George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Paul Cliteur

Gevestigde media verantwoorden zich voor hun buitensporige aandacht voor Baudet. Maar ze geven verkeerde argumenten

with 4 comments

De weinig kritische aandacht voor Baudet van de gevestigde media is een terugkerend thema. In NRC vroeg econoom en columnist (onlangs gestopt) Coen Teulings zich af waarom NRC zoveel kritiekloze aandacht aan Baudet besteedt. NRC-ombudsman Sjoerd de Jong had er geen goed antwoord op. Ik vraag het me ook herhaaldelijk af. Verzaken de media hun plicht in de berichtgeving? De Jong tekent de reactie van chef Den Haag René Moerland op: ‘Wij zijn er niet om politici groot of klein te maken, we willen nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedereen’. Dat eerste klopt, maar dat tweede staat juist ter discussie. Want het lijkt er sterk op dat in de berichtgeving de gevestigde  media juist niet kritisch genoeg zijn tegenover Baudet en zijn partij.

Wat is dat voor mechanisme van de media om zoveel aandacht aan Baudet te besteden? Ook nog kritiekloos. De 2,5 maal zo sterk in de Tweede Kamer vertegenwoordigde PvdD krijgt minder media aandacht.

Naast de juridische invalshoek van Mihai Martoiu Ticu in zijn open brief aan de hoofdredacteur Philippe Remarque van De Volkskrant is er een politiek-filosofische invalshoek die te maken heeft met de weerbare democratie. Zoals dat door Bastiaan Rijpkema onder de aandacht wordt gebracht in het publieke debat. Deze opvatting houdt in dat een weerbare democratie grenzen dient te stellen aan anti-democratische krachten. Vooralsnog is dat geen kwestie van tijdig ingrijpen om een politieke partij als FvD te verbieden, maar van bewustwording en signalering om te beseffen dat een politicus die zich buiten het politieke spectrum begeeft en niet ondubbelzinnig de democratische instituties steunt een gevaar voor die democratie kan worden.

Het is niet gezegd dat de politiek leider Thierry Baudet op dit volledig samenvalt met zo’n anti-democratische kracht, maar met zijn gedachtengoed leunt hij wel stevig aan tegen radicaal gedachtengoed zoals dat door nationalisten, populisten en de nihilisten van de alt-right beweging wordt vertegenwoordigd. Dat zou de Nederlandse journalistiek kritisch en alert moeten maken, maar dat gebeurt op dit moment onvoldoende.

Hoewel het er raakvlakken mee heeft, gaat de koers van FvD voorbij aan het traditionele rechts-conservatisme dat de status quo verdedigt. Baudet wil juist de gevestigde orde omver schoppen zonder dat hij overigens duidelijk maakt wat daarvoor in de plaats moet komen. Of men moet de mantra over de natiestaat Nederland die het autonoom rooit in een financiële, economische, politieke en militaire arena vol concurrente krachten een geloofwaardig en consistent verhaal vinden. Met politiek realisme heeft het echter weinig te maken.

Waarom stellen interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn ideologie? Waarom stellen de interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn contacten in rechts-radicale kringen? Waarom is er nog steeds geen achtergrondartikel verschenen dat deze rechtse en nihilistische contacten gedetailleerd in kaart brengt? Waarom vragen interviewers -die zich politiek, economisch en militair geschoold hebben- niet door over de onhaalbaarheid van een zelfstandige natiestaat Nederland die weerloos, machteloos en krachteloos zal zijn tussen de eigen multinationals, bevriende en vijandige naties of supranationale organisaties (IMF, EU)?

Zijn de journalisten die Baudet niet of op z’n best halfslachtig aanpakken lui en oppervlakkig? Klopt de aloude klacht dat de oudere generatie academische geschoolde journalisten superieur is aan de huidige generatie journalisten die academisch tekortschiet? Of is het de angst om teruggefloten te worden door de eigen hoofdredactie die de journalisten berooft van de ambitie, durf en de wil om de potentiële vijanden van de democratie niet minder hard, maar juist harder aan te pakken? ‘Dus de media presenteren zich als waakhonden van onze welzijn en vrijheid, maar ze doen hun plicht niet echt’, concludeert Mihai Martoiu Ticu. Ik denk ook dat de gevestigde media hun plicht verzaken. De media worden ook wel het venster op de democratie genoemd, maar in Nederland zitten de gordijnen potdicht om de democratie actief te verdedigen. 

