Keklik Yücel heeft kritiek op samenwerking van PvdA met GroenLinks. Ze wenst minder identiteitspolitiek en meer waarden

Op de PvdA heb ik nooit gestemd. Dat is niet omdat ik tegen het sociaal-democratische gedachtengoed ben, maar omdat ik er voor ben. Omdat in mijn ogen bij de PvdA dat gedachtengoed wordt verwaarloosd ontbreekt voor mij de noodzaak om op de PvdA te stemmen. Integendeel, door op de PvdA te stemmen zou ik me juist vereenzelvigen met een PvdA die zich keert tegen het sociaal-democratische gedachtengoed. De befaamde ideologische veren. Sinds het leiderschap van Wim Kok (vanaf 1986) is de PvdA steeds meer vervreemd geraakt van haar beginselen.

De kiezers zien dat feilloos in en hebben in grote getale afscheid van de partij genomen. Want ook zij zien geen noodzaak meer om op de PvdA te stemmen die niet meer is wat het zegt te zijn. Het is de vraag of het huidige leiderschap van de PvdA zelf nog weet waar het voor staat.

De paradox is dat de PvdA in een identiteitscrisis verkeert omdat het te veel aandacht geeft aan identiteit. De kritiek is dat door de samenwerking met GroenLinks de crisis waarin de PvdA verkeert alleen nog maar groter wordt. Oud PvdA-Kamerlid Keklik Yücel wijst in gesprek met WNL die samenwerking af omdat volgens haar de sociaal-culturele thema’s (verworvenheden, liberaal-democratische waarden, individuele vrijheden) bij GroenLinks niet in goede handen zijn. Zij legt dat in de video vanaf 5’20” uit.

Keklik Yücel beseft dat ze als PvdA’er onderhand behoort tot een minderheid binnen haar partij. Zij heeft met onder meer Asis Aynan, Femke Lakerveld en Eddy Terstall in 2018 een manifest gepubliceerd en is sinds die tijd betrokken bij de beweging Vrij Links. Het is min of meer een doorstart van een eerdere kritische groep PvdA’ers (2008-2018) die zich met onder meer Terstall en Marcel Duyvestijn verenigden als Liefdevol Lid. Maar de genegenheid voor de PvdA vanaf die vrijzinnige flank lijkt gaandeweg afgenomen en de afstand groter.

Men kan Vrij Links opvatten als de PvdA in ballingschap, De ondertitel van het manifest uit 2018 geeft aan waar het Vrij Links om gaat en waar het volgens haar bij de huidige PvdA aan schort: ‘EEN VRIJ EN ONBELEMMERD DEBAT, EEN LEVENSBESCHOUWELIJK-NEUTRALE STAAT, SECULIER ONDERWIJS VOOR ALLE KINDEREN EN EEN HERWAARDERING VAN INDIVIDUELE VRIJHEID.’

Keklik Yücel geeft de nummer 9 op de lijst van GroenLinks als voorbeeld van de verkeerde weg die volgens haar die partij is ingeslagen en waarom PvdA nooit met GroenLinks hecht kan samenwerken. Dat gaat niet alleen om genoemde Kauthar Bouchallikht die verdacht wordt van islamistische sympathieën, maar om GroenLinks die vanwege electorale redenen iemand met die achtergrond ondanks brede kritiek uit GroenLinks haar toch handhaaft. Deze partij kiest hiermee eenzijdig voor marketing en oppervlakkigheid en tegen de waarden waar Yücel voor pleit en die ze graag bij de PvdA opnieuw ingevoerd zou zien.

Ik schreef in een commentaar van december 2020 over de kwestie Kauthar Bouchallikht: ‘Er moet maar eens een echte linkse, vrijzinnige partij in Nederland komen. Het is tamelijk absurd voor het seculiere Nederland waar het hele politieke landschap is verkaveld in aparte onderdelen voor elke overtuiging dat zo’n eenduidig vrijzinnige partij niet bestaat. Het valt Kauthar Bouchallikht niet aan te rekenen dat ze haar opvattingen heeft (die zijn te karakteriseren als islamitisch-fundamentalistisch), maar wel dat GroenLinks met haar kandidatuur volhoudt dat het vrijzinnig en seculier is.’

Keklik Yücel concludeert terecht dat zo’n echte linkse, vrijzinnige partij waar de politieke filosofie van het secularisme niet alleen in de marketing, maar in de waarden het uitgangspunt is door de steeds hechtere samenwerking van de PvdA met GroenLinks verder uit zicht raakt.

Wie doordenkt ziet in de blokkade van twee linkse partijen door CDA-leider Hoekstra en VVD-leider Rutte een succesvolle actie om PvdA en GroenLinks verder van zichzelf te vervreemden. Deze linkse partijen wringen zich in bochten om te voldoen aan de voorwaarden van beide rechtse partijen. Ze denken slim te zijn, maar vooral de PvdA is de tuinman uit de parabel die voor de dood vlucht om hem in Ishafan in de armen te lopen. De oud-PvdA’ers van VrijLinks zien aan de zijlijn de verwording van hun partij met spijt en ontsteltenis aan.

Persoonlijk hoop ik ooit de dag mee te maken dat er in Nederland een geloofwaardige, echte, linkse, vrijzinnige partij is waar ik mijn stem op kan uitbrengen. Ik vrees echter dat het een vergeefse wens zal blijven.

