Antwoord aan Stephan Sanders: Verbied delen van de katholieke kerk waar samenzwering bewezen kan worden

Schermafbeelding van deel columnVerbied niet de katholieke kerk maar het criminele gezin‘ van Stephan Sanders in NRC, 11 oktober 2021.

Moeten we aandacht besteden aan een Rooms-Katholieke opinieleider die in een column het onrecht in zijn kerk relativeert en met What About-redeneringen probeert weg te poetsen?

Ik twijfel. Meningen mogen verschillen. Iedereen heeft daar recht op. Het is te vermoeiend om bij een vermeend ‘verkeerde’ mening elke keer weer in de pen te klimmen. Maar een betoog dat op een slordige wijze het onrecht goedpraat gaat toch een grens over en behoeft op z’n minst correctie?

Het gaat om Stephan Sanders die tegenwoordig een column op maandag in NRC heeft. In zijn bijdrage van 11 oktober met de titel ‘Verbied niet de katholieke kerk maar het criminele gezin‘ schrijft hij het volgende:

Schermafbeelding van deel column ‘Verbied niet de katholieke kerk maar het criminele gezin‘ van Stephan Sanders in NRC, 11 oktober 2021.

De titel oogt als satire. Hoe belachelijk die is blijkt als je die verandert in ‘Verbied niet de oorlogsmisdadiger maar het criminele gezin‘ of ‘Verbied niet de maffia maar het criminele gezin‘. Wat volgt leest als een parodie op een column waarin de schijnredeneringen over elkaar heen buitelen. Sanders gaat niet in op het onrecht binnen de Rooms-Katholieke kerk en het systematisch verhullen daarvan, maar zoekt de afleiding en probeert de kritiek af te zwakken en om te buigen. Hij pretendeert zelfs aan de kant van de slachtoffers te staan. Hiermee bespot hij vooral zichzelf als herboren katholiek.

In bovenstaand citaat verwijst Sanders naar Jan Derksen die in de Volkskrant van 8 oktober 2021 in een brief de vraag stelde waarom hij niemand hoorde over een verbod op de katholieke kerk.

Derksen heeft trouwens niet goed opgelet, want in een commentaar van 6 oktober 2021 pleitte ik, in navolging van wat er in de VS gebeurt waar een rechtszaak loopt tegen een bisdom, voor het verbieden van delen van de Rooms-Katholieke kerk vanwege de grootschalige pedofilie en het stoppen in de doofpot daarvan dat als een samenzwering opgevat kan worden:

Schermafbeelding van deel commentaarDelen van Nederlandse katholieke kerk kunnen aangemerkt worden als criminele organisatie wegens samenzwering over kindermisbruik en faciliteren pedofilie‘ van George Knight, 6 oktober 2021.

Aanleiding om delen van de katholieke kerk te verbieden is dus niet zozeer het decennialang praktiseren van pedofilie door priesters en het verhullen daarvan door de kerkleiding en het tegenwerken van de juridische autoriteiten, maar het complex van maatregelen dat als een de samenzwering opgevat kan worden en tot de ondubbelzinnige conclusie leidt dat dat deel van de Rooms-Katholieke kerk opereert als criminele organisatie. Ik parafraseerde dat in mijn commentaar op de volgende manier:

Schermafbeelding van deel commentaarDelen van Nederlandse katholieke kerk kunnen aangemerkt worden als criminele organisatie wegens samenzwering over kindermisbruik en faciliteren pedofilie‘ van George Knight, 6 oktober 2021.

Aanmerken van ‘de’ Rooms-Katholieke kerk als criminele organisatie is onhaalbaar en te grof. Dat kan stellig opgevat worden als symbool om niet letterlijk uit te voeren zoals Sanders opmerkt, maar dat leidt nog niet tot de conclusie dat er niks moet gebeuren of geen juridische middelen zijn om te handelen.

Het gaat immers om een wereldkerk met vele afdelingen in vele landen die afwijkend van aard, karakter, werkwijze en politieke kleuring zijn. Het gaat erom om de rotte delen van de katholieke kerk aan te wijzen, aan te klagen en met juridische middelen te verbieden als de samenzwering tussen de in overtreding zijnde pedofiele priesters en de kerkleiders die de pedofilie faciliteerden en mogelijk nog steeds faciliteren en de rechtsgang blokkeerden aangetoond kan worden.

Nodig is een zorgvuldige juridische procedure die maatwerk levert en die delen van de katholieke kerk als criminele organisatie aanklaagt waarvan aan de hand van getuigenissen en documenten overtuigend aangetoond kan worden dat het onrecht er in de afgelopen decennia systematisch heeft kunnen woekeren en het wereldse recht bewust buiten de deur is gehouden en het canonieke recht als substituut werd ingezet om niet te handelen.

De voorwaarde om dit aan te pakken is de politieke wil om de positie van een traditionele religieuze organisatie tegen het licht te houden. Dat vraagt lef en ambitie die op dit moment in Nederland ontbreekt. Uitgangspunt moet noch het bashen van de katholieke kerk zijn, noch het maatschappelijk taboe om niet te handelen, maar het doorlopen van een zorgvuldige rechtsgang waarbij daden en feiten leidend zijn. Daar kan niet bij voorbaat blindelings voor weggekeken worden omdat het om een gevestigd instituut gaat. Wegkijken ondermijnt het vertrouwen in de rechtspraak en bevestigt het idee van klassenjustitie.