Als de journalistiek signaleert en iedereen over één kam scheert is het verkeerd bezig. Het neemt daarmee onvoldoende verantwoording. Nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedere politicus, is een abstracte en ondoelmatige werkwijze. Uiteraard moet de journalistiek niet op de plek van de politiek gaan zitten of zich tot deelnemer maken aan het politieke debat. Het moet aan de buitenkant blijven. Maar het standpunt van NRC-redacteur Moerland dat elke politicus dezelfde mate van nieuwsgierigheid en kritiek oproept is onzinnig en geeft precies aan wat er mis is met de Nederlandse journalistiek. Het weet dat het geen partij mag kiezen, maar verwart dat met het idee dat iedere politicus dezelfde mate van kritiek gegeven moet worden. Als een politicus uitspraken doet die erop duiden dat hij of zij de wet of de democratie in gevaar kan gaan brengen, dan is het de functie van de journalistiek om dat te melden. Dan passen meer nieuwsgierigheid en kritiek.

Foto: Schermafbeelding van deel FB-posting van Mihai Martoiu Ticu, 31 december 2017. 

Advertenties

Waarom is rechts toch zo gebeten op kunst en kunstenaars? Dat is onnodig

leave a comment »

De haat in rechtse kringen tegen de kunstsector is groot. Dat is niet alleen ongewenst en onbegrijpelijk, maar ook onnodig. Het lijkt voorbij te gaan aan de kennis van de geschiedenis van de kunst. De aanname is dat kunstenaars -en dus kunst- per definitie links is. Dat is onzin voor wie zich de namen Céline, Brasillach, Pound, Jan Montyn, of Daan Samson in herinnering haalt. En dat valt makkelijk uit te breiden.

In een artikel voor DDS richt Michael van der Galien zijn pijlen op acteur Gijs Scholten van Aschat die sinds 1 september voorzitter van de Akademis van Kunsten is. In plaats van het op te nemen voor de kunst probeert Van der Galien het aan te vallen. Wat trouwens grandioos mislukt. Daarvoor is scherpte, kennis van zaken en zorgvuldigheid nodig. Dat mist Van der Galien. Het is hem blijkbaar alleen te doen om het katten op wat hij als links ziet. De versimpeling is dat hij kunst als een linkse hobby afbeeldt. Hij maakt het zelfs nog bonter door journalist Bert Wagendorp en Van Aschat extreemlinks te noemen. Grappig is dat Van der Galien hiertoe VVD’er Halbe Zijlstra in bescherming neemt. Groeit er toch nog iets moois in Nederland tussen conservatief-rechts (VVD) en de alt-right Breitbart-epigonen van DDS? En dat dankzij de kunst. Van der Galien had het maatschappelijk belang ervan niet beter kunnen aangeven. Alleen jammer dat hij dat zelf niet beseft. Enfin, er komt ongetwijfeld een volgende scheldkanonnade van DDS over kunst. In de herkansing dus. Mijn reactie:

Subsidie aan kunst is niet anders dan subsidie aan landbouw, industrie, koningshuis, omroep of wat dan ook. Een land als Nederland kan het zich veroorloven om deze verschillende sectoren te subsidiëren. De grootte van het bedrag ontstaat in de afweging tussen de sectoren.

Onder de liberale staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) is er bovenmatig bezuinigd op de kunstsector. De kritiek op Zijlstra door kunstenaars, kunstprofessionals en kunstminnaars betrof niet zozeer de bezuiniging zelf, maar de omvang ervan en de snelheid waarmee het ingevoerd moest worden. Dat laatste kostte de sector nog eens extra geld. Bij evenwichtig beleid had dat voorkomen kunnen worden.

