George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Pedofilie

Houden christenen van pedofilie? Satanisten beweren van wel

with 5 comments

De verdediging van vele Amerikaanse evangelische christenen van grensoverschrijdende seksueel gedrag van politici is opvallend. Het is sterk in conflict met de christelijke waarden die ze zeggen na te streven. Maar politiek lijkt het te winnen van ethiek. Dat maakt van godsdienst een wegwerpproduct dat een lege huls wordt.

Eerst was er Donald ‘grab them by the pussy’ Trump die vulgaire en vrouwonvriendelijke taal uitsloeg en nu is er de kandidaat-senator voor Alabama Roy Moore die als 32-jarige een 14-jarig meisje probeerde aan te randen. En als volwassene steeds weer het contact met schoolmeisjes zocht. Dat vraagt om een antwoord. De atheïstische Church of Satan die zelf niet vies is van een orgie geeft het in een tweet: ‘Child abuse is directly forbidden in the 11 Satanic Rules of the Earth. Christians however have been abusing children for centuries. They own this.’ Volgens de Satanisten hoort kindermisbruik bij christenen. Religie als onfrisse dekmantel?

Foto: Tweet van de Church of Satan, 14 november 2017.

Advertenties

Written by George Knight

15 november 2017 at 09:31

Museum Moderne Kunst van São Paulo krijgt volle laag vanwege performance met naakte man en een kind dat hem aanraakt

leave a comment »

De Nederlandse museumwereld houdt zich bezig met de beschuldigingen van belangenverstrengeling door de artistiek directeur en de Raad van Toezicht in het Stedelijk Museum. Jan Christiaan Braun vatte het samen in een opinie-artikel in NRC. Maar andere landen maken zich weer over wat anders druk. Brazilië lijkt uiterst gevoelig voor godslastering en seksualiteit, zoals nog onlangs bleek door de ophef over en de agitatie door radicaal-rechts tegen de tentoonstelling Queermuseu in het Santender Cultureel Centrum in Ponto Alegre.

Nu is er nieuwe opwinding over een onlangs gehouden performance in het Museu de Arte Moderna de São Paulo, zoals het filmpje toont. Een 4-jarig meisje beweegt zich onder begeleiding van haar moeder in de buurt van een naakte, plat op zijn rug liggende man. Dat is Wagner Schwartz uit Rio de Janeiro die in een ode aan de gestorven kunstenares Lygia Clark haar La Bête opvoert als onderdeel van de tentoonstelling35º Panorama da Arte Brasileira’. De performance duurt 50 minuten en het publiek wordt uitgenodigd om deel te nemen. Zo ook deze moeder en dochter. Slechts een klein onderdeel van de performance. De pers is massaal aanwezig.

Wie op YouTube zoekt op de woorden ’Sao Paulo Museu’ struikelt over de verontwaardiging die dit oproept. De termen pedofilie en seksualiteit komen langs, net als de uitroeptekens en zwarte balkjes over het geslacht van Wagner Schwartz. Het museum zou kinderseks promoten, zo is de beschuldiging. Iedereen bemoeit zich ermee. Terwijl het anders -op wat kunstminnaars en museummensen na- niemand een mallemoer kan schelen wat er in een museum gebeurt. Om dat te veranderen is tegenwoordig blijkbaar een schandaal nodig.

Er zijn klachten ingediend tegen dit optreden binnen de muren van dit museum. Het openbaar ministerie van São Paulo zal klachten onderzoeken over ‘een optreden met een artistieke naakt bij het Museum voor Moderne Kunst van São Paulo’. De controverse is duidelijk en valt vooraf uit te tekenen. Het naakt wordt het doel van aanvallen door conservatieve groepen. Ze ondersteunen dat met verwijzingen naar pedofilie. Daarop antwoorden kunstenaars en museummensen dat deze conservatieven de artistieke vrijheid willen censureren.

