George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Den Haag

Herinneren: Den Haag – Kunst – Buks – 1965 – Paul van Solingen

leave a comment »

Wat we hier zien is niet op voorhand duidelijk. De omschrijving bij deze foto lost (na een lichte bewerking) een deel van het raadsel op: ‘DE POLITIE HEEFT DE JONGE HAAGSE MOZAIEKLEGGER PAUL VAN SOLINGEN MAANDAG OP DE HOFWEG IN DEN HAAG AANGEHOUDEN, OMDAT HIJ OP HET TROTTOIR ALS JAMES BOND EEN VAN ZIJN WERKSTUKKEN, GENAAMD NAAR DE ROLPRENT GOLDFINGER, VOLTOOIDE DOOR ER MET EEN BUKS LOOD IN TE JAGEN, TOT ALLE DERTIG KOGELTJES OP WAREN. HET WERKSTUK, EEN TABLEAU VAN 2.50 METER BIJ 1.50 METER, HAD EEN PLAATSJE GEKREGEN IN DE HAL VAN HET PASSAGE-THEATER.’ De datum is 26 april 1965. Op 15 april was de populaire Bond-film Goldfinger met Sean Connery in Nederland in première gegaan.

Paul van Solingen is een in 1944 geboren Haagse kunstenaar. Onduidelijk is of hij overleden is. Volgens opgave van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri wel, want dat zet een kruisje bij zijn naam. Ook staat zijn naam niet (meer) op de lijst van werkende leden van de Haagse Kunstkring in de Denneweg. Maar elders wordt dat niet bevestigd, zoals in de tot 14 februari 2019 bijgewerkte Scheen die stelt: ‘Paul van Solingen geb. Den Haag 14 september. 1944. Woont en werkt aldaar’. Van Solingen zou dan inmiddels 75 jaar oud zijn.

Op de tweede foto zien we waar op 26 april 1965 de kunstenaar op mikt: het mozaïek. De portier van het Passage-theater ziet het welwillend, maar ook wel wat gelaten aan. Anno 2019 zouden we dit evenement een photo op(portunity) noemen. Op de eerste foto neemt een fotograaf Van Solingen op de korrel die op zijn beurt weer wordt gefotografeerd door een professionele fotograaf van het ANP. Als in de schiettent op de kermis schiet Paul van Solingen met z’n buks op de roos die bij een succesvol schot de camera activeert. Dat is echter andere koek dan wat Sean Connery in Goldfinger liet zien. Het idee van de kermisbuks en de loden kogeltjes moet dat benaderen. Of dat overtuigend gebeurt is de vraag. Toen wellicht wel, maar nu na bijna 55 jaar nauwelijks nog. De vraag blijft bestaan wie hier in opdracht van wie met welk doel op wat schiet. Waar de politie is te zien die Van Solingen zou hebben aangehouden is ook een raadsel dat vooralsnog blijft bestaan.

Foto 1: DEN HAAG-KUNST-BUKS, met als onderschrift: ‘DE POLITIE HEEFT DE JONGE HAAGSE MOZAIEKLEGGER PAUL VAN SOLINGEN MAANDAG OP DE HOFWEG IN DEN HAAG AANGEHOUDEN, OMDAT HIP OP HET TROTTOIR ALS JAMES BOND EEN VAN ZIJN WERK STUKKEN, GENAAMD NAAR DE ROLPRENT GOLDFINGER, VOLTOOIDE DOOR ER MET EEN BUKS LOOD IN TE JAGEN, TOT ALLE DERTIG KOGELTJES OP WAREN. HET WERKSTUK, EEN TABLEAU VAN 2.50 METER BIJ 1.50 METER, HAD EEN PLAATSJE GEKREGEN IN DE HAL VAN HET PASSAGE-THEATER.’ ANP, 26 april 1965. Collectie:

Foto 2: DEN HAAG-KUNST-BUKS, met identieke gegevens als foto 1.

