George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Oikofobie

In zijn oordeel over hedendaagse kunst schittert Thierry Baudet in drukte, verwarring, misverstanden, onbegrip en denkfouten

with 3 comments

Politicus Thierry Baudet geeft in zijn uitingen over hedendaagse kunst aan er weinig van te begrijpen. Of hij weet zijn kunde goed te verbergen. Het is zo simpel, hedendaagse kunst na Édouard Manet reflecteert in al haar verschijningsvormen op de diversiteit en fragmentatie van de wereld. Inclusief op zichzelf. Hedendaagse kunst is het omgekeerde van wat Baudet het onjuist toeschrijft. Hij verwart de thema’s die de hedendaagse kunst omvat met het uitgangspunt ervan. Hij geeft de uitgangspunten van hedendaagse kunst verkeerd weer.

Hedendaagse kunst kan vervreemding verbeelden zoals Bertolt Brecht dat vanaf 1920 in het theater deed. Hedendaagse kunst kan politieke standpunten verbeelden zoals 17de-eeuwse schilderkunst (De bedreigde Zwaan van Jan Asselijn) of klassieke kunst (De Lysistrata van Aristophanes) dat ook deden. Hedendaagse kunst kan de samenleving een spiegel voorhouden waardoor het eigene ter discussie wordt gesteld en minder vanzelfsprekend wordt. Hedendaagse kunst kan de structuur van de werkelijkheid ontrafelen door te proberen achter de façade ervan te kijken. Zoals Roland Barthes dat in 1970 in zijn semantische analyse van een verhaal van Honoré de Balzac S/Z deed. Dat zijn geen uitgangspunten, maar toepassingen van hedendaagse kunst.

Baudet geeft door in zijn rijtje vervreemding (in de traditie) van Brecht naast ‘oikofobie’ (thuisgevoel) van de Britse conservatieve cultuurfilosoof Roger Scruton te zetten aan de cultureel-historische en dramaturgische achtergrond van de Brechtiaanse Verfremdung niet te begrijpen. Die is naar andere kunstvormen inclusief de hedendaagse beeldende kunst ‘overgesprongen’. Vervreemding is niet bedoeld of wordt als dramaturgisch middel ingezet om mensen van hun omgeving te vervreemden, maar beoogt juist het omgekeerde. Namelijk het vergroten van de bewustwording door mensen aan de hand van het creatieve maakproces (het tonen van de montage) zich van hun achtergrond en (achtergestelde) positie bewust te maken. Door ze letterlijk achter de werkelijkheid te laten kijken. Wakker schudden van burgers is hetzelfde wat Baudet zegt te doen. Hij verwart het Vervreemdings-effect als artistiek middel met het gevolg ervan. In een eerder commentaar  ‘Thierry Baudet eigent zich ongenuanceerd oordeel over hedendaagse kunst toe’ wees ik hier al eens op.

Kan Baudet vanwege zijn onbegrip nog geëxcuseerd worden voor het omwisselen van de uitgangspunten en toepassingen van hedendaagse kunst, dat geldt niet als hij stelt dat een uitgangspunt ervan ‘zelfhaat’ is. Dat is geen uitgangspunt, laat staan toepassing van hedendaagse kunst, maar een begrip uit de psychologie dat ‘een vorm van totale afwijzing is die de eigen persoon betreft’. Vertaald naar de hedendaagse kunst zou dat betekenen dat het via een toepassing zichzelf totaal afwijst. Maar dat is in strijd met de logica omdat het van tweeën een is. Ofwel, als hedendaagse kunst zichzelf afwijst dan kan het die afwijzing niet tegelijkertijd als toepassing inzetten. Want dan wijst het zichzelf per definitie niet totaal af, maar bevestigt het zichzelf juist.