Gijs van Aschat heeft gelijk dat de gevestigde orde uitgedaagd moet worden door de kunst. Want precies dat is de functie van kunst. Het laat ons scherp naar onszelf kijken. Dat is de verdienste van kunst. Dat gebeurt niet als kunst dat bevestigt wat al elke dag bevestigd wordt. Dat is het kenmerk van de marktwerking.

Met links of rechts heeft deze discussie helemaal niets te maken. Of met het cultureel marxisme van Paul Cliteur dat hij 50 jaar na de opstand van de jaren ’60 uit de mottenballen van Gramsci haalt. Kunst is kritisch op de gevestigde orde. Als die links is dan stelt de kunst zich rechts op. En omgekeerd. Zo simpel is het.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTopman Akademie van Kunsten: ‘Kunst moet politiekcorrect links zijn. En vooral zwaar gesubsidieerd worden’’ van Michael van der Galien op DDS, 29 augustus 2017.

Paul Cliteur is onvolledig in zijn weergave van feiten en probeert cultureel marxisme te framen in verdediging van Charlottesville

leave a comment »

Afgelopen dagen werd besmuikt of instemmend gereageerd op een opinie-artikel van Paul Cliteur op TPO. Niemand leek het serieus te nemen. Besmuikt door degenen die erin aangesproken werden en instemmend door de achterban van Forum voor Democratie of Geen Stijl die zich per definitie inzet voor wat het als de goede zaak ziet. Zelfs als het niet weet wat cultureel marxisme is, wie Antonio Gramsci was en welke rol hij in het marxistische discours in de studentenrevolte van de jaren ’60 en ’70 in vooral Frankrijk en Italië speelde.

Paul Cliteur werkt de talking points van het Witte Huis uit die zeggen dat het geweld van twee kanten komt. Dit als reactie op de extreem-rechtse manifestatie in Charlottesville waar neonazi’s, racisten en witte suprematisten met succes de straat veroverden op de lokale politie. Cliteur suggereert de nuance te zoeken, maar daar is niets van te merken. Hij deelt die in elk geval in zijn opinie voor TPO zeker niet met de lezer.

Cliteurs nuance stopt waar hij de Brits-Amerikaanse publicist Milo Yiannopoulos looft: ‘Ik was verrast door een intelligente analyse van onze tijd en cultuur’. De conservatieve Yiannopoulos werd in 2017 weerhouden om op Britse universiteiten te spreken vanwege zijn politieke denkbeelden. Maar vanwege zijn opkomen voor -of: relativering van- pedofilie namen zowel conservatieve als progressieve media en organisaties afstand van hem. Ook Breitbart zette Yiannopoulos onder druk om ontslag te nemen. Die animositeit van Yiannopoulos met rechtse media en organisaties laat Cliteur ongenoemd. Hij probeert wat Yiannopoulos overkomt onder verwijzing naar een afgelaste spreekbeurt op Berkeley te framen als progressieve intolerantie of hegemonie. Hij laat ook ongenoemd dat het verbroken contract met uitgeverij Simon & Schuster een gevolg was van die pedofilie-controverse. Vervolgens koppelt Cliteur de receptie van Yiannopoulos aan het cultureel marxisme van Gramsci. Cliteur is onvolledig, geeft een verkeerde voorstelling van zaken en doet aan stemmingmakerij om zijn achterban via TPO te bedienen. Mijn reactie zoals ik die bij Cliteurs artikel op TPO plaatste:

De constatering van Paul Cliteur over culturele hegemonie naar aanleiding van de geschriften van de Italiaanse Marxist Antonio Gramsci is interessant. Het roept echter de vraag op waarom hij er juist nu mee komt en niet 20 jaar geleden. Want Cliteur beschrijft voor de Nederlandse situatie een beeld uit het verleden. Cliteur is overigens onduidelijk over welk land of universiteit hij het nou precies heeft. Nederland, VS, West-Europa. Dat maakt zijn stellingname verwarrend en rommelig.