Tentoonstelling Guggenheim trekt aandacht door kritiek op video met honden die elkaar niet aan kunnen raken. Protest = marketing

with 7 comments

Het Guggenheim Museum in New York ligt onder vuur door de videoDogs That Cannot Touch Each Other’ (2003) van Peng Yu en Sun Yuan op de tentoonstellingArt and China after 1989: Theater of the World’ die op 6 oktober opengaat. Er is Chinese hedendaagse kunst te zien uit de periode 1989-2008. Of het de marketing van het Guggenheim Museum is of het protest van dierenactivisten, de tentoonstelling trekt al veel publiciteit.

De reacties doen denken aan wat Jan Fabre overkwam met werk dat was gebaseerd op Dali Atomicus (1948) van Philippe Hartman en Salvador Dali. Katten zouden door hem mishandeld zijn bij een opname door een Franse ploeg voor een film over hem. Een onterechte beschuldiging. De fractie van de PVV stelde in juni 2016 in de Brabantse Staten vragen over Fabre en probeerde hem af te beelden als een kunstenaar met ‘een zeer dubieuze reputatie als het gaat om dierenwelzijn’. In een commentaar omschreef ik dat toen zo: ‘Behalve Jan Fabre kregen afgelopen jaren ook Hermann Nitsch en Damien Hirst op oneigenlijke gronden kritiek van politieke activisten die zich presenteren als dierenactivisten. Ze zouden zich dienen te beperken tot waar het om gaat: dierenrechten. Dat is een goed doel, maar de PVV maakt het breder dan het is door Fabre een ‘narcistische dierenbeul‘ te noemen. Voor die kwalificatie bestaat geen enkel bewijs. Dan wordt de kritiek onzuiver en ongeloofwaardig. Met de politisering van hun rechten door de PVV hebben dieren niks te winnen.’

In een ander commentaar over een haatcampagne tegen Jan Fabre concludeerde ik dat het niet alleen tegen Fabre of voor het dierenwelzijn ging, maar vooral tegen de kunst: ‘Tegenwoordig is de geringste verwijzing naar kinder- of dierenmishandeling in de eigen omgeving al voldoende voor massale mobilisatie. Sterk aangejaagd door sociale media die telkens uitkomen bij verontwaardiging. Het besef van gebrek aan zeggenschap over grote problemen eindigt zo in extra gevoeligheid voor het kleine. In een vlucht naar de wereld van de onschuld. De campagne tegen Fabre doet denken aan de rancune van de VVD en PVV tegen de kunst. Da’s op zijn beurt het kleine van de politiek.’ Deze geschiedenis herhaalt zich weer eens in New York.

Foto: Still uit video ‘Dogs That Cannot Touch Each Other’ (2003) van Peng Yu en Sun Yuan.

Paul Cliteur is onvolledig in zijn weergave van feiten en probeert cultureel marxisme te framen in verdediging van Charlottesville

leave a comment »

Afgelopen dagen werd besmuikt of instemmend gereageerd op een opinie-artikel van Paul Cliteur op TPO. Niemand leek het serieus te nemen. Besmuikt door degenen die erin aangesproken werden en instemmend door de achterban van Forum voor Democratie of Geen Stijl die zich per definitie inzet voor wat het als de goede zaak ziet. Zelfs als het niet weet wat cultureel marxisme is, wie Antonio Gramsci was en welke rol hij in het marxistische discours in de studentenrevolte van de jaren ’60 en ’70 in vooral Frankrijk en Italië speelde.

Paul Cliteur werkt de talking points van het Witte Huis uit die zeggen dat het geweld van twee kanten komt. Dit als reactie op de extreem-rechtse manifestatie in Charlottesville waar neonazi’s, racisten en witte suprematisten met succes de straat veroverden op de lokale politie. Cliteur suggereert de nuance te zoeken, maar daar is niets van te merken. Hij deelt die in elk geval in zijn opinie voor TPO zeker niet met de lezer.

