George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kolonialisme

Re: Foto’s uit 1891 worden opnieuw bedacht, geframed en gekleurd

leave a comment »

In 2017 was er in het Iziko Museums in Kaapstad, Zuid-Afrika de tentoonstellingThe African Choir 1891 Re-Imagined’. Het museum presenteerde het als ‘An image and sound installation that re-imagines a 19th century performance in Victorian England by The African Choir as a contemporary sonic interpretation’. Hoe het in de tentoonstelling klonk is op deze video te horen. Dus een reconstructie of re-enactment van een historische gebeurtenis. Namelijk de toernee van het Afrikaanse Koor in het Verenigd Koninkrijk in de zomer van 1891. Het koor zingt onder meer voor koningin Victoria. Ze vervolgden hun toernee tot 1893 in Noord-Amerika. Hoe vervreemdend zo’n re-enactment kan uitpakken toonde een tentoonstelling van Anoek Steketee in het Tropenmuseum in 2013 aan. De Tweede Boerenoorlog (1899-1902) moest nog komen en de Eerste Boerenoorlog (1880-1881) was achter de rug. De spanning tussen Engelsen en Afrikaners liep op. Op de foto’s zijn twee witte Engelsen te zien: manager Walter Letty and muzikaal directeur James Balmer. Op de onderste, bijgekleurde foto kijken beide Engelsen als schoolmeesters of poortwachters naar het koor terwijl het ‘The Kaffir Wedding Song‘ vertolkt. De vrouw in het midden slaat de handen voor haar ogen. Ingewikkeld. 

Foto 1: London Stereoscopic Company studios, ‘Members of the African choir pose for a group portrait with their English choir manager, Walter Letty and musical director, James Balmer’. 1891.

Foto 2: London Stereoscopic Company studios, Leden van het African Choir met Walter Letty en James Balmer, 1891. Op FB-pagina ‘Colors of the Past’.

Debat over standbeelden raakt verhit en verstrikt in verdeeldheid. Het praktijkgeval Mahatma Gandhi en Zuid-Afrika als voorbeeld

leave a comment »

Gandhi’s standbeeld in Amsterdam is door toedoen van Indiase en Surinaamse aanhangers van Mahatma Gandhi’s gedachtegoed tot stand gekomen, aldus Wikipedia. Het is in 1991 geplaatst. Barryl Biekman van het Landelijk Platform Slavernijverleden kiest als perspectief wat zij de strijd tegen Afrofobie noemt. Zij meent dat ‘ook een gevolg zou kunnen zijn dat het Mahatma Gandhi gedenkteken wordt verwijderd’. Dit zegt ze in een artikel op Afromagazine. Zij houdt enkele slagen om de arm en neemt een voorschot op een publiek debat. Ze pleit ervoor geen beelden omver te werpen, maar aan te sturen op historisch besef en bewustwording.

Biekman gaat uit van de persoon Gandhi in Zuid-Afrika tot 1914. Ze zegt ‘Mahatma Gandhi wordt in Zuid Afrika beschouwd als één van de grondleggers van de verfijning van het apartheidssysteem’. Dat lijkt een lastig te bewijzen claim en te veel eer voor deze Indiër van rond de eeuwwisseling die zelf door de witte machthebbers werd gediscrimineerd en geen machtspositie had. Apartheid was verdeel en heers, zoals in meerdere koloniale samenlevingen de zogenaamde éleveé’s als zwarte tusseenklasse bij de gratie Gods een tussenpositie mochten innemen, maar zelf wel degelijk gediscrimineerd werden en afhankelijk waren van de kruimels die van de tafel van de witte elite vielen. Biekman kliekte beseffen dat ze zich op gevaarlijk terrein begeeft. Ze  kiest haar woorden omzichtig, indirect en omfloerst als ze zegt dat anderen Gandhi verwijten ‘één van de grondleggers van de verfijning van het apartheidssysteem’ te zijn. Nogmaals, dat is onlogisch omdat Gandhi in het Zuid-Afrika van 1893-1914 geen machtspositie had en onduidelijk is wie dat in Zuid-Afrika ‘beschouwt’. Dat hij in die tijd racistische  denkbeelden over zwarte Afrikanen had is vastgesteld, maar dat is nog lang niet hetzelfde als hem te beschouwen als één van de grondleggers van het apartheidssysteem.