Advertentie

PvdA moet zichzelf alleen opheffen als het er voldoende voor terugkrijgt

Etienne Conte, Rose rouge fanée, 2006

Moet de PvdA fuseren met GroenLinks? Het frame is dat dit onder druk van rechts (VVD en CDA) tot stand komt en daarom per definitie verkeerd is. Naast het feit dat dit onhaalbaar is omdat de weerstand binnen beide linkse partijen groot is.

Waarom fuseren VVD en D66 niet? Of VVD en het CDA dat zich de afgelopen jaren als een schaduw van de VVD opstelt. Wie de eigen strategie door andere partijen laat bepalen verliest de zeggenschap over de eigen koers. Weg geloofwaardigheid van elke partij die daar instapt. Of intrapt.

In een commentaar in 2015 concludeerde ik: ‘Nu de praktijk nog. In de PvdA wordt goed nagedacht, maar verkeerd gekozen. Leiders zijn te pragmatisch (Kok), te weinig tactisch (Bos), te weinig operationeel (Cohen), te weinig strategisch (Samsom) of te wendbaar (Asscher). Welke leider past bij het nieuwe profiel?‘ Daar kunnen we inmiddels de te weinig overtuigende Lilianne Ploumen aan toevoegen. Het zijn allen aimabele en kundige personen, maar leiders van de PvdA die de partij boven zichzelf uit laten stijgen zoals Drees, Burger of Den Uyl zijn de recente leiders van de PvdA niet. En dan ontbreekt nog de rampzalige Ad Melkert in het rijtje van partijleiders.

Voormalig lid van de PvdA Eddy Terstall schetste die kritiek dat de PvdA het eigen sociaal-democratisch gedachtengoed om electorale redenen zou verpatsen, teveel naar de moskee zou luisteren en de scheiding van kerk en staat te ver oprekt in 2010 in zijn boek Ik loop of ik vlieg: ‘Dezelfde verbazing hebben tegenwoordig van oorsprong linkse atheïstische activisten die gebroken hebben met de islam. Die zien vol verbazing aan hoe hun medeprogressieven en vooral ex-feministen zich het vuur uit de sloffen lopen om de islam te verdedigen en hoe die blind smoorverliefd zijn op de hoofddoek, terwijl ze ooit hun bh’s verbrandden. In 2006 zei toenmalig partijleider Wouter Bos in Het Parool: ‘Ik zie het gevaar van een Partij van de Allochtonen waar de autochtonen weglopen. Maar als wij vasthouden aan ons verhaal, blijven we de partij voor iedereen.’ De zoektocht binnen de brede volkspartij PvdA naar politieke wonderlijm die alles met alles verbond was gestart. En zou nooit gevonden worden. Dat kon alleen maar in teleurstelling eindigen.

De PvdA maakte de afgelopen 25 jaar één fout, maar wel een grote: het koos niet voor het eigen gedachtengoed. Het is de strijd tussen verstandig en dom links. Tussen behoudend en progressief. Tussen cultureel en economisch waarbij sinds de jaren 1980 het evenwicht bij culturele waarden als identiteit kwam te liggen.

Verder is er niets aan de hand. De eigen overbodigheid is geen schande, maar een verdienste van de PvdA omdat de doelstellingen bereikt zijn en de eigen achterban zo geëmancipeerd is dat het niet meer op de partij stemt omdat het die niet meer nodig heeft. Dat is de crisis van de Europese sociaal-democratie. Het aantonen van de eigen overbodigheid zou voor elke politieke partij het streven moeten zijn. Maar zelfs D66 dat de eigen opheffing in het DNA had zitten durfde dat niet aan. Er waren te veel D66’ers die hun macht aan de partij waren gaan ontlenen. Politieke partijen zijn vooral met de eigen continuïteit bezig. Dat maakt politici zo kinderachtig.

Wat moet de PvdA doen? Moet het samengaan met GroenLinks dat overblijfselen van anti-democratisch denken bevat en dat combineert met modieuze marketing, maar in de verduurzaming wel een sterk programmapunt heeft? Het is lastig te zeggen. De SDAP hield ook ooit op te bestaan en ging na de oorlog op in een bredere beweging die een doorbraak wilde forceren naar andere politieke richtingen. Dat mislukte jammerlijk, hoewel het 30 jaar later alsnog slaagde met de formatie van het kabinet Den Uyl. Falen of slagen valt dus niet te voorspellen.

Je zou kunnen zeggen dat het geen halszaak is als de PvdA zichzelf opheft en ophoudt te bestaan als zelfstandige partij. De vraag van belang is wat die opheffing voor herschikking van elementen brengt die daar tegen opweegt. Daar moet de discussie binnen de PvdA over gaan.

Op de bres voor ex-moslims. Islamofobie kan tot hervorming van islam leiden en emancipatie en bevrijding van moslims

Schermafbeelding van deel artikelHelpen sommige vormen van islamofobie ons juist vooruit?’ op Bladna.nl, 19 maart 2021.

Een harde conclusie in een artikel over islamfobie in Nederland in Bladna.nl, een nieuwswebsite voor Marokkanen in Nederland en België die nauw verbonden is aan de Marokkaanse nieuwsorganisatie Bladi.net die internationaal georiënteerd is. Aanleiding is de situatie van de Turks-Nederlandse ex-moslim Lale Gül die bedreigingen kreeg uit islamitische hoek vanwege uitspraken in haar boek.

