seculiere atheïsten zoals Sam Harris of Chistopher Hitchens die vijandig tegenover het secularisme staan:

Iemand die niet begrepen heeft wat secularisme is, of doet alsof hij het niet begrijpt, is socioloog/politicoloog Merijn Oudenampsen die vanuit links-radicale hoek in een twitterstorm het manifest aanvalt. Hij bezondigt zich aan twee denkfouten. Hij verwart secularisme met atheïsme, en daar bovenop suggereert hij dat wat hij ziet als een kluwen van secularisme/atheïsme links of rechts zou kunnen zijn. Alsof de rechtsstaat en de universele waarden in de hedendaagse praktijk links of rechts zijn. De auteurs van het manifest willen daaraan ontsnappen, hoewel het erop lijkt dat ze in vervoering naar Isfahan reizen. Oudenampsens misverstand is door de onhandige bewoordingen van de vier auteurs zelf de wereld in geholpen door hun claim op linkse progressiviteit. Dat is onnodig en contra-productief in een pleidooi voor een open, seculiere samenleving.

Ouderampsen ontspoort pas echt met een kwaadwillende tweet waarin hij verwijst naar de radicaal-rechtse atheïst Paul Cliteur. Er is veel voor te zeggen om deze in de laatste jaren geradicaliseerde aanhanger van Forum voor Democratie Cliteur net zoals Berlinerblau zegt over Sam Harris en Christopher Hitchens als een niet-seculiere atheïst te beschouwen. Dat is een heel andere weg dan de vier auteurs van het manifest inslaan.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOpinie: Vrij Links moet trouw zijn aan zijn vrijzinnige, seculiere wortels’ van Asis Aynan, Femke Lakerveld, Eddy Terstall en Keklik Yücel in De Volkskrant, 17 mei 2018.

Foto 2: Tweet van Merijn Oudenampsen, 19 mei 2018.

Oscar Navarro en Ray Comfort. Weer zo’n claim van een godsdienst dat iemand zich bekeert. En de concurrent de rug toekeert

with 2 comments

Op internet krioelt het van getuigenissen van mensen die overstappen van de ene naar de andere godsdienst. Het is een heus subgenre op YouTube. Dat moet de grootsheid van de ontvangende godsdienst onderstrepen en een meerwaarde geven. Maar of zo’n bekering werkelijk heeft plaatsgevonden of in scène is gezet is blijft in alle gevallen de vraag. De claims vallen niet te controleren. Het is een kwestie van geloof om zulke claims als waar te willen aannemen. En ook zo verkeert godsdienst in zichzelf en bestaat het niet buiten zichzelf.

Religieuze marketing is ijzersterk en van alle tijden. In Europa is het er door de ontkerstening voor religieuze organisaties alleen nog maar lastiger op geworden om de achterban vast te houden of toetreders te werven. In Nederland zegt de meerderheid van de bevolking zich niet te laten inspireren door enige godsdienst. En dat aantal neemt elk jaar met enkele procenten toe. De overblijvende koek voor de overblijvende religieuze organisaties wordt er daardoor kleiner op. Zodat de strijd om gelovigen  er daardoor des te feller op wordt.

Bovenstaande video dient als trailer voor de film ‘The Atheist Delusion’ (2016) van evangelist Ray Comfort. Het claimt dat de ‘militante atheïst’ Oscar Navarro tot het christendom bekeerd is. Hij zou voor zijn bekering ‘militant’ zijn geweest omdat hij een stapel boeken had gelezen van de auteurs Richard Dawkins, Sam Harris en Christopher Hitchens. Maar maakt het lezen van boeken iemand tot een militant? Hetzelfde geldt trouwens voor de term ‘atheïst’ die voornamelijk de wereld in is geholpen door christenen en niet door ‘atheïsten’ zelf. Atheïsme is voor degenen die zich niet laten inspireren door godsdienst immers een zinloze, overbodige en dubbelzinnige term. Het neemt namelijk tegelijk afstand van een geloof in God (‘a’) en omarmt het tegelijk (‘theïsme’). Ofwel, het trekt de ‘atheïst’ alsnog in het godsdienstige domein. Mijn reactie bij de video:

Dit soort religieuze marketing komt veel voor. Het maakt vooral iets duidelijk over die marketing zelf. Daarnaast kan in de huidige tijd van sociale media, manipulatie van het nieuws en nepnieuws een claim van iemand die zegt bekeerd te zijn niet op voorhand geloofd worden. Zie ook:  http://www.patheos.com/blogs/friendlyatheist/2016/08/20/christian-evangelist-describes-his-militant-atheist-past-spoiler-it-involved-reading-books/

Wat vooral voor het atheïsme pleit is dat het het niet nodig acht om bekeerlingen te claimen, mee te vechten op de overvolle religieuze markt met vele concurrenten en zichzelf voortdurend op de borst te kloppen. Het verschil tussen het atheïsme (wat dat ook is) en gevestigde godsdiensten als het christendom, jodendom, hindoeïsme, boeddhisme of de islam is dat het van degenen die het inspireert niet wil dat ze aan een hogere macht denken, maar dat ze zelf denken.

