Gedachte bij foto ‘Berlin.- Straßenmusikanten mit Trommel, Schellenbaum, Drehorgel bzw. Leierkasten mit Aufschrift “A. Holl & Sohn. Berlin-Fredersdorf”‘ (1935)

Strassenmusikanten in Berlin, im April 1935. Bundesarchiv.

Clowns kunnen iets intriest hebben. Straatmuzikanten ook. Een nieuwbouwwijk in Berlijn in 1935. Kinderen zien het aan. Georg Pahl is de fotograaf. Hij was ook de eerste die in 1923 Adolf Hitler fotografeerde. Tegen diens zin in.

Het Bundesarchiv rangschikt deze foto in de rubriek Musik, Oper, Tanz. Maar evengoed zou het passen in de rubriek Armut, Soziale Benachteiligung als die zou bestaan.

De voorste muzikant lijkt op wat in Nederland een Koperen Ko werd genoemd. Niet met een punthoed en accordeon, maar met een Pruisische helm en trommel. De titel van de foto noemt een ‘Schellenbaum‘ ofwel een Schellenboom. Volgens het WNT een ‘muziekinstrument bestaande uit een draagboom met dwarshouten, waaraan schelletjes hangen.’ Het is lastig om uit te maken waar dat zichtbaar is. Bevindt het zich links van zijn lichaam?

De achterste muzikant blaast op een toeter en bespeelt een draaiorgel van de firmaA. Holl & Sohn‘ in Berlin-Fredersdorf. Het draaiorgel lijkt een mobiele versie van een exemplaar van rond 1920:

Draaiorgel (Leierkasten), circa 1920.

Wat het triest maakt is wat we niet zien. Het is hier 1935. maar vier jaar later is Hitler-Duitsland in oorlog. Tien jaar later wordt de straat waar de straatmuzikanten hun deuntjes laten horen overlopen door militairen van het Rode Leger die schietend hun weg zoeken. De kinderen uit 1935 zijn dan ook 10 jaar ouder. Wat is er met hen gebeurd? Hebben ze het overleefd? Dachten ze nog aan hun onbezorgde jeugd toen straatmuzikanten door hun buurt liepen?

Is het nostalgie om dat soort gedachten te hebben? Het zou zo maar kunnen. Bij nader inzien is deze foto een tijdsbeeld.

Feiten geven aan dat Trump een 100% fascist is. De geschiedenis geeft het voorbeeld, maar is lastig te begrijpen

De geschiedenis leert ons alles over onze eigen tijd. De geschiedenis geeft ons voorbeelden om de democratie te verdedigen of juist aan te vallen. Geschiedenis is een Januskop én een spiegel. We zien er door bespiegeling onszelf in. Het kiezen van de voorbeelden is een tamelijk willekeurig proces. Het waaiert niet een kant op.

Neem het neofascisme van voormalig president Donald Trump van wie wordt gedacht dat hij de Rijksdagbrand in Berlijn van 1933 als voorbeeld nam om het Amerikaanse parlement buiten spel te zetten, de democratie omver te werpen en een autoritair regime te vestigen. Maar omdat Trump een gebrekkige student van de geschiedenis is, valt het te bezien of hij er werkelijk van geleerd heeft voor zijn omverwerping van de Amerikaanse democratie. Dat is hem op 6 januari 2016 op een haar na gelukt. Maar het gevaar is nog niet geweken. Zoals professor Timothy Snyder zegt is een mislukte coup de generale repetitie voor een gelukte coup.

Dat het Trump en de hardliners in de Republikeinse partij niet lukte om de democratie omver te werpen kwam door een spiegelgevecht tussen voor- en tegenstanders die zich allebei in het diepste geheim op dit moment hadden voorbereid. Dat blijft in de video ongenoemd. Wie het beste voorbereid was zou het gevecht winnen. Welnu, dat waren in dit geval de tegenstanders van Trump die de Amerikaanse democratie verdedigden. Hun taak werd vergemakkelijkt doordat Trump publiekelijk zijn plannen openbaarde en impulsief en chaotisch handelde.