Moslims zitten in Nederland gevangen tussen een rechts dat liever de islam en moslims basht en ex-moslims ook niet helpt, en een links dat deze ex-moslims ook niet helpt omdat zij wil opkomen voor de islam en voor moslims en daardoor de problematiek van ex-moslims moet negeren. Misschien kan het luisteren naar stemmen als die van Lale Gül ons er juist aan herinneren dat er nog een hele wereld te winnen is.

Wellicht is het makkelijk voor een Marokkaans-Nederlandse site om vrijuit over een Turks-Nederlandse kwestie te spreken. De term islamofobie wordt genuanceerder en positiever opgevat dan doorgaans in de publieke opinie gebeurt. Bladna citeert Lale Gül: “Ik beschouw mezelf als islamofoob, in die zin dat ik angstig ben voor de uitdijende invloed van de islam hier“. Het voegt daar aan toe: ‘Dit is een gevolg van allerlei zaken om haar heen, zoals de onderdrukking in islamitische landen en de mislukte pogingen om de islam te moderniseren.’

Het is de oude klacht dat links wegkijkt voor de problemen van ex-moslims. Links neemt het op voor de vaak conservatieve islam en laat de doorgaans linkse en vrijzinnige ex-moslims in de steek. Beredeneerd vanuit links valt dat niet te begrijpen. In Nederland ageren alleen enkele niches binnen links hiertegen. Ze nemen het als enigen structureel op voor ex-moslims of ‘culturele moslims’ die mentaal allang hun religie de rug hebben toegekeerd, maar daar uit angst voor de islamitische gemeenschap niet publiekelijk voor uit durven komen. Deze niches bestaan onder meer uit ex-PvdA’er Eddy Terstall en het ‘seculiere’ Vrij Links dat de oude universele waarden waarop de sociaal-democratie was gebaseerd in ere wil herstellen en feministes die voornamelijk voor de vrijheid van vrouwelijke ex-moslims opkomen die het dubbel zo moeilijk hebben.

Ehsan Jami met T-shirt, 200

Een gevolg van dat stigmatiseren door rechts en wegkijken van links is dat er geen inhoudelijk debat is over de islam, de ex-moslims en de vrije keuze om uit de islam te treden. Een gevolg daar weer van is dat er in Nederland geen goed beeld bestaat van de islamitische gemeenschap en het aantal moslims. Ook de media doen niet hun best om dit beeld te nuanceren. Met als gevolg dat het radicaal-rechts in de kaart speelt en de ex-moslims en progressieve moslims in de steek laat. Volgens het CBS verklaarde in 2019 zo’n 5% van de bevolking islamitisch te zijn. Dat zijn omgerekend 875.000 mensen (boven de 15 jaar).

Dit getal ligt waarschijnlijk veel lager. Schattingen van het aantal belijdende moslims komen lager uit, op zo’n 350.000 mensen. Dat zou inhouden dat in Nederland niet 5%, maar 2% van de bevolking islamitisch is. De ‘vernederlandsing’ of afvalligheid of secularisatie bij de tweede generatie van mensen uit een islamitische cultuur wordt geschat op 15%, maar is waarschijnlijk hoger. Maar in de beeldvorming dringt het niet door.

Een bizarre kongsi van radicaal-rechtse partijen (ooit de LPF, PVV, FvD), linkse partijen die vanuit slachtofferdenken jarenlang aanschurkten tegen de goed georganiseerde conservatieve islam (vooral PvdA), christelijke partijen die een parodie maken van het secularisme en de gevolgen van de ontkerkelijking proberen te neutraliseren, de werkgevers die rust en overzicht wilden en makkelijk te bereiken aanspreekpunten die onder druk konden worden gezet en de islamitische organisaties die zich hebben weten te institutionaliseren en verzuilen met bewuste medewerking van de gevestigde politiek is er de reden voor dat in Nederland het besef onvoldoende doorgebroken is dat dat niet alle moslims in Nederland hetzelfde zijn en zelfs niet eens altijd de islam aanhangen. De wereldvreemdheid over de islam is in Nederland groot.

Die lagere schatting zou vrijzinnige moslims én ex-moslims adem geven en ze niet op een hoop vegen met de orthodoxe en radicale moslims die gaan voor herzuiling en apartheid, en alles bij het oude willen laten. De conservatieve en activistische moslims onderdrukken de vrijzinnigen in eigen kring. Dat is iets van alle religies, maar het verschil is dat zowel links als rechts Nederland de ex-moslims en de progressieve moslims buiten incidenten als Ehsan Jami of Lale Gül niet ziet staan en akelig in de steek laat. Nu al decennia lang.

Bezwaren tegen islamistische GroenLinks kandidaat Kauthar Bouchallikht worden bevestigd door open brief van linkse Britten op het aan de Moslimbroederschap verbonden Al Jazeera

Kritiek op Kauthar Bouchallikht die een hoge plaats op de kandidatenlijst van GroenLinks heeft gaat niet liggen. Zij was jarenlang vice-voorzitter van Femyso, een organisatie die begin 2020 door de Organisatie Europese Moslimbroeders in een document een eigen instelling werd genoemd, volgens publicist Carel Brendel in een artikel. Bouchallikht was dus niet alleen jarenlang gelieerd aan de Moslimbroederschap, maar blijkt dat ook verzwegen te hebben aan GroenLinks. Haar band met de Moslimbroederschap werd in elk geval niet genoemd bij haar kandidaatstelling.

Ook de kritiek op de kritiek gaat niet liggen. Zodat de verwijten over en weer blijven gaan. De essentie van de kritiek op de kritiek wordt in een artikel door Vrij Linkser Leo van Bergen omschreven: ‘Blijkbaar moeten mensen zoals ik – linksstemmend, cultuurminnend, etc. – onze mond houden zolang iemand die volgens de linkse goegemeente ‘deugt’, wordt aangevallen door ‘mensen die niet deugen’. Ik ben het met Van Bergen eens.