Hoe moeten we Baudets woorden duiden? Directe aanleiding ervoor is overigens dat hij onder voorzitterschap van Alexander Pechtold (D66) lid van de kunstcommissie van de Tweede Kamer is. Deze speciale commissie doet voorstellen over aankoop van nieuwe kunstwerken en de inrichting van het kamergebouw. Baudet maakt van hedendaagse kunst een strijdpunt in de hoop zijn achterban ermee te vergroten. Daar is niks mis mee als dat zorgvuldig en met inachtneming van de feiten gebeurt. Maar Baudet brengt het debat over hedendaagse kunst niet op een hoger peil, maar maakt er een karikatuur van. Door er een ratjetoe van te maken en alles te willen passen in zijn politieke wereldbeeld zoals dat door onder meer Roger Scruton is gevormd zet Baudet het debat over hedendaagse kunst op slot. Die kunst die reflecteert op de diversiteit en fragmentatie van de samenleving. Het lijkt er sterk op dat Baudet om politieke redenen de diversiteit en fragmentatie afwijst en zich gevolglijk keert tegen de boodschapper die hij zo rabiaat als brenger ven het slechte nieuws afschildert.

Foto: Tweet van Thierry Baudet, 10 mei 2018.

Advertenties

Een conservatieve blik op hedendaagse kunst van PragerU

with 3 comments

PragerU is een conservatieve non-profit organisatie die opgericht werd door de conservatieve televisie gastheer en schrijver Dennis Prager. Waarom conservatieve instellingen zich op een obsessieve manier verzetten tegen hedendaagse lunst is een raadsel dat nog steeds beantwoord moet worden. De conservatief-nihilistische politicus Thierry Baudet maakte zich in zijn vroege carrière in navolging van rechtse denkers die hem inspireerden vanuit een 19de eeuws perspectief (‘Chopin) sterk tegen ‘moderne kunst’ en overigens ook architectuur dat het ‘thuisgevoel’ in de weg zou staan. De 19de eeuw van voor Édouard Manet is de referentie voor deze conservatief geïnspireerde politici en opinie-leiders die niet in de moderne tijd willen treden.

In deze 3 jaar oude video geeft kunstenaar Robert Florczak zijn visie op hedendaagse kunst. Zijn eigen werk voldoet overigens bij lange na niet aan de normen die hij zelf aan kunst van anderen stelt. Het valt het best te omschrijven als rommel dat niet aan de academische standaard voldoet waar hij zo hoog van opgeeft. Hij maakt vlakke kunst, kitsch en meent hedendaagse kunstenaars de maat te kunnen nemen aan de hand van zijn 19de-eeuwse standaard. Dat kan, maar de tegenstrijdigheid slaat wel als een boomerang op hem terug.

Een goede framing is op sociale media het hele verhaal: ‘Waarom is moderne kunst zo slecht?’ Een meer interessante framing lijkt echter ‘Waarom maken conservatieven zich zo druk over moderne kunst?’ Door ertegen te ageren hechten ze tegelijk een groot belang aan hedendaagse kunst. Dat is onbewust positief.

Uiteraard is er veel mis met de kunsthandel en de macht van het grote geld in de hedendaagse kunst. Maar wat Florczak voor PragerU doet gaat verder, hij wijst de hedendaagse kunst zonder uitzondering af. Dat is te grof en ongenuanceerd. Hij wenst niet te erkennen dat de norm om kunst te beoordelen met de eigen tijd mee verschuift. Of doet in opdracht van wat pretentieus de ‘Prager University’ heet, net alsof hij het niet begrijpt.

Framing op TPO over sociaal-democratie en God. Sociaal-culturele onderwerpen dienen als afleiding voor vragen over macht en bezit

leave a comment »

Het moet niet veel gekker worden, een student die zich op sociale media (TPO) presenteert met een ‘essay’. Een literair genre dat door Michel de Montaigne in 1580 is gemunt en hoge eisen stelt aan originaliteit, stijl en intellectuele diepte. De inzet is brutaal. De sociaal-democratie wordt voor het beklaagdenbankje van God gesleept. Ziet u het zich voor u? Maar uiteindelijk gaat het betoog uit als een nachtkaars. Door de stapeling die eruitziet als een omgevallen boekenkast zonder structuur. Het is bij nader inzien rechttoe-rechtaan rechts-conservatisme dat past binnen de politieke richting van TPO, maar zich vermomt als neutrale waarnemer. Simpele haat tegen ‘links’ wordt via een omweg verpakt. De sociaal-democratie verdient kritiek, maar wel eerlijke en directe kritiek. Niet de propagandapraat die Max van Duijn ervan maakt. Mijn reactie:

Een onevenwichtig betoog dat van alles met alles verbindt en daardoor scherpte mist. Het zij de auteur vergeven omdat hij zijn studie nog moet afronden, maar de lezer schiet niks op met zo’n stapeling van aannames en ongelijksoortige argumenten. Waarom TPO dit onvoldragen stuk plaatst verdient nadere uitleg.