Juridisch maatwerk is de nuance die zowel Jan Derksen als Stephan Sanders missen. Ze vluchten op hun eigen manier in het grote gebaar door respectievelijk grof geschut in te zetten of hun kop in het zand te steken. Laten we hun mening beschouwen als inleidende beschietingen in een juridisch gevecht dat in Nederland nog van start moet gaan.

Delen van Nederlandse katholieke kerk kunnen aangemerkt worden als criminele organisatie wegens samenzwering over kindermisbruik en faciliteren pedofilie

Schermafbeelding van deel artikelRICO Lawsuit Filed Against the Archdiocese of Los Angeles and the Diocese of Tucson‘ in Los Angeles Injury Law News, 28 januari 2021.

Op 3 oktober 2021 schreef ik een kort commentaar op FB toen op Politico het eerste bericht verscheen over het misbruik van kinderen in de Franse katholieke kerk: ‘

In Nederland probeert de Deventer Theo Bruyns die als 13-jarige werd misbruikt in het seminarie in Helmond de katholieke kerk te laten verbieden als criminele organisatie. Tegen RTL Nieuws zei hij in 2019: ‘Als je iets tegen deze kerk wilt beginnen, moet je het voor elkaar krijgen dat die wordt bestempeld als een criminele organisatie‘.

Uit een bericht van september 2020 in de Stentor blijkt dat Bruyns’ procedure niets heeft opgeleverd omdat Jusititie weigert om de katholieke kerk als criminele organisatie te vervolgen. Volgens Bruyns ‘legitimeert justitie met deze stap de misstanden in de kerk’. Advocaat Jan Boone hielp Bruyns en spande belangeloos een artikel 12-procedure bij het Gerechtshof Arnhem/ Leeuwarden aan. De Stentor citeert de motivatie van het Gerechtshof: ‘Gebrek aan bewijs, onhaalbaarheid van strafvervolging en niet in het algemeen belang‘.

Interessant in dit verband is de Belgische rechtszaak tegen de Scientology Kerk. Dat leidde tot een langdurig juridisch gevecht waarbij de Kerk uiteindelijk door de correctionele rechtbank geen criminele organisatie werd genoemd. Dat gebeurde echter niet om principiële redenen, maar volgens een bericht van VRT Nieuws omdat ‘het dossier te onduidelijk en te onvolledig‘ was. Ofwel, het is in België in principe mogelijk om te bewijzen dat een religieuze organisatie een criminele organisatie is met als uiterste sanctie het verbod ervan.

De zaak van Theo Bruyns vs. de katholieke kerk lijkt ook te lijden hebben gehad aan een gebrekkige bewijsvoering. De motivatie bij het vonnis van het Gerechtshof ziet eruit als een mandje met ongelijksoortige beweringen. Het valt goed in te zien dat de bewijsvoering onvolledig en onvoldoende is, maar het is lastig te begrijpen dat strafvervolging onhaalbaar is en niet in het algemeen belang. Het valt namelijk niet in te zien dat indien de katholieke kerk een criminele organisatie is het niet in het algemeen belang zou zijn om die te verbieden.

De fout is dat het juridisch te grof is en een te hoge lat voor de bewijsvoering om ‘de katholieke kerk’ of ‘de paus’ aan te spreken. Ook omdat het een internationale organisatie is waar het Nederlands recht niet van op toepassing is.

Advocaat Boone heeft al in eerder geprobeerd om katholieke organisaties zoals het bisdom Utrecht en Rotterdam te laten verbieden, maar heeft nul op het tekst gekregen wegens ‘gebrek aan onderbouwing‘ volgens een bericht van december 2011 in Het Parool. Dit maakt opnieuw duidelijk dat het laten verbieden van (delen van) de katholieke kerk principieel niet onmogelijk is, maar wel een goede, overtuigende bewijsvoering vraagt.

De lat ligt extra hoog omdat binnen de rechterlijke macht en de politiek de gevestigde godsdiensten extra worden beschermd boven de normale juridische argumenten uit. Het niet accepteren van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster als godsdienst door het Gerechtshof Den Bosch en de Raad van State maakt dat duidelijk, zoals dit commentaar concludeert. Bestaande godsdiensten hebben een streepje voor en nieuwe godsdiensten die zich op de religieuze markt wagen worden tegengewerkt. Een normatief pro-katholiek artikel van René Guldenmund dat zich vermomt als objectief, maar dat niet is geeft aan hoe bevooroordeeld degenen zijn die hierover oordelen.

Een specifieke parochie, katholieke school of bisdom kan dus focus zijn van een rechtszaak waar kinderen werden misbruikt en waarover bewezen kon worden dat het misbruik via misleiding door de kerkleiders in de doofpot werd gestopt. Vervolgens kan dat aan de hand van deze rechtszaak uitgebreid worden naar andere delen van de Nederlandse katholieke kerk indien sprake was van kindermisbruik, het moedwillig in de doofpot stoppen daarvan en het samenspannen om het te verhullen door de priesters over te plaatsen.

