Op een Amerikaanse universiteit wordt docent door studenten aangevallen omdat hij een historische registratie toont van een witte acteur die een zwart personage speelt

Schermafbeelding van deel artikel Following blackface incident, Professor Bright Sheng takes step back from teaching SMTD composition course‘ op de Michigan Daily, 5 oktober 2021.

Beste critici van de woke-beweging of woke-generatie u kunt zich weer heerlijk opwinden. Aan Amerikaanse universiteiten wordt het steeds dwazer. De nieuwe apartheid trekt nieuwe muren tussen bevolkingsgroepen op. Het is lachwekkend als het niet zo tragisch zou zijn.

Het gaat om een registratie uit 1965 met de Engelse acteur Laurence Olivier die Othello speelt die in een college werd getoond. De studenten waren onvoorbereid omdat … Olivier wit is en Othello zwart. In 1951 speelde Orson Welles in zijn film ‘The Tragedy of Othello: The Moor of Venice‘ ook de zwart geschminkte donkerhuidige, Afrikaanse prins Othello die in een Europese samenleving vol rasvooroordelen leeft. 

Orson Welles als Othello in een verfilming van William Shakespeare’s ”The Tragedy of Othello: The Moor of Venice‘ (1951).

In een artikel van de Michigan Daily van 5 oktober 2021 wordt de foute gedachtengang gevolgd dat Olivier een blackface speelt. Dat is onjuist. Hij levert geen karikatuur van een zwarte minstreel af. In een tweet aan de Michigan Daily zei ik daarover het volgende, maar ik vrees dat dit onderscheid aan de loopgravenoorlog nog weinig verandert:

Ik studeerde ooit Theaterwetenschap en wij als studenten werden continu geconfronteerd met grensoverschrijdende creatieve uitingen die niet eentweedrie in ons normenpatroon pasten. Freaks van Ted Browning, Salò van Pier Paolo Pasolini of allerlei films die afweken van de ‘norm’. En dat kan op vele manieren. Om daar kennis van te nemen en zich erbeen analytische mening over te vormen is de opzet van een academische studie. Dat is vorming. Het bij voorbaat blokkeren van een film of kunstwerk om politieke redenen staat haaks op de vrijheid en de open blik die kunst en wetenschap beogen.

Nu wordt de van oorsprong Chinese professor Bright Sheng die deze registratie aan zijn studenten toonde onderzocht, belasterd en beschaamd omdat hij studenten met ‘blackface‘ zou hebben geconfronteerd. Zonder dat ze gewaarschuwd waren.

Sheng is de gerespecteerde LEONARD BERNSTEIN DISTINGUISHED UNIVERSITY PROFESSOR OF COMPOSITION aan Ann Arbor. Zo’n opvatting van culturele toe-eigening zet grenspalen neer. Ook als het een academisch onderwerp betreft. Deze studenten vallen een docent aan die zonder bijbedoelingen en politieke intenties kennis aanbiedt en maken hem het werken onmogelijk.

Professsor Sheng bood zijn excuses aan wat het er alleen nog maar gecompliceerder op maakte. Hij heeft tijdelijk zijn onderwijs gestaakt. Hij overleefde de Chinese culturele revolutie die zijn familie en hem trof. Dat maakt het extra wrang wat hem nu overkomt.

Tweet van Christina Sommers, 8 oktober 2021.

In het spiegelpaleis van de politiek miskennen velen hun eigen rol

AfficheHinab mit dem Geschmeiß! Wählt Kommunisten!‘(Weg met het tuig! Kies Communisten!) van de KPD, 1924.

I. Dat het enerzijds-anderzijds denken als pose en begrip een gat in de markt is valt af te lezen aan een rechtse site die de eigen overtuiging als redelijk en neutraal probeert te presenteren. Bij nader inzien is het een alledaagse radicaal-rechtse site die niet redelijk en neutraal is en via een gematigde overtuiging verschillen wil overbruggen. Opzet is het presenteren van meningen die haaks staan op democratie en rechtsstaat.

Waarschijnlijk vinden deze rechts-radicalen het niet chique om open en bloot voor de eigen overtuiging uit te komen en moet de lezer misleid worden door een gematigde verpakking. Ook kan het een manier zijn om gematigde kiezers onder valse voorwendsels in het eigen kamp te trekken.

Het is een oude truc uit communistische hoek. De communisten zetten ooit mantelorganisaties op die een zogenaamde onafhankelijke organisatiestructuur hadden, maar in werkelijkheid een verlengstuk van de communistische partij waren. Alleen waren degenen die lid van zo’n mantelorganisatie daarvan niet op de hoogte.

Zo begrijpen linkse maatschappijcritici die niet alleen het regeringsbeleid afkraken inzake de bestrijding van de pandemie, de armoedebestrijding of de inkomensongelijkheid, maar verdergaan door de democratie ter discussie te stellen, onvoldoende dat ze zich hiermee onbewust tot lid verklaren van een mantelorganisatie. In dit geval niet de communistische, maar de ultra-rechtse partij die de oorlog heeft verklaard aan de democratie die het omver wil werpen om te vervangen door een autoritaire staat. Zeg maar, het Weimar-scenario.

Het is het cynisme van goedwillende linkse maatschappijcritici die zichzelf beschouwen als redelijk en evenwichtig, maar het omgekeerde bereiken van wat ze beogen. Want ze steunen indirect een partij waarbij de linkse ‘onderwerpen’ in slechte handen zijn.

II. Hiermee is niet gezegd dat links geen kritiek kan hebben op het regeringsbeleid. Integendeel. Het is juist de taak van links om de status quo en het beleid ter discussie te stellen met de intentie om het te willen veranderen. Want er valt nog zoveel te verbeteren. Leidraad daarbij zijn ideeën over grondrechten, gelijkheid en solidariteit die nog immer universele waarde hebben.

Het gaat pas mis als linkse critici hun kritiek niet onlosmakelijk combineren met een pleidooi voor een weerbare democratie, maar zich door de ultra-rechtse retoriek mee laten voeren in een cynische houding jegens de democratie of het standpunt dat er verschillende waarheden naast elkaar bestaan. Zodat niets meer door allen getoetst en gedragen kan worden.

Vermoedelijk is dat het verschil tussen radicaal-links en gematigd-links. De eersten stoppen niet bij de kritiek op het beleid, maar willen een systeemverandering. De laatsten, ouderwets gezegd, de revisionisten, stoppen wel bij de kritiek op het beleid en steunen onbetwistbaar de democratie.

