Door kindermisbruik en dwangarbeid beschadigde katholieke kerk kan eigen moraliteit beter niet als voorbeeld stellen. Bij een brief van Henk Bressers in NRC

Brief van Henk Bressers in NRC, 26 november 2021.

Deze brief in NRC van 26 november 2021 houdt een pleidooi voor religie. Afzender is Henk Bressers uit Den Haag. Hij is zeer waarschijnlijk lid Diaconie van de Pastoraatgroep van de Parochie Maria Sterre der Zee. Van die functie wordt bij de ondertekening van de brief geen melding gemaakt. Zodat niet duidelijk wordt gemaakt dat Bressers beroepsmatig is verbonden aan de Rooms-Katholieke kerk die zijn broodheer is en hij feitelijk voor eigen parochie preekt.

Het is gissen waarom de redacteur die verantwoordelijk is voor de rubriek Brieven in NRC niet heeft gevraagd of Bressers met zijn functie als lid van de Pastoraatgroep van een katholieke parochie ondertekent. Als de redacteur dat niet wist, dan lijkt het er sterk op dat de screening onvoldoende is geweest. Is hier de procedure gevolgd? Dit steekt des te meer omdat het over een onderwerp gaat dat de kern van Bressers’ beroepsleven is: religie.

Bressers heeft het over maatschappelijke verloedering en ziet daarvoor religie als oplossing. Zijn impliciete claim, dat hij ‘verboden terrein’ noemt, is dat religieuze organisaties het beste in morele ijkpunten of moraliteit voorzien omdat ‘daar wel alles klaar ligt over dit onderwerp’. Daarmee gaat hij op twee manieren de fout in.

Het is een ongekende brutaliteit dat Bressers redeneert vanuit een religieuze organisatie als de katholieke kerk die moreel zo ontspoord is. Je moet maar durven om een katholieke kerk die door het grootschalig en decennialang kindermisbruik door priesters en door de dwangarbeid in naaiateliers en wasserijen van meer dan 15.000 meisjes en vrouwen moreel door de bodem is gezakt, voor te stellen als een voorbeeld van moraliteit.

Het valt te begrijpen waarom Bressers dit doet. Hij zal de aanvallen op de katholieke kerk door de slachtoffers, het aarzelend, halfslachtig antwoord op het kindermisbruik en de dwangarbeid door al die bisschoppen en het chagrijn om verbonden te zijn aan zo’n controversiële religieuze organisatie onderhand beu zijn. Rot gijzelt zijn kerk. De sfeer zal er bepaald niet jubelend meer zijn.

Bressers wil daar iets positiefs tegenover zetten. Een blijde boodschap. Daarom verzwijgt hij dat hij verbonden is aan de katholieke kerk en probeert tegelijk religie in het zonnetje te zetten.

Naast al het onrecht dat de katholieke kerk in de laatste eeuw jongeren en vrouwen heeft aangedaan en waarvoor het nu ter verantwoording wordt geroepen overspeelt Bressers zijn hand als hij stelt dat wij ‘met de religie deze eigenschappen [bezinning, ingetogenheid, nederigheid, naastenliefde en .. simpel buigen] als structurele invulling van ons leven zijn kwijtgeraakt’.

Het is van een verregaande arrogantie van Bressers om vanuit het perspectief van een katholieke kerk die moreel zo is ontspoord te suggereren dat mensen die zich niet laten inspireren door religie de morele eigenschappen zijn kwijtgeraakt. Met deze houding toont hij minachting voor mensen met een andere levensovertuiging die haaks staat op zijn claim dat religie het beste voorziet in bezinning, ingetogenheid, nederigheid en naastenliefde. Hij lijkt niet door te hebben dat hij door zo’n hooghartige houding zichzelf tegenspreekt en het tegendeel van bezinning, nederigheid en naastenliefde toont.

In Nederland zegt volgens onderzoek van het CBS dat een meerderheid van de bevolking (2019: 54.1%) zich niet door religie laat inspireren. Religie heeft in de afgelopen 50 jaar veel aan maatschappelijke invloed verloren. De samenleving is in ontwikkeling en de functies van religie worden geleidelijk vervangen door andere sectoren. Dat varieert van populaire cultuur tot kunst.

Dat Bressers een achterhoedegevecht voert voor zijn moreel onder druk staande katholieke kerk valt hem niet te verwijten, maar wel dat hij de moraliteit voor religie exclusief opeist.

