Willem-Alexander is de beste dubbelganger van zichzelf. Hij en de familie Van Oranje zijn niet wat ze beweren te zijn

Hoe noem je een lookalike of dubbelganger die totaal niet lijkt? Een plaatsvervager? Artiestenbureau JB Productions maakt publiciteit voor iemand van wie het claimt dat die op koning Willem-Alexander lijkt. Naar eigen zeggen was hij te zien in campagnes voor De Staatsloterij, Ter Stal, Toto, Burger King en Albert Heijn. Artiestenbureau JB Productions zegt over zichzelf ‘al 32 jaar uw partner voor het boeken van artiesten, winkelcentrum promotie, huren van attracties, kindershows en Sinterklaas entertainment en Kerst entertainment‘ te zijn.

De tragiek van het Nederlandse koningshuis is dat koning Willem-Alexander de beste dubbelganger van zichzelf is. Het verschil tussen schijn en wezen is immens. De kloon van Artiestenbureau JB Productions komt niet in de buurt van wat Willem-Alexander is.

Het kenmerk van de Nederlandse monarchie is de gespletenheid ervan. Een voorbeeld daarvan is de omgang met kunstbezit dat goed de mentaliteit verraadt. De koninklijke familie claimt belang te hechten aan kunst en als vertegenwoordiger daarvan heeft het de kunstminnende prinses Beatrix naar voren geschoven omdat ze op goede voet zou staan met allerlei kunstenaars. Maar tegelijk liegt, fraudeert, steelt en verkoopt de monarchie op slinkse wijze kunstbezit dat het zichzelf heeft toegeëigend en zeer vermoedelijk rijksbezit is. Dus van u en mij.

Onderzoeksjournalisten van onder meer Zembla en NRC hebben afgelopen jaren misstanden en financiële en juridische scheve schaatsen van leden van de koninklijke familie blootgelegd. Het heeft de Tweede Kamer in beweging gebracht. Want wat rijkseigendom is moet niet door de familie van Oranje ontvreemd kunnen worden.

Het recent verschenen boek Tussen Kunst en Cash van NRC-journalisten Arjen Ribbens en Pieter van Os zet de malversaties door leden van het Nederlandse koninklijke huis op een rijtje in het hoofdstuk ‘Familie Van Oranje’. Ook voor iemand die de feiten al kent is voor het aanzien van de Nederlandse monarchie de opsomming vernietigend om te lezen.

Eruit blijkt dat de leden ervan worden gedreven door hebzucht, elk ontbrekend respect voor kunst en erfgoed, de brutaliteit en arrogantie om procedures opzij te zetten en mensen die van hen afhankelijk zijn voor hun karretje te spannen en het totaal gemis aan verbondenheid met de Nederlandse kunst, geschiedenis en samenleving. Het beeld ontstaat dat het eigen welzijn en het spekken van de bankrekening het enige is dat telt voor de familie Van Oranje. Botheid, lompheid en intimidatie van ‘onderdanen’ blijkt een Oranje-traditie te zijn. Die verhuld wordt voor de Nederlanders.

Onrecht kan nooit in zichzelf bestaan. Dat wordt pas mogelijk als anderen het mogelijk maken. In dit geval degenen die óf tegen hun zin onder druk worden gezet door de familie Van Oranje om frauduleus te handelen óf uit vrije wil de nabijheid van de kroon zoeken om daar enig voordeel uit te kunnen halen. Dat houdt in dat de Nederlandse monarchie niks is als de samenleving er afstand van neemt en niet accepteert.

Oranjepropaganda is het tegengif tegen deze kritische houding. De meer populaire media worden door de Rijksvoorlichtingsdienst gemuilkorfd door een mediacode en journalisten van serieuze media worden gefêteerd en uitgenodigd door de monarchie zodat elke neiging om kritiek te hebben door Oranje wordt geneutraliseerd.

Hoe dat werkt en hoe ver die steun kan gaan bleek toen prinses Beatrix in 2013 aftrad en ze werd bewierookt in de media. PowNews noemde toen de ‘Beatrix-journalistiek’: ‘Historisch slechte televisie’. Ribbens en Van Os hebben met terugwerkende kracht met hun boek de eer van NRC gered die de toenmalige Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch in 2013 door zijn kritiekloos pro-Oranje mediaoptreden te grabbel gooide.

