Christian Tan probeert Johan Derksen en ideeën over vertrutting in christelijk frame te duwen. Dat loopt vast in behoudzucht

Schermafbeelding van deel artikel van Christian Tan, ‘Johan Derksen en de cancelcultuur in Nederland: wat zegt de Bijbel hierover?‘, 2 mei 2022 op Revive.nl.

Terwijl de Europese veiligheid op het spel staat door de invasie van de Russische Federatie in Oekraïne houdt een groot deel van Nederland zich bezig met trivialiteiten. Zoals de uitspraken van voetbalcommentator en televisiepresentator Johan Derksen over een kaars waarmee hij lang geleden een vrouw zou hebben onteerd. Later zwakte hij dat verhaal af.

De reactie op Derksen die controversiële uitspraken gebruikt om de kijkcijfers van zijn programma op de commerciële omroep Talpa op te pimpen was duidelijk. Derksen was deze keer volgens velen over een grens gegaan. Sponsors liepen weg en het programma Vandaag Inside komt na een zomerpauze wellicht terug op de buis.

Commercie staat bij Talpa voorop. Het gaat uitsluitend om geld verdienen. Nieuwe sponsors kunnen zich straks weer melden. Business as usual. De mediastorm over de kaars van Derksen heeft veel vrije publiciteit opgeleverd voor dit programma zodat het een succesvolle doorstart kan maken. Commerciële televisie heeft geen historisch geheugen en geen moraal.

Het is een misverstand dat er in het geval Derksen sprake is van cancelcultuur zoals Christian Tan van MeerJezus in een stuk op Revive.nl zegt. Tan begrijpt de dynamiek van de commerciële televisie onvoldoende. Hij probeert deze kwalijke kwestie te gebruiken om zijn punt te maken. Het omgekeerde is echter waar. Derksen wordt niet gecanceld, maar wendt het cancelen aan om publiciteit te maken voor Vandaag Inside en zichzelf als mediapersoon.

Het valt Tan te vergeven dat hij vanuit zijn christelijke overtuiging deze kwestie probeert te verbinden met het christelijk geloof. Dat heeft er bij nader inzien weinig mee te maken. Maar het is Tans vrijheid van godsdienst om de kwestie Derksen te gebruiken om zijn christelijke geloof te verkondigen. Of het zinvol is en aan de zaak iets essentieels toevoegt is de vraag.

Schermafbeelding van deel artikel van Christian Tan, ‘Johan Derksen en de cancelcultuur in Nederland: wat zegt de Bijbel hierover?‘, 2 mei 2022 op Revive.nl.

Tan gaat in het citaat hierboven verder dan evangelisatie en religieuze propaganda als hij de vertrutting van de samenleving toejuicht. Hij zegt er zelfs blij mee te zijn. Hoe breed hij vertrutting opvat is onduidelijk, maar duidelijk is dat dit begrip gaat over preutsheid, fatsoen, vrijheid en de rol van de vrouw.

Tan ontneemt individuen de vrijheid van handelen en wil ze insnoeren in een van bovenaf opgelegd moralisme dat christelijke wortels heeft. Dat is ongelukkig en ongewenst. Respect, lichamelijke integriteit en instemming (consent) zijn universele waarden die niet specifiek verbonden zijn aan vertrutting. Tan de moraalriddder maakt een parodie van vertrutting én moraliteit.

Tan laat zijn ware aard zien als een christelijke spookrijder als hij in bovenstaand citaat spreekt over huwelijkstrouw en gezinsleven, belachelijk gedachtengoed, afbrekend gezag van kerk, Bijbel en God en evolutie-indoctrinatie. Tan haalt er van alles bij, gooit dat op een hoop en laat zich kennen als iemand die maatschappelijke ontwikkelingen terug wil draaien naar een christelijk Nederland dat verdwenen is. Als het in de vorm die hij zich voorstelt al ooit bestaan heeft.

Tan is niet de enige Nederlandse gelovige die verbolgen is, zich miskend voelt en met z’n hoofd in het verleden leeft en daarom een verkeerde aanpak kiest voor het hier en nu. Beseft hij niet dat als er sprake is van afbrekend gezag van kerk, Bijbel en God dat vooral de christenen zelf te verwijten valt?

In Nederland hebben kerken onder het secularisme alle vrijheid om hun geloof in vrijheid te belijden. Maar de realiteit van de Nederlandse maatschappij is dat een meerderheid van de bevolking zegt zich niet meer te laten inspireren door religie. Dat is het gegeven.

In een nieuwsbericht van maart 2022 over een onderzoek naar levensovertuiging concludeert het SCP: ‘Nederland is geen gelovig land meer. Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland‘.

In het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ van 2 februari 2022 pleitte ik voor het subsidiëren van kerken als culturele instelling.

Daarin schetste ik precies het beeld van iemand als Christian Tan die veel energie stopt in een achterhoedegevecht en zo de zaak die hij denkt te behartigen niet optimaal behartigt en zelfs beschadigt: ‘Dat zou voor iedereen beter zijn. Voor de kerken die daardoor een betere financiële uitgangspositie hebben, voor de samenleving die de gevestigde kerken voortaan kan waarderen als culturele instellingen die de claim opgegeven hebben om de samenleving te besturen en voor de gelovigen die niet langer meegesleept worden door hun kerkleiders in een misleidend beeld van hoe schadelijk secularisatie is‘.

Onderzoek ‘Buiten kerk en moskee’ van het SCP blijft worstelen met formuleringen om de ontwikkelingen onbevooroordeeld te beschrijven

Schermafbeeldingen uit onderzoekBuiten kerk en moskee‘ van het SCP, 23 maart 2022. Pagina’s 74 en 75.

Vandaag 24 maart 2022 verscheen het onderzoek Buiten moskee en kerk van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Pikant is dat het ultrarechtse FvD-kamerlid Pepijn van Houwelingen als een van de drie auteurs wordt genoemd.

In de toelichting bij dit onderzoek zegt het SCP op de eigen website: ‘Nederland is geen gelovig land meer. Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland. Daarmee is voor de meeste mensen de zoektocht naar zingeving en zelfverwezenlijking een individuele zaak. Deze maatschappelijke ontwikkelingen hebben niet alleen gevolgen voor individuen, maar ook voor de verhoudingen tussen verschillende groepen, en onze samenleving als geheel. Dat blijkt uit het onderzoek Buiten kerk en moskee van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)‘.

