Christian Tan probeert Johan Derksen en ideeën over vertrutting in christelijk frame te duwen. Dat loopt vast in behoudzucht

Schermafbeelding van deel artikel van Christian Tan, ‘Johan Derksen en de cancelcultuur in Nederland: wat zegt de Bijbel hierover?‘, 2 mei 2022 op Revive.nl.

Terwijl de Europese veiligheid op het spel staat door de invasie van de Russische Federatie in Oekraïne houdt een groot deel van Nederland zich bezig met trivialiteiten. Zoals de uitspraken van voetbalcommentator en televisiepresentator Johan Derksen over een kaars waarmee hij lang geleden een vrouw zou hebben onteerd. Later zwakte hij dat verhaal af.

De reactie op Derksen die controversiële uitspraken gebruikt om de kijkcijfers van zijn programma op de commerciële omroep Talpa op te pimpen was duidelijk. Derksen was deze keer volgens velen over een grens gegaan. Sponsors liepen weg en het programma Vandaag Inside komt na een zomerpauze wellicht terug op de buis.

Commercie staat bij Talpa voorop. Het gaat uitsluitend om geld verdienen. Nieuwe sponsors kunnen zich straks weer melden. Business as usual. De mediastorm over de kaars van Derksen heeft veel vrije publiciteit opgeleverd voor dit programma zodat het een succesvolle doorstart kan maken. Commerciële televisie heeft geen historisch geheugen en geen moraal.

Het is een misverstand dat er in het geval Derksen sprake is van cancelcultuur zoals Christian Tan van MeerJezus in een stuk op Revive.nl zegt. Tan begrijpt de dynamiek van de commerciële televisie onvoldoende. Hij probeert deze kwalijke kwestie te gebruiken om zijn punt te maken. Het omgekeerde is echter waar. Derksen wordt niet gecanceld, maar wendt het cancelen aan om publiciteit te maken voor Vandaag Inside en zichzelf als mediapersoon.

Het valt Tan te vergeven dat hij vanuit zijn christelijke overtuiging deze kwestie probeert te verbinden met het christelijk geloof. Dat heeft er bij nader inzien weinig mee te maken. Maar het is Tans vrijheid van godsdienst om de kwestie Derksen te gebruiken om zijn christelijke geloof te verkondigen. Of het zinvol is en aan de zaak iets essentieels toevoegt is de vraag.

Schermafbeelding van deel artikel van Christian Tan, ‘Johan Derksen en de cancelcultuur in Nederland: wat zegt de Bijbel hierover?‘, 2 mei 2022 op Revive.nl.

Tan gaat in het citaat hierboven verder dan evangelisatie en religieuze propaganda als hij de vertrutting van de samenleving toejuicht. Hij zegt er zelfs blij mee te zijn. Hoe breed hij vertrutting opvat is onduidelijk, maar duidelijk is dat dit begrip gaat over preutsheid, fatsoen, vrijheid en de rol van de vrouw.

Tan ontneemt individuen de vrijheid van handelen en wil ze insnoeren in een van bovenaf opgelegd moralisme dat christelijke wortels heeft. Dat is ongelukkig en ongewenst. Respect, lichamelijke integriteit en instemming (consent) zijn universele waarden die niet specifiek verbonden zijn aan vertrutting. Tan de moraalriddder maakt een parodie van vertrutting én moraliteit.

Tan laat zijn ware aard zien als een christelijke spookrijder als hij in bovenstaand citaat spreekt over huwelijkstrouw en gezinsleven, belachelijk gedachtengoed, afbrekend gezag van kerk, Bijbel en God en evolutie-indoctrinatie. Tan haalt er van alles bij, gooit dat op een hoop en laat zich kennen als iemand die maatschappelijke ontwikkelingen terug wil draaien naar een christelijk Nederland dat verdwenen is. Als het in de vorm die hij zich voorstelt al ooit bestaan heeft.

Tan is niet de enige Nederlandse gelovige die verbolgen is, zich miskend voelt en met z’n hoofd in het verleden leeft en daarom een verkeerde aanpak kiest voor het hier en nu. Beseft hij niet dat als er sprake is van afbrekend gezag van kerk, Bijbel en God dat vooral de christenen zelf te verwijten valt?

In Nederland hebben kerken onder het secularisme alle vrijheid om hun geloof in vrijheid te belijden. Maar de realiteit van de Nederlandse maatschappij is dat een meerderheid van de bevolking zegt zich niet meer te laten inspireren door religie. Dat is het gegeven.

In een nieuwsbericht van maart 2022 over een onderzoek naar levensovertuiging concludeert het SCP: ‘Nederland is geen gelovig land meer. Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland‘.

In het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ van 2 februari 2022 pleitte ik voor het subsidiëren van kerken als culturele instelling.

Daarin schetste ik precies het beeld van iemand als Christian Tan die veel energie stopt in een achterhoedegevecht en zo de zaak die hij denkt te behartigen niet optimaal behartigt en zelfs beschadigt: ‘Dat zou voor iedereen beter zijn. Voor de kerken die daardoor een betere financiële uitgangspositie hebben, voor de samenleving die de gevestigde kerken voortaan kan waarderen als culturele instellingen die de claim opgegeven hebben om de samenleving te besturen en voor de gelovigen die niet langer meegesleept worden door hun kerkleiders in een misleidend beeld van hoe schadelijk secularisatie is‘.

Onderzoek ‘Buiten kerk en moskee’ van het SCP blijft worstelen met formuleringen om de ontwikkelingen onbevooroordeeld te beschrijven

Schermafbeeldingen uit onderzoekBuiten kerk en moskee‘ van het SCP, 23 maart 2022. Pagina’s 74 en 75.

Vandaag 24 maart 2022 verscheen het onderzoek Buiten moskee en kerk van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Pikant is dat het ultrarechtse FvD-kamerlid Pepijn van Houwelingen als een van de drie auteurs wordt genoemd.