Hoe ver de argumentatie gaat die neerkomt op de redenering ‘de vijand van mijn vriend is mijn vriend’ toont een artikel van klimaatactivist Martijn Schackmann in Joop dat erop neerkomt dat links Bouchallikht volop moet steunen en de kritiek op haar dient in te slikken. Met dit soort kritiekloos wegkijken voor het onrecht in eigen kring is het geen wonder dat de linkse partijen in de volksgunst steeds verder wegzakken. Eddy Terstall constateert in zijn Telegraaf-column dat links in de peilingen nog maar 22% van de stemmen haalt, terwijl dat doorgaans 35-45% was. Waar het om gaat is dat links en het progressief-rechtse D66 niet meer lijken te weten waarvoor ze in het leven zijn geroepen, waar ze voor op moeten komen en wat hun identiteit is.

Hoe verwarrend de kritiek op het heimelijke islamisme van Kauthar Bouchallikht en het weerwoord daarop inmiddels is geworden toont een open brief op Al Jazeera van linkse Britse opiniemakers aan. Ze nemen het op voor Bouchallikht maar gaan voorbij aan haar betrokkenheid bij de Moslimbroederschap. Al Jazeera is een initiatief van Qatar dat een jarenlange geschiedenis van steun voor de Moslimbroederschap heeft, niet in het minst via Al Jazeera. Vanuit deze kennis beredeneerd bevestigt de open brief eerder Bouchallikhts betrokkenheid bij het islamisme dan dat die weerlegd wordt. Of liever gezegd, afgeleid wordt door de kritiek uit rechtse hoek te gebruiken als rechtvaardiging voor haar islamisme. Het is daarnaast op z’n minst merkwaardig dat deze Britten zich mengen in een lopend Nederlands debat.

Uiteraard mogen linkse partijen een religieuze koers varen als ze daar voor kiezen. Het brengt mij tot de verzuchting dat er in Nederland geen vrijzinnige linkse partij overblijft om op te stemmen. Maar dat is mijn probleem als politiek dakloze die net als Leo van Bergen het ongelukkig vindt dat religieuze kandidaten hoog op de lijst van linkse partijen worden gezet. Het debat binnen links wordt er niet overzichtelijker en beter op als dat aspect genegeerd wordt en de enige verdediging lijkt te zijn dat het de schuld van rechtse partijen en media is. Zo hoeft links niet te reageren op fundamentele kritiek waar het blijkbaar geen raad mee weet of bij zichzelf te rade te gaan over de eigen identiteit. Het gevolg is dat de ideeën van Bouchallikht worden weggemoffeld en links opnieuw een stuk van de eigen identiteit inlevert. Zo wordt ook GroenLinks een partij zonder hart die op kritiek antwoordt met kritiek op de kritiek zonder de kritiek zelf serieus te nemen.

Foto: Schermafbeelding van deel open brief ‘In solidarity with Kauthar Bouchallikht’ op Al Jazeera, 24 december 2020.

Ruud Koopmans meent dat in Nederland de kritiek op de radicale islam vooral door links ontkend wordt

Het is een oude constatering, islamkritiek moet, maar mag niet in Nederland. Het islamdebat is geamputeerd en gesaboteerd. Socioloog Ruud Koopmans ziet in gesprek met WNL de radicale islam als probleem. Er heerst volgens hem bij linkse en gematigd-rechtse politieke partijen een taboe om kritiek te uiten. Bijvoorbeeld wat de positie en bejegening van vrouwen of homoseksuelen binnen de islam betreft die niet te rijmen valt met de rechtsstaat. Toch blijft het behalve bij radicaal-rechts stil en klinkt er nauwelijks kritiek op de radicale islam.

Vooral door de halfslachtige opstelling van links die valt samen te vatten als wegkijken en goedpraten. Terwijl enkele decennia daarvoor kritiek van links op het christendom op dezelfde aspecten wel overbodig klonk. Dat verschil is opvallend en niet logisch. Zodat islamkritiek nog meer met radicaal-rechts wordt geassocieerd en nog meer een taboe wordt. Met als gevolg dat het gedrag van links er alleen nog maar extra krampachtig op wordt. Het ontkennen van de waarheid over de islam door links is een destructieve daad. Gelukkig zijn er uitzonderingen op dat goedpraten van de onderdrukking door de radicale islam, zoals Koopmans, maar ook ex-PvdA’er Eddy Terstall. Die laffe houding van de PvdA kondigde al voor 2010 de leegloop van de partij aan.

Het islamitisch fundamentalisme kan het best bestreden worden met fundamentele kritiek. Maar in Nederland gebeurt het niet of te aarzelend. De verklaring is duidelijk, moslims worden als slachtoffer beschouwd en moeten in bescherming genomen worden omdat ze zielig zouden zijn. Hoewel het volgens Koopmans juist de islamregimes zijn die slachtoffers maken. Niet in het minst de goedwillende moslims die onder het islamitisch radicalisme lijden. Het wegkijken van bedrijfsleven en voltallige Nederlandse politiek voor landen als Qatar of Saoedi-Arabië die hun islamitisch fundamentalisme naar Nederland mogen exporteren is een ander taboe.

Kanttekeningen bij plaatsing column van Lamyae Aharouay in NRC. Is het politiek correct om identiteit als maat der dingen te nemen?

