George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Ombudsman

Mueller klaagde dat de brief van Barr de ‘context’ van het Rusland-onderzoek niet vatte. Tragiek van schone schijn, wraak en waanzin

with 6 comments

Macht beschermt zich met onderdanen. Die buffer is een kenmerk van bureaucratie. Hoe dat mechanisme werkt heeft William Shakespeare in zijn tragedie ‘Hamlet’ duidelijk gemaakt. Van onderop worden de dienaren en onderhorigen van prins Hamlet één voor één uitgeschakeld. In een cyclische regelmaat. Zo grijpt de vijand als een omhoogkomende schroef steeds hoger in op de machtsstructuur. De vijand die overal kan opduiken nadert stap voor stap de top voor de ultieme afzetting en verlossing van de koning, de prins of de president. Vertraging is het geëigende vertelmiddel om een verhaal met zijstappen en oponthoud ‘op te spannen’. Waarna het als een pijl uit de boog doel kan raken. De koning is in het hart geraakt. Het drama is afgerond.

Voor wie het handelen van president Trump geestelijk niet langer kan aanzien vanwege de platheid, de leugenachtigheid, de onechtheid en de ondoelmatigheid is er de optie om het als een fictief verhaal op te vatten. Dat verzonnen en ingebeeld is. Dat houdt de rampspoed en de teloorgang van de Amerikaanse politiek en positie op afstand. Werkelijkheid wordt drama uit zelfredzaamheid. Wat als onverkwikkelijk ervaren wordt kan zo omgebogen worden tot een comfortabele vertelling die speelt op het niveau van roman, game of film.

Op de wederwaardigheden van het bewind van ‘koning’ Trump is het Hamlet-model van toepassing. Zodat nog op een andere manier het treurspel werkelijkheid wordt. Uit de hofhouding van Trump zijn in de eerste twee jaar van zijn bewind de ‘volwassenen in de kamer’ verdwenen. Die hofhouding wordt nu gevormd door opportunisten, derderangs personen en een enkele kwade genius als Steve Miller die niet op hun kwaliteit, maar op hun loyaliteit aan de ‘koning’ zijn uitgezocht. De spreekwoordelijke Rosencrantz en Guildenstern, ooit de vrienden van Hamlet, worden op diens verzoek gedood. Zo is het ook met Trump, hij offert zijn vrienden, zoals voormalig raadsman Michael Cohen, op als hem dat uitkomt. Buiten de familie geldt loyaliteit alleen van laag naar hoog, niet omgekeerd. In de hofhouding van Trump weet niemand zich verzekerd. 

Nu is er sinds februari 2019 minister van Justitie William Barr. Deze 68-jarige jurist en politicus is een tragische figuur omdat hij zich in Trumps wereld van schone schijn, wraak en waanzin heeft laten lokken. Wat hij inlevert voor zijn kortstondige rol in de schijnwerpers en Trumps hofhouding is zijn reputatie van deskundig bestuurder. Die ligt aan gruizelementen door zijn vergaande identificatie met Trump. Op 24 maart 2019 verscheen een brief van Barr die een samenvatting van vier pagina’s gaf uit het Rusland-rapport van Robert Mueller. Hij onderzocht sinds mei 2017 de inmenging van het Kremlin in de Amerikaanse politiek.

Overigens uitte ik op dit blog in verschillende commentaren kritiek op de meeste Nederlandse en Amerikaanse media die zich vooral in de eerste dagen na 24 maart in de luren hadden laten leggen door Barrs interpretatie die ze afschilderden als Muellers interpretatie. Dat leek me onjuist. Aan de NRC-Ombudsman schreef ik op 30 maart een open brief waarin ik kritiek had op de eindredactie en berichtgeving in NRC. Daarop ontstond een vriendelijke uitwisseling van e-mails die resulteerde in een debat met de NRC-Ombudsman en een stuk in zijn krant. Nu is er het brekend nieuws van 30 april in de Washington Post dat onthult dat speciale aanklager Mueller eind maart een brief aan Barr stuurde waarin hij klaagde dat Barrs brief het rapport geweld aandeed omdat het ‘de context, de aard en de substantie niet volledig vatte’. Barrs positie staat nu ter discussie omdat hij niet ethisch gehandeld zou hebben. Als hij verdwijnt komt de vijand een stapje dichter bij ‘koning’ Trump.

Advertenties

In debat met NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong: zijn column is niet het eind van het verhaal

with 2 comments

Met NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong had ik afgelopen weken een uitgebreide uitwisseling per e-mail over de berichtgeving in NRC over het Mueller-rapport dat uiteindelijk in een geredigeerde versie van minister William Barr afgelopen donderdag 18 april verscheen. Over wat NRC ervan maakte was ik niet enthousiast. Dat schreef ik in een commentaar van 30 maart met onder meer de volgende passage: ‘Kortom, de verslaggeving over de presentatie van Barrs samenvatting van Muellers-rapport is in mijn ogen naïef en misleidend. Het is niet volgens journalistieke principes van respect voor bronnen en streven naar waarheidsgetrouwheid tot stand gekomen. Blokker is in een partijpolitieke, Republikeinse val getrapt die door Barr is gezet. Blokker en de eindredactie die de koppen maakt hebben zonder dat ze de feiten kennen de fout gemaakt dat ze de mening van Barr vereenzelvigen met de conclusies van Mueller. Ze hielden hierbij geen slag om de arm door de mening aan Barr toe te schrijven en Blokker heeft vanuit een verkeerde aanname theorieën gefabriceerd die niet anders dan als een kaartenhuis in elkaar konden storten. NRC heeft met deze verslaggeving aan haar lezers nepnieuws en desinformatie geleverd. Overigens boden andere stukken van de krant, zoals het hoofdredactioneel van 26 maart gelukkig meer kwaliteit en evenwicht. Maar een opening op de voorpagina springt meer in het oog.’ De Jong heeft zijn interpretatie van onze discussie in zijn column gezet.

Het was een pittige conclusie waar De Jong niet in meegaat. Een Ombudsman heeft een dubbele positie en neemt daarom een tweeslachtige  houding aan. De Ombudsman wil reflecteren en laten resoneren wat er in de samenleving (inclusief bij kritische lezers) leeft, maar heeft tevens rekening te houden met het toelichten en verdedigen van het redactioneel beleid. Een Ombudsman kan wat dat laatste betreft niet te ver voor de troepen uitlopen omdat dat de steun in eigen kring ondermijnt en het opereren bemoeilijkt. Een Ombudsman moet dus schipperen. Naar mijn idee is De Jongs column er een voorbeeld van hoe dat in de praktijk uitpakt. De kritische lezer krijgt ruimhartig de credits om te scoren, maar de mooiste voorzetten en invallen worden grotendeels aan de eigen redactie toegerekend. Dat is blijkbaar het hoogst haalbare op de evenwichtsbalk die zo’n column van een Ombudsman is. Zo beredeneerd kan ik me vinden in de accenten die De Jong legt.

In een commentaar van 1 april 2019 schreef ik onder meer het volgende: ‘De Amerikaanse mainstream media doorzagen de partijpolitieke manipulatie en spin van het Mueller-rapport door Barr naar mijn idee onvoldoende. Ze stonken erin. In navolging daarvan gingen de meeste Nederlandse media collectief de fout in. Ze namen de berichtgeving van de gezaghebbende Amerikaanse media vertraagd over en volgden de hectiek en de nerveuze nieuwscyclus vanaf de publicatiedatum van de Barr-samenvatting op 24 maart tot enkele dagen daarna toen het verstand weer langzaam terugkwam in de redactiekamers.’ De reflectie achteraf dient als rechtvaardiging voor wat er in de dagen na 24 maart misging. Dat is zelfbescherming om het eigen ‘merk’ te beschermen. Het siert NRC dat het nu wel alert is en de valkuilen probeert te vermijden. Media als het NOS Journaal zijn nog lang niet zover in hun reflectie, laat staan zelfreflectie. Dit verhaal is nog lang niet af.

Waarom de media handelden zoals ze handelden blijft het raadsel. Ze waren gewaarschuwd dat Barr niet te vertrouwen was. In mijn commentaar van 1 april probeer ik dat te begrijpen ‘Mogelijk speelt daarbij een psychologisch effect bij Amerikaanse media die afgelopen twee jaar gegeseld werden en zich gegijzeld voelden door de aandacht voor de samenzwering van Trump met de Russische maffia, Russische oligarchen en vertegenwoordigers van de Russische overheid. Dit staat los van politieke overwegingen. Ook als zo’n feit onmiskenbaar is vastgesteld is een spanningsboog van twee jaar lang. Journalisten willen hun eigen agenda vaststellen en niet in een frame stappen dat hun opgelegd wordt. Breken met de consensus kan dan als bevrijding voelen. Of als bevestiging van eigen onafhankelijkheid.’ In de uitwisseling met De Jong verwees ik naar een commentaar van Joshua Holland over de media die een ‘vooroordeel in de richting van normaliteit’ hebben. Dat levert problemen op in de verslaggeving over Donald Trump die zich aan die normaliteit onttrekt.

Maar de verslaggeving over hem blijft redelijk normaal en volgens de gangbare journalistiek code. Holland is kritisch op deze goedgelovige, politieke journalisten: ‘Ze willen geloven dat terwijl de president een kinderlijke narcist is die veel van zijn tijd doorbrengt met het trollen van mensen op Twitter, vrolijk democratische normen platwalst, regelmatig onze instellingen aanvalt en herhaaldelijk de rechtsgang in het volle zicht heeft belemmerd, de politieke wereld anders is zoals zij altijd geweten hebben, en uiteindelijk de storm zal doorstaan. Het is een subtiel vooroordeel dat leidt tot veel goedgelovige verslaggeving over Trumps ‘spin’ en een aarzeling om duidelijke beschrijvende taal te gebruiken bij het rapporteren over dit Witte Huis.’

Tekst van Sjoerd de Jongs column ‘NRC en Mueller: de anticlimax blijkt nog lang niet het eind van het verhaal’:
Tientallen contacten tussen Trumps medewerkers en Russen, de hoop dat hij zou profiteren van illegale hacks bij de Democraten, herhaalde pogingen om speciaal aanklager Robert Mueller te dwarsbomen, en de verzuchting van de president dat hij fucked was met diens aanstelling.

Nu er eindelijk vlees op de botten zit, wordt duidelijk hoe rakelings Trump langs de afgrond is gescheerd – wél vele dubieuze contacten, geen bewijs voor criminele samenspanning – en vooral, dat het dossier nog lang niet dicht is; Mueller spreekt zich niet uit over belemmering van de rechtsgang, al stijgt de reuk daarvan penetrant op uit zijn rapport. Die bal ligt nu bij het Congres en het is geen golfballetje.

NRC-correspondent Bas Blokker concludeerde dan ook terecht dat ,,Trump voorlopig nog niet is verlost van onderzoek naar zijn handelwijze’’ en dat ,,zelfs de oerverdenking van samenzwering met Rusland niet helemaal (lijkt) te zijn weggenomen’’.

Maar wacht even. Toen Trumps minister van Justitie Barr drie weken geleden zijn samenvatting van het Mueller-rapport publiceerde (geen bewijs voor samenzwering, geen oordeel over belemmering van de rechtsgang) schreef de krant dat de ,,donkere wolk’’ die bijna twee jaar boven Trumps presidentschap had gehangen ,,in één zinnetje was verdampt’’ en dat het verwijt van collusion van de agenda was verdwenen. Kop boven het bericht over Barrs samenvatting: Mueller: geen bewijs voor ‘collusion’.

Goed, de krant moest toen afgaan op vier velletjes van Barr, met één (half)  citaat over de verdenking van samenzwering.

Dat nieuws van Barr, een brisante anticlimax na twee jaar hoogspanning over een naderende high noon tussen Trump en Mueller, beheerste overal de internationale berichtgeving. The New York Times en talloze andere kranten hadden vergelijkbare koppen en stukken. De Volkskrant sprak van een ,,enorme overwinning´´ van Trump. Schurend begon ook het handenwringen in de Amerikaanse media. ´Russiagate´ was een collectieve flater van de media die te vergelijken was met de hysterie over massavernietigingswapens van Saddam, brieste een blogger op de linkerflank.

Maar niet heus. Nu weten we beter hoe de vork in de steel steekt. Dit rapport, dat door Barr gedienstig was teruggebracht tot een verklaring van goed gedrag, had, schrijft The Guardian, elke andere president de  kop gekost. Overigens bevestigt het rapport ook allerlei berichten die Trump afdeed als nepnieuws.

Eén Nederlandse blogger met wie ik de afgelopen weken correspondeerde over de berichtgeving kan nu dan ook zijn gelijk halen.

Want blogger George Knight (een nom de plume) trok na Barrs samenvatting eind april aan de bel op zijn blog en in een brief aan mij. De hele journalistiek was in zijn ogen kritiekloos afgegaan op die snippers van Barr. Maar, aldus Knight, we wisten nog helemaal niet wat er in dat rapport stond, alleen wat deze door Trump benoemde man erover had gezegd.  Hij vond dat ook NRC dat onvoldoende duidelijk had gemaakt. Die eerste kop had moeten luiden: Barr: geen bewijs voor ´collusion’. Barr, niet Mueller.

Hij had, schreef hij mij, ,,van NRC meer afstand verwacht en een slag om de arm in eindredactie, verslaggeving en analyse.’’  Overigens vond hij die wel in het Commentaar, dat vaststelde: ,,Bij de beoordeling van het onderzoek past terughoudendheid’’, want ,,Barr stuurde een zeer korte samenvatting van de belangrijkste uitkomsten naar het Congres’’ en ,,voorlopig is dat de enige informatie om de uitkomsten van het onderzoek te wegen’’.

Knight en ik wisselden in twee weken elf e-mails uit, en het lijkt me nuttig wat punten uit die correspondentie te delen,  omdat het gaat over de vraag wat een krant op welk moment kan weten, en welk accent die moet geven.

Ik schreef hem dat ik zijn kritiek dat NRC onvoldoende duidelijk had gemaakt dat dit geen conclusies waren van Mueller maar van Barr, schromelijk overdreven vond. Blokker noteerde in dat eerste bericht onder meer: ‘..Barr citeert het rapport in zijn brief..’ [..]  ‘In Muellers rapport staat volgens Barr..’ [..] ‘..de conclusie van Barr..’[..] en ‘..Barr verwijst naar..’

Dat sloot ook niet uit, schreef ik Knight, ,,dat  in het volledige rapport, mogelijk gesteld in formeel afgewogen taal die haar gelijke hooguit vindt in het rapport van de Commissie van Drie (1976) méér te vinden is.’’

Dat was nog zacht uitgedrukt.

Over die kop, waarmee de krant opende: inderdaad, onvoldoende bewijs voor een zaak is nog niet géén bewijs, zoals Knight stipuleerde (en zoals nu het geval blijkt). Maar daarmee is die kop nog niet fout. Mueller onderzocht de zaak immers als aanklager, en dan zijn er twee smaken: wel of geen aanklacht. Dat uit het onderzoek geen aanklacht tegen Trump was gekomen wegens samenzwering – je krijgt uit het rapport de indruk: daar was zijn campagne ook veel te amateuristisch voor – was dus terecht groot nieuws.

Maar Knight heeft op een ander punt, dat van de duiding, gelijk: de krant had nadrukkelijker een slag om de arm moeten houden in de analyse. De conclusie dat de zaak door dat éénregelige citaat van Mueller was ,,verdampt’’ en van de politieke agenda zou verdwijnen, was voorbarig; een effect van de anticlimax na opgeschroefde verwachtingen.

Het stof van Muellers rapport én dat van de andere onderzoeken is nog niet neergedaald – dat blijkt ook wel uit de berichtgeving van Blokker gisteren, inclusief: een kritisch profiel van Barr.

Wat bewijst wat George Knight maar wilde zeggen: argwaan blijft geboden, zeker in een tijd die is gemarineerd in propaganda, spin en contraspin.

Foto: Schermafbeelding van deel column ‘NRC en Mueller: de anticlimax blijkt nog lang niet het eind van het verhaal’ van NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong, 20-21 april 2019 in NRC.

Oudenampsen bespreekt boeken over neoliberalisme en geeft stof tot nadenken hoe de politiek macht over de economie kan krijgen

leave a comment »

Een interessante boekbespreking van socioloog Merijn Oudenampsen in NRC over het neoliberalisme en de invloed ervan op de samenleving. Overigens ontbreekt in de webversie zijn naam en is de titel ‘De maakbare markt’ van de papieren versie gewijzigd in ‘Waar komt toch dat hardnekkige geloof in de vrije markt vandaan?’. In april 2018 had ik per e-mail een uitwisseling van gedachten met Ombudsman NRC Sjoerd de Jong en wees ik hem erop dat de papieren versie niet meer op te roepen viel en vervangen was door de webversie, zoadat de archieffunctie van de krant verloren ging. Tot mijn genoegen zie ik dat dat gewijzigd is en dat online de optie ‘Oude digitale editie’ toegevoegd is waarmee men de papieren editie kan oproepen.

Oudenampsen bespreekt vier boeken over het neoliberalisme en kiest daarbij zijn woorden behoedzaam en zorgvuldig. Hij constateert dat het neoliberalisme diverser is dan vaak gedacht wordt, en meer is dan ‘het Amerikaans wildwestkapitalisme’. Tussen de regels door klinkt zijn politieke stellingname als hij constateert: ‘Het neveneffect van de depolitisering van economische vraagstukken is een sterke politisering van het culturele domein. Het paradoxale gevolg van de ontkoppeling van cultuur en economie is dat een cultureel nationalisme is opgekomen, dat zich eveneens keert tegen de internationale instituties van de markt.’ In de praktijk betekent dat kort door de bocht dat de sociaal-economie weggehaald is bij de politiek en vervangen is door sociaal-cultuur. Politieke partijen hebben geen zeggenschap meer over de eigendomsverhoudingen, inkomensverschillen en belastingheffing, en moeten zich tevreden stellen met debatten over identiteit, nationalisme of sociale cohesie van een volk. Deze ontkoppeling van cultuur en economie verklaart in welke fase van het politieke debat we verzeild zijn geraakt. Zijn slotnoot dat Trump en Brexit ertoe kunnen leiden dat de politiek opnieuw opgetuigd wordt klinkt merkwaardig omdat Trump en de Britse Tories niet tornen aan de depolitisering van de economie of de economisering van de politiek en zich bovenal cultureel uiten.

De vraag die dat weer oproept en waar Oudenampsen binnen het kader van zijn boekbespreking niet aan toekomt is of er een masterplan ten grondslag ligt aan die ontkoppeling van economie en cultuur. Het staat buiten kijf dat sinds het tijdperk Reagan-Thatcher de besluiten over de economie de politiek ontnomen zijn, maar het is onduidelijk of die ook bewust zijn vervangen door debatten over cultuur. Want de politiek moet ergens over gaan, en als dat niet de economie is dan blijft cultuur als surrogaat over om de leegte op te vangen en de politiek een idee van urgentie te geven. Een en ander verklaart trouwens ook waarom de sociaal-democratie geen missie meer kan hebben nadat de arbeiders cultureel geëmancipeerd waren.

Oudenampsen wijst op Oostenrijkse denkers als Ludwig von Mises en Friedrich Hayek: ‘Naar het evenbeeld van het verdwenen Oostenrijks-Hongaarse Rijk ontwierpen zij een visie van een federale organisatievorm, waar natiestaten de controle zouden houden over culturele aangelegenheden, maar de vrije markt en vrije kapitaalstromen door een federale instantie gewaarborgd zouden worden.’ Die federale instantie is in de praktijk het internationale bedrijfsleven van multinationals en financiële instellingen geworden. Door deregulering en privatisering ontstonden ‘enorme bedrijven, die zoveel marktmacht hadden dat ze de concurrentie grotendeels konden negeren of uitschakelen.’ Door hun marktmacht konden ze niet alleen de concurrentie uitschakelen, maar ook de politiek opkopen. In combinatie met de afgenomen macht van vakbonden en overheid vertaalt zich dat in stabiliserende lonen die niet stijgen bij een florerende economie omdat de ‘enorme bedrijven’ dat eenzijdig blokkeren. De ideeëngeschiedenis die Oudenampsen aan de hand van deze boekbespreking schetst en voor een breed publiek bereikbaar maakt biedt stof tot nader nadenken.

Foto: Schermafbeelding van de ‘oude digitale editie’ (achter betaalmuur) van het artikelDe maakbare markt’ van Merijn Oudenampsen in NRC Boeken, 14 september 2018.

NRC reageert op kritiek over berichtje Trump en islamitische kunst. Maar wil niet toegeven dat het feitenvrije journalistiek bedreef

leave a comment »

nrc

Op 30 december besteedde ik aandacht aan bovenstaand berichtje in NRC. Mede naar aanleiding van een FB-posting van Olphaert den Otter. Hij vond het een maf bericht, ik vond het een bericht dat politiek ontspoorde. Ik schreef er een kritisch commentaar over en attendeerde met een tweet NRC-ombudsman Sjoerd de Jong.

Hij zorgde dat m’n kritiek bij de reactie belandde. In een lezersbrief naast de rubriek van De Jong laat de redactie vandaag weten dat het berichtje van Gretha Parma niet zo bedoeld was. De redactie van NRC geeft toe dat het anders dan bedoeld uitpakte. De uitleg is deels verhelderend, maar deels onnodig defensief. Want de redactie verschuilt zich achter de bron The Art Newspaper en neemt geen verantwoordelijkheid voor de eigen journalistieke afwegingen. Daarbij interpreteert het het bericht van The Art Newspaper verkeerd.

In het berichtje heeft NRC het verband dat The Art Newspaper impliciet legde tussen de politiek van Trump (‘US prepares to inaugurate a president who once proposed banning Muslims from entering the country’) en de tentoonstelling in Dallas (‘the museum is reaffirming its commitment to Islamic art’) expliciet gemaakt. NRC suggereert een causaal verband waar The Art Newspaper de feiten alleen nevengeschikte. Ook nog eens met een beroep op die bron. Het woord ‘ondanks’ maakt het verschil tussen causaliteit en nevenschikking en is dus meer dan een vormverschil. De redactie gaat hieraan voorbij en accepteert de kritiek niet dat het om feitenvrije journalistiek gaat. Die feitenvrijheid bestaat er echter uit dat NRC een verband tussen feiten suggereert die zowel het Dallas Museum of Modern Art als The Art Newspaper niet voor hun rekening nemen.

Daarnaast is de actualisering van Gretha Pama nog om een andere reden ongepast en niet relevant. Het gaat voorbij aan de langdurige bruiklenen van de van oorsprong Europese Keir Collectie die niets met Trump te maken hebben. De erfgenamen kregen ruzie met een Berlijns museum en haalden ze daarom weg. Als Hillary Clinton de verkiezingen gewonnen had, was de tentoonstelling op exact dezelfde wijze gepresenteerd.

nrc

Foto 1: Schermafbeelding van bericht ‘Islamitische kunst Te zien in Dallas, ondanks Trump’ in NRC, 29 december 2016.

Foto 2: Schermafbeelding van lezersbrief George Knight en reactie van de redactie NRC, 7 januari 2017. (achter betaalmuur).

De Zeeuwse Ombudsman is onpartijdig en uitgesproken CDA’er

with one comment

modern2-wapen-vlag

‘De Ombudsman is onafhankelijk en kan zijn werk in vrijheid doen,’ aldus een toelichting over de Zeeuwse Ombudsman. Een logisch standpunt. Maar in Zeeland is onafhankelijkheid anders dan het elders is. Gertjan van der Brugge is voorzitter van de Zeeuwse Ombudsman geworden, zeg maar: hij is Zeeuwse Ombudsman.

zo

Zo worden Van der Brugges nevenfuncties gepresenteerd. Maar de belangrijkste nevenfunctie ontbreekt: kandidaat voor de Eerste Kamer namens het CDA. Hij staat voor deze partij op plaats 17. De kans bestaat dat Gertjan van der Brugge voor het CDA in de Eerste Kamer komt. Valt iemand onpartijdig te noemen die een politieke partij op het hoogste niveau vertegenwoordigt? Of zelfs al de sterke intentie heeft om dat te doen.

De Zeeuwse journalist Conny van Gremberghe kaart dit aan op zijn blog onder de titel ‘Hèhè, we hebben er een…’. Hij merkt op: ‘Over Van der Brugges bestuurlijke competenties zult U mij niet horen, die zal hij best wel hebben en wat mij betreft mag hij baantjes verzamelen als een ander postzegels, alleen die laatste functie had hem niet toebedeeld moeten worden. Simpelweg vanwege de taak van de ombudsman. Kijken we op de website van de Zeeuwse ombudsman dan lezen we de volgende taakomschrijving: „De Zeeuwse Ombudsman onderzoekt klachten over gedragingen van de aangesloten gemeenten of gemeenschappelijke regelingen. Dat kunnen gedragingen zijn van ambtenaren, bestuurders en bestuursorganen. De Zeeuwse Ombudsman zal na het onderzoek zijn oordeel geven en daarbij, indien noodzakelijk, aanbevelingen doen. Waar mogelijk zal hij door bemiddeling proberen de partijen tot elkaar te brengen.” Als je dat zo leest, dan is het natuurlijk van essentieel belang dat de ombudsman in kwestie onpartijdig en onafhankelijk is. Dat staat ook bij de verdere rolbeschrijving van de functionaris. Maar in het geval van Gertjan van der Brugge is die onpartijdigheid en onafhankelijkheid verre van gewaarborgd. De man is bestuurder, politicus, die overal in het Zeeuwse tentakeltjes heeft uitgespreid en dan moet het een keer fout lopen.

Een partijpoliticus die ombudsman wordt. Dat klopt niet. Wie haalt het in z’n hoofd om iemand met dit profiel te benoemen tot ombudsman? Anders gezegd, zijn de mensen die hem benoemd hebben evenmin onpartijdig en onafhankelijk? Je zou het bijna gaan denken. Evenals de mensen die de mensen benoemd hebben die Van der Brugge benoemd hebben. Het zal niet zo zijn dat dit uitsluitend in Zeeland voorkomt, maar als zoiets voorkomt is het vaak in Zeeland. Wat eraan te doen? Naar de Zeeuwse Ombudsman stappen helpt niet.

Zie hier voor blog Conny van Gremberghe.

Foto 1: Wapen van Zeeland.

Foto 2: Schermafbeelding van nevenfuncties bestuursvoorzitter Gertjan van der Brugge als Zeeuwse Ombudsman.

Nodig voor Nederland: transparantiewet en transparantieportaal

leave a comment »

the_lion_for_real

Vandaag is in Spanje het Transparantieportaal (‘portal de la transparencia’) gelanceerd. Het geeft Spanjaarden toegang tot gegevens die met de overheid en het openbare leven te maken hebben. Zoals contracten, subsidies, werkzaamheden van ministeries, budgetten, rechten en heffingen en bezoldiging van ambtenaren. Vraag is hoever de openheid gaat. Buitenlandse betrekkingen, openbare veiligheid en milieubescherming zijn uitgezonderd. Vooral uitsluiting van openbare veiligheid roept vragen op. TheLocal.es geeft bijzonderheden.

Openbaarheid is een middel om corruptie te bestrijden. Het mes snijdt aan twee kanten omdat corruptie een bedreiging van economische groei is. Eigenlijk aan drie kanten omdat het ook een manier is om nieuwe politieke partijen als het progressieve Podemos de wind uit de zeilen te nemen. En aan vier kanten als het om het verbeteren van het imago van Spanje gaat dat slechts 37ste staat op de Transparency Index 2014.

De digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom en de Piratenpartij pleiten in Nederland voor transparantie van overheid en openbaar bestuur. Waarbij deze organisaties dat doorgaans aan internetgebruik of vrije communicatie koppelen of het daar op toespitsen, terwijl dat slechts een verschijningsvorm is. Transparantie is echter een mentaliteit. Zeker nu in Nederland vanuit het huidige kabinet van VVD en PvdA een repressieve wind waait die inperkt, betuttelt, verhult en zelfs tegen Europese richtlijnen ingaat kan een transparantie portaal dat meer is dan politieke marketing een middel zijn om de partijpolitiek tegen zichzelf te beschermen. Nodig is een nieuwe transparantiewet. Transparantie is een modieus begrip. Niemand is er in beginsel tegen, maar evenmin willen de gevestigde politieke partijen dat het concreet wordt gemaakt. Dat moet veranderen.

In juni 2012 nam toenmalig kamerlid voor GroenLinks Mariko Peters een initiatief tot een transparante overheid met haar Nieuwe Wob. Dat mondde eind 2013 uit in de initiatiefwet Wet Open Overheid (Woo) van GroenLinks en D66 die onvoldoende politieke steun kreeg. Dat afgeschoten initiatiefvoorstel leest als een antiek bestuurlijk-ambtelijk wangedrocht dat zich niet op de burger van nu richt door een begin te maken om nieuwe technieken voor de informatievoorziening, besluitvorming, controle en verantwoording in te zetten.

De Spaanse Transparantiewet (‘Ley de Transparencia’) zegt: ‘In order to decisively foster access for all to information disseminated, the Transparency Portal shall be created, including not only information regarding which there is an active publicity obligation, but also that which is most frequently requested. The Portal will be a meeting point and dissemination hub, exemplifying a new way of understanding citizens’ right to access public information. It is also set forth here that the Central State Administration, the Administrations of the Autonomous Communities, and the entities forming the Local Administration may adopt collaboration measures for compliance with their active publicity obligations.

Foto: Eric Drooker, The Lion for Real. Credits: Eric Drooker.

NRC verschuilt zich in kwestie Demmink achter complexiteit

with 9 comments

nrcnaar1

Update 13 februari 2014: In het Katholiek Nieuwsblad beschuldigt Jan Poot de NRC van medewerking aan de Demmink-doofpot. Als voorafje van een opiniestuk dat morgen verschijnt. Poot verwijt de NRC een veel te passieve rol ingenomen te hebben in de kwestie Demmink. Hij vraagt de krant om te erkennen dat het gefaald heeft. Poot vermoedt dat de NRC en redacteur Marcel Haenen nog steeds deel uitmaken van een cover-up. Hij is door eigen bronnen binnen Justitie al gewaarschuwd voor de te verwachten desinformatie in de zaak Demmink. ‘Desinformatie die vermoedelijk via NRC en Marcel Haenen naar buiten zal worden gebracht.’

‘Dat is ook niet zo gek, want het ging om een baaierd van geruchten en anonieme beschuldigingen, versus herhaalde ontkenningen en onderzoek dat niets opleverde. Dan valt er weinig te melden, tenzij nieuwe feiten opduiken of de zaak – zoals nu is gebeurd – in een stroomversnelling raakt. Lezers zijn wel gevoelig voor het ‘verzwijgen’ van duistere zaken door de media, maar óók voor het opzetten van journalistieke ‘hetzes’.’ Aldus het commentaar vandaag  van een ombudsman in een landelijke krant.

Wat is hier het onderwerp? De NSA en Edward Snowden? De gaswinning in Slochteren? President Hollande en de breuk met de Franse ‘First Lady‘? De geaardheid van minister-president Rutte? Het kindermisbruik en de ontkenning ervan in de katholieke kerk? Het plagiaat in de sociale wetenschap? De rituelen bij de Mormonen?

Joris Demmink. De Ombudsman van de NRC wast z’n handen schoon.’Hebben de ‘gevestigde media’ zitten slapen?‘, vraagt Sjoerd de Jong retorisch. Om zichzelf het antwoord te geven als de slager die z’n eigen vlees keurt: ‘Nou, de krant hééft dus wel degelijk over de zaak geschreven, vanaf 2007 – maar inderdaad volgend, niet agenderend.’ Een kwalificatie die voor een kwaliteitskrant dodelijk zou zijn. Als die zichzelf serieus nam.

Wat is het verschil met de verhalen over de NSA en de samenwerking met Glenn Greenwald waar de NRC zo’n mooie sier mee maakte? Die trouwens opvallend tot stilstand zijn gekomen. Ook de verhalen over Edward Snowden en de NSA gingen over geruchten, anonieme beschuldigingen, ontkenningen en onderzoek dat niks opleverde. Totdat Edward Snowden zwart-op-wit met de feiten kwam die niet meer weggewimpeld konden worden. Daarbij haakte de NRC dankbaar aan. Maar als het over Demmink gaat ligt de lat blijkbaar hoger. Wacht even, is het niet de rol van serieuze journalistiek om zelf actief op onderzoek uit te gaan? Dat heeft de NRC in 10 jaar onvoldoende gedaan. En nu wringt de ombudsman zich in bochten om dat goed te praten.

Natuurlijk wordt er campagne tegen Demmink gevoerd. De Jong doet net alsof-ie de bron daarvan niet kent. Algemeen bekend is dat Jan Poot met z’n Chipshol-affaire. Volstrekt geen geheim. Het is geen schande als een nieuwsbron als de NRC het nieuws mist. Maar flauw is het om via een Ombudsman achteraf een gelijk te willen halen dat er niet is. De NRC heeft niet geïnvesteerd in de zaak Demmink. De rest is goedpraten. Sloom.

Foto: Hoofdredacteur Peter Vandermeersch bekijkt de eerste editie van NRC Handelsblad op tabloidformaat, 2011.