Cliteurs nuance stopt waar hij de Brits-Amerikaanse publicist Milo Yiannopoulos looft: ‘Ik was verrast door een intelligente analyse van onze tijd en cultuur’. De conservatieve Yiannopoulos werd in 2017 weerhouden om op Britse universiteiten te spreken vanwege zijn politieke denkbeelden. Maar vanwege zijn opkomen voor -of: relativering van- pedofilie namen zowel conservatieve als progressieve media en organisaties afstand van hem. Ook Breitbart zette Yiannopoulos onder druk om ontslag te nemen. Die animositeit van Yiannopoulos met rechtse media en organisaties laat Cliteur ongenoemd. Hij probeert wat Yiannopoulos overkomt onder verwijzing naar een afgelaste spreekbeurt op Berkeley te framen als progressieve intolerantie of hegemonie. Hij laat ook ongenoemd dat het verbroken contract met uitgeverij Simon & Schuster een gevolg was van die pedofilie-controverse. Vervolgens koppelt Cliteur de receptie van Yiannopoulos aan het cultureel marxisme van Gramsci. Cliteur is onvolledig, geeft een verkeerde voorstelling van zaken en doet aan stemmingmakerij om zijn achterban via TPO te bedienen. Mijn reactie zoals ik die bij Cliteurs artikel op TPO plaatste:

De constatering van Paul Cliteur over culturele hegemonie naar aanleiding van de geschriften van de Italiaanse Marxist Antonio Gramsci is interessant. Het roept echter de vraag op waarom hij er juist nu mee komt en niet 20 jaar geleden. Want Cliteur beschrijft voor de Nederlandse situatie een beeld uit het verleden. Cliteur is overigens onduidelijk over welk land of universiteit hij het nou precies heeft. Nederland, VS, West-Europa. Dat maakt zijn stellingname verwarrend en rommelig.

Twintig jaar geleden zuchtte Nederland onder de knoet van het multiculturalisme. Het was maatschappelijk onaanvaardbaar om er kritische kanttekeningen bij te zetten. Dat was benauwend en ongewenst. Maar sinds de neoconservatieve Bush/Cheney-revolutie in de VS, de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders in het kielzog van Frits Bolkestein en de onmanteling in Nederland van de linkse politiek is dat beeld volledig gekanteld. De culturele hegemonie wordt nu bepaald door de rechterkant van het politieke spectrum.

Aan Nederlandse universiteiten is anno 2017 niet langer een linkse culturele hegemonie, maar een rechtse hegemonie van marktdenken en marketing dominant. Nederlandse universiteiten zijn geëconomiseerd met verlies van hun autonomie en hun intellectuele ambitie. Hoogleraren en studentenraden hebben zich in de dwangbuis van de economie, de behoudzucht en het marktdenken laten dwingen.

Studenten kunnen wellicht in toiletten van Amerikaanse universiteiten hun leuzen spuien zoals mevrouw Cliteur waarneemt, maar in de bestuurskamers van de Amerikaanse of Nederlandse universiteit wordt een gesprek van marktdenken, rendement, fondsenwerving en bezuinigingen gevoerd.

In het besef om buitengesloten te zijn van de macht ageren de links georienteerde studenten daarom in de marge. Dat doen ze blijkbaar op het toilet, op de campus, in een Studium Generale-programma of in een kunsttentoonstelling. Op plekken die er niet echt toe doen. Niet in de bestuurskamer waar de macht zetelt.

Over de media waar Cliteur naar verwijst is exact hetzelfde te vertellen. Het kan zijn dat de meeste journalisten links zijn, zoals de meeste studenten dat ook zijn. Maar dat maakt media-bedrijven en media-holdings die gaan voor rendement, macht en economisch nut nog niet links, zoals een linkse student het bestuur of het beleid van een universiteit niet links maakt.

