Sponsoring door Shell. Niet voor eerste keer tekent Londens Science Museum voor spreekverbod bij tentoonstelling over klimaatverandering

Schermafbeelding van deel artikelLondon Science Museum signed gagging order with Shell over climate change exhibition; Campaigners accuse museum of allowing Shell to ‘greenwash’ their image with exhibition on carbon capture‘ in Politico, 30 juli 2021.

Een bericht in Politico wijst op de relatie tussen het Londense Science Museum en Shell. Het zegt over de tentoonstelling ‘Our Future Planet‘ die gaat over klimaatverandering: ‘Het London Science Museum stemde ermee in Shell niet publiekelijk te bekritiseren als onderdeel van een sponsorovereenkomst voor een tentoonstelling over koolstofafvang’. Het museum lijkt zich door het tekenen van de sponsorovereenkomst bewust het zwijgen op te hebben laten leggen.

De sponsorovereenkomst tussen Shell en de Science Museum Group (SCMG) is door inspanning van de ngo Culture Unstained en met een beroep op de vrijheid van informatiewet openbaar geworden. Het contract is uitgebreid en omvat 32 pagina’s. In paragraaf 6.7 staat omschreven dat het museum ‘op geen enkel moment een verklaring af zal leggen of publiciteit zal geven of anderszins betrokken zal zijn bij gedragingen of zaken waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat ze de goodwill of reputatie in diskrediet brengen of schaden van de Sponsor’. Volgens critici is deze omschrijving zo ruim dat het Science Museum geen ruimte heeft om nog op enigerlei kritiek te uiten op het beleid van Shell. Het idee is dat een museum dit nooit zou moeten tekenen.

Schermafbeelding van paragraaf 6.7 uit de ‘SPONSORSHIP AGREEMENT
relating to the sponsorship of the Our Future Planet: can carbon capture help us fight climate change? Exhibition’ tussen Shell en het Londense Science Museum

Het is goed om te beseffen dat dit contract door de inspanning van Culture Unstained publiekelijk is geworden. Deze openbaarmaking is de uitzondering. Het roept de vraag op hoeveel van dit soort contracten tussen musea en bedrijven bestaan die niet openbaar worden en waarmee musea zich het zwijgen op laten leggen zonder dat het publiek het weet.

Dit kwestie is koren op de molen van klimaatactivisten die beweren dat bedrijven als Shell aan ‘greenwashing‘ doen. Ofwel, het zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan een bedrijf daadwerkelijk is. Dat is marketing. De dubbelzinnigheid voor Shell is dat het wordt beschouwd als het meest groene van de wereldwijd opererende olie- en gasbedrijven, maar desondanks de wereld blijft vervuilen met fossiele brandstoffen en de omslag naar duurzaamheid te langzaam maakt.

De rechtszaak die in Nederland Milieudefensie aanspande tegen Shell en won duidt daarop. In mei 2021 verplichtte de rechter Shell om de CO2-uitstoot in 2030 terug te brengen met 45%. Shell maakte onlangs bekend daartegen in hoger beroep te gaan. Daarmee kiest het voor economisch nut en lijkt het de eigen intenties over duurzaamheid ter discussie te stellen. Of te relativeren.

In Nederland had het Brits-Nederlandse bedrijf Shell tot 2018 een sponsorrelatie met enkele musea. Maar onder maatschappelijk druk van onder meer de actiegroepen Fossil Free Culture NL en Fossielvrij NL beëindigde Shell in 2018 de sponsorrelatie met het Van Gogh Museum en het Mauritshuis. The Art Newspaper berichtte er toen over. Dat artikel meldde toen ook dat het British Museum en de National Portrait Gallery ondanks maatschappelijke kritiek hun sponsorrelatie met BP voortzetten.

De geschiedenis herhaalt zich en dat roept de vraag op hoe gevoelig de maatschappelijke antenne van zowel de olie- en gasbedrijven als het Science Museum staat afgesteld. Waarom stoten ze zich aan dezelfde steen? Politico vermeldt namelijk niet dat in 2015 exact hetzelfde is gebeurd en beide betrokkenen toen identieke kritiek als nu kregen. Ook toen probeerde Shell de inhoud van een tentoonstelling over klimaatverandering in het Science Museum te beïnvloeden. Hebben Shell en museum in zes jaar niks geleerd? Het was toen The Guardian dat in een bericht van mei 2015 eveneens met een beroep op de vrijheid van informatiewet een sponsorovereenkomst tussen Shell en het Science Museum publiekelijk maakte. En bekritiseerde.

In een commentaar van 1 juni 2015 citeerde ik een activist die naar mijn idee de kern van het probleem verwoordt. Net als toen is het antwoord lastig te geven. Het lijkt erop dat het Science Museum zich onderhand bewust kan zijn van het publicitaire risico dat het loopt in de sponsorrelatie met Shell, maar desondanks kiest voor de poen die deze schurende relatie moet verzachten:

Volgens activist Chris Garrad van ‘bp or not bp’ geeft de informatie die The Guardian heeft achterhaald aan dat ‘het Science Museum een belangrijk radartje in de propagandamachine van Shell is’. De vraag die oprijst is of musea ten volle beseffen hoe ze ten koste van de eigen geloofwaardigheid door bedrijven gebruikt worden. Of maken ze ondanks die kennis toch de afweging dat ze onder die voorwaarden met bedrijven als Shell in zee willen in de hoop dat ze paal en perk aan die invloed kunnen stellen?

Aandacht voor topsport is buitensporig. Het verbindt niet, maar verdeelt

Bukayo Saka, 19, was targeted with racist abuse after Sunday’s Euro 2020 loss. (Reuters/Carl Recine)

De claim dat topsport verbindt is een misverstand. Degenen die dat zeggen en verbinding naar voren brengen als kenmerk van topsport weten dat het onzin is, maar om commerciële en politieke redenen houden ze uit eigenbelang de claim in de lucht.

De Londense Metropolitan Police meldt vandaag volgens een bericht op Politico dat het ‘onderzoek deed naar de golven van online raciaal misbruik waarmee de zwarte spelers van het Engelse voetbalteam werden geconfronteerd nadat de ploeg door Italië was verslagen in de Euro 2020-finale’. Bukayo Saka, Marcus Rashford en Jadon Sancho, die allemaal zwart zijn, namen deel aan de strafschoppenserie die nodig was nadat de stand na 120 minuten wedstrijd gelijk was. Sindsdien zijn ze het slachtoffer van racistische scheldpartijen op hun sociale media-pagina’s.

Tweet van Londense politie, 12 juni 2021.

De claim over die verbinding maakt topsport belangrijker dan het feitelijk is en trekt geld aan. Omroepen die hun zendtijd rijkelijk vullen met uitzendingen van topsport werken er bewust aan mee om het misverstand in de lucht te houden. Ze geven zich over aan de gemakzucht. Zodat het misverstand in de beeldvorming nog sterker benadrukt wordt. Want omroepen hebben zich grotendeels afhankelijk gemaakt van de aanbieders van topsport. Ze larderen dat met ellenlange praatprogramma’s over sport die relatief makkelijk te maken zijn en niet veel kosten.

Zo tekent zich een bizarre samenklontering af van sportbobo’s, sportbemiddelaars, sportbonden, investeerders in topsport, politici die de nationale kaart trekken als er een sportprestatie geleverd wordt door de ‘eigen’ sporters, mediabedrijven die sport aanbieden, omroepen die topsport uitzenden en het publiek dat topsport in grote porties voorgeschoteld krijgt en geconditioneerd is om niet verder te vragen.

De politiek vindt de buitensporige aandacht voor topsport best omdat het de perfecte afleiding is van echte problemen die niet of slechts mondjesmaat aangepakt worden. Zoals de klimaatproblematiek, de pandemie, goed bestuur of evenwichtige eigendomsverhoudingen.

Van de aandacht voor topsport wordt gezegd dat het iets is ‘waarmee je het volk tevreden houdt’. Maar de waarheid is dat de Romeinse schrijver Juvenalis die de term brood en spelen (‘panem et circenses‘) bedacht het niet serieus, maar spottend bedoelde. Onze Taal zegt in een trefwoord hierover: ‘De keizers zorgden voor deze gratis spelen en dit gratis brood om het volk rustig te houden. Juvenalis gebruikte de term brood en spelen sarcastisch. Hij wilde ermee aangeven dat het Romeinse volk oogkleppen ophad voor het verval van het Romeinse Rijk. Zolang er maar brood werd uitgedeeld en spelen werden georganiseerd, was het volk tevreden, en keek het niet verder dan zijn neus lang was.

Het is merkwaardig dat de term brood en spelen ontdaan is van de spottende betekenis en tegenwoordig ver is afgedwaald van wat het ooit betekende. Het wordt als verdienste voorgesteld, maar dient om te verhullen. Dat is het gevolg van misleiding (‘sport verbindt’) en afleiding (‘het volk kijkt niet verder dan de neus lang is’).

Moeten we ons druk maken over de in ogen van sommigen onevenredige aandacht voor topsport in de media? Je kunt toch zeggen dat het volk uiteindelijk krijgt wat het verdient? Maar dat is te simpel bekeken omdat er geen echte keuze meer is. De rest is wegbezuinigd. Liefhebbers van sport die buiten de topsport valt, kunst, film of natuur worden in de media stiefmoederlijk bedeeld. Ze worden in de steek gelaten. Daar gaat het mis.

Het begin van een oplossing om te komen tot een evenredige aandacht voor topsport die niet zo buitensporig is als nu is het besef dat topsport niet verbindt, maar verdeelt. Wellicht kan men nog beweren dat aandacht voor topsport mensen in de eigen kring beter insluit, maar de keerzijde daarvan is dat het de verdeeldheid tussen groepen mensen vergroot. Topsport raakt aan de open zenuwen van een samenleving zoals de racistische uitingen van het Engelse voorbeeld illustreren.

Welke sport- of mediabobo wil daarmee geassocieerd worden in deze tijden waar de termen diversiteit en inclusie bekende begrippen zijn? Laten we ze ter verantwoording roepen door de claim dat sport verbindt door te prikken. Het sprookje heeft lang genoeg geduurd.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 3: peilingen, verwachtingen en Volt

In de aanloop naar de landelijke verkiezingen van 17 maart 2021 zijn grafieken belangrijk. Neem nou de bovenste van Politico die de peilingen in beeld brengt. Het zijn dagkoersen en vele kiezers zijn nog zwevend, maar er valt het volgende uit af te leiden: 1) De coalitiepartijen (VVD, CDA, D66, CU) handhaven met 76 zetel hun meerderheid en 2) In de nieuwe Tweede Kamer zijn 16 partijen vertegenwoordigd, waaronder het nieuwe JA21, Volt en Bij1. Naar verwachting zal hier de komende 2,5 week nog wel het een en ander in veranderen.

Op 24 februari 2021 plaatste ik op Facebook deze tekst met onderstaande grafiek: ‘Zoals velen onder ons weet ik niet op welke partij ik moet gaan stemmen bij de landelijke verkiezingen van 17 maart 2021, maar wil ik tegelijk de rechts-radicalen van PVV en FvD, de links-radicale SP en de almachtige VVD de pas afsnijden. Wat te doen?

De stemwijzers buitelen over elkaar heen en geven elke keer weer een andere uitkomst. Hierbij een afbeelding van de Kieswijzer 2021 die ik zojuist invulde. Omdat ik weet op welke partij ik niet zal stemmen, word ik langzaam wijzer. VOLT is de enige partij in mijn top 10 waar ik geen overwegende bezwaren tegen heb.

Maar een stem op VOLT is waarschijnlijk ook een verloren stem omdat het naar verwachting geen zetel behaalt. En wat is de zin om het aantal splinters te vergroten?

Ik ben dus geen snars opgeschoten. Ik kom er gewoonweg niet uit. Ligt dat nou aan mij of aan de povere kwaliteit van de huidige partijen en hun leiders?

Op dit Facebook-bericht kwamen vele reacties en er ontstond een leuke discussie. Enkelen namens het op voor de SP waarvan ze het onterecht vonden dat ik het een radicale partij noemde, anderen pitchten de eigen partij van hun keuze. Maar het meest opvallend vond ik dat net als ik vier mensen serieus overwegen om op Volt te stemmen. dat had ik in de verte vertel niet verwacht. Dat terwijl deze partij net als de potentiële nieuwkomer BIJ1 nauwelijks aan bod komt in de media. Ik heb lijsttrekker Laurens Dassen zelfs nog nooit in de media (of elders) gehoord.

Uit de grafiek van Politico blijkt trouwens dat Volt al sinds 31 januari 2021 op 1 zetel staat en een stem op deze partij daarom geen verloren stem is zoals ik vreesde. Mijn bezwaar tegen het aantal splinters wordt er echter niet mee weggenomen. Hoe gewenst is het dat de Tweede Kamer bestaat uit 15, 16 of zelfs 17 partijen? Want wellicht kan Code Oranje ook nog een zetel halen.

Ga ik dan op deze pan- en pro-Europese partij Volt stemmen bij gebrek aan beter? Dat terwijl ik zoals gezegd niet eens weet of de lijsttrekker zich staande kan houden. Het is nogal minimaal om voor een partij te kiezen omdat men er geen overwegende bezwaren tegen heeft. Dat is stemmen onder verdoving én met het mes op de keel. Dat getuigt niet van verbondenheid met een partij. Hoewel dat pan-Europese idee wel onderscheidend is en iets nieuws biedt in de Europese politiek. Maar als ik zeg niet te gaan stemmen dan krijg ik van mensen in mijn omgeving op mijn donder en zeggen ze dat dan mijn stem naar Rutte, Wilders of Baudet gaat. Hoe ze denken dat dat werkt is me overigens een raadsel, maar ze zeggen dat.

Ik heb het programma van Volt globaal gelezen en ben daar niet onverdeeld gelukkig mee. De marketingpraatjes en modieuze termen doen pijn aan de ogen. Het pro-kernenergie standpunt van deze partij (p. 12) komt niet overeen met mijn standpunt over energie. Maar wie de opwekking van energie door steenkool wil stoppen en al jaren ageert tegen de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II die in de EU de afhankelijkheid van Russisch gas vergroot zal ergens mee in moeten stemmen. Want naar verwachting zal duurzame energie pas op de middellange termijn gaan doorwegen. De bouw van kernenergiecentrales vergt trouwens ook een lange adem, dus vraag ik me af waarom Volt dit in haar programma heeft opgenomen. Ik ben er nog niet uit. Niemand is perfect. Ik als kiezer niet en Volt als politieke partij evenmin.

NB: Zie voor eerdere afleveringen:

Foto 1: Grafiek van de peiling van Nederlandse landelijke verkiezingen door Politico (tot en met 28 februari 2021) .

Foto 2: Grafiek van de uitslag van de Kieswijzer 2021 die ik op 24 februari 2021 op mijn Facebook-pagina plaatste.

Radicale boeren zijn met hun anti-overheidsdenken tot ultrarechtse complotdenkers geworden

Nederland kent een archipel van rechts-radicale en -extremistische groeperingen. Ze zijn verdeeld en relatief zwak en vormen daarom volgens de inschatting van de overheid geen groot gevaar voor de veiligheid, zoals onlangs bleek uit het antwoord op kamervragen van Sjoerd Sjoerdsma (D66). Maar de kans dat ze naar geweld grijpen wordt niet uitgesloten. Het loopt van complotdenkers over het 5G-netwerk, het RIVM, vaccinatie, het stikstofdossier en het coronavirus, tot anti-semitisten, anti-LHBTQ, anti-vrouw, anti-overheid, anti-Black Lives Matter en racisten. Sinds 2019 kan men aan dit ultrarechtse gedachtegoed de geradicaliseerde boeren van Farmers Defence Force toevoegen. Die door de agro-industrie zijn gesponsord en op de been geholpen. Uit een vandaag gepubliceerd Brits rapport van de Commissie voor de bestrijding van extremisme (CCE) blijkt dat extremisten de pandemie benutten om hun haat te verspreiden. In Nederland zal het niet veel anders zijn.

Veelzeggend is een bericht op de rechts-radicale site DDS over ene Femke Marije-Wiersma die werkt voor de Nederlandse Melkveehoudersvakbond en reageert op GL-leider Jesse Klaver. Zowel zij als de auteur van het stukje gooien alle remmen los en gaan elke nuance uit de weg. Dat is opmerkelijk voor wie dat rechtse idioom niet kent. Het past in het patroon van de complotdenkers, malcontenten en achtergestelden die het als hun opdracht zien om tegen de gebezigde orde te schoppen en chaos en onrust te creëeren. Bij gebrek aan argumenten doen ze dat niet op een zakelijke, maar op een persoonlijke manier. Het klopt met de observatie van de overheid en de AIVD. Namelijk dat ultrarechts in Nederland gefragmenteerd en marginaal is, maar ook op sociale media slecht geïnformeerden aanzet tot copy cat gedrag. Mijn reactie bij dit artikel op DDS:

Het is verdedigbaar om het met de standpunten of kijk op de wereld van een ander niet eens te zijn. Dan zegt men: ‘Ik ben het niet met u eens. Ik denk er anders over’. En vervolgens geeft men aan waarom en hoe men anders denkt over een bepaald standpunt. Daar kan die ander dan weer op reageren. Zo ontstaat een discussie. Dat hoort bij een volwassen, open democratie.

Wat Femke Marije en Michael van der Galien doen is het omgekeerde. Ze spelen het op de man. Zo raakt het zakelijke verschil van mening uit het zicht. De eerste noemt Jesse Klaver ‘een slecht mens’ en de laatste noemt hem ‘een schoft’. Dat is ongelukkig en niet zinvol. Men kan het ook anders zien, namelijk dat Marije en Van der Galien geen steekhoudende argumenten hebben en het daarom maar op de persoon spelen. Lekker simpel, bij gebrek aan beter.

Jesse Klaver schrijft in betreffende tweet dat minister Schouten niet veilig op bezoek (in Zeeland) kan gaan. Want zij heeft op advies van veiligheidsmensen haar bezoek afgebroken. Klaver vraagt zich af waar de intimidatie stopt. Hij verzoekt PVV en FvD om afstand te nemen van de radicale boeren.

Marije maakt niet aannemelijk wat er niet klopt aan deze tweet van Klaver. De feiten in de tweet kloppen. Niet Klaver, maar Marije neemt een loopje met de waarheid. Zoals gezegd, zij slaat de plank mis door het op de persoon te spelen en Klaver ‘een slecht mens’ te noemen. Omdat hij een andere mening heeft?

Klaver maakt, zoals inmiddels de meeste Nederlanders, een onderscheid tussen geradicaliseerde boeren en andere boeren. Klaver heeft het uitsluitend over ‘agressieve FDF-boeren’. Feit is dat minister Schouten haar bezoek moest afgelasten door het optreden van de geradicaliseerde boeren. Zij demonstreren in veel gevallen niet vreedzaam, maar intimiderend. Hiermee schieten de radicale boeren in eigen voet en verliezen ze steeds meer de sympathie van de Nederlanders.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelBZV Femke Marije veegt de vloer aan met Jesse Klaver: ‘Een slecht mens’’ van Michael van der galien op DDS, 9 juli 2020.

Foto 2: Tweet van Jesse Klaver, 8 juli 2020.

Foto 3: Antwoord 4 met vraag van Kamervragen over het bericht over dreiging extreemrechts en het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 52 van Minister Grapperhaus naar aanleiding van het artikel ‘Dreiging extreemrechts is een grote blinde vlek’, 1 juli 2020.

Toenemende druk op China vanwege uitbraak coronavirus en het gebrek aan openheid daarover

De druk neemt toe op China om openheid van zaken te geven over de uitbraak van het coronavirus. Er zijn steeds meer aanwijzingen voor een ‘opzettelijke doofpot’ van de Chinese regering. Het dossier waar Sky News Australia op doelt heeft de Australische The Saturday Telegraph verworven, zo stelt het in een bericht van 3 mei 2020. Beide media zijn onderdelen van het media-imperium van magnaat Rupert Murdoch. De rechtse Amerikaanse nieuwszender Fox News dat onder de overleden directeur Roger Aisles Trump aan de macht heeft geholpen en hem nog steeds steunt maakt ook onderdeel uit van Murdochs imperium. Die relatie Murdoch – Trump maakt sceptisch over deze berichtgeving. Zo laat het de optie van Trump open dat het virus uit een lab in Wuhan komt. Uit berichten in de Amerikaanse pers blijkt dat Trump en zijn campagnestrategen met schrik de dalende peilingen aanschouwen en nog maar één weg zien voor herverkiezing. Namelijk door de schuld voor de coronacrisis ondubbelzinnig en hard in de schoenen van China te schuiven en te beredeneren dat Trump harder optreedt tegen China dan de Democratische beoogde uitdager Joe Biden. De logica van die redenering is overigens twijfelachtig omdat Trump de coronacrisis slecht heeft gemanaged.

Hoe dan ook ligt de Chinese regering onder druk. Het is juridisch niet mogelijk om China als soevereine staat verantwoordelijk te stellen voor de wereldwijde uitbraak, laat staan om de schade op China te verhalen, maar gezamenlijk optreden van de VS, de EU en landen als Canada, Australië en Aziatische bondgenoten als Japan en Zuid-Korea zou China tot openheid kunnen dwingen. Openheid die het tot nu toe blokkeert. Het valt af te wachten of de opstelling van Trump die zijn eigen koers vaart daarbij behulpzaam kan zijn. Want Trump wil niet zozeer de Chinezen tot openheid dwingen, mede om een toekomstige virusuitbraak te voorkomen, hij is vooral geïnteresseerd in zijn herverkiezing. De EU heeft inmiddels bij monde van haar vertegenwoordiger buitenlandse zaken Josep Borrell toegeven naïef te zijn geweest over China. Verzet tegen China bouwt zich op.

Peking zet met diplomatieke druk en propaganda EU onder druk. Het wil geen onderzoek naar ontstaan van coronavirus in China

Het is opvallend hoe zwaar China propaganda en diplomatieke druk gebruikt om een zakelijk onderzoek naar het in China ontstane coronavirus te onderdrukken. Niet om China als schuldige aan te wijzen, maar om te leren voor de toekomst. Politico verwoordt de opstelling van China in een overzichtsartikel zo: ‘Beijing doubles down in EU propaganda battle’ ofwel Peking doet er een schepje bovenop in de propagandastrijd met de EU. De vrees bestaat dat de EU niet opgewassen is tegen de Chinese druk. Dat komt doordat de EU geen politieke eenheid is en voor beschermingsmiddelen tegen het coronavirus afhankelijk is van China. Het citaat dat in dit artikel blijft hangen is van Antoine Bondaz die werkt voor een in Parijs gevestigde denktank: ‘China considers Europe the soft belly of the West’ ofwel China beschouwt de EU als de zachte onderbuik van het Westen die niet terug kan slaan. Dat geeft vooral iets te denken over de positie van de EU in de wereld.

De les uit deze verharding van China dat propaganda inzet tegen de EU is dat de EU zelfvoorzienend moet worden. Dat kan door de afhankelijkheid van China te verkleinen of China op specifieke gebieden afhankelijk te houden van de EU of het Westen in het algemeen. Dat biedt de EU wisselgeld om China te weerstaan. Vooralsnog ontbreekt het de EU aan de wil en ambitie om zich te wapenen tegen indringers als China. Nog overheerst defaitisme. Opmerkelijk is de open zenuw van de Chinese regering. Het beseft dat het gefaald heeft in de aanpak van het coronavirus die volgens onderzoekers van onder meer de Universiteit van Cambridge al in september 2019 in Zuid-China ontstond. Pas na vier maanden kwam de regering in Peking in actie. Het laat zich als schuldig kennen door wild om zich heen te slaan. Maar het overspeelt de eigen hand.

Amerikaanse sancties tegen Nord Stream II in werking getreden: pijpenlegger Allseas trekt zich terug. Duitsland sputtert

Zoals verwacht heeft president Trump de Defensiebegroting voor 2020 ondertekend waarin het wetsvoorstel the Protecting Europe’s Energy Security Act of 2019 van de senatoren Cruz en Shaheen opgenomen was. Daarmee is dit voorstel ook in werking getreden. Met direct resultaat, want het Zwitsers-Nederlandse bedrijf Allseas heeft vandaag in een persbericht aangekondigd haar werk (pijpenleggen) aan Nord Stream II op te schorten. Dit zorgt voor verdere vertraging van het project met een budget van 10 miljard euro. De sancties gelden ook voor Turkstream. Volgens een bericht van Politico wijst een woordvoerder van de Russische regering de Amerikaanse sancties af omdat het ‘kredietwaardige landen verbiedt om de reële sector van hun economie te ontwikkelen’. Een woordvoerder van de Duitse regering zegt in een tweet dat het ‘dergelijke extraterritoriale sancties afwijst’ omdat ze ‘inmenging in onze interne aangelegenheden vertegenwoordigen’.

De EU, en dan vooral Duitsland lijkt deze Amerikaanse sancties die in strijd met de sfeer in Washington overweldigende steun van beide partijen genieten over zichzelf afgeroepen te hebben. Ze tonen vooral de machteloosheid van de EU aan en het ontbreken van een geloofwaardige en doelmatige buitenlandse politiek.

Foto: Tweet van Ulrike Demmer, plaatsvervangend woordvoeder van de Duitse regering, 21 december 2019.

Kandidatuur Ursula von der Leyen krijgt kritiek en roept vragen op over de procedure hoe de leiders van de EU worden geselecteerd

De Duitse kanselier Angela Merkel zegt dat de Duitse Defensieminister Ursula von der Leyen vertrouwen geniet en geknipt is om voorzitter van de Europese Commissie te worden. Het Europarlement moet in meerderheid instemmen met de voordracht. Het is geen uitgemaakte zaak dat zij een meerderheid achter zich krijgt. Vooral Sociaal-democraten en Groenen zijn teleurgesteld omdat het systeem van de Spitzenkandidaten in een onderonsje van enkele regeringsleiders is getorpedeerd. Von der Leyen krijgt kritiek en geniet juist geen vertrouwen zoals Merkel suggereert. Als Defensieminister wordt ze beschuldigd van verkwisting en mismanagement, zoals niet toevallig in een artikel in Politico wordt gememoreerd. Zij is geen topkandidaat, maar deelnemer van het B-Team die vanwege haar lidmaatschap van de goede partij wordt genomineerd.

Merkels argumenten dat Von der Leyen pro-EU is en vrouw is klinken zo minimaal dat het erop lijkt dat Merkel evenmin gelooft dat deze Duitse minister een sterke kandidaat is. Naast Von der Leyen zijn andere kandidaten in het pakket evenmin optimaal. Aan Christine Lagarde (voor de ECB) en Josep Borrell (buitenlandcoördinator) hangen zulke nadelen dat het vooral vragen oproept over de procedure om leiders van de EU te benoemen.

Wat nu op tafel ligt is slecht. Als het Europarlement het hard wil spelen en in meerderheid dwars gaat liggen, dan kan de EU terug naar de tekentafel om betere leiders te benoemen. Hoe dan ook was de procedure die naar Von der Leyen leidde verre van optimaal. De leiders van belangrijke West-Europese lidstaten hebben zich gecompromitteerd en bemoeit met een procedure die niet de hunne was en die ze om zeep hebben geholpen. Ze hebben de chaos eerder vergroot dan verkleind. Dit vergroot de roep om democratisering van de EU.

Misverstanden en onduidelijkheden over euroscepsis in EU

Volgens Politico dat zich zegt te baseren op het Europees Parlement hebben in Nederland eurosceptische partijen 33% steun behaald in de Europese Verkiezingen. In 2014 was het 38% volgens deze bron, zodat hoe dan ook deze eurosceptische partijen in Nederland 5% aanhang zouden hebben verloren. Ik pijnig me het hoofd hoe het Europees Parlement tot dit percentage komt en welke partijen het als eurosceptisch beoordeelt. Voor 2014 tellen de volgende partijen op tot 38,3%: CU-SGP (7,6%), PvdD (4,2%) 50PLUS (3,7%), PVV (13,2%) en SP (9,6%). Dezelfde partijen plus het nieuwe FvD tellen voor 2019 op tot 32,9%. Afgerond dus 33%.

Hoe komt het Europees Parlement tot deze cijfers? 50PLUS valt niet aan te merken als eurosceptisch, zoals uit een artikel in De Volkskrant van 16 mei 2019 blijkt indien lijsttrekker Toine Manders de stelling onderschrijft ‘een warm pleitbezorger van de Europese samenwerking’ te zijn en een artikel op DDS dat uitschreeuwt ‘50Plus kiest vol voor Europa: “Stem vóór Europa, koester 75 jaar vrede, welvaart en samenwerking!’’.

Wat ‘eurosceptisch’ is niet op voorhand duidelijk. Want terwijl de CU kiest voor samenwerking in de EU, maar niet voor een superstaat, de PvdD eveneens voor Europese samenwerking is ‘waar het nuttig is‘, en de SP kiest voor ‘een Europese samenwerking waarin de belangen van mensen, dieren en ons milieu weer voorop staan’ wil de PVV de EU verlaten eveneens vermoedelijk FvD. De SGP neemt een tussenpositie in waarin het accent ligt op grondige hervorming en afbraak van de symboliek en niet op het breken van en met de EU.

De grafiek hierboven is zowel verkeerd samengesteld als betekenisloos omdat een duidelijke definitie over euroscepticisme ontbreekt. 50PLUS is geen eurosceptische partij zodat het percentage van eurosceptische partijen in Nederland al daalt tot 29%. Daarnaast is er een tweedeling aan te brengen in de euroscepsis van partijen die de EU willen hervormen (CU, SP, PvdD, SGP) en partijen die de EU willen verlaten (PVV, FvD). Met als complicatie dat FvD-lijsttrekker Derk Jan Eppink zoals een artikel in NRC verduidelijkt eigenlijk niet uit de EU wil stappen. Jean-Marie Dedecker voor wiens partij Eppink in het Europarlement zat zegt: ‘Uit de EU stappen? Daar ben ik niet voor en Derk Jan ook niet. Hij is kritisch over Europa, maar wel voor één Europa’. Als euroscepsis wordt opgevat als ‘een ondubbelzinnige, kritische houding ten opzicht van Europese integratie en de EU als vorm’, dan daalt het percentage daarvan in Nederland tot 3,5%. Dat is het percentage van de PVV.

Kijkt men naar het aantal zetels van de eurosceptische partijen, dus zowel hervormers CU, SP, PvdD, SGP als de harde (PVV) en zachte (FvD) verlaters uit de EU, dan is het percentage 23%. FvD, CU-SGP en PvdD halen samen 6 van de 26 zetels. De meest eurosceptische partij van Nederland de PVV heeft geen zetel behaald.

Wat is de waarheid over statistieken? Ze zouden niet liegen, maar misbruikt worden en zelden de waarheid vertellen. Maar dat is te simpel, ze liegen wel degelijk en zijn bedoeld om te verhullen. In de zin van ‘in te zwachtelen’ en ‘verstoppen’. Of ermee nou wordt gelogen of de waarheid verborgen, bovenstaande statistiek/ grafiek van het Europees Parlement doet aan misleiding. Het raadsel is wat het belang ervan kan zijn om het percentage eurosceptische partijen in Nederland flink hoger voor te stellen dan het in werkelijkheid is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIn graphics: How Europe voted’ op Politico, 27 mei 2019.

Irritant gebrek aan vooruitgang bij aanpak nepnieuws. Facebook ondersteunt verspreiding van gemanipuleerde video Nancy Pelosi

Een vice-president van Facebook Monica Bickert ontkent in een gesprek met CNNs Anderson Cooper dat haar organisatie draait om nieuws en ‘in the news business’ is. Aanleiding is een gemanipuleerde video van Huisvoorzitter Nancy Pelosi waarin het lijkt alsof ze dronken of verzwakt is. Bickert kan niet goed uitleggen waarom Facebook de video niet verwijdert. Haar kanttekening dat er een waarschuwing bijgeplaatst wordt is onwaarachtig omdat Facebook pas tot actie overging nadat de Washington Post op de manipulatie gewezen had. Facebook ondersteunt zo de strategie van de Republikeinen voor 2020: gemanipuleerde berichten om de opponenten te verzwakken. Facebook blijft in gebreke en treedt nog steeds onvoldoende op tegen nepnieuws.

Waarom is de aanpak van nepnieuws zo moeizaam? Is het probleem van nepnieuws te groot om doelmatig aan te pakken of is de aanpak van de techbedrijven als Facebook te halfslachtig en onvoldoende? Of is het allebei waar? We kennen onderhand talloze analyses van deskundigen over de kwalijke rol van desinformatie en nepnieuws, zoals van Clingendael-deskundige Danny Pronk die voor de VPRO het probleem uiteenzet. Maar toch. We horen dit al zeker sinds 2016, maar de aanpak lijkt nog steeds onvoldoende. Van een probleem dat allang niet meer nieuw is, maar door velen nog op het niveau van bewustwording wordt gepresenteerd. Men zou toch in redelijkheid mogen verwachten dat tegen de strategie van de Republikeinse partij, de Russische Federatie of andere actoren nou eindelijk eens een doelmatige tegenstrategie wordt ontwikkeld en uitgevoerd.

Niet dus. Vanwaar dit gebrek aan vooruitgang en een doelmatige aanpak? Laat de duiding voortaan daar op focussen, namelijk op concrete tegenmaatregelen om de westerse democratie te beschermen. Herhaling van zetten is aardig, maar bewustwording bij opinieleiders en publiek is intussen voldoende aanwezig. Analisten moeten ook een volgende stap zetten om overheden en techbedrijven tot doelmatig handelen te dwingen.

In een artikel voor Politico dat een opsomming van stagnatie en gemiste kansen geeft, citeert Mark Scott de aftredende Europarlementariër van D66 Marietje Schaake over digitale veiligheid: ‘Wetgevers hebben de bal laten vallen, we staan pas aan het begin van het begrijpen van de uitdagingen voor liberale democratieën.’ Waarom zijn drie kostbare jaren verloren gegaan door inertie? Waar blijft het Deltaplan om dit aan te pakken?

Cenk Uygur van TYT gaat een stap verder en wijst in onderstaande video (na 12’ 50’’) op de obsessie van de journalistiek op neutraliteit die de meer belangrijke norm van objectiviteit beschadigt. Het ‘enerzijds – anderzijds’, ofwel hoor en wederhoor van de klassieke journalistieke code schiet tekort indien het tegenover een portie waarheid een even grote portie onwaarheid en leugens zet. De spanning tussen ‘eerbied voor de waarheid’ en ‘het recht op faire commentaar en kritiek’ staan in de gevallen van nepnieuws en desinformatie op gespannen voet met elkaar. Ook nog eens in een hooghartige houding van ‘dit zijn de normen van de journalistiek’ en ‘zo doen we het al jaren’. De vraag is of dit niet ontaardt in naïviteit en nog houdbaar is als de mate van desinformatie de (sociale) media overspoelt. Want het kan niet de opzet van journalistiek die gaat voor de feiten en de waarheid om onwaarheid te verspreiden. Zo beredeneerd is de reactie van Facebooks Monica Bickert zelfs in dubbel opzicht tekortschietend en onjuist. Zij ontkent zowel dat Facebook een journalistieke organisatie is die inzet op objectiviteit en het nastreven van de waarheid aan de hand van de feiten als dat Facebook een organisatie is die onvooringenomen hoeft te zijn. Anything goes in haar optiek.