Twintig jaar geleden zuchtte Nederland onder de knoet van het multiculturalisme. Het was maatschappelijk onaanvaardbaar om er kritische kanttekeningen bij te zetten. Dat was benauwend en ongewenst. Maar sinds de neoconservatieve Bush/Cheney-revolutie in de VS, de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders in het kielzog van Frits Bolkestein en de onmanteling in Nederland van de linkse politiek is dat beeld volledig gekanteld. De culturele hegemonie wordt nu bepaald door de rechterkant van het politieke spectrum.

Aan Nederlandse universiteiten is anno 2017 niet langer een linkse culturele hegemonie, maar een rechtse hegemonie van marktdenken en marketing dominant. Nederlandse universiteiten zijn geëconomiseerd met verlies van hun autonomie en hun intellectuele ambitie. Hoogleraren en studentenraden hebben zich in de dwangbuis van de economie, de behoudzucht en het marktdenken laten dwingen.

Studenten kunnen wellicht in toiletten van Amerikaanse universiteiten hun leuzen spuien zoals mevrouw Cliteur waarneemt, maar in de bestuurskamers van de Amerikaanse of Nederlandse universiteit wordt een gesprek van marktdenken, rendement, fondsenwerving en bezuinigingen gevoerd.

In het besef om buitengesloten te zijn van de macht ageren de links georienteerde studenten daarom in de marge. Dat doen ze blijkbaar op het toilet, op de campus, in een Studium Generale-programma of in een kunsttentoonstelling. Op plekken die er niet echt toe doen. Niet in de bestuurskamer waar de macht zetelt.

Over de media waar Cliteur naar verwijst is exact hetzelfde te vertellen. Het kan zijn dat de meeste journalisten links zijn, zoals de meeste studenten dat ook zijn. Maar dat maakt media-bedrijven en media-holdings die gaan voor rendement, macht en economisch nut nog niet links, zoals een linkse student het bestuur of het beleid van een universiteit niet links maakt.

Linkse studenten en journalisten kunnen in de overgangstijd tussen multiculturalisme en een volledig geëconomiseerde structuur in symbiose binnen rechtse structuren bestaan omdat ze daar als afleiding dienen. Die bliksemafledier komt de macht van media of universiteit prima uit. En daarom wordt deze linkse verschijnselen getolereerd. Zonder dat ze nog enige praktische macht hebben.

De observatie van Cliteur die 50 jaar na 1968 Gramsci uit de mottenballen tovert schiet dan ook tekort. Wat mevrouw Cliteur in de toilet ziet is niet onjuist, maar meneer Cliteur kent er vervolgens een verkeerde waarde aan toe. Hij leest een verschijnsel als structuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCultureel marxisten hebben geen rust voordat u bent onderworpen’ van Paul Cliteur op TPO, 19 augustus 2017.

Lubach: Thierry Baudet breekt met het Forum voor Democratie al zijn eerste verkiezingsbelofte door de politiek in te gaan

with 7 comments

Arjen Lubach is in ‘Zondag met Lubach‘ kritisch op politieke splinterpartijen en zegt in een toelichting: ‘Er zijn inmiddels zoveel kleine partijen op het Binnenhof, dat je op moet passen dat je niet in een splinterpartij stapt. Op dit moment staan er al 57 partijen geregistreerd bij de Kiesraad, waaronder de Piratenpartij, Forum voor Democratie en De Vrijzinnige Partij. Is dat een probleem of goed voor de democratie?’ De vraag stellen is de vraag beantwoorden. Lubach bespot vooral Thierry Baudet en zijn Forum voor Democratie. Lubach toont aan dat Baudet zichzelf tegenspreekt omdat hij nog recent verklaarde ‘buiten de politiek te willen staan’ en zeker niet de politiek in te zullen gaan. En ook de invloed van politiek trouwens verwaarloosbaar te vinden. Lubach: ‘Dit is dus een partij die zijn eerste verkiezingsbelofte al heeft gebroken, door überhaupt mee te doen.’

