Zeespiegelstijging biedt Nederland kans zich te representeren met onder water staande kerktorens

The top of a 4.5-m (15ft) statue, some rooftops and a church spire are all that remains above water in Wieringerwerf, near Amsterdam, during the Wieringermeer flood of 1945. Image: Nationaal Archief / Willem van de Poll / Anefo – CC0 1.0

Door toedoen van de mens verandert het klimaat. Volgens een bericht van de NOS blijkt uit een rapport van het  IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, dat de wereld zich op moet maken voor fors grotere weersextremen als er niet drastisch wordt ingegrepen. ‘Daarbij dreigen sommige aspecten van klimaatverandering onomkeerbaar te worden voor een periode van eeuwen of zelfs duizenden jaren, zoals het stijgen van de zeespiegel‘ zo zegt dit bericht. 

Omdat een groot deel onder de zeespiegel ligt is voor Nederland vooral de stijging ervan van belang. De stijging kan volgens de scenario’s oplopen tot twee meter in 2100 en vijf meter in 2150. Dan wordt de verdediging tegen het stijgende water van delen van West- en Zuid-West- Nederland onhoudbaar. Of onbetaalbaar. Het lijkt dan een betere strategie om het geld van de kustverdediging te steken in het verplaatsen van essentiële voorzieningen tot achter Amersfoort. Holland en Zeeland zullen aan belang inboeten. Het zijn tevens landstreken met veel kerken.

Oudere generaties zullen waarschijnlijk denken ‘na ons de zondvloed‘. Om de Bijbelse zondvloed te symboliseren is er voor Nederland geen beter symbool dan een onder water staande kerktoren. In de toekomst kunnen in de lager gelegen delen van Nederland die aan het water worden prijsgegeven kerktorens de bakens van het menselijk tekort zijn. Een nieuw symbool van Nederland.

Menselijke overmoed en het misplaatste vertrouwen in God met als uitkomst een voorstadium van waterige chaos is Nederlands voorland. Dat is de lotsbestemming als er niet drastisch ingegrepen wordt. Dan blijft het bij een incidentele overstroming of een kunstwerk in een vijver.

Ik heb er een hard hoofd in.

Wim T. Schippers. Torentje van Drienerlo (2008).

Journalist Givara Budeiri mishandeld door Israëlische politie

De journalist van Al Jazeera Givara Budeiri doet haar verhaal. Ze verliet het ziekenhuis op zondag na behandeling voor verwondingen opgelopen tijdens haar arrestatie door Israëlische troepen de dag ervoor, aldus een bericht van Al Jazeera. Haar linkerhand was gebroken toen ze zaterdag werd gearresteerd terwijl ze verslag deed van een demonstratie in de wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem. De Israëlische politie vernietigde ook apparatuur van Al Jazeera-cameraman Nabil Mazzawi.

Haar arrestatie werd scherp veroordeeld door voorstanders van persvrijheid en mediawaakhonden. Het past in een patroon van de inperking van de persvrijheid en het verdachtmaken van journalisten. Dat gaat van het verdwijnen van journalisten in autoritaire landen als de Russische Federatie, China, Myanmar of Wit-Rusland, het in de gevangenis gooien van journalisten in landen als Turkije en Indonesië waar nog een greintje rechtsstatelijkheid bestaat tot een westerse democratie waar Geert Wilders in een tweet zegt: ‘Journalisten zijn – uitzonderingen daargelaten – gewoon tuig van de richel‘.

Het breken van de hand van een journalist door de Israëlische politie is een nieuw dieptepunt in de bejegening van journalisten. In alle genoemde categorieën landen lijkt de vrijheid van journalisten om hun werk te doen af te nemen. Dat resulteert respectievelijk in de dood, jarenlange gevangenisstraf, een gebroken hand en mishandeling of een tweet van een ophitsende politicus.

Die ‘strafmaat’ die journalisten overkomt geeft tegelijk de stand van zaken van de rechtsstaat in een land weer. Op die glijdende schaal bestaat het gevaar dat journalisten in Nederland ook mishandeld gaan worden zoals het Givara Budeiri in Israël overkwam. Incidenteel gebeurd dat al, zoals onlangs de kwestie van een fotograaf verduidelijkte die in Lunteren met auto en al de sloot in werd gekieperd. In 2020 verwijderde de NOS wegens intimidatie de logo’s van haar auto’s. In een commentaar omschreef ik het niet zozeer als een knieval van de NOS, maar als ‘een nederlaag voor de nationale veiligheid en de veiligheidsdiensten. Dus voor het gezag van de overheid‘. 