Antwoord aan Stephan Sanders: Verbied delen van de katholieke kerk waar samenzwering bewezen kan worden

Schermafbeelding van deel columnVerbied niet de katholieke kerk maar het criminele gezin‘ van Stephan Sanders in NRC, 11 oktober 2021.

Moeten we aandacht besteden aan een Rooms-Katholieke opinieleider die in een column het onrecht in zijn kerk relativeert en met What About-redeneringen probeert weg te poetsen?

Ik twijfel. Meningen mogen verschillen. Iedereen heeft daar recht op. Het is te vermoeiend om bij een vermeend ‘verkeerde’ mening elke keer weer in de pen te klimmen. Maar een betoog dat op een slordige wijze het onrecht goedpraat gaat toch een grens over en behoeft op z’n minst correctie?

Het gaat om Stephan Sanders die tegenwoordig een column op maandag in NRC heeft. In zijn bijdrage van 11 oktober met de titel ‘Verbied niet de katholieke kerk maar het criminele gezin‘ schrijft hij het volgende:

Schermafbeelding van deel column ‘Verbied niet de katholieke kerk maar het criminele gezin‘ van Stephan Sanders in NRC, 11 oktober 2021.

De titel oogt als satire. Hoe belachelijk die is blijkt als je die verandert in ‘Verbied niet de oorlogsmisdadiger maar het criminele gezin‘ of ‘Verbied niet de maffia maar het criminele gezin‘. Wat volgt leest als een parodie op een column waarin de schijnredeneringen over elkaar heen buitelen. Sanders gaat niet in op het onrecht binnen de Rooms-Katholieke kerk en het systematisch verhullen daarvan, maar zoekt de afleiding en probeert de kritiek af te zwakken en om te buigen. Hij pretendeert zelfs aan de kant van de slachtoffers te staan. Hiermee bespot hij vooral zichzelf als herboren katholiek.

In bovenstaand citaat verwijst Sanders naar Jan Derksen die in de Volkskrant van 8 oktober 2021 in een brief de vraag stelde waarom hij niemand hoorde over een verbod op de katholieke kerk.

Derksen heeft trouwens niet goed opgelet, want in een commentaar van 6 oktober 2021 pleitte ik, in navolging van wat er in de VS gebeurt waar een rechtszaak loopt tegen een bisdom, voor het verbieden van delen van de Rooms-Katholieke kerk vanwege de grootschalige pedofilie en het stoppen in de doofpot daarvan dat als een samenzwering opgevat kan worden:

Schermafbeelding van deel commentaarDelen van Nederlandse katholieke kerk kunnen aangemerkt worden als criminele organisatie wegens samenzwering over kindermisbruik en faciliteren pedofilie‘ van George Knight, 6 oktober 2021.

Aanleiding om delen van de katholieke kerk te verbieden is dus niet zozeer het decennialang praktiseren van pedofilie door priesters en het verhullen daarvan door de kerkleiding en het tegenwerken van de juridische autoriteiten, maar het complex van maatregelen dat als een de samenzwering opgevat kan worden en tot de ondubbelzinnige conclusie leidt dat dat deel van de Rooms-Katholieke kerk opereert als criminele organisatie. Ik parafraseerde dat in mijn commentaar op de volgende manier:

Schermafbeelding van deel commentaarDelen van Nederlandse katholieke kerk kunnen aangemerkt worden als criminele organisatie wegens samenzwering over kindermisbruik en faciliteren pedofilie‘ van George Knight, 6 oktober 2021.

Aanmerken van ‘de’ Rooms-Katholieke kerk als criminele organisatie is onhaalbaar en te grof. Dat kan stellig opgevat worden als symbool om niet letterlijk uit te voeren zoals Sanders opmerkt, maar dat leidt nog niet tot de conclusie dat er niks moet gebeuren of geen juridische middelen zijn om te handelen.

Het gaat immers om een wereldkerk met vele afdelingen in vele landen die afwijkend van aard, karakter, werkwijze en politieke kleuring zijn. Het gaat erom om de rotte delen van de katholieke kerk aan te wijzen, aan te klagen en met juridische middelen te verbieden als de samenzwering tussen de in overtreding zijnde pedofiele priesters en de kerkleiders die de pedofilie faciliteerden en mogelijk nog steeds faciliteren en de rechtsgang blokkeerden aangetoond kan worden.

Nodig is een zorgvuldige juridische procedure die maatwerk levert en die delen van de katholieke kerk als criminele organisatie aanklaagt waarvan aan de hand van getuigenissen en documenten overtuigend aangetoond kan worden dat het onrecht er in de afgelopen decennia systematisch heeft kunnen woekeren en het wereldse recht bewust buiten de deur is gehouden en het canonieke recht als substituut werd ingezet om niet te handelen.

