Video die we van Café Weltschmerz niet mogen zien. Ab Gietelink verliest coronadebat van Maarten Keulemans

Villamedia meldt in het artikelCafé Weltschmerz wist video coronadebat wetenschapsjournalist Maarten Keulemans‘ het volgende medianieuws: ‘Wetenschapsredacteur Maarten Keulemans (Volkskrant) heeft zijn ergernis laten blijken over een door discussieplatform Café Weltschmerz verwijderde video van een gesprek tussen hemzelf en publicist en coronascepticus Ab Gietelink. Volgens Café Weltschmerz was het debat inhoudelijk niet goed genoeg.

De claim van Café Weltschmerz is onjuist. Keulemans slaat Gietelink in het gesprek knockout. Hij beschuldigt hem in het gesprek van populisme en Gietelink heeft daar geen antwoord op.

Uit het artikel van Villamedia blijkt dat nadat Café Weltschmerz de video van het gesprek tussen Gietelink en Keulemans offline heeft gehaald er een kopie circuleert die Yarno Ritzen ervan heeft gemaakt. Keulemans bedankt Ritzen daarvoor in een tweet. Deze video is hier te zien. Het maakt het mogelijk voor kijkers om zelf te controleren of de bewering van Café Weltschmerz klopt of uitsluitend dient om Ab Gietelink en de eigen agenda te beschermen.

Gietelink is een prominente presentator op Café Weltschmerz die sinds begin 2020 COVID-19 als aandachtsterrein heeft gekozen en daarmee een nieuwe alternatieve loopbaan probeert op te bouwen. Hij is van oorsprong theatermaker zonder medische expertise.

Gietelink trekt in eigen kring met een schare van vaste medestanders voortdurend de wetenschap, de politiek en de media in twijfel. Ook dat verwijt Keulemans hem en daar heeft Gietelink geen weerwoord op. Keulemans verwijt Gietelink dat hij voortdurend beschuldigingen over ‘de media’ ventileert zonder concreet te worden, zodat media zich niet verdedigen kunnen tegen deze ongerijmde aantijgingen.

Feit dat Café Weltschmerz deze video verwijdert geeft aan dat het zelf precies doet wat het ‘de media’ verwijt. Namelijk, selectief en eenzijdig te werk gaan. Feitelijk zijn ‘de media’ pluriformer en geven meer ruimte aan ‘tegengeluid’ dan Café Weltschmerz dat vrijwel uitsluitend vanuit een gesloten wereldbeeld voor eigen parochie preekt. Media hanteren een professionele code en zijn daardoor verplicht zich aan een aantal gedragsregels te houden, terwijl Café Weltschmerz dat niet doet.

Ab Gietelink is de prediker die ontmaskerd wordt als inhoudsloos en demagogisch. Keulemans prikt dat keihard door.

Het is duidelijk waarom Café Weltschmerz dit gesprek heeft verwijderd. Gietelink heeft geen argumenten en dat wordt hem door Keulemans verteld. Café Weltschmerz kan de video niet online laten staan omdat daardoor de bodem onder de eigen agenda wordt weggeslagen. Met terugwerkende kracht blijkt er namelijk uit dat wat Gietelink in tientallen video’s over de medische, publicitaire, politieke en andere aspecten van COVID-19 heeft beweerd niet onderbouwd is en geen basis in de werkelijkheid, maar in zijn eigen fantasie vindt. Dat dient de harde kern van kijkers van Café Weltschmerz onthouden te worden omdat het schadelijk is voor de geloofwaardigheid van Gietelink en Café Weltschmerz.

Hoe gewoon praat Eva van Urk-Coster over geloof en wetenschap?

Geloof & Wetenschap.nl en Forum C werden financieel op de been geholpen door de Templeton World Charity Foundation. John Horgan die als fellow subsidies ontving van deze stichting heeft er achteraf kritiek op omdat het geloof en wetenschap zou vermengen en christelijke wetenschappers zou bevoordelen. In reactie daarop zei Richard Dawkins dat Horgan volgens hem bedoelt dat ‘Templetons geld de wetenschap corrumpeert’ en dat Templeton doorgaans geld verstrekt aan ‘een wetenschapper die bereid is iets aardigs over religie te zeggen’. Ook als ze dat zelf niet geloven. Geld koopt in dat geval een overtuiging.

