George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Katholicisme

‘Aanval op godsdienstvrijheid’ is bij nader inzien de modernisering van de wet en de afschaffing van de voorrechten van christenen

leave a comment »

Susanne Kurstjens’ opinieartikel van 2 mei 2019 op het Katholiek Nieuwsblad is onvolledig en onevenwichtig. Zowel over het amendement over het huwelijksrecht van VVD en GroenLinks en het verslag daarvan door de NOS als over de positie van het bijzonder onderwijs en het voorstel van VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff slaat ze de plank mis. Het commentaar is niet constructief en dient de kwaliteit van het openbare debat niet.

Kurstjens begrijpt de staatsrechtelijke implicaties niet als ze verwonderd opmerkt dat er al een wet bestaat. Dat klopt, daarom gaat het niet om een wetsvoorstel zoals ze beweert, maar om een amendement. Sinds 1810 is huwelijksrecht praktijk dat verplicht dat een burgerlijk voor een religieus huwelijk gesloten moet worden.

Het bericht van 24 april 2019 van de NOS gaat in op het amendement van VVD en GroenLinks dat zegt dat een religieus huwelijk niet voor een burgerlijk huwelijk gesloten moet kunnen worden. De essentie daarvan geeft de toelichting van beide initiatiefnemers Jeroen van Wijngaarden (VVD) en Kathalijne Buitenweg (GL): ‘Omdat juist in religieuze kring anders gedacht kan en mag worden over de gelijkwaardigheid van man en vrouw zijn in het Burgerlijk Wetboek en Wetboek van Strafrecht bepalingen opgenomen die gebieden dat religieuze huwelijken pas gesloten mogen worden nadat eerst het burgerlijk huwelijk is voltrokken. Rechtens kunnen beide huwelijkspartners dan aanspraak maken op een gelijkwaardige rechtspositie die van belang kan zijn voor bijvoorbeeld hun vrijheid om te scheiden, erven en het doen van rechtshandeling.

Dit amendement gaat om de gelijkwaardigheid van man en vrouw die in het burgerlijk huwelijk wordt bekrachtigd. In het verlengde daarvan ligt de scheiding, de ontbinding van het religieuze huwelijk. Via dat eerder gesloten burgerlijke huwelijk heeft de zwakste partij een sterkere positie dan zonder dat gesloten burgerlijk huwelijk het geval zou zijn. Met als voorbeeld moslimvrouwen die tegen hun wil gevangen worden genomen in een islamitisch huwelijk. Ze zijn niet vrij om hun godsdienst of levensovertuiging te kiezen omdat de islamitische, conservatieve instelling waar het religieuze huwelijk gesloten is de rechten van de vrouw ontkent om dat huwelijk te ontbinden. Via een omweg probeert het amendement die rechten te herstellen.

Het is niet de wereldse macht die dat eenzijdig, autonoom en op eigen initiatief oplegt, maar de zwakste partij in het religieuze huwelijk die dat aan de overheid verzoekt door zich op het eigen recht te beroepen. Waarna de overheid in actie komt en pas dan bijvoorbeeld de vrouw in een islamitisch huwelijk op haar verzoek te hulp komt. Want daar zal het in de praktijk op neerkomen vanwege de achterblijvende emancipatie van moslimvrouwen in conservatieve, islamitsche kringen. De achterliggende gedachte van het amendement is dat religieuze of traditionele waarden de fundamentele rechten en vrijheden van leden van minderheden kunnen inperken. De overheid verzet zich tegen die inperking omdat die niet overeenkomt met de rechtsstaat.

In haar betoog kiest Kurstjens tegen de rechten van individuen, namelijk voor moslimmannen die moslimvrouwen in huwelijkse gevangenschap houden met een beroep op de vrijheid van godsdienst. Haar claim voor de vrijheid van godsdienst is eenzijdig als ze daarbij de vrijheid van het individu ondergeschikt maakt aan de vrijheid om te belijden en afficheert als een aanval op de godsdienstvrijheid. Ze koppelt het amendement aan het katholieke huwelijk en suggereert dat ook in dat geval de overheid dat religieuze huwelijk kan ontbinden. Maar hiermee spreekt ze zichzelf tegen en raakt ze verstrikt in haar betoog. Want ze geeft tegelijkertijd toe dat katholieken zich strikt houden aan de verplichting om burgerlijke huwelijken voor het katholieke huwelijk te sluiten zodat het amendement helemaal niet van toepassing is op katholieken.