In de toelichting bij dit onderzoek zegt het SCP op de eigen website: ‘Nederland is geen gelovig land meer. Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland. Daarmee is voor de meeste mensen de zoektocht naar zingeving en zelfverwezenlijking een individuele zaak. Deze maatschappelijke ontwikkelingen hebben niet alleen gevolgen voor individuen, maar ook voor de verhoudingen tussen verschillende groepen, en onze samenleving als geheel. Dat blijkt uit het onderzoek Buiten kerk en moskee van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)‘.

In een reactie op een artikel van Hanco Jürgens dat in NRC in december 2021 werd geplaatst formuleerde ik kritiek die in mijn ogen ook van toepassing is op dit onderzoek van het SCP. Dat heeft te maken met verkeerde terminologie van de ontwikkelingen die het beschrijft. Mijn kritiek bestaat eruit dat ondanks het feit dat de meerderheid van de Nederlanders zegt zich niet door godsdienst te laten inspireren het instrumentarium waarmee dat proces wordt beschreven in culturele zin niet loskomt van het geloof en door het totale proces van emancipatie en loskomen van religie in het frame van geloof te formuleren het godsdienst belangrijker maakt dan de demografische en sociologische ontwikkelingen rechtvaardigen. Ik herhaal een passage uit mijn kritiek op Jürgens. Niet op zijn opzet trouwens, maar op zijn uitwerking ervan:

Schermafbeelding van deel commentaarAntwoord op pleidooi van Hanco Jürgens: vervang humanisme door secularisme‘ van George Knight van 24 december 2021.

Het onderzoek formuleert in een voetnoot op p. 70 met verwijzing naar het langlopende onderzoek van de KRO naar God in Nederland ‘seculier’ als ‘diegenen die expliciet aangeven dat er ‘geen God of hogere macht’ bestaat (atheïsten) of die zeggen dit simpelweg niet te (kunnen) weten (agnosten).‘ Ook hier komt het tekort van de terminologie weer tot uiting.

Want waar laat dat iemand die zich als seculier of een aanhanger van het secularisme beschouwt, maar niet als atheïst of agnost? Het is onjuist om ‘seculier’ of een aanhanger van het ‘secularisme’ te omschrijven als ‘atheïst’ of ‘agnost’. Dat is opnieuw een ouderwetse benadering die ondanks een afwijzing ervan het secularisme direct koppelt aan godsdienst. Dat is ongewenst en wetenschappelijk onzorgvuldig. In mijn kritiek op Jürgens die ook van toepassing is op dit onderzoek van het SCP formuleerde ik dat als volgt:

Schermafbeelding van deel commentaarAntwoord op pleidooi van Hanco Jürgens: vervang humanisme door secularisme‘ van George Knight van 24 december 2021.

SCP trapt met open ogen in de valkuil. Het SCP blijft ermee in cirkels draaien door een niet passend instrumentarium te gebruiken dat ontleend is aan de godsdienst van weleer om de ontwikkelingen te beschrijven. Het beschrijft die groter wordend afstand tot religie adequaat, maar weet er geen juiste beschrijving voor te vinden.

Het SCP zorgt zo voor onnodige verwarring door het afgeven van gemengde signalen. Namelijk door in de beschrijving het maatschappelijk belang van afnemende godsdienst te beschrijven, maar daarvoor termen te gebruiken die aan die godsdienst zijn ontleend en de band ermee benadrukken.

De citaten uit het onderzoek over ‘cultuurchristenen’, het behoud van kerkgebouwen en de erkenning van de maatschappelijke waarde van geloof en kerk waarmee dit commentaar begint hebben dezelfde terminologische tekortkomingen als die over het secularisme.

Nogmaals. het secularisme is niet per definitie anti-godsdienst of pro-atheïsme. In een commentaar van februari 2022 pleitte ik voor subsidie van kerken door ze als culturele instelling te beschouwen. Door het omarmen van het secularisme kunnen religieuze instellingen als kerken een nieuwe culturele invulling vinden. Secularisten die dit steunen zouden geen cultuurchristenen genoemd moeten worden zoals het SCP doet, maar secularisten. Hiermee gebruikt het SCP opnieuw onnodig een term die nauw verbonden is aan godsdienst.

Het is voor de steun aan kerken niet de essentie of iemand de christelijke moraal of christelijke tradities erkent, zoals het SCP in haar uitleg beweert. Het gaat erom dat in een samenleving groeperingen elkaar niet uitsluiten en naast elkaar willen leven. Daarvoor is het niet nodig dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking de leerstellingen van christelijke kerken aanvaardt. Ook als men die verwerpelijk en verouderd vindt, zouden maatschappelijke of culturele instellingen als kerken recht op overheidssteun moeten hebben.

Schermafbeelding van deel commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ van George Knight, 2 februari 2022.

Omarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen

De conservatief-christelijke zender Family7 heeft het (na 4’24’’) over secularisatie in de Nederlandse katholieke kerk. Met vergrijzing zou dat leiden tot financiële problemen. Bij de video heb ik onderstaande reactie geplaatst:

Het is onduidelijk wat de gesprekspartners onder secularisatie verstaan. Is dat het afnemen van de greep van de georganiseerde religie op de maatschappij? Is dat de scheiding tussen kerk en maatschappelijk leven? Is dat wat anderen ontkerkelijking noemen? Is dat het inboeten aan betekenis van godsdienst ten gunste van rationeel denken en hedendaagse motieven? 