Er werd al sinds 2016 voor gewaarschuwd dat dit moment zo komen. Zelfs voelde ik als student van de 20ste eeuwse geschiedenis dat het met Trump verkeerd zou eindigen. In november 2016 schetste ik in een commentaar de tekenen aan de wand:

De randvoorwaarden en voortekenen zijn niet gunstig. Trump is niet gekwalificeerd voor het presidentschap, heeft geen bestuurlijke of politieke ervaring, vertoont semi-fascistisch gedrag, heeft zijn partij beschadigd (...). Het gaat vreselijk worden. Het zou ook de Nederlandse media sieren dat ze de berichtgeving over Trump niet normaliseren. Of sussende opinies zoals die van Willem Post die volgen uit een fikse portie wensdenken niet publiceren zonder disclaimer. Media moeten niet meegaan in de suggestie dat ‘het allemaal wel zal meevallen’ met president Trump. Het gaat naar alle waarschijnlijkheid niet meevallen, maar tegenvallen. 

Maar het is lastig om de hedendaagse geschiedenis te lezen aan de hand van historische voorbeelden. In NRC sloeg voormalig correspondent in Washington Hans Maarten van den Brink in een opinie-artikel van 7 januari 2021 de plank mis. Hij begreep niet alleen niet wat er zich voor zijn ogen had afgespeeld in het Capitool in een opstand die op een haartje na was geslaagd of maakte een verkeerde inschatting van de gebeurtenissen, maar kon net als Willem Post de verbinding met de 20ste eeuwse geschiedenis niet leggen. Opvallend is dat de redactie Opinie van NRC deze beide Amerika-deskundigen ruimte gaf voor hun opinie zonder hun bijdrage van een disclaimer te voorzien. Ook met de kennis van toen had Van den Brink nooit het volgende op moeten schrijven. Hij begreep niet dat hij een parodie van een analyse maakte:

Schermafbeelding van deel artikelOok een slechte voorstelling kan een onuitwisbare indruk achterlaten‘ van H.M. van den Brink in NRC, 7 januari 2021,

Of Trump sinds 2016 radicaliseerde of ons beeld van hem gaandeweg veranderde is de vraag. Vermoedelijk is het een combinatie van beide aspecten die op elkaar inwerkten. Veelzeggend en waarschijnlijk typisch voor velen zijn de verwijzingen in de commentaren die ik maakte. Trump groeide geleidelijk naar het fascisme en wij als observators aan de zijlijn wenden gedurende vier jaar aan het idee van die ontwikkeling en groeiden daarin mee.

Op 24 oktober 2016 besteedde ik aandacht aan een artikel van hoogleraar geschiedenis John McNeill die in Trump een semi-fascist zag, ofwel een amateuristische imitatie van het origineel van Benito Mussoloni. Tien maanden later noemde ik een commentaar van augustus 2017 Trump een driekwart-fascist. Toch gaf ik hem nog enig voordeel van de twijfel toen ik zei: ‘Maar Trump lijkt niet te groeien naar het echte fascisme. Daar is hij politiek te hybride voor en de steun die hem electoraal en financieel in het zadel houdt is te divers verdeeld. Maar ook een driekwart-fascist in het Witte Huis geeft te denken omdat het niet bij de Amerikaanse democratie past. Amerikaanse instituties en samenleving reageren en proberen dat terug te dringen wat ze ongewenst achten en niet vinden passen bij hun rechtsstatelijkheid‘.

Die visie moest vanaf november 2020 bijgesteld worden toen door de verkiezingsoverwinning van president Joe Biden niet te erkennen, zijn partij in gijzeling te nemen en met opruiende uitspraken de opstand van 6 januari 2021 aan te moedigen Trump zich ontwikkelde van een drie-kwart naar een volledige fascist. Pas in een commentaar van 6 juli 2021 over de QAnon-beweging vond ik dat er voldoende publieke feiten waren om Trump, voor het eerst, een (neo)fascist te noemen: ‘QAnon kan op het eerste gezicht niet anders dan neofascistisch genoemd worden met als neofascistische leider Donald Trump‘. Wij allen kunnen van de geschiedenis leren door goed op te letten en de gelijkenissen te zien.

