George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Museum

Kunst als halffabrikaat voor persoonlijke ontwikkeling: de ‘Art Based Learning’-methodiek

with 4 comments

Roumayne Schepers heeft een bedrijf Leren Van Kunst. Ze neemt individuen of groepen mee naar het museum. In een artikel in De Telegraaf licht Schepers haar bedrijf en de achtergrond van haar bedrijf en haarzelf toe. Enkele citaten: ‘Door langere tijd naar hetzelfde kunstwerk te kijken, stimuleer je je associërend en verbeeldend vermogen en zo ontstaan nieuwe ideeën en inzichten’, ‘Het doel is om inzichten te krijgen en de creativiteit te stimuleren. Vaak weten mensen theoretisch het antwoord op hun vraag wel, maar voelen ze het nog niet.’ en ‘Als je het verhaal achter het werk kent, dan kan dat belemmerend werken. Ken je het niet, kom je eerder bij je eigen creativiteit.’ Wat dat betekent ‘eerder bij je creativiteit komen’ legt Schepers niet uit.

Schepers heeft geen kunstachtergrond of is opgeleid in een kunstvak of heeft zich gespecialiseerd in kunsteducatie. Ze zegt na haar studie farmacie twaalf jaar op de kwaliteitsafdeling van een grote apotheker gewerkt te hebben. Daar miste ze creativiteit, zo zegt ze. Toen ze een deeltijdstudie aan de fotoacademie volgde had ze naar eigen zeggen in het derde jaar ‘een creatieve blokkade’. Ze kreeg toen het advies van een docent om zich ‘te laten inspireren in een museum’. Daar hoorde ze van de Art Based Learning-methodiek die ze nu toepast in haar bedrijf. Dat is een methode die door Jeroen Lutters is ontwikkeld. Hij is lector kunst- en cultuureducatie bij ArtEZ en is gepromoveerd bij literatuurwetenschapper en narratologe Mieke Bal. De focalisatietheorie die Bal mede heeft ontwikkeld en een onderscheid aanbrengt tussen verteller en focalisator, ofwel de verwoorder van de visie, lijkt als model ten grondlag te liggen aan de Art Based Learning-methodiek.

De methodiek krijgt positieve kritieken en lijkt zonder nadelen te zijn. De vraag is of dat goed doordacht is of dat het debat erover nog moet beginnen. Hier legt Astrid Rass de vier stappen van Art Based Learning uit. NRC-columniste Clarice Gargard die in Museum Voorlinden deelnam aan een Art Based Learning-sessie van Schepers bedrijf Leren Van Kunst maakt in de titel van haar column duidelijk waar het bij deze methode om gaat: ‘Hoe kunst kan helpen om onszelf te verstaan.’ Dat lijkt tevens het grootste bezwaar van de methodiek, namelijk dat het kunst op een gerichte wijze inzet voor de eigen persoonlijke ontwikkeling waarbij kunst als kunst buiten beeld raakt. Rass omschrijft dat zo: ‘onderwijs ook als middel voor het vormgeven van de eigen identiteit.’ Al lang wordt aan kunst deze functie toegedicht. Zo wordt vaak beweerd dat het lezen en doorgronden van romans de empathie van de lezer kan helpen ontwikkelen. Maar dat is wat anders dan kunst tot onderdeel maken van een methode die dient om de persoonlijke ontwikkeling of de vormgeving van de eigen identiteit te dienen. Dan wordt kunst tot een halffabrikaat waarbij het niet om de kunst draait, maar waar kunst met verlies van haar functies dienstbaar en ondergeschikt aan een ander doel wordt gemaakt. Hoe zinvol de methodiek van Art Based Learning ook is. Daarnaast wordt kunst in een extra commercieel frame gedrongen. Een sessie van 2 uur persoonlijke begeleiding bij Leren Van Kunst kost 180 euro per persoon.

Foto: Schermafbeelding van deel van site Leren Van Kunst, het bedrijf van Roumayne Schepers dat de Art Based Learning-methodiek van Jeroen Lutters in musea toepast.

