VPRO Gids: Blinde vlek over secretaresses

Schermafbeelding van deel aankondiging van de documentaire ‘Good Ol’ Freda’ in VPRO Gids 24; 2022 van 16 juni 2022.

Al jaren lees ik de VPRO Gids. Of liever gezegd, ik krijg de papieren gids in de bus. Ik lees de artikelen en artikeltjes zelden. Het is me uitsluitend om de uitzendschema’s te doen en het steunen van omroep VPRO. Het grootste deel van de VPRO Gids is naar mijn idee ruis en aantoonbare onzin waarvan de relevantie doorgaans betwistbaar is. Het zit tussen mediawetenschap die dieper graaft en oppervlakkig amusement in. Dat is een onmogelijke positie om lezers passend te informeren.

Neem een tekst op donderdag 16 juni 2022 van Hans van Wetering over de documentaire ‘Good Ol’ Freda‘ uit 2013 van Ryan White over Freda Kelly. Zij wordt voorgesteld als de secretaresse van The Beatles die krenterig zou zijn bedeeld door de vier popmiljonairs.

Over deze documentaire schrijft Van Wetering in het stukje met de titel ‘Krenterige Kevers‘: ‘Het is misschien de eerste documentaire ooit over een secretaresse. Het leven van een secretaresse spreekt nu eenmaal weinig tot de verbeelding‘. 

Hèh? 

De eerste bewering is ook voor een doorsnee nieuwsconsument onzin ondanks de slag om de arm die Van Wetering maakt met dat lekker makkelijke ‘misschien‘ en de tweede bewering is dubieus en laatdunkend. Waarom zou het leven van een secretaresse ‘nu eenmaal‘ weinig tot de verbeelding spreken? Van Wetering schept verwarring en doet aan desinformatie.

Van iemand die over televisie, media en film schrijft in een omroepblad mag enig verstand van zaken én een mening die is gestoeld op mensenkennis en een uitgekristalliseerd, evenwichtig wereldbeeld verwacht worden. Van Wetering lijkt zowel niet aan het een als het ander te voldoen.

Hoe zo’n laatdunkende houding over secretaresses bij de linksige VPRO past is de vraag. Niet alleen schrijft Van Wetering in opdracht, maar de eindredactie van de VPRO Gids, te weten Robert-Jan Breeman, Martin ten Broek en Jos Schöttelndreier legitimeert de stukjes door ze te plaatsen. Beseft de VPRO Gids de eigen vooringenomenheid niet? Of geldt voor het linksige liberalisme van de VPRO dat moralisme en arbeiderisme vermeden moeten worden en alles gezegd moet kunnen worden? Mist het in dat linksige wereldbeeld past.

Iedereen met kennis van zaken in de omroepwereld kent de documentaire over Traudl Junge, de secretaresse van Hitler. Op haar memoires werd de filmDer Untergang‘ (2004) gebaseerd. Met een ontketende Bruno Ganz als de Duitse dictator in zijn laatste dagen in de bunker onder de Reichstag.

Schermafbeelding van aankondiging ‘Hitlers Sekretärin: Im toten Winkel‘ voor VPRO Cinema op VPRO Gids, waarschijnlijk 2013.

Traudl Junge werkte mee aan de documentaireHitlers Sekretärin: Im toten Winkel‘ die in 2002 werd uitgebracht. Het was een initiatief van André Heller en regisseur was Othmar Schmiderer. Deze documentaire wordt notabene op de site van de VPRO Gids besproken. 

Er bestaat blijkbaar een Oostenrijks subgenre over secretaresses van Nazi-kopstukken die door hun blinde vlek in een dode hoek zijn beland, want in 2016 verscheen de documentaireEin Deutsches Leben‘ over Brunhilde Pomsel, de secretaresse van Joseph Goebbels. Wellicht is het een idee voor de VPRO om te proberen dat subgenre te duiden in een programmareeks die televisie- en filmtheorie, politiek, geschiedenis, psychologie, waarheidsvinding en uitlegkunde (‘hermeneutiek’) combineert.

Schermafbeelding van deel artikelGoebbels’ secretary claimed she ‘knew nothing of Nazi crimes‘ van juli 2016 op DW.

