George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Anton Constandse

GroenLinks, de partij van heimwee en verlangen

with 3 comments

Een song uit de Broadway-musical ‘One Touch of Venus’ uit 1943 uitgevoerd door componist Kurt Weill. Een song uit het Tin Pan Alley repertoire dat zijn weg als standard vond naar de jazz. De strijd tegen de nazi’s nadert zijn hoogtepunt en Broadway zingt over liefde. Waarbij het door het vette Duitse accent van Weill niet zoveel uitmaakt of hij ‘love’ of ‘low’ zingt. Op GeorgeKnightKort besteedde ik er 5 jaar geleden aandacht aan.

Waarom deze song hier geplaatst? Het doet me aan GroenLinks denken. In 2011 verklaarde ik in een commentaar mijn haat-liefde verhouding tot die partij. En ik denk er nog precies hetzelfde over: ‘Mijn eerste politieke liefde was de PSP. Pacifisten als Bertrand Russell en PSP-er Fred van der Spek opereerden in de marge, maar wisten hun bevlogenheid in een logisch betoog te vangen. Aangevuld met vrijdenkers als Anton Constandse en Laurens ten Cate die verder gingen dan zwart-wit denken, is dat nog steeds wat ik in de hedendaagse politiek mis: onafhankelijkheid, originaliteit en vrijdenken. (..) Ik ben dus sympathisant van elementen binnen GroenLinks. Relicten van vrijdenken en pacifisme zijn wellicht schaars, maar elders binnen de Nederlandse politiek helemaal afwezig. Waarbij het wrange is dat Van der Spek in 1985 afhaakte en tegen het ontstaan van een fusiepartij was. Ik denk dat de geschiedenis hem gelijk heeft gegeven. De PSP had autonoom moeten blijven. Omdat GroenLinks ook talloze anti-democraten en zwart-wit denkers omvat zal ik er niet makkelijk op stemmen. Zo’n blinde sympathisant kan ik nou ook weer niet zijn.

Sinds 2011 is er veel water onder de brug gestroomd. De onderhandelaars van GroenLinks konden in de formatie niet leven met de oplossing voor de vluchtelingenproblematiek in Noord-Afrika. Daarom haakten ze af. Waarbij het mijn vraag is welke rol de anti-democraten en zwart-wit denkers deze keer hebben gespeeld.

Het leven is kort en de kunst lang. Daarom kunnen we naar Kurt Weill achter zijn piano luisteren. De kansen zijn beperkt. In het leven, maar ook in de politiek. Dat maakt weemoedig. Voor we het beseffen is het voorbij. GroenLinks is de partij van het verlangen en het gemis. De partij van de romantiek van Slauerhoff die tegelijk hier en elders wil zijn. Niet alleen onder de Haagse kaasstolp, maar ook op zee of in de velden waar het graan ruist. De partij die ontkent dat in de politiek vuile handen en een schoon geweten samengaan. De partij die wetenschap verwart met praktische politiek. Hoe langer het inlossen van het verlangen wordt uitgesteld, hoe hoger de verwachting. En hoe abstracter het wereldbeeld. GroenLinks, de partij van heimwee en verlangen.

I feel wherever I go that tomorrow is near, tomorrow is here and always too soon
Time is so old and love so brief
Love is pure gold and time a thief
We’re late, darling, we’re late
The curtain descends, everything ends too soon, too soon
I wait, darling, I wait
Will you speak low to me, speak love to me and soon

Advertenties

Wedzinga bekritiseert de stand van de democratische rechtsstaat

with one comment

Wicher Wedzinga heeft het niet zo op het establishment en de pretenties over de zogenaamde democratische rechtsstaat en de rechtspraak zonder rechtsongelijkheid en met onpartijdige rechters. Wedzinga chargeert en trekt de claims in het absurde, maar geeft wel te denken. Want de stand van de democratische rechtsstaat is relatief. Onderzoeken wereldwijd over de rechtsstaat, persvrijheid en algemeen welzijn wijzen steevast uit dat Nederland goed scoort in vergelijking met landen waar het slechter is gesteld. Dat beeld klopt waarschijnlijk wel. Dit betekent niet dat Nederland ideaal is en hier geen onrecht, manipulatie of corruptie bestaat. Wedzinga suggereert dat Nederland er vooral goed in slaagt om het onrecht te verhullen en zich tolerant te tonen.