Eva van Urk-Coster is verbonden aan de website Geloof & Wetenschap die zoals gezegd met geld van de Templeton stichting werd opgezet. Zij werkt als promovendus op het gebied van de christelijke ecologische theologie, aldus een bericht van de VU over haar.

Wat Van Urk zegt in het fragment is niet makkelijk te duiden. Ze begint met het aanbrengen van een tegenstelling tussen religieuze en seculiere mensen. Vraag is of die tegenstelling in de vorm bestaat die zij framet. Van Urk gaat uit van het contrast. Vervolgens gooit ze jongere mensen, mensen met een hoger inkomen en hoogopgeleiden op een hoop omdat die ‘overtuigender zouden zijn van de klimaatproblematiek’ dan andere mensen. Ze constateert dat er ‘een aantal dynamieken zijn die daar een rol spelen’.

Ook meent ze dat er wat meer conservatieve mensen vaak ook wat ‘terughoudender’ zijn dan mensen die progressiever zijn. Waar die terughoudendheid op slaat wordt uit dit fragment niet duidelijk. Van Urk spreekt het niet uit.

Het wordt er ronduit verwarrend op als Van Urk dit fragment afsluit met een constatering die uit de lucht komt vallen, een deus ex machina die geloof er aan de haren bijsleept: ‘Dus je ziet dat de religieuze gewoon midden in de maatschappij staan en ook gewoon daarin hun bagage meenemen’. Je ziet de gelovigen met hun koffer staan op het Centraal Station in een heldhaftige poging om de dienstregeling te ontcijferen zonder de indruk te geven er niks van te snappen.

Van Urk bedrijft satire op het raakvlak van geloof, wetenschap en humor. Het aardige daaraan is dat ze zich daar ogenschijnlijk niet bewust van is. Om het in haar eigen woorden te parafraseren: ‘de mensen van Geloof & Wetenschap staat gewoon midden in de wetenschap zonder dat ze daarin gewoon hun bagage meenemen’.

Van Urk komt de erkenning toe om religie op te rekken voorbij de wetenschap. Wat het maatschappelijk nut van haar zoektocht is valt te bezien. Zij voorziet ongetwijfeld in een behoefte. Die lijkt er vooral uit te bestaan dat religieuze mensen in de wetenschap serieus willen worden genomen en doen alsof ze objectief zijn, maar stiekem een christelijke agenda volgen.

Hoe moeten we de zinsnede ‘Identiteit is zeker in het linkse Nijmegen een vies woord’ opvatten?

Museum Het Valkhof is voorlopig gered met een bijdrage van de gemeente Nijmegen van 16 miljoen euro. Op termijn vloeit dat bedrag terug naar de gemeente, zo is het idee. Mede door achterstallig onderhoud gaat het dit museum al jarenlang slecht. Afhankelijk van geldschieters is het een probleemgeval geworden dat onderwerp van onderzoek, interim management en grootste plannen is. Conservatoren werden wegbezuinigd zodat het de vraag is wat de kunsthistorische kurk nog is waar dit museum op kan drijven.

Er wordt nu van alles beweerd, geclaimd en geschetst over de toekomst van dit museum. De Gelderse journalist René Arendsen zegt in een column voor Omroep Gelderland onder meer het volgende. Het heeft slechts zijdelings met het onderwerp te maken, maar mijn oog bleef er aan haken.

Arendsen breekt een lans voor de kunst en meent dat links in Nijmegen niks met identiteit heeft. Nu ken ik links in Nijmegen niet, maar links buiten Nijmegen heeft alles met identiteit te maken. Links buiten Nijmegen is identiteit. Het wordt zelfs als reden gegeven waarom links de steun van de witte ‘arbeiders’ verloren heeft omdat het de sociaal-economische onderwerpen, zeg de klassenstrijd die voltooi zou zijn, ingewisseld heeft voor het opkomen voor de emancipatie van vrouwen, homoseksuelen, migranten en welke minderheid dan ook en het bestrijden van het onrecht dat deze groepen zouden ervaren. Behalve de ‘arbeiders’.

Maar is dat dezelfde identiteit die Arendsen bedoelt? Wat bedoelt Arendsen als hij zegt dat identiteit in het linkse Nijmegen een vies woord is? Is het niet net andersom? Namelijk dat links in Nijmegen zoals elders sinds de jaren 1990 te veel is opgekomen voor een abstract idee van identiteit en daarom de gewone brood-en-boter onderwerpen heeft verwaarloosd inclusief de doelgroepen die belang hadden bij de aandacht ervoor? En spreekt hij zichzelf niet tegen omdat regionale identiteitspolitiek in Nijmegen springlevend is?