De voorwaarde om dit aan te pakken is de politieke wil om de positie van een traditionele religieuze organisatie tegen het licht te houden. Dat vraagt lef en ambitie die op dit moment in Nederland ontbreekt. Uitgangspunt moet noch het bashen van de katholieke kerk zijn, noch het maatschappelijk taboe om niet te handelen, maar het doorlopen van een zorgvuldige rechtsgang waarbij daden en feiten leidend zijn. Daar kan niet bij voorbaat blindelings voor weggekeken worden omdat het om een gevestigd instituut gaat. Wegkijken ondermijnt het vertrouwen in de rechtspraak en bevestigt het idee van klassenjustitie.

Juridisch maatwerk is de nuance die zowel Jan Derksen als Stephan Sanders missen. Ze vluchten op hun eigen manier in het grote gebaar door respectievelijk grof geschut in te zetten of hun kop in het zand te steken. Laten we hun mening beschouwen als inleidende beschietingen in een juridisch gevecht dat in Nederland nog van start moet gaan.

Delen van Nederlandse katholieke kerk kunnen aangemerkt worden als criminele organisatie wegens samenzwering over kindermisbruik en faciliteren pedofilie

Schermafbeelding van deel artikelRICO Lawsuit Filed Against the Archdiocese of Los Angeles and the Diocese of Tucson‘ in Los Angeles Injury Law News, 28 januari 2021.

Op 3 oktober 2021 schreef ik een kort commentaar op FB toen op Politico het eerste bericht verscheen over het misbruik van kinderen in de Franse katholieke kerk: ‘

In Nederland probeert de Deventer Theo Bruyns die als 13-jarige werd misbruikt in het seminarie in Helmond de katholieke kerk te laten verbieden als criminele organisatie. Tegen RTL Nieuws zei hij in 2019: ‘Als je iets tegen deze kerk wilt beginnen, moet je het voor elkaar krijgen dat die wordt bestempeld als een criminele organisatie‘.

Uit een bericht van september 2020 in de Stentor blijkt dat Bruyns’ procedure niets heeft opgeleverd omdat Jusititie weigert om de katholieke kerk als criminele organisatie te vervolgen. Volgens Bruyns ‘legitimeert justitie met deze stap de misstanden in de kerk’. Advocaat Jan Boone hielp Bruyns en spande belangeloos een artikel 12-procedure bij het Gerechtshof Arnhem/ Leeuwarden aan. De Stentor citeert de motivatie van het Gerechtshof: ‘Gebrek aan bewijs, onhaalbaarheid van strafvervolging en niet in het algemeen belang‘.

Interessant in dit verband is de Belgische rechtszaak tegen de Scientology Kerk. Dat leidde tot een langdurig juridisch gevecht waarbij de Kerk uiteindelijk door de correctionele rechtbank geen criminele organisatie werd genoemd. Dat gebeurde echter niet om principiële redenen, maar volgens een bericht van VRT Nieuws omdat ‘het dossier te onduidelijk en te onvolledig‘ was. Ofwel, het is in België in principe mogelijk om te bewijzen dat een religieuze organisatie een criminele organisatie is met als uiterste sanctie het verbod ervan.

De zaak van Theo Bruyns vs. de katholieke kerk lijkt ook te lijden hebben gehad aan een gebrekkige bewijsvoering. De motivatie bij het vonnis van het Gerechtshof ziet eruit als een mandje met ongelijksoortige beweringen. Het valt goed in te zien dat de bewijsvoering onvolledig en onvoldoende is, maar het is lastig te begrijpen dat strafvervolging onhaalbaar is en niet in het algemeen belang. Het valt namelijk niet in te zien dat indien de katholieke kerk een criminele organisatie is het niet in het algemeen belang zou zijn om die te verbieden.

De fout is dat het juridisch te grof is en een te hoge lat voor de bewijsvoering om ‘de katholieke kerk’ of ‘de paus’ aan te spreken. Ook omdat het een internationale organisatie is waar het Nederlands recht niet van op toepassing is.

Advocaat Boone heeft al in eerder geprobeerd om katholieke organisaties zoals het bisdom Utrecht en Rotterdam te laten verbieden, maar heeft nul op het tekst gekregen wegens ‘gebrek aan onderbouwing‘ volgens een bericht van december 2011 in Het Parool. Dit maakt opnieuw duidelijk dat het laten verbieden van (delen van) de katholieke kerk principieel niet onmogelijk is, maar wel een goede, overtuigende bewijsvoering vraagt.

De lat ligt extra hoog omdat binnen de rechterlijke macht en de politiek de gevestigde godsdiensten extra worden beschermd boven de normale juridische argumenten uit. Het niet accepteren van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster als godsdienst door het Gerechtshof Den Bosch en de Raad van State maakt dat duidelijk, zoals dit commentaar concludeert. Bestaande godsdiensten hebben een streepje voor en nieuwe godsdiensten die zich op de religieuze markt wagen worden tegengewerkt. Een normatief pro-katholiek artikel van René Guldenmund dat zich vermomt als objectief, maar dat niet is geeft aan hoe bevooroordeeld degenen zijn die hierover oordelen.

Een specifieke parochie, katholieke school of bisdom kan dus focus zijn van een rechtszaak waar kinderen werden misbruikt en waarover bewezen kon worden dat het misbruik via misleiding door de kerkleiders in de doofpot werd gestopt. Vervolgens kan dat aan de hand van deze rechtszaak uitgebreid worden naar andere delen van de Nederlandse katholieke kerk indien sprake was van kindermisbruik, het moedwillig in de doofpot stoppen daarvan en het samenspannen om het te verhullen door de priesters over te plaatsen.

In de VS bestaat er de RICO wet, ofwel de Racketeer Influenced and Corrupt Organizations die tegen criminele organisaties als de maffia kan worden ingezet, maar ook tegen organisaties die een maatschappelijk belang dienen. Joseph O’Brien toont in een betoog uit 2019 aan dat in de VS de katholieke kerk er niet gerust op kan zijn om niet vervolgd te worden als criminele organisatie in die staten waar de RICO-wet van toepassing is.

Hierboven wordt het voorbeeld genoemd van de RICO-wet die ingezet wordt tegen het aartsbisdom Los Angeles en het bisdom Tucson vanwege kindermisbruik. Voor de Nederlandse situatie lijkt de volgende constatering van belang: ‘Hoewel sommigen kritiek hebben geuit op het aanhangig maken van rechtszaken van RICO tegen de katholieke kerk, is dergelijk gedrag van het overbrengen van bekende pedofielen naar andere parochies waar ze op meer onschuldige kinderen jagen, crimineel. Wanneer topfunctionarissen op de hoogte zijn van de geschiedenis van een in overtreding zijnde priester, deze negeren en hem toch naar een andere parochie overbrengen, wordt dat samenzwering’.

In Nederland is er artikel 140 Sr dat gaat over ‘een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven‘ ofwel een criminele organisatie. Het met medeweten van de kerkleiding overbrengen van betrapte pedofiele priesters naar andere parochies waar ze nieuwe kinderen tot slachtoffer maken kan opgevat worden als samenzwering. Het is aangetoond in het rapport van de commissie Deetman (2011) dat dit in Nederland structureel is gebeurd.

Wikipedia zegt hierover: ‘Ook in Nederland werden vele priesters overgeplaatst naar plekken verwijderd van de plek waar een mogelijk schandaal dreigde. De overplaatsingen vonden ook naar landen buiten Nederland plaats. In vele gevallen vonden verplaatsingen naar andere landen en zelfs continenten plaats. Het omgekeerde, waarbij Nederland als uitwijk- of verblijfsplaats fungeerde voor buitenlandse geestelijken, kwam ook voor. De gevallen laten zien hoe de verschillende kerkprovincies elkaar over de landsgrenzen heen behulpzaam waren, dan wel probeerden probleemgevallen op elkaar af te schuiven‘.

Het valt niet in te zien waarom het onhaalbaar en niet in het algemeen belang is om genoemde deelnemers aan deze samenzwering te bestraffen en de katholieke (deel)organisatie waarbinnen dat gebeurde aan te merken als criminele organisatie wegens samenzwering. Voorwaarde is dat het bewijs goed onderbouwd wordt en de zaken nog niet verjaard zijn, maar strikt juridisch is een verbod van delen van de katholieke kerk en de bestraffing van de verantwoordelijke kerkleiders mogelijk.

Krimp geeft katholieke kerk kans om ontspannen terug te keren naar oude roeping

Schermafbeelding van deel artikelMinder gelovigen, geld en pastorale krachten: aartsbisdom Utrecht maakte moeilijk 2020 door‘ in het Katholiek Nieuwsblad, 8 juli 2021.

Afgelopen dinsdag 6 juli 2021 publiceerde het Aartsbisdom Utrecht het jaarverslag 2020. Er wordt een beeld in gegeven dat ondanks ‘praktische moeilijkheden en beperkingen die de coronapandemie met zich bracht‘ de betrokkenen zich goed hebben ingezet, maar dat het vechten tegen de bierkaai is. De middelen in geld en personeel zijn ontoereikend. De financiële situatie van het aartsbisdom is slecht en de ontkerkelijking eist zijn tol. Die zou in 2020 versneld zijn.

Uit statistieken van het CBS blijkt dat in 2019 20,1% van de Nederlandse bevolking aangaf Rooms-katholiek te zijn. In 2015 was dat nog 25,3%. In vier jaar heeft dus 20% van het aantal katholieken de kerk verlaten. Dat heeft te maken met de publiciteit over het kindermisbruik door pastoors en andere kaderleden van de kerk en de daaropvolgende deels mislukte pogingen van de kerkleiding om dat in de doofpot te stoppen. Het heeft ook te maken met natuurlijk verloop. De aanhang veroudert en de aanwas van jongeren blijft achter. In 2020 kwam daar de coronapandemie bovenop waardoor een nieuwe afkalving van het aantal katholieken als deel van de bevolking valt te verwachten. Het jaarrapport sorteert daar op voor. Het aartsbisdom Utrecht schetst een minderheidskerk die probeert te overleven.

Een recensie door Sjoerd Mulder in Trouw van het boekGeloof en godsdienst in een seculiere samenleving‘ van de Belgische kardinaal Jozef De Kesel valt op te vatten als een aanvulling op het jaarrapport van het aartsbisdom Utrecht. De Kesel plaatst kanttekeningen bij de ontkerkelijking en ziet die niet als negatief. Mulder: ‘Sterker nog, volgens De Kesel moeten we rekening houden met de mogelijkheid dat het christendom wellicht uit ons werelddeel verdwijnt. Die verrassende optiek hangt samen met zijn overtuiging dat de westerse meerderheidskerk een historische uitzonderlijkheid was. Het is volgens hem veel natuurlijker, veel passender voor wat de kerk in wezen is, om als kerk marginaal te zijn, aan de rand van de maatschappij.’ De theorie van kardinaal De Kesel brengt het aartsbisdom Utrecht in praktijk.  

De Kesel schetst het kader waarbinnen de Europese Rooms-katholieke kerk in de toekomst moet opereren. Niet het winnen van zieltjes of het verwerven van wereldse macht via de kerk is daarbij het doel, dus het streven naar meer, maar het tevreden zijn met wat het nu is. Een kleine, compacte kerk is waarde op zichzelf.

De Kesel: ‘Missionering betekent niet noodzakelijk christianisatie van de samenleving. Missionering mag niet verward worden met het herstel van een homogeen christelijke beschaving. De Kerk is niet geroepen om stilaan zelf de wereld te worden en de ganse samenleving in haar schoot op te nemen. De Kerk is de gemeenschap van christenen, niet de verzameling van de bevolking‘.  

Deze teruggang naar het proberen te hervinden van een vroegere kern van een oude kerk is interessant. De Kesel heeft gelijk dat deze ontspannen omgang met de onvermijdelijke krimp van de kerk een nieuwe vrijheid biedt. Een minderheidskerk waar nu waarschijnlijk nog ongeveer 15% van de bevolking lid van is geeft ruimte om meer dan voorheen de eigen roeping te volgen. De pretentie van machtsuitoefening die toch niet meer succesvol kon worden gerealiseerd kan worden losgelaten.

Het secularisme biedt in Nederland en België alle godsdiensten en levensovertuigingen de garantie van de staat gelijkwaardig en waardig beschermd te worden onder de rechtsstaat. Dat is de verzekering voor de toekomst van de Rooms-katholieke kerken van Europa.

Zaak Michael Jackson toont aan dat musea op moeten passen met het binnenhalen van sociale fenomenen uit de populaire cultuur

De vraag wat er pleit tegen de tentoonstelling ‘Michael Jackson: On the Wall’ roept de vraag op wat er voor pleit. De tentoonstelling is ontwikkeld door de National Portrait Gallery in Londen met medewerking van de Michael Jackson Estate en reisde daarna door naar Parijs en zal de Kunsthalle Bonn (22 maart – 14 juli 2019) en het Espoo Museum of Modern Art (EMMA) in Finland (21 augustus 2019 – 26 januari 2020) aandoen.