Waarom journalisten in hun werk worden gehinderd is duidelijk. Zeker verslaggevers ter plekke zijn de oren en ogen die de vensters op de democratie open houden. Ze constateren wat politieke leiders verborgen willen houden. Als hun werk onmogelijk wordt gemaakt, dan denken de leiders ongehinderd hun gang te kunnen gaan. Wat inderdaad vaak zo uitpakt. Het is een dubbele gijzeling van de rechtsstaat: journalisten mogen niet controleren hoe de staat functioneert.

Ook onderzoeksjournalisten die door gedegen onderzoek de onregelmatigheden van bedrijven of overheidsdiensten blootleggen kunnen als bedreiging worden gezien. De openbaarmaking van iets dat niet door de beugel kan blijft niet zonder reactie. Dat kan zich tegen de journalistiek keren, doordat de afscherming toeneemt om een volgende onthulling te bemoeilijken. Denk aan de dynamiek van de kwestie van mediapersoonlijkheid Sywert van Lienden die naast de tragische hoofdpersoon het ministerie van Volksgezondheid en de top van het CDA in problemen brengt. Dat wordt de onderzoekers niet in dank afgenomen.

Voormalig president Trump roept sinds 2017 dat media ‘fake news‘ en de vijanden van het volk zijn. Het is een aloude manier van leiders om eenzijdig namens het volk een mandaat op te eisen en de eigen macht te vergroten en de tegenmacht te verkleinen. In de westerse democratieën is er een rechtse minderheid die dat gelooft en op dit moment zijn er gelukkig nog maar weinigen die dat in daden omzetten. Maar het reservoir van ongenoegen tegen media is groot. In autoritaire landen en landen die daarnaar afglijden kunnen journalisten nu al niet meer hun werk doen.

Deze kwestie in een land als Israël is interessant omdat het geen autoritair land is, maar evenmin in de bejegening van genoemde journalist de standaard hanteert die past bij een westerse democratie. Wat voor land Israël is en naar welk zelfbeeld het wil leven zal volgen uit de afloop. Israël kan aan geloofwaardigheid terugwinnen als het dit geval onderzoekt en de agenten ter verantwoording roept voor de mishandeling van een journalist.

Amnesty International schept verwarring over eigen begrip ‘gewetensgevangene’. Het geval Alexei Navalny

Update 8 mei 2021: Amnesty International komt terug op haar besluit om Navalny niet langer als gewetensgevangene te beschouwen. In een bericht van 7 mei 2021 zegt het dat dit besluit verkeerd was: ‘Amnesty International nam een verkeerde beslissing, waardoor onze bedoelingen en motieven op een kritiek moment in twijfel werden getrokken. We verontschuldigen ons voor de negatieve gevolgen die dit heeft gehad voor Alexei Navalny persoonlijk en voor de activisten in Rusland en de rest van de wereld die onvermoeibaar campagne voeren voor zijn vrijheid’. 

Amnesty International, je wordt er niet altijd vrolijk van. Het is politiek minder onafhankelijk dan het lijkt. Het schipperen is in het DNA ingebakken. Maar soms slaat het door. Neem nou het geval Alexei Navalny. Deze Russische oppositieleider die een vergiftiging door de Russische geheime dienst op het nippertje overleefde wordt door Amnesty International niet langer als gewetensgevangene beschouwd. Onduidelijk is waarom precies, maar het zou gaan om 15 jaar oude uitspraken van hem.

Dit roept de vraag op waarom Amnesty International haar huiswerk niet heeft gedaan en eerst op 17 januari 2021 besloot om hem te beschouwen als gewetensgevangene en dat nu herroept. Wat zegt dat over het zorgvuldig en autonoom handelen van Amnesty International?

Dit is niet de eerste maal dat Amnesty International de gewetensgevangene status terugdraait. Het gebeurde in 1964 ook met Nelson Mandela. Er was toen een wereldwijd debat tussen de leden van Amnesty International over dit besluit. De overgrote meerderheid besloot de basisregel te handhaven dat gewetensgevangenen geen gebruik hebben gemaakt van of pleiten voor geweld. Zie hier: (p. 5-6). Uit een publicatie van Amnesty International blijkt deze definitie van gewetensgevangene nog altijd te gelden.

