George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kolonialisme

Waarheen leidt samenwerking van het Wereldmuseum met het NMvW?

with 2 comments

Sinds kort klonk ineens overal kritiek op het Stedelijk Museum. Directe aanleiding waren publicaties in de NRC over de belangenverstrengeling van directeur Beatrix Ruf en haar korte lijnen naar de kunsthandel, de onzorgvuldige en onvolledige verantwoording van haar nevenactiviteiten in het jaarverslag, de overtreding van de ethische code en het onvoldoende toezicht op haar functioneren. Alsof ze een vrijgeleide had gekregen van de Raad van Toezicht om haar eigen handeltje binnen de muren van het Stedelijk Museum op te zetten. Met gebruikmaking van het prestige van het museum om de waarde van kunstwerken op te krikken. Het had de titel van een stripverhaal van Marten Toonder kunnen zijn: ‘Beatrix Ruf en de museale waardevermeerderaar‘.

Het schieten op directeur Ruf als aangeschoten wild wordt gemakzuchtig. Dat het vinden van een -aan de oppervlakte liggende- waarheid zolang moest duren getuigt van gebrek aan alertheid van kunstkritiek, politiek en Museumvereniging. Waar was de vinger aan de pols van de museumsector? Zo werkt publiciteit. Roependen in de woestijn die een onrechtmatigheid aankaarten krijgen jarenlang geen gehoor en worden buiten de orde gesteld. Met het etiket querulant, kommaneuker of zeurpiet zogezegd op hun voorhoofd geplakt. Als dan de dam van ongenoegen doorbreekt, dan gaat ineens de publieke opinie door de bocht en doet iedereen alsof men al altijd kritisch was. Men buitelt over elkaar heen in verontwaardiging om de felste afwijzing te geven. Daarom is het interessanter om niet naar de lopende zaak Ruf te kijken, maar naar een zaak die nog ontdekt moet worden. En in de publieke opinie nog niet de aandacht krijgt die het verdient.

Het gaat ook om een museumorganisatie die er aanspraak op maakt en zelfs prat op gaat om maatschappelijk te zijn en zich te bekommeren om het lot van wereldburgers en te gaan voor een rechtvaardige wereld. Omdat het dat beredeneert vanuit een eigen gesloten wereldbeeld dat niet of nauwelijks gevoed wordt door de ‘gewone’ lokale bevolking -die over het hoofd wordt gezien- is het de vraag wat de samenleving eraan heeft.

Die andere zaak is het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Het wordt gepresenteerd als een fusie van het Afrika Museum uit Berg en Dal, Museum Volkenkunde uit Leiden en Tropenmuseum uit Amsterdam. Het is uit nood geboren door bezuinigingen op de volkenkundige musea, maar een fusie van gelijke partners met eenheid in verscheidenheid is het nog niet geworden. De fusie valt achteraf op te vatten als een vijandige overname door het Leidse Museum Volkenkunde waarvan de directie zich opstelt als een Rupsje Nooitgenoeg.

In mei 2017 kwam het Wereldmuseum uit Rotterdam erbij als ‘samenwerkingspartner’, zoals een bericht  verduidelijkt. Dat gebeurde na een voorgeschiedenis waarbij de toenmalige directeur het Wereldmuseum aan de rand van de afgrond bracht. Net als bij het Stedelijk nu waren er opeenvolgende acties voor nodig voordat de publieke opinie omging. De ongerijmdheden zijn groot. In een commentaar van mei 2017 schreef ik: ‘Het NMvW staat bekend als hiërarchisch en behoudend en vaart een populistische koers. Dat past niet bij het meer avontuurlijke profiel van het Wereldmuseum zoals zich dat na de redding aftekende. Het Wereldmuseum is kwetsbaar omdat het door de vorige directeur Stanley Bremer is uitgekleed en verzwakt. (…) Het valt dus af te wachten of het Wereldmuseum een min of meer een autonome positie binnen een samenwerkingsverband krijgt om een eigen(zinnige) koers te varen of dat het meegesleept wordt in het populisme van het NMvW.

Voorbeeld van het populisme van het NMvW is het project Museum Van. Bekende Nederlanders worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Het NMvW gaat met BN’ers als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing in zee. Filemon Wesselink opent gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Met als voornaamste doel om door marketing de naamsbekendheid van de eigen organisatie te vergroten. Er wordt geen relatie met de samenleving gelegd.