Politieke partijen functioneren als een gesloten en in zichzelf gekeerd circuit. De ruimte die de bewindslieden Opstelten en Teeven op Veiligheid en Justitie voor hun onbarmhartig beleid krijgen is hiervoor symbolisch. J.W. Oerlemans sprak in 1990 over de zelfvoldane parlementaire democratie in het artikel Eén-partijstaat NederlandTekenend voor de stand van zaken van het politiek-filosofische debat is dat het artikel -evenals de brochure Gastarbeid en Kapitaal (1983) van Anton Constandse– zo goed als onvindbaar is op internet en geen deel uitmaakt van het politieke debat. Nederlandse partijpolitiek en media poetsen de fundamenteel kritische denkers weg. Zoals ook Wedzinga in de marge opereert. Zie hier mijn kritiek en oplossingen van anderen.

NRC interviewt Greenwald. Wordt het nu kritischer op de macht?

with 2 comments

td

Dit weekend pakt NRC uit met een interview van Floor Boon met Glenn Greenwald. Toevallig twee dagen voor de lancering van De Correspondent. Maar zoals thruthdigger in een tweet opmerkt, het heeft wel verdomd lang geduurd voordat NRC Greenwald ontdekte. Een jaar geleden vroeg ik me in alle verbijstering af waarom een krant die pretendeert de nuance te zoeken in praktijk precies het tegenovergestelde doet. Hoe kon een krant zo inflexibel en log als een mammoettanker zijn dat het niet meer het vermogen had om snel te schakelen bij het optreden van nieuwe ontwikkelingen? Waarom volgde het met open ogen zo lang de praatjes van president Obama en het establishment dat-ie vertegenwoordigt? Hadden de hoofd- en buitenlandredactie niet met enig logisch nadenken tijdig de steven kunnen wenden richting kritische journalistiek? Blijkbaar niet.

Hoe komt dat? Is dat omdat het dagbladbedrijf tegenwoordig grossiert in fun en showbizz, het goede leven met goede wijnen, psychologisering van alles en nog wat en de persoonlijke impressies van columnisten dat het niet meer verder kijkt? Ik denk het niet. Lichte rubrieken zijn er altijd geweest en hebben bestaansrecht. De kneep zit ‘m erin dat bij de ‘zware’ rubrieken politieke journalisten de verkeerde focus hebben. En een hoofdredactie dat niet weet te corrigeren. Politieke journalisten werken nauwgezet en vakkundig, maar nemen te weinig afstand en worden onderdeel van de macht. Ze willen het spel doorgronden, maar verinnerlijken zo juist de uitgangspunten van het spel. Terwijl ze de macht ter discussie moeten blijven stellen. Zo nemen ze te veel voor vanzelfsprekend aan dat het helemaal niet is. Ze identificeren zich met de zeepbel van de macht.

Ik vind de NRC Handelsblad een redelijke krant. Hoewel politiek wat weinig progressief. Al voor de fusie met de Rotterdamse NRC las ik bij m’n grootvader aan tafel het Amsterdamse Algemeen Handelsblad. Een krant die hilarisch anarchistisch en tegendraads kon uitpakken. Toen schokken nog kon. In die gouden tijd van de geschreven pers toen opinieleiders als Trino Flothuis, Anton Constandse, W.L. Brugsma,  Joop van Tijn, Henri Faas, Laurens ten Cate en al die andere scherpe geesten op de golven van de maatschappelijke veranderingen autoriteit genoten. Het onderscheid met de huidige NRC is dat in de roerige jaren ’60 en ’70 het bevragen van de macht vanzelfsprekend was. Niet de overgave eraan. Al die kritische journalisten verbonden dat aan de noodzakelijke herinrichting van de samenleving. Daar namen ze actief aan deel. Niet aan de macht zelf.

De kritiek van Greenwald kan opgevat worden als directe kritiek op de NRC: ‘De Amerikaanse journalistiek is bijna ingekapseld door de overheid. (..) Journalisten worden gelauwerd, schrijven een boek, verdienen geld. Maar in essentie veranderen ze niets.NRC moet de macht uitdagen en zich niet zelf als economische macht opstellen. Dwars tegen politieke partijen en bedrijfsbelangen ingaan. Tot op straffe van ex-communicatie toe. Te simpel om de meeste pijlen te richten op Pim Fortuyn, Geert Wilders of radicalen. Dat zijn te makkelijke doelwitten die de krant een idee van relevantie en heldenmoed geeft dat het door deze afleiding juist verliest. Het laat echte macht van grote partijen, multinationals en partners buiten schot. Het interview van Greenwald was ’n late reflectie op inmiddels oude ontwikkelingen. Nu nog de herwaardering van de journalistiek. Doen. 

