VPRO Gids: Blinde vlek over secretaresses

Schermafbeelding van deel aankondiging van de documentaire ‘Good Ol’ Freda’ in VPRO Gids 24; 2022 van 16 juni 2022.

Al jaren lees ik de VPRO Gids. Of liever gezegd, ik krijg de papieren gids in de bus. Ik lees de artikelen en artikeltjes zelden. Het is me uitsluitend om de uitzendschema’s te doen en het steunen van omroep VPRO. Het grootste deel van de VPRO Gids is naar mijn idee ruis en aantoonbare onzin waarvan de relevantie doorgaans betwistbaar is. Het zit tussen mediawetenschap die dieper graaft en oppervlakkig amusement in. Dat is een onmogelijke positie om lezers passend te informeren.

Neem een tekst op donderdag 16 juni 2022 van Hans van Wetering over de documentaire ‘Good Ol’ Freda‘ uit 2013 van Ryan White over Freda Kelly. Zij wordt voorgesteld als de secretaresse van The Beatles die krenterig zou zijn bedeeld door de vier popmiljonairs.

Over deze documentaire schrijft Van Wetering in het stukje met de titel ‘Krenterige Kevers‘: ‘Het is misschien de eerste documentaire ooit over een secretaresse. Het leven van een secretaresse spreekt nu eenmaal weinig tot de verbeelding‘. 

Hèh? 

De eerste bewering is ook voor een doorsnee nieuwsconsument onzin ondanks de slag om de arm die Van Wetering maakt met dat lekker makkelijke ‘misschien‘ en de tweede bewering is dubieus en laatdunkend. Waarom zou het leven van een secretaresse ‘nu eenmaal‘ weinig tot de verbeelding spreken? Van Wetering schept verwarring en doet aan desinformatie.

Van iemand die over televisie, media en film schrijft in een omroepblad mag enig verstand van zaken én een mening die is gestoeld op mensenkennis en een uitgekristalliseerd, evenwichtig wereldbeeld verwacht worden. Van Wetering lijkt zowel niet aan het een als het ander te voldoen.

Hoe zo’n laatdunkende houding over secretaresses bij de linksige VPRO past is de vraag. Niet alleen schrijft Van Wetering in opdracht, maar de eindredactie van de VPRO Gids, te weten Robert-Jan Breeman, Martin ten Broek en Jos Schöttelndreier legitimeert de stukjes door ze te plaatsen. Beseft de VPRO Gids de eigen vooringenomenheid niet? Of geldt voor het linksige liberalisme van de VPRO dat moralisme en arbeiderisme vermeden moeten worden en alles gezegd moet kunnen worden? Mist het in dat linksige wereldbeeld past.

Iedereen met kennis van zaken in de omroepwereld kent de documentaire over Traudl Junge, de secretaresse van Hitler. Op haar memoires werd de filmDer Untergang‘ (2004) gebaseerd. Met een ontketende Bruno Ganz als de Duitse dictator in zijn laatste dagen in de bunker onder de Reichstag.

Schermafbeelding van aankondiging ‘Hitlers Sekretärin: Im toten Winkel‘ voor VPRO Cinema op VPRO Gids, waarschijnlijk 2013.

Traudl Junge werkte mee aan de documentaireHitlers Sekretärin: Im toten Winkel‘ die in 2002 werd uitgebracht. Het was een initiatief van André Heller en regisseur was Othmar Schmiderer. Deze documentaire wordt notabene op de site van de VPRO Gids besproken. 

Er bestaat blijkbaar een Oostenrijks subgenre over secretaresses van Nazi-kopstukken die door hun blinde vlek in een dode hoek zijn beland, want in 2016 verscheen de documentaireEin Deutsches Leben‘ over Brunhilde Pomsel, de secretaresse van Joseph Goebbels. Wellicht is het een idee voor de VPRO om te proberen dat subgenre te duiden in een programmareeks die televisie- en filmtheorie, politiek, geschiedenis, psychologie, waarheidsvinding en uitlegkunde (‘hermeneutiek’) combineert.

Schermafbeelding van deel artikelGoebbels’ secretary claimed she ‘knew nothing of Nazi crimes‘ van juli 2016 op DW.

