George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Blockbuster

Zaak Michael Jackson toont aan dat musea op moeten passen met het binnenhalen van sociale fenomenen uit de populaire cultuur

with 2 comments

De vraag wat er pleit tegen de tentoonstelling ‘Michael Jackson: On the Wall’ roept de vraag op wat er voor pleit. De tentoonstelling is ontwikkeld door de National Portrait Gallery in Londen met medewerking van de Michael Jackson Estate en reisde daarna door naar Parijs en zal de Kunsthalle Bonn (22 maart – 14 juli 2019) en het Espoo Museum of Modern Art (EMMA) in Finland (21 augustus 2019 – 26 januari 2020) aandoen.

Een persbericht van de Kunsthalle zegt: ‘Michael Jackson is een van de meest invloedrijke kunstenaars die de 20e eeuw heeft voortgebracht. Ook in de 21e eeuw blijft zijn erfenis ongekend populair. Zijn enorme impact op de gehele popcultuur is alom bekend, maar bijna niemand heeft weet van zijn aanzienlijke invloed op de moderne kunst.’ Dat is een nieuwe invalshoek, namelijk dat Michael Jackson ‘aanzienlijke invloed’ op de ‘moderne kunst’ heeft gehad. Met dat laatste wordt waarschijnlijk de hedendaagse westerse kunst bedoeld.

Dat valt van meer iconen uit de populaire cultuur te zeggen, zoals Elvis Presley, James Dean, The Beatles, Madonna, Prince, Yves Saint Laurent, David Bowie of Mickey Mouse. Een persbericht van het EMMA zoekt de verklaring voor de populariteit van Jackson vooral in de kwantiteit: ‘Almost a decade after his death, Jackson’s influence has not waned: his record sales, now in excess of one billion, continue to grow; his short films are still watched; and his enormous fan base remains loyal.’ Rechtvaardigen volksgunst en naamsbekendheid in de populaire cultuur een tentoonstelling met werk van onder meer Dara Birnbaum, Isa Genzken, Michael Gittes, Paul McCarthy, Grayson Perry, Mark Ryden en Andy Warhol in een gerenommeerd museum?

De aandacht voor een tentoonstelling die Jackson als uitgangspunt heeft wordt door deze musea verantwoord door hem als een sociaal fenomeen te presenteren. Dat is een schijnverklaring. Want een sociaal fenomeen is nog geen voldoende reden voor een museumpresentatie. Waarom is dan wel deze tentoonstelling ”Michael Jackson: On the Wall’ ontwikkeld? Is het te plat om te zeggen dat het een vehikel is voor sponsors die hun naam eraan willen verbinden omdat een icoon uit de populaire cultuur altijd bezoekers trekt? Zodat de musea met hun populisme de kloof met het volk kunnen verkleinen en het volk krijgt wat het graag wil vreten, namelijk het bekende. En bovenal musea met zakken geld van de sponsors hun balans kunnen oppoetsen.

Ach, nu is er de kritische documentaire Leaving Neverland waarin Michael Jackson van kindermisbruik wordt beticht. Zelfs het op veilig spelen door musea biedt geen garantie meer voor de toekomst. Musea kunnen beter terugkeren naar hun kernzaak en zich niet af laten leiden door bezoekcijfers, sponsorgeld en het behagen van volk en politiek. Musea moeten op scherp zetten, niet behagen en zelf populair willen zijn.

Het ‘National Football Museum’ in Manchester loopt vooruit op de ontmanteling van Jackson als sociaal fenomeen en heeft een standbeeld van hem verwijderd, aldus een bericht in The Sun. Het museum geeft als commentaar: ‘While it’s not our place to comment on or react to allegations made in the new documentary, it’s our intention as part of our new plans for transforming the museum over the coming months to tell relevant stories about football.’ Kortom, een voetbalmuseum behoort in de kern over voetbal te gaan en een kunstmuseum over kunst. Door teveel belang te hechten aan marketing en bezoekcijfers kunnen musea onderuit gaan omdat ze geen controle hebben over het fenomeen dat ze willen presenteren en dat op hen af moet stralen. Dat kan positief, maar ook negatief. Dat is de keerzijde zoals de zaak Michael Jackson aantoont.