Paul Cliteur ziet secularisering als beste antwoord op problemen van het Midden-Oosten

with one comment

IMG-RPJ-54459

‘Obama, Cameron, Ban Ki-moon, al deze leiders zeggen dat dit conflict niet om godsdienst gaat. Daar gaat het juist wel om. Onze samenleving is dusdanig geseculariseerd dat we niet snappen dat mensen bereid zijn te sterven voor hun geloof. In de zestiende en zeventiende eeuw, toen Europa werd verscheurd door godsdiensttwisten, begrepen ze dat wel. Als onze leiders dit probleem niet op een andere manier gaan aanpakken, wordt ook de 21ste eeuw een tijdperk van godsdienstoorlogen.’ Aldus de oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond en hoogleraar Encyclopedie van de Rechtswetenschap Paul Cliteur in een interview in De Volkskrant. Hij verwijst in dit citaat naar de strijd in Syrië tussen IS en het regime van Assad.

Cliteur heeft gelijk. Er bestaat onder Westerse politici en zogenaamde ‘gematigde‘ moslims de neiging om de uitwassen van de islam af te doen als niet behorend tot de islam. Dat is een rampzalige strategie die het vinden van een oplossing uit de weg gaat. Want als iets eruitziet als islamitisch, islamitisch praat en zich op de koran beroept, dan is het islamitisch. De ontkenning tegen beter weten in heeft te maken met de opkomst van extreem-rechts en met het misverstand dat alle middelen lonen om de lieve vrede te bewaren. Bij Obama speelt mee dat Republikeinse hardliners vanaf 2007 roepen dat hij in het geheim moslim zou zijn. De intellectuele en aarzelende president neemt daarvan afstand door de islam in bescherming te nemen.

Cliteur vindt dat we secularisering en atheïsme moeten omarmen. Want ook het Westen is hypocriet door handelsbelangen voor te laten gaan: ‘In landen als Saoedi-Arabië heb je ook lieden rondlopen als Raif Badawi, de blogger die omwille van zijn kritiek op het regime gegeseld werd. Als je naar zijn idealen kijkt, is het gewoon liberalisme wat hij aanhangt. Het Westen had hem kunnen steunen en druk op de Saoedi’s kunnen leggen om hem toleranter te bejegenen. Dat is niet gedaan, omdat ons zakenleven daar te veel belangen heeft.’ Zo kunnen de Saoedies straffeloos hun jihad blijven exporteren naar Europa met de bekende ontregelende gevolgen. Omdat de EU en de VS om zakenbelangen en geopolitieke redenen geen grenzen stellen, ontstaat er geen druk op dit soort landen om zich in de richting van de rechtsstaat te ontwikkelen.

In navolging van oud-ambassadeur Koos van Dam pleit Cliteur ervoor om te praten met het regime van Assad. Het regime heeft weliswaar bloed aan de handen en meer slachtoffers gemaakt dan de islamitische terroristen van IS, maar tegelijk zijn er wel afspraken mee te maken binnen het verkeer van de diplomatie waar deze terroristen zich aan onttrekken. D66-politica Petra Stienen wijst in een opinie-artikel in NRC praten met Assad echter af en stelt dat er zoveel kapot is gemaakt dat het stadium voorbij is dat hij kan worden gerehabiliteerd. Met anderen beredeneert ze dat niet vanuit moralisme, maar vanuit ‘een pragmatische inschatting van het gebrek aan bereidwilligheid van Assad het welzijn van de Syrische bevolking voorop te zetten.

Zo kondigt zich een patstelling aan. Assads regime heeft te veel kapot gemaakt om nog door grote delen van de bevolking geaccepteerd te kunnen worden, maar biedt wel de beste kansen voor toekomstige stabilisering. Of een compromis mogelijk is door uit te gaan van de structuur van het Assad-regime en dat op te vullen met meer zakelijke en voor velen aanvaardbare personen is de vraag. Het pessimisme van Stienen schetst geen begin van een oplossing en het optimisme van Cliteur gaat makkelijk voorbij aan bestaande problemen.