Advertenties

Schriftelijke vragen van de Haagse Partij van de Eenheid over ‘onderzoek naar haalbaarheid Halalstrand’ staan niet geregistreerd

with 2 comments

In deze tweet van 18 april 2019 suggereert Arnoud van Doorn van de Partij van de Eenheid in de Haagse gemeenteraad dat hij vragen stelt over de haalbaarheid van een ‘Halalstrand’. Zijn tekst die als datum 18 april heeft begint zo: ‘In overeenstemming met het Reglement van orde heeft de Partij van de Eenheid de volgende vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad’ waarna de zin abrupt eindigt en er vijf vragen volgen. Wat levert de invuloefening na ‘gemeenteraad‘ op? Heeft deze partij de vragen gesteld, niet gesteld, ingeslikt, ingediend of gedroomd? Uit het overzicht van de gemeente Den Haag (stand 23 april, 18.30 uur) blijkt de Partij van de Eenheid in de maand april geen enkele schriftelijke vraag gesteld te hebben. Dus evenmin over de haalbaarheid van het ‘Halalstrand’ waar de media uitgebreid aandacht aan hebben besteed. In welke vorm heeft Van Doorn zijn ‘Schriftelijke vragen’ ingediend bij de griffie als het niet als ‘Schriftelijke vragen’ is? Mijn inhoudelijke reactie op het ‘verzoek onderzoek naar haalbaarheid Halalstrand‘ van de Partij van de Eenheid:

Hoe zinvol is het om je af te zetten tegen ongepaste kleding van anderen in de publieke ruimte? Iedereen ergert zich wel ergens aan of voelt zich ergens wel eens onprettig bij: naakt, bedekt, frivool, zedig, boers, stedelijk, formeel, hip, hedendaags, ouderwets. Het gaat ver om daar gevolgen aan te verbinden en aan te sturen op maatregelen en verboden. Zo beredeneerd voelt iedereen zich wel onprettig bij een specifiek soort kleding en moet voor elke subgroep een uitzondering gemaakt worden.

Dat leidt tot een ingewikkelde, onwerkbare en onhaalbare herverkaveling van de publieke ruimte. Want hoe ziet Van Doorn dit in de praktijk voor ogen? Er zijn honderden religies met vaak strikte kledingvoorschriften. Hoe kan er een regeling getroffen worden die zowel deze gelovigen als de secularisten die gaan voor gelijkheid van religies en levensovertuigingen tevreden stelt? Dat is onmogelijk omdat de publieke ruimte niet tegelijk neutraal en niet-neutraal kan zijn.

Gelovigen hebben in theorie evenveel rechten binnen de Nederlandse rechtsstaat als iedereen. Niet meer en niet minder. Sinds de jaren ’70 (vdve) hebben maatschappelijke ontwikkelingen ervoor gezorgd dat de voorrechten van de christelijke gelovigen geleidelijk zijn afgenomen. Voor de duidelijkheid: hun voorrechten, niet hun rechten want die zijn gegarandeerd Dat is een gewenste beweging naar de optimalisering van de rechten van iedereen. Het voorstel van Van Doorn is in strijd met deze ontwikkeling en een stap terug in de tijd.

Wat Van Doorn zegt heeft te maken met de spanning tussen gemeenschap en individu. Er klinken stemmen die beweren dat de individualisering sinds de jaren ’90 (vdve) te ver is doorgeslagen ten koste van een gemeenschapsgevoel. Ieder voor zich. Het individu als los zand. Er klinken ook stemmen die zeggen dat gelovigen (vooral vrouwen) in bepaalde religieuze gemeenschappen gevangen worden gehouden en de gemeenschap verhindert dat ze hun individualiteit kunnen belijden. Het is allebei waar. Van Doorn denkt in groepen en gemeenschappen en zijn critici denken in individuen.