Er zijn twee voorwaarden om deze documentaires te kunnen maken. De secretaresses moeten een hoge leeftijd bereiken om door een jonge generatie filmmakers opgemerkt te worden. Welnu, Pomsel werd 106 en Junge 81 jaar oud. En ze moeten in zekere zin apolitiek zijn geweest om achteraf te kunnen uitweiden over eigen naïviteit, schuldgevoel en verantwoording om aan een moorddadig regime steun te hebben gegeven. Dat geeft spanning over wat de secretaresses wisten, wat ze deden en welke draai ze daar achteraf aan geven. Want het is onwaarschijnlijk dat ze van niks wisten en pas later tot het besef kwamen aan welke misdaden ze hadden meegewerkt.

Er zijn vele documentaires waarin secretaresses een belangrijke rol spelen omdat ze dicht op de macht zaten en daar achteraf direct of via hun getuigenis verslag van kunnen doen. Dat maakt dat deze secretaresses tot de verbeelding spreken. Denk bijvoorbeeld aan FDR’s secretaresse (en minnares?) Marguerite LeHand die in Ken Burns 7-delige documentaire serie The Roosevelts (2014) fungeert. Of de films over Leon Trotsky’s secretaresse Sylvia Ageloff wiens vriend Ramón Mercader deze opponent van Stalin in 1940 in Mexico vermoordde.

Zo zijn er vele secretaresses die op kantelpunten in de geschiedenis vooraan stonden bij politieke, culturele of maatschappelijke gebeurtenissen. En daar over kunnen vertellen. Ze waren zijdelings aanwezig bij belangrijke voorvallen of beraadslagingen waar geen andere getuigenis van is overgeleverd.

Niet over alle secretaresses zijn uiteraard documentaires gemaakt, maar de mogelijkheid voor film- en programmamakers is aanwezig om dat te doen. Mits de secretaresses willen meewerken en ze geen geheimhoudingsverklaring hebben ondertekend. Denk aan de secretaresse of secretaris van Donald Trump wat die zou kunnen vertellen.

De positie van secretaresses in de gangen van de macht (‘corridors of power‘) spreekt tot de verbeelding bij een hedendaags publiek. Deze secretaresses zijn de spreekwoordelijke ‘fly on the wall‘. Dat het aanspreekt heeft te maken met de authenticiteit van het putten uit de eerste bron, maar ook met de omgang met de macht van een secretaresse die halfweg in een ongebruikelijke positie vertoeft.

Das Land des Lächelns. Heeft Franz Lehár iets om te lachen in Parijs 1941? Een duistere romance

De koning van de Weense operette Franz Lehár trad in 1941 op in het Parijse Théâtre de la Gaîté Lyrique en dirigeerde zijn stuk Das Land des Lächelns. Verfilming ervan in 1930 door Max Reichmann was het eerste internationale succes van de Duitse geluidsfilm. Geproduceerd door de productiemaatschappij van de hoofdrolspeler: Richard Tauber Tonfilm-Produktion GmbH, ter bevordering van de verkoop van zijn platen.

De voorstelling diende de Duitse propaganda. Een fragment ervan werd in de Deutsche Wochenschau 543 (na 3’27’’) van 29 januari 1941 getoond. Maar Lehárs omgang  met de nationaal-socialisten was ongemakkelijk. Niet alleen omdat hij een Joodse vrouw had die in 1938 dankzij Joseph Goebbels de status van ‘Ehrenarierin’ (ere-Ariër) kreeg, maar ook door zijn hechte band met Richard Tauber die Joodse grootouders van vaderskant had, en het niet-Duitse karakter van de Weense operette. Wat wel of niet kon was niet altijd duidelijk. Beide kanten waren opportunistisch. Stefan Frey omschreef de relatie van Lehár met de nazi’s in een artikel in De Groene treffend met diens woorden: ‘De belangstelling van de Führer verplicht mij tot diepste dankbaarheid’.

Dat dubbelzinnige verdriet valt uit de beelden af te leiden. Franz Lehár werd gegijzeld in dankbaarheid. Het is lastig om die lijn naar het heden door te trekken en te beseffen hoe kunstenaars, musici of componisten op dit moment in autoritaire landen handelen. Kunnen ze door de omstandigheden niet anders en worden ze gegijzeld in dankbaarheid of kunnen ze anders, maar tonen geen ruggengraat? Lachen ze het ongemak weg?