In een reactie op een artikel van Hanco Jürgens dat in NRC in december 2021 werd geplaatst formuleerde ik kritiek die in mijn ogen ook van toepassing is op dit onderzoek van het SCP. Dat heeft te maken met verkeerde terminologie van de ontwikkelingen die het beschrijft. Mijn kritiek bestaat eruit dat ondanks het feit dat de meerderheid van de Nederlanders zegt zich niet door godsdienst te laten inspireren het instrumentarium waarmee dat proces wordt beschreven in culturele zin niet loskomt van het geloof en door het totale proces van emancipatie en loskomen van religie in het frame van geloof te formuleren het godsdienst belangrijker maakt dan de demografische en sociologische ontwikkelingen rechtvaardigen. Ik herhaal een passage uit mijn kritiek op Jürgens. Niet op zijn opzet trouwens, maar op zijn uitwerking ervan:

Schermafbeelding van deel commentaarAntwoord op pleidooi van Hanco Jürgens: vervang humanisme door secularisme‘ van George Knight van 24 december 2021.

Het onderzoek formuleert in een voetnoot op p. 70 met verwijzing naar het langlopende onderzoek van de KRO naar God in Nederland ‘seculier’ als ‘diegenen die expliciet aangeven dat er ‘geen God of hogere macht’ bestaat (atheïsten) of die zeggen dit simpelweg niet te (kunnen) weten (agnosten).‘ Ook hier komt het tekort van de terminologie weer tot uiting.

Want waar laat dat iemand die zich als seculier of een aanhanger van het secularisme beschouwt, maar niet als atheïst of agnost? Het is onjuist om ‘seculier’ of een aanhanger van het ‘secularisme’ te omschrijven als ‘atheïst’ of ‘agnost’. Dat is opnieuw een ouderwetse benadering die ondanks een afwijzing ervan het secularisme direct koppelt aan godsdienst. Dat is ongewenst en wetenschappelijk onzorgvuldig. In mijn kritiek op Jürgens die ook van toepassing is op dit onderzoek van het SCP formuleerde ik dat als volgt:

Schermafbeelding van deel commentaarAntwoord op pleidooi van Hanco Jürgens: vervang humanisme door secularisme‘ van George Knight van 24 december 2021.

SCP trapt met open ogen in de valkuil. Het SCP blijft ermee in cirkels draaien door een niet passend instrumentarium te gebruiken dat ontleend is aan de godsdienst van weleer om de ontwikkelingen te beschrijven. Het beschrijft die groter wordend afstand tot religie adequaat, maar weet er geen juiste beschrijving voor te vinden.

Het SCP zorgt zo voor onnodige verwarring door het afgeven van gemengde signalen. Namelijk door in de beschrijving het maatschappelijk belang van afnemende godsdienst te beschrijven, maar daarvoor termen te gebruiken die aan die godsdienst zijn ontleend en de band ermee benadrukken.

De citaten uit het onderzoek over ‘cultuurchristenen’, het behoud van kerkgebouwen en de erkenning van de maatschappelijke waarde van geloof en kerk waarmee dit commentaar begint hebben dezelfde terminologische tekortkomingen als die over het secularisme.

Nogmaals. het secularisme is niet per definitie anti-godsdienst of pro-atheïsme. In een commentaar van februari 2022 pleitte ik voor subsidie van kerken door ze als culturele instelling te beschouwen. Door het omarmen van het secularisme kunnen religieuze instellingen als kerken een nieuwe culturele invulling vinden. Secularisten die dit steunen zouden geen cultuurchristenen genoemd moeten worden zoals het SCP doet, maar secularisten. Hiermee gebruikt het SCP opnieuw onnodig een term die nauw verbonden is aan godsdienst.

Het is voor de steun aan kerken niet de essentie of iemand de christelijke moraal of christelijke tradities erkent, zoals het SCP in haar uitleg beweert. Het gaat erom dat in een samenleving groeperingen elkaar niet uitsluiten en naast elkaar willen leven. Daarvoor is het niet nodig dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking de leerstellingen van christelijke kerken aanvaardt. Ook als men die verwerpelijk en verouderd vindt, zouden maatschappelijke of culturele instellingen als kerken recht op overheidssteun moeten hebben.

Schermafbeelding van deel commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ van George Knight, 2 februari 2022.

Aartsbisschop Gomez keert zich tegen de woke-beweging én het secularisme

Met Anton de Wit ben ik het eens met de conclusie dat de woke-beweging zich ontwikkelt tot een religie. De Wit probeert in een commentaar van 12 november 2021 in het Katholiek Nieuwsblad de afstand ervan tot de gevestigde godsdiensten te vergroten door het te kwalificeren als  pseudoreligie, maar er is weinig nep aan de woke-beweging als het alle kenmerken van religie vertoont. Wokeisme kent een reeks mythologische en bovennatuurlijke overtuigingen binnen een gesloten systeem dat gelijkgestemden insluit en andersdenkenden uitsluit en verkettert. Dat is typisch voor religie. Zoals de gedachte dat de huidige witte mensen verantwoordelijk zijn voor racistische acties van witte mensen in het verleden.  

De Wit verwijst naar uitspraken van de katholieke aartsbisschop José Gomez van Los Angeles die tevens voorzitter van de Amerikaanse bisschoppenconferentie is. Gomez signaleert in de VS en in Europa een neiging tot onverdraagzaamheid van identiteitsbewegingen. Tot zover lijkt de analyse om de zaak te gaan en to the point te zijn, namelijk de agressie van deze identiteitsbewegingen tegen de christelijke kerken. 

Maar Gomez en De Wit gaan verder. De Wit vertaalt Gomez’ woorden die hij uitsprak in een video van 4 november 2021 voor een conferentie in Madrid zo: [een neiging tot onverdraagzaamheid van identiteitsbewegingen] die ‘een soort seculier ‘verlossingsperspectief’ bieden waarbij ze het gehele menszijn reduceren tot enkele fysieke eigenschappen, zoals ras, seksualiteit of geslacht’. Gomez kiest ook een anti-secularistische invalshoek en verwoordt dat volgens een bericht van 5 november 2021 in America Magazine (The Jesuit Review) als volgt: ‘With the breakdown of the Judeo-Christian worldview and the rise of secularism, political belief systems based on social justice or personal identity have come to fill the space that Christian belief and practice once occupied’.

Gomez trekt de cancel- of afrekencultuur van de woke-beweging door naar het secularisme en projecteert de argumenten die hij aan de woke-beweging ontleent op het secularisme. Dat is onzorgvuldig, opruiend en kwaadwillend.