In september 2019 diende de radicale politieke partij Economic Freedom Fighters (EFF) van oud-ANC’er Julius Malema een motie in in de raad van Johannesburg om Gandhi’s standbeeld van het voormalige Van der Bijl Plein te verwijderen. Volgens een bericht van 28 september 2019 in de Indiase Hindustan Times had de motie het over  ‘Racistische uitingen’ over Afrikaanse mensen gemaakt door de jonge Gandhi tijdens zijn verblijf in Zuid-Afrika. Uit het bericht blijkt ook dat de EFF in de uitleg van de motie Gandhi’s verdiensten erkent en een mildere toon aanslaat als het Gandhi een ‘hervormde racist’ noemt. Door toedoen van de Democratic Alliance (DA) die de coalitie leidt en oppositiepartij ANC werd de motie van de EFF met een meerderheid van 226 tegen 20 afgewezen. In hun antwoord wezen vertegenwoordigers van DA en ANC op de bredere betekenis van de persoon Gandhi. De vertegenwoordiger van het ANC pleitte ervoor om verdeeldheid te vermijden.

Daarbij gaat Biekman in haar strijd tegen de Afrofobie voorbij aan het feit dat een standbeeld geen persoon is. ‘Ceci n’est pas une personne’ (Dit is geen persoon) zou als bij een schilderij uit 1929 van René Magritte bij standbeelden gedacht moeten worden. Zoals een afbeelding van een pijp op een schilderij geen pijp is. Standbeelden vallen niet samen met de persoon die ze representeren. Een standbeeld heeft per definitie een andere strekking, zeggingskracht en werking dan de persoon waar het naar verwijst. Dit geeft tevens de sleutel tot de oplossing voor de oproep die na de moord door een politie-agent op George Floyd in Minneapolis is gaan klinken om standbeelden uit het straatbeeld te verwijderen. Als onderscheidend zou het criterium moeten worden genomen of een standbeeld nu het racisme, de slavernij, het kolonialisme of in Biekmans idioom de Afrofobie promoot. Indien zo’n standbeeld daar een symbool van is, dan dient het serieuze overweging om het te verwijderen en naar een lokaal museum over te brengen. Anders kan het blijven staan of kan een bijschrift bij het standbeeld worden geplaatst dat historische details geeft.

Ik kan me trouwens vinden in de opinie van conservator Amsterdam Museum Tom van der Molen om ‘koloniale beelden’ te transformeren. Inspirerend is zijn idee om kunstenaars daarbij te betrekken. Hij komt met de voorbeelden die hij geeft (standbeelden ondersteboven begraven) terecht in het idioom en de denkwereld van kunstenaars als Wim T. Schippers en John Körmeling. Worden zij met terugwerkende kracht de grootvaders van hedendaagse kunstenaars die dit varkentje van de dekolonisatie moeten gaan wassen? In enkele uitspraken mist Van der Molen de nuance en gaat met zichzelf op de loop. Onder meer als hij zegt dat het simpelweg niet meer van deze tijd is om te streven naar gemeenschappelijke helden. Dat klinkt fatalistisch en ‘smal’, zeker voor een conservator van een historisch museum. Waarom is ‘deze tijd’ fundamenteel anders dan andere tijden? Dat is een merkwaardige uitspraak die eerder politiek dan historisch bepaald lijkt te zijn. 

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelTijd voor een Vierde VN Wereld Anti Racisme Conferentie?’ van Barryl Biekman op Afromagazine, 15 juni 2020.

Foto 2: René Magritte. La trahison des images [Ceci n’est pas une pipe]), 1929. Collectie: LACMA.

Foto 3: The statue of Gandhi in 2004 (Johannesburg, Zuid-Afrika). Credits: András Osvát.

Doel en middelen van actiegroepen ‘De Grauwe Eeuw’ en ‘Helden van Nooit’ in tijden van anti-Trumpisme en ‘Black Lives Matter’

with one comment

I. In de jaren 2016-2018 voerde actiegroep De Grauwe Eeuw actie tegen het standbeeld van Jan Pietersz Coen in Hoorn, kunstencentrum Witte de With in Rotterdam en de Nationale dodenherdenking in Amsterdam.

Ook De Grauwe Eeuw wilde zenden en niet in debat gaan. Het opereerde anoniem. Net als bij de Helden van Nooit ging het om een splintergroep. Het is aannemelijk dat Helden van Nooit een voortzetting, afsplitsing of doorstart van De Grauwe Eeuw is. Dat kan beperkt zijn tot de betrokkenheid van enkele individuen.

II. Identiteitspolitiek is kernzaak van actiegroepen als De Grauw Eeuw of Helden van Nooit. Identiteitspolitiek is makkelijk en het naar voren brengen als verschijnsel vergt weinig kennis over geschiedenis, economie of maatschappij. Identiteitspolitiek is vakantie van de echte politiek. Identiteitspolitiek is gemakzucht. Praten over identiteitspolitiek valt de gevestigde orde niet in de kern maar aan de oppervlakte aan. Het onderschrijft die juist. Via een omweg, die de activisten van De Grauwe Eeuw en Helden van Nooit blijkbaar niet doorzien.