In de VS bestaat er de RICO wet, ofwel de Racketeer Influenced and Corrupt Organizations die tegen criminele organisaties als de maffia kan worden ingezet, maar ook tegen organisaties die een maatschappelijk belang dienen. Joseph O’Brien toont in een betoog uit 2019 aan dat in de VS de katholieke kerk er niet gerust op kan zijn om niet vervolgd te worden als criminele organisatie in die staten waar de RICO-wet van toepassing is.

Hierboven wordt het voorbeeld genoemd van de RICO-wet die ingezet wordt tegen het aartsbisdom Los Angeles en het bisdom Tucson vanwege kindermisbruik. Voor de Nederlandse situatie lijkt de volgende constatering van belang: ‘Hoewel sommigen kritiek hebben geuit op het aanhangig maken van rechtszaken van RICO tegen de katholieke kerk, is dergelijk gedrag van het overbrengen van bekende pedofielen naar andere parochies waar ze op meer onschuldige kinderen jagen, crimineel. Wanneer topfunctionarissen op de hoogte zijn van de geschiedenis van een in overtreding zijnde priester, deze negeren en hem toch naar een andere parochie overbrengen, wordt dat samenzwering’.

In Nederland is er artikel 140 Sr dat gaat over ‘een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven‘ ofwel een criminele organisatie. Het met medeweten van de kerkleiding overbrengen van betrapte pedofiele priesters naar andere parochies waar ze nieuwe kinderen tot slachtoffer maken kan opgevat worden als samenzwering. Het is aangetoond in het rapport van de commissie Deetman (2011) dat dit in Nederland structureel is gebeurd.

Wikipedia zegt hierover: ‘Ook in Nederland werden vele priesters overgeplaatst naar plekken verwijderd van de plek waar een mogelijk schandaal dreigde. De overplaatsingen vonden ook naar landen buiten Nederland plaats. In vele gevallen vonden verplaatsingen naar andere landen en zelfs continenten plaats. Het omgekeerde, waarbij Nederland als uitwijk- of verblijfsplaats fungeerde voor buitenlandse geestelijken, kwam ook voor. De gevallen laten zien hoe de verschillende kerkprovincies elkaar over de landsgrenzen heen behulpzaam waren, dan wel probeerden probleemgevallen op elkaar af te schuiven‘.

Het valt niet in te zien waarom het onhaalbaar en niet in het algemeen belang is om genoemde deelnemers aan deze samenzwering te bestraffen en de katholieke (deel)organisatie waarbinnen dat gebeurde aan te merken als criminele organisatie wegens samenzwering. Voorwaarde is dat het bewijs goed onderbouwd wordt en de zaken nog niet verjaard zijn, maar strikt juridisch is een verbod van delen van de katholieke kerk en de bestraffing van de verantwoordelijke kerkleiders mogelijk.

Laatdunkendheid over complotdenkers leidt in kwestie Epstein tot blinde vlek bij gevestigde journalistiek die samenzwering uitsluit

Ik heb geen goede woorden over voor een stuk van 12 augustus van Bas Soetenhorst in Het Parool. Ik vind het gemakzuchtig. Het tekent het spagaat van Nederlandse journalisten die op afstand staan van de Amerikaanse én de Nederlandse samenleving en in een Atlantisch niemandsland hun waar slijten. Hieronder geef ik mijn reactie weer die ik plaatste op de FB-account van Het Parool bij dit onderwerp. Links zijn toegevoegd.

Er is ook wel wat gebeurd, beste Bas Soetenhorst, namelijk de onverwachte, verrassende en de in-alle-gevallen-te-voorkomen dood van een van de meest spraakmakende personen van de VS met sterke lijnen naar de politiek. Het is als de bezwering in een theaterstuk dat herhaalt ‘DAT mag niet gebeuren’ met als uitkomst dat DAT waarvan iedereen weet dat het niet mag gebeuren uiteindelijk toch gebeurt.

Als dat dan gebeurt roept dat vragen op over een samenzwering. Want regels en afspraken van overheidsdiensten zijn geschonden en Epstein stond bekend als iemand die met geld de rechtsgang en personen die toezicht op de rechtsgang hadden manipuleerde, zoals in Florida in 2007 waar hij onterecht wegkwam met een lichte straf. Epstein heeft een spoor van onregelmatigheden nagelaten in het Amerikaanse rechtssysteem dat nog steeds niet volledig in kaart is gebracht. Waarom is het merkwaardig om te veronderstellen dat hij dat tot en met zijn dood heeft volgehouden?

Epsteins dood verdient een grondige en onpartijdige analyse en meer dan een stuk van een correspondent die dualistisch denkt in zwart-wit tegenstellingen, de feiten verkeerd voorstelt en zo zelf complottheorieën de wereld instuurt waar hij klaarblijkelijk zijn neus voor ophaalt alsof er wat smerigs aan de schoen van de ander kleeft, terwijl het zijn eigen schoen betreft.