III. Zo ontstaat het beeld van het hoefijzer. Daar gaan radicaal-links en radicaal-rechts in elkaar over. Zoals bij een magneet is het de vraag wie nou wie aantrekt. Hoofdzaak voor beide soorten radicalen is een systeemverandering die op een niet gelijklopende manier samengaat met sociaal-culturele aspecten over identiteit en nationaliteit. Want waar het rechts voornamelijk is te doen om de culturele onderwerpen als afleiding te gebruiken, meent links het serieus als emancipatiedoel. De wijziging van het ‘gewone’ beleid wordt bij bede groepen radicalen echter ondergeschikt.

IV. Dat is via een omweg precies waar het de zittende macht van gematigd-rechts om te doen is, namelijk het afzwakken van sociaal-economisch beleid over belastingontwijking, eigendomsverhouding en armoedebestrijding. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven dat ook de status quo wil handhaven. Toegespitst op de Nederlandse politiek maakt dat vanuit het perspectief van gematigd-rechts (VVD en CDA) duidelijk waarom het aan gematigd-links (PvdA en GL) geen grote rol in een volgend kabinet wil toebedelen.

Op het niveau van de praktische politiek steunen radicaal-links én radicaal-rechts op hun ongelijksoortige manier de afwaardering van de sociaal-economische onderwerpen waarmee ze gematigd-rechts in de kaart spelen omdat dit nou precies het hoofddoel van gematigd-rechts is. Namelijk het handhaven van de status quo, inclusief eigendomsverhoudingen. Gematigd-links is daarop de uitzondering, mits het zich niet teveel af laat leiden door de sociaal-culturele onderwerpen over identiteit, integratie en nationaliteit.

V. Dus? Iedereen moet beseffen dat hij of zij voor het karretje van een ander kan worden gespannen zonder dat door te hebben. Of op een politiek-filosofisch niveau zelfs zonder door te kunnen hebben.

Beleidskritiek van links werkt averechts als het niet direct verbonden is aan de verklaring om democratie en rechtsstaat te ondersteunen. Ook radicaal-rechts laat zich in de luren leggen door de zittende macht van gematigd-rechts als het zegt te opteren voor de omverwerping van de democratie, maar in werkelijkheid de meeste energie steekt in culturele onderwerpen die niet meer dan een nevenattractie zijn van een politiek waarvan het doel het zaaien van verwarring is en het onzichtbaar maken van verschillen. Een spiegelpaleis waarin velen niet alleen de weg kwijt zijn, maar evenmin beseffen wat hun eigen positie is.

Islamitische vrouwen uit Yorkshire verzetten zich in open brief tegen eigen leiders met vrouwenhaat en maffia-mentaliteit. Labour tegen links-radicaal

Schermafbeelding van deel artikel ‘Muslim women in Batley and Spen call out actions of ‘loud minority’ of men’ van Maya Wolfe-Robinson in The Guardian, 30 juni 2021.

I. Ook radicaal-links is selectief in verontwaardiging. Het schreeuwt moord en brand over de Palestijnen, maar zwijgt over de Oeigoeren. Terwijl dat wat China de Oeigoeren aandoet in het niet valt bij wat Israël de Palestijnen aandoet. Hoewel dat onrecht wel degelijk bestaat. Oeigoeren worden in concentratiekampen gestopt en vrouwen worden tegen hun zin gesteriliseerd. China bedrijft op industriële schaal een bewuste politiek van culturele genocide op de Oeigoerse bevolking.

Niemand hoort radicaal-links daarover. Daarin staat het overigens niet alleen, bijna iedereen zwijgt over deze culturele genocide op deze bevolking van Turkssprekende islamitische Oeigoeren. China zou te groot en machtig zijn om aan te pakken. Dat is echter geen steekhoudende verklaring omdat toen China nog niet die machtige positie had die het nu heeft ook al bekend was dat minderheden zoals aanhangers van Falun Gong in arbeids- en martelkampen werden gestopt. In mei 2013 ging een documentaire van Du Bin in première over het vrouwenkamp Masanjia. Maar ook toen kwam er geen reactie van andere landen.

II. Het wordt er nog vreemder op volgens een bericht in The Guardian. Islamitische vrouwen uit de kieskring Batley and Spen in West-Yorkshire hebben een open brief geschreven waarin ze het “beschamend” gedrag veroordelen dat hun gemeenschap “om de verkeerde redenen in de schijnwerpers heeft gezet”. Het gaat volgens de anonieme vrouwen om “dezelfde gezichten die ons gebied hebben geteisterd als ‘gemeenschapsleiders’ gedurende vele jaren’. De brief circuleert in lokale WhatsApp-groepen. Aanleiding is een tussentijdse verkiezing op 1 juli 2021.

We kunnen niet beweren dat we opkomen voor de zaak van Palestina terwijl we de [moslimpraktijk] van vrede en tolerantie negeren‘, aldus de brief. De vrouwen bekritiseren degenen die anderen ‘kleineren of profiteren van deze kwestie om het eigen ego te stimuleren‘.

The Guardian vervolgt onder verwijzing naar de verkiezing in Batley and Spen: ‘Palestina is een centraal punt geworden in de campagne, die volgt op een toename van geweld in de regio. George Galloway, de pro-Palestijnse campagnevoerder en voormalig Labour-parlementslid die deelneemt aan de verkiezingen, heeft zich gefocust op de woede en desillusie die tegen Labour wordt gevoeld over deze kwestie.’ De links-radicale beroepsactivist George Gallaway die in 2003 uit Labour werd gegooid is vaste gast van het Russische propagandakanaal RT en heeft zich tot spreekbuis en marionet van het Kremlin gemaakt door zich te verzetten tegen Navo, EU en de eenheid van het westen. Hij is kandidaat voor zijn eigen vehikel, de Workers Party

Het is moedig en getuigend van politiek inzicht van de islamitische vrouwen dat ze niet meegaan in de retoriek van links-radicalen als George Galloway die vooral onrust willen stoken binnen links om Labour te benadelen. Nast het feit dat ze daarmee rechts in de kaart spelen. Galloway’s rancune tegen deze partij die volgt uit zijn eigen persoonlijke geschiedenis en zijn plaats op de loonlijst van RT brengen hem ertoe om de Britse democratie te helpen ondermijnen. De campagne van Labour wordt op allerlei manieren tegengewerkt tot en met fysieke bedreigingen aan het adres van Labour-medewerkers aan toe.