Gewenst is dat vooral vrouwen in Nederland niet langer in religies of levensbeschouwelijke systemen worden opgesloten en bevrijd worden. Tegelijk is het gewenst dat individuen die zich totaal van de gemeenschap afgekeerd hebben daarnaar terugkeren en zich weer gaan bekommeren om de samenleving die meer is dan geld, carrière en de eigen directe omgeving. Zodat ze hun maatschappelijke plichten niet langer verzaken.

Het is geven en nemen. Als mensen zich op eigen initiatief en uit eigen vrije wil willen afzonderen, dan moet daar niet moeilijk over worden gedaan. Dat moet soepel kunnen. Laat ze maar bij elkaar op het strand of in het park gaan zitten. Maar zoiets kan wettelijk niet met regelgeving opgelegd en afgedwongen worden zoals Van Doorn voorstelt. Dat gaat ook voorbij aan de emancipatie die belangrijker is dan de apartheid die hij nastreeft en die de emancipatie niet bevordert, maar juist blokkeert.

Foto: Tweet van Arnoud van Doorn (Partij van de Eenheid), 18 april 2019.

Tobias Walraven weg bij COMM. Was het toezicht voldoende?

leave a comment »

Tobias Walraven heeft na kritiek ontslag genomen als directeur van het COMM. Aanleiding was een artikel van onderzoeksjournalist Siem Eikelenboom in FTM. De klokkenluider die hem van informatie voorzag wordt niet beloond door de Raad van Toezicht omdat zij een wantoestand naar buiten heeft gebracht, maar gestraft met een rechtszaak omdat zij de geheimhouding zou hebben geschonden. Het museum is aan de rand van de afgrond gebracht door een dure verbouwing, hoge marketingkosten en een riant salaris voor Walraven. In een interview in het AD zegt Walraven dat hem niks te verwijten valt. Toch neemt hij ontslag, naar hij zegt om het COMM te beschermen. Zijn uitleg is ontwijkend en halfbakken. Hij zegt terug te treden vanwege ‘negatieve publiciteit’, niet omdat hij toegeeft dat onder zijn leiding het COMM aan de rand van de afgrond is gebracht.

Het lijkt op twee manieren mis te zijn gegaan bij het COMM. Allereerst door onvoldoende gebrek aan bestuurlijke kwaliteit en de verkeerde focus én prioriteit van de Raad van Toezicht. Het toezicht ontbrak grotendeels of was onvoldoende en de Raad was onevenwichtig samengesteld. Voorzitter Willem Ackermans was rond 2000 de financiële man van KPNQwest. Het COMM had tot september 2018 een Raad van Toezicht zonder iemand met museale expertise. Trouwens, waarom de directeur van Het Scheepvaartmuseum Michael Huijser toen in dit zinkend schip is gestapt valt lastig te begrijpen. Dat was óf te laat óf te vroeg.

Reden waarom medewerkers van het COMM in afgelopen jaren niet succesvol hebben gelobbyd en steun hebben gevonden om het beleid van het museum de pas af te snijden valt te verklaren door de identiteit en mentaliteit ervan. Naar zeggen van een medewerker was het reglementair niet toegestaan om buiten de directeur om contact met de Raad van Toezicht te zoeken. Ondanks het feit dat de medewerkers al vanaf 2011 signalen ontvingen dat de Raad van Toezicht met een sterfhuisconstructie bezig was en die niet serieus met de medewerkers in gesprek wilde gaan. Zodat de informatie vanuit het museum de top niet bereikte omdat de Raad van Toezicht dit afhield. Walraven trad pas in 2016 toe. Een en ander werd versterkt door het feit dat het museum een eigen stichting was met een pot geld van 75 miljoen gulden waarover het zeggenschap had en onafhankelijk van overheidssubsidies kon functioneren. De autonomie van Raad en directeur was groot omdat er geen publiek geld bij betrokken was. Verantwoording aan de overheid en collegiale toetsing ontbraken.