Het kan zijn dat Arendsen bedoelt dat links in Nijmegen niks heeft met kunst, erfgoed en culturele identiteit en hij stilzwijgend veronderstelt dat wij eten dat links alles heeft met de identiteitspolitiek van de sociale identiteit van bepaalde groepen, maar dat is een loze bewering omdat dit voor de hele politiek van Nederland geldt.

Geen enkele politieke partij in Nederland maakt zich op een vanzelfsprekende, oprechte en niet hijgerige manier hard voor kunst en benadrukt dat de Nederlandse taal, kunst, cultuur, wetenschap en geschiedenis onlosmakelijk samenhangen en het verdienen om bevorderd, gesteund en onderhouden te worden. Zelfs nationalistische partijen doen dit niet, hoewel het omgekeerde het geval lijkt als ze praten over Wilhelmus, Gouden Eeuw, VOC-mentaliteit of de joods-christelijke cultuur. Maar dat is beeldvorming en politieke marketing die niet door beleid wordt gevolgd.

Symbolische incidenten als de oprichting van een Nationaal Historisch Museum die door onder meer de SP werd geïnitieerd en steeds mislukten door interne verdeeldheid benadrukken het ontbreken van visie van de partijpolitiek op de nationale identiteit van Nederland. Alleen als men ermee kan scoren door het binnenhalen van een locatie voor zo’n museum wordt het belangrijk geacht. Of als partijen het kunnen invoegen in hun programma, bijvoorbeeld door het onderscheid met niet-Nederlandse elementen ermee te vergroten.

Het erin opgesloten idee dat nationale identiteit van Nederland met geschiedenis, taal, kunst en wetenschap telt en essentieel is en het verdient om vanuit de eigen verdiensten bevorderd te worden ontbreekt bij zowel de linkse als rechtse politiek. Identiteit wordt door de politiek altijd voor het eigen karretje gespannen. Omdat identiteit die identiteit is zich juist daar per definitie aan onttrekt is dat een zinloze en uitzichtloze poging tot inlijving. Waarschijnlijk bedoelt Arendsen het ook zo, maar hij zegt het anders.

Foto 1: Kabinetsfoto G. Korfmacher Nijmegen.

Foto 2: Schermafbeelding van deel columnMuseum Het Valkhof moet durven kiezen het mooiste verhaal van Nederland te vertellen’ van René Arendsen op Omroep Gelderland, 3 maart 2021.

Om pseudo-wetenschap in de media te bestrijden moet er een Vereniging tegen de Kwakzalverij in de Media worden opgericht

Het is opvallend dat zowel economen als filosofen de huidige COVID-19 pandemie gebruiken om zich als individu te profileren en hun zaak te bepleiten. Ook en zelfs juist als die slechts zijdelings iets met de pandemie te maken heeft. Het wordt er potsierlijk op als deze deskundigen net doen alsof hun vakgebied een wetenschap is, laat staan een exacte wetenschap. Maar het wordt er idioot op als deze deskundigen net doen alsof ze ook verstand hebben van een ander vakgebied. Dat hebben ze niet. Dat is bewuste misleiding en zelfoverschatting waar overigens de media ook een rol in te spelen hebben. Ze moeten zo’n opinieleider die buiten zijn of haar vakgebied gaat stoppen onder het mom: ‘tot hier en niet verder’. Media moeten de desinformatie niet aanwakkeren.

Denk aan de economen Coen Teulings en Barbara Baarsma die de afgelopen maanden voorlopig hun plek in de geschiedenis hebben verspeeld met slecht onderbouwde, onzinnige uitspraken. Ze hadden moeten zwijgen over gezondheidskwesties waar ze niet echt verstand van hebben en hadden niet de schijn moeten wekken dat de deskundigheid op hun economisch terrein niet zonder meer uitgebreid kan worden naar andere terreinen. Want daarop zijn ze net zo onwetend en ondeskundig als elke willekeurige, nadenkende burger. Voor Ad Verbrugge geldt hetzelfde.