Wat zegt het dat een beschrijving in de Fotocollectie Nationaal Archief een foute datum voor een rede van Hitler geeft?

Het is maar een kleinigheid, maar het staat voor iets groters. De beschrijving van deze foto in de digitale Fotocollectie van het Nationaal Archief luidt: ‘Adolf Hitler spreekt de Rijksdag toe, na de campagne tegen Polen 10 juni 1939. Foto: Alle aanwezigen brengen de Hitler-groet.’ De datum in deze beschrijving is fout en moet 6 oktober 1939 zijn. Het roept de volgende vragen op:

  • Is door degene die de beschrijving heeft gemaakt de klassieke fout gemaakt dat niet begrepen is dat in het Amerikaanse Engels de maand voor de dag wordt genoemd? Zodat ’10-06-1939’ of ’10/06/1939’ niet 10 juni 1939 is, maar 6 oktober 1939? Als dit automatisch wordt gegenereerd, hoe kan het dat de software deze datumfout niet ondervangt?
  • Hoe kan iemand met ook maar geringe historische kennis niet weten dat de Tweede Wereldoorlog niet voor 1 september 1939 begon met de Duitse inval in Polen?
  • Hoe kan het dat iemand met beperkte historische kennis de verantwoordelijkheid krijgt om beschrijvingen te maken van of de supervisie te hebben over historische onderwerpen?
  • Heeft degene die de beschrijving heeft gemaakt of er de supervisie over had wel begrepen wat er met ‘de campagne tegen Polen’ wordt bedoeld? De hier bedoelde betekenis van campagne kan niet anders dan ‘veldtocht’ of ‘oorlog’ zijn.
  • Heeft het Nationaal Archief gekwalificeerd personeel voor het maken van beschrijvingen bij foto’s en vindt er een controle achteraf plaats of die beschrijving correct is?

Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Dat is niet erg als ze hersteld worden. Een wonder trouwens dat de fout nog niet is hersteld. Toch is dit een zaak met grote gevolgen. De fout geeft aan dat digitalisering gevaren in zich draagt. Dit is een fout die zo grotesk is dat het velen op zal vallen. Dat is niet altijd het geval als het een onderwerp betreft waar weinigen van afweten. Dan neemt men de beschrijving voor zoete koek aan en gaat de fout een eigen leven leiden in de virtuele wereld. De alternatieve feiten worden zo gelegitimeerd. De historische waarheid raakt uit het zicht en verbleekt.

Tegelijk heeft het aansnijden van deze fout iets schoolmeesterachtig en is het een ondankbare taak. Maar het moet maar even. Het historisch geheugen kent al zoveel mist, misleiding en misverstand. Nederland heeft behoefte aan een Nationaal Archief dat in de voorlichting aan het brede publiek professioneel, zorgvuldig en onberispelijk opereert.

Historische kennis lekt weg naarmate een periode waarin de gebeurtenissen zich hebben afgespeeld verder terug in de tijd komt te liggen. Als werknemers bij het Nationaal Archief al niet goed meer voor ogen staat hoe de chronologie van de Tweede Wereldoorlog in elkaar steekt, hoe moet men dan de historische kennis van het brede publiek inschatten? Want nog steeds is er in de media veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld bij jaarlijkse of 5-jaarlijkse herdenkingen van grote gebeurtenissen uit die oorlog. Zoals D-Day, de eindoverwinning in mei 1945, de bevrijding van Nederland of van de concentratiekampen. Maar hoe landt deze informatie waar het brede publiek jaarlijks mee in aanraking wordt gebracht als de basale kennis over zo’n tijdperk ontbreekt?

Foto 1: ‘Adolf Hitler spreekt de Rijksdag toe, na de campagne tegen Polen 10 juni 1939. Foto: Alle aanwezigen brengen de Hitler-groet.’ Collectie: Fotocollectie Nationaal Archief.