Foto: Tweet van thruthdigger, 28 september 2013.

Winst Beppe Grillo is hoopvol signaal voor nieuwe partijpolitiek

with 9 comments

umano

De uitslag van de Italiaanse verkiezingen is een schok voor de gevestigde politiek. Ook buiten Italië. Oude partijen zijn afgestraft. Vooral voormalig premier Mario Monti die samen met twee centrum-rechtse partijen in de kamer maar net de grens van 10% haalde. Voor zijn bezuinigingsbeleid kreeg Monti schouderklopjes van Europese leiders. Hoewel het woord hervormingen op zijn lippen gebrand leek, kreeg-ie weinig voor elkaar. Waar de oude garde onder hervormingen het terugdringen van overheidsuitgaven en uitkeringen verstaat, zien nieuwkomers als Grillo het uitmesten van de politiek als de belangrijkste hervorming. Hij is niet anti-politiek, maar eigent zich een ander idee van politiek toe. Dat maakt z’n beweging zelfbewust, sterk en ongrijpbaar.

Winnaar met 25% is de vijfsterren beweging van komiek en blogger Beppe Grillo. In de senaat deed-ie het minder goed, omdat daar de minimumleeftijd om te stemmen 25 jaar is. Onder jongeren heeft Grillo veel steun. Evenals maverick Ron Paul die bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen veel jongeren aan zich wist te binden. Partijvorming die zich afzet tegen de oude manier van politiek bedrijven komt overal op stoom. Op 18 februari schreef ik over Julian Assange die een Australische WikiLeaks Party oprichtte: ‘Slimme initiatieven zoals de Italiaanse vijfsterren beweging van Beppe Grillo, de Duitse Piratenpartij en de IJslandse Best Party bieden in z’n ogen een alternatief. Voor Nederland komt de Piratenpartij het dichtst in de buurt.’ 

De opmerking over de Nederlandse Piratenpartij was trouwens m’n eigen toevoeging. Assange had de Duitse Piraten al genoemd. Laat ik mezelf als voorbeeld nemen van een kritische burger die geïnteresseerd is in politiek, maar bij de oude politieke partijen toch geen onderdak kan vinden. In arren moede werd ik vorig jaar lid van de Nederlandse Piratenpartij. Uit een combinatie van woede, verontwaardiging, teleurstelling, protest en verbeeldingskracht tegen de partijpolitiek. Maar hoe de politiek met anti-politiek te bestrijden? Of liever gezegd: met een ander idee hoe politiek werkt dat strijdig is met hoe de politiek op dit moment functioneert.

Grillo verwijst naar internet en het begrip Liquid Feedback. Voorstel over onderwerp A? Leden bepalen het partijstandpunt door online te antwoorden. Dat klinkt veelbelovend, maar een technisch middel is nog geen Liquid Democracy. Zoals de 3D-printer echter de productie van industrieproducten decentraliseert, zo zal het principe van Liquid Feedback de bestaande partijpolitiek decentraliseren. Da’s de toekomst. Alleen, in de overgang tussen oud en nieuw botsen twee wereldbeelden. Zelfverrijking, vriendjespolitiek en geclaimde functies zijn nog verbonden met de Italiaanse of Nederlandse politiek. Essentieel is dat de partijen van de toekomst puur blijven om straks de politiek over te nemen. Over 20 jaar? Best. De jeugd heeft de toekomst.

NaschriftJ.W. Oerlemans sprak in 1990 over de zelfvoldane parlementaire democratie in het artikel Eén-partijstaat Nederland. Tekenend voor de stand van zaken van het politiek-filosofische debat is dat het artikel -evenals de brochure Gastarbeid en Kapitaal (1983) van Anton Constandse– zo goed als onvindbaar is op internet. Of verkeerd geannexeerd wordt. Nederlandse partijpolitiek en media poetsen kritische denkers weg.

Foto: Beppe Grillo, 2013.

Kunst en religie als cultuuruiting

with one comment

1. Ik beschouw mezelf als vrijdenker. Zonder daar veel over na te denken en bewust voor gekozen te hebben. Ik ben er terechtgekomen. In de definitie van Wikipedia over vrijdenkerij kan ik me vinden: De opvatting dat men zich in zijn denken uitsluitend door de rede, wetenschap en logica en niet door autoriteitsgeloof of traditie moet laten leiden. Vrijdenkers keren zich daarbij sterk tegen elke vorm van dogma.