Verbrugge neemt een loopje met de waarheid. Is het angst of realisme dat er in de VS nu al meer dan een half miljoen geregistreerde doden zijn als gevolg van COVID-19? Overheden handelen aarzelend en nemen soms de verkeerde beslissingen omdat ze dit (sinds 1919) niet meer bij de hand hebben gehad. De macht van overheden en techbedrijven moet ingeperkt worden en de privacy en vrijheid van burgers moet beschermd worden. Dat is zinvolle kritiek, maar het is grotesk en gevaarlijk voor de volksgezondheid om dit direct te koppelen aan de bestrijding van de huidige pandemie.

Afgelopen maand was er op de Vlaamse publieke omroep VRT de 3-delige serie BDW met de rechtse politicus Bart De Wever. Voorzitter van de rechts-nationalistische N-VA en burgemeester van Antwerpen. Hij gaf een inkijkje in zijn handelen en de strategie van de (partij)politiek. Of men het nou met zijn politieke overtuiging eens is of niet. Hij zei dat politici moeten zwijgen als ze niks te zeggen hebben. Daarmee doelde hij vooral op PS-voorzitter Paul Magnette die volgens hem telkens de onderhandelingen over een regeringscoalitie bemoeilijkte en zelfs onmogelijk maakte door er in de media bijna dagelijks zijn commentaar op te geven. Interessant is dat de kritiek van De Wever deels bestaat uit fundamentele mediakritiek en deels uit eigen politieke profilering. Hij is zo door de wol geverfd dat moeilijk valt te zien waar het een in het ander overgaat.

Wat zou het helpen als we weten dat als een politicus of opinieleider publiekelijk spreekt en daar in de media verslag van gedaan wordt we er vanuit konden gaan dat zo iemand dan ook echt iets zinvols te melden heeft. De talkshows en krantenkolommen zouden er opgeruimd door worden (‘Less is more’) en de kwantiteit van de loze beweringen zou ingewisseld worden voor de kwaliteit van de inhoud. En we weten nu toch al dat er eerder een te groot dan een te gering beroep wordt gedaan op de tijd, het geduld en de goede smaak van de nieuwsconsument? Het is zoals gezegd niet in de laatste plaats aan omroep of krant om de oprispingen en losse flodders van ‘wetenschappelijke’ opinieleiders die zich buiten hun vakgebied begeven en zich manifesteren als pseudo-deskundigen geen plek te geven.

Sommigen noemen het hoogmoed, publiciteitsgeilheid of een verdienmodel van al die (pseudo)-wetenschappers die met hun praatjes als een plaag de media teisteren. Het is de hoogste tijd dat de loze beweringen, schijnwaarheden en filosofietjes in het publieke debat fundamenteel worden bestreden. Nu gebeurt dat goedbedoeld, maar halfslachtig vanuit het idee om desinformatie te bestrijden. Het valt te bezien of dat de juiste invalshoek is. Verboden of blokkades zijn niet het juiste antwoord, maar een aanschouwelijke weerlegging met argumenten als boter bij de vis is dat wel.

Er is in Nederland een vrije pers, maar de interne correctiemechanismen van de journalistiek zoals Ombudsmannen zijn verregaand uitgekleed. Het mechanisme van zelfregulering heeft weinig tanden. Op sociale media is de tegenspraak en correctie zo goed als uitgeschakeld door het eilandenrijk van de bubbels.

Waar de publieke uitspraken van politici en opinieleiders raken aan of gaan over wetenschappelijk onderwerpen is in de media een evenknie van de Vereniging tegen de Kwakzalverij nodig die per omgaande en wijd verspreid corrigeert, in de goede context zet en deskundigen die onder de pretentie van alwetendheid buiten hun vakgebied gaan terechtwijst. Dan kunnen in elk geval de misverstanden die opgeroepen worden snel opgeruimd worden. Als het vuil van het land dat uit de studio’s en krantenredacties wordt verwijderd. En ook van de universiteiten.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOnze angst voor het virus geeft de staat te veel ruimte’ van Kees Versteegh in NRC, 28 februari 2921.

Foto 2: Schermafbeelding van deel aankondigingWebinar 2020 On demand: Sociale media, slecht voor de gezondheid?’ van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, 19 augustus en 21 oktober 2020.

Media moeten beseffen dat het ontlokken aan wetenschappers van uitspraken die buiten hun vakgebied gaan geen wetenschap meer is. Het geval Heino Falcke

Dit is het slot van een interview uit april 2019 van het invloedrijke Duitse weekblad Der Spiegel met hoogleraar Heino Falcke. Hij is hoogleraar Astrodeeltjesfysica en radioastronomie aan de Nijmeegse Radboud Universiteit.