Waar De Wit een gematigde opstelling kiest gaat Gomez vol op het orgel in zijn veroordeling van het secularisme en spaart hij de ongenuanceerde meningen niet. Beide katholieken gaan te kort door de bocht als ze het wokeisme kwalificeren als en associëren met een seculier perspectief. Dat is onterecht. Want zoals gezegd, het wokeisme vertoont alle kenmerken van een godsdienst. Daarnaast vergeten ze gemakshalve dat de grootste tegenstand tegen de woke-beweging tot nu toe van seculiere liberale en gematigd-conservatieve intellectuelen komt die er een losgeslagen revolutionaire beweging in zien die het verwerpen van de bestaande orde van Lenin combineert met (het tot nu toe maatschappelijk) schrikbewind van Robespierre. 

Het is begrijpelijk dat Gomez in zijn functie en katholiek denken opkomt voor zijn kerk. Maar het is onvergeeflijk dat hij op de intolerantie van de woke-beweging zijn eigen intolerantie jegens het secularisme stapelt. Zijn analyse dat het secularisme zich keert tegen godsdienst is onjuist omdat de politieke filosofie van het secularisme niet anti-religieus of pro-atheïstisch is. Het secularisme scheert alle godsdiensten en levensovertuigingen over dezelfde kam en geeft ze dezelfde plek zonder de een boven de ander te bevoordelen.

Gomez verwart de voorkeurspositie die het christendom in de VS en Europa door samenwerking met het werelds gezag eeuwenlang genoot en de laatste decennia is kwijtgeraakt met de nieuwe gelijkheid waarin het christendom niet als meer, maar evenmin als minder wordt gezien dan nieuwe, kleinere godsdiensten en levensovertuigingen. 

Gomez gaat de fout in als hij secularisatie gelijkstelt aan ontkerstening (‘de-Christianization’): ‘For years now, there has been a deliberate effort in Europe and America to erase the Christian roots of society and to suppress any remaining Christian influences.’ Dat is onjuist. De invloed van de christelijke godsdienst is afgenomen omdat de steun in de bevolking ervoor is afgenomen. Daar zit geen masterplan van seculiere opinieleiders achter zoals Gomez suggereert. In Nederland verklaart nog zo’n 35% van de bevolking christelijk te zijn.

Dat de invloed van het christendom afkalft is geen actie tegen het christendom zoals Gomez veronderstelt. Het is het gevolg van demografische en sociale ontwikkelingen. In westerse rechtsstaten is het geloof van christelijke gelovigen gegarandeerd. Alleen, ze runnen de landen waar ze gevestigd zijn niet langer, maar moeten dat met andere minderheden delen. Dáár zit de pijn van Gomez, in de afgenomen invloed.

Het is jammer dat Gomez geen redelijk, genuanceerd geluid weet te vinden en zich verbindt met gematigde krachten die zich ook tegen het radicalisme van (delen van) de woke-beweging en andere identiteitsbewegingen verzetten. Het was logica geweest als hij ook de andere nieuwe religie QAnon die zich verbindt met de ultra-rechtse politiek had bekritiseerd omdat die eveneens vijandig staat tegenover de katholieke kerk. Maar dat laat hij na.

De Amerikaanse katholieke kerk verliest net als andere Amerikaanse kerken, zoals de protestante evangelicals aan autoriteit en reputatie omdat ze zich nauw verbinden met en overgeleverd hebben aan de rechtse politiek van Trump. Dat gaat in de VS zelfs zover dat vele Amerikaanse bisschoppen zich vanwege politieke redenen en vooral het Democratische standpunt over abortus opstellen tegenover de eerste echte katholieke (na JFK) president Joe Biden. Ofwel, wie is Gomez dat hij meent recht van spreken te kunnen opeisen om over anderen te oordelen?

Gomez preekt voor eigen parochie en door zo’n beperkt perspectief te kiezen is hij het zelf die zijn invloed inperkt. Dat doen niet anderen voor hem zoals hij claimt. Voor zijn selectieve opstelling is hij zelf verantwoordelijk. Dat kan hij anderen niet verwijten door zijn gezocht slachtofferschap en isolationisme dat hij meent te moeten vatten in een agressief betoog tegen het secularisme en de seculiere samenleving.

Interviewster RD meent dat er in Nederland steeds minder ruimte voor de christelijke visie is. Waar baseert zij zich op?

Op de FB-pagina van het RD bij deze video plaatste ik onderstaande reactie. Ik werd op het spoor gezet door de vraag van de interviewster (na 1′ 47”) die zij als een conclusie poneert: ‘Er lijkt in Nederland wel steeds minder ruimte te zijn voor die christelijke visie. Is dat dan iets waar je tegenaan loopt?‘ De geïnterviewde Dico Baars weerspreekt dit krachtig.

Ik vraag me af hoe de geïnterviewde tot zo’n conclusie komt en waarom zij suggereert bedreigd te zijn in het praktiseren van haar christelijk geloof:

In de online-versie van het RD staat: ‘Hoe blijf je als christelijke politicus overeind in een seculiere samenleving?‘ Dat is een opmerkelijke vraag die een tegenstelling suggereert tussen de seculiere samenleving en een religieuze overtuiging. Deze tegenstelling bestaat niet op de wijze die hier gesuggereerd wordt.

Het kan duiden op twee aspecten. Dat de seculiere samenleving het geloof verdringt of dat gelovigen zich laten verdringen zonder dat er een extern opdringen is. In de samenleving bestaat deze tegenstelling niet. Iedereen is in Nederland vrij om de eigen levensovertuiging of godsdienst te kiezen en in eigen kring te praktiseren. Hoe christenen in hun hoofd reageren op de samenleving is een onnavolgbaar aspect dat per individu zal verschillen. Het is lastig om daar voor allen een patroon uit af te leiden.

De politieke filosofie van het secularisme biedt onder de nationale rechtsstaat godsdiensten bescherming. Het secularisme is niet zoals het RD meent een dreiging voor een religieuze overtuiging, maar juist de bescherming en in zekere zin de redding ervan.

De geïnterviewde begrijpt dat beter dan de interviewster. Zij stelt de normatieve vraag dat er in Nederland steeds minder ruimte lijkt te zijn voor de christelijke visie. Terecht weerspreekt Dico Baars dat. Hij corrigeert de interviewster. Waar zij haar observatie op baseert dat de christelijke visie in Nederland steeds minder ruimte krijgt is onduidelijk. Het wordt niet duidelijk hoe ze dat bedoelt en meent te kunnen beredeneren.