Een persbericht van het Wereldmuseum suggereert richting die aansluit bij de lijn van het NMvW: ‘Vanaf 2018 wordt de inhoudelijke koers van het nieuwe Wereldmuseum verlegd naar een meer maatschappelijke programmering die past bij de missie van het nieuwe museum: inspireren tot wereldburgerschap.’ Maar wat ‘maatschappelijke programmering’ en ‘inspireren tot wereldburgerschap’ in de praktijk betekenen valt af te wachten. Het risico bestaat dat het politieke kletspraatjes blijken waar een museum in de praktijk niets aan heeft. Het gevaar bestaat zelfs dat ze in hun vaagheid dienen om het management van het NMvW een verdere greep naar de macht te laten doen. Door de in november 2016 aangenomen motieBehoud Rotterdamse signatuur Wereldmuseum’ van de Partij voor de Dieren heeft de raad zich gecommitteerd aan ‘een Rotterdams karakter’ en ‘Het Rotterdamse profiel van het Wereldmuseum als onderdeel van de samenwerkende musea’.

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.’

Essentieel is dat de door het NMvW aan het Wereldmuseum gegeven afspraak nageleefd wordt. Daarnaast is er de verantwoordelijkheid van het Rotterdamse gemeentebestuur om daar bij het NMvW op aan te dringen en dat via de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur te monitoren. Dat volgt uit de motie die zich sterk maakt voor het behoud van de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum. Omdat die eigenheid en identiteit zich vooral laten kennen uit het tentoonstellingsbeleid zal dat blijken uit de volgende grote tentoonstelling na ‘POWERMASK’. En overigens ook uit de vaste opstelling. Daarbij staan de vragen centraal wat de planning en inhoud van het komende tentoonstellingsprogramma zijn en hoe dat vervolgens spoort met de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum en het inhoudelijke masterplan van het NMvW voor het Wereldmuseum. Het valt daarnaast makkelijk in te zien dat de beoogde rol van het Wereldmuseum in een wereldstad als Rotterdam een heel andere is die onvergelijkbaar is met die van de musea in Berg en Dal of Leiden.

Overigens wordt het Wereldmuseum vanaf 2018 verbouwd om het gebouw bij de tijd te brengen. Hoe komt daarna het nieuwe gezicht van het museum naar buiten? Hoe blijft het Wereldmuseum tijdens de verbouwing zichtbaar? Directeur Stijn Schoonderwoerd van het NMvW meent dat pas in 2020 het bezoekersaantal weer op het oude peil is. Hoe dan ook hebben alle betrokkenen zich verplicht aan de Rotterdamse signatuur.

Daarbij komt nog wat anders. De Nederlandse museumsector en -bezoeker en ook de NMvW hebben er weinig belang bij om alle musea onder het samenwerkingsverband gelijk te schakelen en dezelfde identiteit te geven. Op voet van gelijkheid en met het oog op inbedding in de lokale situatie kan met elkaar beredeneerd worden om het Wereldmuseum een identiteit te geven die een meerwaarde voor allen oplevert. Te denken valt aan de voortzetting van de lijn van ‘POWERMASK’. Waarbij etnografische en autonome (kunst)objecten verrassende dwarsverbanden aangaan en tot vragen oproepen die afwijken van wat de directie van het NMvW in de andere musea beoogt. De naam Wereldmuseum geeft ook aan dat dit museum over nationale grenzen kijkt en voor de productie van tentoonstellingen samenwerkingsverbanden aan kan gaan met buitenlandse partners.

Foto’s: Eigen foto’s van de tentoonstelling ‘Powermask’ in het Wereldmuseum te Rotterdam, oktober 2017.