De interviewer merkt in bovenstaand citaat op dat Falcke een vrome christen is, af en toe in de kerk predikt en vraagt hoe dat past bij de wetenschapper Falcke. De hoogleraar antwoordt: ‘Er zijn meer parallellen tussen geloof en wetenschap dan men zou denken. Beiden zoeken voor alles de reden. Maar de natuurkunde durft niet een stap verder te gaan en de vraag over God te stellen. Maar ik geloof dat mensen niet alleen uit natuurwetten bestaan. Mijn onderbuikgevoel vertelt me ​​dat er meer is. We hebben geest, gevoel en ziel. En dat onderbuikgevoel volg ik ook vaak in de wetenschap.’

Dit is een opmerkelijke uitspraak van Falcke over zowel religie als wetenschap die men van een 21ste eeuwse natuurwetenschapper niet zou verwachten. Het is een vreemde uitspraak. Falcke is geen theoloog of metafysicus en heeft over godsdienst niet meer expertise dan de gemiddelde Nederlander. Zijn mening dat het religieuze geloof net als wetenschap voor alles de reden zoekt is in strijd met de gangbare opvatting over wat geloof is. Hij lijkt losjes te refereren aan de Rooms-Katholieke encycliek Fides et Ratio die zich baseert op de 13de eeuwse Thomas van Aquino die onder meer stelt dat de aard van God door de rede kan worden vastgesteld.

Het struikelblok is niet dat Falcke een christelijke overtuiging heeft, maar dat hij die in de openbaarheid koppelt aan en vermengt met zijn wetenschappelijke status en functie. Onder de dekmantel van de Radboud Universiteit waar hij werkzaam is. Hij combineert de amateur-gelovige met de professionele-wetenschapper op zo’n wijze dat voor de argeloze beschouwer het verschil niet valt te onderscheiden. Dat is ongewenst en voor de wetenschap onaanvaardbaar. Het is in strijd met de wetenschappelijke methode die uitspraken in geldigheid afbakent.

Het is verneukeratief als wetenschappers vanuit hun status en functie uitspraken gaan doen over kwesties die buiten hun vakgebied liggen en waar ze even weinig van weten als Henk en Ingrid. Media gaan doorgaans mee in de misleiding dat genoemde wetenschappers hierover recht van spreken hebben of zwengelen dit zelfs aan. Der Spiegel maakt de fout door Falcke deze vraag op zo’n open manier te stellen. Falcke mag vervolgens grenzeloos associëren en speculeren. Zonder dat de interviewer dit in een juiste context plaatst ontstaat het beeld dat Falcke een wetenschappelijke uitspraak over het geloof doet. Zo blijft ongenoemd dat Falckes uitspraak over het geloof niet meer onderbouwd is dan de mening van Henk en Ingrid hierover.

Complotdenkers weten voor hun sociale media altijd weer wetenschappers te vinden die vanuit hun vakgebied A een uitspraak doen over vakgebied X. Het is onderhand een subgenre in de populaire media van wetenschappers die uitspraken doen over een vakgebied waar ze geen wetenschappelijke deskundigheid over hebben. Het valt de gevestigde media zwaar aan te rekenen dat ze daar niet zorgvuldiger mee omgaan door aan te geven dat dit zuiver amusement en speculatie betreft en niets met wetenschap te maken heeft. In de kern komt de houding van deze media neer op dezelfde minachting en hetzelfde onbegrip voor wetenschap dat bij radicaal-rechts bestaat.

Bekend is het voorbeeld van de chemicus die zonder expertise over de klimaatwetenschap zich in de publieke opinie ongestraft kan uitgeven als sceptische klimaatwetenschapper, zoals Frits Böttcher of Marcel Crok. Media die wetenschap serieus nemen en op juiste waarde willen schatten moeten verder kijken dan het oppervlakkige etiket ‘wetenschap’ als een catch all legitimatie. Media dienen te weten dat de afbakening van wetenschapsgebieden inherent is aan de wetenschap en dat ze voorzichtig moeten zijn om wetenschappers onder de pretentie van expertise uitspraken te ontlokken of af te dwingen over onderwerpen die buiten hun vakgebied vallen.