De vrouwen komen voor hun rechten op. Ze verzetten zich tegen links-radicalen die bedreigingen tegen politiek opponenten niet schuwen en tegen islamitische gemeenschapsleiders die de stereotypering bevestigen dat ‘moslimmannen onderdrukkend zijn’. Ze zeggen het zelf. Door een combinatie van links-radicalisme en cultureel conservatisme voelen de vrouwen zich gevangen in een sfeer van vrouwenhaat en een maffia-mentaliteit die weinig goeds brengt. Vandaar hun open brief.

III. Het is een wetmatigheid dat in gesloten gemeenschappen de kans groot is dat de verkeerde tegenwoordigers zich opwerpen als leider. Want er bestaat nagenoeg geen intern debat. Het gevolg is dat ze foute inschattingen maken en niet in staat zijn om weerstand te bieden aan radicalen. Ze falen omdat ze de groep die ze zeggen te representeren slecht vertegenwoordigen. Het gedrag van de moslimmannen die door de vrouwen bekritiseerd worden kan samengevat worden als ‘geborneerd’.

De tragiek is dat het in westerse samenlevingen praktisch onmogelijk is en een maatschappelijk taboe om moslimleiders te bekritiseren omdat ze dan reageren met de beschuldiging van racisme. Naast ongenuanceerde gescheld door rechts-extremisten dat geen inhoudelijke kern bevat en daarom nergens landt. Een open brief uit eigen kring is dan het enige alternatief. Niet toevallig vanuit het perspectief van vrouwen in een gemeenschap waar vrouwen meer dan gemiddeld door mannen onderdrukt worden. Dat de open brief zo breed de publiciteit haalt geeft aan hoe groot de behoefte is om dit debat over het ontbreken van emancipatie in moslimkring open te breken. Het kan echter alleen indirect gevoerd worden omdat druk van buiten averechts werkt. Daarom gaat de emancipatie binnen de islam zo tergend langzaam.

CBS gaat stoppen met gebruik van begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’. Dat is een goede zaak

Schermafbeelding van deel artikel ‘CBS gaat stoppen met begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’ van Wilmer Heck in NRC, 19-20 april 2021.

NRC meldde in een bericht van 19 april 2021 dat het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) op termijn stopt met de vermelding van de aanduidingen ‘westers’ en ‘niet-westers’.

Aan dit besluit ligt mede een advies van de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) ten grondslag. Volgens de WRR is het onderscheid niet-wetenschappelijk onderbouwd en roept het “negatieve associaties” op. Een andere steen des aanstoots is de Barometer Culturele Diversiteit van het CBS. Daarmee wilden universiteiten onder wie de Universiteit Utrecht de diversiteit onder medewerkers in kaart brengen. Ze worden ingedeeld in Nederlandse, westerse en niet-westerse migratieachtergrond. Daar kwam in Utrecht veel kritiek op.

Radicaal-rechtse politici als Geert Wilders en Derk Jan Eppink (‘We krijgen statistieken zoals ooit in de DDR’) zien het afschaffen van deze begrippen als poging om de schaduwzijde van de multiculturele samenleving onder het tapijt te vegen.

Het is goed dat deze begrippen worden afgeschaft. Ten eerste is de afbakening ervan verwarrend en is die toevallig tot stand gekomen. Zo worden migranten uit landen als Japan en Indonesië als westers beoordeeld en migranten uit grenslanden daarvan als niet-westers. Ten tweede werkt het stigmatiserend en houdt het migranten gevangen in een (oude) identiteit waar ze moeilijk aan kunnen ontsnappen. Ten derde is door de globalisering het begrip ‘westers’ politiek en cultureel van betekenis veranderd en niet meer zo eenduidig als het tot 1991 tijdens de Koude Oorlog was.

Met de afschaffing van de begrippen worden programma’s van positieve discriminatie of de uitvoering van codes diversiteit & inclusie bemoeilijkt. Dit maakt de kritiek erop door radicaal-rechts tamelijk onbegrijpelijk. Want als niet meer geregistreerd wordt wie welke achtergrond heeft, dan wordt het opzettelijk bevoordelen van bepaalde bevolkingsgroepen bij de toelating tot opleidingen of arbeidsplaatsen eveneens lastiger. Radicaal-rechts zou ook kunnen beredeneren dat de afschaffing van de termen het belang van witheid consolideert en niet verder versneld afbreekt.

Uiteraard zal de wens van bepaalde activistische groeperingen om de voorrechten terug te dringen van groepen die zich baseren op hun witheid hiermee niet stoppen. Maar het afschaffen van de begrippen maakt het bedrijven van identiteitspolitiek en in het verlengde daarvan de cancelcultuur waardoor mensen op onduidelijke gronden worden uitgesloten anders doordat de sociale identiteit van een bepaalde groep en de door deze groep gedeelde ervaring van maatschappelijk onrecht minder scherp afgebakend kan worden.

Het verzachten van de felheid van de identiteitspolitiek die de laatste jaren voor maatschappelijke verdeeldheid en onrust heeft gezorgd kan daarom een positief neveneffect zijn van de afschaffing van de begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’. Ofschoon naast etnische achtergrond waar het hier om gaat ook nog de identiteiten seksuele gerichtheid, gender, regionale identiteit of religieuze identiteit bestaan en aangegrepen kunnen worden voor positieve discriminatie om via strijd emancipatie te bereiken. Want de kist van activisten bevat vele middelen om aan de weg te timmeren.

Een te verwachten effect kan daarom zijn dat de identiteitsstrijd over etniciteit of witheid zich geleidelijk zal verplaatsen naar een overigens nu ook al bestaande strijd over gender of religie. Maar ook is mogelijk dat het accent komt te liggen op identiteiten die binnen samenlevingen bestaan en nu mede door het luidruchtig links-radicaal activisme en het ‘culturele’ rechts-radicale antwoord erop buiten beeld blijven en nauwelijks met identiteitspolitiek worden geassocieerd en in de politiek en media onderbelicht zijn: sociaal-economische achtergrond en opleidingsniveau.

Dan kan het debat over maatschappelijke ongelijkheid eindelijk gevoerd worden zoals het de afgelopen decennia niet gevoerd kan worden door allerlei afleidingsmanoeuvres van zowel links als rechts. Als de afschaffing van de begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’ daar een bijdrage aan kan leveren, dan is dat de winst.

Sanders doet er verstandig aan de bourgeoisie niet te epateren door zich socialist te noemen. Want hij is een sociaal-democraat

Econoom Paul Krugman heeft kritiek op de Democratische presidentskandidaat Bernie Sanders. Niet vanwege zijn beleidsprogramma, maar vanwege zijn marketing of de branding van zijn persoon. Sanders noemt zich socialist en soms, maar niet altijd laat hij dat voorafgaan door het adjectief democratisch. Krugman meent dat Sanders hiermee een fout maakt en hij Trump en de Republikeinse partij onnodig munitie geeft. Zoals Paul Krugman zegt, de term socialist roept eerder de associatie met Venezuela of Stalin op, dan met Denemarken.