Advertenties

V&A-directeur Tristram Hunt verdedigt stijgende prijzen voor museumtentoonstellingen. Wat zijn de valkuilen in z’n betoog?

leave a comment »

Een Britse museumdirecteur heeft het niet makkelijk. Neem oud-Labour politicus Tristram Hunt van het V&A in Londen die sinds 2010 de overheidssubsidie met 30% zag afnemen. De bezoekcijfers zijn gekelderd. Het gevolg daarvan is dat de toegangsprijs verhoogd moet worden. Een voorbeeld van die gestegen prijzen is dat voor een kaartje in het weekend voor de Monet tentoonstelling in de National Gallery in april 2018 £22 (€25) neergeteld moest worden, aldus een bericht in The Guardian. Sprekend op het Cheltenham literature festival vond Hunt niet dat de toegangsprijzen voor bijzondere museale presentaties buitensporig zijn gestegen.

Maar zijn redenering wordt er bedenkelijk op als hij de toegangsprijs voor een tentoonstelling vergelijkt met een bioscoop- of treinkaartje. Het wordt er nog bedenkelijker op als hij een vergelijking maakt met een seizoenskaart voor voetbal: ‘If people are willing to pay hundreds and hundreds of pounds on football season tickets then seeking to have a fair price for a work of great curatorial excellence does not seem to me wrong.’ Met zijn betoog plaatst Hunt het museum in de hoek van het evenement. Alsof een museum en kunst geen bijzondere functie hebben en inwisselbaar zijn met andere activiteiten en uitgaven van een bezoeker, zoals een trein-, bioscoop- of voetbalkaartje. Met zo’n instelling hebben musea geen vijanden meer nodig.

Wat Tristram Hunt zegt is ongetwijfeld uit nood geboren, pragmatisch ingegeven en mede bedoeld om de cultuurpolitiek van de zittende regering May aan te spreken. Het toont echter ook perfect aan hoe twee effecten elkaar versterken en negatief beïnvloeden. Het zijn de gevolgen van een terugtredende overheid én de vercommercialisering van beeldbepalende musea die zich met blockbusters op kosten jagen en steeds meer de trekken van bedrijven vertonen die via marketing de bezoekers binnen moeten halen. Hiermee begeven musea zich op het terrein van de amusementsindustrie waarbij het om amortisatie gaat, ofwel de relatie tussen investeringen, afschrijvingen en winstgevendheid. Hunts vergelijking met een bioscoopkaartje ligt daarom voor de hand omdat de filmindustrie al 100 jaar volgens dit principe werkt. Maar de valkuilen zijn groot en diep. Musea worden voor hun presentatie-poot steeds afhankelijker van investeringen in projecten en zullen in hun publieksbenadering moeten bieden wat het publiek eist. Marketing bepaalt dan de inhoud.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelV&A director defends rising exhibition prices; Tristram Hunt says museum is working on price models, and warns over arts in schools’ in The Guardian, 8 oktober 2018.

Emphos Project besteedt uitgebreid aandacht aan de ‘business developer’ van het Cobra Museum

leave a comment »

Update 1 juli 2018: Of het met dit commentaar van 24 juni 2018 te maken heeft is onduidelijk, maar sinds de plaatsing ervan zijn zowel de 21 korte filmpjes met Bert Mennings op het YouTube-kanaal van Emphos Project als de verwijzing naar hem op de site van emphosproject.eu verwijderd. Waarom en door wie dat is gebeurd is gissen, maar toevallig is het wel. Als herinnering een schermafbeelding van een van de 21 filmpjes met Mennings die Emphos Project op YouTube plaatste voordat ze er na korte tijd weer van verwijderd werden. Deze filmpjes met Bert Mennings op blinksound.com en thexvid.com zijn eveneens niet meer op te roepen.

Bert Mennings is sinds 2012 werkzaam als ‘business developer’ bij het Cobra Museum, aldus opgave van de Amsterdamse Kunstraad. ‘Hij houdt zich daar bezig met nieuwe innovatieve concepten voor publiek private partnerships in de museumwereld’ zo heet het. Hij is tevens lid van de commissie Dans van de Kunstraad.

Het Emphos Project (Empowering Museum Professionals and Heritage Organizations Staff) plaatste op haar YouTube-kanaal de afgelopen weken 21 korte filmpjes met Mennings. Het nieuws is niet zozeer dat Mennings iets nieuws vertelt, maar wel dat het Emphos Project door zoveel aandacht aan zijn woorden te besteden partij lijkt te kiezen voor marketing, marktwerking, rendementsdenken en bezoekcijfers. Dat is een opvallende en volgens velen bedenkelijke richting die de Nederlandse museumsector niet in zou moeten slaan.