‘Alle spreken over boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van boven te komen’ is de zin die Harry Kuiterts denken perfect en snedig samenvat. Het is geen uitgemaakte zaak dat de moderne mens ontkent dat God bestaat. Daarbinnen zijn weer allerlei varianten mogelijk die het debat levend houden. Als God wordt gezien als creatie en uitdrukking van mensen hoeft God helemaal niet dood verklaard te worden. God wordt dichtbij gehaald en vermenselijkt, maar ontdaan van traditionele waarden.

Daarnaast is het nogal een slag in de lucht om te stellen dat het gemis van een culturele constructie -wat God is- leegte op zou leveren. Dat was wellicht ooit zo in de overgang van een diepchristelijke naar een meer pluriforme samenleving, maar in een pluriforme en open samenleving als de Nederlandse zijn de alternatieven voor de constructie God volop aanwezig: kunst, ietsisme, techniek, wetenschap, gezin, gemeenschap. Het leven hoeft niet vanuit godsdienst beredeneerd te worden om zinvol te zijn. Integendeel, te veel godsdienst kan het leven zinloos maken.

Er is iets anders aan de hand. De mens heeft zich geëmancipeerd en heeft God als allesoverheersende kracht niet meer nodig. God is herverkaveld over vele sectoren. En is door die fragmentatie minder krachtig geworden. Zelfs religieuze organisaties koppelen God als een vormende kracht los van een allesomvattend leven, zien het niet meer als verklaring voor alles en reduceren het tot doelstelling in hun statuten. Natuur wordt op afstand gehouden door de techniek, wetenschap verklaart de verschijnselen, kunst en cultuur geven zin, en media en amusement bieden afleiding en verstrooiing. Kortom, ‘God’ is gefragementeerd en de leegte is opgevuld.

Waarom de zogenaamde dood van God speciaal de sociaal-democratie zou beschadigen is niet duidelijk. Het is overigens zo dat binnen de sociaal-democratie altijd een sterke religieuze stroming heeft bestaan: het christensocialisme. In Nederland vertegenwoordigd door Willem Banning. Als er door de sociaal-democratische politiek fouten zijn gemaakt op het gebied van immigratie, het publieke ethos van overheid en publieke sector en de financëele crisis dan zijn die in commissie met de christen-democraten en de liberalen gemaakt.

De aap komt uit de mouw als de auteur verwijst naar het thuisgevoel (oikofobie). Dat is een vage politieke constructie van de Britse conservatief Roger Scruton die enkele jaren geleden door Thierry Baudet in Nederland werd nagevolgd. Het is een even vaag containerbegrip als ‘cultureel marxisme’ waarin allerlei aannames en veronderstellingen gedeponeerd kunnen worden zonder dat het ook maar iets verklaart. Behalve de onmacht van de betoger die niet scherp kan worden en er omheen kletst.

Het is aantoonbare onzin om het specifiek de sociaal-democratie aan te rekenen dat ze met linkse partijen een afkeer van het thuis zouden hebben. Het omgekeerde is waar. De sociaal-democratie is altijd een stroming geweest die zich zowel nationaal als internationaal manifesteerde. Daar zat spanning tussen. Maar zoals internationale conflicten uitwezen moest de internationale solidariteit altijd wijken voor de keuze van de sociaal-democraten voor hun politieke en nationale basis. Liberalen via het internationale bedrijfsleven en christen-democraten via hun katholieke netwerk kozen even makkelijk of zelfs makkelijker dan de sociaal-democraten voor internationalisering. Lang voordat de term globalisme in de mode kwam. Wat de sociaal-democraten in elk geval niet verweten kan worden is dat ze het voortouw namen bij de globalisering en de uitverkoop van nationale belangen.