Advertenties

Waarom ik de term ‘wit’ verkies boven ‘blank’. En ‘witte mensen’ boven ‘blanken’. Over dynamische identiteit

with 11 comments

Het gebruik van de termen ‘blank’ of ‘wit’ is gepolitiseerd. Ze passen in pakketten denkbeelden. De vraag is wat de afweging ervan betekent en of het een gevolg is van denken. Of dat het denken wordt gevormd door een politieke opstelling en eigenlijk geen denken meer genoemd kan worden. Het is niet onlogisch dat er beweerd wordt dat het propageren van de term ‘wit’ een opvatting van links-Nederland is. Toch is dat onjuist. Zo reken ik mezelf niet tot links-Nederland (en evenmin tot rechts-Nederland), maar ben ik toch een voorstander van de term ‘wit’ boven ‘blank’. Mogelijk niet om dezelfde reden als andere voorstanders ervan.

De term ‘blank’ is geen ‘volstrekt neutrale, louter beschrijvende aanduiding’. Het is per definitie bijna onmogelijk dat een zo beladen term met de connotatie van reinheid, helderheid en onbevlektheid volstrekt neutraal en louter beschrijvend kan zijn. Dat staat nog los van de afweging voor welke term men kiest. Maar neutraal is het gebruik van de term ‘blank’ zeker niet.

Omdat ‘wit’ die connotaties mist en kortweg gezegd minder pretentieus is, is de term ‘wit’ neutraler en meer beschrijvend. Het verwijst naar een witte huidskleur en niet naar een achterliggende geschiedenis en wereld vol machtsposities. Een ‘blanke huidskleur’ bestaat niet.

Ik ben het eens met de kritiek op het makkelijk vertalen van Amerikaanse modes van politiek correct denken naar Nederland. Sommige links-radicalen ruilen het ene monolithisch denken in voor het andere monolithisch denken. Zodat ze het vermoeden op zich laden niet meer als individu te denken, maar ondergaan in het groepsdenken. Dat alles gaat ten koste van de nuances en het onderscheidingsvermogen. Maar evenzeer ben ik het oneens met rechts-radicaal denken dat even weinig soepel is en alles bij het oude wil laten.

Mij gaat het erom om in de geleidelijkheid zonder grote schokken een optimale afweging te vinden voor een maatschappelijke oneffenheid. Als optimaal zoveel mogelijk mensen tevreden stelt en het beste werkt dan begrijp ik dat het niet alle mensen tevreden kan stellen. Dat is jammer, maar onvermijdelijk. Maar als het nalaten ervan een bepaalde groep diep raakt, dan zie ik voor de sociale cohesie en het sociale contract tussen overheid en burgers er geen principieel bezwaar in om de oneffenheid op te ruimen.

Het gesprek over de term ‘blank’ wordt pas een zwaar en beladen onderwerp van discussie als links-radicalen er van alles over diversiteit, kolonialisme, slavernij en wat dan ook allemaal bijhalen en er vanuit hun politieke betrokkenheid opplakken wat historisch nog maar aangetoond moet worden. Daarbij eigenen ze zich het alleenrecht toe om hierover het laatste woord te hebben. Dat is niet zoals een publiek debat gevoerd moet worden of een samenleving met elkaar ingericht dient te worden. Het is intolerant en anti-democratisch.

En als in de reactie hierop rechts-radicalen er hun eigen onverbiddelijkheid tegenover zetten en geen centje onderhandelingsruimte meebrengen in het debat, dan gijzelen de uiterste posities dit debat en blokkeren ze een organische uitweg van dialoog, raadpleging van deskundige historici of taalfilosofen en compassie met en begrip voor de ander.

Dus ik ben voor de term ‘wit’ boven ‘blank’ niet vanwege een vermeend historisch onrecht of een achterstelling. Dat wil ik loskoppelen van de afspraak om het met elkaar voortaan over witte mensen in plaats van blanken te hebben. Het gaat erom dat in een open, dynamische, volwassen samenleving mensen naar elkaar luisteren en de grieven van anderen serieus dienen te nemen. En als die uit de weg gegaan kunnen worden, waarom zou men dat dan niet doen?

Foto: Het kwartet van Benny Goodman doorbrak in de muziekwereld de interraciale grenzen en bestond uit twee witte (Benny Goodman en Gene Krupa) en twee zwarte (Teddy Wilson en Lionel Hampton) musici, 1937.