Het is zeker zo dat er verschillende kampen zijn, te weten het Clinton en het Trump kamp die proberen de ander de zwarte piet door te schuiven. Waarbij het kamp Trump het hardst van leer trekt. Maar er is ook een derde kamp van onafhankelijke, neutrale hoogleraren, opinieleiders, journalisten en politici buiten de hoofdstroom van de partijpolitiek om die een rechtsstatelijke invalshoek kiezen. Wat trouwens te denken van progressieve Democraten en Never Trumpers conservatieven (type Max Boot, Bill Kristol, George Will) die zowel niks moeten hebben van Bill Clinton als Donald Trump? Uw dualisme komt niet overeen met de realiteit.

Het is onjuist dat Joe ‘Morning Joe’ Scarborough de schuld bij de Russische Federatie legt. Hij is zoals u weet een voormalige Republikeinse, conservatieve Huis-vertegenwoordiger uit Florida die samen met zijn toenmalige partner en huidige echtgenote Mika Brzezinski bevriend was met Trump, maar afstand van hem heeft genomen en zijn weerzin voor Trump niet verbergt. Scarborough schreef in een tweet op 10 augustus: ‘A guy who had information that would have destroyed rich and powerful men’s lives ends up dead in his jail cell. How predictably…Russian.‘ Daarop antwoordde Ben Norton: ‘Billionaire pedophile Epstein died, and this celebrity “journalist” immediately blames Russia, without a scintilla of evidence’. Daar antwoordde ik op: ‘Ben, you are a bad reader. Joe does not accuse the Russians of having killed Epstein, but concludes that it is a mo that Russians use. He is right in that because the Kremlin makes enemies disappear. Died under suspicious circumstances in the US: Sergei Krivov and Mikhail Lesin.’ Bas Soetenhorst is ook een slechte lezer die de nuance mist.

Soetenhorst gaat voorbij aan de rol van Justitieminister William Barr die in zijn handelen er de afgelopen maanden voor heeft gezorgd dat het wantrouwen jegens hem, president Trump en de overheid is toegenomen. Barrs rol is essentieel en kan in een serieus verslag niet ongenoemd blijven. Vastgesteld is dat Barr bij zijn eigenmachtige presentatie van het Mueller-rapport de bevindingen eruit verkeerd en onvolledig voorstelde om succesvol de publieke opinie te kunnen manipuleren. Zelfs media als de The New York Times en in Nederland de NRC trapten in de ’spin’ van Barr, wat me overigens in conflict met de NRC-Ombudsman bracht die ik lichtgelovigheid verweet en die me achteraf moest toegeven dat de berichtgeving in zijn krant niet optimaal was geweest. Als de gevangene Lewis Kasman in de gevangenis in Manhattan waar Epstein was opgenomen in de New York Post van 11 augustus 2019 verklaart dat hij met eigen ogen zag dat minister Barr twee weken geleden deze faciliteit bezocht, dan voedt dat het complot nog verder. Het is hoogst ongebruikelijk dat een minister een gevangenis bezoekt. Wat had Barr daar te zoeken?

Waar dient journalistiek voor? Het is uit uw artikel niet op te maken, Bas Soetenhorst. U maakt zich er makkelijk vanaf door de boevenstreken van Donald Trump tegenover de boevenstreken van Bill Clinton te zetten. Klaar, met een commentaar van een mediadeskundige als uitsmijter.

Nee, u verklaart niks en zet de relevante vragen in het verkeerde frame. Ja, er zijn complotdenkers, maar er zijn ook denkers die verder denken, maar vooralsnog een samenzwering niet uitsluiten. Daardoor vergeet u dat er onafhankelijke waarnemers en onderzoekers zijn die aan de hand van de feiten de waarheid boven tafel willen krijgen zonder met een partijpolitiek vingertje te wijzen of op voorhand de waarheid te weten. Wat een zorgvuldige journalist behoort te doen is een verklaring zoeken voor een verschijnsel dat vele vragen oproept. Laten we niet te snel tot conclusies komen, maar alle feiten onderzoeken. Schaamt u zich niet voor de ondertitel van uw stuk: ‘voer voor complotdenkers’ dat morele arrogantie combineert met intellectuele luiheid?

De vragen die op antwoord wachten zijn onder meer de volgende: Wie heeft Epstein geholpen bij het voorbereiden van de uitvoering van zijn daad, wie heeft gezorgd voor het beëindigen van het verscherpt toezicht en wie heeft ervoor gezorgd dat een celgenoot werd overgeplaatst? Daarover bestaan theorieën die niet over de zelfmoord zelf gaan. Ofwel, zonder hulp van buitenaf en met verscherpt toezicht had Epstein nooit zelfmoord kunnen plegen. Daar zijn de deskundigen die het reilen en zeilen van het Manhattan Correctional Center kennen het over eens. Ook als blijkt dat Epstein zelfmoord heeft gepleegd -wat waarschijnlijk is- is er nog geen antwoord op de vraag hoe en waarom hij zelfmoord kon plegen.