Ook over de positie van het bijzonder onderwijs en het discussiestuk ‘Liberalisme dat werkt voor mensen‘ van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff waarin dat onderwerp op enkele plekken wordt genoemd is Kurstjens onvolledig en onzorgvuldig. Dijkhoff wil een debat over de vrijheid van onderwijs: ‘Als de vrijheid van onderwijs een ongewenst neveneffect heeft dat er scholen worden opgericht die dienstbaar zijn aan segregatie en het in stand houden van parallelle samenlevingen waarbij waarden dominant zijn die strijdig zijn met onze kernwaarden vrijheid en gelijkwaardigheid, moeten we dat stoppen.’ Hieruit valt niet te concluderen dat hij zich keert tegen gelovigen, zoals Kurstjens suggereert. Evengoed kan men zeggen dat Dijkhoff door de uitwassen van het bijzonder onderwijs (specifiek het salafistisch onderwijs) te bestrijden dat juist wil redden.

Het is niet zo dat overheid of politieke partijen van plan zijn om het bijzonder onderwijs af te schaffen. Er is debat over de vraag of het de taak voor de overheid om het bijzonder onderwijs te bekostigen volgens artikel 23, dat zegt ‘Het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, wordt naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd. De wet stelt de voorwaarden vast, waarop voor het bijzonder algemeen vormend middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs bijdragen uit de openbare kas worden verleend’. Het gaat dus ook in dit geval om aanpassing.

Susanne Kurstjens meent dat met ‘dit soort wetsvoorstellen’ die dat in beide gevallen niet zijn ‘voortdurend gezaagd wordt aan de vrijheid van gelovigen’. Dat is echter niet de strekking van het amendement van Wijgaarden en Buitenweg en van het discussiestuk van Dijkhoff. Dit gaat om wetten die hoognodig aangepast en gemoderniseerd moeten worden en uit respectievelijk 1810 en 1917 (Artikel 23) dateren. In de tussentijd is er maatschappelijk en demografisch nogal wat veranderd. Het zijn juist de christelijke partijen geweest die modernisering ervan hebben geblokkeerd. Door de afgenomen macht van de christelijke politieke partijen, vooral het CDA, is nu eindelijk de politieke ruimte ontstaan om deze wetten bij de tijd te brengen. Zoals dat voortdurend met wetten gebeurt die geactualiseerd worden. Het gaat hier niet om een aanval op gelovigen of de godsdienstvrijheid, maar om de modernisering van wetten, die in de praktijk aan gelovigen voorrechten verlenen die ze door politieke koehandel ooit hebben verworven. Vanwege de rechtsgelijkheid komt hun dat niet toe omdat het ten koste gaat van anderen die zijdelings in een achterstandspositie worden gedrukt.

Foto 1 en 4: Schermafbeelding van delen van het commentaarAanvallen op de godsdienstvrijheid’ van Susanne Kurstjens op KN, 2 mei 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikel ‘Boete voor religieuze huwelijken is een eerste stap, maar er is meer nodig’ op NOS, 24 april 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel discussiestuk ‘Liberalisme dat werkt voor mensen‘ van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff op VVD, zonder datum [2019].

