George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Museum

Er moet een masterplan komen voor de museumsector als geheel

leave a comment »

Het is ernstig dat een op de vier musea in het voortbestaan bedreigd wordt. Maar misschien minder ernstig dan het lijkt.

Musea zijn (hoe kan het anders) een symptoom van de dolgedraaide consumptiemaatschappij geworden. Het is het afgelopen decennium hard gegaan met bezoekcijfers, marketing en popularisering. Net zoals de horeca, de reis- en evenementenbranche die niet organisch zijn gegroeid.

Dat heeft tot ongewenste effecten geleid. Die kunnen nu in het kielzog van COVID-19 gecorrigeerd worden. Het is een cliché, maar deze crisis biedt kansen om het museumbestand op te schonen. Door het kaf van het koren te scheiden. Sommige musea worden slecht geleid. Dat kan in een sector waar de lat laag ligt.

Daarbij lijkt er in Nederland een overschot aan musea te zijn. Zeg een surplus van 15%. Het moet niet als taboe ervaren worden om een museum te sluiten of daar zelfs maar een debat over te beginnen.

Hoofdzaak is wel dat de waardevolle en interessante musea worden gesteund en blijven bestaan. Het geld om musea te redden is beperkt zodat het niet besteed dient te worden aan musea die niet vitaal en essentieel zijn. Daarom moet er een keuze gemaakt worden waarbij de Nederlandse museumsector als integraal wordt beschouwd. Dat is echter lastig vanwege het regionale en lokale accent dat de afgelopen jaren door beleid van politieke partijen en commissies is versterkt.

Probleem voor de Museumvereniging is dat het geen voorkeur kan uitspreken omdat het als belangenbehartiger logischerwijze op moet komen voor de museumsector als geheel. Zodat het ook geen onderscheid kan maken tussen musea en aanbevelingen kan doen over het voortbestaan van incidente musea. Zo ontstaat een probleem van het probleem.

Wat is de instantie die objectief van een afstand kijkt welke musea wel of niet de moeite waard zijn om gered te worden en daar advies aan de overheden aan geeft? Is hier een rol voor de Raad voor Cultuur weggelegd?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEen op de vier musea in voortbestaan bedreigd’ van NOS, 23 juli 2020.

Nogmaals ‘Monarchie hoort in het museum. Laat daarom de Gouden Koets rijden’. Een storm van ongenoegen wacht de instituties

with 6 comments

I. Er staan op Petities.nl drie tamelijk brave petities met de strekking dat de gouden koets naar een museum moet. Zie hier, hier en hier. Maar als dat idee geïsoleerd wordt, dan heeft het weinig betekenis. De petities houden zich in en lijken niet te weten hoever ze durven gaan. Ze hebben kritiek op de gouden koets en het kolonialisme, maar dat zijn makkelijke voor de hand liggende symbolen. Want onderhand is een meerderheid tegen het kolonialisme en de symbolen daarvan, zoals standbeelden en zoiets als een gouden koets.

Daarnaast wenden de petities zich tot de Tweede Kamer dat het focuspunt van de gevestigde orde is. Dat soort onderdanigheid is niet de manier waarop een protest van onderop behoort te werken. Nu is het het moment om verder te denken. Niet de symbolen, maar het systeem van de ongelijkheid en het onrecht ofwel de machtsstructuur dient aangepakt te worden vanwege de rugwind van de protesten. Wie doordenkt komt uit bij de slotsom dat het Nederlandse koninklijk huis naar het museum moet. Dan pas krijgt het protest smoel.
 

II. In 2015 schreef ik het commentaarMonarchie hoort in het museum. Laat daarom de Gouden Koets rijden’:
‘Er is iets opvallends aan de hand met het opinieartikel van Joris Hanse voor Joop.nl. Niet hij, maar de reageerders trekken de ultieme consequentie uit zijn woorden. Ze pleiten voor afschaffing van de structuur achter de Gouden Koets: de monarchie. Hanse redeneert vanuit de haalbaarheid van de praktische politiek. Hij laat het bij het pleidooi om de Gouden Koets als symbool ‘voor al het leed dat Nederland in vier eeuwen overzee heeft aangericht’ naar het museum te verplaatsen. Op Prinsjesdag rijdt de koning in de Gouden Koets naar de Ridderzaal waar hij de troonrede uitspreekt. Het is de opening van het parlementaire jaar.