Wellicht verwart ze dat met demografische ontwikkelingen en ontkerkelijking. Uit de statistieken van het CBS blijkt dat steeds meer Nederlanders verklaren dat ze zich niet laten inspireren door het geloof. Dat is nu in Nederland de meerderheid van zo’n 57% (Stand 2019: 54,1%) die jaarlijks met zo’n 1 tot 2 % toeneemt.

Dat houdt in dat alle godsdiensten in Nederland minderheidsgodsdiensten zijn. Met de katholieke kerken tussen de 15 en 20% en de protestante kerken tussen de 10 en 15% aanhang van de totale Nederlandse bevolking. Dus ongeveer een derde van de bevolking verklaart een christelijke visie te hebben.

In een land met alleen minderheidsgodsdiensten, die zoals uit het interview blijkt ook nog eens intern verdeeld zijn, biedt de politieke filosofie van het secularisme gelovigen met een christelijke overtuiging de garantie dat zij alle ruimte hebben om ervan te getuigen.

Bij de interviewster is blijkbaar het besef niet doorgedrongen dat het secularisme de christelijke godsdienst niet bedreigt, maar beschermt. Het is de vraag of zij hiermee representatief is voor de redactie van het RD. Het is niet te hopen, maar zou niet verrassend zijn. Dat heeft te maken met een minderheidsstrategie van kleinere religieuze organisaties om gelovigen te motiveren en strijdbaar te maken. Terwijl daar feitelijk geen reden voor is.

Hoe dan ook zou het jammer zijn omdat het niet alleen onnodig, maar zelfs contra-productief is voor gelovigen om zich tegen het secularisme af te zetten. Ze zagen de tak af waar hun kerk op is gebouwd.

Krimp geeft katholieke kerk kans om ontspannen terug te keren naar oude roeping

Schermafbeelding van deel artikelMinder gelovigen, geld en pastorale krachten: aartsbisdom Utrecht maakte moeilijk 2020 door‘ in het Katholiek Nieuwsblad, 8 juli 2021.

Afgelopen dinsdag 6 juli 2021 publiceerde het Aartsbisdom Utrecht het jaarverslag 2020. Er wordt een beeld in gegeven dat ondanks ‘praktische moeilijkheden en beperkingen die de coronapandemie met zich bracht‘ de betrokkenen zich goed hebben ingezet, maar dat het vechten tegen de bierkaai is. De middelen in geld en personeel zijn ontoereikend. De financiële situatie van het aartsbisdom is slecht en de ontkerkelijking eist zijn tol. Die zou in 2020 versneld zijn.

Uit statistieken van het CBS blijkt dat in 2019 20,1% van de Nederlandse bevolking aangaf Rooms-katholiek te zijn. In 2015 was dat nog 25,3%. In vier jaar heeft dus 20% van het aantal katholieken de kerk verlaten. Dat heeft te maken met de publiciteit over het kindermisbruik door pastoors en andere kaderleden van de kerk en de daaropvolgende deels mislukte pogingen van de kerkleiding om dat in de doofpot te stoppen. Het heeft ook te maken met natuurlijk verloop. De aanhang veroudert en de aanwas van jongeren blijft achter. In 2020 kwam daar de coronapandemie bovenop waardoor een nieuwe afkalving van het aantal katholieken als deel van de bevolking valt te verwachten. Het jaarrapport sorteert daar op voor. Het aartsbisdom Utrecht schetst een minderheidskerk die probeert te overleven.

Een recensie door Sjoerd Mulder in Trouw van het boekGeloof en godsdienst in een seculiere samenleving‘ van de Belgische kardinaal Jozef De Kesel valt op te vatten als een aanvulling op het jaarrapport van het aartsbisdom Utrecht. De Kesel plaatst kanttekeningen bij de ontkerkelijking en ziet die niet als negatief. Mulder: ‘Sterker nog, volgens De Kesel moeten we rekening houden met de mogelijkheid dat het christendom wellicht uit ons werelddeel verdwijnt. Die verrassende optiek hangt samen met zijn overtuiging dat de westerse meerderheidskerk een historische uitzonderlijkheid was. Het is volgens hem veel natuurlijker, veel passender voor wat de kerk in wezen is, om als kerk marginaal te zijn, aan de rand van de maatschappij.’ De theorie van kardinaal De Kesel brengt het aartsbisdom Utrecht in praktijk.  

De Kesel schetst het kader waarbinnen de Europese Rooms-katholieke kerk in de toekomst moet opereren. Niet het winnen van zieltjes of het verwerven van wereldse macht via de kerk is daarbij het doel, dus het streven naar meer, maar het tevreden zijn met wat het nu is. Een kleine, compacte kerk is waarde op zichzelf.

De Kesel: ‘Missionering betekent niet noodzakelijk christianisatie van de samenleving. Missionering mag niet verward worden met het herstel van een homogeen christelijke beschaving. De Kerk is niet geroepen om stilaan zelf de wereld te worden en de ganse samenleving in haar schoot op te nemen. De Kerk is de gemeenschap van christenen, niet de verzameling van de bevolking‘.  

Deze teruggang naar het proberen te hervinden van een vroegere kern van een oude kerk is interessant. De Kesel heeft gelijk dat deze ontspannen omgang met de onvermijdelijke krimp van de kerk een nieuwe vrijheid biedt. Een minderheidskerk waar nu waarschijnlijk nog ongeveer 15% van de bevolking lid van is geeft ruimte om meer dan voorheen de eigen roeping te volgen. De pretentie van machtsuitoefening die toch niet meer succesvol kon worden gerealiseerd kan worden losgelaten.

Het secularisme biedt in Nederland en België alle godsdiensten en levensovertuigingen de garantie van de staat gelijkwaardig en waardig beschermd te worden onder de rechtsstaat. Dat is de verzekering voor de toekomst van de Rooms-katholieke kerken van Europa.

Als Trouw nuance zoekt in inhoud, dan kan het de nuance in het begrippen- en woordgebruik niet achterwege laten

Schermafbeelding van deel artikelDe seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’ in Trouw, 5 april 2021.

Trouw is een dagblad dat veel aandacht geeft aan religie. Dat gebeurt vanuit een religieus perspectief en is niet altijd als zorgvuldig te omschrijven. De framing zitten de journalistieke onpartijdigheid en het professionalisme in de weg. Trouw zit gevangen in de vooroordelen van een traditie waarin oude woorden hun betekenis hebben. In elk geval roept lezing van Trouw dat beeld bij mij op.

Neem nou bovenstaand artikel dat als kop heeft ‘De seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’. Waarom kiest Trouw deze kop? Er had ook kunnen staan: ‘De gematigde en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’.
Het wordt en nog vreemder op als in de introductie van dit artikel staat: ‘De spanning tussen orthodoxe religieuze minderheden en de liberale meerderheid groeit.’ Wat moet onder ‘de liberale meerderheid‘ verstaan worden? Zijn dit alle niet-orthodoxe gelovigen? Omvat dit ook de sociaal-democraten, rechts-radicalen, christen-democraten en anarchisten? Trouw maakt het niet duidelijk. Dit is blijkbaar geheimtaal in de eigen kring die buitenstaanders niet kunnen ontcijferen.

Want wat wordt hier nou bedoeld met ‘liberaal’? Is dat volgens het jargon van de protestante christenen een omschrijving van vrijzinnig of onorthodox? Maar waarom scherpt Trouw dan een tweedeling tussen orthodoxe gelovigen en vrijzinnigen aan die als zodanig in de samenleving niet bestaat en laat het de niet-orthodoxe gelovigen ongenoemd?

Wat gelovigen met ‘seculier’ bedoelen is evenmin altijd duidelijk. Vaak gebruiken ze het in de minachtende betekenis ’wereldlijk’ als tegenstelling tot religieus of godsdienstig.

Dat is problematisch als ermee de politieke filosofie van het secularisme wordt bedoeld die vanuit de christelijke flanken indirect onder vuur wordt genomen. Secularisme houdt in dat alle geloven en levensovertuigingen in gelijke mate onder de nationale rechtsstaat zijn gegarandeerd. Het secularisme is niet anti-religieus of pro-‘seculier’. Het secularisme is perfect neutraal. Het secularisme is de vertaling van rechtsstatelijkheid op het gebied van geloof en levensovertuiging. Degenen die zich verzetten tegen het secularisme door dat ter discussie te stellen of verdacht te maken verzetten zich tegen de rechtsstaat. Uiteraard zien ze dat zelf anders in hun eigen belangenbehartiging.

Feit is dat vooral orthodoxe christenen ten onrechte claimen dat het secularisme anti-religieus is. Vanuit hun beperkte opvatting is dat logisch. Het heeft ermee te maken dat ze het secularisme als zodanig niet aanvaarden omdat het te beperkend zou zijn voor het in de volle breedte belijden van hun geloof. Want als geloof en samenleving één zijn, dan staat een politieke filosofie die ruimte geeft aan andere geloven en levensovertuigingen die vereniging van eigen geloof en samenleving in de weg. Voor die volle breedte van de orthodoxe christenen moeten andersdenkenden wijken, zoals dat in de moderne Nederlandse geschiedenis altijd het geval was. Dat was staande praktijk totdat in de tweede helft van de 20ste eeuw de ontkerkelijking op gang kwam met als gevolg dat nu een meerderheid van de bevolking zegt zich niet meer te laten inspireren door het geloof. Daarom wijzen deze orthodoxe christenen ook de moderniteit af.

De paradox is dat Trouw weliswaar afstand neemt van de kritiek op het secularisme dat uit orthodox christelijke hoek komt, maar geen afstand neemt van de framing en het jargon van deze orthodoxe christenen. Hiermee neemt Trouw inhoudelijk een ruimdenkende, pluriforme positie in die door het woordgebruik en het misleidend gebruik van begrippen niet past bij de inhoud, voor verwarring zorgt en haaks op de inhoud kan komen te staan. In elk geval buitenstaanders vragen zich vervolgens af hoe vorm en inhoud, ofwel formuleringen en ideologie zich tot elkaar verhouden.

Waarschijnlijk beseffen de trouwe lezers van Trouw, de doorgaans christelijke opinieleiders die Trouw artikelen leveren en de eindredacteuren van Trouw niet hoe gedateerd en verkeerd het gebruik van dit christelijk jargon is dat steeds minder past bij de inhoud. Dit jargon als relict van een oude nestgeur blijft daar bij achter en werkt verwarrend.

Mogelijk heeft het moeizame afstand nemen van dit christelijke jargon voor Trouw ermee te maken dat de conservatieve protestante media als het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad die economische en geestelijke rivalen zijn van Trouw er nog volledig in ondergedompeld zijn. Zowel in dat oude jargon als in traditionele standpunten die ermee samengaan. Dat maakt de positie van Trouw hybride. Met de pretentie om pluriformiteit van opinies te bieden zou Trouw ook voor de eigen lezers nauwkeuriger kunnen zijn door zorgvuldig om te gaan met de begrippen die zijn geworteld in het orthodoxe christendom en die in de kern een vaak stilzwijgend beeld van vijandigheid tegenover de 21ste eeuwse samenleving uitdrukken. Van dat laatste zou Trouw afstand moeten nemen.

Trouw zou er goed aan doen om in een Code alle medewerkers regels op te leggen via geformuleerde afspraken en op de hoogte te brengen van de journalistieke kernwaarden en de ideologie van Trouw. In zo’n Code kan omschreven worden wat het verstaat onder begrijpen als ’seculier’, het ’secularisme’, ‘orthodoxie’ en ‘liberaal’. Voor alle journalisten en eindredacteuren van Trouw is dan duidelijk dat het in vorm en inhoud ondubbelzinnig de rechtsstaat en het secularisme ondersteunt. Als Trouw de nuance zoekt in de inhoud, dan kan het niet achterblijven door de nuance in het woord- en begrippengebruik achterwege te laten. Dat wringt.

Onderzoeken over religie zijn een methodologische warboel. Minder dan helft van Britten kruist naar verwachting ‘christelijk’ aan in Britse volkstelling

Guardian graphic. Source: British Social Attitudes Survey (1983-2018)

Vandaag wordt in delen van het Verenigd Koninkrijk een volkstelling gehouden. Het vindt om de 10 jaar plaats. Schotland volgt vanwege COVID-19 in 2022. Er wordt ook een vraag over godsdienst gesteld. De verwachting is dat een kleine meerderheid van de Britse bevolking zal aangeven niet christelijk te zijn. Bij de vorige volkstelling in 2011 gaf 57,3% aan christelijk te zijn. Uit het British Social Attitudes (BSA) onderzoek uit 2018 blijkt dat zo’n 38% van de Britten verklaart christen te zijn. Dat is eeen aanzienlijk verschil in uitkomsten dat minder lijkt te zeggen over de demografische ontwikkeling van de Britse bevolking dan over de validiteit van de bevolkingsonderzoeken.