Advertenties

Beschouwingen over onze beschaving naar aanleiding van de brand in de Notre-Dame laten ons naar onszelf kijken. Voor even

leave a comment »

De brand in de Parijse Notre-Dame heeft heel wat krachten gemobiliseerd. De spin kwam van alle kanten om het eigenbelang te dienen. Van de Franse president Emmanuel Macron, de katholieke kerk of radicaal-rechtse krachten zoals onderstaande activistische journalist van De Telegraaf die in een tweet de brand een symbool noemde ‘voor onze vermoeide beschaving’. Ik zie daarin het schoppen door alt-right en ultrarechts tegen de westerse beschaving (Baudet: ‘journalisten, cultuurmakers en academici ondermijnen onze cultuur’) die averechts werkt. Het verzwakt die beschaving. De brand in de Notre-Dame drukt ons met de neus op het feit wat de oorsprong, kracht en kern van de westerse beschaving is. Ook voor niet-christenen van belang. Het laat zien wie de vijanden ervan zijn: de nationaal-populisten en rechts-radicalen die zeggen de beschaving te willen redden, maar die in werkelijkheid afbreken. Dus laten we het spiegelen en Duk en de andere rechtse inwoners van Dukstad vragen waarom ze zo graag grossieren in ondergangsfantasieën en zand in de motor van de westerse beschaving willen strooien om op de puinhopen ervan in een vage toekomst hun raszuiver paradijs op te bouwen. Of is Duk tot inkeer gekomen en beseft hij eindelijk wat hij bezig is kapot te maken?

Het is opmerkelijk dat de brand van een iconische kathedraal de afgelopen dagen tot zulke beschouwingen over ‘de‘ of ‘onze‘ beschaving leidde. Dat komt nog zelden voor. Niet toevallig werd er uitgebreid verslag over gedaan in de Amerikaanse en Britse pers waar het sterke besef bestaat dat de lokale politiek de weg kwijt is.

Dat alleen al was een blijk van hunkering naar het vinden van gemeenschappelijke waarden met West-Europa. Hier moest blijkbaar een punt gemaakt worden, namelijk dat ‘we’ in de westerse democratieën (VS, Canada, EU-lidstaten en overige West-Europese landen, Australië, Nieuw-Zeeland) onvoldoende beseffen wat we in handen hebben en we ons af laten leiden door krachten die de beschaving bedreigen. Van buitenaf en van binnenuit. Hoewel ieder daar weer een eigen, specifiek vijandbeeld voor uit de kast haalt. Maar voor even werd de bedreiging als universeel gezien en was de overpeinzing erover mythisch. Totdat het onderscheidend werd wat of wie dat dan wel was en het debat weer afdaalde tot platte politisering of belangenbehartiging. Waaraan we graag ontsnappen omdat dat zo vervelend, voorspelbaar, vermoeiend, geestdodend en contraproductief is.

De boodschap die uit de berichtgeving kan worden gelezen is er een van ontevredenheid en gemiste kansen. Maar het bevat ook het verlangen om terug te keren naar iets wat was. Zo zit er er voor iedereen wel wat bij.

Foto 1: Paul Klemann, ‘De oceaan ontspring onder de ‘Notre Dame’’, Tekening met kleurpotlood en gouache verf, 2002. (Eigen collectie).

Foto 2: Tweet van Wierd Duk van 15 april 2019 (via posting op FB-account van Mihai Martoiu Ticu).

Belgische kardinaal De Kesel breekt een lans voor het secularisme

leave a comment »

Verstandige woorden van de Belgische kardinaal Jozef De Kesel in een interview met Cathobel. HLN vertaalt zijn woorden in bovenstaand bericht. In Cathobel zegt De Kesel over bisschoppen uit het Midden-Oosten: ‘Ces évêques me disent que ce dont nous avons besoin, ce n’est surtout pas d’un régime religieux, mais d’un régime laïque, c’est-à-dire d’un régime neutre, où chacun est respecté dans sa propre conviction. Je pense que c’est valable pour le Proche-Orient, mais également pour nous.’ Hij erkent dat de politieke filosofie van het secularisme geen vijand van religie is, maar bescherming biedt. Zoals het voorbeeld van het Midden-Oosten aantoont tegen een meerderheidsreligie, in dit geval de islam. De Kesel wijst wel op een secularisme waarin religies niet meer, maar evenmin minder rechten hebben dan levensovertuigingen. Inclusief individuele gelovigen en hun grondrechten. Dat is de enige correcte interpretatie van het secularisme. Het is aan de overheid om dat te garanderen en te reguleren. Pluralisme is de omgeving waarin religies kunnen bloeien. Een teruggang naar een nostalgisch, voorgoed voorbij verleden waarin het christendom bepalend was is dat niet.