Jan-Henry Seppenwoolde van de katholieke Stichting in de Rechte Straat noemt secularisatie tragisch omdat volgens hem ‘de christenheid kleiner wordt’. Het is in Nederlandse context een opvallende uitspraak van een katholiek, omdat vanaf het begin van de 19de eeuw de katholieken in een overwegend protestant Nederland voorstanders waren van secularisatie omdat het de godsdienst uit de overheidssfeer trok en de katholieken daarom konden emanciperen dankzij de secularisatie. In India zien we nu hetzelfde proces tussen hindoes die tegen secularisatie zijn en moslims die ervoor zijn omdat secularisatie hun juridische, politieke en maatschappelijke vrijheid vergroot. 

De gesprekspartners die een conservatief-protestant en een conservatief-katholiek standpunt vertegenwoordigen redeneren vanuit een machts- en voorkeurspositie die ze grotendeels verloren hebben. Daarom spreken ze zich uit tegen secularisatie omdat erdoor hun greep op de samenleving afneemt. Voor nieuwe of kleinere godsdiensten is secularisatie juist een zegen omdat die kans op emancipatie geeft. 

Voor deze gesprekspartners die een achterhoedegevecht voeren is het moeilijk te verteren dat de kerken waardoor ze zich laten inspireren aan macht inboeten. Want daarmee wordt hun eigen positie ook zwakker. Niet alleen vechten ze tegen demografische ontwikkelingen van een Nederland waar het percentage mensen die zich zegt te laten inspireren door religie jaarlijks met een of enkele procenten afneemt, maar ook hanteren ze een achterhaald begrip van wat secularisatie is.

De gesprekspartners redeneren meer vanuit de religieuze instituties waarmee ze verbonden zijn, dan vanuit de religie. Is het niet zo dat door modernisering van de samenleving en beter onderwijs meer mensen afstand nemen van religie? Dat is een onomkeerbaar proces. Het tij kan niet worden gekeerd, dat is wensdenken. Maar tegelijkertijd nemen niet alle mensen die zeggen zich niet door religie te laten inspireren afstand van spiritualiteit of ‘iets’. 

Die constatering voelt als een dubbele nederlaag voor de gevestigde kerken. Het aantal gelovigen neemt van jaar tot jaar af door demografische en sociologische ontwikkelingen, maar tegelijkertijd proberen veel mensen toch aan te haken bij een vorm van spiritualiteit waar de gevestigde kerken blijkbaar niet meer in kunnen voorzien. 

Seppenwoolde meent dat het christelijk geloof heilzaam is voor de samenleving. Dat is een normatieve uitspraak. Evengoed kan men het omgekeerde beweren, namelijk dat het christelijk geloof niet heilzaam is voor de samenleving. Hoe dan ook doet het er nog weinig toe omdat de samenleving en de gevestigde kerken van elkaar gescheiden zijn geraakt. 

In Nederland is het een zegen voor de traditionele kerken dat hun maatschappelijke invloed afneemt. Want daardoor kunnen ze tot de kern van het geloof dat ze verkondigen terugkeren en hoeven ze zich minder bezig te houden met belangenbehartiging, fondsenwerving, beïnvloeding van de politiek en publiciteit. 

Seppenwoolde heeft gelijk dat de financiële situatie van de meeste Nederlandse kerken slecht is. Als deze kerken voortaan door samenleving en overheid opgevat zouden worden als culturele instellingen die vergelijkbaar zijn met een dorpsraad, een fanfare, een koor of een creatieve kunstbeoefening voor amateurs, dan zou het voor kerken mogelijk moeten zijn om voor de exploitatie overheidssubsidie aan te vragen. 

Dat zou voor iedereen beter zijn. Voor de kerken die daardoor een betere financiële uitgangspositie hebben, voor de samenleving die de gevestigde kerken voortaan kan waarderen als culturele instellingen die de claim opgegeven hebben om de samenleving te besturen en voor de gelovigen die niet langer meegesleept worden door hun kerkleiders in een misleidend beeld van hoe schadelijk secularisatie is. 

Secularisatie beschermt onder de nationale rechtsstaat de religieuze minderheidsgroepen. Nederland kent alleen religieuze minderheidsgroepen. De overheid garandeert hun bestaan en vrijheid. Als de kerken verstandig zijn, dan accepteren ze dat uitgangspunt. Dan draaien ze zich om en gaan niet langer met hun rug naar de toekomst staan, maar kijken de toekomst recht in het gezicht om er hun plaats in te vinden. Hoe langer die herpositionering uitblijft, hoe meer traditionele kerken worden weggespeeld door nieuwe demografische en sociologische ontwikkelingen. Die wending is zinvoller voor kerken en gelovigen, dan het innemen van een zuur standpunt over secularisatie dat volgt uit miskenning, wensdenken en een foute inschatting van de eigen positie.

PVV’er Harm Beertema verklaart zich tot ‘cultuurchristen’. Wat betekent dat?

Aan nazi-kopstuk Hermann Göring wordt onterecht de uitspraak toegeschreven ‘Wenn ich Kultur höre … entsichere ich meinen Browning”. Het is afkomstig uit het aan Hitler opgedragen toneelstuk Schlageter (1933) van Hanns Johst. Soms, maar niet te vaak moet ik aan de uitspraak denken omdat ik in militaire dienst als ziekenverzorger als persoonlijk wapen ter zelfverdediging een Browning had. Als ik het me goed herinner is deze revolver nauwkeurig tot op 20 meter. Dat vergde oefenen op de schietbaan. Radicaal-rechtse politici van tegenwoordig hebben weer een andere reflex. Hoewel ze ook op de kunst kunnen schieten. Maar daarmee kunnen ze zich niet onderscheiden, want alle Nederlandse politici schieten op de kunst. Ze beschouwen zich als vrijzinnig, maar tevens als iets wat ze ‘cultuurchristen’ noemen. Dat schijnt de tegenvoeter te zijn van een even vaag en onscherp omschreven begrip waar niemand van begrijpt wat het is, het ‘cultuurmarxisme’. Deze rechtse rakkers zijn te gedistingeerd om nog praktiserend of gelovig christen te zijn, maar om politieke redenen staan ze welwillend tegenover het Christendom. Daar komen ze graag voor uit. Hoewel het louter politieke marketing en toneelspel is en ze geen klap menen van hun zogenaamde liefde voor het christendom.