Het afwijzende advies over de Culturele basisinfrastructuur 2017-2020 van de Raad voor Cultuur uit 2016/17 over het COMM is kritisch. Wat volgens de Raad voor Cultuur ontbreekt is een goede en voldoende uitwerking van de plannen. Leidend punt van kritiek is dat de plannen niet aansluiten bij de musea functie van het museum. Hier lijkt zich het ontbreken van museummensen in directie en Raad van Toezicht te wreken. Maar het advies is niet alleen kritisch op de inhoud en de museale functie van het COMM maar ook op de aspecten ondernemerschap en marketing. Als laatste kritische noot zet het advies een kanttekening bij het bestuur van het COMM: ‘De Governance Code Cultuur wordt toegepast en er wordt een overgang gemaakt naar een raad-van-toezichtmodel. Het museum gaat niet in op de taakverdeling en de samenstelling van deze raad.

De constructie van het COMM gaf de bestuurders dus een vrijbrief voor onethisch gedrag omdat ze in hun eigen autarchie wettelijk binnen hun reglementair mandaat bleven. Het lijkt er sterk op dat niet directeur Walraven, maar een foute structuur de verklaring voor het uit de rails lopen van dit museum is. De directeur was weliswaar de foute man op de foute plek zonder museale ervaring of expertise die nooit benoemd had moeten worden, maar het lijkt vooral de Raad van Toezicht die deze ontsporing mogelijk heeft gemaakt. Waarschijnlijk niet uit kwaadwillendheid, maar uit onbenul, onkunde en een verkeerde doelstelling.

De weeffout is dat dit heeft kunnen gebeuren en er geen enkele instantie was die corrigerend op kon treden. Zoals de Museumvereniging, de gemeente Den Haag of het ministerie van OCW. In algemene zin is deze verkokering en kortzichtigheid een aandachtspunt bij privémusea die vaak maar één sponsor hebben en sterk in zichzelf gekeerd opereren. Een recent voorbeeld is het ontslag van Ralf Beil bij het Kunstmuseum Wolfsburg dat eenzijdig door Volkswagen wordt gerund. Van de andere kant zijn er geen wettelijke middelen om zo’n privémuseum waarvan iedereen van buiten ziet dat het ontspoort bindend op het rechte spoor te brengen.

Walraven verkoopt zijn marketingpraatjes, oneigenlijke argumenten en jeuktaal in het AD als hij zegt: ‘Ik voel me sterk omdat ik niet makkelijk opgeef en omdat ik vind dat ik de situatie professioneel tegemoet moet treden. COMM moet in haar kracht teruggezet worden.’ Walraven voelt zich niet sterk omdat hij een goede directeur was met museale ervaring, expertise, visie en een goed netwerk binnen de museumsector, maar omdat hij niet makkelijk opgeeft. Hijzelf brengt de flinterdunne onzin van zijn orakeltaal als geen ander onder woorden. Deze man had nooit benoemd moeten worden op deze functie. Dat valt echter niet zozeer Walraven, maar wel de Raad van Toezicht aan te rekenen. Voor de duidelijkheid de namen van de leden van de Raad van Toezicht die de ontsporing van het COMM hebben begeleid: Willem Ackermans, Sylvia Roelofs, Leon Merkun en Feer Verkade. Het voelt onrechtvaardig dat Walraven weggaat en Willem Ackermans blijft zitten.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsberichtDirecteur Museum voor Communicatie treedt terug’ van het COMM, 23 januari 2019.

PvdA belichaamt race naar de bodem door uitnodiging Corbyn

with 3 comments

Op 5 juli 2018 was de Britse Labour-leider Jeremy Corbyn op bezoek bij de PvdA in Den Haag. Aanleiding was het Fair Tax Event dat de PvdA had georganiseerd. Kritisch, rechts Nederland greep het bezoek aan om het antisemitisme van Corbyn centraal te stellen zoals uit dit interview van Lissauer.com met Lodewijk Asscher is op te maken. Zinvolle kritiek, maar niet de essentie van waar Corbyn voor staat.  De centrum-linkse Asscher en de radicaal-linkse Corbyn passen slecht bij elkaar, zoals ook het geradicaliseerde Labour en de gematigde bestuurderspartij PvdA weinig gemeenschappelijks hebben. Behalve dat ze officieel zusterpartijen zijn.