Waar Hanse doet aan symboolpolitiek door alleen de Gouden Koets aan te pakken gaan de reageerders verder: ‘Word het niet eens tijd dat het 110 miljoen kostende sprookje ook richting museum verdwijnt en een replica van WILLEM de overbodige bij het wassenbeelden museum voor de genen die zo nodig moeten zwaaien’, zegt Ton de Vries. Olav Meijer meent: ‘Natuurlijk hoort de gouden koets in een museum, net zoals het koningshuis zelf’ en Anja Lodewijks is consequent: ‘Daarom doe de koning in het museum, dan gaat de koets vanzelf mee.’ Eric Minnens koppelt juist monarchie en Gouden Koets los: ‘Anders gezegd: het is gemakkelijker een nieuwe koets aan te schaffen dan de monarchie af te schaffen.’ Het museum als opslag voor het ongewenste.

Er zijn vier opties: 1) Schaf de Gouden Koets (GK) af en de monarchie (M) niet; 2) Schaf GK en M af; 3) Schaf GK niet af en M wel; 4) Schaf GK en M niet af. Optie 3 vervalt omdat het onlogisch is een symbool te laten bestaan van een monarchie die afgeschat wordt. Optie 1 waar ook Joris Hanse voor pleit is een polderoplossing die de verschijningsvorm aanpast, maar de machtsstructuur erachter ongemoeid laat. Optie 4 is een voortzetting van de bestaande situatie. Optie 2 is de radicale oplossing die zowel symbool (GK) als structuur (M) aanpakt.

Hanse heeft gelijk met zijn opstelling omdat de macht van de monarchie op dit moment te sterk is om deze af te schaffen. Politieke partijen zien dat de pro-monarchistische krachten te sterk zijn en doen nu geen moeite om in principiële Republikeinse standpunten te investeren. Ik kwam in 2011 in een blogposting tot een exact tegenovergesteld standpunt als Hanse: ‘Het gevolg van de discussie rond het linkerpaneel van de Gouden Koets is dat links en rechts zich verschansen in de loopgraven. En dat het Koninklijk Huis opnieuw onderwerp van discussie is geworden.’ Anders gezegd, wie voor afschaffing van de monarchie is moet de Gouden Koets niet afschaffen, maar die als antireclame voor de monarchie juist laten blijven rijden. Leve de Gouden Koets!’

 
III. De politieke afweging van de zomer van 2020 is of de macht van de monarchie nog steeds sterk genoeg is om niet ter discussie gesteld te worden. Hoe dan ook werken deze halfslachtige petities die verzoeken om de gouden koets naar het museum te rijden averechts omdat ze niet de macht, maar slechts de symboliek van de macht aanpakken. In reactie op een FB-post van Tjebbe van Tijen (zie ook dit commentaar uit 2013 over de bibliotheek van het Tropeninstituut) schreef ik het volgende: ‘Mee eens Tjebbe. Laten we gelijk schoon schip maken en die hele Nederlandse koninklijke familie naar het museum overbrengen. Maar ik ben het er niet mee eens om de standbeelden in het water te gooien. Die kunnen ook naar het museum. Probleem is namelijk waar het opruimen stopt. Wie weet is er een radicale factie te vinden die mensen als Nelson Mandela, Rudolf Thorbecke of Anton de Kom om welke reden dan ook bij het oud vuil wil zetten. Interessant is de positie van het management van het Tropenmuseum of het NMVW dat zich afgelopen jaren zo politiek correct heeft gedragen. Gaan zij de storm doorstaan of radicaliseren ze nog verder richting politieke correctheid?’

Foto: Koning Willem-Alexander in de Gouden Koets, Prinsjesdag 2013.

Achmea opent een tentoonstelling, maar geen museum

leave a comment »

Hemelbestormend is de vraag niet wat een museum tot een museum maakt. Toch is het geen oninteressante vraag omdat het in het voorbijgaan de functies van een museum benadrukt. Zoals naast presentatie ook registratie, documentatie, onderzoek en collectievorming. Want een tentoonstelling maakt nog geen museum.

Zo ontstaat het misverstand over een tentoonstelling bij Achmea. Voorzitter Willem van Duin heeft het over een museum, maar lijkt niet goed te begrijpen waarover hij praat. Hij is niet goed gebriefd. De deskundigen van Achmea, te weten projectleider Marieke Hamming en bedrijfshistoricus Wim Dral weten dat wel en praten over een tentoonstelling of een fysieke plek voor het tonen van de eigen coöperatieve geschiedenis. Ook in een persbericht heeft Achmea het over een tentoonstelling of expositie en vermijdt het de term museum.