Vaticaan loopt risico met heiligverklaring Moeder Teresa. Was zij een atheïst?

with one comment

Paus_Moeder_Teresa_heilig_c57c47c588d590af58278986279694a6

Moeder Teresa -ofwel Agnes Bojaxhiu- is vandaag heilig verklaard door paus Franciscus. Hij deed dat tijdens een mis op het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad. Een staaltje van religieuze marketing. Zij is populair en haar populariteit straalt af op de kerk. In 1979 won ze de Nobelprijs voor de Vrede. Wie achter haar heiligverklaring kijkt ziet een risico dat het Vaticaan loopt. Want er zijn sterke aanwijzingen die zijn af te leiden uit haar geheime brieven dat Moeder Teresa de laatste 50 jaar van haar leven niet gelovig was. Dit roept de vraag op wat het Vaticaan bezielt om met Moeder Teresa een atheïst te canoniseren. De logische vervolgvraag is wat dat zegt over de marketing van het Vaticaan en waarom het dit publicitaire risico meent te moeten lopen.

Het zijn niet alleen geharnaste atheïsten als Christopher Hitchens die de afgelopen jaren vragen stelden over het geloof van Agnes Bojaxhiu, zoals hier in een uitzending van MSNBC’s Hardball, maar ook priester Brian Kolodiejchuk die jarenlang ijverde voor haar heiligverklaring en haar geheime brieven publiceerde. In 2007 memoreerde David van Biema in een artikel voor Time dat Moeder Teresa ‘bijna 50 jaar van haar leven doorbracht zonder de aanwezigheid van God in haar leven waar te nemen’. Dit roept de vraag op wat de voorwaarden zijn voor een heiligverklaring door het Vaticaan. Het leidt geen twijfel dat Moeder Teresa wordt vereerd, wonderen heeft verricht en goede werken verrichtte onder de armen van Calcutta, maar dat is nog geen antwoord op de vraag of ze dit deed vanuit een christelijke of een algemeen-humanitische intentie.

Andrew Brown zette het in 2007 in een artikel in The Guardian op een rijtje onder de titel ‘Was Mother Teresa an atheïst?’ Deze alinea slaat de spijker op de kop: ‘Told just by itself, the story would be interesting enough: a peasant woman of extraordinary tenacity and drive moves halfway around the world, using religion to lift her out of obscurity and give her a fulfilling and important life, even though the faith and its consolations are taken away from her when she gets the autonomy she really wanted.’ Met Moeder Teresa’s heiligverklaring is de cirkel rond en probeert het Vaticaan ook twijfels over haar geloof in God te overstemmen. Agnes Bojaxhiu gebruikte religie om in de wereld verder te komen en het Vaticaan gebruikt Moeder Teresa nu zij de wereld verlaten heeft. Dat is de stilzwijgende afspraak. Marketing van religie is het grootste wonder dat religie kent.

Foto: Heiligverklaring van Moeder Teresa door paus Franciscus, 4 september 2016.

Khaled Al-Gindi en Jonathan Morris verketteren atheïsten

with one comment

Gevestigde religies bestaan dankzij de uitsluiting van de ander. Religie is een mooi verpakt snoepje met verdovende werking. Het is van binnen zacht en van buiten hard. Vertegenwoordigers van religies is door de eeuwen aangeleerd om hard op te treden tegen zowel dissidenten in eigen kring als andersdenkenden. De laatsten kunnen prachtig dienen als zondebok. Alleen door goede interne organisatie en een strijd van selectie die veinzen, aanpassing, inschikkelijkheid, machtsvertoon en hardheid combineert kan een religie overleven. De concurrentie in de religieuze sector is groot. Naar verluidt zijn er in totaal zo’n 1,1 miljard ongebondenen.