Foto 2: Schermafbeelding van de beschrijving van bovenstaande foto.

Foto 3: ‘Berlin, Reichstagssitzung, Rede Adolf Hitler. Die große Rede des Führers in der Reichstagssitzung vom 6. Oktober 1939. Auf der Ministerbank von rechts nach links: Die Reichsminister Rudolf Heß und von Ribbentrop, Großadmiral Raeder, die Reichsminister Dr. Frick und Dr. Goebbels, Reichsprotektor Frhr. von Neurath. In der 2. Reihe: die Reichsminister Graf Schwerin-Krosigk, Funk, Dr. Gürtner, Darré, Rust, Kerrl, Seldte, Dr. Frank. In der 3. Reihe: Die Reichsminister Dr. Ohnesorge, Dr. Seyss-Inquart, Generaloberst von Brauchitsch, Generaloberst Keitel, die Staatsminister Dr. Meissner und Prof. Popitz. 6.10.39.

Bij foto: ‘Godsdienstwaanzin. Bijeenkomst van een groep mensen die aan godsdienstwaanzin lijdt. Hongarije, Boedapest, 1937’

Zo op het eerste gezicht is er niets opvallends aan deze foto. In een binnenruimte van een woonhuis staan mensen opgepropt. Ze houden hun rechterarm in de lucht gestrekt, als een Hitlergroet. Alsof ze verbinding zoeken met iets of iemand. Enkelen houden hun linkerarm gestrekt. Links vooraan staan drie mannen die de menigte toespreken of toezingen. Rechts vooraan in de hoek bespeelt een zittende man een huisorgel. Een geborduurd doek dat naar de menigte gekeerd is geeft een tekst die begint met ‘Jezus’. Hier is een religieuze bijeenkomst aan de gang. Maar het bijschrift gaat verder en geeft er een zwaardere lading aan: ‘Geloof, religie, excessen. Godsdienstwaanzin. Bijeenkomst van een groep mensen die aan godsdienstwaanzin lijdt. Hongarije, Boedapest, 1937.’ Waarom is hier sprake van een groep die aan godsdienstwaanzin lijdt? Het is niet makkelijk aan te geven waar godsdienst overgaat in godsdienstwaanzin. Wat is normaal? Dat lijkt afhankelijk van het perspectief van de beschouwer. De steekwoorden bij de foto zijn onder meer ‘extase’, ‘religie’ en ‘overdreven devotie’. Dat roept opnieuw een vraag op, namelijk waar devotie (vroomheid, toewijding) overgaat in overdreven devotie. Dus in toewijding die buitensporig is. Dit is het Hongarije van de autoritaire admiraal Miklós Horthy die toenadering zoekt tot Hitler. Wordt met die notie deze religieuze bijeenkomst gewaardeerd?

Foto: ‘Geloof, religie, excessen. Godsdienstwaanzin. Bijeenkomst van een groep mensen die aan godsdienstwaanzin lijdt. Hongarije, Boedapest, 1937.’ Collectie: .

Timo de Rijk en het Derde Rijk. Verwarrend debat met veel ruis over expositie van nazi-design in Design Museum Den Bosch

Op 23 februari 2018 plaatste ik bovenstaand commentaar over het voornemen van directeur Timo de Rijk van Design Museum Den Bosch (voorheen Stedelijk Museum ‘s-Hertogenbosch) om een tentoonstelling over het design van het Derde Rijk te houden. Om de plek van zijn museum als designmuseum in een vlucht vooruit te claimen en deze tentoonstelling aan te kondigen liet De Rijk zich interviewen door De Volkskrant. Zie hier voor een commentaar hoe zijn claim zich verhoudt tot de oprichting van een Nationaal Designmuseum. In dat Volkskrant-interview deed hij de uitspraak ‘(..) zouden de nazi’s ook zo’n succes hebben gehad als het design niet zo goed was geweest?’ Die uitspraak plaatste ik in de categorie ‘nuanceringen en sterke meningen van directeur De Rijk die het ergste doen vrezen’. Zijn uitspraak trok veel Flak, om in oorlogstermen te blijven.