Tot sommige media dringt dat verschil tussen een tentoonstelling en een museum niet door, zoals blijkt uit onderstaand bericht van BNR Nieuwsradio dat meent dat Achmea een museum opent. Dit medium doet aan desinformatie. Dat roept de vraag op over de journalistieke zorgvuldigheid en kwaliteit van BNR Nieuwsradio.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelACHMEA OPENT EIGEN MUSEUM’ van BNR Nieuwsradio, 9 november 2019.

Written by George Knight

15 november 2019 at 13:18

Kritiek op een museum dat geen museum is: ‘WONDR Experience’ in Amsterdam-Noord

leave a comment »

Bijzonder, een protest tegen een museum dat geen museum is. WONDR Experience in Amsterdam-Noord is een ‘interactieve experience’. Beleving dus. In ronkende termen verkoopt het zichzelf: ‘a dazzling adventure’,  ‘a journey to create a confetti-sprinkled world of color and sensation’ of ‘a unique immersive experience’.

Kunsthistorica Nathalie Maciesza legt desgevraagd uit: ‘Musea zijn instellingen waar kunst- en cultuurerfgoed onder andere bewaard, onderzocht en tentoongesteld wordt. Dat doet WONDR niet. Het lastige met het begrip ‘museum’ is dat het niet beschermd is. Iedereen kan zijn instelling een museum noemen’. Het bijzondere is echter dat WONDR Experience zich helemaal niet presenteert als museum, maar anderen dat ervan maken.

AT5 geeft bovenstaande video de kop: ‘Pop-up museum in Noord beklad uit protest tegen gentrificatie’. De demonstranten van actiegroep Verdedig Noord (Eis 5 uit het Manifest: ‘DAT KUNSTINSTELLINGEN KRITISCH WORDEN GETEST OP HUN (TEKORT AAN) VERHOUDING TOT DE BUURT EN DE BEWONERS WAAR ZIJ TUSSEN ZIJN KOMEN WERKEN’) verven op de muur van het gebouw Meeuwenlaan 88 hun kritiek: ‘Marshmallow Museum?’ en hebben het volgens het verslag van AT5 over een ‘Zelfbenoemd Selfie Museum’. Kaartjes, die in het jargon van de ‘immersive pop-up experience’ tickets worden genoemd kosten €24,50. Dat wordt door bewoners als ongepast ervaren. Wordt de wijk trouwens niet eerder af- dan opgewaardeerd met deze WONDR Experience?

Written by George Knight

20 oktober 2019 at 17:07

Kunst als halffabrikaat voor persoonlijke ontwikkeling: de ‘Art Based Learning’-methodiek

with 4 comments

Roumayne Schepers heeft een bedrijf Leren Van Kunst. Ze neemt individuen of groepen mee naar het museum. In een artikel in De Telegraaf licht Schepers haar bedrijf en de achtergrond van haar bedrijf en haarzelf toe. Enkele citaten: ‘Door langere tijd naar hetzelfde kunstwerk te kijken, stimuleer je je associërend en verbeeldend vermogen en zo ontstaan nieuwe ideeën en inzichten’, ‘Het doel is om inzichten te krijgen en de creativiteit te stimuleren. Vaak weten mensen theoretisch het antwoord op hun vraag wel, maar voelen ze het nog niet.’ en ‘Als je het verhaal achter het werk kent, dan kan dat belemmerend werken. Ken je het niet, kom je eerder bij je eigen creativiteit.’ Wat dat betekent ‘eerder bij je creativiteit komen’ legt Schepers niet uit.

Schepers heeft geen kunstachtergrond of is opgeleid in een kunstvak of heeft zich gespecialiseerd in kunsteducatie. Ze zegt na haar studie farmacie twaalf jaar op de kwaliteitsafdeling van een grote apotheker gewerkt te hebben. Daar miste ze creativiteit, zo zegt ze. Toen ze een deeltijdstudie aan de fotoacademie volgde had ze naar eigen zeggen in het derde jaar ‘een creatieve blokkade’. Ze kreeg toen het advies van een docent om zich ‘te laten inspireren in een museum’. Daar hoorde ze van de Art Based Learning-methodiek die ze nu toepast in haar bedrijf. Dat is een methode die door Jeroen Lutters is ontwikkeld. Hij is lector kunst- en cultuureducatie bij ArtEZ en is gepromoveerd bij literatuurwetenschapper en narratologe Mieke Bal. De focalisatietheorie die Bal mede heeft ontwikkeld en een onderscheid aanbrengt tussen verteller en focalisator, ofwel de verwoorder van de visie, lijkt als model ten grondlag te liggen aan de Art Based Learning-methodiek.