Als atheïsten, agnostici of nihilisten dezelfde agressieve toon zouden aanslaan tegenover gelovigen zou de wereld er een stuk onaangenamer door worden. Er is trouwens een minderheid van ’nieuwe’ atheïsten als Sam Harris die door vooral linkse tegenstanders in dezelfde hoek geframed wordt. De Egyptische prediker Khaled Al-Gindi meent dat er geen plek is voor atheïsten in Egypte. Ze moeten maar emigreren. Wat hij zegt is in lijn met de concept Grondwet die uitgaat van de islamitische sharia en formeel christenen en joden noemt, maar atheïsten geen rechten biedt ondanks alle mooie woorden over gelijke rechten voor allen. In de VS toont priester Jonathan Morris ter profilering dezelfde onverdraagzaamheid jegens niet-gelovige andersdenkenden.

Botsing bij Bill Maher tussen Ben Affleck en Sam Harris. Over islam?

with 3 comments

Waar ligt de nuance over de islam? Vele posities kunnen over deze religie ingenomen worden: De islam is in de grond achterlijk en zou niet te verenigen zijn met democratie en een eigen rechtssysteem hebben dat haaks staat op de nationale rechtssystemen. Of de islam zou juist een religie van vrede zijn. Tussen die posities bestaan allerlei grijstinten. De islam is aan het emanciperen en loopt achter op de religies die grotendeels of volledig geëmancipeerd zijn. De islam wordt gekaapt door politieke groeperingen die deze religie misbruiken en in een kwaad daglicht stellen. De wereldreligie islam is te divers om nog over de islam te kunnen praten. ISIS vertegenwoordigt de islam. ISIS vertegenwoordigt niet de islam. De islam is kortom een dankbaar gespreksonderwerp voor verhitte discussie. Conclusie is dat ons beeld ervan versplinterd is.

Wat acteur Ben Affleck in de show Real Time with Bill Maher vertoont is opmerkelijk. Affleck is opgewonden en schiet vanuit de heup. Zonder de voorgeschiedenis te kennen lijkt zijn actie uit het niets te komen. Niets is minder waar. Atheïst Sam Harris ligt al lange tijd onder vuur van linkse journalisten als Glenn Greenwald die hem in april 2013 in The Guardian met Richard Dawkins en Christopher Hitchens bestempelde tot ‘New Atheists’. Greenwald en zijn medestanders verwijten Sam Harris en wat ze zien als andere nieuwe atheïsten in hun anti-islamisme door te slaan en zo indirect het Amerikaans militarisme in verdediging te nemen. In een postmortem op het gesprek zegt Harris te vermoeden dat Ben Affleck zijn werk niet eens kende, maar op het spoor werd gezet door Greenwald: ‘I suspect that among his handlers there is a fan of Glenn Greenwald who prepared him for his appearance by simply telling him that I am a racist and a warmonger.’

Greenwald lijkt zo teleurgesteld in de opbouw van de Amerikaanse controlestaat, het buiten de orde plaatsen door president Obama van klokkenluiders als Chelsea Manning of Edward Snowden en de gevestigde media die hun controlerende rol verzaken dat-ie het geloof in de liberale democratie verloren heeft. Bill Maher en Sam Harris hebben dat geloof nog wel -en stellen het zelfs centraal- maar zijn in de visie van het Greenwald-kamp niet kritisch genoeg op de gevestigde macht, de controlestaat en de veiligheidsindustrie. Wat terechte kritiek lijkt. Er gaapt een kloof tussen beide kampen. Greenwalds ontwikkeling dat-ie alles en iedereen afwijst die direct of indirect de aanval op de gevestigde macht verzwakt of riposteert wijst op radicalisering.

De nuance over de islam heeft doorgaans niks met de islam te maken, maar alles met politieke standpunten over andere onderwerpen. Zoals het geloof in de liberale democratie of de kritiek op de controlestaat. De profilering pro of contra islam, of pro of contra andere deelnemers aan het debat wordt zo een afgeleide van iets anders. Islam is niet het onderwerp -ook omdat deze religie in het Westen weinigen intrinsiek echt interesseert- maar wel de katalysator. Zodat vooral de animositeit tussen Harris en Greenwald de mening van Affleck over de islam aanscherpt. Met de vraag hoeveel dat uiteindelijk waard is als valide uitspraak over de islam. In elk geval geldt dit voor de  generalisten die geen islam-deskundigen zijn. Zo ontstaat ook in de media een proxy-war -om een modeterm te gebruiken- waar niets lijkt wat het is. En zeker de islam niet.

Tweede Kamer ziet nu geen aanleiding voor onderzoek kinderrechten in religieuze organisaties

with one comment

In twee posts hier en hier vroeg ik aandacht voor kinderrechten binnen religieuze instellingen. Ook vroeg ik naar een grootschalig wetenschappelijk onderzoek om de positie van genoemde kinderen in kaart te brengen.