Het Cobra Museum in Amstelveen is in zwaar weer terechtgekomen. De vorig jaar aangetreden directeur Xander Karskens is alweer opgestapt. Oorzaak voor de onrust is onenigheid over de koers die het museum moet inslaan. Grofweg gezegd is dat de keuze tussen verbreding en verdieping, tussen tentoonstellingen als doel en als middel, tussen bezoekcijfers, marketing en populisme, en inhoud. En organisatorisch tussen een artistiek beleid dat dienend (business) of leidend (kunstgeschiedenis) is. Zie hier mijn commentaar over de gemeente die wil sturen, de kosten wil drukken en het lokale museum iets toedicht dat het niet in zich heeft.

Cobra Museum in Amstelveen in financiële problemen. Een budgettaire optelsom, of meer dan dat?

with 3 comments

Update 23 juni 2018: In een merkwaardig persbericht spreekt het Cobra Museum zich zo aantoonbaar tegen dat het potsierlijk is. De tentoonstellingen eisen een zware tol van de organisatie en de financiële situatie is zo slecht dat er een oplossing wordt gekozen die een zware tol van de organisatie eist. Artistiek directeur Xander Karskens kan zich niet met die koers verenigen en stapt op. Stefan van Raay wordt algemeen directeur ad interim. Het lijkt er sterk op dat de lokale politiek vanwege de knip op de eigen portemonnee en het niet willen vinden van een duurzame, structurele oplossing het bestuur onder druk heeft gezet om de te kiezen voor het museum als tentoonstellingsmachine. In een vlucht vooruit. Waarom dat bij dit museum niet werkt kan iedereen weten. Met een sprong in het duister koopt het museumbestuur tijd. God zegen de greep. 

Aldus de wethouder Financiën namens de VVD Herbert Raat op zijn blog over de slechte financiele positie van het Cobra Museum in Amstelveen. Wat Raat zegt is dat de inkomsten voldoende zijn, maar de kosten te hoog. Zo blijkt uit de jaarrekening 2016 een tekort van 456.305 euro, ondanks een bijdrage van de gemeente Amstelveen van 1.136.000 euro en baten uit eigen fondsenwerving van 664.480 euro. In 2020 loopt de regeling af tussen de stichting die het museum beheert en de gemeente. Dan dreigt sluiting. Raat: ‘Wat gebeurt er nu als het financieel misgaat? Dan kunnen zij de huidige stichting ontbinden.’ en ‘Het Cobra museum staat op een geweldige plek en de gemeente heeft een hart voor cultuur. Dit betekent echter niet dat we ongelimiteerd geld storten.’ Door de betrokkenheid van de wethouder Financiën wordt de kwestie vooral als financieel probleem gepresenteerd. Vraag is of dit het juiste frame is dat een oplossing dichterbij brengt.

Kleine en middelgrote museum hebben het moeilijk. De museumsector is een dure sector. Oud-museumdirecteur Henk Slechte (Deventer Musea) wijst in een ingezonden brief van 14 april in NRC op een weeffout van een sector die in zijn optiek afgelopen decennia is ontspoord: ‘De weg naar de blockbuster was geplaveid met de verzelfstandiging van de musea, waardoor zij subsidies naar eigen inzicht konden besteden. Halbe Zijlstra deed er een schepje bovenop door op cultuur te bezuinigen; musea werden geacht een deel van de kosten te verdienen. Voor het aantrekken van conservatoren om de collectie te beheren en bestuderen was geen geld meer. Het geld dat er was ging naar leuke dingen die de mensen naar het museum moesten lokken. Naar kijkcijfers. Het museum moet weer worden wat het hoort te zijn: een instituut dat cultureel erfgoed verzamelt, beheert, bestudeert en laat zien, geen tentoonstellingsfabriek annex cultureel pretpark.’

Bij musea die nu in financiële problemen komen lijkt dat wat Slechte constateert niet eens het echte probleem. Want het valt niet in te zien hoe het naar achteren schuiven van ‘onzichtbare’ taken als verzamelen, beheren, documenteren en bestuderen tot een tekort leidt op de tentoonstellingsfabriek. Het tekort ontstaat op de tentoonstellingen door te hoge kosten en te hoge ambities. De valkuil bij middelgrote musea zoals het Cobra Museum is een overschatting van eigen kracht. Ze gaan een competitie aan met grote museum die winst maken en in grotere steden zijn gevestigd waar de bijdrage van de gemeente of rijksoverheid fundamenteel hoger is. Ze denken volgens dezelfde formule te kunnen werken om zo een graantje mee te pikken. Maar hun soortelijk gewicht is te klein voor publiciteit, marketing of de uitbouw van een groot netwerk en relatiebeheer.