Foto: Fragment uit journaal van ‘Actualités Mondiales N°026 – Edition du 25 janvier 1941’ opgenomen in het archief van INA.fr met een dirigerende Franz Lehár in het Gaîté Lyrique op 25 januari 1941. Hier beschrijving (Franstalig).

Russische propaganda probeert Duitsers tegen Merkel op te zetten. Maar zet het niet vooral de Russen te kijk als onverdraagzaam?

‘Satire uit Rusland – Tolerantie Mania in Duitsland’ zegt de titel op YouTube. Kanaal Deutschland+Russland  dat Duitse en Russische patriotten zegt te verenigen is erop gericht Rusland te verheerlijken en Europa te verzwakken. Propaganda dus. Een bericht op Joop.nl vat samen: ‘Sleutelfiguur in de Europese Ruslandpolitiek is Merkel. Mocht haar positie en daarmee die van het machtigste EU-land wankelen, dan kan Poetin mogelijk profiteren van de destabilisatie in de EU.’ Volgens een bericht in de Duitse versie van de Huffington Post waar Joop.nl op wijst is dit geen werk van individuen, maar is er ‘een zeer professioneel netwerk van Kremlin-propagandisten’ actief in Duitsland. Vele Russen in Duitsland leven in een parallel Russisch universum

Het effect van dit soort filmpjes op de Russische publieke opinie valt lastig in te schatten omdat de publieke opinie in de Russische Federatie niet vrij is en nauwelijks objectief  te meten valt. Het wereldbeeld waarmee dit gemaakt wordt is negatief en valt samen te vatten als antisemitistisch, homofobisch en anti-Duits. Ook niet met de subtiliteit die doorgaans de Russische propaganda kenmerkt. Buiten Rusland zetten de makers zich hiermee te kijk als bekrompen, onverdraagzaam en niet van deze tijd. Zo wordt door de wisseling van perspectief propaganda die in Rusland in de voedzame bodem van nationalisme, vreemdelingenhaat en de Russische wereld (Ruskkiy Mir) valt door zich af te zetten tegen het Westen door de culturele waarden ervan ter discussie te stellen, anti-propaganda die het Russische wereldbeeld als problematisch voorstelt.

De ’satire‘ is Jud Süß anno 2016 waarvan de makers niet aangestuurd worden door het propagandaministerie van Joseph Goebbels, maar door het propagandaministerie van het Kremlin is bewust van het ongenuanceerde type. Het probeert door het schetsen van een karikatuur niet zozeer mensen voor zich te winnen, maar ze te bevestigen in een gefabriceerd en van boven opgelegd wereldbeeld dat vertelt dat het Westen ten onder zal gaan in verdeeldheid door de opname van vreemde elementen die uiteindelijk niet kunnen integreren. De inschatting van de makers van deze propaganda is dat deze Welkomstcultuur van tolerantie door een deel van de Duitsers afgewezen wordt. En het beleid van kanselier Merkel inzake de opname van vluchtelingen faalt.

Beredeneerd vanuit het Russische belang is dit filmpje onbegrijpelijk omdat het de Duitse regering tegen de haren in strijkt. En vooral tegen kanselier Merkel die toch al een problematische relatie met president Putin heeft. Het kenmerkt de Russische isolatie die het zelfvertrouwen voorbij is om er samen iets van te maken.

Duitsland dat vanwege een verkeerd begrepen schuldcomplex naar aanleiding van de Tweede Wereldoorlog, gebrek aan zelfkennis en de economische belangen van Duitse ondernemingen als neutrale partner altijd uiterst welwillend was voor Rusland, heeft sinds november 2014 toen Merkel in een nachtelijke ontmoeting in de marge van de G20 in Brisbane Putin de onverbloemde waarheid zei te stoppen met zijn gestook in Oekraïne afstand genomen van het Kremlin. Het filmpje lijkt daarvan de bevestiging. Maar tegelijk roept het oude spoken op, want hoe stabiel is Duitsland dat nog steeds achtervolgd wordt door de oude spoken uit haar recente verleden die steeds weer opnieuw levend blijken te zijn? Maar ook: hoe stabiel is de Russische Federatie dat politieke bruggen met potentiële medestanders achter zich verbrandt en de confrontatie zoekt?