Foto: Schermafbeelding van deel interviewAntworten zu den ganz großen Fragen des Lebens’ van Jörg Römer in Der Spiegel, 11 april 2019. 

Wetenschappers geven Knevel antwoord zonder antwoord te geven. Laat geloof een geloof zijn en maak er niet meer van dan het is

Andries Knevel strikes again met zijn luisterend oor en zalvende blik. Het is aandoenlijk, maar ook wel wat ontluisterend om te zien hoe ‘gerenommeerde wetenschappers’ worden uitgenodigd in eigen voet te schieten onder de suggestie hun zaak te versterken. De een relativeert het belang van het christendom door het belijden ervan als een cultureel verschijnsel te zien. Tegelijk legitimeert hij het geloof door te claimen dat iedereen gelooft. Dat kan hij alleen rondbreien door de betekenis van geloof van betekenis te laten verschuiven door te zeggen dat iedereen een bepaald wereldbeeld aanhangt. Hij kan weten dat geloof en het aanhangen van een bepaald wereldbeeld totaal verschillende begrippen zijn en dus niet hetzelfde. De vrouw redeneert in cirkels. Zoals doorgaans bij dit soort gesprekjes over godsdienst. Ze geeft als tweede argument voor het geloven van christenen dat zij weet dat God echt is. Dit oogt zo simpel en onnozel dat het lastig is om er een onderbouwde en geloofwaardige uitspraak over de waarheid van het christendom in te ontwaren.

Twee christelijke wetenschappers worden het programma van de EO ingehaald om antwoord te geven op de vraag over de waarheid van het christelijk geloof en komen vervolgens met flutargumenten die geen antwoord op die vraag geven. Dat is ook logisch, want die antwoorden bestaan per definitie niet. Geloof is immers een overtuiging en geen wetenschap.

De fout waarom het zo misgaat ligt dan ook niet zozeer in beide personen die antwoord geven en hun best doen om er nog iets van te maken, maar in de persoon die de vragen stelt en diens pretentie om meer van een geloof te maken dan het echt is. Knevel denkt met zijn schijnbewegingen de zaak van het christelijk geloof te versterken, maar heeft niet door dat hij het omgekeerde bewerkstelligt. In ieder geval bij de objectieve waarnemer. Mogelijk gaat de gelovige loyaal mee in zijn warrige praatjes. Knevel doet aan branchevervaging en probeert de werking van religie filosofisch, cultureel en methodologisch op te rekken tot buiten haar eigenlijke domein. Dat is onverstandig en zal altijd averechts uitpakken.

SGP wenst Nederlandse militairen ‘Gods zegen’ in strijd tegen IS. Hoe erg is dit gebrek aan urgentie en verantwoordelijkheidsbesef?

Je zou maar in de Nederlandse krijgsmacht dienen en door een parlementariër van de SGP ‘Gods zegen’ in de strijd tegen IS toegewenst worden. Als ontvangende en dienende partij heb je dat te accepteren. Je wordt ongewild in de beeldvorming over een strijd tussen twee belangrijke religies getrokken. Te weten het christendom en de islam. Terwijl je als militair met andere dingen bezig bent dan religie of ‘Gods zegen’. Je moet je deze beeldvorming aan laten leunen, want het is een Nederlandse parlementariër die het zegt.

Hoe zo’n uitspraak ook past bij het theocratische DNA van de SGP en de parlementaire vrijheid om te spreken, het gaat een grens over en is ongewenst. Het is het voorbeeld van een poging om anderen christelijk jargon en denkwijze op te leggen. Chris Stoffer probeert zo zijdelings militairen van de Nederlandse krijgsmacht in te lijven in zijn wereldbeeld. Dat is een beperkt perspectief. In het publieke debat gelden regels voor mensen van diverse pluimage om met elkaar in discussie te gaan. Dat vereist schakelen van iedereen om over de eigen schaduw heen te springen om de ander open en zonder gebruik van eigen jargon tegemoet te treden. Stoffer kiest er bewust voor om zich niet-neutraal op het neutrale terrein van de Tweede Kamer op te stellen.