Aanleiding was de Evangelie Gemeente Utrecht (EGU) die diensten aanbiedt aan kinderen. Zoals aan meisjes van 8 jaar die het meerjarige programma ‘Sampie’ volgen dat gebaseerd is op het lesprogramma BreakOut van de Amerikaanse Saddleback Church. Het gaat niet specifiek om de EGU en het gaat er niet om dat daar sprake zou zijn van misstanden. Het gaat om de ontwikkeling en de groei van kinderen. Ik vatte dat aldus samen: ‘Mij baart het zorgen dat kinderen van acht jaar in een cursusprogramma van 30 lessen wordt geleerd ‘om verantwoordelijkheid te dragen, leiderschap en dienstbaarheid’. Hoe stimulerend of hoe dwingend is dat?’

Mijn zorgen en het verzoek om een onderzoek stuurde ik naar enkele woordvoerders Justitie/Kinderrechten in de Tweede Kamer. Hun antwoord was in grote lijnen eensluidend. Ze zetten zich in voor kinderrechten, maar zien geen misstanden of directe aanleiding voor een onderzoek. Drie kamerleden antwoordden inhoudelijk. Michiel van Nispen (SP) citeerde ik al in een vervolgstuk. Loes Ypma (PvdA) bedankte voor de suggestie van een grootschalig onderzoek, maar: ‘Het is te bediscussiëren of de peuterklassen etc waar u naar verwijst kindermishandeling is, of juist een mooie bijdrage aan de opvoeding’.  Joost Taverne (VVD) gaf een juridisch antwoord en wees op de vrijheid van godsdienst en van meningsuiting, en de scheiding tussen kerk en staat. Hij merkte op dat hij het scherp in de gaten houdt, maar ‘dat er geen wettelijke grenzen worden overschreden bij kinderdiensten van religieuze organisaties’. Tekent de verwijzing naar het strafrecht niet juist het tekort?

Vraag is of de wettelijke benadering die deze kamerleden volgen zinvol is om te komen tot een oriënterend sociaal-wetenschappelijk onderzoek over de kinderrechten binnen religieuze organisaties. Hebben wetgevers een instrument om artikel 14 IVRK te toetsen dat in een toelichting zegt: ‘dat kinderen niet gedwongen of verplicht mogen worden om een bepaald geloof te hebben, niet door hun ouders en niet door de regering. Ouders mogen kinderen wel stimuleren om een bepaald geloof te volgen. De regels van een geloof mogen alleen nooit schadelijk voor kinderen zijn.’ Kortom, zowel ouders als overheid dienen terughoudend op te treden. Maar hoe kan de overheid dat afwegen als het geen onderzoek doet en geen overzicht heeft in welke mate ouders die hun kinderen lesprogramma’s van religieuze instellingen laten volgen minder terughoudend optreden? Hoe kan zonder betrokkenen te bruuskeren dat gat tussen theorie en praktijk overbrugd worden?

Rechten van kinderen die nog niet de jaren des onderscheids (interpretatie: 7 of minimaal 12 jaar) bereikt hebben en daarom beïnvloedbaar zijn is een aloude discussie die al door strijdbare atheïsten als Richard Dawkins en Christopher Hitchens is aangekaart. Wat is de vrijheid voor het kind en wat voor de ouder? Zonder te beweren dat deze atheïsten gelijk hebben stellen ze vragen over een religieuze opvoeding die het nadenken waard zijn. Ze stellen dat het kinderen vooral beperkt in keuzes in hun latere leven: ‘religieus onderwijs vangt ze bewust in een manier van leven waar het steeds moeilijker aan te ontsnappen is als ze opgroeien’.

Op zijn minst rijst de vraag of programma’s voor kinderen binnen religieuze instellingen op alle onderdelen in lijn zijn met de kinderrechten. Vooral bij het aanbieden van lesprogramma’s aan jonge kinderen van 0 tot 6 jaar zoals de EGU doet kan afgevraagd worden of dat beredeneerd vanuit de kinderrechten samengaat met de onderwijsdoelstelling (artikel 29 IVRK) gericht op ‘zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind‘. EGU zegt over kinderen tot 12 jaar: ‘Kinderen leren veel van zien doen, nadoen, en zelf doen!’ Vooral dat nadoen zou de wetgever die kinderrechten niet strikt-juridisch interpreteert zorgen moeten baren over de vrijheid van gedachte van genoemde kinderen.

je

Foto: Still uit documentaire Jesus Camp (2006) van Heidi Ewing. Video: Toelichting op Movies that Matter:Jesus Camp is een controversiële documentaire over de conservatieve Christelijke beweging in de Verenigde Staten. Op onthutsende wijze is te zien hoe kinderen in een zomerkamp worden gemanipuleerd en klaargestoomd om het geloof te verspreiden.’