Met deze visie zoals kardinaal Jozef De Kesel uitspreekt loopt de rooms-katholieke kerk in ontwikkeling voor op het protestantisme dat in grote lijnen het secularisme nog steeds als bedreiging afschildert. Zo lijken de woorden van de kardinaal een perfecte weerlegging van het betoog van Laurens Wijmenga die als onderzoeker bij de ChristenUnie pleit voor een teruggang naar vroeger en een gesloten geloofsgemeenschap met een gesloten wereldbeeld. Daartegenover is kardinaal De Kesel met zijn zelfbewustzijn gericht op de toekomst.

Foto: Schermafbeelding van artikel ‘Kardinaal De Kesel: ‘We kunnen niet terug naar christendom van vroeger’’ op HLN, 26 april 2018.

Frans manifest tegen het nieuwe antisemitisme roept op tot modernisering van de islam

with 5 comments

Een manifest in het Franse dagblad Le Parisien tegen ‘het nieuwe antisemitisme’ roept op tot bewustwording. Er zou een nieuw antisemitisme zijn ontstaan onder moslimextremisten en joden worden bedreigd. Frankrijk zou het toneel van een dodelijk antisemitisme zijn geworden. De oproep is een initiatief van oud-directeur Philippe Val van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo. Meer dan 250 politici, volksvertegenwoordigers, kunstenaars en intellectuelen hebben het manifest ondertekend. Een specifieke passage is opmerkelijk wanneer het manifest verwijst naar de Koran. In een bericht van de NOS wordt dat ingekort vertaald: ‘Verzen uit de Koran waarin wordt opgeroepen Joden, christenen en ongelovigen te doden, moeten worden afgewezen. Zodat niet één gelovige zich nog op een heilige tekst kan beroepen om een misdaad te begaan.’

De strekking van de tekst is breder en verwijst naar het Vaticaan en het katholieke karakter van Frankrijk. Dat geeft het manifest focus: ‘En conséquence, nous demandons que les versets du Coran appelant au meurtre et au châtiment des juifs, des chrétiens et des incroyants soient frappés d’obsolescence par les autorités théologiques, comme le furent les incohérences de la Bible et l’antisémite catholique aboli par Vatican II, afin qu’aucun croyant ne puisse s’appuyer sur un texte sacré pour commettre un crime.’ Vrij vertaald: ‘Daarom vragen we dat de verzen van de Koran die oproepen tot het doden en straffen van joden, christenen en ongelovigen als achterhaald worden bestempeld door theologische autoriteiten, zoals de incoherenties van de Bijbel en het katholieke antisemitisme werden afgeschaft door het Tweede Vaticaanse Concilie, zodat geen gelovige kan vertrouwen (= zich kan baseren, voortbouwen) op een heilige tekst om een misdaad te plegen’.

Deze oproep tot emancipatie raakt aan de vrijheid van godsdienst en geeft aan hoe lastig het is om religieuze denkbeelden ondergeschikt te maken aan de rechten en vrijheden van de nationale rechtsstaat en het daar in te laten passen. Of in ruimere zin opgevat, het te dwingen tot redelijkheid. Aan godsdiensten kan per definitie geen redelijkheid opgelegd worden. Godsdiensten baseren zich als vanouds ook niet op redelijkheid, maar op het tegengestelde van redelijkheid. Het geloof draagt onredelijkheid en uitsluiting van andersdenkenden in zich en dat maakt er voor vele gelovigen de aantrekkingskracht van uit. Een oproep tot modernisering van de islam, zoals het Vaticaan begin jaren ’60 deed met het katholicisme is een begrijpelijke reactie en projectie van het recente verleden in het katholieke Frankrijk, maar ook een wereldvreemde en machteloze oproep.