Een artikel in The Guardian onttrekt zich niet aan de methodologische verwarring door allerlei categorieën door elkaar heen te gebruiken. Want ‘niet christelijk’ en ‘niet religieus’ zijn geen exclusieve categorieën.

Ook wordt de vraagstelling van eerdere onderzoeken naar levensovertuiging bekritiseerd omdat het de zogenaamde ‘culturele christenen’ niet onderscheidt van belijdende christenen. Volgens recente kritiek van de Britse Humanisten leidt dat tot een te rooskleuring beeld van de christelijke aanhang. Het heeft onderzoek laten verrichten waaruit blijkt dat meer dan de helft van de mensen die verklaren christen te zijn niet of minder dan een maal per jaar een kerk bezoeken. Voor andere religies ligt dat percentage op 43%.

Hoe logisch is het dat deze grote minderheden van ‘culturele gelovigen’ binnen het christendom en andere godsdiensten aangeven tot betreffende godsdienst te behoren terwijl ze de regels van die godsdiensten niet volgen? Dat roept de vraag op tot op welk punt een geloof verwaterd kan worden om nog een geloof genoemd te kunnen worden en degene die zich erdoor laat inspireren een gelovige. Dat is financieel en economisch van belang omdat uit een volkstelling aspecten over planning, bouw van kerken en stedenbouw worden afgeleid.

De bovenstaande grafiek uit het BSA onderzoek is verwarrend en vertekenend omdat het allerlei categorieën door elkaar haalt: ’niet religieus’, ’Anglicaans’, ‘ander christelijk’, ‘katholiek’ en ’niet christelijk’. Die verwarring komt altijd terug in dit soort onderzoeken, ook van het Nederlandse CBS. De grootste groep ’niet religieus’ wordt niet onderverdeeld, terwijl dat voor christenen of religieus geïnspireerden van andere godsdiensten wel gebeurt. Dat heeft als gevolg dat mensen die ’niet religieus’ zijn zich in de vraagstelling lastiger kunnen identificeren.

In een commentaar naar aanleiding van het onderzoekReligie in Nederland’ van het CBS schreef ik in december 2020: ‘Afgemeten aan het Godsbeeld gelooft dus ruwweg tegen de 70% van de Nederlanders niet ondubbelzinnig in de God van de Nederlandse religie. Er gaapt een gat van ongeveer 15% met de berekening van het CBS als het zegt dat 54% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door religie. Met wat wordt dat gat gevuld? Met ‘culturele’ gelovigen die niet geloven? In dit onderzoek lopen allerlei categorieën, indelingen en begrippen door elkaar heen. Wat is nou de echte slotconclusie? Er valt aan deze sociologie van appels en peren met elkaar overlappende uitspraken geen touw vast te knopen. Het nadert het niveau van broddelwerk. De vraag die onderzoek en analyse van de cijfers vooral oproept is waarom het CBS geen goede methode heeft ontwikkeld om de sociologische ontwikkelingen goed te beschrijven, te onderscheiden en te duiden. Dat is het grote raadsel van dit onderzoek.’

Onzorgvuldige onderzoeken kunnen vehikels zijn om leugens te verspreiden. Vooral als het gaat over onderzoeken naar de levensovertuiging van mensen zijn de methodologische onzorgvuldigheden niet van de lucht. Dat hoeft geen moedwil te zijn van de onderzoekers, maar kan een gevolg zijn van het probleem om mensen over hun levensovertuiging een eerlijk antwoord af te dwingen. Wellicht is de ondervraagden onvoldoende uitgelegd wat de begrippen betekenen zodat ze er verschillende voorstellingen over hebben wat een geloof is. Wellicht zorgt hun cultureel conservatisme voor een maatschappelijk gewenst antwoord waarvan ze zelf weten dat het achterhaald is. Maar juist dan zou dat cijfer door statistisch onderzoek gecorrigeerd moeten worden. In zowel Nederland als het Verenigd Koninkrijk lijkt in statistieken over religieuze betrokkenheid en oriëntatie van mensen een vertekening van ongeveer 10 tot 15% te bestaan die de religieuze aanhang te hoog inschat.

Op de bres voor ex-moslims. Islamofobie kan tot hervorming van islam leiden en emancipatie en bevrijding van moslims

Schermafbeelding van deel artikelHelpen sommige vormen van islamofobie ons juist vooruit?’ op Bladna.nl, 19 maart 2021.

Een harde conclusie in een artikel over islamfobie in Nederland in Bladna.nl, een nieuwswebsite voor Marokkanen in Nederland en België die nauw verbonden is aan de Marokkaanse nieuwsorganisatie Bladi.net die internationaal georiënteerd is. Aanleiding is de situatie van de Turks-Nederlandse ex-moslim Lale Gül die bedreigingen kreeg uit islamitische hoek vanwege uitspraken in haar boek.

Moslims zitten in Nederland gevangen tussen een rechts dat liever de islam en moslims basht en ex-moslims ook niet helpt, en een links dat deze ex-moslims ook niet helpt omdat zij wil opkomen voor de islam en voor moslims en daardoor de problematiek van ex-moslims moet negeren. Misschien kan het luisteren naar stemmen als die van Lale Gül ons er juist aan herinneren dat er nog een hele wereld te winnen is.

Wellicht is het makkelijk voor een Marokkaans-Nederlandse site om vrijuit over een Turks-Nederlandse kwestie te spreken. De term islamofobie wordt genuanceerder en positiever opgevat dan doorgaans in de publieke opinie gebeurt. Bladna citeert Lale Gül: “Ik beschouw mezelf als islamofoob, in die zin dat ik angstig ben voor de uitdijende invloed van de islam hier“. Het voegt daar aan toe: ‘Dit is een gevolg van allerlei zaken om haar heen, zoals de onderdrukking in islamitische landen en de mislukte pogingen om de islam te moderniseren.’

Het is de oude klacht dat links wegkijkt voor de problemen van ex-moslims. Links neemt het op voor de vaak conservatieve islam en laat de doorgaans linkse en vrijzinnige ex-moslims in de steek. Beredeneerd vanuit links valt dat niet te begrijpen. In Nederland ageren alleen enkele niches binnen links hiertegen. Ze nemen het als enigen structureel op voor ex-moslims of ‘culturele moslims’ die mentaal allang hun religie de rug hebben toegekeerd, maar daar uit angst voor de islamitische gemeenschap niet publiekelijk voor uit durven komen. Deze niches bestaan onder meer uit ex-PvdA’er Eddy Terstall en het ‘seculiere’ Vrij Links dat de oude universele waarden waarop de sociaal-democratie was gebaseerd in ere wil herstellen en feministes die voornamelijk voor de vrijheid van vrouwelijke ex-moslims opkomen die het dubbel zo moeilijk hebben.