In een commentaar schreef ik op 30 april 2021:

Wat me elke keer weer verbaast als er een koningsdag of een andere festiviteit is waarbij de leden van de monarchie opdraven is de schaamteloosheid van de gladstrijkers, hermelijnvlooien, jaknikkers, hofmuizen en hielenlikkers van Oranje die zich naar voren dringen om zich te onderwerpen. Waarom doen ze het? Wat winnen ze erbij? Zijn ze betoverd door de magie van de operette waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt en niet meer verantwoordelijk voor hun daden?'
Dit gedrag is bevreemdend. Ik kan er niet aan wennen. Hoeveel kritiekloze aandacht voor het koningshuis kan de weldenkende burger aan? Wat heeft dit gedrag nog te maken met een volwassen democratie met mondige burgers die menen zich in de nabijheid van de troon te moeten aanstellen als clowns of ondergeschikten bij wie door een hersenoperatie het zelfbewustzijn is verwijderd?

Wat moet Nederland met een door een artiestenbureau het land ingestuurde slecht lijkende dubbelganger van koning Willem-Alexander die aan het hoofd staat van een controversiële familie, om het neutraal en netjes te zeggen? Het valt het artiestenbureau niet kwalijk te nemen dat het inspeelt op een behoefte die blijkbaar in Nederland bestaat. Het raadsel is waarom de Nederlandse samenleving nog interesse wil tonen in een familie die de kantjes er zo afloopt. Als het een gewone familie was geweest waren ze allang aangeklaagd en veroordeeld wegens wangedrag.

De hielenlikkers van de Nederlandse monarchie zijn het ergst en ergerlijkst

Den Haag, 22 maart 2021: Koningin Máxima opent de Week van het geld met minister Hoekstra en minister Slob’. Beeld: © Wijzer in geldzaken Valerie Kuypers. Op koninklijkhuis.nl.

Van de Nederlandse monarchie ben ik geen fan, maar de onderdanigheid van de hielenlikkers vind ik nog moeilijker te verteren. Als republikein of monarchist kun je om politieke redenen tegen of voor de monarchie zijn. Dat is een standpunt. Maar de hielenlikkers gaan verder en verliezen zichzelf in onderworpenheid. Dat past niet bij een volwassen democratie met mondige burgers.

Het innemen van zo’n positie past bij autoritaire landen als Noord-Korea of de Russische Federatie waar de media gelijkgeschakeld zijn en de burgers niks te zeggen hebben. In Nederland nemen de burgers in navolging van de bevoorrechten die het voorbeeld geven welbewust en vrijwillig een kritiekloze positie in. Hoewel het de vraag is hoe bewust ze zich daar zelf van zijn. Er klinkt trouwens steeds meer kritiek op de monarchie waarbij het de vraag is of dat komt door de afnemende steun ervoor of toenemende kritiek op de bevoorrechten die de monarchie stutten.

Wat me elke keer weer verbaast als er een koningsdag of een andere festiviteit is waarbij de leden van de monarchie opdraven is de schaamteloosheid van de gladstrijkers, hermelijnvlooien, jaknikkers, hofmuizen en hielenlikkers van Oranje die zich naar voren dringen om zich te onderwerpen. Waarom doen ze het? Wat winnen ze erbij? Zijn ze betoverd door de magie van de operette waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt en niet meer verantwoordelijk voor hun daden?

Dit gedrag is bevreemdend. Ik kan er niet aan wennen. Hoeveel kritiekloze aandacht voor het koningshuis kan de weldenkende burger aan? Wat heeft dit gedrag nog te maken met een volwassen democratie met mondige burgers die menen zich in de nabijheid van de troon te moeten aanstellen als clowns of ondergeschikten bij wie door een hersenoperatie het zelfbewustzijn is verwijderd?

Wat doen in hemelsnaam die burgemeesters, lokale bobo’s, hoofdredacteuren, ambtenaren, journalisten, gasten van talkshows en andere opinieleiders zichzelf en hun geloofwaardigheid aan door de monarchie in bescherming te nemen, te prijzen en uitgebreid te bewieroken? Dat gedrag is voor een buitenstaander die afstand wil houden tot nationalisme, koningshuis en sportverdwazing waarbij de kleur oranje leidend is ongewenst omdat het iedere keer weer het contact legt met iets onaangenaams. Met het vermoeden dat deze bijzaken dienen om de hoofdzaken te verhullen.

Schermafbeelding van deel columnTweedagenbaardje’ van Marcel van Roosmalen in NRC, 27 april 2021.

We weten niet of Nederlanders diep in hun hart monarchist of republikein zijn. Het beeld is vermoedelijk gemengd. Maar we kunnen het ook niet weten omdat in een sfeer van hosanna voor de monarchie opinieleiders in de media al decennialang hun bewondering ervoor ventileren en zo de Nederlanders een opvatting opleggen over de superioriteit of op z’n minst de onvermijdelijkheid van het koningshuis.