Wat Cliteur beweert is pragmatisch en idealistisch tegelijk. Hij pleit voor het maken van vuile handen om erger te voorkomen met het doel om in het Midden-Oosten een nieuw, stabiel evenwicht te bereiken. Zodat de vluchtelingenstroom en de export van de jihad naar Europa afnemen. Dat meent hij eerder te kunnen bereiken door afspraken te maken met verlichte dictaturen met pan-Arabische trekken zoals die werden gepraktiseerd door Nasser in Egypte, Khadaffi in Lybië, Sadam Hoessein in Irak en de Assads in Syrië, dan met verscheurde of islamitisch-sektarisch geregeerde landen zoals het huidige Irak. Hij stelt daarbij de bescherming van de rechtsstaat boven de werking van de democratie. Het idealisme bestaat uit de secularisering die zowel een beschermende paraplu voor religies biedt als een model om ze gelijkwaardig naast elkaar te rangschikken.

Door conflicterende belangen modderen de VS en Europa door in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Het is zelfs de vraag of ze wel een oplossing zouden willen als ze die de regio op zouden kunnen leggen. Botweg gezegd hebben ze profijt van de chaos en verdeeldheid om hun wapens en veiligheidsexpertise te verkopen en de handels- en oliebelangen veilig te stellen. Ook daarom ontkenden Obama en Cameron dat IS iets met de islam te maken had. Niet omdat ze dat werkelijk meenden, maar omdat ze net als zogenaamde ‘gematigde’ moslims veinzen voor een hoger doel. Het is een proces dat twee kanten moet uitwerken. Religie is een proces van ontvoogding en loskomen van strikte regels. De tragiek is dat voor de meeste politici hetzelfde geldt.

Foto: Aleppo, augustus 2016.

Weerbare democratie met Bastiaan Rijpkema. Grenzen van tolerantie

with 3 comments

Bastiaan Rijpkema legt in een interview uit wat een weerbare democratie in praktijk is. In zijn proefschriftWeerbare democratie: de grenzen van democratische tolerantie’ dat eind 2015 in een handelseditie verscheen beantwoordt hij de vraag wat de middelen zijn voor een democratie om zich te verdedigen tegen de bedreigingen ervan. Zoals de Universiteit Leiden het in de toelichting stelt: ‘Weerbare democratie biedt daarmee een nieuw perspectief op democratie en een rechtvaardiging voor democratische zelfverdediging.

Hoe, en vooral wanneer in te grijpen als een democratie zichzelf om zeep helpt en richting anti-democratie koerst? Ook: waartegen? Tegen de aan de weg timmerende islam-extremisten of ook tegen multinationals die belasting ontwijken, achter de schermen politieke partijen in hun zak hebben en de islam als afleiding laten bestaan? Geen makkelijk te beantwoorden vragen. De bewustwording dat er zoiets als weerbare democratie bestaat maakt van de titel een waarschuwing. Promotor van Bastiaan Rijpkema is Paul Cliteur die als geestelijk leidsman wordt gezien van vooral rechts-nationalisten die van binnenuit tegen de democratie aanschoppen.

weerbare-democratie-bastiaan-rijpkema-boek-cover-9789046820049

Foto: Omslag van Bastiaan Rijpkema, ‘Weerbare democratie: de grenzen van democratische tolerantie’. Amsterdam, 2015. Uitgeverij Nieuw Amsterdam. ISBN 9789046820049.

Vice-premier Asscher steunt kritiek op Nigeria en Saoedi-Arabië. Zo suggereert hij

with 4 comments

De Nigeriaan Mubarak Bala is atheïst, maar mag dat in Nigeria niet zijn. Z’n familie heeft hem in een gekkenhuis op laten nemen omdat Bala op sociale media verklaarde atheïst te zijn.Voor zijn atheïsme dat volgens moslims gelijk zou staan aan ‘waanzin’ is hem zelfs onder dwang medicatie opgedrongen, hoewel de artsen hebben gezegd dat hij geen psychische problemen heeft. Ook in het Wahabistische Saoedi-Arabië staat de gedachtenpolitie erg scherp afgesteld, wat in 2012 en 2013 het geval van de blogger Hamza Kashgari duidelijk maakte die zich op straffe van gevangenisstraf op Twitter niet vrij over de islam mocht uitspreken.