Raat ziet de oplossing in een ‘nieuw elan van bestuur en directie’. Het is de vraag of dat de valkuil niet nog dieper maakt. Hij legt de oplossing buiten de gemeentegrenzen: ‘Hoe mooi zou het zijn om bijvoorbeeld een samenwerkingsverband te starten met Het Rijksmuseum of met andere musea en geweldige tentoonstellingen naar Amstelveen te halen.’ Hoe logisch en realistisch is dat? Wat hebben Het Rijksmuseum en het Cobra Museum gemeen? Niet veel, zo lijkt het. Raat verklaart zich tot aanhanger van de tentoonstellingsfabriek als hij inkomsten die dankzij tentoonstellingen worden binnengehaald als oplossing voor de financiële problemen van het Cobra Museum ziet. In werkelijkheid ligt het mee willen doen als tentoonstellingsfabriek aan de basis van de oorzaak voor de financiële problemen van het middelgrote Cobra Museum. Misschien kan maar beter met inhoudelijke expertise wethouder Kunst Maaike Veeningen (D66) het voortouw nemen in dit dossier.

Foto 1:  Schermafbeelding van blogpostZorgen over het Cobra Museum’ van Herbert Raat, 17 april 2018.

Foto 2: ‘De CoBrA-kunstenaars in 1948 voor het Stedelijk Museum in Amsterdam. Foto Mw. E. Kokkoris-Syriër.’ Op: cobra-museum.nl.

Marketing voor tentoonstelling Alma-Tadema mag niet zo heten

leave a comment »

Het is van alle tijden iets het omgekeerde te noemen van wat het is. Dan wordt politiek ineens anti-politiek, terwijl het zich nog steeds in hetzelfde politieke domein afspeelt. Leden van het establishment profileren zich als anti-establishment terwijl ze nog even bekakt spreken en hun achtergrond er niet om liegt. Type Boris Johnson. En de echtgenote van het staatshoofd met de aanspreektitel ‘koningin’ met de verkeerde vader en de blonde haren profileert zich als iemand die ‘net zo gewoon is als ons’. Waarom dat gebeurt is duidelijk. Zo’n schijnbeweging probeert het ware karakter te verhullen, ons op het verkeerde been te zetten en voor zich te winnen. Het is beredeneerde ontregeling die ons beoordelingsvermogen probeert te beïnvloeden.

Natuurlijk is de vondst van dit werk van de Brits-Nederlandse schilder Lourens Alma-Tadema in scène gezet. Georkestreerd vanuit de marketing. Als zo’n kunstwerk ‘ontdekt’ of ‘herontdekt’ wordt dan gebeurt dat doorgaans in de aanloop naar een grotere tentoonstelling waarop dat kunstwerk ‘past’. Dat kan geen toeval zijn. Vervolgens haalt de ontdekking de publiciteit. Maar ‘doorgestoken kaart’ mag het niet genoemd worden omdat de initiatiefnemers vermoeden dat als bekend wordt dat het ingestoken is de betovering afneemt. Dan wordt het door het publiek niet meer ervaren als een onverwachte of bovennatuurlijke ontknoping die uit de lucht komt vallen (deus ex machina), maar als een gecalculeerde actie van de afdeling marketing. Dat moet verhuld blijven. Opvallend is de rol van de media die beter kunnen weten, maar toch telkens weer op komen draven om verslag te doen van iets waarvan ze weten dat het precies andersom zit dan het voorgesteld wordt.

Zelfs als het andersom werkt en publiciteit over een tentoonstelling of kunstenaar mensen alert maakt op hun eigen collectie of herinneringen aan een kunstwerk naar boven haalt, dan nog is het geen toeval. Uiteindelijk wordt het voor het karretje van de tentoonstelling gespannen. Ook dan is marketing het uitgangspunt.

Expositie ‘Animals inside out’ naar Leeuwarden. Is dat slim?

leave a comment »

Leeuwarden moest Culturele Hoofdstad worden om de tentoonstelling ‘Animals inside out’ van het bedrijf van reizende tentoonstellingen Body Worlds in het Natuurmuseum Fryslân mogelijk te maken. Zo meent directeur Gerk Koopmans. Eerder op diverse plekken in Duitsland, Zwitserland, de VS, Groot-Brittannië en Oostenrijk te zien. Maar is een met de plastinatie-techniek behandeld dier nou echt de beoogde ambitie in de aanloop naar Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018? Dat zet de toon wat publieksbereik, diepgang en doelstelling betreft.

Filosoof Rob van Gerwen formuleerde in 2006 zijn kritiek op een andere tentoonstelling van Body Worlds, namelijk die over het menselijk lichaam. De formule van de Duitse anatoom en ondernemer Gunther von Hagens wordt niet door iedereen geaccepteerd, zoals de oppositiesite leert. Waarom moet het menselijk of dierlijk lichaam verhandeld worden en deel uitmaken van een commercieel project van Body Worlds? Dus zo vanzelfsprekend is Koopmans’ opstelling niet. Hij kiest partij en de vraag is of hij precies beseft wat voor controversieels hij in huis haalt. En welke oppositie hij uitlokt. Van Gerwen werd misselijk van het feit ‘dat tentoonstellingen als de onderhavige mensen in de verdediging dwingen’. Bij een zelfde type tentoonstelling over dieren geldt dat nog in meerdere mate. Wie spreekt Koopmans tegen dat dit initiatief geen goed idee is?

this is wrongposter copy

Foto: Protestaffiche ‘This is Wrong’ naar aanleiding van tentoonstelling menselijk lichaam van Body Worlds.

Hoe gepast is kritiek op het Groninger Museum?

with 7 comments

Photo-collage-of-manipulated-film-stills-from-The-Man-Who-Fell-to-Earth-Film-stills-®-STUDIOCANAL-Films-Ltd-Image-®-VA-Images

Bert de Jonge is depotbeheerder bij het Groninger Museum. En zegt het jaarverslag 2012, ook logistiek planner. Werkzaam bij de afdeling Collecties. Tevens is-ie oud-voorzitter van de Ondernemingsraad. Vandaag verschijnen er perspublicaties die kritiek van De Jonge naar buiten brengen. Volgens hem dreigt het Groninger Museum de concurrentiestrijd met andere musea te verliezen door te weinig spraakmakende tentoonstellingen  te organiseren. Hij denkt dat het voor een buitenstaander niet duidelijk is wat nu de stijl is van het Groninger museum. ‘We hebben de afgelopen tijd te maken gehad met drie externe vormgevers’.

Het is nooit kies als in een organisatie een medewerker de vuile was buiten hangt. Nog minder ligt het voor de hand dat een depotbeheerder die werkzaam is bij Collecties dit doet. Met kritiek op de profilering van het museum en het tentoonstellingsprogramma. Toch de verantwoordelijkheid van de directie. Het naar buiten treden van De Jonge roept eerder vragen op over de interne organisatie bij het Groninger Museum, de bedrijfsvoering en de werksfeer bij het museum dan over de kritiek die Bert de Jonge naar buiten brengt.

Directeur Andreas Blühm reageert naar buiten toe terughoudend op De Jonge: ‘Er is altijd veel lof, maar ook veel kritiek’. Wat er klopt van de kritiek van Bert de Jonge is de vraag. Wat hij verstaat onder ‘spraakmakende tentoonstellingen waarmee de concurrentiestrijd aangegaan kan worden’ is verre van duidelijk. Doelt hij op publieksbereik of op inhoudelijke verdieping? Musea concentreren zich door de teruggelopen budgetten noodgedwongen op de eigen collectie. Da’s minder sexy dan Ilya Repin of Go China! Ze moesten medewerkers ontslaan. De tendens van op veilig spelen treft bijna de complete museumsector. Het is pas op de plaats en redden wat er te redden valt. Een deken van voorspelbaarheid en gebrek aan durf smoort nu het avontuur.

Het Groninger Museum trekt jaarlijks tegen de 200.000 bezoekers en neemt daarmee de plek in die het verdient. De nieuwsgierigheid naar het gebouw dat ooit aangejaagd werd door de toverkunsten van toenmalig directeur Frans Haks is geluwd. Onderzoek wijst uit dat het musea buiten de Randstad ontbreekt aan bezoekers. Het Groninger Museum is een goed museum in een uithoek van het land dat niet zijn oren moet laten hangen naar stemmen uit het verleden. Maar het kan zich evenmin onttrekken aan de tijdgeest.

Foto: David Bowie, Collage. Vanaf december 2015 is de tentoonstelling David Bowie is te zien in het Groninger Museum