In een gesprek voor Democracy Now! gaat Krugman in gesprek met econoom Richard Wolff. Krugman is mede uitgenodigd vanwege zijn artikelBernie Sanders Isn’t a socialist; But he plays one on TV. That’s a problem’ in de New York Times van 13 februari 2020. Het is een gesprek tussen doven. Wolff laat niet goed tot zich doordringen wat Krugman zegt en grossiert in historische vergezichten. Krugman is het niet vanwege het beleid met Sanders oneens, maar vanwege de marketing van dat beleid. In het debat waagt Krugman zit er niet aan om het verschil tussen een socialist, een democratisch socialist en een sociaal-democraat uit te leggen. Dat komt mede omdat Wolff claimt dat het socialisme een brede beweging is die lastig af te bakenen is. Voor de praktische politiek waar dat soort nuancering en onderscheid niet gehoord wordt is dat niet zinvol.

Ik ben het eens met Krugman en vindt het onverklaarbaar dat Sanders’ campagneteam de term ‘socialist’ blijft hanteren in de marketing van Sanders persoon. Krugman geeft in zijn artikel de volgende verklaring: ‘Dus waarom noemt Sanders zichzelf een socialist? Ik zou zeggen dat het vooral om personal branding gaat, met een vleugje vreugde over het shockeren van de bourgeoisie. En deze zelfgenoegzaamheid deed geen kwaad zolang hij maar een senator uit een zeer liberale staat was.’ Ik zie ook  een andere verklaring, namelijk de dynamiek en machtsverhouding binnen de campagne en het aanspreken van de meest actieve achterban, de links-radicalen of zeer progressieven. Daarnaast blijft Sanders ondersteund en gevoed worden door links-alternatieve media die hem ondubbelzinnig een socialist noemen. Of ze daarmee dezelfde blauwdruk van de VS voor ogen hebben als Sanders en zijn campagenteam valt te bezien. Zo blijft de onzekerheid in stand.

Nu Sanders afstevent op de Democratische nominatie, hoewel die nog niet zeker is, maar hij in elk geval de koploper is, lijkt de tijd gekomen om afscheid van de verwarrende term socialist te nemen. Het merkwaardige is dat Sanders de term socialist blijft gebruiken, terwijl hij notabene als referentiepunt de Scandinavische sociaal-democratie heeft. En zeker niet Venezuela, Nicaragua of de Sovjet-Unie van Stalin. Maar dat misverstand houdt hij op dit moment wel in de wereld. Nogmaals, dat is onbegrijpelijk, onnodig en schadelijk.

Bij een artikel op RawStory schreef ik op 23 februari 2020 een reactie. Ik had Krugmans artikel toen nog niet gelezen: ‘That is why the Sanders campaign team would be wise to avoid the term ‘socialism’ and use the term ‘social democracy’ because of the association. In Europe, that difference is clear to every citizen, but it is possible that the US, due to a different history and relative isolation from the rest of the world, does not fully understand what the terms mean and what emotional value they represent. It is striking that this difference was also not picked up by the author of the article.’ We zullen zien hoe Sanders’ personal branding evolueert.

Foto 1: Schermafbeelding van deel opinie-artikel van Paul Krugman ‘Bernie Sanders Isn’t a Socialist; But he plays one on TV. That’s a problem’ in de New York Times, 13 februari 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelSen. Bernie Sanders to explain his democratic socialist views’ in USA Today, 18 november 2015.

Noem Baudet geen nazi, noem hem wat hij is: een slecht politicus

Hieronder mijn (op typefouten gecorrigeerde) reactie die ik plaatste bij het artikelNiks sorry! Ophitsende SP-politicus die Baudet ‘nazi’ noemde zegt sorry, maar heeft geen spijt: “Ik zie gelijkenissen”’ op DDS:

Dit bewijst maar weer eens dat de nuance niet te vinden is bij radicale partijen. Of ze nou links of rechts zijn. De SP’er bewijst hoe gebrek aan nuance niet met gebrek aan nuance beantwoord moet worden. Dat is dom.

De SP’er heeft wel gelijk dat Baudet ongenuanceerd is tegenover de media, de wetenschap en de rechterlijke macht. Of liever gezegd, Baudet gebruikt dat gebrek aan nuance voor zijn politieke marketing.

Doelmatiger is om Baudet te noemen wat hij is: een slecht politicus. Zie hoe hij door zijn radicale uitingen eigenhandig de goede uitslagen van FvD bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in geen enkele provincie heeft weten te verzilveren. Zie hoe hij door onhandig opereren en kinderachtig persoonlijk optreden in de Eerste Kamer de status van grootste partij heeft verloren.

De claim is goed verdedigbaar dat Baudet een slecht politicus is die het politieke handwerk niet in de vingers heeft. En dat waarschijnlijk nooit in de vingers zal krijgen. Baudet gaf trouwens zelf in de aanloop naar het Oekraïne-referendum toe dat hij geen politicus is en niet de ambitie heeft om dat te worden. Dat laat hij dagelijks zien.

De beeldvorming van succes komt uit de eigen koker van Baudet en zijn niet aflatende campagnes op sociale media. Dat en de continue pro-Baudet informatie op sites als DDS creëren een fout, want te positief beeld van deze tovenaarsleerling. De SP’er had er verstandiger aan gedaan om dat ter discussie te stellen: Baudet is een slecht politicus.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Niks sorry! Ophitsende SP-politicus die Baudet ‘nazi’ noemde zegt sorry, maar heeft geen spijt: “Ik zie gelijkenissen”’ van Wout Willemsen op DDS, 26 januari 2020.

Media en politiek VS maken vergelijking Democratische partij met Labour, maar veronachtzamen die van Corbyn met Trump

In een opinieartikel van 14 december 2019 in Mail Online komt oud-minister van Binnenlandse Zaken Alan Johnson met kritiek op Jeremy Corbyn en de richting waarin hij de partij heeft gevoerd. Hij bekleedde posities in de Labour-regeringen van Tony Blair en Gordon Brown. Het artikel valt te lezen als een schot voor de boeg in de strijd om Corbyns opvolging. Hij zal binnen 10 tot 12 weken als partijleider aftreden zo meldt tweede man John McDonnell. Labours koers staat ter discussie. Komt er een opvolger die de lijn van Corbyn voortzet of komt er een meer centristische leider zoals Keir Starmer die de lijn Blair oppakt? Zo’n leider zal tevens de macht van de Momentum-beweging én de macht van de vakbonden (Unite: Len McCluskey) moeten breken.