Reacties op de moord op Boris Nemtsov. Waar staan we?

Garry Kasparov geeft commentaar op de moord op de Russische oppositieleider Boris Nemtsov. Uit zijn reactie blijkt dat Nemtsov nog bleef geloven in het democratische proces in de Russische Federatie, terwijl Kasparov dat geloof enkele jaren geleden verloren is. Elders pleit de naar het buitenland uitgeweken Kasparov voor een hardere opstelling van het Westen tegenover het Rusland van Putin. Geeft de moord op Nemtsov hem gelijk?

In een interview van de Poolse versie van Newsweek dat enkele uren voor zijn dood werd gehouden is Boris Nemtsov duidelijk over de koers die Rusland is ingeslagen. Dat van de paramilitaire milities, de Goebbeliaanse propaganda en de bewapening tot de tanden. En voert het een slechte economische politiek die de gewone burgers niet dient. Rusland is volgens Nemtsov op weg een land te worden dat alle karakteristieken van het fascisme vertoont, inclusief een leider die zich laat vereren. De crisis in Rusland is niet het gevolg van de sancties, maar het resultaat van Putins krankzinnigheid. Een land waar tegenstanders stelselmatig uit de weg worden geruimd. Zoals in de Soviet-Unie van Stalin of het Derde Rijk van Hitler. Stierf Nemtsov voor niks?

General Adolph Takes Over: Humor uit 1942

Humor en Britten is vanouds een gelukkig huwelijk. Hoewel uiteraard een Brits huwelijk. Humor is het onbekende weglachen met het bekende. De nazi’s maakten handig gebruik van de nieuwe media van de jaren ’30: film en radio. De documentaire Triumph des Willens (1935) van Leni Riefenstahl over de Rijkspartijdag in Neurenberg, 1934 is propaganda. Maar ook een meesterwerk. Engelsen zetten daar in een beslissend jaar van de Tweede Wereldoorlog in 1942 ‘Hoch der Lambeth Valk‘ tegenover met ‘General Adolph‘ in de hoofdrol.

Once you get down Lambeth way,
Ev’ry evening, ev’ry day,
You’ll find yourself doin’ the Lambeth walk.

Anytime you’re Lambeth way
Any evening, any day,
You’ll find us all doin’ the Lambeth walk.

Ev’ry little Lambeth gal
With her little Lambeth pal,
You’ll find ‘em all doin’ the Lambeth walk.

Ev’rything’s free and easy,
Do as you darn well pleasey,
Why don’t you make your way there,
Go there, stay there,

Once you get down Lambeth way,
Ev’ry evening, ev’ry day,
You’ll find yourself
Doin’ the Lambeth-
Doin’ the Lambeth-
Doin’ the Lambeth walk!

Een parodie gebaseerd op ‘The Lambeth Walk‘. Een song uit de Britse musical Me and My Girl (1934). Deze film was niet bedoeld om Herr Schicklgruber en zijn stormtroepers belachelijk te maken, maar om de zwaar op de proef gestelde Londenaren te verenigen. Met humor en populaire muziek. Wees nou eerlijk, zo’n filmpje is toch weer eens wat anders dan een van de duizenden parodieën op Der Untergang met een woedende Bruno Ganz als Herr Hitler die zich in z’n bunker over van alles en nog wat steeds weer kolossaal opwindt.

9760425_orig

Bedenk dat de ergste verschrikkingen van de nazi’s bij het westerse publiek midden in de oorlog nog niet bekend waren. Daarom kan de Amerikaanse muzikale komiek Spike Jones in datzelfde 1942 ook grappen en grollen over Hitler maken. Humor is in meerdere opzichten een kwestie van timing. Ook de ontvangst ervan.

Foto: Stuffed Puppet en Neville Tranter, Schicklgruber alias Adolf Hitler. Norwich, 2013.

Cultuur en het smalle pad van het juiste protest

Anna Tilroe is bijzonder hoogleraar Kunst en cultuur aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze bezet voor een periode van 1 jaar de Anton van Duinkerken-wisselleerstoel die is ingesteld door de Stichting Nijmeegs Universiteitsfonds. Afgelopen zondagmiddag 26 juni was ze een van de sprekers op de protestdag Boijmans Bezet op het binnenplein van museum Boijmans. Ze trok fel van leer.