Het was wachten totdat iemand zou reageren op De Rijks uitspraak over dat vermeende succes van het Derde Rijk. Het is secretaris van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap Ruben Vis die met een opinie-artikel in De Volkskrant hapt: ‘Is het niet raar en onsmakelijk om de kwaliteit van nazidesign te exposeren?’ Vis geeft een onhandig antwoord op een onhandige uitspraak en versjteert het debat. Tegenover De Rijks onhandigheid plaatst hij zijn gebrek aan nuancering met normatieve uitgangspunten (‘Exposeren van nazidesign is raar en onsmakelijk’). De Volkskrant geeft Timo de Rijk de mogelijkheid om te reageren. Hij antwoordt zonder in te (hoeven) gaan op zijn uitspraak over het succes van het Derde Rijk: ‘Ruben Vis lijkt de geschiedschrijving van het nazisme te verwarren met een pleidooi voor de kwaadaardigheid zelf’. Het debat scharniert en klapt dicht.

Foto: Schermafbeelding van commentaarMuseumdirecteur Timo de Rijk: ‘Zouden de nazi’s ook zo’n succes hebben gehad als hun design niet zo goed was geweest?’’ van 23 februari 2018.

Das Land des Lächelns. Heeft Franz Lehár iets om te lachen in Parijs 1941? Een duistere romance

De koning van de Weense operette Franz Lehár trad in 1941 op in het Parijse Théâtre de la Gaîté Lyrique en dirigeerde zijn stuk Das Land des Lächelns. Verfilming ervan in 1930 door Max Reichmann was het eerste internationale succes van de Duitse geluidsfilm. Geproduceerd door de productiemaatschappij van de hoofdrolspeler: Richard Tauber Tonfilm-Produktion GmbH, ter bevordering van de verkoop van zijn platen.

De voorstelling diende de Duitse propaganda. Een fragment ervan werd in de Deutsche Wochenschau 543 (na 3’27’’) van 29 januari 1941 getoond. Maar Lehárs omgang  met de nationaal-socialisten was ongemakkelijk. Niet alleen omdat hij een Joodse vrouw had die in 1938 dankzij Joseph Goebbels de status van ‘Ehrenarierin’ (ere-Ariër) kreeg, maar ook door zijn hechte band met Richard Tauber die Joodse grootouders van vaderskant had, en het niet-Duitse karakter van de Weense operette. Wat wel of niet kon was niet altijd duidelijk. Beide kanten waren opportunistisch. Stefan Frey omschreef de relatie van Lehár met de nazi’s in een artikel in De Groene treffend met diens woorden: ‘De belangstelling van de Führer verplicht mij tot diepste dankbaarheid’.

Dat dubbelzinnige verdriet valt uit de beelden af te leiden. Franz Lehár werd gegijzeld in dankbaarheid. Het is lastig om die lijn naar het heden door te trekken en te beseffen hoe kunstenaars, musici of componisten op dit moment in autoritaire landen handelen. Kunnen ze door de omstandigheden niet anders en worden ze gegijzeld in dankbaarheid of kunnen ze anders, maar tonen geen ruggengraat? Lachen ze het ongemak weg?

Foto: Fragment uit journaal van ‘Actualités Mondiales N°026 – Edition du 25 janvier 1941’ opgenomen in het archief van INA.fr met een dirigerende Franz Lehár in het Gaîté Lyrique op 25 januari 1941. Hier beschrijving (Franstalig).

Museumdirecteur Timo de Rijk: ‘Zouden de nazi’s ook zo’n succes hebben gehad als hun design niet zo goed was geweest?’

