George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kolonialisme

Trump zegt staatsbezoek aan Denemarken af omdat het Groenland niet wil verkopen. Toch is nadenken over een nieuwe status zinvol

with 2 comments

President Donald Trump heeft een gepland staatsbezoek aan Denemarken afgezegd omdat dit land niet wil ingaan op zijn suggestie om Groenland te verkopen. Trump zou Denemarken op uitnodiging van koningin Margrethe II op 2 september 2019 bezoeken. Aanvankelijk werd gedacht dat het om een grap ging, maar bij nader inzien meende Trump het serieus. De Deense premier Mette Frederiksen omschreef Trumps suggestie als ‘absurd’. Trump toont geen respect voor Denemarken en Groenland, dat een autonome status heeft binnen het Deense Koninkrijk. Groenland maakt in tegenstelling tot Denemarken geen deel uit van de EU.

Onbegrijpelijk is Trumps idee niet omdat Groenland geologisch deel van Noord-Amerika uitmaakt. Aansluiting bij het aangrenzende Canada zou om staatkundige en culturele redenen echter logischer zijn. Daarnaast is het vreemd dat als Trump het werkelijk serieus meent hij dit niet beter voorbereidt en achter de schermen in gesprekken met Denemarken, Canada, Groenland en de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van de EU bespreekt voordat hij er de openbaarheid mee opzoekt. Nu gooit Trump zijn eigen glazen en die van zijn opvolger in doordat hij zijn huiswerk niet heeft gedaan en voor zijn beurt spreekt.

Door de klimaatopwarming en de arctische expansie en ontginning die samengaat met toenemende economische en militaire ontwikkelingen is het denkbaar dat Groenland op termijn een andere status krijgt. Juist om het te beschermen tegen indringers. Want dit gebied komt geleidelijk aan het front van de strijd tussen staten te liggen. Met de Russische Federatie en China die om economische redenen belang hebben bij een noordelijke doorgang van Europa naar Oost-China en de ontginning van gasvoorraden in het poolgebied.

Wat rest is hoon jegens Trump die zich laat kennen als kortzichtig en heetgebakerd. Als iemand die de 24-uurs nieuwscyclus blijft overstelpen met losse flodders, proefballonnen en illusies die de bedoeling hebben dat ze elkaar in de snelle opvolging verdringen en daardoor onvoldoende op waarde geschat kunnen worden.

Trumps idee dat men als in de hoogtijdagen van het kolonialisme en het 19de eeuwse nationalisme landen en inwoners van die landen kan kopen is achterhaald. Daarmee maakt Trump een slechte beurt. Ik gaf deze reactie op een Amerikaanse site: Let Canada and Scandanavia together buy New England and the Northern States at the Canadian border. Let The Netherlands buy back New York (and calling it New Amsterdam again). Let France buy back Louisiana and the heartland. Let Mexico buy back Texas and California. Let Japan buy Hawaii. Let the UK buy the Southern States. Let the Russian Federation buy back Alaska. What rests can be bought back by the native Americans from which the land was stolen by the so called borderline adventurers. If Trump is lucky he can repatriate to the land of his ancestors: Germany, to spend his old age. Or the land of his mother: Scotland. But if he prefers Greenland, that is OK (although probably not for the natives).

Advertenties

Identiteitspolitiek in de kunst: geschil over Zeitz MOCAA Museum in Kaapstad

with one comment

De teksten over het Zuid-Afrikaanse Zeitz MOCAA Museum in Kaapstad gaan over identiteitspolitiek in de kunst. Dat maakt het interessant omdat het een actuele ontwikkeling in onze samenlevingen betreft die in dit geval vertaald wordt naar de kunst en de museumsector. Sky Österreich News doet verslag. Identiteitspolitiek komt neer op de spanning tussen individualisme en het individualisme van de kunstenaar, en de rechten van sociale groepen die zich ongelijk behandeld voelen. Aanleiding is de tentoonstellingWHY SHOULD I HESITATE: PUTTING DRAWINGS TO WORK’ met werk van William Kentridge die op 25 augustus 2019 opent.