Godsdiensten komen weg met hun onredelijkheid, wat zeker niet wil zeggen dat de meerderheid van Franse of Europese moslims niet redelijk is. Integendeel, maar als een heilig schrift met ondersteuning van geestelijke leiders in autoritaire landen buiten Europa voeding blijft geven aan een harde kern van onredelijke gelovigen die zich koesteren in apartheid, dan is daar geen kruid tegen gewassen. Des te meer omdat Koranstudie een taboe is binnen de machtigste instituten van de islam en het onderzoek naar de omstandigheden van het eigen ontstaan vanuit de dogmatiek van de godsdienst wordt geblokkeerd. Zo is een cyclische zelfverwijzing binnen de islam gecreëerd waar modernisering niet in kan breken. Wat overigens niet wil zeggen dat alle islamologen zich daar aan houden. Maar islamstudie is een ‘gevoelige zaak’ zoals blijkt uit een overzicht van 1999 in The Atlantic. Emancipatie en modernisering van een godsdienst is een smal en gevaarlijk pad een steile berg op. Maar er is geen alternatief. Op dit moment is wensdenken over de islam het ultieme realisme.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelManifeste «contre le nouvel antisémitisme»’ in de zondageditie ‘Aujourd’hui en France Dimanche’ van Le Parisien, 22 april 2018.

Uit de tijd. Petitie ‘Stop de roze zaterdag kerkdienst in de Goudse Sint-Jan Kerk’ redeneert vanuit een achterhaald wereldbeeld

with one comment

De petitie ‘Stop de roze zaterdag kerkdienst in de Goudse Sint-Jan Kerk’ is gebaseerd op een misverstand. Niet omdat het de datum verkeerd weergeeft. Roze Zaterdag is niet op 23 juli, maar op 23 juni in Gouda. Een onderdeel is de ‘Geloofsviering | 11.00-12.00 | Sint-Janskerk’. Daar verzet petitionaris Marc Alterna zich tegen. Maar hij richt zijn verzoek aan het verkeerde adres. ‘De raad van kerken te Gouda’ gaat er niet over.

De Hervormde Gemeente Gouda is weliswaar de eigenaar van de Sint-Jan, maar de Stichting Goudse Sint-Jan beheert en exploiteert sinds 2010 gebouw en collectie. De Stichting heeft niet als hoofddoel om de christelijke leer te verkondigen zoals de petitie suggereert, maar heeft een historisch en cultureel karakter. De Stichting werd in 1938 opgericht om het cultureel erfgoed in de monumentale kerk (gebrandschilderde glazen) te bevorderen. De Stichting onderschrijft de definitie van een museum zoals opgesteld door ICOM. De museale functies worden in de doelstelling van het beleidsplan 2015-2018 verder benadrukt. Volgens de Stichting is ‘de Sint Jan (..) een levend monument met een belangrijke kerkelijke en culturele functie.’

Door de ontkerkelijking zijn kerkgebouwen gesloten of hebben ze een andere functie gekregen. Gewoonweg omdat het gebouw te duur werd en de lokale religieuze organisaties de exploitatie niet meer rond konden krijgen door oplopende kosten en afnemende inkomsten wegens een slinkende achterban. Ze zaten te ruim in hun jasje en daarom moest de kerk afgestoten worden. De Goudse Sint-Jan heeft een museale bestemming gekregen. Het is een cultureel en historisch museum waar een veelheid van activiteiten plaatsvindt. In 2015 kwam 70% van de omzet van €200.000 uit de museale functie. De rest van de omzet kwam uit zaalverhuur.