Het beste antwoord op dit warrig betoog van Max van Duijn is de nieuwe positionering van Jesse Klaver en GroenLinks. Klaver zegt te kiezen voor de ouderwetse sociaal-economische waarden als macht, inspraak en verdeling van de welvaart. Het zijn deze waarden die de laatste jaren zijn weggedrukt door het sociaal-culturele debat over natie, thuisgevoel en nationale identiteit. Dat laatste wordt voor malcontenten als uitlaatklep ingebouwd en is voor de bezittende klasse en het internationale bedrijfsleven een afleidingsmiddel om dat sociaal-economisch debat niet te hoeven voeren en niets in te hoeven leveren van eigen macht en bezit.

Iedereen in een sociale achterstandpositie die zich door dit soort stukken van Max van Duijn over sociaal-culturele onderwerpen aangesproken voelt, zou moeten beseffen dat de echte betekenis ervan afleiding is en de verdediging van de gevestigde orde. Niet God, de sociaal-democratie of het thuisgevoel is dood, maar het nationaal-conservatisme dat daaraan alles ophangt is dodelijk voorspelbaar, saai en ontwijkend.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe politiek in crisis: God is dood’ van Max van Duijn op TPO, 21 november 2017.

Bij het Stedelijk Museum kwam afgelopen jaren de fout van rechts

with 6 comments

Het was wachten op de aanval van populistisch rechts op het Stedelijk Museum. Publicist en econoom Arno Wellens die zich namens Forum voor Democratie van Thierry Baudet het veld in laat sturen wil er de fik in steken. Zo beweert hij in een artikel. Het is een voorspelbaar geluid vanaf de rechterflank van het politieke spectrum. Voorman Baudet moet niets hebben van moderne kunst waar hij in navolging van de conservatieve cultuurfilosofie van Roger Scruton de afkeer van het eigene en dan met name van de natie in ziet. Zo wordt het Stedelijk een focus voor partijpolitiek.

Oud-directeur Beatrix Ruf heeft die reactie van radicaal rechts trouwens over zichzelf opgeroepen door haar kosmopolitisch kapitalisme dat gepresenteerd wordt met politieke correctheid over onder meer immigratie. Dat is politiek bedrijven door iemand die geen politicus is. Ze doet daarin denken aan de luxueuze progressiviteit van Maxima die nooit helemaal geloofwaardig wil worden. Voeg daarbij een Raad van Toezicht die kunst bedreef zonder kunstprofessional te zijn en de reden voor de ontsporing van Ruf is al grotendeels gegeven. Overigens werkt het hoefijzermodel in deze kwestie ook, want vele medestanders van Ruf betichten NRC zonder enige onderbouwing van partijdige journalistiek. Ze stellen zich even hardleers op als Arno Wellens, hoewel ze uiteraard heel iets anders voorhebben met het Stedelijk. Vooralsnog steken ze liever de fik in de redactie van NRC die het slechte nieuws naar buiten bracht.

Zo resteert een Stedelijk Museum dat door rechts onder vuur wordt genomen en een deel van de kunstsector dat geen kwaad woord over Ruf wil horen en niet wil aanvaarden dat zij fouten heeft gemaakt. In Rufs verdediging speelt ook nog het voorsorteren voor haar opvolging mee. Mijn reactie op 925.nl:

Nog altijd gaan er meer dan 600.000 bezoekers per jaar naar het Stedelijk. Dat zijn er zo’n 1.700 per dag. Dus doodstil is het er niet. Voor een econoom is het opvallend om te kiezen voor de optie de boel maar in de fik te steken. Hoort dat niet eerder bij autoritaire landen die kapitaalvernietiging op de koop toe nemen? En overigens, wat moet er met de onbetaalbare collectie gebeuren? Verkocht worden op het Waterlooplein?