Nog om een andere reden is de opinie van Alan Johnson interessant omdat het voeding geeft aan het debat in de Amerikaanse media en politiek naar aanleiding van het verlies van Corbyn en de winst van premier Boris Johnson. De Amerikanen leidden afgelopen dagen koortsachtig vergelijkingen af uit de Britse uitslag die van toepassing zou zijn op hun campagne voor het presidentschap. In november 2020 zijn er verkiezingen. De Democratische presidentskandidaat en oud-vice-president onder Obama Joe Biden zag in de nederlaag van Corbyn een waarschuwing voor zijn partij om niet te ver naar links op te schuiven. De centristische Biden heeft er belang bij om Corbyn als een radicaal af te schilderen die de kiezers van zich vervreemd heeft. Biden lijkt hierin gelijk te hebben, hoewel de impeachment in de VS en de Brexit in het VK de vergelijking lastig maken.

Maar een zwaarwegend bezwaar is dat de vergelijking tussen Labour en de Democratische partij (DNC) een andere vergelijking die meer voor de hand ligt veronachtzaamt. Overigens meer in gedrag en handelswijze, dan in beleid. Namelijk de gelijkenis van de tamelijk los van de realiteit en de feiten opererende Corbyn met Trump, en Labour met de Republikeinse partij (GOP). Het artikelWe should look closely at Britain’s decision to elect a man so renowned for his untrustworthiness’ van professor Barry Richards verscheen aanvankelijk op The Conversation en werd doorgeplaatst op Raw Story. Daar plaatste ik onderstaande reactie met twee eerste zinnen die ik hier niet herhaal: ‘Mr. Richards is right about trust. But there is more to it’.

A polemic has broken out within the DNC between centristic and progressive forces. The idea is that British Labour was too radicalized under Jeremy Corbyn and therefore alienated the centrist voters Tony Blair could address. In fact, the analysis goes even deeper, namely that for Corbyn and the left-radical Momentum movement, moral equality was paramount and not winning the elections.

Former Home secretary for Labour Alan Johnson adds two other important aspects in an opinion article in the Daily Mail that also apply to Trump and the GOP.

The first aspect is the unpatritotic aspect and not standing up for one’s own country. Alan Johnson: “The working classes looked at Corbyn and saw somebody who was unpatriotic to the extent that the country’s enemies were his friends.”

The second aspect is the cult phenomenon. Within Labour, the left-radical Momentum movement has seized power and driven moderate politicians such as Tom Watson out of the party. Because of the dominant cult idea, the party is alienated from reality. The starting point is no longer the facts, but the moral right. Alan Johnson: ‘Do not underestimate Momentum’s determination to remain as a party within a party. Either we get rid of that cult or we become the cult ourselves.’

The similarity between the cult-like Momentun with Corbyn and the cult-like GOP (especially in the House) with Trump is great. Already in 2017, the Iranian-American theologian Reza Aslan pointed out the cult-like character of the GOP under Trump. There is only one difference. While the GOP cult in the religious U.S. is primarily religiously fed by older, white, male evangelicals, the Momentum cult in the post-religious U.K. is mainly fed by left-ideological youngsters.

In any case, those aspects of onpatriotism and the party as a cult are connections other than those made in the American media and politics in recent days. Because these two aspects are so obvious, this even raises the question of what is wrong with the reporting and analysis of politics and media in the U.S.. They bump into a statement by Joe Biden and apparently do not think further. Or malicious people try to control imaging by framing.

What does that mean for the 2020 campaign if the greatest similarity is not between Labour and Democrats, but between Labour and Republicans? Then it is not the alleged radicalization to the left that is the British export product that colors the American election struggle, but the resemblance between Jeremy Corbyn and President Donald Trump who both basically operate in a cult-like party with a closed worldview. And they are unpatriotic and do not see the traditional allies in Europe and NATO as friends, but as enemies. While traditional enemies of the West, such as the Russian Federation, are considered friends by Corbyn and Trump.

Corbyn has been punished by the traditional Labor voters for his unreliability, radicalization, poorly thought out policies and a campaign that was not about winning, but about morality. Two aspects are added: his unpatriotic attitude and the cult-like character of Labour. The resemblance to Trump whose paths always lead to Putin, and the GOP that has been transformed into cult in three years with intellectually corrupt, autistic, radicalized congressmen such as Devin Nunes, Jim Jordan and Lindsey Graham.

The Democrats are wise not to lose themselves in the idea that the gap between progressives and the center cannot be bridged. This is perfectly possible by having both wings represented proportionally in a government. The British elections teach that Corbyn can be tackled and punished for his unreliability, his unpatriotism and the suspension of internal party democracy at Labour that has been turned into a cult. That is the blueprint for the DNC campaign.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelEither we ditch the Momentum cult – or Labour becomes a cult itself, says former Home Secretary ALAN JOHNSON’ van Alan Johnson op Mail Online, 14 december 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelWe should look closely at Britain’s decision to elect a man so renowned for his untrustworthiness’ van Barry Richards op The Conversation, 13 december 2019.

Museum moet zich breed opstellen en niet tot deelnemer aan het publieke debat maken door standpunten van radicalen te steunen

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn dit jaar weer voorbij en kerstmis kondigt zich al aan op markten, in winkels en huiskamers. Dat is een passend moment om los van de actualiteit terug te kijken op bovenstaande tweet van 16 november 2019 van het Stedelijk Museum. Wat zegt het, wat beoogt het, wat zijn de voor- en nadelen ervan en hoe plaatst het een kunstmuseum in het publieke debat vol voetangels en klemmen?

Laat ik om te beginnen mijn positie duidelijk maken over deze tweet. Ik meen dat het SM die nooit had moeten plaatsen en ermee de fout is ingegaan. Ik vind het te ongenuanceerd, te vrijblijvend en het verkeerde medium. Het is te makkelijk gedaan zonder dat het museum als institutie er enige verantwoordelijkheid voor neemt. Het is lui denken die volgt uit een combinatie van politieke correctheid en marketing. Ermee neemt een museum op een pamflettistische wijze stelling in een maatschappelijke kwestie door aan te sluiten bij een radicale opvatting die in de samenleving leeft. Dat is onverstandig. Daarmee maakt het museum zich nodeloos kwetsbaar voor kritiek zoals wel blijkt uit de vele reacties bij de tweet. Dat verzwakt -opnieuw onnodig- de positie van het museum. Van dezelfde categorie domheid was naar mijn idee het afschaffen van de term ‘Gouden Eeuw’ door het Amsterdam Museum. Daarvan was de onderbouwing zelfs nog ezelachtiger en onzinniger dan uit deze tweet van het SM blijkt die van inhoud tamelijk neutraal is. Maar van intentie niet.

