George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Montage

Theater en religie putten uit dezelfde bron. Reformatorische kringen negeren dat door religie geen schijnwereld te noemen

leave a comment »

Minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media) gaf vandaag antwoord op kamervragen van Peter Kwint (SP). Het ging over het bericht dat een docent op een reformatorische school mag worden ontslagen om een theaterstuk. Niet vanwege de inhoud, maar vanwege de vorm. Het gaat om leraar Nederlands en SGP’er Arjan van Essen die ontslagen is door het Driestar College in Gouda omdat hij met zijn toneelstuk ‘Kop of Munt’ de schouwburg ingaat. Het ging op 3 november in première. Minister Slob (Christen-Unie) licht toe, maar vergoelijkt de schorsing ook. In een reactie op de affaire Van Essen voert het CIP dominee Meeuse op die meent dat ‘theater niet past bij de reformatorische identiteit’. Maar hij gaat verder dan dat door het theater ervan te beschuldigingen een ongeschikte kunstuiting te zijn en dat het de werkelijkheid tot een spel wil maken. Dat is grof. Hij meent zelfs dat achter de toneelwereld een “schijnwereld” schuilgaat. Dat kan Meeuse allemaal wel vinden, maar hij lijkt voorbij te gaan aan de oorsprong van religie en de gemeenschappelijke kenmerken die het heeft met theater. Mijn reactie op de FB-pagina van het CIP bij bovenstaande posting.

Het merkwaardige aan de opvatting van dominee Meeuse is dat hij negeert dat drama en religie uit dezelfde bron zijn ontstaan en kinderen van dezelfde ouders zijn. Namelijk rituelen en dramatisering. Dat werkt nog steeds door in godsdienst. Wie aanwezig is bij een kerkdienst in een reformatorische kerk ervaart dit met eigen ogen. Vertegenwoordigers van de kerkorganisatie kruipen in de huid van het opperwezen en ‘doen alsof’. Dat is het kernmerk van acteren. Ze bootsen op een zich repeterende wijze een handeling na. Eeuwenlang. Geestelijken treden als het ware buiten de werkelijkheid en streven ernaar om via een verhaal verbinding met iets hogers, iets verticaals aan te brengen. Naargelang het soort religie en het soort theater is dat een combinatie van schoonheid, inzicht, lering, vermaak, instructie of wat dan ook. De bezoekers worden niet als individu, maar als publiek aangesproken zodat ze zich met elkaar kunnen verbinden.

Dominees of voorgangers zijn de vertellers of bemiddelaars die het publiek bij de hand nemen. Een kerkgebouw is identiek aan een theater met een proscenium en de vierde wand die doorbroken wordt. Die gemeenschappelijke bron van godsdienst en theater valt te herkennen in de kerkdienst die in grote lijnen dezelfde opbouw en kenmerken heeft als een traditioneel toneelstuk. De toneeltekst in het theater is het heilige boek in religie. Het kan dat de reformatorische identiteit zich om welke reden dan ook verwijderd heeft van de eigen religieuze en rituele traditie en er nu afstand van neemt door zich te concentreren op het woord en het beeld daaraan ondergeschikt te maken. Maar dat rechtvaardigt niet om het theater afzonderlijk in een kwaad daglicht te stellen.

Dominee Meeuse zeg in een interview met het Nederlands Dagblad dat volgens hem achter de toneelwereld een “schijnwereld” schuilgaat met ‘vaak “een bedrieglijke boodschap die mensen aftrekt van het wezenlijke geluk dat Gods Woord ons voorhoudt.”’ Het is vanuit zijn religieuze overtuiging begrijpelijk dat Meeuwse dat zo ziet, maar tegelijk is het onwaarachtig omdat de wereld van een kerkgenootschap bij uitstek opgevat kan worden als een schijnwereld.

Theater en religie horen heel goed bij elkaar omdat ze twee van hetzelfde zijn en allebei uitgaan van schijnwerelden. Anders gezegd, door fictionaliseren en dramatiseren bouwen zowel theater als religie door afspraken met het publiek een in zichzelf gesloten logica op die buiten de vier wanden van de sacrale plek (kerk, toneelpodium) niet in die vorm bestaat. Alleen in kerk of schouwburg bestaan zulke schijnwerelden.

Het is vreemd dat reformatorische organisaties in Nederland zeggen moeite te hebben met theater als kunstvorm, terwijl kerken bij uitstek de plek zijn waar dat theater gestalte krijgt en wordt vertegenwoordigd door geestelijken die namens de kerk opereren. Zelfs als het uitsluitend zou blijven bij het kale voorlezen uit de bijbel gaat dat nog gepaard met vaste gebruiken, afspraken, toonzetting en compositie. En laat dat nou juist het uitgangspunt van theater zijn. Er worden afspraken met de gemeente gemaakt die identiek zijn aan de afspraken die het theater met een theaterpubliek maakt. Het feit dat de dominees dat alles zelf niet zo zien of benoemen en zelfs ontkennen wil nog niet zeggen dat het niet zo is. Integendeel, hun ontkenning is juist verklaarbaar vanuit hun geloof.

Het is begrijpelijk dat dominees de eigen oorsprong van hun religie ontkennen of in het midden laten omdat dat een specifiek doel dient. Dat is opnieuw een treffende gelijkenis met theater. Het kenmerk van het standaard Hollywood-film of het klassieke toneelstuk is de identificatie van de toeschouwer. Dat wordt bereikt door de ‘montage’ en de dramatisering zoveel mogelijk aan het oog te onttrekken en te verbergen in het lopende verhaal. Het idee daarachter is dat de constructie de vereenzelviging in de weg staat en de betovering verbreekt. Uiteraard zijn er sinds de modernisering van het theater door onder meer Bertolt Brecht ook andere visies op en verschijningsvormen van theater, maar wie de nu gangbare vormen in ogenschouw neemt in schouwburg, bioscoop en op televisie beseft dat het traditionele, verhalende theater waarin de constructie wordt verhuld nog steeds leidend is.

Zoals de constructie van de Hollywood-film ed. tijdens de voorstelling ontkend wordt, zo wordt door geestelijken de constructie van religie ontkend. ‘God’ is een gedramatiseerd, fictief personage die weinig specifieke kenmerken heeft meegekregen van de makers, zodat er volop ruimte resteert voor verbeelding om dat per gemeenschap en per tijdperk in te vullen. Dat is een verstandige, doelmatige en profetische dramatisering door de constructeurs van religie.

Zo wordt met dramatische middelen een optimale identificatie van gelovigen met hun religieuze organisatie bereikt. Vroeger dachten gelovigen zelfs dat God geen fictief personage was, maar de constructeur van de religie waarin God het hoofdpersonage was. Iemand als dominee Meeuwse gelooft dat zelfs nu nog als hij over ‘Gods Woord’ praat als iets dat uit zichzelf buiten de godsdienst is ontstaan en waarvan die godsdienst is afgeleid. Maar dat is een ingewikkelde en onbewijsbare uitleg die niet het meest voor de hand ligt. Een maker kan niet tegelijkertijd op twee abstractieniveau’s optreden als maker en personage. Ook in een ‘reflectief’ stuk als Luigi Pirandello’s ‘Zes personages op zoek naar een auteur’ is de zogenaamde auteur in het stuk uitsluitend een personage. Zo geldt dat ook voor ‘God’.

De tegenstelling tussen theater en godsdienst wordt vanuit sommige religieuze organisaties gecreëerd om de constructie van godsdienst te ontkennen en de afstand tot het theater waarmee religie als constructie zoveel gemeen heeft te vergroten. Als gelovigen dat zelf wensen, dan moeten ze dat vanuit hun religieuze logica en marketing zeker doen, maar het zou oprechter zijn als ze ófwel zouden erkennen dat theater en religie uit dezelfde bron putten en dezelfde soort schijnwerelden zijn ófwel ze dat allebei niet zijn, omdat ze uitsluitend in zichzelf bestaan als gesloten werelden.

Foto 1: Schermafbeelding van posting ‘Waarom theater niet past bij de reformatorische identiteit’ op FB-pagina van CIP, 25 september 2018.  

Foto 2: Schermafbeelding van deel kamervragenAntwoord op vragen van het lid Kwint over het bericht dat een docent op een reformatorische school mag worden ontslagen om een theaterstuk’, 12 november 2018.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelWaarom theater niet past bij de reformatorische identiteit’, op CIP, 25 september 2018.

Foto 4: Schermafbeelding van prospectus van ‘Schijn bedriegt’ van dominee C.J. Meeuse door boekhandel Den Hertog.

Advertenties

In zijn oordeel over hedendaagse kunst schittert Thierry Baudet in drukte, verwarring, misverstanden, onbegrip en denkfouten

with 3 comments

Politicus Thierry Baudet geeft in zijn uitingen over hedendaagse kunst aan er weinig van te begrijpen. Of hij weet zijn kunde goed te verbergen. Het is zo simpel, hedendaagse kunst na Édouard Manet reflecteert in al haar verschijningsvormen op de diversiteit en fragmentatie van de wereld. Inclusief op zichzelf. Hedendaagse kunst is het omgekeerde van wat Baudet het onjuist toeschrijft. Hij verwart de thema’s die de hedendaagse kunst omvat met het uitgangspunt ervan. Hij geeft de uitgangspunten van hedendaagse kunst verkeerd weer.

Hedendaagse kunst kan vervreemding verbeelden zoals Bertolt Brecht dat vanaf 1920 in het theater deed. Hedendaagse kunst kan politieke standpunten verbeelden zoals 17de-eeuwse schilderkunst (De bedreigde Zwaan van Jan Asselijn) of klassieke kunst (De Lysistrata van Aristophanes) dat ook deden. Hedendaagse kunst kan de samenleving een spiegel voorhouden waardoor het eigene ter discussie wordt gesteld en minder vanzelfsprekend wordt. Hedendaagse kunst kan de structuur van de werkelijkheid ontrafelen door te proberen achter de façade ervan te kijken. Zoals Roland Barthes dat in 1970 in zijn semantische analyse van een verhaal van Honoré de Balzac S/Z deed. Dat zijn geen uitgangspunten, maar toepassingen van hedendaagse kunst.

Baudet geeft door in zijn rijtje vervreemding (in de traditie) van Brecht naast ‘oikofobie’ (thuisgevoel) van de Britse conservatieve cultuurfilosoof Roger Scruton te zetten aan de cultureel-historische en dramaturgische achtergrond van de Brechtiaanse Verfremdung niet te begrijpen. Die is naar andere kunstvormen inclusief de hedendaagse beeldende kunst ‘overgesprongen’. Vervreemding is niet bedoeld of wordt als dramaturgisch middel ingezet om mensen van hun omgeving te vervreemden, maar beoogt juist het omgekeerde. Namelijk het vergroten van de bewustwording door mensen aan de hand van het creatieve maakproces (het tonen van de montage) zich van hun achtergrond en (achtergestelde) positie bewust te maken. Door ze letterlijk achter de werkelijkheid te laten kijken. Wakker schudden van burgers is hetzelfde wat Baudet zegt te doen. Hij verwart het Vervreemdings-effect als artistiek middel met het gevolg ervan. In een eerder commentaar  ‘Thierry Baudet eigent zich ongenuanceerd oordeel over hedendaagse kunst toe’ wees ik hier al eens op.

Kan Baudet vanwege zijn onbegrip nog geëxcuseerd worden voor het omwisselen van de uitgangspunten en toepassingen van hedendaagse kunst, dat geldt niet als hij stelt dat een uitgangspunt ervan ‘zelfhaat’ is. Dat is geen uitgangspunt, laat staan toepassing van hedendaagse kunst, maar een begrip uit de psychologie dat ‘een vorm van totale afwijzing is die de eigen persoon betreft’. Vertaald naar de hedendaagse kunst zou dat betekenen dat het via een toepassing zichzelf totaal afwijst. Maar dat is in strijd met de logica omdat het van tweeën een is. Ofwel, als hedendaagse kunst zichzelf afwijst dan kan het die afwijzing niet tegelijkertijd als toepassing inzetten. Want dan wijst het zichzelf per definitie niet totaal af, maar bevestigt het zichzelf juist.

Hoe moeten we Baudets woorden duiden? Directe aanleiding ervoor is overigens dat hij onder voorzitterschap van Alexander Pechtold (D66) lid van de kunstcommissie van de Tweede Kamer is. Deze speciale commissie doet voorstellen over aankoop van nieuwe kunstwerken en de inrichting van het kamergebouw. Baudet maakt van hedendaagse kunst een strijdpunt in de hoop zijn achterban ermee te vergroten. Daar is niks mis mee als dat zorgvuldig en met inachtneming van de feiten gebeurt. Maar Baudet brengt het debat over hedendaagse kunst niet op een hoger peil, maar maakt er een karikatuur van. Door er een ratjetoe van te maken en alles te willen passen in zijn politieke wereldbeeld zoals dat door onder meer Roger Scruton is gevormd zet Baudet het debat over hedendaagse kunst op slot. Die kunst die reflecteert op de diversiteit en fragmentatie van de samenleving. Het lijkt er sterk op dat Baudet om politieke redenen de diversiteit en fragmentatie afwijst en zich gevolglijk keert tegen de boodschapper die hij zo rabiaat als brenger ven het slechte nieuws afschildert.

Foto: Tweet van Thierry Baudet, 10 mei 2018.

EO rectificeert Hufterproef wegens montage. Is dat waarachtig?

leave a comment »

huf

Journalisten kennen geen populairder nieuws dan nieuws over het nieuws. Over hun eigen sector dus die ze als de navel van de wereld beschouwen. Daarom is er zoveel nieuws over het nieuws. Dat speelt zich doorgaans af op het niveau van de roddel en het incident. Oppervlakkig dus. Aan het kritisch doorlichten van de media komen de meeste journalisten niet toe. Bijvoorbeeld door de vraag te stellen wat de exacte relatie is tussen de gevestigde media en de macht van politieke partijen en bedrijfsleven. En welke rol de media in dat machtsevenwicht vervullen. Een achtergrondprogramma als VPRO’s Tegenlicht is de gunstige uitzondering.

Nu is er opschudding over het programma Hufterproef dat door de EO op NPO3 wordt uitgezonden en door producent Skyhigh TV wordt gemaakt. Hufterproef toont normoverschrijdend gedrag, maar  vertoont om dat te bereiken zelf normoverschrijdend verdrag. En nu moeten opdrachtgever EO en producent Skyhigh TV door het stof met bovenstaande rectificatie. Da’s lachen: de EO die aan de hand van bijbel, God en Jezus iedereen al jarenlang de maat neemt, maar nu zelfs normoverschrijdend gedrag vertoont. De hoon was niet van de lucht.

In de aflevering van 3 juni 2015 werd Sylvia Voogel in een modewinkel getoond. Ze liet zich tegenover de winkelier discriminerend uit over een ‘klant‘ met hoofddoek. Maar Voogel herkende zich niet in de uitzending en zocht publiciteit om te vertellen dat het in werkelijkheid niet zo was gegaan. Ze had het juist opgenomen voor de ‘klant‘ met de hoofddoek. EO en producent verwijzen nu naar de montage van deze met acteurs gedraaide scène, maar dat is te makkelijk. De valkuilen van een verkeerde montage zijn bekend. Skyhigh TV legt niet uit hoe het is gekomen dat het bewust het handelen van Sylvia Voogel verkeerd heeft voorgesteld.

eo

Foto 1: ‘EO en Skyhigh TV rectificeren aflevering Hufterproef’ op skyhightv.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van gerectificeerde uitzending van Hufterproef (EO) van 3 juni 2015.

Bedrijfsfilm Berenschot saai en ouderwets. Parodie of serieus?

leave a comment »

Is dit serieus bedoeld of is het een parodie? Organisatieadviesbureau Berenschot heeft mogelijk verstand van openbaar bestuur, maar lukt het niet een wervend filmpje te organiseren. Wat is dit saai en gedateerd. Vooral, wat slecht geacteerd. Wethouder Hekking anno 1980 oogt er hedendaags bij. Waarom doet Berenschot dit de eigen medewerkers aan? Ze zijn hiervoor duidelijk niet opgeleid of in de wieg gelegd. Het is zelfoverschatting om te denken dit zelf te kunnen. Ook de regie is een race naar de bodem. De maker reconstrueert Ontdek je plekje uit 1975 dat schijnbaar achteloos de randen van de Uithof in beeld vangt. Met muzak uit de oude doos.

Berenschot vergeet dat het zelf onder een vergrootglas ligt als het publiciteit zoekt via YouTube. Wat is er in Berenschot gevaren? Is dit werkelijk zoals dit bureau zich aan een breed publiek wil tonen? Dat valt bijna niet te geloven. Integriteit betekent ook iets afbeelden dat in overeenstemming is met de realiteit. In dit filmpje voegt het bureau iets toe dat afbreuk doet aan de betrouwbaarheid: amateurisme en oubolligheid. Hoogste tijd dat Berenschot de mediastrategie eens goed tegen het licht houdt. Om er zelf beter van te worden.

Goochelaar tovert z’n hoofd weg. Komt dat zien!

leave a comment »

Dit promotiefilmpje voor de tentoonstelling Moving Magic die is samengesteld door Hans Klok in Museum Speelklok te Utrecht breekt met een filmwet. Dat begreep filmpionier Georges Méliès zo’n 100 jaar geleden beter. De registratie van een afzonderlijke truc dient altijd in een stuk getoond te worden. In een tableau. Zonder onderbreking. Juist om het mysterie nog te vergroten. Montage is onnodig en doet zelfs afbreuk aan de truc. Het leidt af en lijkt een filmische truc toe te voegen. Jammer dat de maker van dit filmpje de filmtaal van de pioniersjaren niet toepast. Het is er voor gemaakt, geknipt voor. Als een hoofd achter een waaier. Maar ondanks deze filmische misser, wat een prachtige goochelaar die z’n hoofd wegtovert van waaier naar doos. 

Written by George Knight

17 april 2014 at 18:17