Dat effect wordt nog eens versterkt door een eenzijdig door het koningshuis opgelegde mediacode die de media knevelt in de verslaggeving over het koningshuis. De media worden verplicht zich in bochten te dwingen op straffe van uitsluiting door de monarchie. Ook media die er niet aan meedoen hebben er last van. Het programma Argos Medialogica wijdde er onlangs aandacht aan.

Na mij de zondvloed’ debiteren de voorstanders van de monarchie die claimen dat in deze woelige tijden de monarchie voor continuïteit en zekerheid zorgt. De niet onderbouwde claim is dat een republiek met een president als staatshoofd minder stabiel is. Omdat vanwege de vage omschrijving niet weerlegd kan worden dat we niet in woelige tijden leven kan een breed maatschappelijk debat over de vraag of Nederland een monarchie of republiek moet zijn eindeloos worden geblokkeerd.

Het meest fascinerende aan deze hielenlikkerij is de vraag waar het eigenlijk op is gebaseerd. De toenmalige Amsterdamse burgermeester Eberhard van der Laan zei in 2013 in een interview in Binnenlands Bestuur: ‘Ik ben een republikein, net als zestig, zeventig procent van de Nederlanders’. Waar hij dat percentage op baseerde is onduidelijk, maar het omgekeerde is evenmin vast te stellen. Namelijk dat een meerderheid van de Nederlanders monarchist is.

De vaderlandse geschiedenis leert dat Nederland afwisselend monarchie en republiek was. De grootste bloei maakte het door als republiek. De hardnekkigheid waarmee de monarchie nu wordt gestut door media, politiek, bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld zonder dat de voorstanders van de republiek in gelijke mate een eerlijke kans krijgen om hun standpunt naar voren te brengen doet vermoeden dat er onraad aan de horizon nadert. Onheil voor de Nederlandse monarchie wel te verstaan.

Republicanisme in Nederland groeit. Republikeins Genootschap ontwikkelt zich tot geloofwaardig alternatief

Men kan zich alleen maar verwonderen over het gebrek aan empathie van koning Willem-Alexander die middenin een gezondheidscrisis en een uitgestelde, maar onvermijdelijk komende economische crisis aan zijn eigen portemonnee denkt. De Nederlandse monarchie behoort tot een van de duurste van Europa, terwijl Nederland geen groot land is. De koning had voor kunnen stellen om pas op de plaats te maken en zijn uitkering niet te laten stijgen. Maar dat doet hij niet. Dat zijn onbarmhartige opstelling verband houdt met de afnemende populariteit van het koningshuis leidt geen twijfel.

Het Republikeins Genootschap (RG) ontwikkelt zich tot een serieuze oppositie van de Nederlandse monarchie. Voor het eerst sinds jaren biedt deze oppositie een geloofwaardig tegenwicht dat voorbijgaat aan het niveau van malloten, amateurs en politieke radikalinski’s. Het RG is een serieuze burgerbeweging. Het voert publieksacties en juridische processen. Deze petitie is er een uiting van.

Het is een lange weg om als deelnemer een gelijkwaardige rol op te kunnen eisen in het maatschappelijke debat over de vraag of Nederland het meest gediend is met een monarchie of een republiek. Dat debat is momenteel een taboe, maar komt geleidelijk dichterbij. Nederlandse politieke partijen en media kiezen tot nu toe in meerderheid ondubbelzinnig partij voor de monarchie. Dat is een bolwerk van Oranje propaganda dat niet zomaar omver gekegeld wordt.

De trend is duidelijk: de Nederlandse monarchie krijgt steeds meer kritiek en ondervindt steeds minder steun bij de bevolking. Niet in het laatst is het parvenu-achtig gedrag van de koning daar debet aan. Dat is naast een politieke ook een culturele aangelegenheid. Culturele veranderingen gaan langzaam, maar als ze eenmaal in gang zijn gezet, dan zijn ze lastig te keren. In die fase zijn we aangeland.

Zoals door de secularisering van Nederland het percentage van de bevolking dat verklaart zich niet te laten inspireren door godsdienst in een onomkeerbaar proces elk jaar met 1 of 2 procent toeneemt met nu een meerderheid van meer dan 54% (2019), zo brokkelt de steun voor de monarchie elk jaar af. Het is aan het RG om dat proces maatschappelijk, publicitair en politiek voeding en richting te geven. Zie het beleidspan 2021 – 2025 van het RG waar onderstaande afbeelding uit afkomstig is:

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieZet de koning op de Balkenendenorm’ van het RG op Petities.nl, 18 oktober 2020. (Vreemd afgekort tot ‘Balkenenden-orm’)

Foto 2: Schermafbeelding van de introductie in het beleidspan 2021 – 2025 van het RG (eind 2020 opgesteld).