Linkse studenten en journalisten kunnen in de overgangstijd tussen multiculturalisme en een volledig geëconomiseerde structuur in symbiose binnen rechtse structuren bestaan omdat ze daar als afleiding dienen. Die bliksemafledier komt de macht van media of universiteit prima uit. En daarom wordt deze linkse verschijnselen getolereerd. Zonder dat ze nog enige praktische macht hebben.

De observatie van Cliteur die 50 jaar na 1968 Gramsci uit de mottenballen tovert schiet dan ook tekort. Wat mevrouw Cliteur in de toilet ziet is niet onjuist, maar meneer Cliteur kent er vervolgens een verkeerde waarde aan toe. Hij leest een verschijnsel als structuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCultureel marxisten hebben geen rust voordat u bent onderworpen’ van Paul Cliteur op TPO, 19 augustus 2017.

Verhoren over pedoprostitutie. De doorlopende zaak Demmink

with 2 comments

Vandaag beginnen in de rechtbank in Amsterdam de verhoren van negen getuigen over een vermeend omvangrijk netwerk van kindermisbruik  in de jaren ’80. Het AD doet verslag in een bericht met de titel ‘De hele pedoprostitutie werd in die tijd gewoon gedoogd’. Het draait rond de voorheen hoogste ambtenaar van het ministerie van  Justitie Joris Demmink die al vele jaren met pedofilie, maar ook met klassenjustitie, machtsmisbruik en obstructie van de rechtsgang wordt geassocieerd. De verhoren dienen als voorbereiding op een rechtszaak. We Are Change Rotterdam praatte afgelopen week in Utrecht met oud-gevangenisdirecteur Jos Poelmann. Een verhaal over geruchten en het zoeken van de waarheid en over onderzoeken die maar geen onderzoek mochten worden. In een samenleving die steeds kritischer wordt op de politieke klasse.

Zijlstra wil salafistische organisaties verbieden. Wat denken zijn tegenstanders over het verbod van Martijn?

leave a comment »

groepsfoto-religieuze-leidersweb

In 2012 werd pedofielenvereniging Martijn verboden door de rechter in Assen. Advocaat Bart Swier betwistte het verbod en voerde aan dat de Vereniging Martijn nog nooit een strafbaar feit had begaan: ‘Enkel het feit dat sommige artikelen op haar website volgens het Openbaar Ministerie een hoog ‘bah-gehalte’ zouden hebben, kan geen grond zijn voor een verbod op de vereniging‘. Het zouden volgens Martijn de publieke opinie en politieke druk zijn geweest die het OM om een rechterlijk verbod deed vragen. De activiteiten van Martijn zouden in strijd zijn met de openbare orde. De rechter liet dit zwaarder tellen dan de meningsuiting.

In 2014 bevestigde in hoger beroep de Hoge Raad het verbod en ontbond Martijn. Maatschappelijke kritiek op het verbod mocht niet helpen. Journalist Kustaw Bessems schreef in een column: ‘En wees gewaarschuwd: als dit verbod er komt, blijft dat nooit alleen bij pedofielen. Dan wordt een gevaarlijk precedent geschapen voor het verbieden van meer onwelgevallige ideeën. Onder het mom: stel nou eens dat die ideeën wijd verbreid raken. Met zo’n uitspraak van de Hoge Raad in de hand zullen pogingen worden ondernomen om ‚foute’ politieke partijen te verbieden. Of foute geloofsgenootschappen.’ In juli 2014 kondigde de vereniging Martijn aan naar het Europees Hof te stappen om het verbod en de ontbinding van de vereniging ongedaan te maken. Spong Advocaten motiveerde dat door te stellen ‘dat de Hoge Raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een verbod van de vereniging Martijn in onze weerbare democratische samenleving noodzakelijk is.