Zoomin.TV laat PVV’er Bosma scoren over ‘witte’ Stephen Paddock en aanslag Las Vegas. Ten koste van het NOS-Journaal

with 4 comments

PVV-kamerlid Martin Bosma doet net alsof hij het niet snapt. En het is niet onmogelijk dat hij het werkelijk niet snapt. Zoomin.TV besteedt aandacht aan de opening van het NOS-Journaal over de moordpartij door Stephen Paddock in Las Vegas. Met 59 doden en vele gewonden tot gevolg. Het is bijzonder dat het ene nieuwsmedium de berichtgeving in het andere medium op kritische wijze centraal zet. Bosma speelt de vermoorde onschuld door net te doen alsof hij niet weet dat de term ‘blank’ voor iemand met een bleke pigmentarme huidskleur een associatie van reinheid en zuiverheid oproept en naar een koloniaal verleden verwijst. Dat wordt ongepast gevonden. De laatste jaren is het gebruikelijk om de term ‘wit’ te gebruiken.

Wat Zoomin.TV bezielt om bij dit filmpje op YouTube onder meer de volgende toelichting te geven: ‘Maar de typering van de dader door de NOS wekte nogal wat bevreemding’ is de vraag. Nogal wat bevreemding, bij wie? Het lijkt vooral bevreemding te wekken bij Martin Bosma en bij de journalist van Zoomin.TV waarmee een één-tweetje wordt opgezet om Bosma te laten scoren. Andere politici worden niet aan het woord gelaten.

Bosma maakt het er nog verwarrender op door godsdienst -de islam- en ras -het witte ras- met elkaar te vergelijken. Dat was relevant geweest als het NOS-Journaal had geopend met de melding dat het om een ‘christelijke man’ ging. Maar dat werd niet gezegd. De vraag van de journalist van Zoomin.TV had moeten zijn of het van belang was om Paddock als ‘wit’ aan te duiden. Omdat het hier om een terroristische aanslag ging met grote maatschappelijke en politieke gevolgen was het niet merkwaardig. Des te meer omdat er op dat moment nauwelijks iets anders bekend was over de achtergrond van Paddock. Zijn witheid was een feit.

Written by George Knight

5 oktober 2017 at 22:55

Reactie aan De Grauwe Eeuw over actie naamsverandering Witte de With

with 3 comments

Reactie op FB-pagina van Witte de With Center for Contemporary Art in antwoord op De Grauwe Eeuw, 9 september 2017:

Ik leef niet in het verleden, maar in het heden. Degenen die steeds eenduidig verwijzen naar de oudhollandse held Witte de With, maar de betekenissen die er in de moderne tijd zijn opgelegd vergeten, leven in het verleden. Waar op zich helemaal niets mis mee is. Jullie actiegroep grijpt ook terug op het verleden. In jullie naam en in jullie acties. Bijvoorbeeld als jullie een standbeeld van Coen in Hoorn met verf bekladden.

Laten we niet te simpel reageren. Het gaat om de methode. Ons de juiste aanpak. Welk probleem los je op met een naamsverandering van een breed internationaal opererend instituut dat naar een straat genoemd is die die naam sinds 1871 heeft? En heeft de naamsverandering van dit kunstencentrum de hoogste prioriteit? Dat laatste betwijfel ik zeer.

Daarbij komt dat de roep om een naamsverandering een nieuwe dynamiek van tegenkrachten creëert. Hoe simpel die tegenkrachten ook redeneren, het is wel iets waar de Raad van Toezicht en bestuur van WdW rekening mee hebben te houden. Ze opereren niet in een politiek vacuüm. Raad en bestuur hebben een grotere verantwoordelijkheid dan de kern van activisten die verwijst naar de ongewenstheid van de naam Witte de With. Raad en bestuur zijn ingehuurd om het belang van het instituut te dienen, niet om politiek te bedrijven. Ze moeten zich niet op laten jagen door wie of wat dan ook, maar eigenstandig het belang van het instituut dienen. Bijvoorbeeld in de overweging dat een naam die sinds 1990 nationaal en internationaal is gevestigd publicitaire waarde heeft.

De keuze van de activisten om zich te richten op de naamsverandering van kunstencentrum Witte de With is om twee redenen ongelukkig. Het is altijd die zwakke kunstensector die onder druk wordt gezet. Halbe Zijlstra deed het in 2011 en activisten doen het nu. Men zou wensen dat activisten of overheid eens sterke tegenstanders als de multinationals, de krijgsmacht, het professionele voetbal of het koninklijk huis aanvallen. En niet de kunst die het al zo moeilijk heeft. Zelfs als het positief is bedoeld wordt de kunst hiermee toch extra belast. Daarnaast is voor vele inwoners van Rotterdam of Nederland een internationaal opererend kunstencentrum met hedendaagse kunst een ver van hun bed show waarmee ze zich slecht kunnen identificeren. Anders gezegd, de voorbeeldfunctie van een maatschappelijk debat over racisme slaat grotendeels dood als de meerderheid van de bevolking niet weet waarover het precies gaat en hoe dat instituut reilt en zeilt.

Natuurlijk bestaan racisme en neo-kolonialisme. Nog steeds. Die moeten binnen de wet en de rechtsstaat bestreden worden. Liefst met goede voorlichtingscampagnes van de overheid en onderwijsprogramma’s. In die bestrijding mag van mij wel een tandje bijgezet worden. Want het is een ernstig probleem.

Of racisme uit slavernij voortkomt lijkt me trouwens een onderwerp voor debat. Waarschijnlijk is het omgekeerd. Slavernij is historisch ook meer dan witte suprematie over zwarte mensen. Slavernij is ook suprematie van zwarte mensen over zwarte mensen, of van Arabieren over andere volkeren. En wat te zeggen over de nog steeds bestaande slavernij in Oost-Aziatische landen waar mensen onderhorig worden gehouden, praktisch in gevangenschap? Dat is slavernij die niet in het verleden leeft, maar nu bestaat. Witte de With leeft nog steeds, maar alleen niet in Nederland.

Zou het niet mooi zijn als het kunstencentrum Witte de With voor hedendaagse kunst zich bezighoudt met hedendaagse slavernij? De middelen zijn echter beperkt. Daarom is het logisch om in de bestrijding van neo-kolonialisme, racisme of slavernij prioriteiten te stellen. Ook trouwens in de programmering van tentoonstellingen waarin altijd keuzes moeten worden gemaakt. Zodat wat het ergst en het meest bedreigend is het eerst aangepakt kan worden. Van een Nederlandse vlootvoogd Witte de With die in 2017 uitvaart gaat geen directe dreiging meer uit. Maar van racisten in Charlottesville, West-Birma of Oost-Duitsland wel.

Samenvattend: Het is goed dat de discussie over hedendaags racisme, neo-kolonialisme of slavernij wordt gevoerd. Het is een wisselwerking tussen verleden en het nu. De bewustwording over dit onderwerp dient vergroot te worden. Maar dat debat vraagt om zorgvuldigheid en de effecten ervan moeten de hele bevolking meenemen. De keuze om dat via de beeldende kunst te realiseren is ongelukkig wegens de kwetsbaarheid van die sector en de uitstraling ervan op een breed publiek. De verbreding van het debat is de uitdaging. De valkuil is dat het tegenkrachten oproept die zich verzetten zodat het onderwerp onnodig gepolitiseerd wordt. Een radicale opstelling kan zinvol zijn om een debat te agenderen, maar het is stukken lastiger om vervolgens een meerderheid van de bevolking mee te krijgen. En daar is het ons toch allen om te doen.

Foto: Witte de Withstraat Rotterdam, 1933

Is er in de Russische Federatie een Derde Tsjetsjeense oorlog in de maak?

with 10 comments

Doorgaans is 1 + 1 = 2. Maar niet altijd. Neem nou twee berichten op het blogWindows on Eurasia’ van Paul Goble. Het maakt Russischtalige berichten uit de Russische Federatie en de landen van de voormalige Sovjet-Unie bereikbaar voor een Engelstalig publiek. Het eerste bericht gaat in op de ideeën van de Russische nationalist Andrei Sosjenko die de islamisering wil stoppen door de Russische Federatie te contingenteren naar religie. Dat zou inhouden dat moskeeën niet meer in etnisch Russisch gebied worden opgericht en omgekeerd kerken niet in gebied dat erkend islamitisch is. Op dit moment beschouwt volgens onderzoek 30% van de bevolking van de Russische Federatie zich als islamitisch. In Nederland is dat iets minder dan 5%.

Een tweede bericht gaat over de positie van Tsjetsjenië binnen de Russische Federatie. Het is de islamitische, autonome deelrepubliek in de Kaukasus waar Ramzan Kadyrov de baas is en zich onder de patronage van president Putin kan gedragen als alleenheerser. Op de video paraderen troepen van Kadyrov. Het is bedoeld als vertoon van kracht en afschrikking. Tsjetsjenië heeft sinds 1994 twee oorlogen gekend die resulteerden in de onafhankelijkheid van de republiek. Goble meent dat in het Kremlin een derde Tsjetsjeense oorlog in de maak is. Daar zijn drie redenen voor: Putin heeft als ‘imperiale drug’ een ‘goede kleine oorlog’ nodig om zijn image op te poetsen. In maart 2018 zijn er presidentsverkiezingen. Het Kremlin verwacht geen bezwaar van het Westen tegen die oorlog gezien de slechte mensenrechtenpositie van Kadyrov. En de uitzonderingspositie van Kadyrov binnen de Federatie wordt onhoudbaar. Het gezag van het Kremlin moet er hersteld worden.

De demografische en economische positie van de Russische Federatie is verslechterd. Door de bezetting van de Krim in 2014 is de veelvolkerenstaat internationaal geïsoleerd geraakt. Inzakkende olie- en gasprijzen hebben tot een afnemend staatsbudget, sociale onrust en een recessie geleid. De bevolking van de Russische Federatie daalt gestaag. De Federatie verstedelijkt in hoog tempo. Deze gegevens zijn slechte uitgangspunten voor een oorlog, maar wel de logische indicatoren ervoor. Imperiale drug als afleiding, een oud recept uit de timmerdoos van leiders in nood. Komt er echt ruim voor de presidentsverkiezingen van maart 2018 een Derde Tsjetsjeense oorlog? Het is niet denkbeeldig. Als 1 + 1 = 3, zullen we maar zeggen. Dankzij de X-factor.

Sculpturen van chocola in New York gaan over grenzen

leave a comment »

Uiteindelijk verdwijnen de initiatiefnemer, de Nederlandse kunstenaar Renzo Martens en Galerie Fons Welters volledig in dit bericht. Dat betekent dat het initiatief op eigen benen staat. Het gaat om chocolade sculpturen van Congolese makers op The Armory Show begin maart 2017 in New York. De zoete geur van chocola waait al enige tijd over galeries en kunstbeurzen. De maker is noodgedwongen ondergeschikt aan het concept. Traumaverwerking van het kolonialisme. Al Jazeera noemt het in de toelichting bij het item baanbrekend. Een woord dat experimenteel, grensverleggend, vernieuwend of hip kan betekenen. Wie weet. Samenvoeging of fusie omschrijft een ander aspect. In een tijd dat grenzen worden opgewaardeerd is zoiets een zeldzaamheid.

Written by George Knight

12 maart 2017 at 17:26

De extra drempel van presentatie-instelling BAK

leave a comment »

bak

Het in Utrecht aan de Lange Nieuwstraat gevestigde BAK (‘Basis voor Actuele Kunst’) heeft een plaats in de basisinfrastructuur als presentatie-instelling. In het advies ‘Culturele basisinfrastructuur 2017 – 2020’ van mei 2016 adviseert de Raad voor Cultuur de instelling een subsidie-bijdrage van 500.000 euro toe te kennen. BAK richt zich in het lopende programma  (‘onderzoeksroute’) ‘Future Vocabularies’ op drie ‘hoofddomeinen’: de vluchtelingenproblematiek, de ecologische crisis en de technologische omgeving. De Raad waardeert de kwaliteit van de instelling die het als volgt omschrijft: ‘BAK legt een sterke focus op politiek-maatschappelijk geëngageerde presentaties en verbindt hieraan consequent zijn educatieprogramma, doelgroepenbeleid en ondernemerschap. Sterke elementen in het plan, die passen bij de positie van BAK als presentatie-instelling, zijn ook de nadruk op discours, experiment, onderzoek en internationale samenwerkingsverbanden.’