Door zich over identiteit een moralistisch oordeel toe te eigenen en dat tegelijk anderen te ontzeggen menen radicalen straffeloos het centrum onder vuur te kunnen nemen. Zelf leggen ze geen verantwoording af. Aan wie zouden ze dat moeten doen? Aan hun eigen geweten? Leden van De Grauwe Eeuw en Helden van Nooit opereren anoniem als vrijschutters van de publieke opinie. Er bestaat onzekerheid over of ze de standpunten van anderen voor wie ze zeggen op te komen projecteren of dat ze oprecht spreken namens degenen die ze claimt te zijn. Het is dus oncontroleerbaar hoe gemeend en vrij van bijbedoelingen hun standpunten zijn.

III. Radicalen wanen zich in hun zelfbeeld de helden die in naam van een ideaal alles mogen zeggen en kunnen doen vanwege de omstandigheden die de uitzonderingstoestand zouden rechtvaardigen. Dat wil zeggen, voor henzelf, niet voor de vertegenwoordigers van de staat of hun politieke opposanten. Die moeten zich aan de regels van de rechtsstaat houden. Radicalen niet. Een open debat wordt vermeden omdat dat burgerlijk en achterhaald zou zijn. Zo werkt de bunkermentaliteit van radicalen die geen tegenspraak veelt.

IV. Het is begrijpelijk dat actiegroepen als De Grauwe Eeuw of Helden van Nooit de bewustwording over het kolonialisme, de slavernij, het racisme en maatschappelijke ongelijkheid willen vergroten. Dat is hard nodig. Dat kan mee begonnen worden door aanpassing van het onderwijsprogramma. Het is de vraag of de beste manier om de bewustwording te vergroten het bekladden van standbeelden, instituties en straatnaambordjes is en het herschrijven van de geschiedenis. Het is een strategie die averechts kan uitpakken. Dus ja, geef informatie over wat er fout was aan het kolonialisme en de mentaliteit die dat mogelijk maakte, maar nee, probeer dat niet te forceren door het ‘creatief’ aanpakken van de symbolen ervan. Dat verplaatst de aandacht naar bijverschijnselen die afleiden van de hoofdzaak. Want de macht daarachter blijft ongemoeid. En geeft de tegenstanders onnodig munitie om de ‘goede zaak’ dwars te zitten. Daar schiet niemand iets mee op.

Het is goed dat de discussie over racisme, neo-kolonialisme of slavernij wordt gevoerd. Maar dat debat vraagt om zorgvuldigheid en de effecten ervan moeten de hele bevolking meenemen. Verbreding van het debat is de uitdaging. De valkuil is dat het tegenkrachten oproept die zich verzetten zodat het onderwerp gepolitiseerd wordt. Een radicale opstelling kan zinvol zijn om een debat te agenderen, maar het is stukken lastiger om vervolgens een meerderheid van de bevolking mee te krijgen voor verandering. Daar is het toch om te doen?

Foto 1: ‘De sokkel van JP Coen heeft een VOC-logo met strop gekregen en er is ‘Genocide’ op gespoten. (Foto HMC / Eric Molenaar)’. In het Noordhollands Dagblad, 25 oktober 2016. Opgeëist door actiegroep ‘De Grauwe Eeuw‘.

Foto 2: De bekladding op het beeld van Piet Hein, 12 juni 2020 RIJNMOND. Opgeeist door actiegroep ‘Helden van Nooit’. 

Nogmaals ‘Monarchie hoort in het museum. Laat daarom de Gouden Koets rijden’. Een storm van ongenoegen wacht de instituties

with 6 comments

I. Er staan op Petities.nl drie tamelijk brave petities met de strekking dat de gouden koets naar een museum moet. Zie hier, hier en hier. Maar als dat idee geïsoleerd wordt, dan heeft het weinig betekenis. De petities houden zich in en lijken niet te weten hoever ze durven gaan. Ze hebben kritiek op de gouden koets en het kolonialisme, maar dat zijn makkelijke voor de hand liggende symbolen. Want onderhand is een meerderheid tegen het kolonialisme en de symbolen daarvan, zoals standbeelden en zoiets als een gouden koets.

Daarnaast wenden de petities zich tot de Tweede Kamer dat het focuspunt van de gevestigde orde is. Dat soort onderdanigheid is niet de manier waarop een protest van onderop behoort te werken. Nu is het het moment om verder te denken. Niet de symbolen, maar het systeem van de ongelijkheid en het onrecht ofwel de machtsstructuur dient aangepakt te worden vanwege de rugwind van de protesten. Wie doordenkt komt uit bij de slotsom dat het Nederlandse koninklijk huis naar het museum moet. Dan pas krijgt het protest smoel.
 