Advertenties

‘Museumcijfers 2017’ van de Museumvereniging: Onbetaalde krachten zijn de kanaries in de kolenmijn van de museumsector

with 2 comments

Het zijn opvallende cijfers over de werkgelegenheid in musea die de Museumvereniging heeft gepubliceerd in het jaarlijkse overzicht ‘Museumcijfers 2017’. Van de 40.000 mensen die in de museumsector werkzaam zijn worden er 27.000 niet betaald. Dat zijn vrijwilligers en stagiairs. De ‘Museumcijfers 2016’ gaven een ander beeld. Daarin stond te lezen: ‘Geschiedenismusea en musea voor bedrijf, wetenschap en techniek maken – ook gemeten in voltijdbanen – relatief veel gebruik van vrijwilligers en stagiairs. Kunstmusea en musea voor volkenkunde doen veel minder een beroep op onbetaalde krachten’ en uit onderstaande figuur 5.3 ‘FTE’s onbetaalde krachten als percentage van het totaal aantal FTE’s naar provincie, 2016’ bleek dat dit voor Nederland 28% was. Dit verschil in beeldvorming heeft ermee te maken wat men vergelijkt: FTE’s of het aantal in de museumsector werkzame mensen. Het is appels met peren vergelijken. Veelbetekenend is dat voor het eerst in de ‘Museumcijfers 2017’ de Museumvereniging krachtig vaststelt dat 68% van de bijna 40.000 in musea werkzame mensen onbetaald werkt. Men kan er alleen maar naar gissen voor wie deze opvallende, en ook wel onheilspellende cijfers in de eerste plaats bedoeld zijn. Is het een signaal aan de Haagse politiek dat kleinere en middelgrote musea financieel niet verder uitgekleed kunnen worden en dat daar echt geen vlees meer op de botten zit? De onbetaalde krachten zijn de kanaries in de kolenmijn van de museumsector.

Foto 1: Schermafbeelding uit ‘Museumcijfers 2017’ van de Museumvereniging (p.28), 2018.

Foto 2: Schermafbeelding uit ‘Museumcijfers 2016’ van de Museumvereniging (p.26), 2017.

Written by George Knight

4 oktober 2018 at 21:12

Bedenkingen bij de marketingcampagne ‘Bingo Battle’ om jonge mensen enthousiast te maken over musea. Hoe loos is de ambitie?

with 2 comments

Het artikelBingo Battle! Herontdek het museum met 7 BN’ers: van rappers en vloggers tot acteurs!’ op de website Kids en Jongeren Marketing gaat in op de vraag hoe jonge mensen enthousiast te krijgen zijn over musea. De marketingsite stelt dat het ‘een vraag [is] die de instellingen al langer bezighoudt en ook voor de overheid is het een hot item. Daarom hebben MuseumTV en CJP, met hulp van het Mondriaan Fonds, de Bingo Battle in het leven geroepen. De gekozen nieuwe aanpak is ‘een ‘challenge’ in een street art huisstijl die goed past bij het kijkgedrag van deze jongeren’. De marketing wordt opgebouwd rond ‘doelgroepsrelevante BN’ers’. Dus mediapersonen die bekend zijn bij de jongeren of waarvan de marketeers denken dat dat zo is.

De aanpak wordt in het artikel uitgelegd: ‘Musea zien in dat jongeren, voor wie kunst en cultuur misschien minder vanzelfsprekend is, absoluut te interesseren zijn voor dit onderwerp – mits het op een andere manier wordt aangepakt. Jonge mensen kijken namelijk op een andere, meer intuïtieve manier naar kunst, cultuur en wetenschap: ze willen dingen ontdekken vanuit hun eigen interesses. Ze blijken vooral geïnteresseerd in cultuur die aansluit bij hun jeugdcultuur en belevingswereld en het internet is voor hen een belangrijke bron voor cultuurparticipatie.’ Het voorbehoud ‘misschien’ maakt duidelijk dat dit niet voor iedereen geldt omdat er vele soorten jongeren zijn. De marketingcampagne is vooral gericht op mbo-leerlingen zoals CJP Directeur Walter Groenen stelt. Daarom is de opzet van de campagne verhullen en niet helder over de doelgroep die het tracht aan te spreken. Opmerkelijk is ook dat de ‘doelgroeprelevante BN’ers’ allen afkomstig zijn uit het populaire lichte amusement. Hebben jongeren alleen daar interesse voor of kunnen ze zich alleen daar mee identificeren? Dat lijkt jongeren niet serieus te nemen en te reduceren tot consumenten van lichte kost.