Ik was het niet eens met het verbod en schreef: ‘Dit verbod laat een nare smaak achter. Mag een vereniging verboden worden om ideeën? De afweging van de rechter tussen openbare orde en meningsuiting is verdedigbaar, maar geeft toch te denken. Want het verlaagt de drempel voor een verbod van maatschappelijke organisaties. Men hoeft het niet met de doelstelling van Martijn eens te zijn om een verbod toch een te grof middel te vinden. En zelfs een ongewenst middel als de georganiseerde pedofilie er ondergronds door gaat.

Nu is er VVD-fractieleider Halbe Zijlstra die in een interview met Trouw meent dat salafistische organisaties verboden moeten worden omdat ‘onze manier van leven gevaar zou lopen‘: ‘Religie kan nooit een dekmantel zijn voor een politiek-ideologische aanval op onze rechtsstaat. In die salafistische kringen worden dingen geroepen en gezegd die echt ondermijnend zijn voor onze democratische rechtsstaat. (..) Maar nu het onder het kopje religie wordt gebracht, kunnen we er niets aan doen. Daar moeten we vanaf.’

Zijlstra heeft gelijk dat religie geen dekmantel is voor het afschaffen van de democratie of het ondermijnen van de rechtsstaat. Er is geen enkele reden om religieuze organisaties juridisch extra te beschermen. Maar we moeten ons niet wapenen tegen de islam. Want in dat proces verliezen we onszelf. We moeten vertrouwen stellen in de werking van de democratische orde en de rechtsstaat. Zoals het verbod van de vereniging Martijn verduidelijkt is de toepassing van de rechtsstaat in de afgelopen decennia ontspoord omdat de Nederlandse zittende macht eigen normen heeft veronachtzaamd. Nederlandse instituties zijn weerbaar genoeg om salafistische en pedofiele organisaties te tolereren. Niet in te zien valt waarom een verbod noodzakelijk is.

Het is van tweeën een. De tegenstanders van Zijlstra moeten zich goed bedenken waarom ze zwegen toen Martijn werd verboden. Gelijke monniken, gelijke kappen. Of geen enkele vereniging verbieden of alle verenigingen verbieden die dat om rechtsstatelijke redenen rechtvaardigen. Maar Martijn wel verbieden en niet een salafistische vereniging die door grootte en organisatiegraad een groter gevaar voor de rechtsstaat biedt en de openbare orde veel meer bedreigt oogt selectief. En politiek gemakzuchtig. Indirect kunnen Zijlstra’s argumenten leiden tot een pleidooi om het verbod en de ontbinding van Martijn ongedaan te maken.

Foto: Vier vertegenwoordigers van religieuze organisaties. Credits: Marte Visser.

Adèle van der Plas spreekt over Baybaşin en Demmink

with 3 comments

WeAreChangeRotterdam interviewt advocate Adèle van der Plas over de zaak van haar cliënt Hüseyin Baybaşin en de kwestie Joris Demmink. Van der Plas licht toe wat volgens haar het verband is tussen Baybaşin en Demmink. Laatstgenoemde was 10 jaar lang de hoogste ambtenaar van het ministerie van Justitie, dat in 2010 werd omgevormd tot het ministerie van Veiligheid en Justitie. Een bericht in NRC spreekt van een angstcultuur op dat ministerie dat haaks stond op de openheid. Met klassenjustitie en wraakacties jegens klokkenluiders. Dat kan verklaren waarom de al sinds de jaren ’90 circulerende geruchten over het handelen van Demmink nooit grondig onderzocht werden of prominent in de publiciteit kwamen, en in de doofpot belandden.

Van der Plas ziet een rol voor de politiek om de kwestie Demmink tot op de bodem uit te zoeken omdat uit haar informatie die ze van Turkse autoriteiten heeft gekregen, blijkt dat Demmink chantabel was. Dat ziet ze als een ernstige inbreuk op de rechtsstaat. Vooral de kamerleden Pieter Omtzigt (CDA) en Louis Bontes (GrBvK) hebben zich de afgelopen jaren in het dossier Demmink verdiept en zich verdienstelijk gemaakt.