II. In 2015 schreef ik het commentaarMonarchie hoort in het museum. Laat daarom de Gouden Koets rijden’:
‘Er is iets opvallends aan de hand met het opinieartikel van Joris Hanse voor Joop.nl. Niet hij, maar de reageerders trekken de ultieme consequentie uit zijn woorden. Ze pleiten voor afschaffing van de structuur achter de Gouden Koets: de monarchie. Hanse redeneert vanuit de haalbaarheid van de praktische politiek. Hij laat het bij het pleidooi om de Gouden Koets als symbool ‘voor al het leed dat Nederland in vier eeuwen overzee heeft aangericht’ naar het museum te verplaatsen. Op Prinsjesdag rijdt de koning in de Gouden Koets naar de Ridderzaal waar hij de troonrede uitspreekt. Het is de opening van het parlementaire jaar.

Waar Hanse doet aan symboolpolitiek door alleen de Gouden Koets aan te pakken gaan de reageerders verder: ‘Word het niet eens tijd dat het 110 miljoen kostende sprookje ook richting museum verdwijnt en een replica van WILLEM de overbodige bij het wassenbeelden museum voor de genen die zo nodig moeten zwaaien’, zegt Ton de Vries. Olav Meijer meent: ‘Natuurlijk hoort de gouden koets in een museum, net zoals het koningshuis zelf’ en Anja Lodewijks is consequent: ‘Daarom doe de koning in het museum, dan gaat de koets vanzelf mee.’ Eric Minnens koppelt juist monarchie en Gouden Koets los: ‘Anders gezegd: het is gemakkelijker een nieuwe koets aan te schaffen dan de monarchie af te schaffen.’ Het museum als opslag voor het ongewenste.

Er zijn vier opties: 1) Schaf de Gouden Koets (GK) af en de monarchie (M) niet; 2) Schaf GK en M af; 3) Schaf GK niet af en M wel; 4) Schaf GK en M niet af. Optie 3 vervalt omdat het onlogisch is een symbool te laten bestaan van een monarchie die afgeschat wordt. Optie 1 waar ook Joris Hanse voor pleit is een polderoplossing die de verschijningsvorm aanpast, maar de machtsstructuur erachter ongemoeid laat. Optie 4 is een voortzetting van de bestaande situatie. Optie 2 is de radicale oplossing die zowel symbool (GK) als structuur (M) aanpakt.

Hanse heeft gelijk met zijn opstelling omdat de macht van de monarchie op dit moment te sterk is om deze af te schaffen. Politieke partijen zien dat de pro-monarchistische krachten te sterk zijn en doen nu geen moeite om in principiële Republikeinse standpunten te investeren. Ik kwam in 2011 in een blogposting tot een exact tegenovergesteld standpunt als Hanse: ‘Het gevolg van de discussie rond het linkerpaneel van de Gouden Koets is dat links en rechts zich verschansen in de loopgraven. En dat het Koninklijk Huis opnieuw onderwerp van discussie is geworden.’ Anders gezegd, wie voor afschaffing van de monarchie is moet de Gouden Koets niet afschaffen, maar die als antireclame voor de monarchie juist laten blijven rijden. Leve de Gouden Koets!’

 
III. De politieke afweging van de zomer van 2020 is of de macht van de monarchie nog steeds sterk genoeg is om niet ter discussie gesteld te worden. Hoe dan ook werken deze halfslachtige petities die verzoeken om de gouden koets naar het museum te rijden averechts omdat ze niet de macht, maar slechts de symboliek van de macht aanpakken. In reactie op een FB-post van Tjebbe van Tijen (zie ook dit commentaar uit 2013 over de bibliotheek van het Tropeninstituut) schreef ik het volgende: ‘Mee eens Tjebbe. Laten we gelijk schoon schip maken en die hele Nederlandse koninklijke familie naar het museum overbrengen. Maar ik ben het er niet mee eens om de standbeelden in het water te gooien. Die kunnen ook naar het museum. Probleem is namelijk waar het opruimen stopt. Wie weet is er een radicale factie te vinden die mensen als Nelson Mandela, Rudolf Thorbecke of Anton de Kom om welke reden dan ook bij het oud vuil wil zetten. Interessant is de positie van het management van het Tropenmuseum of het NMVW dat zich afgelopen jaren zo politiek correct heeft gedragen. Gaan zij de storm doorstaan of radicaliseren ze nog verder richting politieke correctheid?’

Foto: Koning Willem-Alexander in de Gouden Koets, Prinsjesdag 2013.