Dat er iets ontzettend fout is gegaan in het Stedelijk Museum lijkt wel duidelijk voor iedereen die het zichzelf toelaat de reeks onthullende artikelen in de NRC tot zich door te laten dringen. Overigens kwam het nieuws over de belangenverstrengeling van artistiek directeur Beatrix Ruf en de vorige Raad van Toezicht niet uit de lucht vallen. Het was al jaren een publiek geheim. Het is eerder een raadsel dat de verzamelde Nederlandse kunstjournalistiek zolang heeft gewacht met publicatie. Jan Christiaan Braun heeft sinds 2011 in paginagrote advertenties in de landelijke dagbladen gewezen op de rol van de kunsthandel en de overtreding van ethische codes door zowel bestuur als directie. Zie hier wat ik er toen over schreef.

Met alles wat ontspoort is er een keuze uit twee opties: opdoeken of hervormen. Dat is ook zo met het Stedelijk. Het heeft een gedenkwaardige en waardevolle geschiedenis en het is kort door de bocht om het op te doeken vanwege een disfunctionele directeur en een disfunctionele Raad van Toezicht. Hervormen is een optie die eerder voor de hand ligt.

We doeken het Nederlands Elftal ook niet op als het wanprestaties levert en in twee achtereenvolgende kampioenschappen de voorronde niet overleeft. Het is dan wachten op betere tijden en organisatorisch moet er ingegrepen worden om de voorwaarden weer naar de hand te zetten. Na een sjoemelende prins Bernhard werd evenmin het koningshuis opgedoekt, hoewel het naar verluidt weinig scheelde en het aan Joop den Uyl te danken is dat het niet gebeurde. In dit soort ontsporingen is de aangewezen weg dan een flinke hervorming. Een nieuwe stip aan de horizon en en een nieuwe start met nieuwe mensen en een nieuwe mentaliteit. Precies zo is het met het Stedelijk.

Dat Ruf en de vorige twee Raden van Toezicht gefaald hebben is duidelijk. Niet alleen organisatorisch, maar ook maatschappelijk en programmatisch. Het was te eenzijdig en te arrogant. Te incestueus en te gesloten. Overigens is het interessant om op te merken dat bij het Stedelijk sinds 2010 de fout van rechts kwam. De Raad van Toezicht bestond uit miljonairs die kunstprofessional speelden, maar op kunstgebied in de kern amateur waren. Daarnaast gebruikten ze hun functie om zelf in kunst te handelen. Dief en diefjesmaat. Ze hadden nooit in die positie benoemd moeten worden.

Een bedrijfsachtergrond geeft iemand nog geen verstand van beeldende kunst of de museumsector. Het opereren van die Raad van Toezicht bevestigt het misverstand dat ondernemers doelmatiger en met meer gezond verstand handelen dan mensen in de publieke sector. De recente geschiedenis van het Stedelijk lijkt eerder het omgekeerde aan te tonen. Hoewel we moeten oppassen voor snelle conclusies omdat ook iemand als oud-minister Guusje ter Horst deel uitmaakte van de Raad. Maar ze had een ondergeschikte positie.

Een en ander roept de vraag op welke rol de vorige Raad van Toezicht gespeeld heeft en welke volmacht het directeur Ruf gegeven heeft. Artnet ziet in een commentaar drie opties en gaat overigens deels voorbij aan het aantreden van een nieuwe Raad per oktober 2017: 1) De Raad wist van niks over het bijklussen van Ruf, 2) de Raad was bekend met het bijklussen van Ruf maar loog erover en 3) D Raad keek weg en stelde zich opzettelijk onwetend op. Het Stedelijk heeft een intern onderzoek gestart dat in kaart moet brengen hoe het zo fout heeft kunnen gaan.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelStedelijk Museum Amsterdam: elitair doch zieltogend, beter steken we ’t gewoon in de fik’ van Arno Wellens op 925.nl, 20 oktober 2017.