Er zijn twee voorwaarden om deze documentaires te kunnen maken. De secretaresses moeten een hoge leeftijd bereiken om door een jonge generatie filmmakers opgemerkt te worden. Welnu, Pomsel werd 106 en Junge 81 jaar oud. En ze moeten in zekere zin apolitiek zijn geweest om achteraf te kunnen uitweiden over eigen naïviteit, schuldgevoel en verantwoording om aan een moorddadig regime steun te hebben gegeven. Dat geeft spanning over wat de secretaresses wisten, wat ze deden en welke draai ze daar achteraf aan geven. Want het is onwaarschijnlijk dat ze van niks wisten en pas later tot het besef kwamen aan welke misdaden ze hadden meegewerkt.

Er zijn vele documentaires waarin secretaresses een belangrijke rol spelen omdat ze dicht op de macht zaten en daar achteraf direct of via hun getuigenis verslag van kunnen doen. Dat maakt dat deze secretaresses tot de verbeelding spreken. Denk bijvoorbeeld aan FDR’s secretaresse (en minnares?) Marguerite LeHand die in Ken Burns 7-delige documentaire serie The Roosevelts (2014) fungeert. Of de films over Leon Trotsky’s secretaresse Sylvia Ageloff wiens vriend Ramón Mercader deze opponent van Stalin in 1940 in Mexico vermoordde.

Zo zijn er vele secretaresses die op kantelpunten in de geschiedenis vooraan stonden bij politieke, culturele of maatschappelijke gebeurtenissen. En daar over kunnen vertellen. Ze waren zijdelings aanwezig bij belangrijke voorvallen of beraadslagingen waar geen andere getuigenis van is overgeleverd.

Niet over alle secretaresses zijn uiteraard documentaires gemaakt, maar de mogelijkheid voor film- en programmamakers is aanwezig om dat te doen. Mits de secretaresses willen meewerken en ze geen geheimhoudingsverklaring hebben ondertekend. Denk aan de secretaresse of secretaris van Donald Trump wat die zou kunnen vertellen.

De positie van secretaresses in de gangen van de macht (‘corridors of power‘) spreekt tot de verbeelding bij een hedendaags publiek. Deze secretaresses zijn de spreekwoordelijke ‘fly on the wall‘. Dat het aanspreekt heeft te maken met de authenticiteit van het putten uit de eerste bron, maar ook met de omgang met de macht van een secretaresse die halfweg in een ongebruikelijke positie vertoeft.

Wat betekent de bewering dat Poetin zich militair bemoeit met de oorlog in Oekraïne?

Schermafbeelding van deel artikelPutin involved in war ‘at level of colonel or brigadier’, say western sources‘ in The Guardian, 16 mei 2022.

Herinneren we ons dat Hitler en Stalin de generaals opzij duwden en dachten dat ze betere strategen waren? Maar het waren rampzalige militaire strategen zonder enig militair professionalisme.

Ze gingen voor symboliek en politieke statements. Denk aan Hitler en Stalingrad, denk aan Stalin die aan het begin van de oorlog geen westerse verdedigingslinie in Polen handhaafde.

Godzijdank voor Oekraïne is er nu Poetin die, volgens westerse bronnen, zich als amateursoldaat bemoeit met de strategie van de Russische oorlogsvoering in Oekraïne. Deze aankondiging sluit handig aan bij de mislukte militaire interventie van Hitler en Stalin. En onze herinnering daaraan.

Het is onduidelijk of alleen Poetin verantwoordelijk is, maar de Russische strijdkrachten lijden de ene rampzalige nederlaag na de andere. Ook zijn de Russische strijdplannen zo voorspelbaar dat de Oekraïense legerleiding zich daarop kan voorbereiden.

Een politicus zonder aantoonbare militaire capaciteiten die zich bemoeit met de militaire strategie en denkt dat hij het beter weet dan de generaals, is het grootste geschenk aan de tegenstander.

Gekte van het staatshoofd

File photo. Russian President Vladimir Putin arrives for a ceremony marking the promotion of senior officers to higher ranks in the Kremlin in Moscow, Russia, 6 November 2019. [Kremlin pool/EPA/EFE]

Aan erfopvolging kleeft hetzelfde bezwaar als aan dictatorschap. Het is niet hetzelfde, maar er zijn overeenkomsten.

Erfopvolging is de regeling die binnen een monarchie of dynastie geldt dat bij overlijden of aftreden van een heersende monarch de opvolging via de wet onderling wordt geregeld. Dus zonder inspraak van het volk werd toenmalig koningin Juliana opgevolgd door haar oudste dochter Beatrix die op haar beurt werd opgevolgd door haar oudste zoon Willem-Alexander.