Directeur van het SMS (Stedelijk Museum ‘s-Hertogenbosch) Timo de Rijk denkt recalcitrant stenen in de vijver van museaal Nederland te gooien, maar loopt vooral kans zijn eigen glazen in te gooien. De Volkskrant maakt er in een artikel een potpourri van uitspraken van. Het gaat om de plannen van het museum dat onlangs heeft aangekondigd verder te willen gaan als designmuseum. Dat laat de hedendaagse kunst, keramiek en sieraden als wees achter. Dat laatste wordt door De Rijk als te vrouwelijk en te huiselijk ervaren. Van keramiek lijkt deze design-expert in elk geval weinig verstand te hebben. De Rijk lijkt in het pottenbakkersframe te zijn blijven hangen. Het frame waarin hij zijn glazen zet die hij vervolgens zelf ingooit. Een hoop design.

Het SMS presenteert het plan om een tentoonstelling over het design van het Derde Rijk te houden. Maar hoe onwaarachtig is een uitspraak van De Rijk die De Volkskrant gretig als aankeiler gebruikt: ”Zouden de nazi’s ook zo’n succes hebben gehad als hun design niet zo goed was geweest?’ Deze uitspraak suggereert dat de nazi’s succes hadden met hun duizendjarig rijk dat binnen 12 jaar verslagen was en op de knieën werd gedwongen. Onder historici bestaat zeker geen overeenstemming over het feit dat het Derde Rijk van Adolf Hitler succesvol was. In 1945 hadden de nazi’s Duitsland tot aan de rand van de afgrond gebracht. Het eindigde met het design van de Trümmerfrauen die in 1945 het puin mochten ruimen in steden en dorpen.

De nuanceringen en sterke meningen van directeur De Rijk doen het ergste vrezen. Dat het tijd is voor een tentoonstelling over het design van de nazi’s is niet waar het om draait. De vrees is dat De Rijk met zijn opvallende meningen over vrouwelijkheid in de kunst de nuance uit het oog verliest en doorslaat naar de mannelijkheid. Die hij vindt in het ‘succesvolle’ design van de ‘succesvolle’ nazi’s. Framing is alles voor design dat in de wachtkamer van de kunst zit en nog steeds wil bewijzen erbij te horen. Dat is best wel stakkerig.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet wordt tijd voor een expositie over het design van de nazi’s, vindt Stedelijk Museum ’s Hertogenbosch’ van Karolien Knols in De Volkskrant, 23 februari 2018.

Kan 23 augustus als Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van het stalinisme en het nazisme niet geactualiseerd worden?

Op 23 augustus 1939 werd het Molotov-Ribbentroppact gesloten tussen de Sovjet-Unie en het Derde Rijk. Het was een niet-aanvalsverdrag tussen deze twee landen. Zoals Wikipedia uitlegt bevatte het pact ook geheime protocollen ‘over de grenzen van de invloedssferen van de twee partijen, na een toekomstige ‘territoriale en politieke herschikking’. Polen werd tussen de twee ondertekenaars verdeeld, de Baltische staten Finland, Estland, Litouwen en Letland kwamen in de Sovjetsfeer, evenals delen van Roemenië. Omdat het duivelspact in strijd was met de retoriek in de twee landen kreeg het kritiek. In de Russische Federatie is het ook nu nog een gevoelige episode omdat het tegengesteld is aan het vijandbeeld van een agressief Duitsland. De relativerende opmaat staat haaks op het heldenepos dat in de Rusland van de Tweede Wereldoorlog wordt gemaakt.

Op 23 september 2008 nam het Europees Parlement een verklaring aan die het voorstel bevat om van 23 augustus een ‘Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van het stalinisme en het nazisme‘ te maken. Een goed initiatief, maar nu 9 jaar later is het de vraag of de termen stalinisme en nazisme de lading dekken en niet te eng begrensd zijn. Het verdient overweging om de Europese herdenkingsdag uit te breiden naar slachtoffers van het communisme en fascisme. Zodat ook het Leninisme (tot 1924) eronder valt of het Oost-Europese communisme van onder meer Albanië, Hongarije, Bulgarije en Roemenië. En het Fascisme ook van toepassing is op Italië, Spanje, Portugal, Vichy-Frankrijk, Slowakije, Hongarije, Roemenië en Bulgarije.