Het is vanzelfsprekend prima om jongeren (of mbo-leerlingen) in contact te brengen met kunst en musea. Maar dit betekent niet dat alles kan en de marketing van de Bingo Battle! de juiste aanpak gevonden heeft en geen nadere bedenkingen verdient. Ermee worden ten behoeve van de marketing, musea en kunst eenduidig in de hoek van het spektakel en vermaak en de beleving geplaatst. Het levensgrote risico is dat de jongeren door deze marketing enthousiast worden over musea, maar daar tegelijk een vervormd beeld van krijgen dat ze hun hele leven niet meer kwijtraken. Dan is de marketingcampagne voor de looptijd ervan geslaagd omdat jongeren de weg naar het museum weten te vinden, maar zijn in dat proces het beeld wat jongeren van musea en kunst hebben en de musea zelf zo gecorrumpeerd dat het voor de lange termijn averechts werkt.

De opgave om jongeren of laagopgeleiden voor kunst en musea te interesseren is geen makkelijke. Als de samenleving vindt dat deze verbreding nodig is, dan moet er beleid ontwikkeld worden om deze lastig te bereiken doelgroepen te interesseren. Het is vanzelfsprekend om dit via het onderwijs te realiseren. Hoewel de vraag blijft waarom zoveel mogelijk jongeren met kunst en musea in aanraking moeten worden gebracht als dit bij hen zoveel weerstand oproept en alleen in een gepopulariseerde vorm kan. De functie van kunst staat haaks op hoe die in de marketingcampagne wordt voorgesteld. Kunst valt niet te reduceren tot beleving en is al helemaal geen ‘pretentieloze manier van kijken’, maar het omgekeerde. Het lijkt er dan ook op dat de marketingcampagne meer kwaad dan goed doet. Of in elk geval elementen bevat die verkeerd uitpakken.

De reden dat dit lijkt te kunnen gebeuren is dat vele marketeers van buiten de museumsector en marketing-afdelingen van musea toestemming hebben gekregen om deze campagne op te zetten met als allesbepalende opdracht en criterium het vergroten van het bereik. Dat drukt de inhoud van kunst én de wetenschappelijke deskundigen binnen museumsector en bij kunsthistorische instituten weg. Wat overblijft is een lege huls van vermarkten die vele doelen dient: het idee van daadkracht, een antwoord op de eisen van de politiek, en de beschermende onzichtbaarmaking van de museumsector door dicht aan te schurken tegen het populisme.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBingo Battle! Herontdek het museum met 7 BN’ers: van rappers en vloggers tot acteurs!’ door ‘gastblogger’ (‘Onze gastbloggers zijn allemaal autoriteiten op het gebied van kids- en jongerenmarketing’) op Kids en Jongeren Marketing, 25 september 2018.

Van Gogh Museum en Vans lanceren kledinglijn en schoenen. Dit zou eraan meehelpen om mensen te verrijken en te inspireren

with 2 comments

Het Van Gogh Museum heeft samen met het van oorsprong Californische Vans schoenen en een kledinglijn gelanceerd. Zakelijk leider van het museum Adriaan Dönszelmann zegt erover erg blij te zijn: ‘We zijn erg blij met de samenwerking tussen Vans en het Van Gogh Museum, omdat het project nauw aansluit bij onze missie om het leven en werk van Vincent van Gogh toegankelijk te maken voor zoveel mogelijk mensen om hen te verrijken en te inspireren.’ De claim is dat kleding en schoenen van Vans eraan meehelpen om via Van Goghs werk mensen te verrijken en te inspireren. De winst uit dit project ‘komt ten goede aan het behoud en het beheer van het nalatenschap van Vincent van Gogh en de kunst van zijn tijd’. Het museum heeft de afdelingVan Gogh Museum Enterprises’ die samen met bedrijven ‘branded producten’ ontwikkelt die zijn geïnspireerd op Van Goghs werk. Vans Global Marketing Manager Samantha Goretski verwoordt het in het filmpje vanuit Vans’ perspectief: ‘unfolding art as a fundamental vehicle for creative exploration’. Kunst ontplooien als fundamenteel middel voor creatieve verkenning. Het museum laat zich deze holle marketingtaal aanleunen.