Het is gezien de grote belangen en de meedogenloosheid van Trump en Barr op dit moment niet uit te sluiten dat er sprake is van een samenzwering. Besef dat Trump zeer waarschijnlijk in de gevangenis belandt als hij in 2020 niet herkozen wordt en daarom alle middelen inzet om grip op Justitie te houden. Het gaat in deze kwestie niet om het ‘gewone’ type samenzwering van malcontenten, eenzame gefrustreerden en idioten met een aluminium hoedje op die de feiten laten volgen uit een eigen mening of een opgelegde mening van populistische media, maar om het type samenzwering dat een conclusie laat volgen uit de feiten en die raakt aan hogere politiek. Vergelijk het met de Iran-Contra-affaire of het Watergate-schandaal die uiteindelijk werkelijk bleken te zijn gebeurd. Dat bleek onder meer na onderzoek van journalisten.

Foto’s: Schermafbeelding van stukken uit het artikelDe dood van miljardair Jeffrey Epstein: voer voor complotdenkers’ van Bas Soetenhorst in Het Parool, 12 augustus 2019.

Jeffery Epstein dood gevonden in cel terwijl hij onder verscherpt toezicht stond. Aannemelijk dat het om een samenzwering gaat

Update: Volgens berichten in onder meer de New York Times stond Epstein sinds 29 juli 2019 niet onder verscherpt toezicht in het federale Metropolitan Correctional Center in Manhattan waarin hij was opgenomen. Onduidelijk is waarom dat zo is, des te meer omdat hij enkele weken geleden in zwaargewonde toestand op de vloer van zijn cel was aangetroffen met verwondingen aan zijn nek. De titel van de tekst bedoelt te zeggen dat Epstein procedureel onder verscherpt toezicht stond. Om onduidelijke en onverklaarbare redenen was dit echter gestopt. Dat laatste blijkt pas achteraf en vele verantwoordelijken zeggen dat dit een onaangename verrassing voor hen is. Of ze de waarheid spreken is onderwerp van discussie en moet onderzocht worden. 

Ik ben geen aanhanger van complottheorieën, maar de dood van Jeffrey Epstein roept vragen op. Hij hing zich vanochtend op in zijn cel in New York, terwijl hij onder toezicht stond voor zelfmoord (suicide watch). Of hij nou vermoord is of het hem toegestaan werd om zelfmoord te plegen komt op hetzelfde neer. Hij zwijgt en kan niet getuigen in de komende rechtszaak. Er wordt geen gerechtigheid gedaan, hoewel er documenten (Epstein’s black book) en getuigenissen zijn die wellicht kans op reconstructie bieden. Maar de bron is weg.

Epstein werd niet alleen beschuldigd van misbruik van minderjarige kinderen, maar was ook de organisator van sexfeesten waar invloedrijke personen aan deelnamen. Hij werd ook beschuldigd van chantage. Donald Trump, Bill Clinton en de Britse prins Andrew zijn de namen die genoemd worden. Moet dat onrecht worden uitgewist en in de doofpot worden gestopt? Daar lijkt het sterk op. Het handelen van justitieminister William Barr wekt weinig vertrouwen en een onafhankelijk onderzoek naar de omstandigheden van de doodsoorzaak zal door hem geblokkeerd worden. Zoals hij ook de berichtgeving over het Mueller-rapport manipuleerde.

Wereldwijd halen vele belangrijke personen opgelucht adem. Het gevaar is geweken dat ze er door Epstein bijgelapt worden. Ze moeten nu alleen nog afwachten of ze niet op een andere wijze aangeklaagd worden. De verliezer is de gewone Amerikaanse burger en het rechtssysteem dat op federaal niveau door de regering Trump steeds meer gecorrumpeerd wordt. Iedereen is gelijk, maar de machtigen zijn gelijker. Zoals altijd.

Zaak Michael Jackson toont aan dat musea op moeten passen met het binnenhalen van sociale fenomenen uit de populaire cultuur

De vraag wat er pleit tegen de tentoonstelling ‘Michael Jackson: On the Wall’ roept de vraag op wat er voor pleit. De tentoonstelling is ontwikkeld door de National Portrait Gallery in Londen met medewerking van de Michael Jackson Estate en reisde daarna door naar Parijs en zal de Kunsthalle Bonn (22 maart – 14 juli 2019) en het Espoo Museum of Modern Art (EMMA) in Finland (21 augustus 2019 – 26 januari 2020) aandoen.

Een persbericht van de Kunsthalle zegt: ‘Michael Jackson is een van de meest invloedrijke kunstenaars die de 20e eeuw heeft voortgebracht. Ook in de 21e eeuw blijft zijn erfenis ongekend populair. Zijn enorme impact op de gehele popcultuur is alom bekend, maar bijna niemand heeft weet van zijn aanzienlijke invloed op de moderne kunst.’ Dat is een nieuwe invalshoek, namelijk dat Michael Jackson ‘aanzienlijke invloed’ op de ‘moderne kunst’ heeft gehad. Met dat laatste wordt waarschijnlijk de hedendaagse westerse kunst bedoeld.

Dat valt van meer iconen uit de populaire cultuur te zeggen, zoals Elvis Presley, James Dean, The Beatles, Madonna, Prince, Yves Saint Laurent, David Bowie of Mickey Mouse. Een persbericht van het EMMA zoekt de verklaring voor de populariteit van Jackson vooral in de kwantiteit: ‘Almost a decade after his death, Jackson’s influence has not waned: his record sales, now in excess of one billion, continue to grow; his short films are still watched; and his enormous fan base remains loyal.’ Rechtvaardigen volksgunst en naamsbekendheid in de populaire cultuur een tentoonstelling met werk van onder meer Dara Birnbaum, Isa Genzken, Michael Gittes, Paul McCarthy, Grayson Perry, Mark Ryden en Andy Warhol in een gerenommeerd museum?