Uit een reactie van Amnesty-woordvoerder Ruud Bosgraaf blijkt echter wat anders. Het blijkt dat hij de geschiedenis van zijn eigen organisatie slecht kent. Hij vergeet de jaren 1960 en rekt het begrip gewetensgevangene op als hij volgens de NOS zegt dat de benaming ‘gewetensgevangene’ dateert uit de jaren 1970 en impliceert dat ‘iemand geen geweld heeft gebruikt of gepropageerd en zich niet schuldig heeft gemaakt aan haatzaaien of discriminatie.’ Dat laatste voegt Bosgraaf eigenhandig toe. Hij voegt elementen toe aan de definitie van gewetensgevangene die Amnesty International hanteert waardoor die een andere lading krijgt en breder opgevat kan worden. Is dat oneigenlijk oprekken nodig om Navalny onder deze definitie te laten vallen?

Het is dus niet alleen onduidelijk waarom Amnesty International Navalny niet langer als gewetensgevangene beschouwt omdat Amnesty International daar geen details over geeft, het is evenmin duidelijk op welke definitie van ‘gewetensgevangene’ Amnesty International zich baseert.

Een en ander komt neer op een publicitair succesje voor het Kremlin, een tegenslag voor Navalny en een afgang voor Amnesty International. Het laat zich manipuleren of geeft daar op z’n minst de indruk van door mee te gaan in de bezwaren die het Kremlin in een campagne tegen Navalny de laatste maand naar voren heeft gebracht. Dat kan het wel gebruiken na alle onthullingen over corruptie op sociale media door Navalny die de Russische nomenklatoera ook in de Russische Federatie onder druk heeft gezet. Hoe dom en naïef kan men zijn? Amnesty International bewijst het.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelAmnesty blijft actievoeren voor Aleksei Navalny’ van Amnesty International, 24 februari 2021

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelAmnesty noemt Navalny niet langer gewetensgevangene’ van de NOS, 24 februari 2021.

Aandacht voor Amerikaanse verkiezingen: Nederlandse publieke omroep lijdt aan de paradox van de geprojecteerde verwachting

Het is de paradox van de buitenlandverslaggeving op televisie over een land met een taal die de Nederlanders redelijk machtig zijn. Door internet en kabeltelevisie met talloze buitenlandse zenders openbaart zich een tweedeling. Goed geïnformeerde en taalvaardige nieuwsconsumenten richten zich direct op de primaire bronnen en zijn in specifieke kwesties beter en meer up-to-date geïnformeerd dan de Nederlandse televisiejournalisten die het Nederlandse publiek moeten informeren. Als deze nieuwsconsumenten daarnaast ook nog voldoende inzicht hebben in de geschiedenis en de politieke realiteit van zo’n land, dan kunnen ze zelf tot een afgewogen oordeel komen. Dat is de hink-stap-sprong die de publieke omroep parten speelt.

Net als de dagbladjournalistiek zou de Nederlandse publiek omroep zich moeten concentreren op het geven van achtergrondinformatie (getuigenissen in het veld, interviews met hoofdrolspelers, analyses met historische diepte à la Ian Buruma). Maar het niveau van de vaste gasten is bedroevend. Zoals Clingendael-medewerker Willem Post die in november 2016 notabene in een opinieartikel in NRC onder de geruststellende titel ‘Het zal wel meevallen met Trumps dwaze avonturen’ debiteerde dat Trump wel ingetoomd zou worden door de instituties. Het was ook toen al aantoonbare onzin. Of die buiksprekende, eendimensionale Raymond Mens die in talkshows zijn boek mag promoten en vanwege de ‘evenwichtigheid’ mag opdraven als supporter van Trump. Zo maakt de Nederlandse televisie van zilver geen goud, maar blik. Dat is geen kennersblik.

Tegelijk ontkomt de televisiejournalistiek er niet aan om verslag te doen van kwesties die zich in real time afspelen. Het dient volgens de opdracht die het heeft het Nederlandse publiek te informeren. We zullen het vanavond weer zien. Niemand die zich diepgaand interesseert voor de Amerikaanse verkiezingen heeft wat te winnen door te kijken naar de Nederlandse televisie. Dat is slaapwandelen in dubbel opzicht. We kunnen beter slapen in bed, dan voor de slaapverwekkende Nederlandse televisie die voor een onmogelijke taak staat.