Haar ongenoegen nam zulke nuances aan dat ze de uitspraak Als ik het woord Cultuur hoor, dan trek ik mijn pistool die ze aan Joseph Goebbels toeschreef door haar lange toespraak vlocht. Mogelijk om ons wakker te schudden. Een klassiek geval van de Wet van Godwin. Een populaire analyse in rechtse kringen.

Na haar kwam Job Cohen die meteen het citaat van Tilroe pareerde. Hij distantieerde er zich fijnzinnig van door er een citaat van Winston Churchill naast te zetten. Met de strekking Waar vechten we nog voor als we korten op Cultuur. Cohen vond de goede toon.

Tilroe en Cohen markeren uiterste posities in het cultuurprotest. De eerste schamperend, de laatste diplomatiek. Waarschijnlijk helpt het een noch het ander om een bres te slaan in de verdediging van de regering. Maar Boris van der Ham (D66) en Job Cohen proberen een kloof te overbruggen en eigen initiatieven te nemen.

Acties als Nederland schreeuwt om Cultuur en de Mars der Beschaving vliegen uit de bocht als ze komen met verwijten, claimen van eigen rechten en groteske overdrijvingen. De juiste weg is een smal pad. Gelukkig wordt er veel verstandigs gezegd, met passie en maatschappelijke betrokkenheid. Maar iemand die voor zichzelf werkgelegenheid eist is ongeloofwaardig. Of Goebbels van stal haalt.

In november 2010 schreef ik: Bij vakbondsacties kan ik me doorgaans verenigen met het doel. Maar actiemiddel en pamfletten bekoren me minder. Bij malle petjes, oranje hesjes en gescandeer van leuzen kijk ik liever opzij. Ik begrijp echter dat versimpeling nodig is om de publiciteit te halen.

De bezuiniging op het cultuurbudget met 200 miljoen en de lastenverzwaring van 13% BTW-verhoging op theaterkaartjes vind ik een verkeerde doelstelling. Zelfs van een grote onnozelheid waarmee VVD en CDA voor mij door de mand vallen.

De actie Nederland schreeuwt om Cultuur roept mijn scepsis op. De site stapelt argumenten zonder dat het een overtuigend betoog wordt. De verantwoording doet denken aan een haastklus en gelegenheidsargumenten. Kunst die slecht in vorm is. Kortom, aan een sector die nog niet toe is aan nadenken over de eigen toekomst.

Juist daarom steun ik de actie. Dus op voorwaarde dat de cultuursector de komende tijd benut om een omslag naar de toekomst te maken. Want da’s onvermijdelijk. De sector moet even de tijd kunnen nemen. Schreeuw daarom allen mee om cultuur. 

Ruim een half jaar later heeft de cultuursector nog steeds geen omslag naar de toekomst gemaakt. Maar analyses zijn gemaakt en alternatieven gezocht. Sectoren steunen elkaar tot aan de hoek van het Malieveld. Topinstellingen die gespaard blijven gaan hun eigen gang. Talentontwikkeling en postacademisch onderwijs zijn op zichzelf aangewezen. Regio’s stellen het eigen orkest boven kwaliteit.

De sector is nog steeds intern verdeeld. Maar eensgezindheid en denken over de eigen positie is ook lastig. Cultuur is een sector met uiteenlopende vertegenwoordigers en belangen. Nederland kent veel betrokken en ambitieuze kunstenaars, kunstliefhebbers en denkers over kunst. Overschreeuwen helpt niet om die verschillen te overbruggen. In kunst gaat het om het vinden van de goede vorm. In cultuurpolitiek ook.

Over de uitspraak van Goebbels valt het nodige te zeggen. Bijvoorbeeld dat-ie helemaal niet van Goebbels is. Noch van Hermann Göring. Het komt uit het toneelstuk Schlageter uit 1933 van Hanns Johst: Wenn ich Kultur höre … entsichere ich meinen Browning. 

Foto 1: Le Son du Tonnerre (Het geluid van de donder), Sarkis 
Foto 2: Na het protest tegen de cultuurbezuinigingen, Den Haag, 27 juni 2011