De aandacht voor een tentoonstelling die Jackson als uitgangspunt heeft wordt door deze musea verantwoord door hem als een sociaal fenomeen te presenteren. Dat is een schijnverklaring. Want een sociaal fenomeen is nog geen voldoende reden voor een museumpresentatie. Waarom is dan wel deze tentoonstelling ”Michael Jackson: On the Wall’ ontwikkeld? Is het te plat om te zeggen dat het een vehikel is voor sponsors die hun naam eraan willen verbinden omdat een icoon uit de populaire cultuur altijd bezoekers trekt? Zodat de musea met hun populisme de kloof met het volk kunnen verkleinen en het volk krijgt wat het graag wil vreten, namelijk het bekende. En bovenal musea met zakken geld van de sponsors hun balans kunnen oppoetsen.

Ach, nu is er de kritische documentaire Leaving Neverland waarin Michael Jackson van kindermisbruik wordt beticht. Zelfs het op veilig spelen door musea biedt geen garantie meer voor de toekomst. Musea kunnen beter terugkeren naar hun kernzaak en zich niet af laten leiden door bezoekcijfers, sponsorgeld en het behagen van volk en politiek. Musea moeten op scherp zetten, niet behagen en zelf populair willen zijn.

Het ‘National Football Museum’ in Manchester loopt vooruit op de ontmanteling van Jackson als sociaal fenomeen en heeft een standbeeld van hem verwijderd, aldus een bericht in The Sun. Het museum geeft als commentaar: ‘While it’s not our place to comment on or react to allegations made in the new documentary, it’s our intention as part of our new plans for transforming the museum over the coming months to tell relevant stories about football.’ Kortom, een voetbalmuseum behoort in de kern over voetbal te gaan en een kunstmuseum over kunst. Door teveel belang te hechten aan marketing en bezoekcijfers kunnen musea onderuit gaan omdat ze geen controle hebben over het fenomeen dat ze willen presenteren en dat op hen af moet stralen. Dat kan positief, maar ook negatief. Dat is de keerzijde zoals de zaak Michael Jackson aantoont.

Houden christenen van pedofilie? Satanisten beweren van wel

De verdediging van vele Amerikaanse evangelische christenen van grensoverschrijdende seksueel gedrag van politici is opvallend. Het is sterk in conflict met de christelijke waarden die ze zeggen na te streven. Maar politiek lijkt het te winnen van ethiek. Dat maakt van godsdienst een wegwerpproduct dat een lege huls wordt.

Eerst was er Donald ‘grab them by the pussy’ Trump die vulgaire en vrouwonvriendelijke taal uitsloeg en nu is er de kandidaat-senator voor Alabama Roy Moore die als 32-jarige een 14-jarig meisje probeerde aan te randen. En als volwassene steeds weer het contact met schoolmeisjes zocht. Dat vraagt om een antwoord. De atheïstische Church of Satan die zelf niet vies is van een orgie geeft het in een tweet: ‘Child abuse is directly forbidden in the 11 Satanic Rules of the Earth. Christians however have been abusing children for centuries. They own this.’ Volgens de Satanisten hoort kindermisbruik bij christenen. Religie als onfrisse dekmantel?

Foto: Tweet van de Church of Satan, 14 november 2017.

Museum Moderne Kunst van São Paulo krijgt volle laag vanwege performance met naakte man en een kind dat hem aanraakt

De Nederlandse museumwereld houdt zich bezig met de beschuldigingen van belangenverstrengeling door de artistiek directeur en de Raad van Toezicht in het Stedelijk Museum. Jan Christiaan Braun vatte het samen in een opinie-artikel in NRC. Maar andere landen maken zich weer over wat anders druk. Brazilië lijkt uiterst gevoelig voor godslastering en seksualiteit, zoals nog onlangs bleek door de ophef over en de agitatie door radicaal-rechts tegen de tentoonstelling Queermuseu in het Santender Cultureel Centrum in Ponto Alegre.

Nu is er nieuwe opwinding over een onlangs gehouden performance in het Museu de Arte Moderna de São Paulo, zoals het filmpje toont. Een 4-jarig meisje beweegt zich onder begeleiding van haar moeder in de buurt van een naakte, plat op zijn rug liggende man. Dat is Wagner Schwartz uit Rio de Janeiro die in een ode aan de gestorven kunstenares Lygia Clark haar La Bête opvoert als onderdeel van de tentoonstelling35º Panorama da Arte Brasileira’. De performance duurt 50 minuten en het publiek wordt uitgenodigd om deel te nemen. Zo ook deze moeder en dochter. Slechts een klein onderdeel van de performance. De pers is massaal aanwezig.