Ehsan Jami met T-shirt, 200

Een gevolg van dat stigmatiseren door rechts en wegkijken van links is dat er geen inhoudelijk debat is over de islam, de ex-moslims en de vrije keuze om uit de islam te treden. Een gevolg daar weer van is dat er in Nederland geen goed beeld bestaat van de islamitische gemeenschap en het aantal moslims. Ook de media doen niet hun best om dit beeld te nuanceren. Met als gevolg dat het radicaal-rechts in de kaart speelt en de ex-moslims en progressieve moslims in de steek laat. Volgens het CBS verklaarde in 2019 zo’n 5% van de bevolking islamitisch te zijn. Dat zijn omgerekend 875.000 mensen (boven de 15 jaar).

Dit getal ligt waarschijnlijk veel lager. Schattingen van het aantal belijdende moslims komen lager uit, op zo’n 350.000 mensen. Dat zou inhouden dat in Nederland niet 5%, maar 2% van de bevolking islamitisch is. De ‘vernederlandsing’ of afvalligheid of secularisatie bij de tweede generatie van mensen uit een islamitische cultuur wordt geschat op 15%, maar is waarschijnlijk hoger. Maar in de beeldvorming dringt het niet door.

Een bizarre kongsi van radicaal-rechtse partijen (ooit de LPF, PVV, FvD), linkse partijen die vanuit slachtofferdenken jarenlang aanschurkten tegen de goed georganiseerde conservatieve islam (vooral PvdA), christelijke partijen die een parodie maken van het secularisme en de gevolgen van de ontkerkelijking proberen te neutraliseren, de werkgevers die rust en overzicht wilden en makkelijk te bereiken aanspreekpunten die onder druk konden worden gezet en de islamitische organisaties die zich hebben weten te institutionaliseren en verzuilen met bewuste medewerking van de gevestigde politiek is er de reden voor dat in Nederland het besef onvoldoende doorgebroken is dat dat niet alle moslims in Nederland hetzelfde zijn en zelfs niet eens altijd de islam aanhangen. De wereldvreemdheid over de islam is in Nederland groot.

Die lagere schatting zou vrijzinnige moslims én ex-moslims adem geven en ze niet op een hoop vegen met de orthodoxe en radicale moslims die gaan voor herzuiling en apartheid, en alles bij het oude willen laten. De conservatieve en activistische moslims onderdrukken de vrijzinnigen in eigen kring. Dat is iets van alle religies, maar het verschil is dat zowel links als rechts Nederland de ex-moslims en de progressieve moslims buiten incidenten als Ehsan Jami of Lale Gül niet ziet staan en akelig in de steek laat. Nu al decennia lang.

Antwoord aan Jan-Willem Wits: Teleurstellende resultaten van het CDA en de CU zijn deels te verklaren door de demografische ontwikkeling van de ontkerkelijking

Hieronder mijn reactie op Facebook bij een artikel in het Katholiek Nieuwsblad met communicatieadviseur Jan-Willem Wits die in 2020 CDA-er Pieter Omtzigt adviseerde. Hij gaat in op de vraag waarom de christelijke partijen het op 17 maart 2021 zo slecht hebben gedaan.

Wits wijst op aspecten zoals de rol van CDA-leider Hoekstra en de verrechtsing van deze partij en snijdt pas in het slot een structurele oorzaak aan. Namelijk het afkalven van de achterban van de christelijke partijen. De conclusie die hieruit kan worden getrokken is dat verbreding ten koste gaat van de eigen overtuiging en verdieping ten koste van de aantrekkingskracht voor velen. De christelijke partijen zitten demografisch klem.

De drie christelijke partijen hebben met een score van in totaal 15,1% slechter gepresteerd en verloren zo’n 2,8%. Dat is een achteruitgang van hun aanhang van ongeveer 15% sinds 2017. Die afname is in lijn met de demografische ontwikkeling van de ontkerkelijking hoewel het die niet volledig verklaart. In vier jaar tijd is de ontkerkelijking naar schatting met 7% toegenomen. Er zijn nog geen cijfers voor 2021 bekend, maar een doorberekening zegt dat nu 57% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door het geloof. Als moslims en Joden daar nog bijgeteld worden, dan blijkt dat nu zo’n 65% van de Nederlandsers geen christelijke overtuiging heeft.

CDA voerde een onzekere en zwalkende campagne en verloor, de CU had als belangrijkste wapenfeit zich erop te laten voorstaan om tegen het liberalisme van VVD en D66 te zijn, heeft zich vermoedelijk zo een volgend kabinet uitgeredeneerd en bleef gelijk. Evenals de SGP dat stabiel scoort op 3 zetels. De christelijke partijen kwamen zo uit op 23 zetels. Gelijk aan wat D66 in haar eentje haalt.

Niet-christelijke partijen hoeven zich dus getalsmatig niet langer te laten gijzelen door de christelijke partijen. Demografisch werkt de tijd tegen de christelijke partijen. Ook na hun achteruitgang hadden sinds 2012 de christelijke partijen meer in de melk te brokkelen dan de getalsverhoudingen deden vermoeden. Twee christelijke partijen in Rutte III hadden bovenmatig veel invloed. Toch is de christelijke politiek met ongeveer 15% van de zetels en stemmen minder in staat om hard op de rem van de maatschappelijke ontwikkeling te staan.

De beide liberale partijen VVD en D66 hebben hun bekomst van het moralisme en de remmende invloed van de christelijke politiek, maar durfden daar tot nu toe niet goed een breekpunt van te maken. Naar verwachting gaat D66 dat nu wel doen. Die achterhoedegevechten van de christelijke politiek zijn pas voorbij als de niet-religieuze partijen beseffen dat de christelijke partijen hun macht hebben verloren en niet nodig zijn. Ze mogen aanschuiven of anders in eigen kring preken.

Het slot geeft aan wat de randvoorwaarden zijn voor religieuze politiek. Dat is een slinkend perspectief, want elk jaar neemt het percentage toe met 1 tot 2 procent van de Nederlanders die verklaren zich niet te laten inspireren door het geloof. Dat heeft als gevolg dat de religieuze partijen niet verjongen en steeds meer leunen op oudere kiezers en in een mentaliteit en sfeer van vroeger blijven hangen. Ook DENK heeft niet gewonnen en de religieuze partijen Jezus Leeft en NIDA hebben de kiesdrempel niet gehaald.