Wat zijn de ‘aantijgingen van racisme’ die volgens de tekst de kunstscene van Zuid-Afrika zou splitsen? Waarom stoot het werk van de witte William Kentridge op kritiek? Notabene een Zuid-Afrikaanse kunstenaar die in Europa met open armen wordt ontvangen en gevierd wordt omdat hij de zaak van de zwarte bevolking naar voren brengt en kritische noten plaatst bij de koloniale geschiedenis van Afrika. Nog onlangs in het Holland Festival met de voorstellingThe Head & The Load’ over het leed van Afrikanen in de Eerste Wereldoorlog. Is het ultieme verwijt van de identiteits-activisten aan Kentridge dat hij een witte huid heeft?

De kritiek op William Kentridge en op Zeitz MOCAA dat hem presenteert tekent het failliet van dit soort identiteitspolitiek dat de grote lijn uit het oog verliest. Activisten schieten in hun kortzichtigheid in eigen voet. Des te meer omdat het budget en de middelen van het museum groot genoeg zijn om allerlei soorten Afrikaanse kunst van allerlei kunstenaars uit diverse Afrikaanse landen in een jaarprogramma naast elkaar te tonen. In dat brede palet past ook William Kentridge die volgens Europeanen pleit voor de Afrikaanse zaak.

Wat is hier aan de hand? Worden Europeanen verkeerd voorgelicht met de culturele marketing over Kentridge door de culturele instellingen die hem in Europa presenteren en promoten? Of is hier een minderheid van identiteits-activisten in de culturele sector van Zuid-Afrika bezig die zich niet zozeer verzet tegen de witte kunstenaar Kentridge, maar tegen de gevestigde kunstenaar Kentridge? Kortom, een normale vadermoord van jongere activisten die komen kijken en zich in een sector proberen in te vechten. Dat is een wetmatigheid van alle tijden. Maar als dat laatste het geval is, hoe opportuun is het dan om hier aandacht aan te besteden?

Als het Zeitz MOCAA werkelijk een ‘zwarte museum voor witte bezoekers’ is zoals de activisten claimen, dan heeft dat meer te maken met de geschiedenis van Zuid-Afrika, dan met die van dit museum dat nog maar twee jaar bestaat. Activisten zouden er beter aan doen om er via mobilisatie voor te zorgen dat de diversiteit van de bezoekers toeneemt. Het getuigt van gebrek aan moed en ambitie om kritiek te spuien op dit museum en niet op de bolwerken van het witte denken, en alles door de bril van identiteit te zien. Waar onrecht bestaat moet dat aangepakt worden, maar daar is meer voor nodig dan oppervlakkig en lui denken dat mede dient als zelfprofilering van activisten die zich tegoed doen aan laaghangend fruit van een kwetsbaar, lokaal museum.

Bevestigt een goedbedoelde tentoonstelling in Dordrecht over gevluchte lhbti’ers stereotyperingen over zwarte Afrikanen of niet?

leave a comment »

Tot 24 maart zijn in Dordrecht op de tentoonstelling ‘No land for love’ in een pand op de Spuiboulevard 4 ‘beelden van gips en glas te zien van lhbti-asielzoekers die naar Nederland vluchtten’, aldus een bericht van RTV Dordrecht. Maker is Marcel Joosen. De expositie is onderdeel van de ‘Roze Ode aan de Synode‘: vrijdag vindt in de Grote Kerk een congres plaats over de verhouding tussen religieuze instellingen en LHBTI’ers.

Vraag is of de tentoonstelling stereotyperingen over zwarte Afrikanen bevestigt of niet. Ik kan hierover geen uitspraak doen omdat ik de tentoonstelling niet heb gezien, maar de video doet me sterk de wenkbrauwen fronsen over het getoonde. Het doet me denken aan de kritiek die onlangs ontstond bij het heropende en herbouwde Afrika Museum in het Belgische Tervuren. Zie hier mijn commentaar daarover. Weliswaar ging die kritiek over ‘koloniale propaganda’ die het museum zou goedpraten en directeur Guido Gryseels ontkende. Hij zei zich verkeerd begrepen te hebben, en meende het goede te doen. Maar iets wat goedbedoeld is, kan toch voor sommigen goed verkeerd uitpakken. Dat lijkt de overeenkomst met de tentoonstelling in Dordrecht.

Foto: Impressie van de tentoonstelling ‘No land for love’ met beelden van Marcel Joosen in berichtTentoonstelling in teken van gevluchtte lhbti’ers’ van RTV Dordrecht, 14 maart 2019.

VN-werkgroep heeft harde kritiek op België en het Afrika Museum

with one comment

Op 17 januari 2013 schreven leden namens vier VN-organen (Werkgroep van mensen van Afrikaanse afkomst; de speciale rapporteur van culturele rechten; de onafhankelijke expert van minderhedenkwesties; en de speciale rapporteur over hedendaagse vormen van racisme, raciale discriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante intolerantie) een brief naar de Nederlandse regering om de feiten en het anti-racisme beleid te checken. Ze zeiden ervan op de hoogte te zijn gebracht dat ‘de Nederlandse viering van Zwarte Piet elk jaar deel is van het Sinterklaasfeest en voorafgaat aan en de viering van de kerstman begeleidt’. Zwarte Piet zou racistische stereotyperen bevestigen. De afloop is bekend, de Nederlandse regering ondernam actie en zette een programma in werking waarin de stereotyperingen geleidelijk werden ontdaan van hun ergste racistische kenmerken. Eind goed, al goed, hoewel dat door velen in het Nederlandse debat anders wordt ervaren.

Afgelopen week bezocht de Werkgroep van mensen van Afrikaanse afkomst (‘Working Group of Experts on People of African Descent‘) België. Met andere leden dan in 2013. In een persverklaring van 11 februari 2019 komt het met een lijst van 74 opmerkingen waarvan enkele pittig zijn. De werkgroep constateert binnenlandse racistische discriminatie (‘racial discrimination is endemic’) aldus de inleiding van een verklaring over de eigen werkwijze. In september 2019 volgt een eindrapport. Het verschil met de brief uit 2013 die aan Nederland was gericht en diende om de feiten te checken en de Nederlandse regering een mogelijkheid tot antwoord gaf is dat de toon van de persverklaring harder is. Dat heeft in de Belgische samenleving tot felle reacties geleid.

Zoals bovenstaand artikel in Het Nieuwsblad verduidelijkt voelt directeur Guido Gryseels van het pas heropende en herbouwde Afrika Museum in Tervuren zich verkeerd begrepen. In de persverklaring noemt de werkgroep het Afrika Museum, ofwel Royal Museum for Central Africa (RMCA) op twee plekken. De werkgroep geeft aan dat het beseft dat het Afrika Museum wel heeft geprobeerd om het koloniale perspectief te verbreden door opname van kritiek daarop, maar daar slecht in zou zijn geslaagd omdat het daarin niet ver genoeg is gegaan. De werkgroep meent dat het van belang is dat het museum ‘alle koloniale propaganda’ verwijdert en de wreedheden van Belgische koloniale verleden nauwkeurig presenteert.

Directeur Guido Gryseels ontkent de aantijgingen en meent dat die ‘koloniale propaganda’ tot het erfgoed behoort en daarom getoond moet worden. Dat het daarom niet voor de hand ligt om die objecten te verwijderen, des te meer omdat het museum ze volgens hem wel van een context, een kritische bijsluiter heeft voorzien. Dit verschil van mening lijkt terug te voeren tot een verschil in perspectief én taakopvatting tussen mensenrechtenactivisten en museale of erfgoed-specialisten. Hun werelden zijn zo verschillend dat ze elkaar niet begrijpen. Daarnaast wijzen beide partijen ook op een geleidelijk proces dat nog in ontwikkeling is en de oplossing in zich draagt. Net als bij het Zwarte Piet-debat in Nederland. Verschillen zijn overbrugbaar.