En als we dan toch de slachtoffers gedenken van de twee kwaadaardige ideologieën van de 20ste eeuw die het communisme en het fascisme zijn, kunnen we moeilijk de slachtoffers van het islamisme in de 21ste eeuw ongenoemd laten. Ze duiken meer op in het nieuws dan de slachtoffers van die andere twee ideologieën. Dat actualiseert de herdenking en brengt het sterk onder de aandacht van een hedendaags publiek. De herdenking kan er sterker op worden. Zonder iets af te doen aan de slachtoffers van het fascisme (of: nazisme) of het communisme (of: Stalinisme). In onder meer Madrid, Brussel, Londen, Nice, Berlijn, Parijs, Sint-Petersburg, Manchester, Barcelona vielen in deze eeuw slachtoffers van het islamistisch terrorisme.

Foto: Tweet van het Europees Parlement ter gelegenheid van 23 augustus, de Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van het stalinisme en het nazisme met mijn reactie, 23 augustus 2017.

Trump als driekwart-fascist in Witte Huis past slecht bij Amerikaanse democratie

In een artikel voor The New York Times van 21 oktober 2016 legde de hoogleraar geschiedenis aan Georgetown University John McNeill Donald Trump langs de fascistische meetlat. Hij stelde zich toen in aanloop naar de verkiezingen met als uitgangspunt het historisch fascisme van Italië en Duitsland de vraag hoe fascistisch Trump is. De uitslag was dat Trump een semi-fascist is. Maar hoe is dat 10 maanden later? Moet McNeills evaluatie worden bijgesteld na Charlottesville en de vergoelijkende reactie van Trump daarop?

Wat opvalt is dat president Trump stilzwijgend de erfenis van twee totalitaire ideologieën ondersteunt. En zich niet plaatst in de traditie van zijn voorgangers die volmondig de liberale democratie verdedigden. Trump is kritisch op alles en iedereen, maar opvallend genoeg niet op de Russische president Vladimir Putin die een geactualiseerde versie van het Stalinisme propageert. Vermoedelijk heeft het ermee te maken dat Trump afhankelijk is van Russisch geld en machinaties via de Trump Organisatie van Russisch, crimineel geld dat jarenlang witgewassen werd. En Trump chantabel heeft gemaakt. De speciale aanklager Robert Mueller onderzoekt dat op dit moment. Daarnaast tolereert Trump aanhangers van de white supremacy beweging als Sebastian Gorka, Stephen Miller en Steve Bannon in het Witte Huis. Het is zonder precedent dat activisten met een extreem-rechtse signatuur zo dicht bij de kern van de macht in het Witte Huis zitten. Het vermoeden bestaat dat er een direct verband is tussen de Russische inmenging en het optreden van extreem-rechts.

In de inventarisatie van McNeill scoorde Trump gemiddeld (2 van de 4 Benitos) op de ideologische kenmerken hyper-nationalisme en militarisme. Sinds zijn aantreden in januari 2017 heeft Trump zich op deze kenmerken radicaler opgesteld dan verwacht. Een winst van 3 Benitos (1 voor hyper-nationalisme en 2 voor militarisme). Tegelijk blijft Trump aan de passieve kant wat het gebruik van binnenlands geweld betreft. Hij keurt het niet af, maar propageert het evenmin actief. Ondanks het feit dat Trump geen eigen politieke beweging heeft, maar op een improviserende wijze schippert om coalities te vormen met rechts-nationalisten, rechts-populisten, witte suprematisten, conservatieven en Republikeinen wint hij toch aan Benitos doordat hij de Republikeinse partij naar zijn hand heeft gezet. Ofschoon daar de laatste maand alweer een reactie op is gekomen en Republikeinen weer afstand van Trump nemen. Een winst van 3 Benitos (1 voor massamobilisatie en massapartij, 2 voor hiërarchische partijstructuur en neiging om disloyaliteit te zuiveren).