Een persbericht van de Kunsthalle zegt: ‘Michael Jackson is een van de meest invloedrijke kunstenaars die de 20e eeuw heeft voortgebracht. Ook in de 21e eeuw blijft zijn erfenis ongekend populair. Zijn enorme impact op de gehele popcultuur is alom bekend, maar bijna niemand heeft weet van zijn aanzienlijke invloed op de moderne kunst.’ Dat is een nieuwe invalshoek, namelijk dat Michael Jackson ‘aanzienlijke invloed’ op de ‘moderne kunst’ heeft gehad. Met dat laatste wordt waarschijnlijk de hedendaagse westerse kunst bedoeld.

Dat valt van meer iconen uit de populaire cultuur te zeggen, zoals Elvis Presley, James Dean, The Beatles, Madonna, Prince, Yves Saint Laurent, David Bowie of Mickey Mouse. Een persbericht van het EMMA zoekt de verklaring voor de populariteit van Jackson vooral in de kwantiteit: ‘Almost a decade after his death, Jackson’s influence has not waned: his record sales, now in excess of one billion, continue to grow; his short films are still watched; and his enormous fan base remains loyal.’ Rechtvaardigen volksgunst en naamsbekendheid in de populaire cultuur een tentoonstelling met werk van onder meer Dara Birnbaum, Isa Genzken, Michael Gittes, Paul McCarthy, Grayson Perry, Mark Ryden en Andy Warhol in een gerenommeerd museum?

De aandacht voor een tentoonstelling die Jackson als uitgangspunt heeft wordt door deze musea verantwoord door hem als een sociaal fenomeen te presenteren. Dat is een schijnverklaring. Want een sociaal fenomeen is nog geen voldoende reden voor een museumpresentatie. Waarom is dan wel deze tentoonstelling ”Michael Jackson: On the Wall’ ontwikkeld? Is het te plat om te zeggen dat het een vehikel is voor sponsors die hun naam eraan willen verbinden omdat een icoon uit de populaire cultuur altijd bezoekers trekt? Zodat de musea met hun populisme de kloof met het volk kunnen verkleinen en het volk krijgt wat het graag wil vreten, namelijk het bekende. En bovenal musea met zakken geld van de sponsors hun balans kunnen oppoetsen.

Ach, nu is er de kritische documentaire Leaving Neverland waarin Michael Jackson van kindermisbruik wordt beticht. Zelfs het op veilig spelen door musea biedt geen garantie meer voor de toekomst. Musea kunnen beter terugkeren naar hun kernzaak en zich niet af laten leiden door bezoekcijfers, sponsorgeld en het behagen van volk en politiek. Musea moeten op scherp zetten, niet behagen en zelf populair willen zijn.

Het ‘National Football Museum’ in Manchester loopt vooruit op de ontmanteling van Jackson als sociaal fenomeen en heeft een standbeeld van hem verwijderd, aldus een bericht in The Sun. Het museum geeft als commentaar: ‘While it’s not our place to comment on or react to allegations made in the new documentary, it’s our intention as part of our new plans for transforming the museum over the coming months to tell relevant stories about football.’ Kortom, een voetbalmuseum behoort in de kern over voetbal te gaan en een kunstmuseum over kunst. Door teveel belang te hechten aan marketing en bezoekcijfers kunnen musea onderuit gaan omdat ze geen controle hebben over het fenomeen dat ze willen presenteren en dat op hen af moet stralen. Dat kan positief, maar ook negatief. Dat is de keerzijde zoals de zaak Michael Jackson aantoont.

Voorlopig verslag: Rooms-Katholieke kerk van Illinois stopte 500 gevallen van kindermisbruik door priesters in de doofpot. Dus?

Er is een verband tussen godsdienst en bedrog, zoals een nieuw doofpotschandaal in Illinois aantoont. Volgens een voorlopig verslag van minister van Justitie Lisa Madigan hield de leiding van de katholieke kerk meer dan 500 gevallen van seksueel misbruik van minderjarigen door priesters van de Rooms-Katholieke kerk jarenlang geheim. Dat is obstructie van het recht. Een artikel van de New York Times geeft de details.