Thierry Baudet eigent zich ongenuanceerd oordeel over hedendaagse kunst toe

with 5 comments

Het is altijd kiezen tussen lachen en schrikken als men stukken van Forum voor Democratie onder ogen krijgt. Neem het anonieme commentaarBreek het Kunstkartel!’ dat waarschijnlijk door Thierry Baudet is geschreven. Aanleiding ervoor is de tentoonstellingPrésence de la peinture en France» (1974-2016)’ in het gemeentehuis van het 5de arrondissement in Parijs. Dat van de Sorbonne, Quartier Latin en de Grote Moskee. Initiatiefnemer ervan is Marc Fumaroli met medewerking van Jean Clair. Beide zijn lid van de Académie française.

Het is niet toevallig dat Baudet uitkomt bij deze tentoonstelling en bij Fumaroli en Clair. Ze ageren tegen hedendaagse kunst. Baudet is eveneens gekant tegen hedendaagse kunst omdat het het thuisgevoel (‘oikofobie’) in de weg zou staan. Een term van de Britse conservatieve cultuurfilosoof Roger Scruton die via de Franse rechtse filosoof Alain Finkelkraut in het Franse debat is terechtgekomen. Baudet heeft deze term ‘geleend’ en in zijn politiek ingepast. Hedendaagse kunst zou mensen vervreemden van de eigen omgeving is het idee van deze conservatieve denkers. Exact het omgekeerde van wat Bertolt Brecht beweerde met zijn theorie van vervreemding in het theater die mensen bewust maakt omdat hun de montage van het werk wordt getoond. Wat tot nadenken zou aanzetten en het doorzien van manipulatie. Maar deze rechtse denkers leggen andere accenten voor de vermeende bewustwording van de massa door zich op te werpen als bemiddelaars.

De kunstenaars Paul McCarthy, Jeff Koons en Anish Kapoor zijn in Frankrijk de favoriete zondebokken zoals een artikel in Challenges verduidelijkt. Dat afwijzen van hedendaagse kunst door radicaal-rechts gaat niet om de kunst, maar om het debat dat die afwijzing oplevert en het mogelijk maakt om traditionele waarden te verdedigen. Zo bedrijven deze rechtse denkers en een politicus als Baudet politiek ten koste van de kunst.

Het gaat Fumaroli die nauwelijks verstaanbaar Engels spreekt vooral om het afwijzen van de Angelsaksische dominantie en het aanprijzen van de vermeende grootsheid van de Franse natie, taal en geschiedenis. Als het moet met steun aan middelmatige Franse kunstenaars of Franse kunstenaars van het verleden. Niet Christian Boltanski, Daniel Buren of Sarkis die een Frans humanisme vertegenwoordigen en internationaal opereren. Omdat de kunsthandel grotendeels Angelsaksisch is en het culturele wereldhart al sinds 60 jaar niet meer in Parijs klopt, richt Fumaroli zijn pijlen op de internationale kunsthandel. En scheert hij alles over één kam. Fumaroli gaat het ook om het benadrukken van het belang van de christelijke religie. Daarbij komt hij al snel op een hellend vlak met beschuldigingen van godslastering en een houding die past bij antisemitisme.

Als navolger van zijn voorbeelden Scruton, Fumaroli en Finkelkraut probeert Thierry Baudet een Frans debat naar de Nederlandse situatie te vertalen. Opvallend voor iemand die zegt te zweren bij de natiestaat. Hij doopt het ‘Breek het kunstkartel!’ met de impliciete verwijzing naar het partijkartel dat taaleigen van het Forum voor Democratie is. Maar Baudets oefening is die van een tovenaarsleerling die nog niet tot op de schouders van zijn voorbeelden heeft kunnen klimmen. Zijn betoog is een matige vertaling en mist de brille en diepgang van zijn voorbeelden. Baudet heeft te weinig kennis van hedendaagse kunst om zinvol te kunnen onderscheiden. Daar helpt het napraten van zijn voorbeelden niets aan. Het brengt hem tot uitspraken over kunstenaars, esthetiek en kunstmarkt die niet alleen ongedifferentieerd zijn, maar ook niet geloofwaardig worden omdat ze duidelijk zijn ingegeven door een conservatieve culturele agenda die de kunst van de eigen tijd niet begrijpt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBreek het Kunstkartel!’ op Forum voor Democratie, 28 september 2017.