Punt 13 uit de verklaring roept vragen over de onderbouwing van de werkgroep op: ‘Het maatschappelijk middenveld meldde gemeenschappelijke uitingen van rassendiscriminatie, xenofobie, Afrofobie en daaraan gerelateerde onverdraagzaamheid waarmee mensen van Afrikaanse afkomst worden geconfronteerd. De grondoorzaken van de hedendaagse mensenrechtenschendingen liggen in het gebrek aan erkenning van de ware omvang van geweld en onrechtvaardigheid van kolonisatie.’ Dat er racisme jegens donkergekleurde mensen in België voorkomt leidt geen twijfel en moet door regeringsbeleid aangepakt worden. Vraag is of de werkgroep de oorzaak ervan juist ziet, dientengevolge wel tot de goede aanbevelingen komt en niet blijft hangen in een denkfout. Want het is de vraag of de samenhang tussen racisme en kolonialisme zo is dat racisme altijd voortkomt uit kolonialisme. Het koppelt namelijk slachtoffers van racisme in alle gevallen aan kolonialisme. Dat kan niet de bedoeling van de werkgroep zijn, maar komt zo toch in de beeldvorming over.

De werkgroep verbindt al het racisme jegens mensen van Afrikaanse herkomst in België aan het Belgische kolonialisme in Afrika. Dat is een lastig te verdedigen standpunt. Een kolonialisme dat in de jaren ’60 van de vorige eeuw met een klap eindigde, weliswaar achter de schermen economisch en politiek nog tientallen jaren voortduurde, maar toch in de Belgische samenleving al meer dan 50 jaar een taboe-onderwerp is. In die zin heeft de werkgroep gelijk dat er volop winst te halen is door bewustwording van de bevolking over de nadelen en wreedheden van het kolonialisme. De paradox is dat de bewustwording inzichtelijk kan worden gemaakt met de voorbeelden die in het Afrika Museum in Tervuren worden getoond. Maar evengoed kan verdedigd worden dat de beste methode om het racisme te bestrijden er juist in bestaat om het los te koppelen van het historisch kolonialisme doordat dit laatste een te beperkt perspectief biedt op het hedendaagse racisme. Zo’n koloniale invalshoek verklaart actuele culturele, sociale en economische ontwikkelingen onvoldoende.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVN heeft zware kritiek op vernieuwd AfricaMuseum: “Alle racistische beelden moeten verdwijnen”’ in Het Nieuwsblad, 12 februari 2019.

Foto 2, 3 en 4: Fragmenten uit de persverklaring (‘Statement to the media by the United Nations Working Group of Experts on People of African Descent, on the conclusion of its official visit to Belgium, 4-11 February 2019′) van het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, 11 februari 2019.

Misbruik van identiteitspolitiek voor politieke profilering is een probleem. Belgische indianen op het strand van Zeebrugge

leave a comment »

Dit gaat over identiteitspolitiek, die uit de VS geïmporteerde mode die Mickey Mouse of Coca Cola naar de kroon steekt. Het debat over identiteitspolitiek verdringt het sociaal-economische debat over eigendom, inkomensverschillen, belastingontduiking en machtsstructuren. Het debat over identiteitspolitiek is een afleiding die radicaal-links en radicaal-rechts in de mond wordt gelegd en die de macht goed uitkomt om alles bij het oude te laten en bestaande machtsstructuren te handhaven. Identiteitspolitiek biedt politici en opinie-makers op beide flanken van het politieke spectrum volop kansen om te verdelen, te onderscheiden, mensen van elkaar te scheiden en zo de gemeenschappelijke strijd tegen sociaal-economisch onrecht door te snijden en te belemmeren. Het debat over identiteitspolitiek houdt fundamentele veranderingen op afstand.

Yasmine Daelman is studente Arabisch en Islam en houdt zich bezig met mensenrechten. Zij constateert in een opinie-artikel voor VRT Nieuws onrecht op het strand van Zeebrugge tijdens het zomerfestival WeCanDance. Zoals Vlamingen zeggen, het gaat om ‘sukkelaars’. Daar maakt ze zich druk om. Daarbij schuwt ze grote woorden als kolonialisme, culturele toe-eigening of witte suprematie niet. Die containerbegrippen die alles en niets betekenen en als zetstuk voor het eigenlijke onderwerp worden gezet. Daelman: ‘Culturele toe-eigening is het gebruik van elementen uit culturen van sociaal-etnische minderheden door leden van de dominante cultuur. Het onderscheidt zich van culturele uitwisseling door de onderliggende machtsstructuren die aanwezig zijn, daar culturele toe-eigening een bijproduct is van kolonialisme en etnische onderdrukking.

Het lijkt er sterk op dat Daelman niet voldoende begrijpt dat ze zichzelf tot zetstuk maakt die het tegendeel bereikt van wat ze beoogt. Zij focust op de machtsstructuur van de identiteitspolitiek en verliest zo de grote lijn van de echte sociaal-economische machtsstructuur uit het zicht. Daelman zwelgt in een radicaal-links begrippenapparaat weg in grote woorden en verliest zo uit het oog voor welk karretje ze zich laat spannen.

Je kunt haar betoog trouwens ook omkeren. Dit soort rollenspel op het strand van Zeebrugge is blijkbaar onderdeel van de cultuur van een groep witte, Belgische mensen waartoe Daelman niet behoort. Zeg maar de traditie van Bobbejaansland, country-and-western, Bonanza, pretparken Western City en Bison Ranch in de Waalse Ardennen. Volgens de logica van Daelman heeft iemand van een andere cultuur daar niet over te oordelen en al zeker niet met gebruikmaking van dezelfde argumenten waarmee ze anderen veroordeelt.

Het is van tweeën een. Of cultuur is niet het exclusieve domein van één specifiek volk, etniciteit, religie of doelgroep, maar kan gedeeld wordt door allen. Of cultuur is wel het exclusieve domein van één specifiek volk, etniciteit, religie of doelgroep, zodat niemand over culturele grenzen heen uitspraken over die andere cultuur kan doen. De reactie van Daelman vermengt een en ander. Ermee bereikt ze het omgekeerde van wat ze boogt. Volgens de laatste mode uit de VS die de eerdere mode van Marlboro Man en The Virginian verdringt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelMisbruik van andermans cultuur voor commercieel winstbejag is een probleem’ van Yasmine Daelman op VRT NWS, 14 augustus 2018.

Stine Jensen stelt vragen bij tentoonstelling in het Tropenmuseum: Kennisoverdracht, of pure indoctrinatie die de islam aanprijst?

with 7 comments

Columniste Stine Jensen ging met haar dochtertje naar de tentoonstelling ZieZo Marokko in het Amsterdamse Tropenmuseum (onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW)) en doet daar in NRC verslag van onder de titel ‘Help, mijn dochter gelooft in God’. Is het de taak van een museum om kinderen het geloof in God bij te brengen? Jensen betwijfelt of het educatieve programma bij deze tentoonstelling de toets der kritiek kan weerstaan: ‘Is hier nog wel sprake van kennisoverdracht, of is dit pure indoctrinatie als een directieve vrouwenstem de islam aanprijst?’ Dit incident staat symbool voor de teloorgang van het NMvW.

Bij het Tropenmuseum zijn sinds vijf jaar het populisme, politieke correctheid en een versimpelde opvatting van identiteitspolitiek leidend. In 2013 werd het wetenschappelijke hart eruit gesneden door het ontslag van 30 medewerkers, onder wie conservator Ben Meulenbeld. Zie hier voor mijn commentaar met de volgende slotsom: ‘Deze conservatoren zijn onmisbaar omdat ze een correctie geven op trends en sjablonen die de werkelijkheid reduceren.’ Door het ontslag van conservatoren kwam de weg vrij voor die trends en sjablonen die Jensen constateert bij de tentoonstelling ZieZo Marokko. Het is de politisering van de volkenkundige musea die zich uit in gemakzucht en behaagzucht die sluipenderwijs de weerspannigheid en kracht uit deze musea heeft gehaald. Postkolonialistische correctheid verlamt deze organisatie zonder kern en met veel vorm. Goedwillende medewerkers binnen het NMvW wachten hun tijd af op betere tijden. Hoelang nog?

In een commentaar over de tentoonstelling ‘POWERMASK’ in het Rotterdamse Wereldmuseum heb ik die populistische en politiek correcte mentaliteit van het management van het NMvW dat politiek (of nog erger: politiek correctheid en een enge opvatting van identiteitspolitiek) boven kunst stelt in een context gezet. Het Wereldmuseum dat wegens verbouwing tot eind 2018 geen grote presentaties meer toont dreigt het volgende slachtoffer te worden van de museale kaalslag van de leiding van het NMvW. Enkele citaten uit dit commentaar bieden reliëf. De kwaliteiten van ‘POWERMASK’ zijn het diapositief van het structurele tekort van het NMvW:

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHelp, mijn dochter gelooft in God’ van Stine Jensen in NRC, 14 juli 2018.