De gewaardeerde onderwijswoordvoerder van de PVV in de Tweede Kamer is Harm Beertema. In antwoord op een tweet van ‘AtheistKlaas’ zegt hij een cultuurchristen te zijn die vindt dat er niks mis is met het bijzonder onderwijs. Nee, dat zijn doorgaans prima scholen. Vraag is niet of er iets mis is met het bijzonder onderwijs, maar of het door de overheid bekostigd moet worden. Dat is dus iets heel anders. Van deze vraag over de bekostiging van het bijzonder onderwijs hebben de vrijzinnige partijen in het parlement de sleutel in handen. Maar ze geven telkens die sleutel uit handen en laten zich afbluffen door de confessionele partijen. Een meerderheid van VVD, D66, PVV, PvdA en GroenLinks durft niet te staan voor de eigen principes, terwijl het de confessionele partijen dat ruiterlijk gunt. Het raadsel is waarom een partij als de PVV de bekostiging van salafistische scholen steunt, terwijl het zich laat kennen als een verklaard tegenstander van de islam.

Het is juist dat het Christendom een positieve rol heeft gespeeld in de Europese Verlichting. Hoe dan ook zou het merkwaardig zijn als een religie die 20 eeuwen overheersend aanwezig is geweest op een continent geen stempel zou hebben gedrukt op de identiteit ervan. Door de eeuwen heen heeft het Christendom echter ook een negatieve rol gespeeld. Denk aan het tegenwerken van de wetenschap, de strenge tucht tegenover afwijkende meningen en de allesverzengende claim van het alleenrecht op de waarheid. De argumentatie van Beertema klopt daarom niet. Het christendom is de katalysator geweest die Europa heeft gemaakt tot wat het is. In dat proces verdwijnt het christendom. In Nederland verklaart nu nog ongeveer 38% van de bevolking tot de belangrijkste christelijke stromingen te behoren. De waarden van Europa zijn ontstaan, terwijl het Christendom langzaam verdwijnt. Of zich in nieuwere vormen manifesteert die ver af staan van de traditie.

Voor meer commentaren over de relatie van radicaal-rechtse politiek en het (conservatieve) christendom zie:
Rechtse christenen worstelen met de vraag of ze zich kunnen verbinden met het populisme van ‘messias’ Thierry Baudet (6 juli 2019).
– SGP’er Both drukt conservatieve christenen tegen de borst en verkiest aanval op ‘goddelozen’ boven verdediging van rechtsstaat (14 december 2017).

Foto: Tweet van Harm Beertema, 20 mei 2020 (met eigen reactie).

Dina Torkia en de hoofddoek. Weg ermee!

Een artikel in De Groene van Merlijn Schoonhoven met de veelzeggende titel ‘Mode: De hoofddoek: Dwang of keuze?’ geeft stof tot nadenken. Aanleiding is de tentoonstellingContemporary Muslim Fashions’ in het Museum voor Toegepaste Kunst in het Duitse Frankfurt die tot en met 1 september 2019 is te zien. Het is een overname van een tentoonstelling die door het de Young Museum in San Francisco werd ontwikkeld en daar in het najaar van 2018 was te zien. Het is onderdeel van het Fine Arts Museum of San Francisco. In de publiciteit wordt gemeld dat de expositie doorreist naar Rotterdam. Naar welk museum is (nog) niet te achterhalen.

Schoonhoven gaat in op de controverse rond de Egyptisch-Britse ‘beauty vlogger’ en ‘influencer’ Dina Torkio (artiestennaam: Dina Tokio) die vanaf oktober 2018 op haar vlogs niet langer een hoofddoek draagt. In de tijd daarvoor liet ze al steeds meer haar zien en droeg ze de hoofddoek losjes. Er werd in de islamitische gemeenschap die haar doelgroep is verschillend gereageerd op haar afscheid van de hoofddoek. Sommigen vonden dat een zaak voor Torkio, anderen reageerden agressief en vonden dat Torkia haar carrière -die ze had gebouwd op de steun van moslims- nu de islam gebruikte ‘in haar eigen voordeel’.  Zie hier voor een overzicht. In bovenstaande video reageert Dina Torkia daarop. Ze meent dat de vrije keuze om de hoofddoek wel of niet te dragen onder druk staat als zoals in haar geval ze belasterd wordt als ze de hoofddoek afdoet.

Het geval Torkia benadrukt dat het dragen van een hoofddoek door moslimvrouwen niet echt een vrije keuze of zelfbeschikking is. De sociale druk vanuit de islamitische gemeenschap is sterk om een hoofddoek te dragen. Conservatieve, mannelijke moslims beschikken erover hoe moslimvrouwen zich moeten kleden. Of ze claimen het recht om over moslimvrouwen te mogen beslissen. Of dat voldoende is als argument voor een verbod van de hoofddoek in openbare functies is de vraag. Het is wel een belangrijk ondersteunend argument.