Dat geeft Trump als president 32 van de maximaal te behalen 44 Benitos. Was hij volgens John McNeill in oktober te kwalificeren als semi-fascist, nu lijkt Trump zich ontwikkeld te hebben tot driekwart-fascist. Door een combinatie van optreden waar hij weg moest kijken en wegkijken waar hij op kon treden. Maar Trump lijkt niet te groeien naar het echte fascisme. Daar is hij politiek te hybride voor en de steun die hem electoraal en financieel in het zadel houdt is te divers verdeeld. Maar ook een driekwart-fascist in het Witte Huis geeft te denken omdat het niet bij de Amerikaanse democratie past. Amerikaanse instituties en samenleving reageren en proberen dat terug te dringen wat ze ongewenst achten en niet vinden passen bij hun rechtsstatelijkheid.

Foto: Benito Mussolini (links) en Adolf Hitler (rechts), München, 1938. Collectie Bundesarchiv.

Timothy Snyder wijst Duitse parlementariërs op blinde vlek in hun historisch geheugen over Oekraïne. En op verantwoordelijkheid

In het hol van de leeuw leest historicus en hoogleraar aan Yale Timothy Snyder het Duitse parlement de les. De registratie dateert van 20 juni 2017. Euromaidan geeft een transcriptie van zijn lezing. Zijn uiteenzetting van 30 minuten is rijk aan details en probeert de Duitse parlementariërs historisch besef bij te brengen over de Tweede Wereldoorlog en misverstanden recht te zetten over Oekraïne. Snyder suggereert dat hun schuldbesef dat ze nu jegens Rusland koesteren historisch onjuist is en feitelijk gericht moet zijn op Oekraïne.

Oekraïne (Soviet Ukraine) was het doel van Hitlers veroveringsoorlog naar het Oosten, heeft in die oorlog meer geleden dan elk ander land inclusief Duitsland, kende relatief en absoluut meer gesneuvelde militairen die in het Rode Leger tegen de Wehrmacht vochten (meer dan andere Sovjet-republieken of Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS gecombineerd), en was niet nationalistischer of collaboreerde meer met het Derde Rijk dan andere landen. Minder dan Frankrijk zoals Snyder in een bij dit publiek slecht gelande kwinkslag opmerkt.

Oekraïne was het grootste slachtoffer van Duitse kolonisatie en slavernij. Dit besef -en wat kan worden opgevat als een terechtwijzing van de Duitse parlementariërs door Snyder- is van belang voor de huidige politieke opstelling van Duitsland, en in haar kielzog de EU. Het is niet in het laatst van belang voor de Duitse opstelling inzake de Minsk-onderhandelingen over de territoriale integriteit en soevereiniteit van Oekraïne. Snyder poetst historische en actuele Oekraïense fouten niet weg, maar probeert historische diepte te geven aan de Duitse verantwoordelijkheid en die te corrigeren op onjuistheden, gemakzucht en opportunisme. Of Snyder echt het op de Russische Federatie gerichte hedendaagse Duitse schuldbesef kan bijstellen is de vraag.

Snyder waarschuwt de Duitsers niet in de propaganda van het Kremlin te trappen. Essentieel is deze passage aan het einde van de lezing: ‘The danger here is that you enter into a kind of Molotov-Ribbentrop pact of the mind, where Germans agree with Russians that the evils that came from Berlin and from Moscow to Ukraine are going to be blamed on Ukrainians. It’s so easy, it’s so comfortable, it’s so tempting to say: “Haven’t we Germans apologized enough? Aren’t we the model for everyone else? It’s such a tempting trap to fall into, but I can say this from experience as an American: if you get the history of colonization and slavery wrong, it can come back. And your history with Ukraine is precisely the history of colonization and slavery. If the remnants of German nationalism which are still with you on the left and on the right meet up with the dominance of Russian nationalism, if you find common ground there – that being “it’s all the fault of Ukraine; why should we apologize, why should you remember?” – this is a danger for Germany as a democracy precisely.’