De methodiek krijgt positieve kritieken en lijkt zonder nadelen te zijn. De vraag is of dat goed doordacht is of dat het debat erover nog moet beginnen. Hier legt Astrid Rass de vier stappen van Art Based Learning uit. NRC-columniste Clarice Gargard die in Museum Voorlinden deelnam aan een Art Based Learning-sessie van Schepers bedrijf Leren Van Kunst maakt in de titel van haar column duidelijk waar het bij deze methode om gaat: ‘Hoe kunst kan helpen om onszelf te verstaan.’ Dat lijkt tevens het grootste bezwaar van de methodiek, namelijk dat het kunst op een gerichte wijze inzet voor de eigen persoonlijke ontwikkeling waarbij kunst als kunst buiten beeld raakt. Rass omschrijft dat zo: ‘onderwijs ook als middel voor het vormgeven van de eigen identiteit.’ Al lang wordt aan kunst deze functie toegedicht. Zo wordt vaak beweerd dat het lezen en doorgronden van romans de empathie van de lezer kan helpen ontwikkelen. Maar dat is wat anders dan kunst tot onderdeel maken van een methode die dient om de persoonlijke ontwikkeling of de vormgeving van de eigen identiteit te dienen. Dan wordt kunst tot een halffabrikaat waarbij het niet om de kunst draait, maar waar kunst met verlies van haar functies dienstbaar en ondergeschikt aan een ander doel wordt gemaakt. Hoe zinvol de methodiek van Art Based Learning ook is. Daarnaast wordt kunst in een extra commercieel frame gedrongen. Een sessie van 2 uur persoonlijke begeleiding bij Leren Van Kunst kost 180 euro per persoon.

Foto: Schermafbeelding van deel van site Leren Van Kunst, het bedrijf van Roumayne Schepers dat de Art Based Learning-methodiek van Jeroen Lutters in musea toepast.

‘Museumcijfers 2017’ van de Museumvereniging: Onbetaalde krachten zijn de kanaries in de kolenmijn van de museumsector

with 2 comments

Het zijn opvallende cijfers over de werkgelegenheid in musea die de Museumvereniging heeft gepubliceerd in het jaarlijkse overzicht ‘Museumcijfers 2017’. Van de 40.000 mensen die in de museumsector werkzaam zijn worden er 27.000 niet betaald. Dat zijn vrijwilligers en stagiairs. De ‘Museumcijfers 2016’ gaven een ander beeld. Daarin stond te lezen: ‘Geschiedenismusea en musea voor bedrijf, wetenschap en techniek maken – ook gemeten in voltijdbanen – relatief veel gebruik van vrijwilligers en stagiairs. Kunstmusea en musea voor volkenkunde doen veel minder een beroep op onbetaalde krachten’ en uit onderstaande figuur 5.3 ‘FTE’s onbetaalde krachten als percentage van het totaal aantal FTE’s naar provincie, 2016’ bleek dat dit voor Nederland 28% was. Dit verschil in beeldvorming heeft ermee te maken wat men vergelijkt: FTE’s of het aantal in de museumsector werkzame mensen. Het is appels met peren vergelijken. Veelbetekenend is dat voor het eerst in de ‘Museumcijfers 2017’ de Museumvereniging krachtig vaststelt dat 68% van de bijna 40.000 in musea werkzame mensen onbetaald werkt. Men kan er alleen maar naar gissen voor wie deze opvallende, en ook wel onheilspellende cijfers in de eerste plaats bedoeld zijn. Is het een signaal aan de Haagse politiek dat kleinere en middelgrote musea financieel niet verder uitgekleed kunnen worden en dat daar echt geen vlees meer op de botten zit? De onbetaalde krachten zijn de kanaries in de kolenmijn van de museumsector.

Foto 1: Schermafbeelding uit ‘Museumcijfers 2017’ van de Museumvereniging (p.28), 2018.