De voortgeschreden secularisatie biedt Nederland een unieke kans om de hoofddoek in openbare functies te verbieden. Een kans die bijvoorbeeld Duitsland niet heeft omdat vele christenen en christelijke politici hun symbolen in de openbare ruimte niet willen opgeven. In Nederland zijn de symbolen van de dominante godsdienst, in dit geval het christendom, al grotendeels verdwenen. Dat maakt een verbod voor alle religieuze uitingen haalbaar. Want een selectief verbod van uitingen van de ene godsdienst en het toestaan van uitingen van een andere godsdienst creëert rechtsongelijkheid en is daarom onaanvaardbaar. In een land als het Verenigd Koninkrijk zijn religieuze uitingen in de kleding van overheidsdienaren al te ver ingevoerd om ze nu nog te verbieden. Het is de vraag of in Nederland voldoende besef bestaat bij beleidsmakers dat het zowel geen last heeft van achterhoedegevechten van vertegenwoordigers van een nog min of meer dominante aanwezige godsdienst zoals in Duitsland als een doorgevoerde vertaling van religieuze symboliek in openbare functies zoals in het Verenigd Koninkrijk. Nederland kan gidsland zijn van een neutrale invulling die de hoofddoek niet in een aparte categorie plaatst, maar behandelt als alle uitingen van godsdiensten.

Er zijn drie groeperingen die tegen zo’n neutrale positie kunnen ageren. 1) Dat zijn links-radicalen die het menen op te moeten nemen voor de zelfbeschikking en het vermeende slachtofferschap van moslimvrouwen. 2) Er zijn orthodoxe christenen die de restanten van de nog aanwezige christelijke symboliek in de openbare ruimte willen behouden. 3) Er zijn conservatieve en fundamentalistische moslims die moeite hebben met individualisering en vrouwen uit eigen kring onder druk zetten om een hoofddoek te dragen. Het geval Dina Torkia duidt er in elk geval op dat dat voor Europese moslims onaanvaardbaar is en dat het belangrijk is dat ze die sociale dwang benoemen en publiekelijk belichten. Het is uiteraard prima als moslimvrouwen uit eigen vrije wil een hoofddoek dragen, maar dan niet in een openbare functie. Hoe dit uitpakt is nog onduidelijk, maar de richting geeft Torkia aan: emancipatie en individualisering van de vrouw. De Nederlandse overheid kan daar actief aan meewerken met een verbod op alle religieuze uitingen in openbare functies.

Wierd Duk zit klem tussen activisme en journalistiek. Hij ontkent wat hij nuanceert: ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’

We horen het van een ander, namelijk Wierd Duk van De Telegraaf. Hij maakt een artikel over ‘Marokkanen en Turken die zich als ’seculiere Nederlander’ identificeren’. Wat Duk met ‘seculiere Nederlander‘ bedoelt is onduidelijk en waarom hij de term tussen enkele aanhalingstekens zet is evenmin duidelijk. Het vermoeden bestaat dat hij doet omdat het afwijkt van het normale gebruik, zoals de Taalunie in een omschrijving uitlegt. Het is echter weinig zinvol om ex-moslims ‘seculier’ te noemen omdat ze dat niet meer of minder zijn dan moslims. Het secularisme biedt leden van alle religies en levensovertuigingen in gelijke mate dezelfde plek onder de bescherming van de rechtsstaat. Hoewel Duk het ongetwijfeld goed bedoelt en hij het opneemt voor ex-moslims, pakt zijn inaccurate apartheid negatief uit voor de acceptatie van en de bewustwording over het secularisme. In zijn duiding stelt hij ‘seculier’ gelijk aan atheïstisch. Dat is een misvatting. Het secularisme is pro-atheïstisch noch anti-religieus. Het is volkomen neutraal tegenover alle religies en levensovertuigingen.

Deze kanttekening is van belang omdat Duk een terecht punt over afsplitsing en scheuring maakt dat hem op andere wijze zelf verweten kan worden als hij een valse tegenstelling tussen religie en niet-religie binnen het secularisme introduceert. Als rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat Duk miskleunt in commissie omdat sociale wetenschappers vaak evenmin lijken te doorgronden wat het secularisme in de kern inhoudt.

Duk constateert dat ex-moslims en niet-belijdende moslims van wie het de vraag is in hoeverre ze zijn te vereenzelvigen met de islam in de Nederlandse samenleving op een hoop worden geveegd met moslims. Een onderzoek van Advokaat en De Graaf (2001) houdt een percentage van 15% van moslims die de islam verlaten. Actualisatie van de oude cijfers is nodig om te kijken of dat percentage nog juist is en niet verder opgelopen is. ‘Vernederlandsing’, emancipatie en integratie van een deel van de moslims is hoe dan ook een feit.

Het aantal moslims wordt door het CBS sinds 2005 op 850.000 geschat. Dit aantal is vermoedelijk licht aan het dalen door de secularisatie van de tweede generatie, zoals alle religies in Nederland teruglopen in aanhang. In de schatting van het aantal belijdende moslims komt een Gronings onderzoek van Leemhuis en Blank uit 2007 tot 200.000 praktiserende moslims. Het leert dat uit dit type statistieken alles kan blijken.

Zo wordt niet alleen het aantal belijdende moslims dat Nederland telt veel te hoog ingeschat, maar worden de ex-moslims zowel door de eigen sociale omgeving als door de Nederlandse samenleving gevangen gehouden in een beeldvorming waaraan ze slechts met moeite kunnen ontsnappen. Hun identiteit als ex-moslim wordt niet ten volle geaccepteerd. Vraag is welk mechanisme die foutieve beeldvorming stuurt. Te denken valt aan betrokkenen die er belang bij hebben om het aantal moslims te hoog in te schatten en de diversiteit ervan te miskennen, zoals radicaal-rechtse partijen (PVV, FvD) en de directe opposanten ervan (D66, GroenLinks), de welzijnsindustrie die betaald wordt voor ondersteuning, conservatieve/ fundamentalistische islamorganisaties die de achterban graag groter voorstellen dan die werkelijk is. Vijandbeeld en zelfpromotie ontmoeten elkaar.