Het bezwaar is tweeledig. Het is niet democratisch omdat niet iedereen tot het ambt van staatshoofd kan worden geroepen. Ook kan de troonopvolger incapabel of middelmatig zijn, terwijl aan het belangrijke ambt van staatshoofd hoge eisen gesteld zouden moeten worden.

Hoe dat fout kan gaan tonen allerlei voorbeelden aan. Gekte of incompetentie in de monarchie wordt er kwalijk op als het op de erfopvolger gaat die op een gegeven moment tot staatshoofd wordt benoemd of dicht bij de troon staat en sterke invloed op het staatshoofd heeft. Denk aan Prins Bernhard die nu toch als een charlatan, oplichter en leugenaar wordt gezien. In een normaal, democratisch proces was hij vermoedelijk niet door de screening gekomen.

Presidenten of staatshoofden die te lang bleven zitten zijn niet beter dan incompetente of middelmatige monarchen. President Donald Trump wilde zelfs met illegale middelen zijn vier jaar presidentschap met vier jaar extra oprekken. Dat is hem in 2020 niet gelukt, maar kan hem in 2024 wellicht wel lukken.

Met dictators of autoritaire leiders gaat het er nog slechter aan toe. Denk aan de Sovjet-dictator Stalin die een schrikbewind voerde en miljoenen mensen liet vermoorden of verhongeren of de Chinese leider Mao die ook boven de realiteit verheven was. Of de omhooggevallen korporaal Adolf Hitler die zijn land naar de ondergang voerde. Intellectueel komt dit type leider van ver en blijft dat gebrek aan ontwikkelingen aan hen kleven. Het zullen altijd zwakke sterke mannen zijn. Ze kunnen zichzelf niet overstijgen.

Nu hebben we de Russische leider Vladimir Poetin die sinds 2000 aan de macht is zonder dat het volk hem in eerlijke, open verkiezingen heeft gekozen. Hij had zich daarvoor nooit als opmerkelijk bewezen, behalve manipulatie en ambitie om de top te halen. De consensus is dat hij in zijn eerste jaren redelijk functioneerde en zijn land uit de chaos van de jaren 1990 voerde. Maar zoals bij alle autoritaire leiders komt er dan onherroepelijk een kantelpunt dat de nadelen van zo’n langzittende leider groter worden dan de voordelen. Maar omdat er geen mechanisme bestaat om zo iemand te lozen. gaat het van kwaad tot erger. In vol daglicht.

De invasie van Oekraïne met inzet van overweldigend militair geweld wordt als een daad van gekte gezien. Dat is het kantelpunt van Poetins politieke, intellectuele en psychische ontwikkeling. Wat hij doet is niet alleen in strijd met het internationaal recht, maar ook met realistische politiek die het landsbelang vooropstelt. De Russische Federatie wordt door het huidige leiderschap in het Kremlin niet naar de toekomst gevoerd, maar naar het verleden. De eigen rancune legt hij zijn land op. Maar het is de vraag of dat nog lang gepikt wordt.

Poetin stelt vanuit wrok en vijandschap zijn eigenbelang voorop. Hij is compleet losgezongen van de werkelijkheid. Geholpen door een kliek van meelopers, een propaganda-apparaat dat elke tegenstem laat zwijgen en met misleiding de waarheid verdraait, en een sterke krijgsmacht en geheime dienst die het recht uit de loop van een geweer laten komen. De tegenkrachten die in een samenleving voor redelijkheid, compassie en rechtvaardigheid moeten zorgen zijn uitgeschakeld. Dat is een onheilspellend scenario voor een land dat zich politiek, economisch en mentaal niet weet te ontwikkelen. Maar vanwege de kurk van gas- en olie-inkomsten toch blijft drijven. Zo wordt een land een psychisch niemandsland.

Monarch of president, niet altijd is de laatste geschikter dan een monarch. Feitelijk functioneren langzittende autoritaire leiders met dictatoriale trekjes als Poetin, Xi Jinping of Kim Jong-un door hun politieke macht en maatschappelijke isolatie slechter dan plichtmatige monarchen die op een troon zitten waar ze evenmin als de dictators op zijn gekozen.

Het is de vraag wat de beste regeringsvorm is om deze aberraties van een incompetente monarch of een dictatoriale autoritaire leider te voorkomen. Trump geeft het tegenvoorbeeld, evenals de monarchen die als een relict uit een ver verleden in Europese democratieën ceremonieel staatshoofd zijn. Hoe dan ook, laten we in onze oren knopen dat Poetin en koning Willem-Alexander een positie als staatshoofd innemen die ze in de schoot is geworpen. Dat is vragen om problemen.