Foto 2: Schermafbeelding uit ‘Museumcijfers 2016’ van de Museumvereniging (p.26), 2017.

Written by George Knight

4 oktober 2018 at 21:12

Bedenkingen bij de marketingcampagne ‘Bingo Battle’ om jonge mensen enthousiast te maken over musea. Hoe loos is de ambitie?

with 2 comments

Het artikelBingo Battle! Herontdek het museum met 7 BN’ers: van rappers en vloggers tot acteurs!’ op de website Kids en Jongeren Marketing gaat in op de vraag hoe jonge mensen enthousiast te krijgen zijn over musea. De marketingsite stelt dat het ‘een vraag [is] die de instellingen al langer bezighoudt en ook voor de overheid is het een hot item. Daarom hebben MuseumTV en CJP, met hulp van het Mondriaan Fonds, de Bingo Battle in het leven geroepen. De gekozen nieuwe aanpak is ‘een ‘challenge’ in een street art huisstijl die goed past bij het kijkgedrag van deze jongeren’. De marketing wordt opgebouwd rond ‘doelgroepsrelevante BN’ers’. Dus mediapersonen die bekend zijn bij de jongeren of waarvan de marketeers denken dat dat zo is.

De aanpak wordt in het artikel uitgelegd: ‘Musea zien in dat jongeren, voor wie kunst en cultuur misschien minder vanzelfsprekend is, absoluut te interesseren zijn voor dit onderwerp – mits het op een andere manier wordt aangepakt. Jonge mensen kijken namelijk op een andere, meer intuïtieve manier naar kunst, cultuur en wetenschap: ze willen dingen ontdekken vanuit hun eigen interesses. Ze blijken vooral geïnteresseerd in cultuur die aansluit bij hun jeugdcultuur en belevingswereld en het internet is voor hen een belangrijke bron voor cultuurparticipatie.’ Het voorbehoud ‘misschien’ maakt duidelijk dat dit niet voor iedereen geldt omdat er vele soorten jongeren zijn. De marketingcampagne is vooral gericht op mbo-leerlingen zoals CJP Directeur Walter Groenen stelt. Daarom is de opzet van de campagne verhullen en niet helder over de doelgroep die het tracht aan te spreken. Opmerkelijk is ook dat de ‘doelgroeprelevante BN’ers’ allen afkomstig zijn uit het populaire lichte amusement. Hebben jongeren alleen daar interesse voor of kunnen ze zich alleen daar mee identificeren? Dat lijkt jongeren niet serieus te nemen en te reduceren tot consumenten van lichte kost.

Het is vanzelfsprekend prima om jongeren (of mbo-leerlingen) in contact te brengen met kunst en musea. Maar dit betekent niet dat alles kan en de marketing van de Bingo Battle! de juiste aanpak gevonden heeft en geen nadere bedenkingen verdient. Ermee worden ten behoeve van de marketing, musea en kunst eenduidig in de hoek van het spektakel en vermaak en de beleving geplaatst. Het levensgrote risico is dat de jongeren door deze marketing enthousiast worden over musea, maar daar tegelijk een vervormd beeld van krijgen dat ze hun hele leven niet meer kwijtraken. Dan is de marketingcampagne voor de looptijd ervan geslaagd omdat jongeren de weg naar het museum weten te vinden, maar zijn in dat proces het beeld wat jongeren van musea en kunst hebben en de musea zelf zo gecorrumpeerd dat het voor de lange termijn averechts werkt.

De opgave om jongeren of laagopgeleiden voor kunst en musea te interesseren is geen makkelijke. Als de samenleving vindt dat deze verbreding nodig is, dan moet er beleid ontwikkeld worden om deze lastig te bereiken doelgroepen te interesseren. Het is vanzelfsprekend om dit via het onderwijs te realiseren. Hoewel de vraag blijft waarom zoveel mogelijk jongeren met kunst en musea in aanraking moeten worden gebracht als dit bij hen zoveel weerstand oproept en alleen in een gepopulariseerde vorm kan. De functie van kunst staat haaks op hoe die in de marketingcampagne wordt voorgesteld. Kunst valt niet te reduceren tot beleving en is al helemaal geen ‘pretentieloze manier van kijken’, maar het omgekeerde. Het lijkt er dan ook op dat de marketingcampagne meer kwaad dan goed doet. Of in elk geval elementen bevat die verkeerd uitpakken.