Het is de paradox van geprojecteerde verwachting. Landen en conflicten waar nieuwsconsumenten moeizaam informatie uit open bronnen over krijgen laat de Nederlandse televisie grotendeels liggen. Denk aan Nagorno-Karabach, Binnen-Mongolië, Kashmir of Burkina Faso. Aan landen en conflicten waar nieuwsconsumenten via internet en kabeltelevisie al overvloedig over geïnformeerd worden besteedt de Nederlandse televisie ook overvloedig aandacht. Dat is het patroon: het herhaalt wat we al weten en veronachtzaamt wat we niet weten.

De uitslag van de Amerikaanse verkiezingen kunnen we toch al uittekenen? Biden wint makkelijk van Trump en de Democraten winnen de meerderheid in de Senaat en vergroten die in het Huis met circa 10 zetels. (Gesteld dat de verkiezingen regelmatig verlopen en de stem van de kiezers de uitslag bepaalt).

Foto: Schermafbeelding van het programmaNOS Amerika Kiest‘ van de Nederlandse publieke omroep NOS, 3 november 2020.

NOS verwijdert logo’s van auto’s vanwege intimidatie. Het is geen nederlaag voor de journalistiek, maar voor het overheidsgezag

Deze week hebben we een stap gezet waarvan we dachten dat we hem nooit zouden moeten zetten: we hebben de NOS-logo`s laten verwijderen van de auto`s waarmee we elke dag op pad zijn om verslaggevers een werkplek te bieden en om radio- en televisieverbindingen met Hilversum te leggen. Voortaan zijn deze auto`s, kleine vrachtwagens eigenlijk, niet meer herkenbaar als auto`s van de NOS.’ Aldus het begin van een verklaring van Marcel Gelauff, hoofdredacteur NOS Nieuws. Is dit een nederlaag voor de journalistiek?

Ja en nee. Ja, omdat het weghalen van het NOS-logo van auto’s een nederlaag voor de journalistiek is. Maar nee, omdat het ruimer is. Dit is deel van een groter probleem. Het is eerder een nederlaag voor de nationale veiligheid en de veiligheidsdiensten. Dus voor het gezag van de overheid. Waarom kunnen ze de veiligheid van het materiaal en personeel van de NOS niet garanderen? Dit tekent het failliet van de overheid. Het trefwoord dat dit samenvat is labbekakkerigheid. Onmacht uit een combinatie van angst en sulligheid.

Nodig is een veiligheidsbeleid dat past bij een volwassen rechtstaat en een weerbare democratie. Dat ontbreekt nu. Hoe is het mogelijk dat degenen die voor de samenleving gewoon hun werk verrichten worden gehinderd of zelfs nog zwaarder worden getroffen door degenen die het daar niet mee eens zeggen te zijn?

Of dat nou de politie, de zorg, de ambulancedienst, de brandweer, het openbaar bestuur, het parlement of de publieke omroep is. Met aan het hoofd een minister van Veiligheid die elke geloofwaardigheid verloren heeft en onlangs af had moeten treden vanwege de overtreding van de COVID-maatregelen, worden deze diensten aan hun lot overgelaten. Met mooie woorden van een minister die zegt op te treden, maar niks doet.

Nu krijgen de complotdenkers, onruststokers, onnozelaars en malcontenten alle ruimte van de overheid om anderen te intimideren zonder enig risico te lopen dat ze verantwoordelijk voor hun daden worden gesteld.

Nederland moet geen politiestaat worden. Verre van dat. Maar de anarchie en het gebrek aan optreden van de veiligheidsdiensten die of onvoldoende capaciteit of tekortschietende leiding en opdracht hebben om op te treden is schrijnend en past niet bij een volwassen rechtsstaat. Dit vraagt om aangepaste wetgeving.

Het gezegde zegt dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Dat is nu aan de hand. Het gaat om een slecht georganiseerde politie die onderbemensd is en al jaren ondermaats presteert in vergelijking met andere landen en regio’s, veiligheidsdiensten die zo’n kleine tien jaar geleden uitgekleed werden en er daarna taken bij kregen, en zoals gezegd een ongeloofwaardige minister Grapperhaus over wie het hele land weet dat hij geen gezag meer heeft en op had moeten stappen. In dat vacuüm worden de logo’s van de NOS verwijderd.

Was het maar een nederlaag voor de journalistiek, dan viel het te repareren. Het is echter een gezagscrisis.

Foto: Schermafbeelding van deel verklaring ‘Nederlaag voor de journalistiek’ van Marcel Gelauff, 15 oktober 2020.

Er moet een masterplan komen voor de museumsector als geheel

Het is ernstig dat een op de vier musea in het voortbestaan bedreigd wordt. Maar misschien minder ernstig dan het lijkt.

Musea zijn (hoe kan het anders) een symptoom van de dolgedraaide consumptiemaatschappij geworden. Het is het afgelopen decennium hard gegaan met bezoekcijfers, marketing en popularisering. Net zoals de horeca, de reis- en evenementenbranche die niet organisch zijn gegroeid.

Dat heeft tot ongewenste effecten geleid. Die kunnen nu in het kielzog van COVID-19 gecorrigeerd worden. Het is een cliché, maar deze crisis biedt kansen om het museumbestand op te schonen. Door het kaf van het koren te scheiden. Sommige musea worden slecht geleid. Dat kan in een sector waar de lat laag ligt.

Daarbij lijkt er in Nederland een overschot aan musea te zijn. Zeg een surplus van 15%. Het moet niet als taboe ervaren worden om een museum te sluiten of daar zelfs maar een debat over te beginnen.

Hoofdzaak is wel dat de waardevolle en interessante musea worden gesteund en blijven bestaan. Het geld om musea te redden is beperkt zodat het niet besteed dient te worden aan musea die niet vitaal en essentieel zijn. Daarom moet er een keuze gemaakt worden waarbij de Nederlandse museumsector als integraal wordt beschouwd. Dat is echter lastig vanwege het regionale en lokale accent dat de afgelopen jaren door beleid van politieke partijen en commissies is versterkt.

Probleem voor de Museumvereniging is dat het geen voorkeur kan uitspreken omdat het als belangenbehartiger logischerwijze op moet komen voor de museumsector als geheel. Zodat het ook geen onderscheid kan maken tussen musea en aanbevelingen kan doen over het voortbestaan van incidente musea. Zo ontstaat een probleem van het probleem.

Wat is de instantie die objectief van een afstand kijkt welke musea wel of niet de moeite waard zijn om gered te worden en daar advies aan de overheden aan geeft? Is hier een rol voor de Raad voor Cultuur weggelegd?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEen op de vier musea in voortbestaan bedreigd’ van NOS, 23 juli 2020.

Berichtgeving in Nederlandse media over Trump is nog steeds niet op orde. Misleidende informatie wordt nog steeds doorgeplaatst

Afgelopen maandag 25 mei 2020 besteedde ik in een commentaar aandacht aan een artikel in het AD over beweringen van Trump en de Republikeinse partij over het stemmen per post die zonder context werden geplaatst. Ik kwalificeerde het artikel als ‘eenzijdig en te kort door de bocht’. Het artikel in het AD was een betrekkelijk toevallig voorbeeld. Bij de reacties verwees ik ook naar een kort bericht in NRC over dezelfde kwestie zonder enige duiding en uitleg voor de lezer. Zo zijn er meer berichten in de Nederlandse media over de Amerikaanse politiek van het kaliber ‘doorgeefluik’, ‘aanstippen’ en ‘weglopen’. Gelegenheidsstukjes.

Juist bij president Trump die misleiding en desinformatie op sociale media inzet als politiek wapen faalt de aanpak van dat aanstippen. Het zet de lezer op het verkeerde been. AD, NRC en andere Nederlandse media dienen met het plaatsen van dit soort (korte) berichten Trumps agenda die niet zozeer als doel heeft om te overtuigen, maar om de waarheid te vertroebelen door de verspreiding van valse informatie. Het gaat Trump en zijn medestanders er niet om om te informeren, maar om verwarring te zaaien. Om ‘het water modderig te maken’. Het lijkt of bij de Nederlandse media onvoldoende het besef is doorgedrongen dat die uitspraken van Trump eerst moeten worden ontmaskerd voordat ze geplaatst kunnen worden. Dat is het verschil tussen een nieuwsmedium dat zich deelgenoot maakt aan de politieke marketing en journalistiek zorgvuldig handelt.

Uiteraard zijn de Nederlandse media voor president Trump en de Amerikaanse politiek totaal niet van belang. Evenmin is Trump voor de Nederlandse media van belang. Maar Trump heeft in Nederland wel navolgers die in rechts-radicale hoek zijn te vinden. Die zullen vermoedelijk de gevestigde Nederlandse media overslaan en zich rechtstreeks richten op de pro-Trump gezinde Amerikaanse bronnen. De Nederlandse rechts-radicalen die daar minder thuis zijn zullen niet de gevestigde Nederlandse media als AD, NRC of NOS volgen, maar de rechts-radicale nieuwsmedia als DDS of TPO die Trumps talking points enthousiast en doelbewust doorgeven.

Het gaat er dus niet zozeer om hoe president Trump in een hoofdredactioneel wordt benaderd. Dat pakt in de Nederlandse pers overwegend negatief voor hem uit. Op vooral de rechtse media media na. Het gaat om de totale beeldvorming. De vraag is in welke mate Trumps beweringen die doorgaans leugens zijn, zijn terug te vinden. De misleiding is in zijn boodschap ingebakken. Dat brengt de nieuwsconsument in verwarring. Het is juist in de korte ‘hit and run’ berichten waar Trump en de Republikeinse partij hun punten kunnen scoren.

Hoe dat onnozel ontspoort toont bovenstaand bericht van de NOS van 27 mei 2020 aan. Dat gaat over de misleidende tweets van Trump en de reactie van Twitter daarop. Het dilemma van Twitter is dat het heeft verklaard zich politiek neutraal op te stellen. De Russische inmenging in de campagne van 2016 ligt Twitter en de andere techbedrijven nog steeds zwaar op de maag. Daar hadden ze toen geen antwoord op en het scenario dreigt zich in 2020 te herhalen. Ze moeten dus iets doen omdat niet modereren niet langer als neutraal kan worden beschouwd. Trump zet dat door zijn misleidende beweringen op scherp. De kritiek is niet dat Trump politieke uitspraken doet in zijn tweets, maar het electorale proces ondermijnt door zonder enige onderbouwing te praten over fraude en corruptie ervan. Maar Trump is te machtig om zijn tweets te verwijderen zoals wel gebeurt met tweets van de Braziliaanse president Bolsonaro. Als compromis heeft Twitter aan twee misleidende tweets nu een waarschuwing toegevoegd: ‘Get the facts about mail-in ballots’.

Trump reageert daar woedend op. Hij heeft uiteraard de opzet om zijn basis te bedienen en de waarheid te vertroebelen. NOS geeft Trumps reactie zonder uitleg weer als het zegt dat Twitter volgens Trump de vrijheid van meningsuiting ondermijnt. De NOS laat deze claim onweersproken in dit bericht dat notabene de bedoeling heeft om duiding en achtergrondinformatie te geven. Trumps claim is om vele redenen onjuist. De toevoeging van Twitter bij de twee tweets van Trump ondermijnt de vrijheid van meningsuiting niet. Zijn tweets worden niet verwijderd en een particulier bedrijf als Twitter kan volgens de eigen richtlijnen in het eigen domein ingrijpen zonder dat het daarmee een grondrecht overtreedt. De vrijheid van meningsuiting gaat over het grondrecht van de burger in relatie tot de nationale staat. Daarnaast intervenieert Twitter meer als het Trumps misleidende tweets laat staan, dan dat het ze verwijdert. Dus hoewel het lijkt dat de NOS kritisch is op Trumps handelen, volgt het in de marges van het eigen bericht toch Trumps agenda door de eigen kritische duiding vergezeld te laten gaan van misleidende informatie uit het Trumps wedstrijdplan.

Het is de vraag hoe goed de lezer van NRC of AD over de Amerikaanse politiek geïnformeerd is. Het valt te bezien of ‘de lezer’ de conclusie kan trekken over zo’n berichtje dat weer een onderdeel is van een kluwen van berichten, tegenberichten, feiten en misleidingen. Soms lijken redacteuren van Nederlandse media zelf niet eens meer meer te weten welke conclusie ze moeten trekken (a en b). Hoe kun je dan van Nederlandse nieuwsconsumenten verwachten dat ze door de bomen het bos nog zien? Trumps misleidende informatie sluipt ondanks alle goede bedoelingen én ondanks een kritische houding toch nog steeds de kolommen van Nederlandse media binnen. Hier ontbreekt het besef dat Trump en de Republikeinen alle middelen inzetten om via kiezersonderdrukking de verkiezingen van november 2020 te stelen. Nieuwsconsumenten die zich voornamelijk op Nederlandse media baseren kunnen niet de juiste conclusie trekken omdat die media dat zelf in hun berichtgeving over Trump nog steeds niet hebben gedaan. Ondanks hun bewering van het tegendeel.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTwitter plaatst voor het eerst disclaimer bij tweets president Trump’ van de NOS, 27 mei 2020.

Anti-lockdown demonstranten zijn tegen. Een oplossing voor de bestrijding van het coronavirus bieden ze niet

Het is onaardig om te zeggen, maar de demonstranten tegen de lockdown-maatregelen naar aanleiding van het coronavirus laten zich kennen als het afvalputje van de samenleving. Vandaag waren er in verschillende steden demonstraties, onder meer grootschalig in Den Haag, en kleinschaliger in Amsterdam en Utrecht. In Den Haag werden tientallen demonstranten gearresteerd. Het is onduidelijk wat ze willen. Behalve het tonen van ongenoegen over kwestie die niets met de oorzaak van het coronavirus te maken hebben. Zoals de 5G-technologie, vaccinaties of de NOS. Dat lijkt samen te gaan met een bundeling van ongenoegen en het idee achtergesteld te zijn. Opvallend is de samenstelling van het publiek dat demonstreert: wit en nationalistisch.

Bij de coronacrisis hangen volksgezondheid, economie en politiek nauw samen. De economie kan niet opstarten zonder dat de problemen van de volksgezondheid zijn aangepakt of verregaand ingeperkt. De politiek die niet eerst de problemen van volksgezondheid en economie oplost, maakt zichzelf overbodig. Want de meerderheid van de bevolking in allerlei landen beseft dat het niet achter volksmenners als president Trump of premier Boris Johnson aan moet lopen omdat zij niet het belang van hun burgers voorop zetten. In de VS en het VK zijn tot nu toe de meeste geregistreerde doden te tellen als gevolg van het coronavirus.

Op Transitieweb.nl reageerde ik vandaag op een artikel met de titel ‘Wereldwijd groeiend protest tegen de lockdown’ van Fred Teunissen. Opvallend is dat hij nattigheid voelt over zijn missie. Zijn sympathisanten doet hij een methode aan de hand om zijn bericht te delen op sociale media: ‘Dan is er kans op dat Big Brother tussenbeide komt en je waarschuwt voor ‘nepnieuws’. Plaats je de link toch, dan kunnen anderen die hem aanklikken ook zo’n waarschuwing krijgen. Dit is een vervelende vorm van intimidatie en censuur.’ Het is de wetmatigheid van de verspreiders van desinformatie dat ze het blokkeren van nepnieuws ‘censuur’ noemen en het verspreiden ervan ‘vrijheid’. Het wantrouwen, het misnoegen en het idee van achterstelling zijn immens.

Mijn reactie op Transitieweb ging over de bewering van Teunissen dat het middel van de lockdown honderd maal erger is dan de kwaal coronavirus. Ik ben het daar mee oneens en vroeg hem het volgende:

’In Nederland zijn er tot nu toe zo’n 5.000 geregistreerde doden als gevolg van het coronavirus. In de VS is het aantal geregistreerde doden als gevolg van het coronavirus opgelopen tot 70.000. En het einde is nog niet in zicht.

U zegt dat het middel van de lockdown honderd maal erger is dan de kwaal. U suggereert hiermee dat de lockdown in Nederland voor (een equivalent van) meer dan 500.000 en in de VS voor meer dan 7 miljoen doden zorgt.

Het is onduidelijk op welke omstandigheden u de conclusie baseert dat de lockdown honderd maal erger is dan het coronavirus. Kunt u dit toelichten?

Ter aanvulling: In de VS keert de rechtse gastheer van Fox News Sean Hannity zich inmiddels tegen de demonstranten die met wapens en paramilitaire kleding betogen tegen de lockdown. Hij zegt: ‘Kracht tonen is gevaarlijk. Dat brengt onze politie in gevaar. En trouwens, je bericht zal nooit worden gehoord, wie je ook bent. Niemand mag proberen ambtenaren te intimideren met een blijk van geweld.’’

Foto’s: Beelden van de demonstratie tegen de lockdown-maatregelen op het Plein in Den Haag op 5 mei 2020. Credits: ANP Niels Wenstedt.

Speculaties over Iran gaan op de loop met een correspondent en een expert die zich verliezen in de berichtgeving van de NOS

Op de FB-pagina bij het bericht van de NOS ‘Iraanse raketten op VS-bases: ‘Het zou goed kunnen dat het nu klaar is’’ (8 januari; 09.12 uur) plaatste ik vandaag enkele reacties die ik hieronder samenvat. Inmiddels heeft de NOS op FB het bericht gewijzigd in een verhaal met updates over de laatste ontwikkelingen. Waarbij het duidelijk is dat het nog helemaal niet klaar is. Zodat ook de uitspraken van de correspondent en de expert door de ontwikkelingen zijn achterhaald. Maar ze waren overigens al achterhaald zonder die ontwikkelingen. Mijn reactie:

De correspondent en de expert missen de essentie van de Iraanse aanval. Waarbij de expert abusievelijk zegt dat de Iraanse raketten niet nauwkeurig zouden zijn. Het omgekeerde is waar. Het gaat er mij om of de analyse van zowel de NOS-correspondent VS (Arjen van der Horst) als de expert van het Haags Centrum voor Strategische Studies Peter Wijninga klopt. Naar mijn idee slaat vooral de laatste de plank behoorlijk mis.

De meest waarschijnlijke optie ligt voor de hand. Namelijk dat de Iraniërs van de ene kant twee Amerikaanse bases in Irak bestookten, maar bewust de essentiële en kwetsbare delen ervan buiten schot lieten. Zodat ze drie signalen tegelijk afgeven. Tegen hun bevolking dat ze met militaire middel hebben geantwoord op de dood van generaal Suleimani, en tegen de VS dat het geen escalatie wil. En eveneens tot wat ze militair in staat zijn.

Overigens lijkt dit nog niet de vergelding voor Suleimani. Dat moet eerder gezocht worden in het uitschakelen van een hoge Amerikaanse militair of politicus. Maar Iran heeft nu geen haast meer en kan dat de komende maanden realiseren. Waarbij het zo slim zal zijn om de sporen uit te wissen en de moord via een proxy (Bv. Hezbollah) uit te laten voeren.

Het Iraanse leiderschap heeft recent gezegd dat het (Amerikaanse) militairen en geen (Amerikaanse) burgers zal treffen bij een vergelding. Ook omdat generaal Suleimani een militair was.

Dit gaat niet in het minst om beeldvorming en de publieke opinie. De oorlog met andere middelen. Iran is schrander genoeg om de lijn met de EU niet helemaal door te knippen door een onbezonnen daad tegen een burgerdoel. Dat beseft het Iraanse leiderschap drommels goed en dat beseffen de Amerikaanse leiders op president Trump na. Dus reken maar op een Iraanse aanval op een militair doel of op een hooggeplaatste Amerikaanse politicus of militair.

Alle geruchten die nu de publiciteit overspoelen en op iets anders wijzen kunnen opgevat worden als desinformatie en misleiding. Van zowel Iran als de tegenstanders van Iran.

Het Kremlin lijkt de regisseur die Iran en Trump samenbrengt. Of niet frontaal op elkaar laat botsen. Er blijft in deze hele kwestie maar een raadsel, namelijk waarom gaf het Kremlin toestemming aan Trump om de Russische bondgenoot Suleimani te doden? Vond het Kremlin dat de Iraanse macht ingeperkt moest worden en liet het het vuile werk opknappen door de VS?

Foto: Schermafbeelding van artikel ‘Iraanse raketten op VS-bases: ‘Het zou goed kunnen dat het nu klaar is’ van de redactie Buitenland van de NOS, 8 januari; 09.12 uur.

Dood spoor van De Ommekeer: journalistje pesten

Gevestigde media staan niet boven verdenking. Ze verdienen kritiek. Tilasmi Frigge van De Ommekeer grijpt die kans niet en gedraagt zich saai en voorspelbaar. Niet creatief. Hij richt zich tot een vertegenwoordiger van de media en niet tegen het systeem. Wat wil hij daar nou mee bewijzen? Frigge presenteert zich als De Onafhankelijke Pers, maar moet die kwalificatie nog steeds verdienen. Hij lijkt van een pro-Kremlin houding overgestapt te zijn op een pro-Baudet houding. Deze vriend van het volk die de vijand van het volk bestrijdt met … een confrontatie. Oei, dat is keiharde journalistiek. De flanken van het radicalisme zijn inwisselbaar. Daar is niks mis mee, iedereen mag het vaarwater kiezen om zich in te bevinden. Maar wie de in zijn of haar ogen gekleurde journalistiek beantwoordt met een versie van de journalistiek die gekleurder en partijdiger is, laat de kans liggen om het zelf beter te doen. Dat is jammer, want ook activistische journalistiek kan een belangrijke maatschappelijke rol spelen, bijvoorbeeld in de vorm van onderzoek. Dit journalistje pesten geeft aan hoe De Ommekeer op dood spoor is beland. Zo slaat de mediakritiek vooral terug op Frigge zelf.