Bouterse op verlies in verkiezingen. Hoe verder met hem en Suriname?

with 8 comments

President Desi Bouterse stevent in de Surinaamse parlementsverkiezingen af op een nederlaag. Het parlement benoemt de president. Oppositiepartij de VHP is de gedoodverfde winnaar. De stemmen worden nog geteld.

Suriname heeft de eer om het eerste land in de rij te zijn dat de overgang van autoritair leiderschap naar democratie maakt. De VS, de Russische Federatie en Brazilië kunnen volgen. Hoewel het gesloten Rusland niet echt in het rijtje thuishoort. De verwachting was niet dat de machtsoverdracht in Suriname zo makkelijk zou gaan en evenmin dat het in die andere landen zo makkelijk als in Suriname zal gaan. De overeenkomst is dat de politieke leiders van deze landen hun ambt van president gebruiken om zich te vrijwaren van een vrijheidsstraf of sancties. Door in functie te blijven kunnen ze dat ontlopen, of voor zich uit schuiven. Maar ooit verkruimelt hun machtsbasis. Voor Bouterse en types als Trump staat er daarom meer op het spel dan de voortzetting van hun ambt alleen. Hoe de machtsoverdracht in Suriname gaat, kan er een aanwijzing voor zijn hoe dat in de VS of Brazilië zal gaan. Ondanks de verschillen. Want Bouterse domineert al zo’n 40 jaar de Surinaamse politiek. Zijn magie is uitgewerkt.

Hoe verder met Suriname? Wellicht vlucht Bouterse naar Cuba. Suriname kan met wederzijds voordeel de banden met Nederland aanhalen voor de wederopbouw. De Surinaamse politiek en maatschappij moet krachtig genoeg worden geacht om zich niet nogmaals te laten koloniseren door het oude moederland. De vele hoogopgeleide Surinamers die in Nederland wonen kunnen het verschil tussen de twee landen helpen overbruggen. Blijft echter het probleem van het aanhoudingsbevel van Bouterse dat als een steentje in de schoen de relatie tussen de twee landen zal blijven belasten. Levert het land waar Bouterse zich straks gevestigd heeft hem uiteindelijk uit aan Nederland?

Written by George Knight

26 mei 2020 at 12:55

Museum moet zich breed opstellen en niet tot deelnemer aan het publieke debat maken door standpunten van radicalen te steunen

with one comment

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn dit jaar weer voorbij en kerstmis kondigt zich al aan op markten, in winkels en huiskamers. Dat is een passend moment om los van de actualiteit terug te kijken op bovenstaande tweet van 16 november 2019 van het Stedelijk Museum. Wat zegt het, wat beoogt het, wat zijn de voor- en nadelen ervan en hoe plaatst het een kunstmuseum in het publieke debat vol voetangels en klemmen?

Laat ik om te beginnen mijn positie duidelijk maken over deze tweet. Ik meen dat het SM die nooit had moeten plaatsen en ermee de fout is ingegaan. Ik vind het te ongenuanceerd, te vrijblijvend en het verkeerde medium. Het is te makkelijk gedaan zonder dat het museum als institutie er enige verantwoordelijkheid voor neemt. Het is lui denken die volgt uit een combinatie van politieke correctheid en marketing. Ermee neemt een museum op een pamflettistische wijze stelling in een maatschappelijke kwestie door aan te sluiten bij een radicale opvatting die in de samenleving leeft. Dat is onverstandig. Daarmee maakt het museum zich nodeloos kwetsbaar voor kritiek zoals wel blijkt uit de vele reacties bij de tweet. Dat verzwakt -opnieuw onnodig- de positie van het museum. Van dezelfde categorie domheid was naar mijn idee het afschaffen van de term ‘Gouden Eeuw’ door het Amsterdam Museum. Daarvan was de onderbouwing zelfs nog ezelachtiger en onzinniger dan uit deze tweet van het SM blijkt die van inhoud tamelijk neutraal is. Maar van intentie niet.

De uitdaging voor een museum is om naar alle kanten kritisch en open te zijn. Zich niet te verbinden met een specifieke doelgroep. De uitdaging voor de staf van een museum is om de eigen persoonlijke voorkeur buiten het museumbeleid te houden. Het er niet direct in door te laten klinken. Want een museum als institutie is meer dan een persoonlijke mening van directeur, conservator of medewerker marketing of publiciteit. De verleiding voor het management van een museum is wellicht groot om de eigen persoonlijke mening op het beleid te drukken, maar aan die verleiding moet weerstand geboden worden. De eigen duim op het Twitter-account van het museum of de regie over het museale sociale medium moet niet tot ongebreideldheid, maar tot beheerstheid en terughoudendheid leiden.  De persoonlijke mening van een museummedewerker over de Gouden Eeuw of Zwarte Piet is van ondergeschikt belang en moet niet in het beleid doorklinken. Wat anders is het als een directeur of conservator zich op persoonlijke titel over een politieke kwestie uitspreken. Dat kan, maar dan moet duidelijk uit de context blijken dat het niet het standpunt van het museum is.