Vertrouwen in Willem-Alexander is in 2020 fors gedaald. Dat biedt kansen voor een debat over de staatsvorm: Monarchie of Republiek

Volgens een opiniepeiling van IPSOS in opdracht van Nieuwsuur is het vertrouwen in koning Willem-Alexander fors gedaald. De NOS zegt in een bericht: ‘In april van dit jaar had nog 76 procent van alle Nederlanders tamelijk veel of veel vertrouwen in de koning, in december is dat nog maar 47 procent’. Een meerderheid die vertrouwen heeft in de koning is in 2020 veranderd in een minderheid. Als reden wordt het gedrag van  Willem-Alexander genoemd waar forse kritiek op kwam. Tekenend is Youp van ’t Hek die in zijn wekelijkse NRC-column de aanschaf van een 2 miljoen euro kostende speedboat door de koning ter discussie stelt. Voor een later afgebroken reis naar Griekenland midden in de lockdown die reizen naar het buitenland verhoogde Willem-Alexander evenmin zijn acceptatie.

Sinds 10 oktober 2020 ben ik lid van het Republikeins Genootschap. Dat heeft met Floris Müller een woordvoerder die de Republikeinse zaak redelijk kan bepleiten. Wat journalist Max Westerman in de video zegt verklaart grotendeels de tot voor kort grote steun voor de Nederlandse monarchie. Voor zijn zelfstandigheid en zijn gebrek aan onderdanigheid wordt hij gestraft met uitsluiting. Maar de Oranjepropaganda die altijd zo sterk aanwezig was in Nederland en in de media was verankerd lijkt uitgewerkt. De tijdgeest wijst de andere kant op. Daarom is het moment gekomen om het pleidooi voor een Republiek serieus te nemen.

In commentatoren noemde ik afgelopen jaren de hielenlikkers, pluimstrijkers, hermelijnvlooien, gladstrijkers en jaknikkers die de monarchie bewieroken. Sommigen ervan durven zichzelf journalist te noemen. Op 13 april 2020 schreef ik in een commentaar het volgende: ‘Maar één gegeven staat als een paal boven water. De bewieroking van de monarchie door de hielenlikkers, pluimstrijkers en hermelijnvlooien zal niet veranderen. Dat is in beton gegoten. Journalisten, kamerleden en opinieleiders blijven het koningshuis kritiekloos volgen. Op een uitzondering als Max Westerman na die de overdadige luxe van het koningshuis ter discussie stelt in een opinie-artikel. Het Nederlandse koningshuis is volgens onderzoek van de Gentse hoogleraar Herman Matthijs het duurste of op een na duurste van Europa. Na Noorwegen. Dat is bizar. Maar nog vreemder is dat er totaal geen politiek debat over is. Hoe kan dat? Nederlandse politici hebben over alles en nog wat een mening, of menen die te moeten hebben, maar over de monarchie zwijgen ze. Of worden ze tot zwijgen gebracht. Er is af en toe kritiek zoals in 2014 van het toenmalige Groningse PvdA-kamerlid Jan Vos. Maar hij moest van zijn eigen partij zijn kritiek inslikken.

Is de tijd voor een maatschappelijk debat over de zin en onzin van de monarchie aangebroken? Koning Willem-Alexander heeft door zijn gedrag in 2020 zijn eigen glazen en dat van de Nederlandse monarchie ingegooid. Het lijkt zelfs op een provocatie van iemand die er zelf graag het bijltje bij neergooit. Het is gewenst dat het nu aan het volk is om zich er eens over uit te spreken wat voor staatsvorm Nederland dient te hebben. Dat debat is altijd van bovenaf gemanipuleerd. Dat past niet meer bij onze tijd.

Toenemende aansporing aan de politiek om de Nederlandse monarchie te moderniseren en de kosten ervan omlaag te brengen

Hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert doet in een artikel in het AD interessante uitspraken over de modernisering van de monarchie. Aanleiding is de vakantie van de koning en zijn gezin in Griekenland. Hij kreeg daar kritiek op omdat het inging tegen de coronamaatregelen van het kabinet. Modernisering die overigens maar niet wil doorzetten omdat de wil van de politieke partijen daartoe lijkt tee ontbreken. Waarom is onduidelijk omdat koning Willem-Alexander zich in het verleden positief heeft uitgesproken over modernisering. Ofschoon het kan dat de koning in het openbaar wat anders zegt dan achter de schermen.