Er is de laatste maanden gedoe in de media over complotdenkers die wetenschap, journalistiek en politiek verdacht proberen te maken. Dat betreft een minderheid die op sociale media vooral met zichzelf in gesprek gaat. Het enige perspectief dat wisselt is dat de geïnterviewde scepticus de volgende keer de interviewer is. De inteelt van het complotdenken leidt tot een bunkermentaliteit. Dat bevordert het idee van buitengesloten zijn en leidt tot radicalisering. De isolatie van Geert Wilders is daar een vroeg voorbeeld van. Maar het gevaar voor de Nederlandse democratie komt niet van deze kleine geradicaliseerde minderheid malcontenten en ophitsers.

De gevestigde politiek laat het liggen. Zo’n SGP die in de beeldvorming de Nederlandse krijgsmacht in een heilige oorlog tegen de islamitische barbaren probeert te trekken. Of de politiek leider van het CDA die de strijd tegen de pandemie niet onder de knie krijgt en een minister van Justitie laat zitten die door zijn gebrek aan geloofwaardigheid dat verder aantast. Of een politiek leider van D66 die praat over normen en waarden zonder de sociaal-economische factoren die oorzaak zijn voor verdeeldheid boven aan de agenda te zetten.

Voorbeelden van falende politiek zijn talrijk. Als burgers afhaken en zich afzijdig opstellen en daarna opgevist worden door complotdenkers is dat geen falen van burgers die het niet begrijpen of complotdenkers die het verkeerd voorstellen. Het is het falen van een politieke klasse die de urgentie niet ziet van een democratie die onder druk staat, laat staan de weerbaarheid ervan snel repareert, maar blijft hangen in eigen profilering.

Een Wetenschap Weetje: ‘Sjamanisme was de eerste en nog steeds bestaande godsdienst’

Wie er achter het YouTube-kanaal ‘Wetenschap Weetjes’ zit is niet direct duidelijk. De contactgegevens van de FB-pagina ‘WetenschapsWeetjes’ waarnaar wordt verwezen vanaf de site https://www.wetenschapweetjes.nl wijzen naar Nadine Boke. Uit haar LinkedIn-pagina blijkt dat ze bioloog is die zich omgeschoold heeft tot wetenschapsjournalist en is ze ‘in de wetenschapscommunicatie beland’. Ze zegt dat haar ‘voornaamste specialisatie’ is om wetenschap te ‘vertalen’ naar ‘verhalen die toegankelijk zijn voor een breed publiek.’ Ze is sinds oktober 2018 ‘Science Communications Officer’ bij de bètafaculteit van de Universiteit van Amsterdam.

De titel van de video is ‘Sjamanisme was de eerste en nog steeds bestaande godsdienst’. Dat is voor een wetenschapsjournalist die wetenschap toegankelijk wil maken voor een breed publiek een opmerkelijke zin. Want er zit spanning tussen de onderdelen ‘eerste godsdienst’ en ‘nog steeds bestaande godsdienst’ die niet in samenstelling bestaan. Knap is dat Boke het over de ons bekende monotheïstische godsdiensten heeft zonder die met naam te noemen. Als ze in de toelichting zegt: ‘De wortels van profetie als geïnspireerde uiting van de onzichtbare wereld liggen in het sjamanisme’, dan relativeert ze niet alleen belang en uniciteit van die godsdiensten, maar ook de dogmatiek ervan. Want met haar opvatting van het Sjamanisme passeert Boke een opperwezen (God, Allah) dat met verticale, terugwerkende kracht door de leiders van betreffende godsdienst als constructeur van de wereld wordt gepostuleerd. Leuk wordt het als Boke in het filmpje zegt: ‘De reizen die de sjamanen maakten, voerden hen soms naar het domein van de goden of naar verafgelegen delen van de echte wereld.’ Feitelijk is door de monotheïstische godsdiensten met hun constructie van een opperwezen de mensen hun autonomie en beslissingsbevoegdheid én de binding met de natuur ontnomen.

Dat is nog eens een Wetenschap Weetje dat tot nadenken stemt en tussen de regels door meer informatie bevat dan het op het eerste gezicht leek. Deze video zet terloops aan tot zelf denken. En is daarom geslaagd.

Dadakademia profileert zich als eerste kunst en filosofie academie in Leiden. Wat zegt dat over de positie van het hoger onderwijs?