Dit ontwijken van verantwoordelijkheid maakt duidelijk dat de Rooms-Katholieke kerk niet bij machte is om de eigen organisatie door te lichten en ‘de crisis van geestelijken en seksueel misbruik alleen op te lossen’. Dit geval staat niet op zichzelf. Er zijn wereldwijd meer van dit soort gevallen van misbruik van minderjarigen door priesters die door de kerkleiding geheel of gedeeltelijk in de doofpot zijn gestopt. Slachtoffers worden geïntimideerd om te zwijgen. Dit is onaanvaardbaar. Het zelfregulerend vermogen van de katholieke kerk schiet tekort om zelf orde op zaken te stellen. De autonomie van religieuze organisaties maakt ingrijpen door de overheid lastig. Van de andere kant kan dit ontlopen van verantwoordelijkheid door een kerk niet worden getolereerd. Mede vanwege de vele jeugdige slachtoffers die geen genoegdoening krijgen. Dit betreft een religieuze organisatie die notabene claimt om gelovigen geestelijke leiding en richting te geven. Maar die in eigen huis het verkeerde voorbeeld geeft. Hoe hol klinkt zo’n claim van de katholiek kerk die niet alleen een dekmantel biedt voor misbruikplegers, maar dat misbruik vervolgens op een georganiseerde wijze toedekt?

Vraag is hoe religieuze instellingen als de Rooms-Katholieke kerk vanuit zowel de inhoudelijke dogmatiek als de machtspolitieke opstelling beoordeeld moeten worden. Het is onderhand duidelijk door vele gevallen die in de doofpot gestopt werden en daar door juridische autoriteiten of klokkenluiders weer uit zijn gehaald dat religieuze instellingen niet op hun mooie woorden geloofd kunnen worden. Ze kunnen vanwege de rechten die de rechtsstaat biedt evenmin generiek verboden worden. Er zijn steekhoudende overwegingen om een religieuze organisatie als de Rooms-Katholieke kerk aan te merken als criminele organisatie, maar uiteindelijk is dat een te grof middel dat juridisch niet standhoudt. Duidelijk evenwel is dat zelfregulering door de Rooms-Katholieke kerk of een ‘onafhankelijke’ klachtencommissie die door de kerk zelf is ingesteld niet werkt en het probleem van kindermisbruik door priesters niet goed in kaart brengt en evenmin oplost voor de toekomst.

Frank Bosman betreurt het dat rooms-katholieken zich uitschrijven

Antwoord op ‘cultuurtheoloog’ Frank Bosman die vanuit de achterhoede van een zich terugtrekkend religieus leger de positie van de Nederlandse religieuze organisaties probeert te verklaren, soms zelfs te verdedigen. Dat doet hij onder andere als commentator voor de EO. In zijn verdediging neemt hij half-verklarend, half-politiserend godsdienst als fenomeen in bescherming en probeert het als noodzakelijk, onherroepelijk en onvermijdbaar voor te stellen. Onder meer als hij zegt: ‘Je kan wel uit de kerk stappen, maar de kerk stapt niet uit jou. De kerk laat in principe niemand gaan.’ Dat betekent dat iemand die gedoopt is nooit definitief uit de kerk kan stappen. Dat is een dogmatisch standpunt dat mensen buiten de kerk tegen hun zin opgedrongen wordt. Want ook buiten de kerk worden ze nog geclaimd door de kerk. Het is duidelijk dat dit standpunt er niet aan meehelpt om kerken het beetje sympathie en reputatiewaarde dat ze nog bezitten te laten behouden.

Foto: Schermafbeelding van FB-post van Frank Bosman met eigen reactie, 18/19 september 2018.

Wat zeggen kindermisbruik door Katholieke kerk in Pennsylvania en het verzwijgen over de geestelijke volwassenheid van de kerk?

Predator priests’ is het etiket dat media op de roofdier priesters van de Rooms-Katholieke kerk in Pennsylvania plakken. De feiten kwamen gisteren naar buiten in een rapport van het ministerie van Justitie van de staat dat het misbruik van kinderen gedurende 70 jaar en de tegenwerking van de hoogste kerkleiding in het 18-maanden lange onderzoek beschrijft. Meer dan 300 katholieke priesters misbruikten meer dan 1000 geïdentificeerde kinderen, maar waarschijnlijk zijn er duizenden meer gevallen. Minister Shapiro zei in een persconferentie dat ‘vanwege de manipulatie door de kerk van onze zwakke wetten in Pennsylvania’ vele roofdier priesters uit handen van Justitie konden blijven. Zo zijn feiten verjaard. Het gaat dus hier niet alleen om misbruik van kinderen door katholieke priesters, maar ook om obstructie door de katholieke leiding van de rechtsgang. De katholieke leiding ondernam geen actie, deed geen melding en stopte het misbruik in de doofpot. Het vermoeden bestaat dat de leiding van de katholieke kerk wereldwijd nog steeds deze misdaden van de eigen kerkelijke beambten toedekt en schoon schip weigert te maken. Wellicht daar geestelijk niet toe in staat is. Dit is merkwaardig omdat levensbeschouwing en zingeving tot de kernproducten van de katholieke kerk behoren. Dit roept de vraag op wat zo’n kerk met een gedrag van kindermisbruik en het ontwijken van verantwoordelijkheid nog waard is. De slotsom voor de VS is dat de instituties (regering, overheidsdiensten, kerk) waar mensen eeuwenlang blindelings op vertrouwden nu die mensen laten vallen. Hoe dit tij te keren?

Filippijnse president Duterte vindt God dom en stelt Gods bestaan ter discussie. Mag hij dat binnen de grondwet zeggen, of niet?

De 16e president van de Filippijnen Rodrigo Duterte staat bekend om controversiële uitspraken en gedrag. Zo riep hij op om drugsdealers en verslaafden te vermoorden. Naar verluidt werden na die oproep meer dan 3600 mensen gedood. Maar er zijn controversiële uitspraken die goed en die slecht liggen bij de achterban.

Bij een bevolking die voor meer dan 80% staat geregistreerd als Rooms-Katholiek is een relativerende uitspraak over God per definitie afkeurenswaardig. Zo noemde hij onlangs God dom (‘stupid’) en zijn eigen God perfect. Hierop ontstond kritiek, maar een politicus van het kaliber Duterte bindt in zo’n geval niet in, maar verdubbelt zijn inzet. Zoals autoritaire leiders als Trump, Putin en Erdogan doen. Zodat een nieuwe controverse geboren is. Want hij stelt dat als iemand kan bewijzen dat God bestaat hij belooft af te treden, aldus een bericht van AP. Het bewijs mag van de president met een foto of selfie geleverd worden.

Vraag is of de president met zijn kritiek op God onder de vrijheid van religie of meningsuiting valt en hij dat mag zeggen of dat hij ermee in conflict met de preambule van de grondwet komt. Een woordvoerder herinnerde eraan dat Duterte ooit onthulde dat hij als student seksueel misbruikt is door een Rooms-Katholieke priester. Dat zou zijn uitspraken over de in zijn ogen domme en niet-bewijsbare God verklaren. Het is een juridische kwestie of Duterte in conflict komt met de grondwet waarvan de preambule zegt ‘wij smeken de hulp van de almachtige God af’ als hij God dom noemt of het bestaan van God ter discussie stelt.

Maatschappelijk lijkt de president bij de gelovige bevolking weerstand op te roepen. Wat hij met zijn kritiek op God denkt te winnen is onduidelijk. Zijn optreden is ongepast. Het is het spiegelbeeld van regeringsleiders die hun land en bevolking hun God willen opleggen. Dat is onaanvaardbaar omdat burgers voor zichzelf moeten kunnen beslissen. Evengoed moeten regeringsleiders niet het omgekeerde doen en hun land en bevolking een God afnemen. De kwestie roept nog een andere, meer principiële vraag op, namelijk waarom de preambule van de Filippijnse grondwet naar ‘de almachtige God’ verwijst. Dat sluit burgers van de Filippijnen die niks met God en religie hebben buiten. Ook dat is ongelukkig en onaanvaardbaar. Een debat daarover is zinvol.

Foto: Schermafbeelding van preambule van de Filippijnse grondwet (1987).

Misbruik van kinderen is geworteld in islamitische scholen in Pakistan

Het is het oude liedje, mensen misbruiken hun machtspositie. In veel gevallen biedt godsdienst daarvoor de perfecte dekking. Juist omdat godsdienst per definitie uitgaat van goedgelovigheid, zich beroept op fictie die niet te controleren valt en daardoor gelovigen makkelijk om de tuin kan leiden. Dit element is een bezwaar van de georganiseerde religie. Zoals het misbruik van kinderen van arme ouders op islamitische Koranscholen in Pakistan. MeToo slaat machteloos dood in Pakistan waar macht ongelijk verdeeld is, corruptie welig tiert en vertegenwoordigers van islamitische organisaties zich onaantastbaar achten. Omdat ze gedekt worden.

Persbureau AP zegt daarover in een toelichting: ‘Uit een AP-onderzoek is gebleken dat seksueel misbruik een wijdverbreid probleem is bij madrassas of islamitische scholen in Pakistan. Maar in een cultuur waarin geestelijken krachtig zijn en seksueel misbruik een taboe-onderwerp is, wordt het zelden besproken of zelfs maar erkend.’ De paradox is dat goed onderwijs het antwoord is, maar dat de overheid dat niet levert en de islamitische scholen evenmin. Zo worden kinderen van arme ouders tot speelbal van mullahs gemaakt.