In het AD worden de standpunten van hoogleraar Bovend’Eert over de monarchie aldus geparafraseerd:

Dat lijkt een prima model voor modernisering. Het is aan de politiek om nu eindelijk eens door te pakken. De Nederlandse monarchie behoort volgens onderzoek uit 2009 van de Gentse hoogleraar Herman Matthijs tot de duurste van Europa. Dat is buiten proportie omdat Nederland een klein land is. Wat de kosten van de Nederlandse monarchie precies zijn valt lastig te zeggen, omdat het niet in het belang van de monarchie is om de kosten openbaar te maken. Openbaarmaking gebeurt tot nu toe niet, maar die transparantie is wel nodig.

Modernisering van de Nederlandse monarchie zou zowel de kosten zichtbaar moeten maken als het budget voor het koninklijk huis verkleinen tot een aanvaardbaar, lager niveau. Als vervolgens Willem-Alexander er de brui aan geeft omdat hij vindt dat hij te weinig geld uit de staatskas ontvangt, dan kan van Nederland een Republiek gemaakt worden. Zoals het al eerder in haar glorietijd van 1588 tot 1795 was. Dát is de identiteit van Nederland. Nederland is niet afhankelijk van een koning en zijn familie. Nederland is meer dan dat.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikelGoed mogelijk dat Oranjes er geen zin meer in hebben als ze minder geld krijgen‘ van Jeroen Schmale in het AD, 21 oktober 2020.

Prins Andrew is publicitaire ramp en goede reclame voor de republiek

In de huidige populaire cultuur brengen sportsterren, artiesten uit het lichte amusement of ‘royals’ de meeste publiciteit teweeg. Plus een vastgoedondernemer als Donald Trump die buiten zijn bedoeling om president van zijn land werd. Dat tekent onze samenleving. Wie nog niet cynisch was zou het er alsnog van worden.

Deskundigen zouden bij het grote publiek uit de gunst zijn, zo wordt beweerd. Zodat om die leemte op te vullen personen zonder deskundigheid tot de nieuwe deskundigen worden gebombardeerd. De ironie ontgaat de promotors van deze nieuwe deskundigheid. Want de zendtijd, de krantenkolommen en de ‘klikaas’-berichten op sociale media moeten worden gevuld en de suggestie van inhoud suggereren. Met wat is bijzaak. Kunstenaars, filosofen of wetenschappers hebben het nakijken. Ze komen er nauwelijks meer tussen.

Van sportsterren, artiesten uit het lichte amusement en BN’ers die alleen bekend zijn omdat ze bekend zijn zonder dat iemand begrijpt waarom ze bekend zijn, kan men nog zeggen dat ze hun status zelf verdiend hebben. Via het trainingsveld, het bed van een agent of hun handigheid om steeds weer hetzelfde kunstje te doen. Maar die ‘royals’ hebben zelf niks bereikt en liften mee op de status van hun familie. Waarvan overigens ook niemand meer begrijpt waar die familie die status door heeft gekregen. Of aan zichzelf heeft gegeven.

Erfopvolging is het zwakste aspect van de monarchie. Volgens critici zo’n fundamenteel zwak aspect dat het de bestaansreden ervan tot nul terugbrengt. Het systeem is het probleem. De leden van een koningshuis doen geen toelatingsexamen, zodat ook de zwakste, corruptste en domste individuen ertoe behoren. We kennen de namen: prins Laurent in België, prins Bernhard sr. en jr. in Nederland en prins Andrew in het Verenigd Koninkrijk. Het wordt er nog erger op als ze aan de macht zijn: Prins Mohammed bin Salman in Saoedi-Arabië.

Beschermers en ijveraars van de monarchie kunnen de rotte appels niet zomaar uit de mand gooien. Een oplossing is om ze formeel geen deel meer uit te laten maken van het koningshuis. Ze blijven dan nog wel onderdeel van de koninklijke familie. Prins Andrew, Duke of York, is nog wel lid van het Britse koningshuis en als derde kind van koningin Elisabeth op dit moment de achtste in de lijn van de troonopvolging. Als de zeven leden die hoger in die lijn staan om het leven komen, dan is Andrew de nieuwe Britse koning. Een sjacheraar, een wapenhandelaar, een klant van Jeffrey Epstein, een individu met de ontwikkeling van een middelbare school leerling die alleen vanwege zijn afkomst in 2013 werd benoemd in de Royal Society. Het laatste nieuws is dat Andrew niet wil getuigen tegenover de FBI in de zaak Epstein. Dat zet de spanning tussen de VS en het VK extra onder druk. Andere geschilpunten zijn Huawei en de privatisering van de National Health Service. Republikeinen mogen tevreden zijn met Andrew. Betere reclame tegen de monarchie dan hij bestaat niet.