Bij de ‘geloofsviering’ op Roze Zaterdag gaat het om zaalhuur. De Stichting Goudse Sint-Jan verhuurt de zaal op 23 juni aan de Stichting Roze Zaterdag 2018 Gouda. Zoals dat ook voor een vergadering, huwelijk, congres of diner kan zijn. Er blijkt uit de voorwaarden niet dat er beperkingen zijn aan verhuur en de achtergrond van de huurder door de Stichting Goudse Sint-Jan wordt getoetst. Stichting Roze Zaterdag 2018 Gouda is een Gouds initiatief dat binnen de doelstelling van de Stichting Goudse Sint-Jan past. Er kan in overleg met ‘een van de wijkkerkenraden of via het Kerkelijk Bureau‘ in de Sint-Jan ook een kerkelijke huwelijksinzegening worden aangevraagd. Maar de lokale protestante gemeente is niet direct betrokken bij de verhuur aan de Stichting Roze Zaterdag 2018 Gouda en lijkt er daarom ook geen invloed op uit te kunnen oefenen.

Toch past Marc Alterna begrip voor zijn onbegrip. Het is voor traditionele kerkgangers lastig om de gevolgen van de ontkerkelijking te beseffen. Verwarrend is het om een kerk die een nieuwe bestemming als museum heeft gekregen, maar nog alle uiterlijkheden van een traditionele kerk vertoont, anders dan als gewijde kerk te zien. Des te meer als een lokale religieuze gemeenschap er ruimte huurt en erediensten houdt. Maar dan nog is een lokale kerkenraad niet meer dan een van de vele huurders. Bij de Utrechtse Willibrordkerk zorgde in 2014 deze verwarring voor een conflict tussen theatermaker Dries Verhoeven en het aan de RK-Kerk verbonden apostolaat dat er onder meer missen hield. De bestuurlijke constructie en het eigendom waren anders, maar evenals in Gouda werd de beheersstichting die er culturele evenementen coördineert op aangesproken door traditionele christenen. Dat resulteerde er in 2017 in dat de ultraconservatieve Priesterbroederschap Sint Pius X de met overheidsgeld gerestaureerde kerk kocht en het beheer overnam.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieStop de roze zaterdag kerkdienst in de Goudse Sint-Jan Kerk’ op Petities.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van presentatie zaalhuur ‘Uw evenement in de Sint Jan’ van de Stichting Goudse Sint-Jan. 

MO* presenteert het secularisme als een van de krachtigste uitsluitingsmechanismen. Past daarbij overheidssubsidie?

leave a comment »

Deze titel van een artikel van Samira Bendadi in het Vlaamse digitale magazine MO* op het gebied van ontwikkelingssamenwerking vraagt om een krachtige reactie. De titel waarvoor niet de auteur maar de eindredactie verantwoordelijk is valt op te vatten als kwaadaardig en onzinnig. De titel roept de vraag op waar de naïviteit en goedgelovigheid van MO* eindigen en waar de stemmingmakerij en kortzichtigheid beginnen. De titel is journalistiek onzorgvuldig omdat het een uitspraak  tussen aanhalingstekens zet en zo suggereert dat het om een citaat gaat, terwijl de uitspraak noch door auteur Samira Bendadi noch door Nadia Fadil zijn gedaan. De titel is ontsproten aan de fantasie van de eindredactie van MO*. Ik roep het Belgisch Federale en het Vlaamse Parlement op om hun subsidie aan MO* te heroverwegen. Mijn reactie op de FB-pagina van MO*:

De titel ‘Secularisme is een van de krachtigste uitsluitingsmechanismen’ is om twee redenen een onbegrijpelijke en fout gekozen titel. Ten eerste zegt Samira Bendadi in het artikel over Nadia Fadil: ‘Ze stelt daarin vast dat het discours over secularisme vandaag een van de krachtigste uitsluitingsmechanismen vormt’. De nuancering die de eindredactie van MO mist is dat niet het secularisme, maar het debat over het secularisme een uitsluitingsmechanisme vormt. Ofwel, het debat over het secularisme wordt door deelnemers aan het publieke debat om politieke redenen gekaapt. Dit houdt echter niet in dat het secularisme een uitsluitingsmechanisme vormt. Bendadi stipt aan en onderbouwt de stellingname die ze aan Fadil toeschrijft overigens niet, zodat het moeilijk te controleren valt hoe laatstgenoemde het precies bedoelt.

Ten tweede blijkt uit deze titel een totaal onbegrip en gebrek aan kennis van de eindredactie van MO over wat secularisme is. Het secularisme is een politieke filosofie die met de garantie van de nationale overheid en met verwijzing naar de rechtsstaat religies en levensovertuigingen een gelijkwaardige plek in de samenleving biedt. Zonder voorkeurs- en achterstandsposities.

De eindredactie van MO vat het secularisme blijkbaar op als een anti-religieus of anti-minderheden instrument dat door rechts wordt gebruikt om die etnische minderheden en de maatschappelijke diversiteit te dwarsbomen. Zo’n titel is geen toeval en komt niet uit de lucht vallen. Zo’n foute titel groeit op de ondergrond van een sluimerend cultureel bewustzijn. Het is een onzinnig standpunt dat het secularisme een uitsluitingsmechanisme is. De titel is slecht doordacht, tendentieus en stemmingmakerij tegen het secularisme. Dit geeft zeer te denken over het intellectuele gehalte van MO.

Dit wringt des te meer omdat het secularisme juist het omgekeerde beoogt van wat MO in de titel suggereert. Het secularisme sluit niet uit, maar sluit juist in. Het secularisme beschermt minderheden die zich in kleinere organisaties rond religies of levensovertuigingen verenigen en neemt deze in bescherming door hun de garantie van een gelijke plek te geven. Het secularisme beschermt minderheden tegen de meerderheid.

In praktijk gaat deze gelijkstelling en emancipatie van minderheden ten koste van de voorkeurspositie van de maatschappelijk en politieke machtigste religies of levensovertuigingen. In België is dat de rooms-katholieke zuil. In Nederland het protestantisme. De reflex van deze religieuze organisaties die hun in eeuwen opgebouwde voorkeurspositie bedreigd zien is defensief en bedoeld om de afbraak van hun voorkeurspositie te vertragen. In hun publicitaire en politiek uitingen schilderen deze nationale religieuze organisaties het secularisme ten onrechte af als anti-religieus. Hiermee zaaien ze bewust verwarring door de politieke filosofie van het secularisme in een kwaad daglicht te stellen om de eerlijke uitvoering ervan te dwarsbomen.

De titel die zo vijandig tegenover het secularisme staat roept vragen op over het karakter van MO. Waar staat het voor en wat beoogt het? MO is naar eigen zeggen een initiatief van Wereldmediahuis en krijgt financiering door subsidies van onder meer de federale en Vlaamse overheid uit overheidsfondsen voor ontwikkelingssamenwerking. MO zegtonafhankelijk’ en ‘niet verbonden aan een politieke partij, zuil of strekking’ te zijn. Dat is de theorie.

Het is de vraag of in praktijk de pretentie van een blik op de wereld met ‘een open geest‘ en ‘zonder vooroordelen’ waargemaakt wordt door redacteuren van MO die in ogenschijnlijke behoefte om radicaal-rechts te corrigeren doorschieten naar de kritiekloze presentatie van radicaal-linkse standpunten. Gastauteurs die vanuit een islamitische agenda redeneren en eveneens een religieus perspectief hebben wordt alle ruimte geboden. Zo wordt het secularisme opgeofferd in een schijntegenstelling tussen gesloten rechts en de pluriforme openheid die bij nader inzien net zo eng begrensd en gesloten is als rechts. Terwijl rechts nog het voordeel heeft dat het zich niet anders voordoet dan het is en overloopt van morele pretenties.

Zijn de redacteuren van MO echt bevrijd en vrij van geest of hangen zij collectief of voor een deel cultureel nog in een niet volledig verwerkt verleden dat hun geest gevangen houdt? Zodat ze niet vrij kunnen denken. MO zegt over voorlichting en emancipatie van de Vlaamse bevolking over ontwikkelingssamenwerking te gaan, maar lijkt iets fundamenteels vergeten. Namelijk de eigen emancipatie. Dit geeft te denken over de ware identiteit van MO. Hoe kan een journalistiek medium beweren anderen te willen voorlichten als het naar het zich laat aanzien zelf onvoldoende is voorgelicht?

De tendentieuze titel waarachter een bedenkelijke en geborneerde denkwereld schuilgaat vraagt om kamervragen in het Federale en het Vlaamse Parlement van politieke partijen over de subsidie aan MO. Waarom overheidssubsidie verlenen aan een medium dat blijkbaar zo vijandig staat tegenover het secularisme en bij wie de journalistieke zorgvuldigheid ver te zoeken is?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSecularisme is een van de krachtigste uitsluitingsmechanismen’ van Samira Bendadi in MO*, 24 maart 2018.

Hogeschool Odisee Aalst: Mag godsdienstonderwijs aan kleuters volgens de kinderrechten?

leave a comment »

De Vlaamse Opleiding Kleuteronderwijs van de Hogeschool Odisee in Aalst biedt vanuit een christelijke traditie studenten in het lesprogram de optie tussen een katholieke of een niet-katholieke versie. In de uitleg wordt door de docenten druk geschoven met begrippen. Alsof de identiteit van de Hogeschool vloeibaar is en voortdurend verandert. ‘Geloof’ wordt gelijkgesteld aan het ‘katholieke geloof’ en de ‘christelijke traditie’ aan de ‘rooms-katholieke traditie’. De niet-katholieke studenten worden in de video onderscheiden als moslima’s (zijn er geen mannelijke studenten?), niet-gelovige, ongelovige en anders-gelovige, randkerkelijke en protestant-gelovige studenten. Dat is blijkbaar diversiteit vanuit katholiek perspectief. De docenten stralen begrip en verdraagzaamheid uit, maar de vraag die deze video oproept is waarom er godsdienstonderwijs aan kleuters (circa 4 tot 6 jaar) gegeven moet worden en in welke vorm dat gebeurt. Nog los van de vraag of dat dan katholiek, protestant-gelovig, randkerkelijk of anders-gelovig godsdienstonderwijs is.

Vraag is of het in strijd is met artikel 14 van de kinderrechten. De toelichting zegt: ‘Meestal leren kinderen van hun ouders en op school over geloof en religie. Het wel of niet hebben van een bepaalde geloofs- of levensovertuiging kan een belangrijk onderdeel van de opvoeding zijn. Ouders mogen kinderen stimuleren om een bepaald geloof te volgen. In het Kinderrechtenverdrag staat echter dat kinderen niet gedwongen of verplicht mogen worden om een bepaald geloof te hebben, niet door hun ouders en niet door de regering. Als ze willen, kunnen kinderen naar een kerk of moskee gaan terwijl hun ouders niet geloven. Kinderen moeten ook kunnen besluiten om niet in God te geloven, terwijl hun ouders dat misschien wel doen. Kinderen moeten goede informatie krijgen over de verschillende godsdiensten, zodat zij zelf een keuze kunnen maken over welk geloof het beste bij ze past. De regels van een geloof mogen nooit schadelijk voor kinderen zijn.’ De ‘jaren des onderscheids’ in de Rooms-katholieke kerk werden ooit door Paus Pius X vastgesteld op zeven jaar.

De grens van wat aanvaardbaar is voor kinderen in een godsdienst ligt tussen stimuleren en dwingen. Een christelijke onderwijsorganisatie mag kinderen aansporen, maar niet in een dwingend programma binden. Het dienstbaar maken van kleuters van vier tot zes jaar gaat verder dan stimuleren en is feitelijk onderwerping. Hoe maatschappelijk aanvaardbaar en in lijn met de kinderrechten is het programma van het kleuteronderwijs dat Odisee aan studenten aanbiedt? Als het meer is dan een neutrale oriëntatie op levensovertuiging en godsdienst, dan valt het niet binnen de grenzen van de kinderrechten. Als de religieuze overtuiging er niet toe doet roept dat de vraag op waarom Odisee niet alle studenten dezelfde optie aanbiedt. Er wringt iets doordat dat niet gebeurt. Dat wordt in de toelichting door de docenten badinerend en verhullend gepresenteerd.