Tweets van Trump en Wilders kunnen genegeerd worden. En welk inzicht steekt er achter een flater van Baudet?

leave a comment »

Politicus en leider van Forum voor Democratie Thierry Baudet twitterde op 30 april dat het goed zou zijn voor het Westen als Chavez ten val kwam. Het is gissen wat hij bedoelde met de toevoeging ‘En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn’. Dat gebeurde onder verwijzing naar de hashtag oikofobie, ofwel de afkeer van het eigene en de natiestaat, een stokpaardje van Baudet. Omdat de Venezolaanse leider Hugo Chávez echter in maart 2013 overleed kreeg deze verkeerde voorstelling van dit feit de meeste aandacht, zoals in een bericht voor Krapuul. Baudet werd hartelijk uitgelachen voor zijn gebrek aan kennis van de buitenlandse politiek.

Maar dat Baudet zijn feiten niet paraat had is niet de hoofdzaak. Fouten zijn menselijk. Veelzeggender is wat hij bedoelde hij met de toevoeging ‘En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn’? Want dat zegt iets over zijn inzicht in de buitenlandse politiek. Suggereert Baudet hiermee dat het Westen haar eigen belang niet volgt of zelfs niet kent en daarom Chavez in het zadel houdt? Maar het Westen houdt Chavez of diens opvolger Nicolás Maduro helemaal niet in het zadel en probeert het huidige regime waar mogelijk tegen te werken. President Maduro klemt zich echter vast aan de macht en pretendeert de Bolivariaanse natiestaat Venezuela te verdedigen, ook als dat met ondemocratische middelen moet die uiteraard democratisch worden genoemd.

Hoe serieus moet een tweet genomen worden van het type politici Trump of Wilders die Twitter overvloedig gebruikt en onder het motto ‘van dik hout ..’ al te vaak de nuance uit de weg gaat? Zoals Baudet in genoemde tweet ook deed. Democratische en Republikeinse senatoren leren steeds meer Trumps tweets te negeren, zo blijkt uit een bericht van Roll Call. Het doet er niet toe. Tweets zijn gewoon tweets. Niet meer en niet minder. Ook als ze koeien van fouten bevatten maken ze geen verschil. Ze zouden ook ongenoemd kunnen blijven. Toch, de toevoeging maakt wel nieuwsgierig, wat betekent ‘En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn’?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet wist niet dat Hugo Chavez al jaren dood is’ van Laurent Bruning voor Krapuul, 30 april 2017.

Thierry Baudet is niet oprecht in zijn kritiek op hedendaagse kunst. Rechtse media lusten pap van zijn kooigevecht tegen ‘de kunst’

with 8 comments

Het wordt vermoeiend en voorspelbaar. Thierry Baudet van het rechts-nationalistische Forum voor Democratie met adrenalinestoten in de versnelling. En rechtse media als DDS, TPO of De Telegraaf die van elke zucht van hem vervolgens verslag doen. Baudet raast door en laat zijn gesprekspartner niet aan het woord. Nu weer voor de EO-radio over hedendaagse kunst. Waarvan hij in een NRC-artikel  eerder heeft gezegd die af te wijzen omdat het ‘symptomen zijn van een ziekelijke afkeer van het thuis.’ Hij noemt het ‘moderne kunst’. Het gaat Baudet dus helemaal niet om de richting die de hedendaagse kunst neemt. Hij wijst op politieke gronden alle hedendaagse kunst af. Het zou eerlijk zijn als hij dat zei, maar dat zegt hij niet in het debat voor de EO-radio.

Wat Baudet zegt is aantoonbare onzin en toont z’n gebrek aan kennis van de moderne en hedendaagse kunst. Hij haalt alles door elkaar. Zijn verwijzing naar het abstracte expresssionisme of het abstract-expressionisme -de stroming van schilders als Jackson Pollock en Willem de Kooning- slaat de plank mis en toont juist het omgekeerde aan wat wat hij meent te zeggen. Die stroming is het juist te doen om de materie, de expressie van de verf en de kleur en heeft hoegenaamd niets te maken met verwijzingen naar de werkelijkheid.

Baudet heeft te weinig verstand van kunst om er samenhangend en verstandig over te kunnen praten. De steeds weer terugkerende fout van Baudet is niet zijn onkunde, maar zijn zelfoverschatting. Hij denkt zich niet te hoeven beperken, maar dat is een groot misverstand waarmee hij zichzelf telkens weer voor gek zet.

Daarnaast is het ongepast voor een partijpoliticus om zich onder verwijzing naar specifieke gevallen met de inhoud van kunst bezig te houden. Zoals het tentoonstellingsbeleid van musea. Een volksvertegenwoordiger moet zich verre van de inhoud van kunst houden en zich beperken tot het scheppen van de voorwaarden. Baudet is pas sinds kort volksvertegenwoordiger en moet blijkbaar nog wennen aan zijn nieuwe rol. Hij moet leren om zich niet te mengen in het inhoudelijk debat over wat passende kunst is. In zijn ogen. Daar hebben politici verre van te blijven. Ze gaan over politiek, maar niet over de inhoud van kunst. Of religie of de omroep.

Ieder zijn smaak. Realisten of fijnschilders als Wim Heldens, Henk Helmantel, Peter van Poppel of Rob de Lange zijn opgenomen in de collecties van Nederlandse musea en worden niet genegeerd zoals Baudet suggereert. Zo kocht het Groninger Museum in 2014 enkele werken van Helmantel. Veel getalenteerde conceptuele of post-postmodernistische kunstenaars krijgen trouwens evenmin grote tentoonstellingen of aankopen in Nederlandse kunstmusea. De middelen zijn nu eenmaal schaars. Niet in het minst door de invloed van de rechts-nationalistische partijen als VVD en PVV die sinds 2011 buitenproportioneel hebben gekort op het cultuurbudget. Met als direct gevolg dat kunstmusea nu moeten schipperen met hun middelen.

Kunst heeft een maatschappelijke functie en opereert vanuit die rol. Als kunst die rol niet inneemt is kunst geen kunst meer. Maar versiering of behang. Of onderdeel van staatspropaganda. Kunst scherpt aan en stelt het vanzelfsprekende ter discussie. Per definitie tornt kunst aan de gevestigde orde en spiegelt daar kritisch op. Net als religie stelt kunst vragen over het wezen, het bestaan, de werkelijkheid, de zin van het leven en de samenleving. Het is onzin om te veronderstellen dat kunst ‘links’ is en er geen ‘rechtse’ kunst bestaat. Kunst is niet links of rechts, maar schopt tegen het vanzelfsprekende. Of de gevestigde orde nou links of rechts is. Musea doen daar verslag van en bieden als bemiddelaar ruimte aan kunst die de eigen tijd weerspiegelt.

De sociaal-realistische kunst van de Sovjet-Unie die in de realistische vorm in de buurt komt van wat Baudet passende kunst vindt was links-conservatieve kunst die vanwege staatswege was bedoeld om de gevestigde, communistische orde te ondersteunen. Daardoor werd in de Sovjet-Unie de levendige en kwalitatief hoogstaande avant-garde in de vroege jaren’ 30 (vdve) wegens ‘formalisme’ door de opvolgers van Lenin in de ban gedaan. Dat betrof kunstenaars zoals Alexander Rodchenko, Vsevolod Meyerhold, Dziga Vertov of Kazimir Malevich. Zelfs iconen als Sergei Eisenstein of Dmitri Sjostakovitsj werden geknecht in hun artisticiteit.

Kunst die in dienst van de politiek staat en daar niet op kan en mag reageren is bloedeloos en kan niet de maatschappelijke rol van kunst spelen. Dat soort kunst wordt een bevestiging van de bestaande orde en is geknecht en gedomesticeerd. Kunst die ondergeschikt is aan de politiek, de bestaande orde of de geldende smaak van de burgerij is ten dode opgeschreven. Van de andere kant zouden politici die de lenigheid van geest missen om de maatschappelijke rol van kunst te accepteren moeten nadenken over hun eigen rol.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsitem online De Telegraaf, 4 april 2017.