Pluriformiteit binnen een nieuwsmedium is een goede zaak. Dat wil zeggen dat verschillende politieke of maatschappelijke meningen erbinnen tot uiting komen. Zo ontstaat door breedte in de verslaglegging, analyse en opinievorming reliëf die door vergelijking diepte geeft. Tegenwoordig wordt die pluriformiteit doorgaans vertaald met het begrip ‘diversiteit’, zoals uit verslagen als hier volgt. Met ‘de witte blik’ als schrikbeeld dat vermeden moet worden. Maar diversiteit als vertaling voor pluriformiteit is een ongelukkig en tekortschietend begrip. Het neemt namelijk als enig uitgangspunt de identiteit van de opiniemakers, maar zegt nog niets over de pluriformiteit van het nieuwsmedium. Iemand met een paarse identiteit kan een zwart wereldbeeld hebben waaruit een zwarte opinie volgt, terwijl iemand met een zwarte identiteit een witte opinie geeft.

Vraag is of media zich niet laten gijzelen door een schijndebat over diversiteit en het regelrechte debat over pluriformiteit hiermee uit de weg gaan. Dat werkt twee kanten uit. Want als pluriformiteit niet altijd direct volgt uit diversiteit kan dat ongecontroleerd en bijna ongemerkt doorschieten naar standpunten die niet binnen de beginselen van het nieuwsmedium passen of naar standpunten die niet verder gaan dan symboliek en diversiteit tot een uitstalling van diversiteit reduceert. Een en ander kan ook allebei tegelijk voorkomen. Het debat over diversiteit binnen organisaties moet overigens wel degelijk gevoerd worden omdat het belangrijk is dat organisaties een afspiegeling van de bevolking vormen. Maar dat is een ander debat dan pluriformiteit.

Aanleiding voor deze kanttekening is de columnHet is politiek correct om moslims te bashen’ van Lamyae Aharouay in NRC. Zoals de titel aangeeft suggereert ze dat het politiek correct is om af te geven op moslims. Dat probeert ze te onderbouwen door een citaat uit het manifest van Vrij Links dat zegt dat het ‘afstand neemt van de suggestie dat niet-westerse Nederlanders in bescherming moeten worden genomen tegen het vrije debat, omdat ze nog niet klaar zouden zijn voor uitingen van de moderniteit’. Op dat zinsdeel van een specifieke zin uit een heel manifest bouwt Aharouay haar column om daar bovenop als conclusie haar uitgangspunt te herhalen dat het manifest blijft hangen in de bescherming van niet-westerse Nederlanders.

Maar het is niet Vrij Links, maar Lamyae Aharouay die blijft hangen en niet verder kijkt. Als door een bij gestoken reageert ze in een geconditioneerde reflex op de verwijzing naar de niet-westerse Nederlander. 

In een tweet reageerde ik op Lamyae Aharouay: ‘Bescherming waar @eddy_terstall cs over praten pleit voor emancipatie en een eind aan betutteling van groepen die in het overheidsbeleid als achtergesteld werden bestempeld. Het zegt iets over uw blik dat u het citaat tegengesteld opvat zoals het bedoeld is en uit de tekst blijkt’. Feitelijk toont de kritiek van Aharouay het gelijk van de opstellers van het manifest aan. Namelijk dat binnen links het debat over identiteit een open debat over de inrichting van de samenleving blokkeert. Want telkens weer trekken critici van dat open debat zich vanuit een defensieve houding terug op hun identiteit waarvan ze claimen dat die allesbepalend is. Overigens is dit geen specifiek linkse bezigheid, de alt-right-beweging heeft zich door zich te richten op identiteit als politieke belangengroep weten te vestigen.

In het geval van Aharouay is het een moslim-identiteit die de columniste blijkbaar als maat van alle dingen ziet. Waarbij ze ook nog eens het actuele debat over de positie van niet-westerse Nederlanders terugbrengt tot beeldvorming en voorbijgaat aan het overheidsbeleid vanaf de jaren ’60 (vdve) over integratie. Zij gaat ook voorbij aan de kritiek op het multiculturalisme zoals dat in 2000 werd verwoord door Paul Scheffer en waar het manifest van Vrij Links op inhaakt met een pleidooi voor een seculiere samenleving. Scheffer merkte onder meer op: ‘Waar het vooral om gaat, is dat de scheiding van staat en kerk niet werkelijk is aanvaard in islamitische kring’, ‘Al die apologeten van de diversiteit zijn niet geïnteresseerd in wat zich in de grote steden van Nederland afspeelt‘ en ‘In het openbare leven behoort geen plaats te zijn voor stromingen die de scheiding van staat en kerk of de gelijke rechten van man en vrouw willen opheffen’. De bescherming waarover het manifest het heeft verwoordde Scheffer in dat modewoord van vroegere tijden: ‘De cultuur van het gedogen, die nu op haar grenzen stuit, gaat hand in hand met een zelfbeeld dat onwaarachtig is.

Lamyae Aharouay wil mogelijk de moderniteit naar de islam brengen, maar zoals uit haar column blijkt de islam zeker niet naar de moderniteit. In die betekenis heeft ze gelijk met haar kritiek op het manifest. Want Aharouay is wel klaar voor uitingen van moderniteit, zoals Tariq Ramadan dat ook was voordat hij door de beschuldiging van molestatie van vrouwen van zijn voetstuk viel, maar dat zijn niet de uitingen die passen binnen de politieke filosofie van het secularisme dat probeert identiteit en religie te overstijgen. Aharouay beschouwt haar identiteit als positief kenmerk dat gekoesterd moet worden, terwijl de opstellers van het manifest het als een sta-in-de-weg voor de toekenning van gelijke rechten voor allen opvatten.