Over kwesties als slavernij, kolonialisme, inclusiviteit, diversiteit en identiteit wordt in de samenleving verschillend gedacht. Het zijn vooral degenen in de marge die zich het hardste roeren en het publieke debat hebben gekaapt. In Nederland laat radicaal-links zich voeden door het debat aan Amerikaanse universiteiten dat ten onrechte 1 op 1 naar Nederland wordt vertaald. Dat leidt tot aannames die de verschillen alleen maar vergroten. Het kan door de specifieke achtergronden van de harde Amerikaanse samenleving verdedigbaar zijn om Black Pete of Blackface in de VS als racistisch te beschouwen, maar het is vooralsnog niet zeker of dat voor Zwarte Piet in Nederland in dezelfde mate geldt. Ik betwijfel dat. Van de andere kant laat radicaal-rechts in Nederland zich ook door het Amerikaanse debat voeden en sturen. Met verbitterdheid, ongenuanceerdheid, felheid en gebrek aan een breed perspectief van dien. Ook het schema van Amerikaans nieuw rechts of alt right dat karakteristiek van aard en karakter is kan niet 1 op 1 naar de Nederlandse samenleving vertaald worden. Slotsom is dat het Nederlands is om afstand van zowel radicaal-rechts als radicaal-links te nemen.

In de Zwarte Piet discussie nemen sinds 2012 de laatste twee kabinetten Rutte, Rutte II en Rutte III, een bemiddelende positie in. Ze pleiten voor een geleidelijke overgang en afbouw van de meest racistische stereotyperingen. Dat is een verstandige opstelling die als voorbeeld kan dienen bij al deze identiteits-kwesties waarbij radicalen aan beide kanten van het politieke spectrum zich fel uitspreken en hard tegenover elkaar staan. De les is dat de regering, een democratische institutie of een met gemeenschapsgeld betaald museum zich niet tot deelnemer van dat debat moeten maken door partij te kiezen. Ze dienen zich op te stellen als neutraal en dienen weliswaar niet hetzelfde initiatief te nemen als regering of politieke partijen, maar moeten er wel op z’n minst voor zorgen dat ze deze beweging en voortgang niet verstoren.

Door vrijblijvend, makkelijk en eenzijdig partij te kiezen zoals in 2019 het Stedelijk Museum en Amsterdam Museum deden bereikten ze het omgekeerde van wat ze beoogden. Steunen van een politiek controversieel standpunt roept weerstand op en geeft het foute signaal af over betekenis en functie van een museum. Dat moet in ambitie hoger mikken, zodat het zelf buiten het politieke debat blijft en de eigen positie erbinnen niet ter discussie stelt. Een museum moet signaleren, presenteren en documenteren, zonder zich te reduceren tot een spreekbuis of pamflet van een (radicaal-)politieke stroming. Dat betekent overigens niet dat een museum op een tentoonstelling, symposium of in een publicatie geen standpunt kan innemen over politieke kwesties. Liever wel zelfs. Het verschil is de context, samenhang en onderbouwing. Als een museum zich als opdracht stelt om veelvormig voor een breed publiek of vele deelpublieken te zijn met een goede (kunst)historische onderbouwing, dan volgt daaruit vanzelfsprekend dat het over maatschappelijke kwesties als verlengde van die eigen tentoonstelling, symposium of publicatie uitspraken doet. Ingebed en niet persoonlijk of ongeremd.

Foto: Tweet van het Stedelijk Museum Amsterdam, 16 november 2019.

Kritiek op presentatie over Nieuw-Guinea in Bronbeek. Foto’s liegen vooral als ze wetenschappelijke onderbouwing missen

leave a comment »

Het gezegde luidt ‘Eén beeld zegt meer dan duizend woorden‘. Maar we weten dat beelden kunnen liegen. Ze kunnen gemanipuleerd en uit hun omgeving getild worden en in een andere samenhang geplaatst worden zodat ze een andere dan de oorspronkelijke betekenis krijgen. Het is simpel om door een eenzijdige selectie uit een beeldbank van foto’s en films een vertekend beeld van het verleden te geven en dat te presenteren als objectief. Niemand controleert het. Zo kan de Nederlandse overheid in voormalig Nederlandse-Indië als bruut, dictatoriaal en hardvochtig of juist humaan, rechtvaardig en opvoedkundig voorgesteld worden. Het stemt allebei niet overeen met de werkelijkheid. Zo’n hedendaags perspectief zegt daardoor meer over de blik van de curator of tentoonstellingsmaker uit 2019 dan over de situatie in Nieuw-Guinea of op Java in 1919.