Propaganda, pracht en praal van Prinsjesdag

Dit is propaganda. Voor de gevestigde orde. Voor de monarchie. Voor de parlementaire democratie. Voor Nederland. We hebben terecht de mond vol over op Nederland gerichte buitenlandse propaganda die ons via (sociale) media zou manipuleren, maar lijken de binnenlandse propaganda te vergeten. Of bewust te negeren.

Propaganda is niet per definitie slecht. Het kan verbinden en motiveren door zin te geven aan rituelen en symbolen. Dat gebeurt hier. Het binnenhof, een militaire kapel en het staatshoofd worden door pracht en praal omlijst. Propaganda is evenmin per definitie goed. Het kan misleiden en het publieke debat eenzijdig sturen zodat een open debat niet tot stand komt omdat het door de opinieleiders bewust wordt geblokkeerd.

Waar ligt de grens van het redelijke en het functionele? Waar gaan eenzijdigheid en vooringenomenheid over de inrichting van Nederland over in ondermijning van Nederland? Dat antwoord is niet zo makkelijk te geven. Wat we hier zien aan groots vertoon is dik aangezet en zal voor vele objectieve beschouwers potsierlijk ogen, maar als het de mythe van een verenigd land onderstreept is het functioneel. Dat de huls van uiterlijk vertoon bestaat is daarom begrijpelijk, maar hoe die wordt gevuld is dat niet. Kritiek moet daarom voorbijgaan aan de ogenschijnlijke lachwekkendheid van de gebeurtenis die afleidt van de oorzaak. Zo heeft de pracht en praal een dubbele betekenis: het bevestigt de gevestigde orde en probeert kritiek niet verder te laten kijken dat dat.

Dus de pijn zit elders. Namelijk in het feit dat het debat over de keuze voor een andere staatsvorm door de macht wordt geblokkeerd. De monarchie verschuilt zich achter het schild van het politieke bestel van de parlementaire democratie die brede steun geniet. De kracht van de verbinding wordt nu onterecht bij de monarchie gelegd, terwijl er alternatieven zijn die hetzelfde resultaat en filmpje zouden opleveren. Dat we als Nederlanders de keuze voor het staatshoofd niet openlijk kunnen debatteren is een gevolg van propaganda.

Om de knoop te ontwarren moeten we ons de vraag stellen wie zich met welk belang achter wie verschuilt. Want als de monarchie zich probeert te legitimeren op de schouders en achter de rug van de parlementaire democratie, dan is die bekrachtiging oppervlakkig en cosmetisch. Dan krijgt de pracht en praal die al twee betekenissen had, namelijk de bevestiging van de gevestigde orde en afleiding voor fundamentele kritiek er een derde betekenis bij: de gijzeling door de monarchie van het parlementaire bestel. Vermoedelijk lopen de drie betekenissen door elkaar heen en zorgen ze voor een stevig model waarbij de belangen zijn uitgeruild.

Keuze voor republiek wordt in Spanje politiek bepaald. Nederland kent geen debat erover, maar neemt steun voor monarchie wel af

Demonstranten in Madrid tegen de Spaanse monarchie is een typisch onderwerp voor het door het Kremlin gecontroleerde Sputnik Deutschland. Het geeft een beeld van verdeeldheid in een Europees land. Ter gelegenheid van de 88ste verjaardag van de proclamatie van de Tweede Spaanse Republiek op 14 april 1931 eisten demonstranten het einde van de monarchie en de vestiging van een Derde Republiek. De logica tussen het een en het ander is niet op voorhand duidelijk. De Spaanse monarchie werd in 1947 officieel hersteld.

De toon van de demonstratie staat in schril contrast met de situatie in Nederland. Uit een Ipsos-enquête onder 500 deelnemers die in opdracht van de NOS werd uitgevoerd bleek met name onder jongeren (18-34 jaar) de steun voor de Nederlandse monarchie ‘fors afgenomen’. Die bedraagt nu 55%. De steun voor de monarchie onder allen is met 68% iets hoger. Daartegenover is de steun voor een republiek met een gekozen president met 15% laag. Volgens de onderzoekers komt dat mede door onwetendheid over een presidentieel systeem: ‘Niet iedereen weet wat dit systeem inhoudt. Ze hebben een sterke associatie met de Verenigde Staten. Dat willen ze niet. Mensen beseffen niet dat er ook een systeem mogelijk is met een gekozen president met ceremoniële taken zoals in Duitsland’. Dat tekort aan bewustwording valt de Republikeinse facties en genootschappen aan te rekenen die de bevolking slecht voorlichten. Een andere reden die de NOS ongenoemd laat is dat geen enkele Nederlandse politieke partij zich ondubbelzinnig voor de republiek uitspreekt.