Het gevolg van identitaire kritiek is dat binnen links geen debat op een hoger abstractieniveau tot stand komt dat probeert identiteit te overstijgen om een gemeenschappelijke basis te formuleren van waaruit links geloofwaardig en vanaf een solide basis kan opereren. Zo wordt Vrij Links met een pleidooi voor een seculiere samenleving waarin niet de identiteit, maar de rechtsstaat en de grondrechten de maat der dingen zijn gemangeld tussen radicaal-rechts en radicaal-links die zweren bij de eigen achtergrond en eigenheid.

In de beginselen uit 1970 van NRC zijn talloze aanknopingspunten te vinden die haaks staan op de opinie van Lamyae Aharouay. Onder meer over ‘De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma, aanvaardt niet bij voorbaat enig gezag’ of ‘waanzin de mens als onderdeel van een collectiviteit’. De plaatsing van en keuze voor de column van Aharouay door de NRC-hoofdredactie sluit niet aan bij de conclusie van de beginselen: ‘Wie zich richt tot een publiek dat bereid is na te denken, doet een beroep op de rede, die hijzelf ook hanteert. In een tijd dat allerlei irrationele verschijnselen weer de kop opsteken en vaak op modieus applaus kunnen rekenen, menen wij hiermee een functie te verrichten die nog zin heeft.’ De column van Aharouay vertegenwoordigt standpunten die niet binnen de liberale beginselen van NRC passen en diversiteit tot een uitstalling van diversiteit reduceert. De lezer die een beroep doet op de rede kan er niks mee beginnen. De hoofdredactie van NRC lijkt zelf in de val van het modieus applaus getrapt door een beeld van diversiteit te verwarren met pluriformiteit en dat boven de eigen beginselen te plaatsen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet is politiek correct om moslims te bashen’ van Lamyae Aharouay in NRC, 24 mei 2018.

Manifest van ‘Vrij Links’ (Aynan, Lakerveld, Terstall en Yücel) over openheid en secularisme roept misverstand op bij Oudenampsen

In een manifest dat in De Volkskrant wordt gepubliceerd pleiten vier auteurs voor een open samenleving en het secularisme. Asis Aynan, Femke Lakerveld, Eddy Terstall en Keklik Yücel noemen zich ‘Vrij Links’ en verzetten zich tegen het groepsdenken en nemen het op voor progressief links. Ze pleiten voor een ‘Vrij Links’ dat ‘weer trouw is aan haar vrijzinnige, seculiere wortels‘. Hiermee claimen ze geen uniciteit en laten open dat er niet-linkse groepen zijn met dezelfde wortels en dezelfde claim. Maar hun claim kan verwarring scheppen en was beter achterwege gebleven. Ofwel, het optuigen van een ‘Vrij Linkse’ beweging staat de duidelijkheid over een open, seculiere samenleving in de weg. Het instrument komt zo deels voor het doel te staan.

Het is geen nieuw geluid, maar een geluid dat als nieuw wordt gepresenteerd. Het manifest weerspreekt het misverstand dat vooral door orthodoxe religieuze leiders de wereld in wordt geholpen dat secularisme hetzelfde als atheïsme zou zijn. Dat is onjuist. Dat zeggen die religieuzen eenvoudigweg vanuit een defensieve reflex omdat het secularisme hun voorrechten wil terugbrengen tot de rechten die ook de minder dominante religies en levensovertuigingen hebben. Daarnaast zijn er zoals Jacques Berlinerblau zegt ook niet-seculiere atheïsten zoals Sam Harris of Chistopher Hitchens die vijandig tegenover het secularisme staan:

Iemand die niet begrepen heeft wat secularisme is, of doet alsof hij het niet begrijpt, is socioloog/politicoloog Merijn Oudenampsen die vanuit links-radicale hoek in een twitterstorm het manifest aanvalt. Hij bezondigt zich aan twee denkfouten. Hij verwart secularisme met atheïsme, en daar bovenop suggereert hij dat wat hij ziet als een kluwen van secularisme/atheïsme links of rechts zou kunnen zijn. Alsof de rechtsstaat en de universele waarden in de hedendaagse praktijk links of rechts zijn. De auteurs van het manifest willen daaraan ontsnappen, hoewel het erop lijkt dat ze in vervoering naar Isfahan reizen. Oudenampsens misverstand is door de onhandige bewoordingen van de vier auteurs zelf de wereld in geholpen door hun claim op linkse progressiviteit. Dat is onnodig en contra-productief in een pleidooi voor een open, seculiere samenleving.

Ouderampsen ontspoort pas echt met een kwaadwillende tweet waarin hij verwijst naar de radicaal-rechtse atheïst Paul Cliteur. Er is veel voor te zeggen om deze in de laatste jaren geradicaliseerde aanhanger van Forum voor Democratie Cliteur net zoals Berlinerblau zegt over Sam Harris en Christopher Hitchens als een niet-seculiere atheïst te beschouwen. Dat is een heel andere weg dan de vier auteurs van het manifest inslaan.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOpinie: Vrij Links moet trouw zijn aan zijn vrijzinnige, seculiere wortels’ van Asis Aynan, Femke Lakerveld, Eddy Terstall en Keklik Yücel in De Volkskrant, 17 mei 2018.