De uitdaging voor een museum is om naar alle kanten kritisch en open te zijn. Zich niet te verbinden met een specifieke doelgroep. De uitdaging voor de staf van een museum is om de eigen persoonlijke voorkeur buiten het museumbeleid te houden. Het er niet direct in door te laten klinken. Want een museum als institutie is meer dan een persoonlijke mening van directeur, conservator of medewerker marketing of publiciteit. De verleiding voor het management van een museum is wellicht groot om de eigen persoonlijke mening op het beleid te drukken, maar aan die verleiding moet weerstand geboden worden. De eigen duim op het Twitter-account van het museum of de regie over het museale sociale medium moet niet tot ongebreideldheid, maar tot beheerstheid en terughoudendheid leiden.  De persoonlijke mening van een museummedewerker over de Gouden Eeuw of Zwarte Piet is van ondergeschikt belang en moet niet in het beleid doorklinken. Wat anders is het als een directeur of conservator zich op persoonlijke titel over een politieke kwestie uitspreken. Dat kan, maar dan moet duidelijk uit de context blijken dat het niet het standpunt van het museum is.

Over kwesties als slavernij, kolonialisme, inclusiviteit, diversiteit en identiteit wordt in de samenleving verschillend gedacht. Het zijn vooral degenen in de marge die zich het hardste roeren en het publieke debat hebben gekaapt. In Nederland laat radicaal-links zich voeden door het debat aan Amerikaanse universiteiten dat ten onrechte 1 op 1 naar Nederland wordt vertaald. Dat leidt tot aannames die de verschillen alleen maar vergroten. Het kan door de specifieke achtergronden van de harde Amerikaanse samenleving verdedigbaar zijn om Black Pete of Blackface in de VS als racistisch te beschouwen, maar het is vooralsnog niet zeker of dat voor Zwarte Piet in Nederland in dezelfde mate geldt. Ik betwijfel dat. Van de andere kant laat radicaal-rechts in Nederland zich ook door het Amerikaanse debat voeden en sturen. Met verbitterdheid, ongenuanceerdheid, felheid en gebrek aan een breed perspectief van dien. Ook het schema van Amerikaans nieuw rechts of alt right dat karakteristiek van aard en karakter is kan niet 1 op 1 naar de Nederlandse samenleving vertaald worden. Slotsom is dat het Nederlands is om afstand van zowel radicaal-rechts als radicaal-links te nemen.

In de Zwarte Piet discussie nemen sinds 2012 de laatste twee kabinetten Rutte, Rutte II en Rutte III, een bemiddelende positie in. Ze pleiten voor een geleidelijke overgang en afbouw van de meest racistische stereotyperingen. Dat is een verstandige opstelling die als voorbeeld kan dienen bij al deze identiteits-kwesties waarbij radicalen aan beide kanten van het politieke spectrum zich fel uitspreken en hard tegenover elkaar staan. De les is dat de regering, een democratische institutie of een met gemeenschapsgeld betaald museum zich niet tot deelnemer van dat debat moeten maken door partij te kiezen. Ze dienen zich op te stellen als neutraal en dienen weliswaar niet hetzelfde initiatief te nemen als regering of politieke partijen, maar moeten er wel op z’n minst voor zorgen dat ze deze beweging en voortgang niet verstoren.

Door vrijblijvend, makkelijk en eenzijdig partij te kiezen zoals in 2019 het Stedelijk Museum en Amsterdam Museum deden bereikten ze het omgekeerde van wat ze beoogden. Steunen van een politiek controversieel standpunt roept weerstand op en geeft het foute signaal af over betekenis en functie van een museum. Dat moet in ambitie hoger mikken, zodat het zelf buiten het politieke debat blijft en de eigen positie erbinnen niet ter discussie stelt. Een museum moet signaleren, presenteren en documenteren, zonder zich te reduceren tot een spreekbuis of pamflet van een (radicaal-)politieke stroming. Dat betekent overigens niet dat een museum op een tentoonstelling, symposium of in een publicatie geen standpunt kan innemen over politieke kwesties. Liever wel zelfs. Het verschil is de context, samenhang en onderbouwing. Als een museum zich als opdracht stelt om veelvormig voor een breed publiek of vele deelpublieken te zijn met een goede (kunst)historische onderbouwing, dan volgt daaruit vanzelfsprekend dat het over maatschappelijke kwesties als verlengde van die eigen tentoonstelling, symposium of publicatie uitspraken doet. Ingebed en niet persoonlijk of ongeremd.

Foto: Tweet van het Stedelijk Museum Amsterdam, 16 november 2019.

Verenigd Koninkrijk onder Tories en Labour: kiezen tussen radicaal-rechts en radicaal-links

Graag plaats ik hier m’n reactie op het artikelLabour onder Corbyn: kiezen tussen gratis breedband en joden; Jeremy Corbyn is de inzet van deze verkiezingen, niet brexit’ van Alexander van der Meer op Doorbraak.be. Hij publiceert onder meer op TPO. Zijn stuk is een voorbeeld van ‘framing’. Dat houdt in dat hij inzoomt op een deel van het verhaal en de rest ongenoemd laat. Van der Meer is naar mijn idee terecht kritisch op Labour-leider Jeremy Corbyn, maar moffelt kritiek op Boris Johnson en de Conservatieve partij weg. Zo is het onmogelijk om een beeld te schetsen van twee communicerende vaten die direct op elkaar reageren. Zo’n selectieve invalshoek kan nooit leiden tot voldoende inzicht in het volledige verhaal van de Britse politiek. Die ontbrekende ambitie om volledig te zijn is geen journalistiek en hoeft dat in een column ook niet te zijn, maar is evenmin het streven naar een evenwichtige column. Ik probeer hieronder wel een volledig beeld te schetsen:

De Schotse premier Nicola Sturgeon heeft inderdaad de deur voor samenwerking met Labour opengezet indien de Tories geen meerderheid behalen, maar verbindt daar duidelijk de voorwaarde aan dat Jeremy Corbyn dan een stapje terug doet en geen premier wordt. Dat aspect verdonkeremaant de auteur en omdat hij daar mede zijn verhaal op baseert komt het grotendeels in de lucht te hangen.

Het is te simpele framing om de algemene verkiezingen van 12 december die als directe aanleiding de falende parlementaire behandeling in het Lagerhuis van de uittredingsovereenkomst met de EU hebben voor te stellen als een stem voor of tegen Corbyn. Evengoed kan beredeneerd worden dat die verkiezingen een stem voor of tegen Boris Johnson zijn. Maar voor wie de realiteit volgt is het toch echt een stem voor of tegen de Brexit of een stem voor het gewenste soort Brexit. De Brexit is de belangrijkste politieke beslissing na de Tweede Wereldoorlog waarover het VK moet beslissen. Corbyn is van voorbijgaande aard. Een Brexit is fundamenteler en raakt aan de relatie die het VK heeft met haar belangrijkste economische en politieke partner: de EU.

Waar de thematiek van het antisemitisme binnen Labour en de onduidelijke stellingname over de Brexit de achilleshiel van Corbyn zijn, zijn Johnsons onbetrouwbaarheid en losse omgang met de feiten en zijn onhoudbare, onrealistische beloftes over de afhandeling van de uittreding uit de EU zijn zwakke punten. In weerwil van een snelle afhandeling die Johnson belooft zal ook de meest ’snelle’ uitkomst vele jaren onderhandelingen met de EU in beslag nemen. Ofwel, ook bij een No-Deal is het VK nog lang niet losgekoppeld van de EU. Johnsons wankele en makkelijk door te prikken standpunten lijken er ook de reden voor te zijn dat Johnson weigert zich te laten interviewen door BBC’s Andrew Neil. Boris Johnson wil niet achter zijn Potemkin-façade laten kijken waar droomland ligt.

Feit is dat zowel Labour en Tories na 2016 geradicaliseerd zijn. Radicale facties hebben de partijen in hun greep gekregen. Bij Labour is dat de goed georganiseerde Momentum-beweging die alle gematigde leden zoals Stephen Kinnock naar de marge schoof. Bij de Tories is dat de gedisciplineerde ERG-factie. Gematigde leden van de Tories, zoals Dominic Grieve, Ken Clarke, Philip Hammond of Oliver Letwin zijn door Johnson in september 2019 uit de partij gezet. De succesvolle en sociale politieke leider van de Schotse Conservatieven Ruth Davidson trad in augustus 2019 af als partijleider. Ze voerde persoonlijke redenen aan, maar duidelijk was dat ze zich niet met Johnsons politiek kon verenigen. Bij Labour kondigde vice-partijleider Tom Watson in november 2019 zijn terugtreden aan. Hij voerde ook als reden persoonlijke omstandigheden aan, maar bekend was dat Watson ontevreden was over de aanpak van het antisemitisme binnen de partij en er met weinig succes voor pleitte dat Labour een duidelijker pro-Remain standpunt over de Brexit zou innemen, wat niet gebeurde.

De Britse partijpolitiek kreunt en steunt en de beide grote partijen laten zich van hun slechtste kant zien. Afgelopen maanden was het dieptepunt dat de regering Johnson ondanks zorgvuldig doorlopen procedures en screening door de inlichtingendiensten op politieke gronden een rapport van een Lagerhuis-commissie over de Russische inmenging in de Britse politiek in een lade heeft geschoven. Het rapport is door een commissie onder voorzitterschap van de voormalige Conservatief Dominic Grieve tot stand gekomen en zou erop wijzen dat Britse Russen uit de omgeving van het Kremlin door donaties invloed hebben gekocht op de politiek van de Conservatieve partij. Johnson hield naar verluidt daarom de publicatie ervan tegen om dat blamerende feit te verbergen tot na de verkiezingen van 12 december.

Kortom, het lijkt er sterk op dat het niet Labour, of in elk geval niet alleen Labour is, dat connecties heeft met buitenlandse betrokkenen die het daglicht niet kunnen verdragen. De Conservatieve partij hebben die connecties evenzeer en als regeringspartij sinds 2005 onder de premiers Cameron, May en Johnson zit de partij zelfs veel dichter bij de kern van de macht en heeft het meer opdrachten, contracten en uitzonderingen op voorwaarden te vergeven dan oppositiepartij Labour.

Ja, Jeremy Corbyn is de verkeerde man op de verkeerde plek. Maar ja, Boris Johnson is eveneens de verkeerde man op de verkeerde plek. Feitelijk is hij geen conservatief die de democratische waarden en normen respecteert, maar een nieuw-rechtse populist die niet eens een nationalist genoemd kan worden. Bij hem draait alles om zijn eigen carrière. Tekenend is het verhaal dat hij in 2016 bij het referendum twee versies van zijn standpunt over de Brexit in zijn binnenzak had. Een voor en een tegen de Brexit. Hij koos uiteindelijk voor de Leave-versie waarvan hij dacht dat die hem de meeste persoonlijke macht zou opleveren. Wat gebeurde. Waar Corbyn te ideologisch is, is Johnson een lege huls die gevuld kan worden door de meest biedende.

De hoop voor de nabije toekomst van de Britse politiek ligt niet in het geradicaliseerde Labour of de Conservatieve partij, maar in de regionale partijen van Schotland en Wales, de Groenen en de Liberaal-Democraten. De twee grote partijen zullen het de komende jaren moeilijk krijgen om weer terug te keren naar hun eigen gedachtengoed, te weten het conservatisme en de sociaal-democratie. Ze zijn daar ver van afgedwaald. Het is een les voor de Belgische en Nederlandse partijpolitiek dat het trouw aan zichzelf moet blijven. Voorwaarde voor de herleving van de twee partijen is dat er een nieuwe generatie aan de macht komt die met meer realiteitszin en minder extremistische standpunten weer de weg naar de normale politiek en de normale politieke omgangsvormen weet te vinden. Vooralsnog is het zoeken op de tast, daar in het Westminster van het perfide Albion.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelLabour onder Corbyn: kiezen tussen gratis breedband en joden; Jeremy Corbyn is de inzet van deze verkiezingen, niet brexit’ van Alexander van der Meer op Doorbraak.be, 6 december 2019.

Toenemende kritiek op besluit Boris Johnson om rapport Grieve over inmenging van Kremlin op Britse politiek niet te publiceren

Op 12 december 2019 zijn er verkiezingen voor het Britse Lagerhuis. De Conservatieve premier Boris Johnson hoopt een meerderheid achter zich te krijgen die hij nu mist. Inzet is de Brexit. Theoretisch kan die afgezwakt of zelfs gestopt wordt. Hoewel dat laatste onwaarschijnlijk is. De strijd is hard en asynchroon. Dat laatste houdt in dat partijen elkaar op hun vermeend zwakke punten aanvallen. Een zwak punt van Johnson is de uitstel van de publicatie van een rapport over de invloed van de Russische Federatie dat onder leiding van de onlangs uit de fractie gezette Conservatief Dominic Grieve al in maart 2019 is opgesteld en daarna door de Britse inlichtingendiensten is gescreend op gevoelige informatie. De procedure is afgelopen en het rapport was voor publicatie gereed, maar de regering Johnson weigerde voordat het parlement vanwege de campagne onlangs werd verdaagd het rapport te publiceren. Daar is van vele kanten kritiek op gekomen. Onder meer van de Onafhankelijke Dominic Grieve, maar ook van oud-presidentskandidaat Hillary Clinton en activist Bill Browder die wordt beschouwd als de felste en meest vasthoudende criticus van de Russische president Putin.

In februari 2019 verscheen het eindrapport van de commissie Damian Collins waarover ik toen in een commentaar schreef: ‘Vandaag is het eindrapportDisinformation and ‘fake news’: Final Report’ van de Digital, Culture, Media and Sport Commissie onder voorzitterschap van Damian Collins (Conservatieven) van het Britse Lagerhuis verschenen waaruit hierboven enkele afbeeldingen zijn te vinden. Paragraaf 273 is een oproep aan de regering May om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de Russische inmenging bij de algemene verkiezingen van 2017, het Brexit-referendum van 2016 en het Schotse referendum in 2014. De toelichting waarom dat gewenst is leest als een waslijst van onregelmatigheden en een relativering van de legitimiteit van de uitslag van deze verkiezingen, waaronder het Brexit-referendum.(..) Wat ook als les voor de toekomst onderzocht kan worden benoemt de commissie Collins pijnlijk en onomwonden: ‘buitenlandse beïnvloeding, desinformatie, financiering, manipulatie van kiezers en het delen van gegevens’.

Nu is er het rapport van de commissie Grieve dat vooralsnog niet wordt gepubliceerd. Wellicht over een half jaar. Het gevolg is dat de speculaties niet van de lucht zijn. De Russische Federatie zou zich via oligarchen ingekocht hebben in de Britse politiek. Een naam die genoemd wordt is de Russisch-Oekraïense Dmtryo Firtash die gelieerd zou zijn aan de georganiseerde Russische criminaliteit én het Kremlin en in Oostenrijk zijn uitlevering naar de VS aanvecht. Vooral de Conservatieve partij zou zich hebben laten opkopen door Russisch geld. Dat wordt als de hoofdreden genoemd dat Johnson de publicatie ervan blokkeert. Het inmiddels op sterven na dode UKIP zou via miljonair Arron Banks Russisch geld doorgesluisd hebben. UKIP was de partij van Farage voordat hij met Banks overstapte naar de Brexit Party. Dat geld zou zonder dat het gemeld was ook terecht zijn gekomen bij de Leave campagne voor het referendum in 2016. Dat roept vragen op over de legitimiteit van het Brexit-referendum. Blairs spindoctor Alistair Campbell beschuldigt Nigel Farage ervan Russisch geld te hebben aangenomen en een Russische ‘asset’ te zijn. Farage is dikke maatjes met president Trump die er eveneens van beschuldigd wordt een Russische ‘asset’ te zijn. Hij zou door het Kremlin al sinds de 1980’s ‘opgekweekt’ zijn. En dan is er nog de leider van Labour Jeremy Corbyn die niet enthousiast is over de NAVO of de EU en er eveneens van wordt beschuldigd een ‘asset’ van het Kremlin te zijn. Hij zou in 1986 geworven zijn door de agent Jan Dymic van de toenmalige Tsjechische geheime dienst StB.

De wetmatigheid is dat alle Leave partijen ervan worden beschuldigd boter op hun hoofd te hebben en onder invloed van het Kremlin te staan. Ze hebben gemeen dat ze afstand nemen van de EU terwijl ze weten dat dat niet in het economisch belang van hun land is. De Brexit leidt tot de verzwakking van de EU wat een hoofddoel is van de Russische buitenlandse politiek. Jeremy Corbyn heeft voortdurend zijn invloed aangewend om te verhinderen dat het voor meer dan 80% naar Remain leunende Labour een ondubbelzinnig Remain-standpunt zou innemen. Uiteraard zijn er nog andere overwegingen bij de Brexit die niet direct uit de hoge hoed van het Kremlin komen. Maar beïnvloeding en ondermijning werkt indirect door politici op hun zwakte (geld, prestige, invloed, politieke functie) aan te spreken en ze zo toch de gewenste kant van een Brexit op te sturen.

Hoe nu verder? De Brexit gijzelt het VK al 3,5 jaar en heeft het land verzwakt en gedemoraliseerd. Het aanzien van de politiek is geslonken. Als uit het rapport Grieve zou blijken dat het referendum niet eens legitiem was en dat het resultaat door Russisch geld ‘gekocht’ is, dan wordt het er nog schrijnender op. Want de impasse en de chaos sinds 2016 zouden dan op een onrechtmatig referendum zijn gebaseerd. En totaal onnodig zijn geweest. Het belangrijkste argument van de Leave-partijen om door te gaan met de Brexit omdat het op een democratisch besluit zou zijn gebaseerd zou dan in de huidige campagne worden ondermijnd. Uit peilingen blijkt tamelijk consistent dat al sinds maart 2018 gemiddeld 5% meer Britten voor Remain dan Leave opteren. Maar Conservatieven en Labour zetten met een beroep op de legitimiteit van het referendum hun weg naar de uitgang van de EU voort. Daarbij passen geen transparantie en inzicht in de invloed van de Kremlin op de Britse politiek. Gezien de belangen die op het spel staan is het niet ondenkbaar dat delen uit het rapport Grieve nog voor de verkiezingen van 12 december worden gelekt. Zodat een onontkoombaar besluit over de Brexit in januari 2020 hopelijk nog tijdig van de juiste tegenargumenten kan worden voorzien.

Foto 1: Tweet van Guardian-onderzoeksjournaliste Carole Cadwalladr, 31 oktober 2019.

Foto 2: Tweet van Labour-Lagerhuislid Ben Bradshaw, 12 november 2019.

Foto 3: Tweet van Labour-Lagerhuislid David Lammy, 12 november 2019.

Foto 4: Schermafbeelding van artikel ‘UK Inquiry was warned of Russian infiltration, leaked testimony shows’ met video van CNN, 11 november 2019.

Foto 5: Tweet van ChangeUK-Lagerhuislid Mike Gapes, 12 november 2019.