James Kirchick zet voor Politico de gedachten van de radicale Corbyn op een rijtje en plaats dat in de context van de sociaal-democratie. De titel van het artikel geeft aan waar het om gaat: ‘Britain’s most dangerous export: Corbynism’. De essentie is dat een partij als de PvdA helemaal niets met Corbyn te maken zou moeten willen hebben: ‘Maar zo oppervlakkig aantrekkelijk de prestaties van Corbyn kunnen lijken, de neerslachtige sociaal-democraten van Europa moeten vermijden te proberen zijn ogenschijnlijke politieke succes na te bootsen. Elke progressieve persoon met een sociaal geweten en kennis van geschiedenis – laat staan een verlangen om daadwerkelijk verkiezingen te winnen – moet het Corbynisme massaal verwerpen’.

Corbyn is alles wat Asscher en de PvdA niet zijn. Corbyn is NAVO-scepticus en euroscepticus die niet tegen de Brexit is en zich in de buitenlandse politiek opstelt als Putin-verdediger. Over hem werd eerder dit jaar beweerd dat hij zo’n 30 jaar geleden een communistische spion was. Of dat waar is of niet, hoe dan ook hangt rond Corbyn een zweem van antidemocratie en verraad van de EU en het Westen. Corbyn is exact de politicus waartegen anticommunistische PvdA’ers Jacques de Kadt of Joop den Uyl zich zouden verzetten omdat hij slechts in naam (sociaal)-democraat is. Dit maakt het des te raadselachtiger waarom de gematigde Asscher die het in het kabinet Rutte II goed kon vinden met VVD’er Rutte Corbyn uitnodigde voor het Fair Tax Event.

Er is maar één verklaring voor wat gerust een noodgreep genoemd kan worden. Namelijk dat de paniek en de uitzichtloosheid in de PvdA zo groot zijn dat er het idee heeft postgevat dat wat het ook doet dat niet echt uitmaakt. Dus een gokje met Corbyn moet kunnen. In de publiciteit werd vorige maand het bezoek negatief noch positief verslagen, het werd zo goed als genegeerd. Herbronning en terug naar de basis door links af te slaan zouden nog enigszins een uitleg voor Corbyns uitnodiging kunnen zijn geweest als hij aansloot bij de traditie van de PvdA en een volbloed democraat en Europeaan was. Maar dat doet hij niet. De paradox is dat als Asscher een Britse Labour-politicus was hij net als de gematigde Stephen Kinnock, Chuka Umunna of Chris Leslie door de links-radicale Momentum-beweging van Corbyn op een zijspoor gemanoeuvreerd zou zijn.

Wat Lodewijk Asscher bezielde om te denken dat samen op een podium staan met Jeremy Corbyn gunstig voor hem en de PvdA zou uitpakken geeft vooral te denken over de radeloze vertwijfeling binnen de PvdA. Zelfs een doodskus van een antidemocraat wordt binnen deze sociaal-democratische partij als lichtpuntje gezien. Deze PvdA heeft geen vijanden meer nodig, het is immers in stuurloosheid een vijand van zichzelf.

Vulgariseren door marketing. Kan Haags Gemeentemuseum taak als bewaker van erf- en gedachtegoed van Mondriaan serieus aan?

with 5 comments

Je zou maar directeur van het Haags Gemeentemuseum zijn en op zaterdag 23 juni 2018 deze advertentie op de achterkant van het katern Economie van NRC aantreffen. Op de foto is een zeilboot op zee te zien met driemaal de naam ‘Brunel’, op de boeg de naam ‘Volvo Ocean Race’ en op het voorzeil een Mondriaan-achtige grafiek die de naam ‘The Hague’ omsluit. Voor wie de foto dan nog niet begrepen heeft biedt de advertentie overbodigheid. De namen Den Haag, Brunel en Mondriaan worden in de marge herhaald onder de titel ‘Op naar Den Haag; veel succes!’ Logo en naam van het Gemeentemuseum zijn onderaan de advertentie te lezen.