Vergeleken met de heetgebakerdheid, politisering en beladen geschiedenis in Spanje voelt het gebrek aan opwinding in Nederland over de keuze tussen monarchie en republiek weldadig aan. Het onderwerp lijkt de Nederlandse bevolking niet te interesseren. Hoewel Nederland een grote en indrukwekkende Republikeinse traditie heeft leeft het niet. Dat is een luxe positie, maar ook een positie waarin niet echt gekozen wordt. De kritiek van de jongeren op de monarchie heeft volgens de interpretatie van de onderzoeksresultaten door de NOS met de kosten ervan te maken. De Nederlandse monarchie zou naar verhouding de duurste van Europa zijn. Ter vergelijking: De ceremoniële Zwitserse president kost een half miljoen euro per jaar en had in 2018 een besparing van 345 miljoen euro op de kosten van de Nederlandse monarchie opgeleverd. Verder komt het bezwaar van de jongeren erop neer dat de monarchie ‘oubollig’ en ‘ouderwets’ is. Ze hebben ook kritiek op de erfopvolging. Een ondervraagde voor de NOS: ‘Als iets generatie op generatie wordt overgedragen, zegt dat niets over iemands bekwaamheid. Ik heb dan liever een republiek, waarbij het volk iemand mag kiezen.

Geldzucht en kunstzinnig gebrek karakteriseren Oranjes. Oproep voor instelling ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’

Naast gebrek aan culturele belangstelling is geldzucht de tweede zwakke plek van de Nederlandse koninklijke familie. Om niet te zeggen een smet op het blazoen dat het zelf graag opgepoetst ziet. Het is tijd voor twee debatten die met elkaar verband houden. Namelijk de vraag of de uiterste houdbaarheidsdatum van de Nederlandse monarchie is bereikt en of zo’n instituut nog wel bij de huidige tijd past. Inclusief het principe van erfopvolging dat haaks op dat van de democratie staat. De monarchie is een ondemocratisch instituut. Daar zou een breed maatschappelijk debat over gevoerd moeten worden waarbij opgelet moet worden dat de Oranje-propaganda via bevriende media niet dat debat naar zich toetrekt zoals tot nu toe gebeurt. Ik ben nog steeds verbaasd over alle journalistieke hielenlikkers, jaknikkers en hermelijnvlooien die bij de troonsafstand van toenmalig koningin Beatrix in 2013 haar bewierookten. Gemeten steun voor de monarchie bedraagt 68%.

Een bijkomende vraag is hoe en wanneer de kunst, bezittingen en het vermogen dat de koninklijke familie beheert in de administratie van de koninklijke familie is gekomen en welk deel een bruikleen van die staat is. Het is nu de hoogste tijd dat over het werkelijke eigendom duidelijkheid ontstaat. Om dat voor de kunst te onderzoek pleitte ik in een commentaar onlangs voor een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ met de volgende motivatie: ‘De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis of de koninklijke familie in bredere zin. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat. Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politiek heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor of geïntimideerd door het staatshoofd.’

Arjen Ribbens van NRC is in deze kwestie gedoken en onthult in een artikel van 24 januari dat de Oranjes in stilte kunst verkochten aan het Rijk. Daar is door de politiek nooit ruchtbaarheid aan gegeven. NRC: ‘De overheid kocht de cultuurgoederen om te voorkomen dat de koninklijke familie ze aan derden zou verkopen.’ Dit is een voor de Nederlandse koninklijke familie beschamend en beschadigend feit. Eruit blijkt namelijk dat geldzucht en zelfverrijking van leden van de koninklijke familie haaks staan op het algemeen belang van Nederland. Zoals Ribbens in onderstaand citaat constateert gaat het hier niet om een toevallig incident, maar om een stelselmatige situatie gedurende vele jaren waarbij verschillende leden van de koninklijke familie betrokken zijn. Het lijkt de leden van de koninklijke familie vooral te ontbreken aan een gezonde mentaliteit.