Maar het is niet onmogelijk voor religieuze partijen om niet-religieuze kiezers te trekken. Premier Lubbers was daar tamelijk succesvol in. In Duitsland was kanselier Merkel dat. Omtzigt had het in zich om dat effect bij het CDA te bewerkstelligen. Maar dan moet de partij zich minder religieus opstellen dan Wits beweert. Dat is de schaduwzijde voor de christelijke hardliners. De aandacht voor medisch-ethische onderwerpen bij de CU heeft dan wellicht de achterban goed gedaan, maar tevens de partij geïsoleerd in Rutte III. CDA is groter en heeft de pretentie van volkspartij, zodat de niche politiek van de CU hoe dan ook moeilijk toepasbaar is op het CDA. Daarom deel ik Wits observatie niet.

Overigens ben ik van mening dat de SGP ontbonden moet worden vanwege het beginsel om een alternatief rechtssysteem op te tuigen dat Gods woord boven de nationale rechtsstaat stelt. Dat past niet in een democratie, zoals een partij die de sharia promoot daar evenmin een plek in zou moeten hebben. Het verbaast me dat in de kringen van de christelijke politiek geen levendig debat bestaat over de in de kern anti-democratische SGP. Want deze partij besmet het beeld dat van christelijke politiek bestaat. Dat is via een omweg schadelijk voor CDA en CU.’

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTeleurstelling bij de christelijke partijen: wat ging er mis in de campagnes van het CDA en de ChristenUnie?’ in het Katholiek Nieuwsblad, 19 maart 2021.

CBS-onderzoek ‘Religie in Nederland’ is verwarrend. Het Humanistisch Verbond wordt gerekend tot ‘een andere christelijke geloofsgroep’

Het vandaag 18 december 2020 verschenen onderzoek ‘Religie In Nederland’ van het CBS naar de religieuze oriëntatie van de Nederlandse bevolking bevat weinig verrassends, maar zit vol met methodologische ruis.

De trend zet door dat een steeds groter deel van de bevolking zegt zich niet door religie te laten inspireren. Dat aandeel van ongebondenen groeit jaarlijks met 1 tot 2 procent. De cijfers gelden voor 2019 en toen verklaarde 54,1% van de Nederlanders ongebonden te zijn en zich niet tot een religieuze organisatie te rekenen. Of eigenlijk is het omgekeerd zoals uit het onderzoek blijkt als het zegt dat dat 45,9 procent van de bevolking zich in 2019 wel tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering rekent. Ook in dit soort statistieken worden ongebondenen beschouwd als een diapositief van gelovigen. Dat is de macht van een religieuze traditie die het onderzoek op de achtergrond stuurt. De onderzoekers lijken zich daar niet aan te kunnen onttrekken.

Onduidelijk is waarom het CBS ‘kerkelijke gezindte’ en ‘levensbeschouwelijke groepering’ als een categorie beschouwt. Met dat laatste bedoelt het 14 soorten christelijke gezindten. Opmerkelijk is dat naar de vraag naar een ‘andere christelijke gezindte’ waartoe zo’n 1,4% zich rekent ook het humanistisch verbond wordt genoemd. Is het humanistisch verbond volgens het CBS een christelijke gezindte? Zo neemt de begripsverwarring eerder toe dan af. Dat kan toch niet de opzet van dit onderzoek zijn? Het humanistisch verbond is naar eigen zeggen de officiële niet-godsdienstige levensbeschouwing in Nederland. Het is een onverklaarbare indeling van de onderzoekers om het humanistisch verbond te scharen onder de religieuze groepen. Of liever gezegd de levensbeschouwelijke groepen onder religie te scharen. Zo werkt het CBS er bewust aan mee om een deel van de bevolking dat zegt niet tot een religieuze groep te behoren in te delen bij dat deel van de bevolking dat zich rekent tot een godsdienst. Dat is dezelfde annexatie van orthodoxe christenen die het atheïsme een godsdienst noemen. Waarom doet het CBS dit? Alleen deze onregelmatigheid al doet twijfelen over de waarde van de cijfers en de serieusheid van dit onderzoek.

Het onderzoek wordt ronduit hilarisch als naar het geloof in God gevraagd wordt. Wat wordt hier bevraagd en wat kan hier eigenlijk methodisch geconcludeerd worden? Een derde van de bevolking gelooft niet in God en zo’n 24,6% gelooft zonder twijfel in God. De overige 42,2% neemt een tussenpositie in: agnost (14,8%), geloof in hogere macht (14%), twijfelend in God (7,1%) en soms wel, soms niet gelovend in God (6,3%). Interessant is dat 10% van de katholieken zegt niet in God te geloven. Wat voor geloof is dat, een katholicisme met een gat in het midden? Atheïsten (gelooft niet in God: 33,2%), agnosten  (weet niet of er een God is: 14,8%) en de niet-gelovers in God, maar wel in een hogere macht: 14%) tellen samen op tot 62% van de Nederlandse bevolking die niet in God gelooft of zegt niet te weten hoe men dat te weten moet komen. En daarbij zijn er nog de twijfelaars die soms wel en soms niet in God geloven (6,3%) of er wel in geloven, maar met twijfels (7,1%).

Afgemeten aan het Godsbeeld gelooft dus ruwweg tegen de 70% van de Nederlanders niet ondubbelzinnig in de God van de Nederlandse religie. Er gaapt een gat van ongeveer 15% met de berekening van het CBS als het zegt dat 54% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door religie. Met wat wordt dat gat gevuld? Met ‘culturele’ gelovigen die niet geloven? In dit onderzoek lopen allerlei categorieën, indelingen en begrippen door elkaar heen. Wat is nou de echte slotconclusie? Er valt aan deze sociologie van appels en peren met elkaar overlappende uitspraken geen touw vast te knopen. Het nadert het niveau van broddelwerk. De vraag die onderzoek en analyse van de cijfers vooral oproept is waarom het CBS geen goede methode heeft ontwikkeld om de sociologische ontwikkelingen goed te beschrijven, te onderscheiden en te duiden. Dat is het grote raadsel van dit onderzoek.

Foto: Schermafbeelding van deel persberichtMeerderheid Nederlandse bevolking behoort niet tot religieuze groep’ van het CBS, 18 december 2020.