In een persbericht van 10 december 2017 geeft het Haags Gemeentemuseum uitleg. De inhoud ervan is zo leeg, onbeduidend en ongerijmd dat de verleiding om uit het persbericht te citeren niet te weerstaan valt:
1) Schipper Bouwe Bekking van ‘Team Brunel’: ‘Wij zijn blij dat we Mondriaan aan boord hebben op onze nieuwe ‘mast head code 0’ zeil. Heeft Bekking dat werkelijk gezegd of is het waarschijnlijker dat hem dat in de mond gelegd wordt door de betrokken marketeers van dit project?
2) Over het Mondriaan jaar 2017: ‘Het Mondriaan jaar mag een doorslaand succes genoemd worden, want vele nationale en internationale bezoekers bezochten de stad en het museum.’ Door wie mag het Mondriaan jaar dan wel een ‘doorslaand succes’ genoemd worden als het bereik en de bezoekcijfers de enige maatstaf lijken te zijn? De jongens en meisjes van de marketing lijken kwaliteit met kwantiteit te verwarren.
3) ‘De campagne heeft aangetoond dat de kunstenaar Mondriaan verbindt en inspireert. Mondriaan is daadwerkelijk ontdekt, massaal omarmd door jong en oud en overduidelijk voor altijd verbonden met de stad Den Haag.’ De suggestie is dat Piet Mondriaan in Den Haag door deze campagne pas in 2017 ‘daadwerkelijk ontdekt’ is. Waar laat dat alle publiciteit van voor die tijd, zoals de aankoop van Mondriaans ‘Victory Boogie Woogie’ (1944) in 1997 voor 37 miljoen euro die met veel publiciteit over aankoop en tentoonstelling vanaf 1998 in het Haags Gemeentemuseum gepaard ging? De campagne claimt onterecht de ontdekking van Mondriaan. Vraag is of deze ongerede claim voortkomt uit onbenulligheid en gebrek aan (kunst)historisch besef of uit berekening om via de marketingcampagne nog eens extra in een verwijzing naar zichzelf oneigenlijk een succesvol resultaat van de campagne te claimen?
4) Oud-wethouder Karsten Klein (CDA): ‘Met dit initiatief – een Mondriaan spinakerzeil voor Team Brunel – laat Den Haag zien dat het de ultieme bestemming is voor de Volvo Ocean Race teams.’ Opnieuw passeert de flinterdunne logica van de marketing met als favoriete stijlvorm de cirkelredenering die deze keer de lege huls van een wethouder met eigen prietpraat vult. De marketing volgt de afgesloten logica van de marketing zonder dat nog enig verband met de echte wereld kan worden gelegd. Deze marketing draait in zichzelf rond. De claim is dat marketing werkt omdat marketing bestaat. Deze campagne lijkt zo vooral een campagne voor het belang van marketing te worden.

De publiciteit werd vooral de laatste dagen overspoeld door berichten die overduidelijk door de afdeling marketing van Team Brunel waren ingestoken en als kant-en-klare content voor artikelen in de Nederlandse pers werden aangeleverd. Zo schreef Omroep West in het bericht ‘Wederopstanding Team Brunel in Volvo Ocean Race door Mondriaan-zeil’ waarbij niet geheel toevallig de drie hoofdsponsors (Brunel, Volvo, Den Haag) in de titel worden genoemd op 24 juni: ‘Toen we die zeilen met dat Mondriaan-ontwerp ontvingen, vonden we het aan boord allemaal meteen helemaal super. Het zeil heeft ons geleerd weer te lachen. Je wordt er vrolijk van. Van de kleuren, het design. Ik heb er echt hele mooie herinneringen aan inmiddels.’ Mondriaan wordt zo door de marketing van Brunel gereduceerd tot een ontwerp op een zeil waarom te lachen valt.