Aan de vooravond van oorlog

Is het 31 augustus 1939 en staat Europa aan de vooravond van oorlog, zelfs een Derde Wereldoorlog? Nee, het is vandaag 23 februari 2022. Historische vergelijkingen gaan mank. Die bevatten te veel speculatie. Het is evenmin 26 februari 2014, de vooravond van de inname van de Krim door Russische troepen. Ook is het geen Eerste Wereldoorlog toen Duitse, Oostenrijks-Hongaarse en Ottomaanse troepen vochten tegen de Entente. Of de Tweede Wereldoorlog toen Duitsers, Italianen, Japanners, Hongaren, Bulgaren, Roemenen en andere kleine mogendheden vochten tegen de Geallieerden.

Is de Russische president Vladimir Poetin een soort Adolf Hitler die voor krankzinnig en rancuneus wordt uitgemaakt en zijn eigen ondergang bespoedigt?

De geschiedenis zal het leren. Hitler was een korporaal in het Keizerlijke Leger die zich opperbevelhebber waande, maar de ene na de andere slechte militaire beslissing nam die de Duitse generaals moesten slikken. Poetin die in de toenmalige DDR in de Sovjet geheime dienst KGB carrière maakte zou niet zoals hij zelf zegt overste, maar majoor zijn geweest. De laagste rang van hoofdofficier. Het valt te bezien of Poetin generaals als Valeri Gerasimov weet te overrulen. Dan ontmoet de tacticus en amateur-strateeg Poetin de strateeg Gerasimov, zoals de tacticus en amateur-strateeg Hitler de strateeg Walther von Brauchitsch ontmoette.

Herhaalt de geschiedenis zich? Daar lijkt het toch niet op. De omstandigheden in het Europa van 2022 zijn faliekant anders dan in 1914, 1939 of 2014. Leiders maken wel steeds dezelfde fouten. Ze overschatten eigen kracht, onderschatten tegenkracht en beginnen een oorlog uit wrok, zelfoverschatting, verveling of afleiding voor de echte problemen in hun land. Het leed en de pijn herhalen zich. Maar de afloop is altijd anders.

Nooit weer‘ zeggen politici, ethici, mensenrechtenactivisten, politicologen en allerlei opinieleiders. Maar ze zijn niet bij machte om dat af te dwingen. Ze hebben geen divisies. De oproep om een oorlog in Europa te vermijden werkt niet als een politieke leider er anders over denkt. Of over voelt. Het is niet anders. De orde verandert periodiek in chaos en wanorde om daarna tot een nieuw evenwicht te komen. De passage doet pijn.

Gedachte bij foto ‘Berlin.- Straßenmusikanten mit Trommel, Schellenbaum, Drehorgel bzw. Leierkasten mit Aufschrift “A. Holl & Sohn. Berlin-Fredersdorf”‘ (1935)

Strassenmusikanten in Berlin, im April 1935. Bundesarchiv.

Clowns kunnen iets intriest hebben. Straatmuzikanten ook. Een nieuwbouwwijk in Berlijn in 1935. Kinderen zien het aan. Georg Pahl is de fotograaf. Hij was ook de eerste die in 1923 Adolf Hitler fotografeerde. Tegen diens zin in.

Het Bundesarchiv rangschikt deze foto in de rubriek Musik, Oper, Tanz. Maar evengoed zou het passen in de rubriek Armut, Soziale Benachteiligung als die zou bestaan.

De voorste muzikant lijkt op wat in Nederland een Koperen Ko werd genoemd. Niet met een punthoed en accordeon, maar met een Pruisische helm en trommel. De titel van de foto noemt een ‘Schellenbaum‘ ofwel een Schellenboom. Volgens het WNT een ‘muziekinstrument bestaande uit een draagboom met dwarshouten, waaraan schelletjes hangen.’ Het is lastig om uit te maken waar dat zichtbaar is. Bevindt het zich links van zijn lichaam?

De achterste muzikant blaast op een toeter en bespeelt een draaiorgel van de firmaA. Holl & Sohn‘ in Berlin-Fredersdorf. Het draaiorgel lijkt een mobiele versie van een exemplaar van rond 1920:

Draaiorgel (Leierkasten), circa 1920.