Maar ik voel me ook individualist en heb me daarom nooit aangesloten bij humanistisch-atheïstische verenigingen als De Vrije Gedachte. Vanuit de verte steun ik evenmin al het gedachtengoed. Zo sluit ik me niet aan bij de strijd tegen de godswaan of tegen religie. Dat roept emoties op die wegleiden van de rede. Iemand die zich laat aansporen door religieuze machten en tot godswaan gebracht wordt verliest zichzelf. Da’s weer een individu verloren. Veroordelen zal ik het door er het mijne van te vinden, maar niet bestrijden.

Het gedachtengoed van Anton Constandse dat blijkt uit een citaat uit 1980 over de islam is al tientallen jaren leidend voor me: Men moet zich eens indenken, welke ghetto’s er zullen ontstaan van verouderde en voor ons gevaarlijke immigranten, als we niet alleen hun gruwelijke slachtgewoonten aanvaarden, maar ook hun discriminatie van vrouwen, hun patriarchaal-autoritaire aanmatiging, hun onderwerping van kinderen en hun stamveten. Waarom van nieuwkomers aanvaarden wat we zelf in gewoonten en wetten hebben opgeruimd?

Hetzelfde geldt voor andere religies. Mijn idee is dat een cultuur met achterlijke gebruiken als de islam haar plek kan innemen in Nederland als het ondubbelzinnig instemt met de Nederlandse rechtsstaat. Zover is het nog lang niet. De overigens verdeelde en verbrokkelde Nederlandse islam spreekt zich onvoldoende uit. Bij individuele moslims zie ik wel beweging, maar bij de islamitische zuil nauwelijks.

Sinds de uitspraak van Anton Constandse in 1980 zijn we juridisch niet veel verder gekomen. Dat valt trouwens minder de Nederlandse moslims dan de overheden te verwijten. Dat stelde nooit duidelijke voorwaarden over integratie en inburgering. Het heeft nooit actief op het belang van de grondrechten gewezen. Door een uitruil van rechten en plichten had dat gekund.

2. Er zijn overeenkomsten tussen kunst en religie. Het zijn waardevolle cultuuruitingen die verder gaan dan de waan van de dag. Geen overbodige luxe in onze gerationaliseerde en economisch gerichte maatschappij. De overloop tussen kunst en religie is altijd groot geweest. Waar religie het voordeel heeft om baas in eigen huis te zijn, lijkt kunst nu haar ambitie en zelfstandigheid te verliezen.

Binnen de grondwet is het toegestaan om op beledigende wijze om te gaan met de religie van anderen. Zoals ook kunst wordt geschoffeerd. Het wordt schrijnend als door delen van kerk, moskee en politiek geprotesteerd wordt tegen het bestaansrecht van kunst. Critici beseffen onvoldoende dat zich dat op termijn als een boomerang tegen religie keert. De volgende stap is een vraag over het bestaansrecht van religie.

Ieder individu heeft het recht om kunst of religie af te wijzen. Ieder heeft immers een individuele smaak. Niet iedereen is verplicht om kennis te nemen van een religie- of kunstuiting en het te gaan zien. Het springende punt is dat degenen die wel kennis willen nemen van religie of kunst daartoe in de gelegenheid moeten worden gesteld. Mensen hun individuele keuze onthouden past niet bij een volwassen pluriforme democratie.

Foto: Alexander Nevsky van Sergei Eisenstein (1938)

Written by George Knight

12 november 2011 at 00:04

GroenLinks is aan revisie toe

with 17 comments

Voor de verandering zoek ik het gesprek met mezelf. Gisteren schreef ik als reactie bij een stuk over Mariko Peters: GroenLinks doet zichzelf schade aan door slecht crisismanagement en het verdraaien van relevante gegevens. Als sympathisant vind ik dat jammer. Maar over welk GroenLinks heb ik het eigenlijk? In media en cultuur zijn op dit moment de Eighties aan een herwaardering toe. Nu de politiek nog.

GroenLinks bestaat sinds 1989 als fusiepartij. Bloedgroepen zijn communisten, pacifisten en christelijke evangelisten. Nieuw toegetredenen zijn onafhankelijken. De partij brak electoraal nooit door en heeft maximaal 11 TK-zetels behaald. Toch waren Paul Rosenmöller en Femke Halsema goede politieke leiders. Reden dat GroenLinks niet aanspreekt is dat meer dan bij andere partijen de verdeeldheid voelbaar en zichtbaar blijft. Daarbij komt de partij mentaal niet uit de schaduw van de PvdA.

In de 22 jaar is dat verdeelde huis op twee manieren gepleisterd. Eerst met een laag ecologie, en daarna met een laagje liberalisme. Maar dit panacee werkt onvoldoende, achter de pui resteert een verdeeld huis. Dat loopt van de trotskist René Danen die anti-democratische tendensen vertoont tot de pacifiste Ineke van Gent die tegen de missie in Kunduz stemde. En daartussen zitten liberaal-gezinden, marxisten, Schumacher-volgers, milieu-activisten en onafhankelijken die de partij gebruiken om ergens wethouder te worden.

Mijn eerste politieke liefde was de PSP. Pacifisten als Bertrand Russell en PSP-er Fred van der Spek opereerden in de marge, maar wisten hun bevlogenheid in een logisch betoog te vangen. Aangevuld met vrijdenkers als Anton Constandse en Laurens ten Cate die verder gingen dan zwart-wit denken, is dat nog steeds wat ik in de hedendaagse politiek mis: onafhankelijkheid, originaliteit en vrijdenken. De marginalisering door de huidige SP van de Brochure Gastarbeid en Kapitaal van Constandse tekent dat gemis.

Ik ben dus sympathisant van elementen binnen GroenLinks. Relicten van vrijdenken en pacifisme zijn wellicht schaars, maar elders binnen de Nederlandse politiek helemaal afwezig. Waarbij het wrange is dat Van der Spek in 1985 afhaakte en tegen het ontstaan van een fusiepartij was. Ik denk dat de geschiedenis hem gelijk heeft gegeven. De PSP had autonoom moeten blijven. Omdat GroenLinks ook talloze anti-democraten en zwart-wit denkers omvat zal ik er niet makkelijk op stemmen. Zo’n blinde sympathisant kan ik nou ook weer niet zijn.

Foto: GroenLinks volgt de verkiezingsuitslagen tijdens een bijeenkomst in Utrecht in 1989. V.l.n.r.: Andrée van Es, Paul Rosenmöller, Ria Beckers (onder), Pieter Lankhorst, Ina Brouwer en Wilbert Willems.

Gedwongen islamisering, een terugblik (1)

with 10 comments

Deel 1 gaat in op de schatting van het aantal moslims, beperkingen aan immigratie en de ontvangst van gastarbeiders. Deel 2 kijkt naar de ketting-immigratie en apartheid en concludeert wat er mis ging.

1. Als het over integratie gaat verbaas ik me al jaren over twee aspecten. Namelijk dat termen als migranten, allochtonen, moslims, achterstandsgroepen en minderheden door elkaar worden gebruikt. Dat geeft weinig scherpte. En dat de schatting van het aantal moslims in Nederland onnauwkeurig is en steeds bijgesteld wordt. Het is meer dan vrijblijvende zorg omdat een en ander dient als richtlijn voor beleid.

Nieuwe schattingen van het aantal moslims zijn lager dan het CBS eerder publiceerde. Voor 2006 resulteerde dat in 850.000. Dat kwam overeen met het aantal Nederlanders dat uit een islamcultuur afkomstig is. Daaronder vallen ook christenen, seculieren en afvallige moslims. Deze afwijking van het destijds voorspelde cijfer is het gevolg van een verandering in methodiek en niet van een dalende aanhang van de islam.

Na correcties zijn er volgens kwalitatieve schattingen en onderzoeken op dit moment minimaal 200.000 en waarschijnlijk 350.000 ‘echte’ moslims in Nederland. Dit betreft mensen die zich laten inspireren door de islam, die religie serieus belijden en regelmatig de moskee bezoeken. Een stabiel getal dat niet groeit. Het past in een trend van afnemende groei van het aantal moslims wereldwijd.

Onderling verschillen Nederlandse moslims enorm. Ze zijn etnisch, sociaal en wat herkomst en welstand betreft divers. Een promotieonderzoek van sociologe Fenella Fleischmann toont aan dat religiositeit van moslims geen negatieve invloed heeft op schoolprestaties en arbeidsmarkt. Hoogopgeleiden met een goede baan worden evenmin minder gelovig. Wel binnen de voorwaarde dat de islam gelijk erkend en behandeld wordt. Hiervan is in Nederland sprake.

Het integratiedebat is gepolitiseerd. Uiteenlopende partijen hebben hun specifieke belang bij een hoge schatting van het aantal Nederlandse moslims. Voor de PVV betekent dat het oproepen van een spookbeeld, voor zogenaamde anti-racisten het mobiliseren van fondsen en zelfs eigen bestaansrecht, voor de welzijnsindustrie een deel van de financiering en de invulling van een doelstelling en voor de Nederlandse moslims een betere plek aan tafel. Maar al deze partijen beseffen dat ze de waarheid bij elkaar liegen.

Dit klimaat van verkeerde aannames voedt theorieën die van vele kanten komen en allerlei kanten uitgaan. Het niet ontkrachten van de mythe van islamisering valt de Nederlandse politiek aan te rekenen. Merkwaardig is dat in Nederland geen enkele partij volmondig een zakelijke opstelling verwoordt. De voormalige voorzitter van de Jonge Socialisten, Mohammed Mohandis komt nog het dichtst bij een realistische opstelling.

Ook media zijn gepolitiseerd en laten na duidelijkheid te scheppen. De ene keer praten ze Wilders na, de andere keer Nederland Bekent Kleur. Dan weer een linkse politieke partij of een islamprediker. Een zakelijk en analytisch geluid wordt in de media nauwelijks gehoord. Gratis dagblad De Pers is een gunstige uitzondering.

2. Een zijstap geeft aan dat de meeste landen beperkingen aan immigranten stellen. Een Palestijnse of Thaise gastarbeider kan niet zomaar in Koeweit, de Golfstaten of Saoedi-Arabië aan de slag. De werkvergunning is een tijdelijk contract en gezinshereniging is verboden. Bij politieke of economische tegenwind worden ze het land uitgeschopt.

Het is dus aan de centrale overheid om voorwaarden te stellen. Traditionele immigratielanden als Australië, Canada en Nieuw-Zeeland werken met vergunningen, gaan uit van de arbeidsmarkt en stellen eisen aan de vakbekwaamheid van immigranten.

In 1924 deed de VS met de Immigration Act of 1924 het land voor een bepaald type immigranten op slot. De gedachte hierachter was dat de instroom in de jaren daarvoor te snel was gegaan, de integratie veel problemen kende en er tijd nodig was om de diverse etnische groepen aan elkaar te laten wennen en tot een eenheid te laten smelten. De Amerikaanse melting pot. In Nederland is het een taboe om te zeggen dat grenzen tijdelijk dicht moeten. Vluchtelingen uitgezonderd vanwege humane redenen.

3. Moslims waren 40 jaar geleden gastarbeider. Ze waren met weinigen, doorgaans zonder gezin en niet bovenmatig geinspireerd door de islam. Velen waren seculier of slapend islam-lidmaat. Ze ontvluchtten de dictatuur of de armoede van hun land van herkomst. Inclusief avonturiers die graag een gesloten sociaal klimaat achterlieten. Ze werden op zijn minst onverschillig tegemoetgetreden.

De gasbel van Slochteren maakte vanaf de jaren ’70 (vdve) subsidies mogelijk om gastarbeiders te pacificeren. De vorm die werd gekozen was de verzuiling die ook toen al door maatschappelijke ontwikkelingen minder geloofwaardig was. Orthodox islamitische organisaties bleken het best georganiseerd. Ze wonnen de inschrijving.

Een monsterverbond van bedrijven, overheden, politieke partijen, welzijnsindustrie en moslimorganisaties van orthodoxe snit sloot de gastarbeiders vervolgens op in een patroon van betutteling, beter weten, slachtofferdenken, goede bedoelingen en gemeenschapsdenken.

In de verdediging van de autochtone arbeiders boden de vakbonden het langst weerstand. En de Socialistiese Partij bracht in 1983 de brochure Gastarbeid en Kapitaal uit van vrijdenker Anton Constandse. Het bezorgde de SP veel tegenwind. SP-voorman Tiny Kox oordeelde later dat het de doorbraak van de SP had vertraagd. Nu is de status van de brochure ongewis. Door de opkomst van Fortuyn en Wilders kreeg de SP koudwatervrees om in het verkeerde kamp ingedeeld te worden. Het beroep op de klassenstrijd heeft de SP ingeslikt. De brochure is niet makkelijk te vinden.

Foto: De aankomst van zestig Spanjaarden in Someren in 1963