Dat had directeur Benno Tempel allemaal in zijn ‘eigen’ persbericht en de advertentie in NRC kunnen lezen. Mondriaan wordt door de gemeente Den Haag ingezet als marketinginstrument en het Gemeentemuseum heeft daarin te volgen. Het woord dat voor deze gang van zaken in gedachten schiet is het Germanisme Fremdkörper. Marketing is de insluiper, de binnendringer, de infiltrant, de spion die onder de dekmantel van een valse identiteit en onder het gezag van het gemeentebestuur het Gemeentemuseum binnendringt en daar handelingen verricht ten behoeve van de versterking van de strategische marktpositie van de gemeente Den Haag en arbeidsbemiddelaar Brunel. Het Gemeentemuseum is hierbij niet de katalysator die ongehinderd uit het proces komt, maar de partij die in de kern beschadigd wordt door de marketing voor andere partijen. Het Gemeentemuseum is als bewaker van Mondriaans erf- en gedachtegoed machteloos om het uit handen van marktpartijen te redden. Dat is een bevinding die de zwakke positie van het Gemeentemuseum demonstreert. Overigens eindigde Team Brunel als derde van de zeven teams. Ondanks het ‘vrolijke’ Mondriaan-zeil.

Foto 1: Advertentie in NRC, 23-24 juni 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van een tweet van Omroep West Sport in artikelWederopstanding Team Brunel in Volvo Ocean Race door Mondriaan-zeil’ van Omroep West, 24 juni 2018.

Vernielingen van ruiten hindoetempel door moslimjongeren in Haagse Schilderswijk. Islamitische PvdE wil protest verbieden

with 2 comments

In de Haagse Schilderswijk is meer dan 90% van de geregistreerde bewoners van niet-westerse afkomst, aldus Wikipedia. Het percentage moslims bedroeg er in 2015 zo’n 50% volgens opgave van de gemeente. Omroep West doet verslag van vernieling door lokale jongeren aan een Hindoeïstische gebedsruimte, ofwel tempel, in de in de Schilderswijk gelegen Mijtenstraat. Het gebeurde in de nacht van 23 op 24 mei. Vrijwilliger Radjin Ramdhani is er duidelijk over, de scheldpartijen en vernielingen zijn naar zijn idee ‘religieus getint’. Dat wil zeggen geweld tegen religie vanuit religie. De hindoes worden met de scheldwoorden ‘duivels geloof’ en ‘afgoderij’ uitgescholden door moslimjongeren. Ramdhani vertelt dat de tempel heeft geprobeerd om met de ouders van de jongeren en de organisaties waar de jongeren onderdeel van uitmaken in gesprek te gaan, maar contact leggen met die groep lukt volgens hem niet. De tempel Ram Mandir heeft aangifte gedaan.

In de nacht van 29 op 30 mei zijn de ruiten van de tempel opnieuw ingegooid, volgens een bericht van Omroep West. Ramdhani vermoedt dat het dezelfde daders zijn die ook de eerdere vernielingen aanbrachten.

In reactie op deze vernielingen is de hindoegemeenschap in actie gekomen. De Amersfoortse motorclub Kali Mata Hindustan wil zondag 3 juni vreedzaam protesteren bij de tempel in de Mijtenstraat. Daarop heeft raadslid Arnoud van Doorn van de islamitische Partij van de Eenheid burgemeester Pauline Krikke verzocht om het protest, wat hij een ‘demonstratie’ noemt, in de Schilderswijk te verbieden, aldus een tweet. Het argument dat Van Doorn geeft is ‘dat de kans groot is dat deze demonstratie het karakter gaat krijgen van een anti-moslim bijeenkomst, met mogelijk verstoring van de openbare orde’. De motorclub is nog in onderhandeling met de gemeente over het protest waar zeker zo’n 25 mensen aan deel zouden nemen.