Wat het triest maakt is wat we niet zien. Het is hier 1935. maar vier jaar later is Hitler-Duitsland in oorlog. Tien jaar later wordt de straat waar de straatmuzikanten hun deuntjes laten horen overlopen door militairen van het Rode Leger die schietend hun weg zoeken. De kinderen uit 1935 zijn dan ook 10 jaar ouder. Wat is er met hen gebeurd? Hebben ze het overleefd? Dachten ze nog aan hun onbezorgde jeugd toen straatmuzikanten door hun buurt liepen?

Is het nostalgie om dat soort gedachten te hebben? Het zou zo maar kunnen. Bij nader inzien is deze foto een tijdsbeeld.

Feiten geven aan dat Trump een 100% fascist is. De geschiedenis geeft het voorbeeld, maar is lastig te begrijpen

De geschiedenis leert ons alles over onze eigen tijd. De geschiedenis geeft ons voorbeelden om de democratie te verdedigen of juist aan te vallen. Geschiedenis is een Januskop én een spiegel. We zien er door bespiegeling onszelf in. Het kiezen van de voorbeelden is een tamelijk willekeurig proces. Het waaiert niet een kant op.

Neem het neofascisme van voormalig president Donald Trump van wie wordt gedacht dat hij de Rijksdagbrand in Berlijn van 1933 als voorbeeld nam om het Amerikaanse parlement buiten spel te zetten, de democratie omver te werpen en een autoritair regime te vestigen. Maar omdat Trump een gebrekkige student van de geschiedenis is, valt het te bezien of hij er werkelijk van geleerd heeft voor zijn omverwerping van de Amerikaanse democratie. Dat is hem op 6 januari 2021 op een haar na gelukt. Maar het gevaar is nog niet geweken. Zoals professor Timothy Snyder zegt is een mislukte coup de generale repetitie voor een gelukte coup.

Dat het Trump en de hardliners in de Republikeinse partij niet lukte om de democratie omver te werpen kwam door een spiegelgevecht tussen voor- en tegenstanders die zich allebei in het diepste geheim op dit moment hadden voorbereid. Dat blijft in de video ongenoemd. Wie het beste voorbereid was zou het gevecht winnen. Welnu, dat waren in dit geval de tegenstanders van Trump die de Amerikaanse democratie verdedigden. Hun taak werd vergemakkelijkt doordat Trump publiekelijk zijn plannen openbaarde en impulsief en chaotisch handelde.

Er werd al sinds 2016 voor gewaarschuwd dat dit moment zo komen. Zelfs voelde ik als student van de 20ste eeuwse geschiedenis dat het met Trump verkeerd zou eindigen. In november 2016 schetste ik in een commentaar de tekenen aan de wand:

De randvoorwaarden en voortekenen zijn niet gunstig. Trump is niet gekwalificeerd voor het presidentschap, heeft geen bestuurlijke of politieke ervaring, vertoont semi-fascistisch gedrag, heeft zijn partij beschadigd (...). Het gaat vreselijk worden. Het zou ook de Nederlandse media sieren dat ze de berichtgeving over Trump niet normaliseren. Of sussende opinies zoals die van Willem Post die volgen uit een fikse portie wensdenken niet publiceren zonder disclaimer. Media moeten niet meegaan in de suggestie dat ‘het allemaal wel zal meevallen’ met president Trump. Het gaat naar alle waarschijnlijkheid niet meevallen, maar tegenvallen. 

Maar het is lastig om de hedendaagse geschiedenis te lezen aan de hand van historische voorbeelden. In NRC sloeg voormalig correspondent in Washington Hans Maarten van den Brink in een opinie-artikel van 7 januari 2021 de plank mis. Hij begreep niet alleen niet wat er zich voor zijn ogen had afgespeeld in het Capitool in een opstand die op een haartje na was geslaagd of maakte een verkeerde inschatting van de gebeurtenissen, maar kon net als Willem Post de verbinding met de 20ste eeuwse geschiedenis niet leggen. Opvallend is dat de redactie Opinie van NRC deze beide Amerika-deskundigen ruimte gaf voor hun opinie zonder hun bijdrage van een disclaimer te voorzien. Ook met de kennis van toen had Van den Brink nooit het volgende op moeten schrijven. Hij begreep niet dat hij een parodie van een analyse maakte:

Schermafbeelding van deel artikelOok een slechte voorstelling kan een onuitwisbare indruk achterlaten‘ van H.M. van den Brink in NRC, 7 januari 2021,

Of Trump sinds 2016 radicaliseerde of ons beeld van hem gaandeweg veranderde is de vraag. Vermoedelijk is het een combinatie van beide aspecten die op elkaar inwerkten. Veelzeggend en waarschijnlijk typisch voor velen zijn de verwijzingen in de commentaren die ik maakte. Trump groeide geleidelijk naar het fascisme en wij als observators aan de zijlijn wenden gedurende vier jaar aan het idee van die ontwikkeling en groeiden daarin mee.

Op 24 oktober 2016 besteedde ik aandacht aan een artikel van hoogleraar geschiedenis John McNeill die in Trump een semi-fascist zag, ofwel een amateuristische imitatie van het origineel van Benito Mussoloni. Tien maanden later noemde ik een commentaar van augustus 2017 Trump een driekwart-fascist. Toch gaf ik hem nog enig voordeel van de twijfel toen ik zei: ‘Maar Trump lijkt niet te groeien naar het echte fascisme. Daar is hij politiek te hybride voor en de steun die hem electoraal en financieel in het zadel houdt is te divers verdeeld. Maar ook een driekwart-fascist in het Witte Huis geeft te denken omdat het niet bij de Amerikaanse democratie past. Amerikaanse instituties en samenleving reageren en proberen dat terug te dringen wat ze ongewenst achten en niet vinden passen bij hun rechtsstatelijkheid‘.

Die visie moest vanaf november 2020 bijgesteld worden toen door de verkiezingsoverwinning van president Joe Biden niet te erkennen, zijn partij in gijzeling te nemen en met opruiende uitspraken de opstand van 6 januari 2021 aan te moedigen Trump zich ontwikkelde van een drie-kwart naar een volledige fascist. Pas in een commentaar van 6 juli 2021 over de QAnon-beweging vond ik dat er voldoende publieke feiten waren om Trump, voor het eerst, een (neo)fascist te noemen: ‘QAnon kan op het eerste gezicht niet anders dan neofascistisch genoemd worden met als neofascistische leider Donald Trump‘. Wij allen kunnen van de geschiedenis leren door goed op te letten en de gelijkenissen te zien.

Wat zegt het dat een beschrijving in de Fotocollectie Nationaal Archief een foute datum voor een rede van Hitler geeft?

Het is maar een kleinigheid, maar het staat voor iets groters. De beschrijving van deze foto in de digitale Fotocollectie van het Nationaal Archief luidt: ‘Adolf Hitler spreekt de Rijksdag toe, na de campagne tegen Polen 10 juni 1939. Foto: Alle aanwezigen brengen de Hitler-groet.’ De datum in deze beschrijving is fout en moet 6 oktober 1939 zijn. Het roept de volgende vragen op:

  • Is door degene die de beschrijving heeft gemaakt de klassieke fout gemaakt dat niet begrepen is dat in het Amerikaanse Engels de maand voor de dag wordt genoemd? Zodat ’10-06-1939’ of ’10/06/1939’ niet 10 juni 1939 is, maar 6 oktober 1939? Als dit automatisch wordt gegenereerd, hoe kan het dat de software deze datumfout niet ondervangt?
  • Hoe kan iemand met ook maar geringe historische kennis niet weten dat de Tweede Wereldoorlog niet voor 1 september 1939 begon met de Duitse inval in Polen?
  • Hoe kan het dat iemand met beperkte historische kennis de verantwoordelijkheid krijgt om beschrijvingen te maken van of de supervisie te hebben over historische onderwerpen?
  • Heeft degene die de beschrijving heeft gemaakt of er de supervisie over had wel begrepen wat er met ‘de campagne tegen Polen’ wordt bedoeld? De hier bedoelde betekenis van campagne kan niet anders dan ‘veldtocht’ of ‘oorlog’ zijn.
  • Heeft het Nationaal Archief gekwalificeerd personeel voor het maken van beschrijvingen bij foto’s en vindt er een controle achteraf plaats of die beschrijving correct is?

Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Dat is niet erg als ze hersteld worden. Een wonder trouwens dat de fout nog niet is hersteld. Toch is dit een zaak met grote gevolgen. De fout geeft aan dat digitalisering gevaren in zich draagt. Dit is een fout die zo grotesk is dat het velen op zal vallen. Dat is niet altijd het geval als het een onderwerp betreft waar weinigen van afweten. Dan neemt men de beschrijving voor zoete koek aan en gaat de fout een eigen leven leiden in de virtuele wereld. De alternatieve feiten worden zo gelegitimeerd. De historische waarheid raakt uit het zicht en verbleekt.

Tegelijk heeft het aansnijden van deze fout iets schoolmeesterachtig en is het een ondankbare taak. Maar het moet maar even. Het historisch geheugen kent al zoveel mist, misleiding en misverstand. Nederland heeft behoefte aan een Nationaal Archief dat in de voorlichting aan het brede publiek professioneel, zorgvuldig en onberispelijk opereert.

Historische kennis lekt weg naarmate een periode waarin de gebeurtenissen zich hebben afgespeeld verder terug in de tijd komt te liggen. Als werknemers bij het Nationaal Archief al niet goed meer voor ogen staat hoe de chronologie van de Tweede Wereldoorlog in elkaar steekt, hoe moet men dan de historische kennis van het brede publiek inschatten? Want nog steeds is er in de media veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld bij jaarlijkse of 5-jaarlijkse herdenkingen van grote gebeurtenissen uit die oorlog. Zoals D-Day, de eindoverwinning in mei 1945, de bevrijding van Nederland of van de concentratiekampen. Maar hoe landt deze informatie waar het brede publiek jaarlijks mee in aanraking wordt gebracht als de basale kennis over zo’n tijdperk ontbreekt?

Foto 1: ‘Adolf Hitler spreekt de Rijksdag toe, na de campagne tegen Polen 10 juni 1939. Foto: Alle aanwezigen brengen de Hitler-groet.’ Collectie: Fotocollectie Nationaal Archief.

Foto 2: Schermafbeelding van de beschrijving van bovenstaande foto.

Foto 3: ‘Berlin, Reichstagssitzung, Rede Adolf Hitler. Die große Rede des Führers in der Reichstagssitzung vom 6. Oktober 1939. Auf der Ministerbank von rechts nach links: Die Reichsminister Rudolf Heß und von Ribbentrop, Großadmiral Raeder, die Reichsminister Dr. Frick und Dr. Goebbels, Reichsprotektor Frhr. von Neurath. In der 2. Reihe: die Reichsminister Graf Schwerin-Krosigk, Funk, Dr. Gürtner, Darré, Rust, Kerrl, Seldte, Dr. Frank. In der 3. Reihe: Die Reichsminister Dr. Ohnesorge, Dr. Seyss-Inquart, Generaloberst von Brauchitsch, Generaloberst Keitel, die Staatsminister Dr. Meissner und Prof. Popitz. 6.10.39.

Bij foto: ‘Godsdienstwaanzin. Bijeenkomst van een groep mensen die aan godsdienstwaanzin lijdt. Hongarije, Boedapest, 1937’

Zo op het eerste gezicht is er niets opvallends aan deze foto. In een binnenruimte van een woonhuis staan mensen opgepropt. Ze houden hun rechterarm in de lucht gestrekt, als een Hitlergroet. Alsof ze verbinding zoeken met iets of iemand. Enkelen houden hun linkerarm gestrekt. Links vooraan staan drie mannen die de menigte toespreken of toezingen. Rechts vooraan in de hoek bespeelt een zittende man een huisorgel. Een geborduurd doek dat naar de menigte gekeerd is geeft een tekst die begint met ‘Jezus’. Hier is een religieuze bijeenkomst aan de gang. Maar het bijschrift gaat verder en geeft er een zwaardere lading aan: ‘Geloof, religie, excessen. Godsdienstwaanzin. Bijeenkomst van een groep mensen die aan godsdienstwaanzin lijdt. Hongarije, Boedapest, 1937.’ Waarom is hier sprake van een groep die aan godsdienstwaanzin lijdt? Het is niet makkelijk aan te geven waar godsdienst overgaat in godsdienstwaanzin. Wat is normaal? Dat lijkt afhankelijk van het perspectief van de beschouwer. De steekwoorden bij de foto zijn onder meer ‘extase’, ‘religie’ en ‘overdreven devotie’. Dat roept opnieuw een vraag op, namelijk waar devotie (vroomheid, toewijding) overgaat in overdreven devotie. Dus in toewijding die buitensporig is. Dit is het Hongarije van de autoritaire admiraal Miklós Horthy die toenadering zoekt tot Hitler. Wordt met die notie deze religieuze bijeenkomst gewaardeerd?

Foto: ‘Geloof, religie, excessen. Godsdienstwaanzin. Bijeenkomst van een groep mensen die aan godsdienstwaanzin lijdt. Hongarije, Boedapest, 1937.’ Collectie: .

Timo de Rijk en het Derde Rijk. Verwarrend debat met veel ruis over expositie van nazi-design in Design Museum Den Bosch

Op 23 februari 2018 plaatste ik bovenstaand commentaar over het voornemen van directeur Timo de Rijk van Design Museum Den Bosch (voorheen Stedelijk Museum ‘s-Hertogenbosch) om een tentoonstelling over het design van het Derde Rijk te houden. Om de plek van zijn museum als designmuseum in een vlucht vooruit te claimen en deze tentoonstelling aan te kondigen liet De Rijk zich interviewen door De Volkskrant. Zie hier voor een commentaar hoe zijn claim zich verhoudt tot de oprichting van een Nationaal Designmuseum. In dat Volkskrant-interview deed hij de uitspraak ‘(..) zouden de nazi’s ook zo’n succes hebben gehad als het design niet zo goed was geweest?’ Die uitspraak plaatste ik in de categorie ‘nuanceringen en sterke meningen van directeur De Rijk die het ergste doen vrezen’. Zijn uitspraak trok veel Flak, om in oorlogstermen te blijven.

Het was wachten totdat iemand zou reageren op De Rijks uitspraak over dat vermeende succes van het Derde Rijk. Het is secretaris van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap Ruben Vis die met een opinie-artikel in De Volkskrant hapt: ‘Is het niet raar en onsmakelijk om de kwaliteit van nazidesign te exposeren?’ Vis geeft een onhandig antwoord op een onhandige uitspraak en versjteert het debat. Tegenover De Rijks onhandigheid plaatst hij zijn gebrek aan nuancering met normatieve uitgangspunten (‘Exposeren van nazidesign is raar en onsmakelijk’). De Volkskrant geeft Timo de Rijk de mogelijkheid om te reageren. Hij antwoordt zonder in te (hoeven) gaan op zijn uitspraak over het succes van het Derde Rijk: ‘Ruben Vis lijkt de geschiedschrijving van het nazisme te verwarren met een pleidooi voor de kwaadaardigheid zelf’. Het debat scharniert en klapt dicht.

Foto: Schermafbeelding van commentaarMuseumdirecteur Timo de Rijk: ‘Zouden de nazi’s ook zo’n succes hebben gehad als hun design niet zo goed was geweest?’’ van 23 februari 2018.

Das Land des Lächelns. Heeft Franz Lehár iets om te lachen in Parijs 1941? Een duistere romance

De koning van de Weense operette Franz Lehár trad in 1941 op in het Parijse Théâtre de la Gaîté Lyrique en dirigeerde zijn stuk Das Land des Lächelns. Verfilming ervan in 1930 door Max Reichmann was het eerste internationale succes van de Duitse geluidsfilm. Geproduceerd door de productiemaatschappij van de hoofdrolspeler: Richard Tauber Tonfilm-Produktion GmbH, ter bevordering van de verkoop van zijn platen.

De voorstelling diende de Duitse propaganda. Een fragment ervan werd in de Deutsche Wochenschau 543 (na 3’27’’) van 29 januari 1941 getoond. Maar Lehárs omgang  met de nationaal-socialisten was ongemakkelijk. Niet alleen omdat hij een Joodse vrouw had die in 1938 dankzij Joseph Goebbels de status van ‘Ehrenarierin’ (ere-Ariër) kreeg, maar ook door zijn hechte band met Richard Tauber die Joodse grootouders van vaderskant had, en het niet-Duitse karakter van de Weense operette. Wat wel of niet kon was niet altijd duidelijk. Beide kanten waren opportunistisch. Stefan Frey omschreef de relatie van Lehár met de nazi’s in een artikel in De Groene treffend met diens woorden: ‘De belangstelling van de Führer verplicht mij tot diepste dankbaarheid’.

Dat dubbelzinnige verdriet valt uit de beelden af te leiden. Franz Lehár werd gegijzeld in dankbaarheid. Het is lastig om die lijn naar het heden door te trekken en te beseffen hoe kunstenaars, musici of componisten op dit moment in autoritaire landen handelen. Kunnen ze door de omstandigheden niet anders en worden ze gegijzeld in dankbaarheid of kunnen ze anders, maar tonen geen ruggengraat? Lachen ze het ongemak weg?

Foto: Fragment uit journaal van ‘Actualités Mondiales N°026 – Edition du 25 janvier 1941’ opgenomen in het archief van INA.fr met een dirigerende Franz Lehár in het Gaîté Lyrique op 25 januari 1941. Hier beschrijving (Franstalig).