Wie op YouTube zoekt op de woorden ’Sao Paulo Museu’ struikelt over de verontwaardiging die dit oproept. De termen pedofilie en seksualiteit komen langs, net als de uitroeptekens en zwarte balkjes over het geslacht van Wagner Schwartz. Het museum zou kinderseks promoten, zo is de beschuldiging. Iedereen bemoeit zich ermee. Terwijl het anders -op wat kunstminnaars en museummensen na- niemand een mallemoer kan schelen wat er in een museum gebeurt. Om dat te veranderen is tegenwoordig blijkbaar een schandaal nodig.

Er zijn klachten ingediend tegen dit optreden binnen de muren van dit museum. Het openbaar ministerie van São Paulo zal klachten onderzoeken over ‘een optreden met een artistieke naakt bij het Museum voor Moderne Kunst van São Paulo’. De controverse is duidelijk en valt vooraf uit te tekenen. Het naakt wordt het doel van aanvallen door conservatieve groepen. Ze ondersteunen dat met verwijzingen naar pedofilie. Daarop antwoorden kunstenaars en museummensen dat deze conservatieven de artistieke vrijheid willen censureren.

Tentoonstelling Guggenheim trekt aandacht door kritiek op video met honden die elkaar niet aan kunnen raken. Protest = marketing

Het Guggenheim Museum in New York ligt onder vuur door de videoDogs That Cannot Touch Each Other’ (2003) van Peng Yu en Sun Yuan op de tentoonstellingArt and China after 1989: Theater of the World’ die op 6 oktober opengaat. Er is Chinese hedendaagse kunst te zien uit de periode 1989-2008. Of het de marketing van het Guggenheim Museum is of het protest van dierenactivisten, de tentoonstelling trekt al veel publiciteit.

De reacties doen denken aan wat Jan Fabre overkwam met werk dat was gebaseerd op Dali Atomicus (1948) van Philippe Hartman en Salvador Dali. Katten zouden door hem mishandeld zijn bij een opname door een Franse ploeg voor een film over hem. Een onterechte beschuldiging. De fractie van de PVV stelde in juni 2016 in de Brabantse Staten vragen over Fabre en probeerde hem af te beelden als een kunstenaar met ‘een zeer dubieuze reputatie als het gaat om dierenwelzijn’. In een commentaar omschreef ik dat toen zo: ‘Behalve Jan Fabre kregen afgelopen jaren ook Hermann Nitsch en Damien Hirst op oneigenlijke gronden kritiek van politieke activisten die zich presenteren als dierenactivisten. Ze zouden zich dienen te beperken tot waar het om gaat: dierenrechten. Dat is een goed doel, maar de PVV maakt het breder dan het is door Fabre een ‘narcistische dierenbeul‘ te noemen. Voor die kwalificatie bestaat geen enkel bewijs. Dan wordt de kritiek onzuiver en ongeloofwaardig. Met de politisering van hun rechten door de PVV hebben dieren niks te winnen.’

In een ander commentaar over een haatcampagne tegen Jan Fabre concludeerde ik dat het niet alleen tegen Fabre of voor het dierenwelzijn ging, maar vooral tegen de kunst: ‘Tegenwoordig is de geringste verwijzing naar kinder- of dierenmishandeling in de eigen omgeving al voldoende voor massale mobilisatie. Sterk aangejaagd door sociale media die telkens uitkomen bij verontwaardiging. Het besef van gebrek aan zeggenschap over grote problemen eindigt zo in extra gevoeligheid voor het kleine. In een vlucht naar de wereld van de onschuld. De campagne tegen Fabre doet denken aan de rancune van de VVD en PVV tegen de kunst. Da’s op zijn beurt het kleine van de politiek.’ Deze geschiedenis herhaalt zich weer eens in New York.

Foto: Still uit video ‘Dogs That Cannot Touch Each Other’ (2003) van Peng Yu en Sun Yuan.

Paul Cliteur is onvolledig in zijn weergave van feiten en probeert cultureel marxisme te framen in verdediging van Charlottesville

Afgelopen dagen werd besmuikt of instemmend gereageerd op een opinie-artikel van Paul Cliteur op TPO. Niemand leek het serieus te nemen. Besmuikt door degenen die erin aangesproken werden en instemmend door de achterban van Forum voor Democratie of Geen Stijl die zich per definitie inzet voor wat het als de goede zaak ziet. Zelfs als het niet weet wat cultureel marxisme is, wie Antonio Gramsci was en welke rol hij in het marxistische discours in de studentenrevolte van de jaren ’60 en ’70 in vooral Frankrijk en Italië speelde.

Paul Cliteur werkt de talking points van het Witte Huis uit die zeggen dat het geweld van twee kanten komt. Dit als reactie op de extreem-rechtse manifestatie in Charlottesville waar neonazi’s, racisten en witte suprematisten met succes de straat veroverden op de lokale politie. Cliteur suggereert de nuance te zoeken, maar daar is niets van te merken. Hij deelt die in elk geval in zijn opinie voor TPO zeker niet met de lezer.