In een andere ontwikkeling veroordeelt het Haagse raadslid Pieter Grinwis van ChristenUnie/SGP in een tweet de vernielingen als schandalig en pleit hij voor cameratoezicht of een politiepost bij de tempel. Hij pleit ervoor dat politie en justitie de vernielingen ‘van andermans religieuze instellingen’ behandelt als hate crime en niet als vandalisme. Hate crime wordt opgevat als een ‘al dan niet bewuste poging een hele groep te treffen’. Vraag is overigens of Grinwis meent dat religieuze instellingen extra juridische bescherming moeten genieten. Als dat zo is, dan valt dat vanwege de rechtsongelijkheid af te wijzen. Islamoloog Maarten Zeegers voorziet in een tweet de vernielingen door de moslimjongeren van een context: ‘Er zijn tijdens de Ramadan twee absolute zekerheden. 1) Een deel van de moslims vast (behalve de Turkse cafégangers met een maand durende suikerziekte). 2) Een ruitschadeherstelbedrijf mag de ruiten van de hindoetempel Ram Mandir vervangen.’

Foto: Tweet van Arnoud van Doorn (Partij van de Eenheid), 1 juni 2018.

Omroep West: ‘Wethouder Baldewsingh: ‘Den Haag is niet meer alleen van Nederlanders’’. Een lesje in communicatie van de PvdA

with 3 comments

De vertrekkende PvdA-wethouder in Den Haag Rabin Baldewsingh wordt door PvdA-bashers met leedvermaak de laatste PvdA-wethouder in een van de vier grote steden genoemd. De PvdA is haar oude positie in de grote steden verloren en de verwachting is niet dat de PvdA bij de komende gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart het verloren terrein terugwint. Verder verlies voor de sociaal-democraten ligt eerder in het verschiet.

Op het YouTube-kanaal geeft Omroep West deze video de volgende titel mee: ‘Wethouder Baldewsingh: ‘Den Haag is niet meer alleen van Nederlanders’. Dat zegt hij niet letterlijk in het gesprek, maar wel iets wat er op lijkt: ‘De Nederlanders moeten nou eindelijk eens een keer wennen dat die stad ook inmiddels van hun is’. Hiermee doelt hij op mensen met een hoofddoek of met een lange jurk waar de interviewster naar verwijst.

Baldewsingh bedoelt het ongetwijfeld goed, maar weet niet de juiste woorden te vinden om dat uit te drukken. Hij mist de nuancering. Want onbedoeld is zijn uitspraak ‘Den Haag is niet meer alleen van Nederlanders’ niet verbindend, maar het omgekeerde daarvan. Hoewel hij waarschijnlijk het tegendeel tracht te beweren, zegt hij dat mensen met een hoofddoek of een lange jurk geen Nederlanders zijn. Dat komt precies op hetzelfde neer als wat Geert Wilders beweert. Baldewsingh had uiteraard moeten zeggen dat hij mensen met een hoofddoek of een lange jurk als volbloed Nederlanders beschouwt. Wat ze meestal volgens hun paspoort zijn.

Dat de vermoedelijk laatste PvdA-wethouder van een van de vier grote steden deze nuancering mist is een teken aan de wand. Voor de PvdA, voor Nederland en voor het wij/zij-denken in het hoofd van Baldewsingh.

Vaak wordt door bestuurders die in problemen komen het containerbegrip ‘communicatie’ van stal gehaald en als pleister op misverstanden en verkeerd beleid geplakt. De strekking is dan als ze het nog een keer uitleggen de mensen het vanzelf gaan begrijpen. Dit is een hooghartige houding waarmee bestuurders de burgers de mogelijkheid ontzeggen het er op inhoudelijke gronden mee oneens te zijn. Bij Baldewsingh is het omgekeerde aan de hand. Burgers moeten hem uitleggen wat goede communicatie is. De wethouder roept misverstanden in het leven die er niet zijn. Hoewel hij mogelijk ook inhoudelijk de boel niet op orde heeft.