Eenzijdigheid van een tentoonstelling die wordt voorgesteld als realistisch en met een meervoudig perspectief is bedrieglijk. Voormalig gids en Indië- en Nieuw-Guinea-veteraan Bo Keller heeft kritiek op het ‘cynisme’ van een kleine presentatie in Museum Bronbeek. We zijn gewaarschuwd, geloof niet op voorhand beelden van curators die om politieke redenen worden gepresenteerd en duizend wetenschappelijke woorden missen. Deze makkelijke beelden zonder context doen uitsluitend een uitspraak over het perspectief van de curator.

Trump zegt staatsbezoek aan Denemarken af omdat het Groenland niet wil verkopen. Toch is nadenken over een nieuwe status zinvol

with 2 comments

President Donald Trump heeft een gepland staatsbezoek aan Denemarken afgezegd omdat dit land niet wil ingaan op zijn suggestie om Groenland te verkopen. Trump zou Denemarken op uitnodiging van koningin Margrethe II op 2 september 2019 bezoeken. Aanvankelijk werd gedacht dat het om een grap ging, maar bij nader inzien meende Trump het serieus. De Deense premier Mette Frederiksen omschreef Trumps suggestie als ‘absurd’. Trump toont geen respect voor Denemarken en Groenland, dat een autonome status heeft binnen het Deense Koninkrijk. Groenland maakt in tegenstelling tot Denemarken geen deel uit van de EU.

Onbegrijpelijk is Trumps idee niet omdat Groenland geologisch deel van Noord-Amerika uitmaakt. Aansluiting bij het aangrenzende Canada zou om staatkundige en culturele redenen echter logischer zijn. Daarnaast is het vreemd dat als Trump het werkelijk serieus meent hij dit niet beter voorbereidt en achter de schermen in gesprekken met Denemarken, Canada, Groenland en de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van de EU bespreekt voordat hij er de openbaarheid mee opzoekt. Nu gooit Trump zijn eigen glazen en die van zijn opvolger in doordat hij zijn huiswerk niet heeft gedaan en voor zijn beurt spreekt.

Door de klimaatopwarming en de arctische expansie en ontginning die samengaat met toenemende economische en militaire ontwikkelingen is het denkbaar dat Groenland op termijn een andere status krijgt. Juist om het te beschermen tegen indringers. Want dit gebied komt geleidelijk aan het front van de strijd tussen staten te liggen. Met de Russische Federatie en China die om economische redenen belang hebben bij een noordelijke doorgang van Europa naar Oost-China en de ontginning van gasvoorraden in het poolgebied.

Wat rest is hoon jegens Trump die zich laat kennen als kortzichtig en heetgebakerd. Als iemand die de 24-uurs nieuwscyclus blijft overstelpen met losse flodders, proefballonnen en illusies die de bedoeling hebben dat ze elkaar in de snelle opvolging verdringen en daardoor onvoldoende op waarde geschat kunnen worden.

Trumps idee dat men als in de hoogtijdagen van het kolonialisme en het 19de eeuwse nationalisme landen en inwoners van die landen kan kopen is achterhaald. Daarmee maakt Trump een slechte beurt. Ik gaf deze reactie op een Amerikaanse site: Let Canada and Scandanavia together buy New England and the Northern States at the Canadian border. Let The Netherlands buy back New York (and calling it New Amsterdam again). Let France buy back Louisiana and the heartland. Let Mexico buy back Texas and California. Let Japan buy Hawaii. Let the UK buy the Southern States. Let the Russian Federation buy back Alaska. What rests can be bought back by the native Americans from which the land was stolen by the so called borderline adventurers. If Trump is lucky he can repatriate to the land of his ancestors: Germany, to spend his old age. Or the land of his mother: Scotland. But if he prefers Greenland, that is OK (although probably not for the natives).

Identiteitspolitiek in de kunst: geschil over Zeitz MOCAA Museum in Kaapstad

with one comment

De teksten over het Zuid-Afrikaanse Zeitz MOCAA Museum in Kaapstad gaan over identiteitspolitiek in de kunst. Dat maakt het interessant omdat het een actuele ontwikkeling in onze samenlevingen betreft die in dit geval vertaald wordt naar de kunst en de museumsector. Sky Österreich News doet verslag. Identiteitspolitiek komt neer op de spanning tussen individualisme en het individualisme van de kunstenaar, en de rechten van sociale groepen die zich ongelijk behandeld voelen. Aanleiding is de tentoonstellingWHY SHOULD I HESITATE: PUTTING DRAWINGS TO WORK’ met werk van William Kentridge die op 25 augustus 2019 opent.