Bij buitenmuurse presentaties van musea is populisme de valkuil

leave a comment »

Presentatie van objecten uit een museumcollectie buiten de muren van het museum is geen nieuwigheid. Schiphol, trein- en metrostations, hotels, stadskantoren of de etalages van de Hema of de Bijenkorf zijn als vanouds bekende plekken om objecten van (plaatselijke) musea te tonen. De opzet is drieledig. De betreffende plek wint er prestige mee, het museum krijgt er een extra presentatieplek bij en het museum stelt zich in de beeldvorming open naar de samenleving -of het eigen gemeentebestuur- en lijkt te zeggen dat het uit de ivoren toren neerdaalt tot middenin de samenleving. Voorzover is er niets bijzonders aan de hand.

Vraag is onder welke voorwaarden die presentatie ‘extra muros’ gebeurt. Wie is ervoor verantwoordelijk en beslist over de selectie? Uiteindelijk is dat het museumpersoneel dat procedures over behoud volgt. Museale objecten worden nauwgezet geconserveerd. Ze kunnen schade oplopen door veranderingen in lichtsterkte, luchtvochtigheid en temperatuur of door schokken. Het is de afdeling Collectie die verantwoordelijk is voor het uitlenen van objecten, hoewel het een eeuwig gevecht is met de afdeling Presentatie die daar rekkelijker in staat en een ander belang heeft. De rekkelijke kant heeft afgelopen jaren binnen musea terrein gewonnen.

Presentatie van voorwerpen buiten de museummuren kan op vele manieren. Geïnitieerd vanuit de doelstelling van het museum en volledig in eigen beheer of vanuit de doelstelling van een externe partij. In dat laatste geval ligt het populisme op de loer. Pop-up musea schieten uit de grond. Een pop-up museum is alleen in naam een museum. Het mist de kenmerken die een museum tot museum maken. Het haakt aan bij de tentoonstellingsmachine die sommige musea zijn geworden. Het is uitsluitend presentatie. Niets meer dan dat. Bedrijven, kunstfondsen of televisieprogramma’s willen maar al te graag hun naam aan musea verbinden.

Een stap die daar op reageert is dat musea bewust de koppeling met de sfeer van kosmopolitisme, reclame en bekendheid maken. Met als gevolg dat de doelstelling van een museum nog verder uit beeld raakt. Voorbeeld voor dit populisme is het project Museum van het NMvW. Bekende Nederlanders als als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Filemon Wesselink opende gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Of er echt een duurzame relatie met de samenleving wordt gelegd is de vraag.

Musea doen in de publiciteit over buitenmuurse presentaties net alsof ze uit de lucht komen vallen en strikte voorwaarden over conservering niet meespelen en de sky the limit is in de selectie. Zo zegt perswoordvoerder Ilse Cornelis  van het Van Abbemuseum dat ‘de samensteller van de Van der Valk-collectie kan straks ook een topvoetballer zijn, een wetenschapper, of misschien wel de receptionist van het hotel’. Echt? Het kan bijna niet dat wat ze zegt ze zelf gelooft. Het klinkt niet alleen modieus en gaat voorbij aan de expertise die binnen musea bestaat, maar vertegenwoordigt ook uitsluitend de Presentatie/Marketing-kant van het museum.

Het tentoonspreiden van volkse gewoonheid en ruimdenkendheid, en een beeld van ‘alles kan’ worden zo deel van de marketing van een hedendaags kunstmuseum. Het museum presenteert zich als getapte jongen of meisje. Met als nevendoel om ook de subsidiegevers van de in gang gezette gewoonheid te overtuigen. Een museum is echter niet gewoon, maar buitengewoon. Achter de schermen wordt een voorselectie uitgevoerd en de topvoetballer, een wetenschapper of de receptionist van het hotel worden door de marketing bij de arm genomen, in een format geduwd om als front te dienen om de maatschappelijke binding van het museum te accentueren. Het museum dat zich zo heerlijk democratisch en transparant presenteert. Aan de buitenkant.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVan der Valk Eindhoven krijgt kunst uit museum’ op Misset Horeca, 26 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelVan Abbemuseum gaat samenwerken met Van der Valk-hotel Eindhoven’ op ED, 18 maart 2018.