Illustratief is het citaat van de Marokkaanse-Nederlandse student Massin Ayoub Essaguiar dat Duk invoegt: ‘Ik vind dat ik vanuit mijn positie moet belichten wat ex-moslims doormaken, ook degenen die zijn gevlucht uit het Midden-Oosten. Nederland zou, net als de Verenigde Staten, Canada en Australië, een instelling moeten hebben die zich om ex-moslims bekommert.’ Volgens Essaguiar bekommert Nederland zich niet om ex-moslims, maar laat ze die in de steek. Essaguiars verklaring of Duks toevoeging is dat in Nederland ‘mensen met een islamitische achtergrond’ niet benaderd worden als individu, maar als een collectief. De eveneens Marrokaans-Nederlandse Samirrha Tarrass spitst het toe: ‘Vooral linkse politici en media hebben er een handje van om ons als collectief neer te zetten: Marokkanen zijn allemaal moslim én slachtoffer en vormen één grote familie.’ Dat komt echter niet overeen met de retoriek van de PVV die al jarenlang hamert op het vijandbeeld van ‘de Marokkanen’, waarmee moslims worden bedoeld. Het is niet constructief van Duk om dit complexe en gevoelige onderwerp te politiseren en eenzijdig te framen omdat hij hiermee een foutieve beeldvorming hoogstens vervangt door zijn eigen foutieve beeldvorming. Daar schat Nederland niks mee op in het tackelen van dit probleem van ex-moslims die maatschappelijk en politiek onvoldoende worden erkend.

De PVV en FvD zouden zich hard kunnen maken voor programma’s die de vernederlandsing van moslims of migranten in het algemeen bevordert. Maar dat doen ze niet. Dit roept de vraag op of deze partijen het belangrijker vinden om een vijandbeeld in stand te houden of om waar mogelijk met beleidsmaatregelen de islamisering terug te dringen. Al is het maar in de beeldvorming. De radicaal-rechtse activistische journalist Duk onttrekt zich niet aan deze wetmatigheid en framing van identiteit als een maatschappelijk probleem.

Hoe kan dat terugdringen gebeuren? Te denken valt aan programma’s die de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Daartoe kunnen de budgetten voor onderwijs en kunst verhoogd worden. Ook valt te denken aan onderwijsprogramma’s en mediacampagne’s die voorlichting geven over de voordelen van de open samenleving, de Europese beschaving, de universele mensenrechten en het belang van de politieke filosofie van het secularisme dat onder garantie van de overheid religies en levensovertuigingen gelijk behandelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’ van Wierd Duk in De Telegraaf, 23 mei 2019.

Foto 2: Ehsan Jami met T-shirt, 2007.

Foto 3: Campagnemateriaal van de Duitse Raad van ex-moslims. Opgenomen in het commentaarMoslims moeten leren dat er volgens de wet ex-moslims bestaan’ van 3 december 2012.

CBS: Meer dan de helft van de Nederlanders rekent zich niet tot een religieuze groepering

Volgens onderzoek van het CBS rekende in 2017 een meerderheid van de 15-jarigen zich niet tot een religieuze groepering. Het CBS voegt daar de bepaling ‘voor het eerst’ aan toe, maar het is de vraag hoe dat geïnterpreteerd moet worden. Betekent dat dat voor het eerst uit het onderzoek van het CBS blijkt of dat volgens het CBS een situatie dat de meerderheid van de bevolking zich niet tot een religieuze groepering rekent zich voor het eerst in de geschiedenis van Nederland voordoet? Dat laatste is lastig te staven en te beredeneren als men ver terug moet gaan in de geschiedenis, nog voor het ontstaan van de georganiseerde religieuze organisaties. De tendens is dat de groep die zich tot een religieuze groepering rekent met zo’n procent per jaar afneemt. Ouderen zijn het meest religieus. Dat is een doorgaand proces van ontkerkelijking en secularisering. Een aardige weetje is dat van de academici 37% zich tot een religieuze organisatie rekent.

Wat heeft de paus van Rome met beschaving te maken?

De paus van Rome is een grapjurk. Zijn houding bestaat uit bombast, zelfoverschatting en geringschatting van uitgeslotenen. Volgens een bericht in het Katholiek Nieuwsblad zei Franciscus afgelopen vrijdag in een toespraak tot de leden van de Congregatie voor de Geloofsleer het volgende: Euthanasie is geen product van beschaving, maar van secularisatie en een kille beoordeling op grond van nut.’ Daarmee suggereert Franciscus dat secularisatie geen beschaving is, maar het tegenovergestelde ervan. Dat is nogal een onbeschaamde, normatieve, aanvallende en onbewezen uitspraak van de geestelijk leider van de Rooms-Katholieke kerk. Hij houdt er blijkbaar van om degenen die zich niet door het Vaticaan laten leiden op zijn tijd ferm te beledigen.

Zo zijn kerkleiders nu eenmaal. Ze trekken een jurk aan, zetten een petje op, zwaaien met kruiden, zwijmelen weg in rituelen, houden een geloofsgemeenschap gegijzeld, zweren op oude boeken waarvan de oorsprong bewust verborgen wordt gehouden en ontkennen omdat dat de logica van hun bestaansrecht is dat het verticale wordt ingegeven door het horzontale, inclusief de ontkenning ervan. Hun claim is dat ze met hun hele santenkraam normaal en norm zijn, en de ander niet. Misleiding is de kern van religieuze beschaving.

Religieuze organisaties proberen de wereld en hun eigen gelovigen voor te houden dat zij beschaafd zijn en de uitgeslotenen niet. De paus van Rome is de morele spookrijder die uiteindelijk slechts zichzelf gijzelt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelPaus: ‘Euthanasie heeft niets met beschaving te maken’’ in het Katholiek Nieuwsblad, 28 januari 2018.

Secularisme is geen vijand, maar beschermende vriend van kerken

Barneveld Vandaag plaatste gisteren het opinie-artikelDe ark op drift’. Het komt erop neer dat kerken niet dwars moeten liggen op ‘de wind van de secularisatie’, maar die recht in de ogen moeten kijken. Met een conclusie over de gewenste opstelling van kerken: ‘Ze sluiten zich niet af voor de wereld om het goed met elkaar te hebben. Deze gemeenten hebben een missionaire drive, die tot hun DNA behoort. Met een grote vrijmoedigheid zoeken ze het gesprek met hun geseculariseerde stadgenoten in een taal die zij verstaan.’ Dit betoog beredeneert met Bijbels jargon en vanuit het perspectief van de innerlijke werking van de kerk dat kerken te winnen hebben bij openheid en contact met de buitenwereld. Dat idee lijkt me terecht en werk ik uit in een reactie die nuanceert wat secularisme is en ik op de FB-pagina bij dit opinie-artikel plaatste.

Als het betoog valt samen te vatten dat secularisatie niet vijandig staat tegenover religieuze of levensbeschouwelijke organisaties, dan kan ik me er in vinden. Het heeft voor religieuze organisaties weinig zin om dwars tegenover de buitenwereld te staan. En daar ook nog eens misnoegd en bitter over te doen.

Vaak wordt vanuit een defensieve en onwetende, maar soms ook vanuit een bewust misleidende houding, in orthodox-christelijke organisaties gesteld dat de politieke filosofie van het secularisme antireligieus of atheïstisch zou zijn. Maar dat is een misverstand, dat jammergenoeg door sommige kerkleiders van orthodoxe snit om kerkpolitieke redenen de wereld in wordt geholpen. Zij proberen het afkalven van hun machtspositie te vertragen.

Het secularisme is een filosofie die alle godsdiensten en levensovertuigingen zonder onderscheid gelijk behandelt. Of daar in elk geval naar streeft, omdat de praktijk achterloopt op de theorie. Traditionele godsdiensten hebben als relicten uit het verleden vaak nog voorrechten waar ze zich krampachtig aan vastklampen en geen afstand van willen doen.

Daarom suggereren sommige kerkleiders dat secularisme de vijand van godsdienst is. Wat dus absoluut niet zo is. Wat wel speelt is dat oude voorrechten de filosofie die streeft naar de gelijke behandeling van alle godsdiensten en levensovertuigingen -inclusief degenen die zich erdoor laten inspireren- in de weg zitten.

De ark kan niet dwars op de buitenwereld staan, maar maakt er onderdeel van uit. Kerkleiders en politici van christelijke partijen zouden er verstandig aan doen om ondubbelzinnig het secularisme te omarmen en zich er sterk voor te maken. Dat moeten ze niet alleen doen vanuit hun principe of geloof, maar juist vanuit hun eigenbelang. Ze moeten naar de toekomst kijken.

In Nederland zijn de verschillende stromingen binnen het christendom stuk voor stuk minderheidsreligies. Zoals uit nationale statistieken valt af te leiden zegt een kleine meerderheid van de Nederlanders zich niet te laten inspireren door godsdienst. Ze zijn ongebonden. Maar die ongebondenen zijn ook weer verdeeld en niet over één kam te scheren. Zo resteert wat religie en levensbeschouwing betreft een mozaïek van minderheden, stromingen en nuanceringen. De grondwet is de verantwoording voor gelijkheid die door de nationale overheid in de praktijk dient te worden gegarandeerd.

Door maatschappelijke ontwikkelingen zoals ontkerkelijking, educatie en emancipatie neemt elk jaar het aandeel af van degenen die zich laten inspireren door godsdienst. In 2015 noemde 16% zich protestant, met de Nederlands Hervormden als grootste subgroep met 6,5%. Dat percentage daalt gestaag. Kerkleiders en politici van christelijke partijen zouden beter dan nu te dienen te beseffen -en naar dat besef handelen- dat ze als vertegenwoordigers van sterk onder druk staande minderheidsgroeperingen in het secularisme geen vijand, maar een beschermde vriend vinden die hun positie ook voor de toekomst garandeert.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘De ark op drift…’ (anoniem) op Barneveld Vandaag, 18 januari 2018.

SGP’er Both drukt conservatieve christenen tegen de borst en verkiest aanval op ‘goddelozen’ boven verdediging van rechtsstaat

Het Reformatorisch Dagblad plaatst vandaag een opinie-artikel van Dick Both, fractievoorzitter van de SGP in de gemeenteraad van Veenendaal. Het gaat over de aantrekkingskracht van populistisch rechts zoals dat in Nederland vertegenwoordigd wordt door PVV en Forum voor Democratie (FvD) op reformatorische christenen. Nu volgens Both de PVV ‘over haar hoogtepunt heen is’ richt die aandacht zich op FvD: ‘diverse signalen wijzen erop dat opiniemakers, jongeren en ouderen uit de gereformeerde gezindte met meer dan gewone belangstelling Baudet en zijn tweede man Hiddema volgen’. Both ziet het als dwaalweg voor reformatorische christenen om rechts-populisten te volgen omdat ze geen ‘Bijbels genormeerde politiek bedrijven’.

Both maakt een interessante observatie als hij opsomt waar de aantrekkingskracht van deze populisten voor zijn achterban uit bestaat: ‘Het is belangrijk om te begrijpen waar de aantrekkingskracht zit. Hierin wordt een duidelijke lijn zichtbaar als we de opiniemakers in hun uitingen volgen. Ze typeren zichzelf graag als conservatief. Met name het –vaak populistisch– ageren tegen immigratie, globalisering, verdergaande invloed van Europa en de islam is in hun bijdragen herkenbaar. Als alternatief worden de cultuurhistorische wortels en tradities van onze Nederlandse samenleving geschilderd. (..) Veel Nederlanders zijn bezorgd. Zeker ook christenen. Wie herkent de thema’s niet? De groeiende islamisering boezemt velen angst in.

Vervolgens doet Both jammergenoeg zijn betoog geweld aan. Hij geeft een betwistbare opvatting van zowel de secularisatie als de zogenaamde ‘joods-christelijke traditie’ die hij ten onrechte koppelt aan ‘het overboord zetten van allerlei historische waarden’. Vervolgens meent hij te begrijpen dat Baudet hier een terecht beroep op doet. Maar de secularisatie zet geen historische waarden overboord en de veelgeroemde ‘joods-christelijke traditie’ is een verzinsel dat door populistisch rechts groot is gemaakt in reactie op de opkomst van de islam. Die traditie heeft in homogene vorm nooit bestaan. Gezien de animositeit in reformatorische kringen jegens het jodendom zou Both met zijn achtergrond dat als geen ander moeten weten. Dit misverstand waarin Both meegaat geeft aan hoe diep de populistische talking points ook in reformatorische kring zijn doorgedrongen.

Het is een gemiste kans dat Both niet ingaat op de VS dat vergeleken met Nederland enkele jaren vooroploopt in politiek-filosofische ontwikkelingen. Daar is de wisselwerking tussen het conservatisme en rechts-populisme of de alt-right beweging al in een volgende fase beland. Terwijl in Nederland dat proces zich met de optimisme uitstralende Baudet nog naar een hoogtepunt lijkt te bewegen is daar in de VS de afgelopen maanden al een neergaande reactie op ontstaan. Verkiezingen in Virginia en Alabama hebben duidelijk gemaakt dat de conservatieven en conservatieve christenen afstand nemen van het rechts-populisme omdat het juist ingaat tegen de historische waarden van hun land. Het zijn vooral de jonge en goedopgeleide conservatieven die het populisme van Trump en Steve Bannon beginnen af te wijzen en eveneens afstand nemen van de Republikeinse partij waarin de historische waarden tot voor kort vertegenwoordigd waren.

Omdat Baudet zich oriënteert op Bannon en Trump en bij gelegenheid hun agenda kopieert kan de analogie nog verder getrokken worden. Iemand als Bannon heeft zich tot doel gesteld om de democratische instituties af te breken om vervolgens op de puinhopen ervan iets nieuws op te bouwen. Feitelijk een uit het marxisme geleend idee. Trump volgt hem daar halfslachtig in door te ageren tegen de inlichtingendiensten, de rechtsstaat, de democratie en het parlement, en zijn land gitzwart af te schilderen als moreel verzwakt dat een eindtijd verdient. Maar Trump bedient tegelijk het bedrijfsleven en de financiële instellingen die hem van sponsorgeld voorzien en die voor zichzelf betere voorwaarden opeisen op het gebied van regelgeving en belastingmaatregelen. Rechtlijnig is Trump niet in zijn ondergangsfantasie als hij het bedrijfsleven versterkt.

Dick Both citeert de christelijk-conservatieve publicist Bart Jan Spruyt die politici als Baudet typeert als ‘cultuurchristenen’. Overigens een mooie spiegeling van het begrip ‘cultuurmoslims’ dat doelt op niet belijdende moslims die vanwege nestgeur en sociale dwang niet openlijk afstand van hun oude geloof nemen. Spruyt: ‘Cultuurchristenen zijn mensen die christelijk denken zonder zelf christelijk te zijn. Ze kennen en waarderen de christelijke tradities en verdedigen die tegen de snode plannen van een ontwortelde elite.’ Opnieuw sluipt in een reformatorisch betoog een rechts-populistisch talking point, deze keer over de elite of het establishment dat zogezegd tegenover ‘het volk’ zou staan. Het geeft opnieuw aan hoe het populisme bezit heeft genomen van delen van de conservatief-christelijke gemeenschap terwijl die dat amper beseft.

Boths analyse verkeert in een electorale praatje voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 als hij euthanasiewetgeving erbij haalt en suggereert dat PVV en FvD ‘tegen het leven’ zijn. Both: ‘En dienen op zichzelf misschien aansprekende standpunten niet ondergeschikt gemaakt te worden aan ethische onderwerpen die lijnrecht ingaan tegen Gods Woord?’ Hij gaat zelfs zover om van Baudet en Wilders te zeggen dat ze ‘levensbeschouwelijk als volkomen seculier en goddeloos in het leven staan’. Dat is onzinnig omdat iemand die seculier is niet per definitie niet-christelijk is en tegen euthanasie zou zijn. Dat zuigt Both uit zijn duim. En waaruit blijkt dat iemand die ‘goddeloos’ in het leven staat niet tegen euthanasie zou kunnen zijn?

De conclusie over Boths betoog moet zijn dat het onevenwichtig is, de essentie en actualiteit van de wisselwerking tussen conservatisme en populisme mist en niet goed omkadert, en gemakzuchtig wegvlucht in partijpolitiek. Daar was het hem dus om te doen, namelijk om de schapen bij de kudde te houden en ze niet af te laten dwalen richting PVV of FvD. Dick Both neemt de kans niet te baat om breder te kijken of mist het perspectief om dat te doen. Zijn betoog was krachtiger geweest als hij de democratische instituties die in hoge mate door de gouvernementele bestuurderspartij SGP worden gerespecteerd centraal had gezet in zijn pleidooi voor het conservatisme. Dan was zijn opinie niet geëindigd met de voor dit onderwerp onbelangrijke tweedeling seculier/christelijk, maar met de tweedeling rechtsstatelijk/niet-rechtsstatelijk. Terwijl de actuele strijd binnen de westerse politieke systemen gaat om de instandhouding van de democratische instituties en steeds meer conservatieve christenen dat inzien en hun ethische zorgen over abortus, homohuwelijk of euthanasie terzijde schuiven, is Dick Both in Veenendaal nog druk bezig de vorige oorlog te voeren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSteun Bijbels genormeerde politiek in plaats van Forum voor Democratie’ van Dick Both in het Reformatorisch Dagblad, 14 december 2017.