De nadruk op discours en onderzoek is de reden dat kunstliefhebbers afhaken. Ze zijn de accentuering en theoretisering niet gewend. Kritiek hierbij is niet dat BAK theoretisch, experimenteel of politiek is, maar dat het in de communicatie onnodig ondoorzichtig is. En zich afsluit voor de gemiddelde kunstconsument. Het woord dat de kritiek samenvat is ‘hermetisch’, waarbij de notie ‘gesloten’ bedoeld wordt. BAK zou van zichzelf een karikatuur maken door extra drempels op te werpen. Verzuchting is dat dat hoogmoedig is en averechts werkt in een niet eensgezinde sector die van de politiek steeds minder mentale en financiële steun krijgt.

Maar wie de achtergronden van de theoretische benadering die aansluit bij het Frans structuralisme kent waar BAK zich op baseert kan beseffen dat BAK ongetwijfeld denkt dat het niet anders kan. Gaf de Franse neo-Freudiaanse psychoanalyticus Jacques Lacan op de kritiek dat zijn werk zo slecht te doorgronden was niet ooit als antwoord dat hij het bewust zo onbegrijpelijk opschreef opdat de lezers moeite moeten doen om het te begrijpen? Enkel en alleen in het proces van begrijpen zouden ze echt de stof kunnen doorgronden en tot zich nemen. Daarom de noodzaak van de extra drempel. Dat etiket van moeilijkdoenerij kleeft ook aan BAK.

Ik breek een lans voor BAK. Niet alleen voor de onderzoeksprogramma’s die leidden tot de bijeenkomsten die nergens anders te zien zijn zoals in 2014 Jonas Staal en Moussa Ag Assarid met een ambassade als onderdeel van een onderzoeksproject waar politiek, kunst, experiment en onderzoek organisch samenkomen, maar ook talloze ‘gewone’ tentoonstellingen die tot nadenken aanzetten. Zo’n vreemde eend die zich niet overlevert aan marketing en behaagzucht van het publiek hoort in de culturele basisinfrastructuur van een volwassen democratie thuis. De eigenzinnigheid van BAK houdt niet de kunstconsument, maar de kunstsector scherp.

Ook bijzonder is de tijdscapsule die BAK biedt. Het is telkens weer een plezier en het bevestigt het gevoel van nostalgie om de aankondigingen te lezen die de lezer 40 jaar terug in de tijd zetten. Neem de toelichting bij het programmaTo Seminar 10.03.–21.05.2017’ met onnavolgbare zinnen die de klok op 1975 vastprikken. Niet toevallig wordt de voorman van het structuralisme Roland Barthes in dit programma van stal gehaald en opgepoetst. Neem een zinsnede als: ‘een tentoonstelling die zich in een reeks performatieve en discursieve openbare bijeenkomsten door de tijd heen ontwikkelt’ of ‘Met kunstenaars, theoretici en andere cultuurbeoefenaars verbindt To Seminar de drie conceptuele ruimtes die elkaar kruisen wanneer seminaring plaatsvindt – instituut/overdracht/tekst – en wordt er geprobeerd deze op een evenwichtige wijze te verenigen zodat de omstandigheden van de hedendaagse tijd opnieuw gedacht en gevormd kunnen worden.’

Bij BAK is een betekenis nooit af en altijd in ontwikkeling. Wat velen als zwakte zien ziet BAK zelf als sterkte. Als die betekenis wordt ingebed in een onderzoeksprogramma naar betekenis, dan wordt het nog lastiger om vast te pinnen waar het over gaat. Om dat proces te beschrijven zijn woorden nodig die een open betekenis bieden. Bij BAK wordt bevraagd, ontwikkeld, verkend, verbonden, omlijst, toegewerkt, geactiveerd, aangereikt en overdacht. Binnen de logica van BAK kan het niet anders, want vastpinnen is het einde van het onderzoek. Onderzoek is nooit af. Betekenissen blijven glijden. Alleen, waarom daartoe in de taal geleund wordt tegen en geleend bij een stroming die in Frankrijk en iets daarna in de jaren ’70 aan Angelsaksische universiteiten haar hoogtepunt had is merkwaardig. Het is een anomaliteit van een hedendaagse postacademische, presentatie-instelling dat het met 40 jaar oud gereedschap probeert uit te leggen waar het op dit moment mee bezig is.

Foto: Schermafbeelding van deel programma-aankondigingTo Seminar 10.03.–21.05.2017’ van BAK.