Advertentie roept op tot terugroepen Ruf naar Stedelijk. Welke lobby zit erachter, hoe gewenst en bestuurlijk zorgvuldig is het?

with 16 comments

Een groep binnen- en buitenlandse mensen uit de kunstwereld doet een oproep in een advertentie in Het Parool. Ze roepen Beatrix Ruf om op terug te keren naar het Stedelijk Museum ‘vanwege haar artistiek visie‘. Op 17 oktober 2017 kondigde het museum in een persbericht aan dat Ruf had besloten per direct terug te treden als directeur. De oproep is opmerkelijk omdat er momenteel twee onderzoeken lopen naar goed bestuur, transparantie en nevenfuncties, en naar de naleving van de beloningsregelgeving en de Wet Normering Topinkomens. Een persbericht van 18 december 2017 geeft de positie van de Raad van Toezicht: ‘De Raad wil wachten met de benoeming van de nieuwe directie tot na afronding van de onderzoeken en tot na het advies van de Amsterdamse Kunstraad over de positionering van het Stedelijk Museum. Ook de benoeming van een nieuwe voorzitter en een nieuw lid van de Raad van Toezicht zal pas daarna plaatsvinden.’

De advertentie doorkruist willens en wetens deze planning. Vraag is van wie het initiatief komt en of Ruf erin gekend is. De advertentie geeft aan wat er verkeerd is aan het Stedelijk. Lobbygroepen proberen elkaar de loef af te steken en hun gelijk te halen. Daarbij speelt dat ondertekenaars zich ermee profileren en sommigen zich naar voren dringen door alvast voor te sorteren op een terugkomst van Ruf. Of een Ruf-achtige directeur. Bestuurlijk is het onverstandig om op de uitkomsten van de onderzoeken vooruit te lopen. Stel dat Ruf niet ongeschonden uit de onderzoeken komt, dan komt het Stedelijk van de regen in de drup. Ondertekenaars die beter zouden moeten weten beschadigen vooral hun eigen geloofwaardigheid met het lenen van hun naam.

Foto: Schermafbeelding van advertentieRoep Ruf Terug’ in Het Parool, 17 februari 2018.

Project van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België: De helende kracht van kunst

leave a comment »

De video van de ‘Royal Museums of Fine Arts of Belgium Brussels’ is getiteld ‘De helende kracht van kunst’. Het is een project ‘Onder de hoge bescherming van Prinses Amaury de Merode In samenwerking met IN/FINITY, BR.E.L., Forum Paliatieve Zorg, MATCHBOX, TOPAZ Met de steun van de VGC, de Vlaamse Overheid’.

Wat zich in de museumzaal afspeelt lijkt eerder gekoppeld aan alternatieve geneeswijze met paranormale en therapeutische handelingen dan aan beeldende kunst. Ook wordt kunst in de sfeer van de kookprogramma’s getrokken door een uitspraak van een van de sprekers: ‘de menselijke creativiteit is wezenlijk voor zijn zijn, zij is de taartbodem’. In de uitleg vallen de begrippen ‘intuïtief’, ‘zorg’ en ‘troost’ en ‘uw diepste existentiële zijn’. Toe maar, dat is niet mis. Zo valt deze framing van beeldende kunst steeds meer samen met godsdienst.

De opvatting bij de geïnterviewden dat kunst instrumenteel is voor het (wel)zijn van de mens is zowel een zwakte- als sterktebod. Het gunt kunst geen eigen functie, maar maakt een getemde, bijgevijlde en hapklare versie ervan ondergeschikt aan maatschappelijke doeleinden. Het ziet kunst echter ook als waardevol genoeg om mensen te verbinden, motiveren en inspireren. Zo wordt geprobeerd kunst in te zetten om het menselijk tekort op te vullen of via de omweg van het positief denken te verhullen. Met als opzet om de mens weer heel te maken. Uit de bijeenkomst echoot het gebed van de kunst dat de verticale godsdienstoefening vervangt.

Written by George Knight

2 februari 2018 at 16:01