De reden dat dit lijkt te kunnen gebeuren is dat vele marketeers van buiten de museumsector en marketing-afdelingen van musea toestemming hebben gekregen om deze campagne op te zetten met als allesbepalende opdracht en criterium het vergroten van het bereik. Dat drukt de inhoud van kunst én de wetenschappelijke deskundigen binnen museumsector en bij kunsthistorische instituten weg. Wat overblijft is een lege huls van vermarkten die vele doelen dient: het idee van daadkracht, een antwoord op de eisen van de politiek, en de beschermende onzichtbaarmaking van de museumsector door dicht aan te schurken tegen het populisme.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBingo Battle! Herontdek het museum met 7 BN’ers: van rappers en vloggers tot acteurs!’ door ‘gastblogger’ (‘Onze gastbloggers zijn allemaal autoriteiten op het gebied van kids- en jongerenmarketing’) op Kids en Jongeren Marketing, 25 september 2018.

Van Gogh Museum en Vans lanceren kledinglijn en schoenen. Dit zou eraan meehelpen om mensen te verrijken en te inspireren

with 2 comments

Het Van Gogh Museum heeft samen met het van oorsprong Californische Vans schoenen en een kledinglijn gelanceerd. Zakelijk leider van het museum Adriaan Dönszelmann zegt erover erg blij te zijn: ‘We zijn erg blij met de samenwerking tussen Vans en het Van Gogh Museum, omdat het project nauw aansluit bij onze missie om het leven en werk van Vincent van Gogh toegankelijk te maken voor zoveel mogelijk mensen om hen te verrijken en te inspireren.’ De claim is dat kleding en schoenen van Vans eraan meehelpen om via Van Goghs werk mensen te verrijken en te inspireren. De winst uit dit project ‘komt ten goede aan het behoud en het beheer van het nalatenschap van Vincent van Gogh en de kunst van zijn tijd’. Het museum heeft de afdelingVan Gogh Museum Enterprises’ die samen met bedrijven ‘branded producten’ ontwikkelt die zijn geïnspireerd op Van Goghs werk. Vans Global Marketing Manager Samantha Goretski verwoordt het in het filmpje vanuit Vans’ perspectief: ‘unfolding art as a fundamental vehicle for creative exploration’. Kunst ontplooien als fundamenteel middel voor creatieve verkenning. Het museum laat zich deze holle marketingtaal aanleunen.

Bij buitenmuurse presentaties van musea is populisme de valkuil

leave a comment »

Presentatie van objecten uit een museumcollectie buiten de muren van het museum is geen nieuwigheid. Schiphol, trein- en metrostations, hotels, stadskantoren of de etalages van de Hema of de Bijenkorf zijn als vanouds bekende plekken om objecten van (plaatselijke) musea te tonen. De opzet is drieledig. De betreffende plek wint er prestige mee, het museum krijgt er een extra presentatieplek bij en het museum stelt zich in de beeldvorming open naar de samenleving -of het eigen gemeentebestuur- en lijkt te zeggen dat het uit de ivoren toren neerdaalt tot middenin de samenleving. Voorzover is er niets bijzonders aan de hand.

Vraag is onder welke voorwaarden die presentatie ‘extra muros’ gebeurt. Wie is ervoor verantwoordelijk en beslist over de selectie? Uiteindelijk is dat het museumpersoneel dat procedures over behoud volgt. Museale objecten worden nauwgezet geconserveerd. Ze kunnen schade oplopen door veranderingen in lichtsterkte, luchtvochtigheid en temperatuur of door schokken. Het is de afdeling Collectie die verantwoordelijk is voor het uitlenen van objecten, hoewel het een eeuwig gevecht is met de afdeling Presentatie die daar rekkelijker in staat en een ander belang heeft. De rekkelijke kant heeft afgelopen jaren binnen musea terrein gewonnen.

Presentatie van voorwerpen buiten de museummuren kan op vele manieren. Geïnitieerd vanuit de doelstelling van het museum en volledig in eigen beheer of vanuit de doelstelling van een externe partij. In dat laatste geval ligt het populisme op de loer. Pop-up musea schieten uit de grond. Een pop-up museum is alleen in naam een museum. Het mist de kenmerken die een museum tot museum maken. Het haakt aan bij de tentoonstellingsmachine die sommige musea zijn geworden. Het is uitsluitend presentatie. Niets meer dan dat. Bedrijven, kunstfondsen of televisieprogramma’s willen maar al te graag hun naam aan musea verbinden.