Foto 2: Tweet van Merijn Oudenampsen, 19 mei 2018.

Eddy Terstall beroept zich op het secularisme in zijn afwijzing van het dragen van een hoofddoek bij een politie-uniform

Eddy Terstall geeft voor RTL Nieuws zijn opinie over het secularisme. Dit naar aanleiding van het positieve, niet-bindende advies van het College voor de Rechten van de Mens over de Rotterdamse politie-ambtenaar Sarah Izat die een uniform bij haar hoofddoek wil dragen. Terstall vindt het dragen van religieuze symbolen bij een politie-uniform een slecht idee: ‘Ik antwoordde hem dat het toestaan van die religieuze symbolen mij geen goed idee leek. To say the least. Zichtbare uitingen van levensovertuigingen tasten het neutrale karakter van het ambt aan. Hetzelfde gaat voor mij op voor de verschillende functies in een rechtbank.’

Terstall ziet in het secularisme de beste garantie voor gewetensvrijheid: ‘Het gelijke speelveld is de enig echte garantie dat aanhangers van één gedachtengoed de anderen niet dwingen om naar hun regels te leven. De enige garantie voor het overeind houden van de rechtstaat met haar -na vrije verkiezing-  uitonderhandelde wetten.’ Secularisme is een politieke filosofie die verzekert dat niemand onderworpen zal worden aan religie. Inclusief leden van een minderheidsreligie die door een machtige religie worden onderdrukt. Zoals Terstall opmerkt neemt het secularisme geen stelling voor of tegen religie. Dat dit misverstand bestaat komt omdat door leden van onder druk staande religieuze organisaties -die hun voorkeurspositie en traditionele macht verdedigen- de indruk wordt gewekt dat secularisme atheïstisch is of anti-religieus. Dit is een misvatting.

Daarnaast eisen leden van nieuwe godsdiensten zoals de islam voorkeursposities voor zichzelf op. Onder meer met als doel om hun positie en zichtbaarheid in het publieke domein te vergroten. Terstall: ‘Sommige gelovigen willen extra rechten. Meer rechten. Andere rechten. Willen een uitzonderingspositie, want de meeste gelovigen menen dat net hun geloof het ware is en dus ietwat gelijker dan de rest is. Die uitzonderingspositie kan nu eenmaal niet. Er is één wet voor allen. Dat wil de meerderheid zo.’ Want als iedereen zich vanwege een godsdienst of levensovertuiging gelijker acht dan de rest, dan wordt de wet uitgehold. Die immers voor allen geldt. Dan wordt de wet een lege huls. Het effect is dat minderheden niet meer, maar minder beschermd zijn.

Het debat over een hoofddoekje bij een politie-uniform is gevoerd en het dragen ervan wordt afgewezen. Het past niet bij de Nederlandse traditie van neutraliteit, secularisme en rechtsgelijkheid. Dit zal voor sommigen paradoxaal en verwarrend klinken omdat de voorstanders van het dragen van een religieus symbool bij een politie-uniform zich beroepen op hetzelfde argument. Maar zoals gezegd ondermijnen uitzonderingsposities voor gelovigen uiteindelijk de werking van de wet die de posities van minderheden beschermt en uitgaat van het principe ‘gelijke monniken gelijke kappen’. Terstalls betoogt komt rond als hij stelt dat een meerderheid voor gelijke rechten is. Terstall: ‘De discussie over hoofddoeken bij de politie is gevoerd. Zowel de landelijke als lokale politiek zag er niets in en ook in het publieke debat was de afwijzing van links tot rechts te horen.

Foto: Ruben L. Oppenheimer, Gelijke monniken, mei 2017. (Een pastavergiet is voor de gelovigen van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster een religieus symbool). 

Opponenten vormen het beeld dat Macron pseudo-socialistisch is. Begrijpen ze echt niet wat centrumpolitiek inhoudt?

Er is niet tegen herschikking van politieke partijen. Dus tegen partijvorming. In Nederland waren er afgelopen jaren initiatieven met onder andere Eddy Terstall, Teun Gautier, Thijs Kleinpaste. Dus wat in Frankrijk gebeurt met ‘En Marche!’ is niet zo uitzonderlijk. Wel opvallend is dat zo’n nieuwe partij zo succesvol is en de nieuwe president levert. Hoe men daar politiek ook over denkt, dat is een bijzondere prestatie.

Bezwaren tegen een partij kunnen divers zijn. Zo waren vele PvdA’ers uitgekeken op hun partij omdat het zich in de praktijk pseudo-religieus opstelde (‘compenserende neutraliteit’) en niet meer gedroeg als een seculiere partij zoals het in 1946 ooit bedoeld was. Logisch is dan dat dat soort critici over partijgrenzen heen contact zoeken met medestanders in andere partijen en een vrijzinnige partij op willen richten.

En zo zijn er vele indelingen en samenklonteringen mogelijk. Denk aan CDA’ers die vinden dat hun partij te weinig christelijk is of aan VVD’ers die vinden dat hun partij te nationalistisch of juist te weinig nationalistisch is. De PVV is vanuit de VVD ontstaan vanwege het standpunt van Geert Wilders over Turkije.

Het is te vroeg om conclusies te trekken over het profiel van ‘En Marche!’. Dat zal pas duidelijk worden bij de samenstelling van de kandidatenlijst voor de parlementsverkiezingen. Het is logisch dat rechtse sociaal-democraten zoals ex-premier Manuel Valls er onderdak vinden. Er zijn echter meer stromingen die in ‘En Marche!’ samenkomen, zoals de centrumalliantie van Jean Arthuis, de blauwe Groenen, gematigde christen-democraten of de Democratische beweging van François Bayrou. Kandidaat-premier in de regering Macron.

Het is dus te vroeg om te concluderen dat ‘En Marche!’ de nieuwe socialistische partij van Frankrijk wordt. Maar het is ook om meerdere redenen onlogisch. Ten eerste omdat er van allerlei kanten vanuit de centrumpolitiek politici overstappen en ‘En Marche!’ naar verwachting geen sociaal-democratisch profiel krijgt. En ten tweede omdat de Europese sociaal-democratie vanwege de spanning tussen globalisme en nationalisme geen antwoord heeft op de uitdagingen van nu. Zie hoe het Britse Labour met Jeremy Corbyn zich onmachtig maakt en goede politici die in een andere partijomgeving goed zouden kunnen functioneren als het ware worden gegijzeld door de gek-linkse Corbyn.

Juist dat -het gevangen zitten tussen tradities en hardliners van een politieke partij- wil Macron vermijden en daarom stapte hij uit de PS. De partij twijfelde onder president Hollande tussen een linkse en rechtse koers, bleef zwalken en kreeg geen smoel. Het zou gek zijn als Macron na een klinkende overwinning vrijwillig in de gevangenis stapt waar hij met berekening en een langetermijnvisie een jaar geleden uit ontsnapte.

Petitie: Vernieuwing kiesstelsel. Over ‘electoraal poolen’

pe

Vernieuwing van het Nederlandse kiesstelsel is nodig. Of liever gezegd: vernieuwing van het politieke bestel is nodig. Want het kiezen, ofwel het electorale proces is slecht een onderdeel van het totale politieke bestel van de staatsinrichting met regering, parlement, staatsinstituties en politieke partijen. Enfin, eerst het kiesstelsel.

In 2010 benaderde ik wat Rudy van Belkom nu voorstelt op een andere manier met het voorstel van ‘electoraal poolen’. Ik lanceerde het om het centrum te versterken, het belang van partijen te relativeren en de burger in de bestuurdersstoel te krijgen. Dat poolen komt erop neer dat kiezers met een gedeelde voorkeur elkaar als het ontbrekende stukje van de puzzel vinden en samen als pakket stemmen. Stel dat kiezer A twijfelt tussen D66 en PvdA, kiezer B tussen D66 en GroenLinks en kiezer B tussen GroenLinks en PvdA. In dit voorbeeld spreken ze dan samen af om 1 stem op zowel D66, PvdA als GroenLinks uit te brengen. Het voorbeeld kan uitgebreid worden over meer kiezers en in andere combinaties. In 2012 probeerde jongerenbeweging G500 een andere oplossing van gesplitste stemmen uit en noemde het de stembreker. Omdat het te ingewikkeld was sloeg het niet aan. Het stond ook haaks op het idee van electoraal poolen dat de macht terug wil geven aan de burger zonder het te institutionaliseren in een pseudo politieke partij of beweging als G500.

Het voorstel van Rudy van Belkom gaat uit van dezelfde aanname als electoraal poolen, namelijk dat niet alle kiezers volledig achter alle standpunten van een bepaalde partij staan, maar hun loyaliteit over partijen willen verdelen. Maar het verschil is dat hij het programma van een partij niet buiten schot laat en beoogt dat in een tweetrapsraket van kiezen en eliminatie bij te stellen door een hiërarchie in standpunten te bewerkstelligen. Om zo de werking van een partij van buitenaf bij te sturen. Vraag is of dat haalbaar is. Het gedachtengoed van politieke partijen komt doorgaans na veel wikken en wegen, dus intern polderen tot stand.

Het standpunt dat ego’s en populisme naar de achtergrond verdwijnen door per thema een standpunt van een partij te kiezen, zal naar verwachting in de praktijk eerder de andere kant opwerken. Want de klassieke, niet-populistische partijen die hun taak verantwoord opvatten presenteren in hun programma hun gedachtengoed als totaalpakket. Met zoals dat in politieke termen heet een mix van ‘zoete’ en ‘zure’ standpunten. Als kiezers daarin een rangorde kunnen aanbrengen is het aannemelijk dat ze de voorkeur geven aan de ‘zoete’ standpunten die hun eigenbelang dienen, het snelst renderen of het best bij hun karakter harmoniëren. Het is logisch om te veronderstellen dat de lange termijn strategie daardoor nog verder naar de achtergrond verdwijnt dan dat in de partijprogramma’s met een horizon van maximaal vier jaar toch al gebeurt.

Meer zie ik daarom in electoraal poolen dat de partijprogramma’s ongemoeid laat en ze in hun totaal weegt. Trouwens software van Liquid Feedback bevat nu al uitgewerkte toepassingen om minderheidsstandpunten in een technische omgeving van E Democracy ofwel internet-democratie te wegen. In een continu proces. De Piratenpartij heeft het als een van de kernpunten in het partijprogramma opgenomen. Ook daarom zal het geen wonder zijn wat op dit moment mijn electorale pooling ‘waarschijnlijkheid’ is: 60% Piratenpartij; 20% GroenLinks en 20% Partij voor de Dieren. Maar die stem kan ik nu nergens kwijt. Zal dat ooit wel kunnen?

Foto: Schermafbeelding van petitie ‘Vernieuwing Nederlandse kiesstelsel’, 18 september 2015.