Foto 2: Object van Folkert de Jong op tentoonstelling POWERMASK in het Wereldmuseum, eigen opname oktober 2017.

God, MAF, EO-serie ‘Bushpiloten’ en het verwijt van kolonialisme. Waarom zendt de publieke omroep christelijke propaganda uit?

with 6 comments

Helpen om niet is MAF (Mission Aviation Fellowship) niet. MAF wil mensen en gemeenschappen transformeren door de liefde van Jezus Christus. Om dat te bereiken richt het zich op achterstandsgebieden. ‘Because many people living in remote places have never heard the Gospel’ zo zegt de MAF. Dat ziet het niet als voor- maar als nadeel. Hulp onder voorwaarden wordt zo een middel om mensen te evangeliseren. MAF is een christelijke zendingsorganisatie met het hoofdkantoor in Nampa, Verenigde Staten. MAF kent ook een Nederlandse afdeling die het vanwege de fondsenwerving uitschreeuwt: ‘MAF maakt hen bereikbaar voor Gods Liefde!

Het beeld dat in publicaties van MAF doorsijpelt is dat mensen met een kleurtje niet voor zichzelf kunnen zorgen en geholpen worden door witte, Westerse (grotendeels) mannen op Bijbelse missie. De vraag wat de oorzaak van deze scheve verdeling van de rijkdom is en of religie daar wellicht medeschuldig aan is stelt MAF niet. MAF doet aan symptoombestrijding. Die zwarte mensen worden daar volgens de opvatting van MAF zo gelukkig van dat ze tegelijkertijd het evangelie omarmen. Het is volgens MAF namelijk de perfecte religieuze sandwichformule. In Nederland besteedt de EO in de serie Bushpiloten aandacht aan het werk van MAF.

In een televisierecensie van 15 juli 2018 heeft Trouw-recensente Maaike Bos weinig goeds over voor de intenties van MAF en de serie Bushpiloten. Ze legt uit dat de serie draait om ‘drie piloten die met hun gezin in Angola, Papoea en Suriname wonen om (medische) ondersteuning naar onbereikbare dorpjes te vliegen.’ Bos: ‘En die piloten zijn dat zo vol liefdevolle overtuiging. Maar dan denk ik weer aan de voice-over in het begin. “Ze gaan er heen om voor de MAF te vliegen én het woord van God te verspreiden. Jammer, dat fanatieke zendelingen-laagje plaatst mij persoonlijk weer op afstand. Goede daden verrichten maar in ruil daarvoor zieltjes winnen; het voelt zo koloniaal.’ Bos concludeert dat het niet deugt wat MAP doet: ‘Ik ben zo’n kijker die ‘het woord van God verspreiden onder inheemse mensen’ niet mooi en exotisch vindt, maar dwingend.

Kolonialisme (of post-kolonialisme) is een politiek beladen term dat al snel naar een welles/nietes-debat leidt. Of MAF en de drie Bushpiloten die de EO in de tv-serie portretteert zich bezondigen aan kolonialisme valt te bezien. Dat MAF zich betuttelend, bevoogdend en paternalistisch opstelt leidt echter geen twijfel. Om Mao te parafraseren, MAF geeft de arme zwarte mensen geen hengel om zelf vis mee te (leren) vangen, maar een vis. Ook nog eens een christelijke vis die op vele niveau’s (fondsenwerving bij de christelijke achterban, suggestie van eigen voortreffelijkheid, christelijk imperialisme) dient om de eigen onmisbaarheid te kunnen blijven benadrukken. Dat de EO de serie Bushpiloten uitzendt op het publieke net NPO 2 geeft zeer te denken over de netcoördinator van de publieke omroep die toestemming geeft voor het uitzenden van religieuze propaganda.

Foto: Publiciteitsmateriaal (Foto’s Bushpiloten) van de EO bij de serie Bushpiloten.