Een stap die daar op reageert is dat musea bewust de koppeling met de sfeer van kosmopolitisme, reclame en bekendheid maken. Met als gevolg dat de doelstelling van een museum nog verder uit beeld raakt. Voorbeeld voor dit populisme is het project Museum van het NMvW. Bekende Nederlanders als als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Filemon Wesselink opende gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Of er echt een duurzame relatie met de samenleving wordt gelegd is de vraag.

Musea doen in de publiciteit over buitenmuurse presentaties net alsof ze uit de lucht komen vallen en strikte voorwaarden over conservering niet meespelen en de sky the limit is in de selectie. Zo zegt perswoordvoerder Ilse Cornelis  van het Van Abbemuseum dat ‘de samensteller van de Van der Valk-collectie kan straks ook een topvoetballer zijn, een wetenschapper, of misschien wel de receptionist van het hotel’. Echt? Het kan bijna niet dat wat ze zegt ze zelf gelooft. Het klinkt niet alleen modieus en gaat voorbij aan de expertise die binnen musea bestaat, maar vertegenwoordigt ook uitsluitend de Presentatie/Marketing-kant van het museum.

Het tentoonspreiden van volkse gewoonheid en ruimdenkendheid, en een beeld van ‘alles kan’ worden zo deel van de marketing van een hedendaags kunstmuseum. Het museum presenteert zich als getapte jongen of meisje. Met als nevendoel om ook de subsidiegevers van de in gang gezette gewoonheid te overtuigen. Een museum is echter niet gewoon, maar buitengewoon. Achter de schermen wordt een voorselectie uitgevoerd en de topvoetballer, een wetenschapper of de receptionist van het hotel worden door de marketing bij de arm genomen, in een format geduwd om als front te dienen om de maatschappelijke binding van het museum te accentueren. Het museum dat zich zo heerlijk democratisch en transparant presenteert. Aan de buitenkant.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVan der Valk Eindhoven krijgt kunst uit museum’ op Misset Horeca, 26 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelVan Abbemuseum gaat samenwerken met Van der Valk-hotel Eindhoven’ op ED, 18 maart 2018.

Advertentie roept op tot terugroepen Ruf naar Stedelijk. Welke lobby zit erachter, hoe gewenst en bestuurlijk zorgvuldig is het?

with 16 comments

Een groep binnen- en buitenlandse mensen uit de kunstwereld doet een oproep in een advertentie in Het Parool. Ze roepen Beatrix Ruf om op terug te keren naar het Stedelijk Museum ‘vanwege haar artistiek visie‘. Op 17 oktober 2017 kondigde het museum in een persbericht aan dat Ruf had besloten per direct terug te treden als directeur. De oproep is opmerkelijk omdat er momenteel twee onderzoeken lopen naar goed bestuur, transparantie en nevenfuncties, en naar de naleving van de beloningsregelgeving en de Wet Normering Topinkomens. Een persbericht van 18 december 2017 geeft de positie van de Raad van Toezicht: ‘De Raad wil wachten met de benoeming van de nieuwe directie tot na afronding van de onderzoeken en tot na het advies van de Amsterdamse Kunstraad over de positionering van het Stedelijk Museum. Ook de benoeming van een nieuwe voorzitter en een nieuw lid van de Raad van Toezicht zal pas daarna plaatsvinden.’

De advertentie doorkruist willens en wetens deze planning. Vraag is van wie het initiatief komt en of Ruf erin gekend is. De advertentie geeft aan wat er verkeerd is aan het Stedelijk. Lobbygroepen proberen elkaar de loef af te steken en hun gelijk te halen. Daarbij speelt dat ondertekenaars zich ermee profileren en sommigen zich naar voren dringen door alvast voor te sorteren op een terugkomst van Ruf. Of een Ruf-achtige directeur. Bestuurlijk is het onverstandig om op de uitkomsten van de onderzoeken vooruit te lopen. Stel dat Ruf niet ongeschonden uit de onderzoeken komt, dan komt het Stedelijk van de regen in de drup. Ondertekenaars die beter zouden moeten weten beschadigen vooral hun eigen geloofwaardigheid met het lenen van hun naam.

Foto: Schermafbeelding van advertentieRoep Ruf Terug’ in Het Parool, 17 februari 2018.

%d bloggers liken dit: