George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Harry Kuitert

Antwoord aan Jezus Weende over het bestaan van God en de overeenkomsten in de constructie van religie en theater

leave a comment »

Bij de videoBestaat God? deel 1: Wie tot God komt, moet geloven dat Hij is’ op het YouTube-kanaal van ‘Jezus Weende’ gaf ik onderstaande reactie op de opmerking van Weende ‘Als de Bijbel werkelijk een verzinsel van mensen zou zijn, dan had hij er heel anders uitgezien. De sprookjes van Grimm zijn een verzinsel van mensen, de Bijbel niet.’ In mijn betoog probeer ik met uitstapjes naar de literatuur en het theater aannemelijk te maken dat de constructie van godsdienst door mensen begrijpelijk en historisch samenhangend is:

Sinds er mensen op aarde zijn hebben er duizenden godsdiensten bestaan. Vele ervan zijn verdwenen, andere bestaan nog steeds. Het is een wetmatigheid dat mensen die zich door een specifieke godsdienst laten inspireren de andere godsdiensten als minder of afgoderij zien.

De godsdiensten zijn niet zozeer een verzinsel van mensen, maar een constructie. Want het begrip verzinsel bevat de notie ‘dat het niet waar hoeft te zijn’ en dat gaat aan de essentie ervan voorbij. Maar de constructie is waar, zoals narratieve constructies als vertellingen of films altijd hun eigen logica en waarheid hebben. Binnen die fictieve constructie zijn ze waar. Zo is God binnen de constructie van een godsdienst waar en bestaat deze God.

Deze redenering heeft een historische onderbouwing en kent parallele ontwikkelingen. Zowel het drama als religie putten uit dezelfde bron. Namelijk het ritueel. Historische theaterwetenschappers leggen dat ontstaan in grotten waar onze verre voorouders bij elkaar kwamen om in bezweringen en plechtige handelingen door zingeving en troost de harde werkelijkheid op afstand te houden en de eigen sterfelijkheid te relativeren. Om dat te plaatsen in de tijd, de oudste rotsschilderingen uit de grot van Lascaux worden gedateerd op 15.000 jaar voor Christus.

Na verloop van tijd heeft zich door een verschil in behoefte van die verre voorouders een afsplitsing voorgedaan. Zo ontstond dat wat later het wereldse drama (theater) werd en dat wat voeding gaf aan het ontstaan van godsdiensten (religie). Dat is een ontwikkeling van tientallen eeuwen geweest.

Het ontstaan van het moderne theater wordt gedateerd op de 5e eeuw voor Christus toen in Griekenland de oervaders van het moderne drama Aischylos, Sofokles en Euripides het theater moderniseerden en van nieuwe elementen voorzagen. Het werd een autonoom genre. Een gevolg hiervan was dat het verder op afstand kwam te staan van de oorsprong die oorspronkelijk een ritueel in de cultus van Dionysos was.

De historische analogie met het ontstaan van de godsdiensten is opvallend. De nu nog bestaande wereldgodsdienst het Hindoeïsme ontstond in dezelfde periode als het moderne Griekse drama, namelijk in de 5de eeuw voor Christus. Daarna volgden het Boeddhisme, Jodendom en Christendom.

Het heeft sinds de oertijd van Lascaux ruim meer dan 10.000 jaar geduurd voordat religie en theater zich beslissend van elkaar gingen onderscheiden. In die overgangstijd hebben ze parallel gelopen, van elkaar geleend en elkaar versterkt. De functies van theater en religie die nu als afwijkend van elkaar worden gezien zijn in die tussentijd steeds verder hun eigen weg gegaan door detaillering en specificatie. Zowel in het theater als de religie is die gemeenschappelijke bron van het ritueel nog te herkennen, maar door allerlei ontwikkelingen binnen die twee genres zijn ze losser komen te staan van hun eigen ontstaan.

In de uitspraak van de theoloog Harry Kuitert: ‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen’ komen deze ontwikkelingen samen. Te weten het ontstaan van religie naast het theater uit het ritueel. Evenals het idee dat het een kernelement van een godsdienst is om de constructie of montage ervan uit het zicht van de gelovigen te gehouden om dat geloof niet te verzwakken.

Dat wijst op een andere analogie die zowel in theater als religie aanwezig is, namelijk die van ‘de onzichtbare stijl’. Dat houdt in dat de invloed van de maker in het product vooral niet wordt benadrukt, maar juist onzichtbaar wordt gemaakt. De gedachte daarachter is dat de identificatie van de beschouwer met het fictieve product daardoor wordt geoptimaliseerd. Fictieve constructies die uit het oertheater ontstonden, zoals de moderne roman, de klassieke Hollywood-film, de Middeleeuwse allegorie of het 19de eeuwse drama zijn volgens dit idee van de onzichtbare stijl geconstrueerd. Hun ontstaan wordt weggepoetst. Overigens is daar in de literatuur (James Joyce) of het theater (Bertolt Brecht) allang een reactie op gevolgd, maar historisch is de analogie met religie dat eveneens het eigen ontstaan onzichtbaar probeert te maken niet toevallig. Deze onzichtbare stijl van religie lijkt een overblijfsel van het ritueel dat eveneens het sterkste werkt als het niet ter discussie werd gesteld wat tot demystificatie zou kunnen leiden.

Overigens is de vraag interessant of hedendaagse godsdiensten naar analogie van de 20ste eeuwse ontwikkelingen in literatuur en theater, die de montage voorop zetten en als doel hadden om de identificatie te doorbreken, dezelfde ontwikkeling kunnen volgen zonder niet buiten het genre van de religie te treden. Nieuwe, nog niet door iedereen geaccepteerde godsdiensten als de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster lijken voor religie hetzelfde te beogen als wat Joyce en Brecht voor literatuur en theater deden. Te bedenken valt dat deze modernisten in hun eigen tijd ook veel tegenstand ondervinden, zoals dat nu in de religieuze sector geldt voor die nieuwkomers die van beleidsmakers dezelfde kritiek krijgen die de modernisten in literatuur en theater in de eerste helft van de 20ste eeuw kregen. Dat is de conditionering die de eigen tijd oplegt.

Het is begrijpelijk dat een geestelijke of gelovige niet meegaat in de analyse dat een godsdienst een constructie van mensen is omdat het het geloof kan verzwakken. Maar daarmee is niet gezegd dat wetenschappers of analisten aan de hand van de feiten niet kunnen concluderen dat godsdiensten een constructie van mensen zijn. Predikanten redeneren vanuit hun geloof en wetenschappers geloven in de rede of de empirische methode. Religie en historische wetenschap kunnen goed naast elkaar bestaan en vanuit hun specifieke uitgangspunt ‘gelijk’ hebben, omdat ze over verschillende werkelijkheden gaan, maar ze kunnen nooit dezelfde uitspraken over elkaar doen. Laten we daarom dat verschil koesteren.

Foto: Schermafbeelding van videoBestaat God? deel 1: Wie tot God komt, moet geloven dat Hij is’ op het YouTube-kanaal van ‘Jezus Weende’.

Gerko Tempelman: Tragiek van een gelovige die niet genoeg heeft aan geloof en overtuiging. Maar zich anderen wil toe-eigenen

with 2 comments

Het feit dat iets er niet is, wil niet zeggen dat iets er is. Daarnaast zegt het niet wat dat dat iets dat er niet is dan werkelijk is. De definitie ontbreekt om het te toetsen.

De uitspraak ‘God is dood’ is een verhullende en normatieve uitspraak. Want het accentueert door het actuele bestaan van de entiteit te erkennen toch dat ‘God’ ooit was. Maar juist dat staat ter discussie. De uitspraak ‘God is dood’ is een dubbelzinnige uitspraak die tegelijk bevestigt en ontkent. Dat schept geen duidelijkheid, maar verwarring.

Theoloog Harry Kuitert zei ooit: ‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen’. Ofwel, ‘God’ is mensenwerk. ‘God’ is een constructie van mensen. Daar is veel voor te zeggen omdat het bewijs voor het bestaan van ‘God’ nooit onafhankelijk is aangetoond. Het bestaan van ‘God’ is een kwestie van geloof. Niets meer en niets minder dan dat.

De uitspraak die ‘God’ pas echt laat verdwijnen is daarom ‘God is mensenwerk’. Dit maakt de uitspraak ‘God is dood’ onheus. De redenering van Gerko Tempelman die in het ontbreken het bestaan suggereert is geen geldige argumentatie. Het is een schijnredenering. Hij maakt het gecompliceerd omdat hij geen argumenten heeft om het bestaan van ‘God’ aan te tonen. Tempelman zoekt de afleiding.

Waarom gelovigen niet volstaan met de overtuiging dat hun geloof in ‘God’ rotsvast en deugdelijk is blijft een raadsel. Geloven is achtenswaardig en rechtschapen. Buiten dat geloof bestaat ‘God’ echter niet. En is ‘God’ dood noch levend.

Waarom predikers als Gerko Tempelman verwarring zaaien over het bestaan van ‘God’ is begrijpelijk. Daarmee willen ze de draagwijdte van ‘God’ uitbreiden naar degenen die zich niet laten inspireren door ‘God’. Het groter maken van ‘God’ buiten hun geloof om is een kwestie van macht. Die willen ze ook uitoefenen over degenen die hun geloof niet delen. Dat is onrechtmatige inlijving. Maar ook een inlijving die steeds potsierlijker wordt in een samenleving waar de meerderheid zich niet door ‘God’ laat inspireren.

Het gebrek van gelovigen als Gerko Tempelman die de polemiek zoeken is dat ze niet tevreden zijn met hun geloof en overtuiging en meer dan dat willen. Tot en met de inlijving van de zogenaamde ‘niet-gelovigen’. Dat is de tragiek van gelovigen die niet genoeg hebben aan hun geloof en overtuiging. Ze zeggen het ene en bedoelen het andere. Ze doen uitspraken over hun geloof die erop neerkomen dat ze zich iets toe-eigenen dat niet van hen is, terwijl ze zouden kunnen volstaan met het belijden van hun geloof.

Written by George Knight

20 oktober 2018 at 17:06

‘Het pure evangelie op de platte aarde’ zegt het bestaan van God te bewijzen. De paradoxen van mensenwerk en Gods zelfbeschikking

leave a comment »

Gelovigen die zich laten inspireren door een specifiek geloof en daar meer mee willen dan inspiratie alleen hebben het lastig. Want al gauw claimen ze te weten wat of wie de God van hun godsdienst is en wat de zin en het plan van God is. Dat ze hiermee God van de troon stoten en ze zich in Gods plaats stellen nemen ze op de koop toe. Als ze al beseffen waar ze mee bezig zijn. Het is van tweeën een. Of de God van de specifieke godsdienst blaast de gelovige bezieling in of de gelovige blaast God bezieling in. De paradox is dat in dat laatste geval de God van die godsdienst wezenlijk niets verschilt van de God van de progressieve theoloog Harry Kuitert die zei: ‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen’. Ofwel, de doorgaans conservatief-orthodoxe gelovigen en de progressieve gelovigen zitten op dezelfde lijn als ze van hun God mensenwerk maken, die God zelf construeren en zich in Gods plaats stellen.

De mensen achter het YouTube-kanaalHet pure evangelie op de platte aarde’ zijn Jouke Elsinga en Willibrordus van der Weide. Ze geloven dat de aarde plat is en proberen dat aan de hand van bijbelteksten te bewijzen. Vooral bijbeltekst Jesaja 40:22 staat hierbij centraal waar ze steeds weer naar verwijzen. Elsinga en Van der Weide zijn geen theologen, maar religieuze activisten. Ze roepen onder atheïsten en andere gelovigen veel weerstand op en hun betogen worden als onzin afgedaan, zoals bijvoorbeeld hier of hier. Feit is dat de critici van Elsinga en Van der Weide evenmin theologen zijn en er zo een debat tussen amateurs ontstaat. Bovenstaande video verduidelijkt dat zaaien van verwarring het stijlmiddel van de platte aarde-gelovigen is. Elsinga claimt het bewijs van God te kunnen leveren, maar valt zichzelf vervolgens met afleidingen in de rede.

Op een zelfzuchtige manier spreken namens God is een aantrekkelijk tijdverdrijf en verdienmodel vol luister dat in de eigen religieuze kring aanzien kan opleveren, maar per definitie de geloofwaardigheid van de godsdienst niet dient. Dat is de tweede paradox naast het idee dat  progressieve en orthodoxe gelovigen die namens God claimen te spreken allebei God als mensenwerk en menselijke constructie beschouwen. Dat is het verschijnsel dat gelovigen die de opzet hebben om het aanzien van God te vergroten door namens God te regelen en te oordelen, ze die God kleiner maken door inbreuk te maken op Gods zelfbeschikking.

Scheppingscongres schept verwarring over godsdienst en wetenschap met de claim dat God boven wetenschap staat

with 4 comments

Op 9 juni 2018 vindt in de christelijk gereformeerde kerk ‘De Zuiderhof’ te Zwolle het Scheppingsproces plaats. Met als ondertitel ‘waar de schepping het geloof en wetenschap ontmoet’. Het congres is een initiatief van leden van de Christelijke Gereformeerde Kerken, ‘Met in totaal 75.000 leden hoort de Christelijke Gereformeerde Kerk tot de kleinere orthodox-protestantse kerkgenootschappenzo zegt het over zichzelf.

De bijeenkomst heeft vijf mannelijke, witte sprekers. Onder wie Peter de Jong. Hij heeft een rotsvaste mening over wetenschap dat hij als ondergeschikt aan God ziet, zoals hij in het artikelWetenschap is ondergeschikt aan het Woord’ uitlegt: ‘Maar God is Waarheid. We kunnen als Bijbelvast christen heel goed wetenschap bedrijven, maar God staat daar boven. Anders zouden we als God zijn op het moment dat alle natuurwetten zijn verklaard en begrepen. Die natuurwetten zijn ons gegeven om de aarde te kunnen gebruiken.’

De Jong heeft gelijk als hij zegt dat wetenschap mensenwerk is: ‘Feiten zijn feiten, maar wetenschappelijke theorieën, zoals de evolutietheorie, zijn en blijven mensenwerk.’ Daar past gezond wantrouwen en uiterste oplettendheid bij. Maar hij is selectief, gaat zijn verantwoordelijkheid uit de weg en laat zich zelfs kennen als malafide als hij ongenoemd laat dat de godsdienst en de God waarop hij zich baseert evengoed mensenwerk zijn. Zoals de protestante theoloog Harry Kuitert het verwoordde: ‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen.’ In Kuiterts optiek zijn geloof en het geloof in een God uit de verbeelding ontstaan, volgens hem overigens om de chaos en de zinloosheid van het leven te bestrijden.

Daarmee staan geloof in God en wetenschap echter niet op hetzelfde niveau. Het verschil is dat wetenschap het instrument van de wetenschappelijke methode ontwikkeld heeft en godsdienst verbeelding is die zich per definitie niet wetenschappelijk kan ontwikkelen. Wetenschap is mensenwerk met een methode, godsdienst is mensenwerk met verbeelding. Dit betekent absoluut niet dat godsdiensten geen inhoud hebben en het geloof in God nutteloos is, want zoals gezegd dat hebben ze dat wel degelijk in het proberen te bezweren van de werkelijkheid om die voor de mens aanvaardbaar te maken. Maar godsdienst kan hierdoor nooit meer zijn dan de vertaling van de werkelijkheid zoals mensen die eraan geven. Godsdienst kan niet oorzaak en gevolg tegelijk zijn. De Jong gaat de fout in als hij zegt dat God boven het bedrijven van wetenschap staat. Dat is een cyclische argumentatie die zichzelf voedt en niet leidt tot een valide uitspraak over de werkelijkheid.

De Jong is kwaadwillend en negatief als hij godsdienst niet wenst te aanvaarden zoals het is en hij er meer van wil maken dan het is. Hij probeert zijn godsdienst zelfs wetenschappelijke pretentie te geven. Maar met die pretentie beschadigt De Jong zowel zijn godsdienst als de wetenschap. Dat is branchevervaging waarmee niemand iets opschiet. Ook de gelovigen van de Christelijke Gereformeerde Kerken niet. Daarom is het de vraag of de initiatiefnemers van het Scheppingcongres wel goed beseffen waarmee ze bezig zijn en of ze zich voldoende realiseren dat ze ermee hun religieuze organisatie en hun geloof in de eigen God beschadigen.

Evolutietheorie en geloof in God zijn verenigbaar. De toelichting op de bundel Science, Evolution, and Creationism van de National Academy of Sciences formuleert dat als volgt: ‘wetenschap en godsdienst moeten worden gezien als verschillende manieren om de wereld te begrijpen in plaats van als modellen die met elkaar in conflict zijn en het bewijs voor evolutie kan volledig verenigbaar zijn met religieus geloof.’ Het is dan ook onnodig dat organisatie en sprekers van het Scheppingscongres een conflict creëren dat niet bestaat. Een verklaring hiervoor is dat ze zelf de moderniteit naar hun God willen brengen, maar niet kunnen aanvaarden dat hun God naar de moderniteit is gebracht. Dat gaat dus in de eerste plaats om autonomie in eigen kring en het publicitair uitvergroten daarvan. Met wetenschap of godsdienst heeft het welbeschouwd niets te maken.

Foto: Schermafbeelding van een deel van de presentatie van een spreker van het Scheppingscongres in Zwolle op 9 juni 2018: ‘Dr. P. De Jong: Eén waarheid, twee geloven.

Kerk van het Vliegend Spaghettimonster past binnen secularisme

leave a comment »

De aanhangers van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geloven in eigen kracht. In Nieuw-Zeeland, Oostenrijk, Nederland of waar dan ook. Ik ben sinds oktober 2015 officieel ingeschreven bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster en mag me Pastafarian noemen. Of het voor alle Pastafarians geldt weet ik niet, maar de reden dat ik me ingeschreven heb bij de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster is het idee dat hoe meer religies er zijn, hoe beter dat is. Binnen de politieke filosofie van het secularisme.

De religieuze markt is een vechtmarkt met grote economische en politieke belangen. Deze miljardenbedrijven beheersen als multinationals hele landen. Met verwijzing naar hun vermeend verticale ontstaan onttrekken ze zich grotendeels aan horizontale toetsing. Een lucratief gat in de markt. De serieuze bedoelde opmerking die geestig uitpakt van de in 2017 overleden theoloog Harry Kuitert vat de maskerade van godsdiensten samen: ‘Alle spreken over boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van boven te komen’. 

Voor Europa geldt dat op een krimpende markt godsdiensten elkaars concurrent zijn en elkaar bestrijden. Hoewel ze soms ook gelijk opgaan in hun verdediging van de religieuze sector tegen politiek of maatschappij. Ook voor godsdiensten geldt: ‘de één zijn dood is de ander zijn brood’. Uit behoefte of uit een veelheid van redenen die toevallig samenkomen worden godsdiensten door mensen gecreëerd. Hoewel godsdiensten aan degenen die ze zeggen te inspireren het eeuwige leven beloven, geldt dat niet voor de godsdiensten zelf. Ze verdwijnen weer als hun machtspositie is afgebrokkeld, de tegenstand te sterk is of als er geen behoefte meer is aan wat een specifieke godsdienst verkondigt. Godsdienst is dan als de garantie op een wasmachine van een failliete fabriek die geen service meer biedt. Het garantiebewijs heeft dan geen praktische waarde meer.

Als secularisme opgevat wordt als een politieke filosofie die alle godsdiensten en levensovertuigingen op een gelijkwaardige wijze naast elkaar laat bestaan met de garantie van de nationale overheid, dan past de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster daar op exact dezelfde wijze in als al langer bestaande godsdiensten en levensovertuigingen. Het grote misverstand dat traditionele christenen als spookbeeld in de lucht houden is dat secularisme antireligieus is. Dat is het niet. Dat beweren deze christenen alleen om het afkalven van hun oude voorrechten te vertragen. Maar die teruggang is onvermijdelijk. Maatschappelijk zal de strijd van traditionele christenen om hun oude voorrechten te behouden weinig steun krijgen. In een steeds pluriformer wordende samenleving met steeds meer fragmentatie van religieuze en levensbeschouwelijke groepen.

De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster is een voorbeeld van zo’n nieuwkomer op de markt. Het past niet in de indeling waar rechters, ambtenaren en politici mee zijn opgevoed. Daarom kunnen ze nieuwkomers op de religieuze markt onvoldoende plaatsen. En hun legitieme plek geven. Dat volgt uit de geesteshouding van beambten en beleidsmakers. Ze kunnen mentaal de ontwikkelingen niet bijbenen om er correct gevolg aan te geven. Zo gaat het altijd. Traditie valt te omschrijven als aangenomen vormen. Een bedacht plan waaraan vervolgens wordt vastgehouden. Totdat de plannen veranderen en mensen weglopen van de voorgeschreven plannen. De meerderheid van de Nederlanders geeft aan zich niet door godsdienst te laten inspireren. 

Zie hier voor het verhaal van Pastafarian Lachlan uit de video van NZ Herald.

Brexit en Trump doorgeprikt: ‘Alle spreken over beneden komt van boven, ook het spreken dat beweert van beneden te komen

with 2 comments

De omkering van een uitspraak van theoloog Harry Kuitert over godsdienst als menselijk maakwerk (‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen’) geeft in een notendop inzicht in de zogenaamde volksopstanden die in 2016 leidden tot de Brexit en de verkiezing van Donald Trump. ‘Alle spreken over beneden komt van boven, ook het spreken dat beweert van beneden te komen’. Met andere woorden, de zogenaamde volksopstanden zijn geregisseerd van bovenaf. Het heeft wel in politieke marketing, maar niet in beleid iets te maken met populisme dat de kloof tussen burger en politiek probeert te dichten. In de kern zijn de zogenaamde volksopstanden van 2016 opstanden van de elite. Dat is al langere tijd een vermoeden, maar steeds meer aanwijzingen geven onderbouwing aan dit standpunt.

Donald Trump die ‘het moeras zou droogleggen’ deed het omgekeerde. Hij haalde multimiljonairs en bankiers van Goldman Sachs (Gary Cohn en Steven Mnuchin) in zijn kabinet, terwijl hij beloofde het omgekeerde te doen. Big sponsor Robert Mercer stopte via Renaissance Technologies meer dan 15 miljoen dollar in Trumps campagne. Daarvoor verwachten sponsors iets terug in de vorm van lagere belastingen of minder regelgeving.

In twee artikelen gaat OpenDemocracy UK, hier en hier, in op de macht van Legatum Institute dat de drijvende kracht was achter de Brexit en er nu achter de schermen alles aan doet om te zorgen dat er een harde Brexit komt. Het werkt samen met minsters als Boris Johnson om brieven te schrijven die aandringen op een harde Brexit en probeert Downing Street 10 te kapen. Naar verwachting kost een harde Brexit het Verenigd Koninkrijk een verlies van een half miljoen banen, aldus een bericht in het FD. Net als de sponsors die Trump in het zadel hesen gaat het Legatum om deregulering en het eigenbelang van een kleine, rijke klasse.

De waarheid wordt langzaam zichtbaar dat Trump en de initiatiefnemers achter de Leave-campagne die tot de Brexit leidde niet handelen in het belang van het volk. Die waarheid wordt vertroebeld door nepnieuws op (sociale) media en dringt zo nauwelijks echt door tot de publieke opinie. De paradox is dat deze ‘populisten in naam’ die zeggen te handelen namens het volk niet het neoliberalisme afbreken, maar het verder optuigen.

Trump en politici achter de Brexit zoals Nigel Farage en Boris Johnson beloofden dat het volk de controle terug zou kunnen nemen, maar bewerkstelligden het omgekeerde. Ze legden de macht in de handen van een kleine klasse die zich schimmig ophoudt achter de schermen en geen enkele politieke verantwoording aflegt.

In een commentaar van mei 2016 beschreef ik dat proces aan de hand van een pro-Brexit documentaire van Martin Durkin: ‘Brexit: The Movie is bedoeld om het brede publiek voor het karretje van een elite te spannen die dit probeert te verbergen door zelf over een EU-elite te praten. Als verdediging kiest het daarom als bliksemafleider de aanval. Tragisch is dat het merendeel van het publiek niet in de gaten heeft hoe het zich laat manipuleren door de ene elite die tegen de ander elite zegt te ageren. (..) Dat tekent het politiek debat van een publiek dat de weg kwijt is en zonder dat zelf te beseffen de agenda van Britse aristocraten, zakenmensen en rechts-nationalistische politici als Nigel Farage volgt.’ Het nieuws is niet dat dit nieuws is, maar dat de al langer in grote lijnen bekende feiten zo tergend langzaam doordringen tot de publieke opinie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHow Legatum has written the hymn sheet for a Dirty Brexit’ van Brendan Montague op OpemDemocracy UK, 27 november 2017.

Godsdiensten zijn tijdgebonden. Uiteindelijk worden ze uit het religieuze domein verdrongen. En opgevolgd

with 5 comments

Een artikel van J. H. McKenna op Patheos zet aan tot denken. De geschiedenis van de godsdienst toont de beperkte levensduur van godsdienst. De wetmatigheid is dat ze beperkt zijn in tijd, plaats en doelstelling. Daarom kent de geschiedenis en de hedendaagse verspreiding over de wereld zoveel godsdiensten omdat ze uiteenlopende behoeften moeten afdekken. Ze geven antwoord op de vragen van hun tijd, maar als de omstandigheden veranderen verliezen ze aan betekenis voor hun tijd. Dan worden ze overbodig en opgevolgd door nieuwe godsdiensten die andere vragen stellen en zich beter voegen in de motieven van de nieuwe tijd. Dan worden de heilige boeken van de oude godsdienst bevrijd. Waar de knapste koppen van hun tijd aan hebben meegewerkt. De heilige schriften kunnen dan vervolgens toegevoegd worden aan het domein van de kunst. Van de literatuur of het drama. Ultiem bevrijd van hun primaire functie om zin te geven aan het leven.

McKenna schetst in mijn ogen op een inzichtelijke manier een heldere en onbetwistbare logica, maar waarom hij het verbindt met de positie van de atheïst is me onduidelijk. Dat heeft zijn betoog niet nodig. Mijn reactie:

Religion and art spring from the same source. The source of the imagination of rituals. It is a dramatic feature that reaches a public through a well told story. The article clearly underlines this through well chosen examples. The logic is that religion grows more towards art as religion lasts longer. Greek mythology is now seen as an art form, while in its own time it was seen as a religion.

It is inevitable that modern religions suffer the same fate like old religions did. The development from religion to art is a regularity. Eventually the sacred books written by men will be stripped of their supernatural pretension and will go down in history as literary works.

Then the circle is round where the recently deceased Dutch theologian Harry Kuitert referred to: ‘All speaking about Above comes from below, also the speaking that claims to come from Above‘. Because the greatest minds of their time were connected to this speaking, this intellectual and literary aspect is not lost. But it has to be liberated from the religious environment that keeps it confined.

Literature or drama is ultimately freed from the religious environment and is liberated. The flywheel of the development of religions continues so that new religions with new images of God and new sacred scriptures emerge that we do not yet know about.

Why the author links his argument to the atheist’s right is unclear. Because it is unnecessary to make this point which is already strong enough. The perspective of the atheist or cynic adds nothing to his argument, but makes it unnecessarily polemical and more political. The so-called atheist does not want to relate to God images and religions, but to stand outside. That applies equally to this kind of criticism of religion.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIs Time On The Atheist’s Side?’ van J. H. McKenna op Patheos, 16 november 2017.