In een NRC-artikel over de slechte mensenrechtensituatie in Saoedi-Arabië dat meer kritiek billijkt memoreren Paul Cliteur en Adjiedj Bakas dat vice-premier Lodewijk Asscher onlangs toelichtte dat in de Nederlandse grondwet komt te staan dat Nederland een democratische rechtsstaat is. Dat ontbreekt nu. Asscher meent dat ‘in de internationale rechtsorde de ‘drieslag’ democratie-rechtsstaat-mensenrechten de standaard is‘. O ja, ook in Nigeria of Saoedi-Arabië? Gaat Asscher namens het kabinet nu de kritiek van burgers, kamerleden en maatschappelijke organisaties op landen die de ‘drieslag’ democratie-rechtsstaat-mensenrechten in de wind slaan aanmoedigen? Het zou jammer zijn als vice-premier Asscher het bij mooie woorden alleen liet.

Hoewel de PVV het niet altijd nauw neemt met de Nederlandse rechtsstaat en de rechten van alle burgers heeft het nog steeds meer gelijk dan het kabinet waar het om de kritiek op islamitische landen gaat. In een brief over het jihadisme in De Volkskrant schrijft Wilders: ‘Tien jaar geleden al waarschuwden Ayaan Hirsi Ali en ik dat Saoedi-Arabië extremistische organisaties, moskeeën en scholen financiert. We waarschuwden dat honderden islamitische strijders in Europa klaarstaan om terreuracties te plegen. We waarschuwden voor de naïviteit en de lafheid, de weigering doelgericht te reageren. We konden slechts rekenen op hoon en afkeer.

Wilders heeft gelijk in z’n kritiek dat Saoedi-Arabië terreur exporteert en de drieslag democratie-rechtsstaat-mensenrechten er niets betekent. Hoewel het Wilders eerder om islamkritiek gaat dan om de verdediging van burgers of rechtsstaat doet dat niks af aan z’n kritiek. In een beschamende episode eerder dit jaar heulde het politieke en economische establishment van Nederland mee met de kritiek van de Saoedische regering op Wilders vanwege de stickeractie ‘De islam is een leugen, Mohammed een boef, de koran is gif’. Toenmalig VNO-NCW voorzitter Bernard Wientjes praatte in de media zelfs de Saoedische dictatuur goed. Bevreesd voor een boycot wrongen politici en bestuurders van bedrijven zich in de meest vernederende bochten voor de machthebbers in Ryad die niks moeten hebben van de drieslag democratie-rechtsstaat-mensenrechten. Hetzelfde geldt voor de Nigeriaanse regering dat geen recht afdwingt en Mubarak Bala aan z’n lot overlaat.

Waarom wil de God van Nederland terreur en repressie van islamstaten goedpraten? Het verstand van politiek en bedrijven staat stil als religie aan het woord is. Maar er is nu hoop voor atheïsten, andere rechtelozen en slachtoffers van terreur in Nigeria of Saoedi-Arabië: de ‘drieslag’ van vice-premier Asscher. Het Nederlandse kabinet ziet in de internationale rechtsorde democratie-rechtsstaat-mensenrechten voortaan als standaard.

Dus als Asscher, Rutte en Timmermans doen wat ze zeggen, dan zetten ze vanaf nu in de buitenlandse politiek en handel democratie-rechtsstaat-mensenrechten voorop. Niet langer gewin, maar principes. Met als voordeel dat het Nederlandse establishment weer een rechte rug kan zetten en niet meer diep door het stof gaat voor landen die de internationale rechtsorde met voeten treden. Wordt Nederland opnieuw gidsland?