Studio Moio in Leiden kan niet verweten worden niet creatief met taal om te gaan. Het grossiert in termen die net naast bestaande termen van het reguliere onderwijs grijpen. Zoals de ‘MBO UniverCity’ of ‘Dadakademia’. Het is geen onderwijsinstituut maar een sociale onderneming. Het pretendeert veel, maar zou uiteindelijk best helemaal niets kunnen zijn. Veel vorm, weinig inhoud. Zeker weten doen we echter niet. Dat geeft er de spanning aan. Studio Moio rekt de eigen gravitas op door zich geaccepteerde termen aan te meten. En vangt zo losjes subsidie van de gemeente Leiden. Die bewuste begripsvervaging is grappig en verwarrend tegelijk.

Studio Moio presenteert de Dadakademia als ‘Kunstacademie’ op mbo en vmbo niveau. In dit project komen verschillende maatschappelijke en educatieve ontwikkelingen samen: afgenomen prestige en macht van de universiteiten, anti-intellectualisme, animositeit tegenover deskundigheid en wetenschap, vervlakking en afgenomen kwaliteit van het onderwijssysteem, commercialisering en versnippering van het onderwijs, oneigenlijk gebruik van de kunsten dat in strijd is met de elementaire functies ervan en de emancipatie van het middelbaar beroepsonderwijs dat omgekeerd evenredig is met de deëmancipatie van het hoger onderwijs.

Foto: Schermafbeelding van ‘Dadakademia, de eerste kunst&filosofie academie in Leiden…’ van Studio Moio, 24 mei 2020. 

Coronaviruscrisis leert dat religie nutteloos is in de genezing

Het zijn moeilijke tijden voor religieuze organisaties. Want religie is niet van belang in de bestrijding van het coronavirus. Andrew Seidel sluit bovenstaand artikel As coronavirus spreads, the futility of religion becomes obvious’ op FREETHOUGHT NOW! zo af: ‘Religie heeft niets te bieden in het licht van een pandemie. In plaats daarvan moeten we vertrouwen op wetenschap en geneeskunde’. Dat is een harde waarheid voor geestelijken die gelovigen aan zich willen binden. Wat voegt religie toe die in tegenstelling tot wetenschap en geneeskunde geen verschil kan maken? Dit roept een parafrase op een uitspraak van paus Johannes Paulus II op die voetbal de belangrijkste bijzaak in het leven noemde. De pandemie maakt echter duidelijk dat religie die bijzaak is.

Men kan zonder religie die niet onmisbaar is als het leven van mensen op het spel staat. Het verschil wordt in wetenschap en geneeskunde gemaakt, niet in religie. Noodgedwongen overtuigd van hun eigen nutteloosheid in de bestrijding van het coronavirus nemen religieuze organisaties hun toevlucht tot een verdedigingslinie: bidden en het bieden van troost. Dat is geen domme tactiek mits daarvan de pretentie niet te groot wordt gemaakt. Een voorbeeld hoe dat kan ontsporen in grootspraak en kapsones over de rol van de eigen organisatie geeft het onderstaande artikel ‘A Mighty Prayer Plan for Daily Hope, Strength, and Healing during the Coronavirus Crisis’ op Crosswalk. Het claimt dat ‘Een krachtig gebedsplan’ niet alleen hoop en kracht, maar ook genezing tijdens de coronaviruscrisis biedt. Dat laatste is niet alleen aantoonbare onzin, maar ook gevaarlijke kletspraat omdat het gelovigen weg kan houden van wetenschap en de reguliere geneeskunde.

Dit type artikelen van predikende beunhazen zonder veel wetenschappelijk, maar ook theologisch inzicht schiet zichzelf in de voet door het belang van religie zover op te rekken dat het lachwekkend wordt en in zijn tegendeel verkeert. Het zijn dankbare tijden voor degenen die mensen willen bijstaan. Met bidden kan het coronavirus niet genezen worden. Religieuze organisaties die dat weerspreken of zelfs het leven van hun gelovigen opofferen voor de eigen verkondiging maken zich schuldig aan misleiding en crimineel gedrag.

We moeten niet voorzichtig zijn in het aanwijzen van religieuze beunhazen als dwaallichten van een dwaalleer die zelfs tijdens een pandemie die vele mensenlevens eist hun hebzucht en onkunde niet kunnen beteugelen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel As coronavirus spreads, the futility of religion becomes obvious’ van Andrew Seidel op FREETHOUGHT NOW!, 12 maart 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikel ‘A Mighty Prayer Plan for Daily Hope, Strength, and Healing during the Coronavirus Crisis’ van Dawn Wilson op Crosswalk, 24 maart 2020.