Wat te doen in een sfeer waarin politieke partijen beschroomd, om niet te zeggen doodsbenauwd zijn in hun omgang met de Oranjes en de gevestigde media welhaast als gelijkgeschakeld kunnen worden beschouwd in hun lofzang op het koninklijk huis? Mede omdat nu een geloofwaardige republikeinse factie ontbreekt en de vrees voor het rechts-populisme mogelijke critici doet zwijgen. Er valt door nalatigheid en het bederf van politiek en media wat de monarchie betreft op dit moment geen eerlijk en open debat te verwachten over de rol van de monarchie, en in het verlengde daarvan over bezittingen die het ten onrechte heeft geconfisqueerd en te gelde heeft gemaakt. Arjen Ribbens en NRC zijn trouwens de uitzondering op de regel. Dat geeft hoop dat dit debat ooit volwassen en evenwichtig zal worden kunnen gevoerd. De twee aspecten, namelijk het (kunst)bezit van de koninklijke familie en de levensvatbaarheid van de monarchie lijken elkaar te beïnvloeden.

Het is op dit moment zo dat kritiek op de monarchie vanuit de middenpartijen niet frontaal wordt geuit omdat dit door de machtspositie van de monarchale groeperingen zo goed als vruchteloos is, maar dat de kritiek het onrechtmatig kunstbezit, het ontzamelen en de schraapzucht van diverse leden van de koninklijke familie zou kunnen aangrijpen om een nieuw, zijdelings front van kritiek tegen de monarchie te openen. Als dat leidt tot het instellen van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ dan dient dat een drieledig doel: er komt duidelijkheid over wantoestanden die leden van de koninklijke familie hebben veroorzaakt; Nederlands kunstbezit wordt beter beschermd en onder het beheer van de Nederlandse Staat gebracht; de bewustwording over de wezenlijke rol van de monarchie wordt verdiept en verscherpt en geeft media en politiek de ruimte om afstand te nemen en onafhankelijker én zelfbewuster van de lange arm van de Oranjes te functioneren.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOranjes verkochten in stilte kunst aan Rijk’ in AD, 25 januari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelOranjes verkochten in stilte kunst aan Rijk’ van Arjen Ribbens in NRC, 24 januari 2019.

Petitie ‘Afschaffing Koninklijk Huis’ verdient serieuze overweging

Het kan nooit kwaad om het Republikeinse, zo men wil anti-monarchistische karakter van Nederland te benadrukken. Dat in 1815 koning Willem I zichzelf uitriep tot koning der Verenigde Nederlanden geeft aan dat de Nederlandse monarchie een tamelijk recente ontwikkeling is. Een uitvinding van een traditie. Zoals in de 19de eeuw meer tradities en rituelen werden uitgevonden en vormgegeven, zoals Sinterklaas. De Nederlandse monarchie speelt op het vlak van Volkskunde, folklore, rituelen en tradities en vindt een oorsprong in de 19de eeuw. De eeuw van nationalisme en natievorming. De affiche dateert uit 1980, zoals een optelling uitwijst.

Hoewel de Nederlandse monarchie volgens onderzoek uit 2010 van de Vlaamse hoogleraar Herman Matthijs tot de duurste van Europa behoort is dat niet de hoofdzaak voor kritiek. Hoe onbegrijpelijk het ook is dat de kosten niet beter in de hand worden gehouden. Hoofdzaak van kritiek is wel het anti-democratische karakter ervan door het beginsel van de erfopvolging. In theorie zijn alle functies in het openbaar bestuur voor alle Nederlanders beschikbaar, behalve die van staatshoofd. Dat is vanuit democratisch oogpunt ongewenst. Sommigen beweren dat door de golf van rechts-populisme enige afstand tot de dagelijkse politiek raadzaam is. Maar het bezwaar blijft dat via de erfopvolging niet de beste persoon voor de functie van staatshoofd gekozen wordt. De recente geschiedenis met Koningin Juliana en Prins Bernhard maakt dit duidelijk.

Nederland moet weer een Republiek zijn zoals het dat vanouds is. Complicatie is dat de Republikeinse genootschappen worden bevolkt door malcontenten die behalve hun afkeer van de monarchie weinig toevoegen aan het debat over de staatsvorm die Nederland het beste past. Ze staan ook voor een lastige opgave omdat de propaganda van Oranje continu op vele toeren draait. Deels door belastinggeld dat door de burgers wordt opgebracht en deels door het establishment dat de voorspelbaarheid, inschikkelijkheid en sociale mores van een monarchie een voordeel vindt en het daarom vanuit de schermen steunt. Maar voor burgers die voor de pure democratie gaan is de monarchie een anomalie. Een afwijking van het normale.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieAfschaffing Koninklijk Huis’ op petities.nl.