Cliteurs nuance stopt waar hij de Brits-Amerikaanse publicist Milo Yiannopoulos looft: ‘Ik was verrast door een intelligente analyse van onze tijd en cultuur’. De conservatieve Yiannopoulos werd in 2017 weerhouden om op Britse universiteiten te spreken vanwege zijn politieke denkbeelden. Maar vanwege zijn opkomen voor -of: relativering van- pedofilie namen zowel conservatieve als progressieve media en organisaties afstand van hem. Ook Breitbart zette Yiannopoulos onder druk om ontslag te nemen. Die animositeit van Yiannopoulos met rechtse media en organisaties laat Cliteur ongenoemd. Hij probeert wat Yiannopoulos overkomt onder verwijzing naar een afgelaste spreekbeurt op Berkeley te framen als progressieve intolerantie of hegemonie. Hij laat ook ongenoemd dat het verbroken contract met uitgeverij Simon & Schuster een gevolg was van die pedofilie-controverse. Vervolgens koppelt Cliteur de receptie van Yiannopoulos aan het cultureel marxisme van Gramsci. Cliteur is onvolledig, geeft een verkeerde voorstelling van zaken en doet aan stemmingmakerij om zijn achterban via TPO te bedienen. Mijn reactie zoals ik die bij Cliteurs artikel op TPO plaatste:

De constatering van Paul Cliteur over culturele hegemonie naar aanleiding van de geschriften van de Italiaanse Marxist Antonio Gramsci is interessant. Het roept echter de vraag op waarom hij er juist nu mee komt en niet 20 jaar geleden. Want Cliteur beschrijft voor de Nederlandse situatie een beeld uit het verleden. Cliteur is overigens onduidelijk over welk land of universiteit hij het nou precies heeft. Nederland, VS, West-Europa. Dat maakt zijn stellingname verwarrend en rommelig.

Twintig jaar geleden zuchtte Nederland onder de knoet van het multiculturalisme. Het was maatschappelijk onaanvaardbaar om er kritische kanttekeningen bij te zetten. Dat was benauwend en ongewenst. Maar sinds de neoconservatieve Bush/Cheney-revolutie in de VS, de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders in het kielzog van Frits Bolkestein en de onmanteling in Nederland van de linkse politiek is dat beeld volledig gekanteld. De culturele hegemonie wordt nu bepaald door de rechterkant van het politieke spectrum.

Aan Nederlandse universiteiten is anno 2017 niet langer een linkse culturele hegemonie, maar een rechtse hegemonie van marktdenken en marketing dominant. Nederlandse universiteiten zijn geëconomiseerd met verlies van hun autonomie en hun intellectuele ambitie. Hoogleraren en studentenraden hebben zich in de dwangbuis van de economie, de behoudzucht en het marktdenken laten dwingen.

Studenten kunnen wellicht in toiletten van Amerikaanse universiteiten hun leuzen spuien zoals mevrouw Cliteur waarneemt, maar in de bestuurskamers van de Amerikaanse of Nederlandse universiteit wordt een gesprek van marktdenken, rendement, fondsenwerving en bezuinigingen gevoerd.

In het besef om buitengesloten te zijn van de macht ageren de links georienteerde studenten daarom in de marge. Dat doen ze blijkbaar op het toilet, op de campus, in een Studium Generale-programma of in een kunsttentoonstelling. Op plekken die er niet echt toe doen. Niet in de bestuurskamer waar de macht zetelt.

Over de media waar Cliteur naar verwijst is exact hetzelfde te vertellen. Het kan zijn dat de meeste journalisten links zijn, zoals de meeste studenten dat ook zijn. Maar dat maakt media-bedrijven en media-holdings die gaan voor rendement, macht en economisch nut nog niet links, zoals een linkse student het bestuur of het beleid van een universiteit niet links maakt.

Linkse studenten en journalisten kunnen in de overgangstijd tussen multiculturalisme en een volledig geëconomiseerde structuur in symbiose binnen rechtse structuren bestaan omdat ze daar als afleiding dienen. Die bliksemafledier komt de macht van media of universiteit prima uit. En daarom wordt deze linkse verschijnselen getolereerd. Zonder dat ze nog enige praktische macht hebben.

De observatie van Cliteur die 50 jaar na 1968 Gramsci uit de mottenballen tovert schiet dan ook tekort. Wat mevrouw Cliteur in de toilet ziet is niet onjuist, maar meneer Cliteur kent er vervolgens een verkeerde waarde aan toe. Hij leest een verschijnsel als structuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCultureel marxisten hebben geen rust voordat u bent onderworpen’ van Paul Cliteur op TPO, 19 augustus 2017.

Verhoren over pedoprostitutie. De doorlopende zaak Demmink

Vandaag beginnen in de rechtbank in Amsterdam de verhoren van negen getuigen over een vermeend omvangrijk netwerk van kindermisbruik  in de jaren ’80. Het AD doet verslag in een bericht met de titel ‘De hele pedoprostitutie werd in die tijd gewoon gedoogd’. Het draait rond de voorheen hoogste ambtenaar van het ministerie van  Justitie Joris Demmink die al vele jaren met pedofilie, maar ook met klassenjustitie, machtsmisbruik en obstructie van de rechtsgang wordt geassocieerd. De verhoren dienen als voorbereiding op een rechtszaak. We Are Change Rotterdam praatte afgelopen week in Utrecht met oud-gevangenisdirecteur Jos Poelmann. Een verhaal over geruchten en het zoeken van de waarheid en over onderzoeken die maar geen onderzoek mochten worden. In een samenleving die steeds kritischer wordt op de politieke klasse.