Wat zijn de ‘aantijgingen van racisme’ die volgens de tekst de kunstscene van Zuid-Afrika zou splitsen? Waarom stoot het werk van de witte William Kentridge op kritiek? Notabene een Zuid-Afrikaanse kunstenaar die in Europa met open armen wordt ontvangen en gevierd wordt omdat hij de zaak van de zwarte bevolking naar voren brengt en kritische noten plaatst bij de koloniale geschiedenis van Afrika. Nog onlangs in het Holland Festival met de voorstellingThe Head & The Load’ over het leed van Afrikanen in de Eerste Wereldoorlog. Is het ultieme verwijt van de identiteits-activisten aan Kentridge dat hij een witte huid heeft?

De kritiek op William Kentridge en op Zeitz MOCAA dat hem presenteert tekent het failliet van dit soort identiteitspolitiek dat de grote lijn uit het oog verliest. Activisten schieten in hun kortzichtigheid in eigen voet. Des te meer omdat het budget en de middelen van het museum groot genoeg zijn om allerlei soorten Afrikaanse kunst van allerlei kunstenaars uit diverse Afrikaanse landen in een jaarprogramma naast elkaar te tonen. In dat brede palet past ook William Kentridge die volgens Europeanen pleit voor de Afrikaanse zaak.

Wat is hier aan de hand? Worden Europeanen verkeerd voorgelicht met de culturele marketing over Kentridge door de culturele instellingen die hem in Europa presenteren en promoten? Of is hier een minderheid van identiteits-activisten in de culturele sector van Zuid-Afrika bezig die zich niet zozeer verzet tegen de witte kunstenaar Kentridge, maar tegen de gevestigde kunstenaar Kentridge? Kortom, een normale vadermoord van jongere activisten die komen kijken en zich in een sector proberen in te vechten. Dat is een wetmatigheid van alle tijden. Maar als dat laatste het geval is, hoe opportuun is het dan om hier aandacht aan te besteden?

Als het Zeitz MOCAA werkelijk een ‘zwarte museum voor witte bezoekers’ is zoals de activisten claimen, dan heeft dat meer te maken met de geschiedenis van Zuid-Afrika, dan met die van dit museum dat nog maar twee jaar bestaat. Activisten zouden er beter aan doen om er via mobilisatie voor te zorgen dat de diversiteit van de bezoekers toeneemt. Het getuigt van gebrek aan moed en ambitie om kritiek te spuien op dit museum en niet op de bolwerken van het witte denken, en alles door de bril van identiteit te zien. Waar onrecht bestaat moet dat aangepakt worden, maar daar is meer voor nodig dan oppervlakkig en lui denken dat mede dient als zelfprofilering van activisten die zich tegoed doen aan laaghangend fruit van een kwetsbaar, lokaal museum.

Bevestigt een goedbedoelde tentoonstelling in Dordrecht over gevluchte lhbti’ers stereotyperingen over zwarte Afrikanen of niet?

leave a comment »

Tot 24 maart zijn in Dordrecht op de tentoonstelling ‘No land for love’ in een pand op de Spuiboulevard 4 ‘beelden van gips en glas te zien van lhbti-asielzoekers die naar Nederland vluchtten’, aldus een bericht van RTV Dordrecht. Maker is Marcel Joosen. De expositie is onderdeel van de ‘Roze Ode aan de Synode‘: vrijdag vindt in de Grote Kerk een congres plaats over de verhouding tussen religieuze instellingen en LHBTI’ers.

Vraag is of de tentoonstelling stereotyperingen over zwarte Afrikanen bevestigt of niet. Ik kan hierover geen uitspraak doen omdat ik de tentoonstelling niet heb gezien, maar de video doet me sterk de wenkbrauwen fronsen over het getoonde. Het doet me denken aan de kritiek die onlangs ontstond bij het heropende en herbouwde Afrika Museum in het Belgische Tervuren. Zie hier mijn commentaar daarover. Weliswaar ging die kritiek over ‘koloniale propaganda’ die het museum zou goedpraten en directeur Guido Gryseels ontkende. Hij zei zich verkeerd begrepen te hebben, en meende het goede te doen. Maar iets wat goedbedoeld is, kan toch voor sommigen goed verkeerd uitpakken. Dat lijkt de overeenkomst met de tentoonstelling in Dordrecht.

Foto: Impressie van de tentoonstelling ‘No land for love’ met beelden van Marcel Joosen in berichtTentoonstelling in teken van gevluchtte lhbti’ers’ van RTV Dordrecht, 14 maart 2019.

%d bloggers liken dit: