Krimp geeft katholieke kerk kans om ontspannen terug te keren naar oude roeping

Schermafbeelding van deel artikelMinder gelovigen, geld en pastorale krachten: aartsbisdom Utrecht maakte moeilijk 2020 door‘ in het Katholiek Nieuwsblad, 8 juli 2021.

Afgelopen dinsdag 6 juli 2021 publiceerde het Aartsbisdom Utrecht het jaarverslag 2020. Er wordt een beeld in gegeven dat ondanks ‘praktische moeilijkheden en beperkingen die de coronapandemie met zich bracht‘ de betrokkenen zich goed hebben ingezet, maar dat het vechten tegen de bierkaai is. De middelen in geld en personeel zijn ontoereikend. De financiële situatie van het aartsbisdom is slecht en de ontkerkelijking eist zijn tol. Die zou in 2020 versneld zijn.

Uit statistieken van het CBS blijkt dat in 2019 20,1% van de Nederlandse bevolking aangaf Rooms-katholiek te zijn. In 2015 was dat nog 25,3%. In vier jaar heeft dus 20% van het aantal katholieken de kerk verlaten. Dat heeft te maken met de publiciteit over het kindermisbruik door pastoors en andere kaderleden van de kerk en de daaropvolgende deels mislukte pogingen van de kerkleiding om dat in de doofpot te stoppen. Het heeft ook te maken met natuurlijk verloop. De aanhang veroudert en de aanwas van jongeren blijft achter. In 2020 kwam daar de coronapandemie bovenop waardoor een nieuwe afkalving van het aantal katholieken als deel van de bevolking valt te verwachten. Het jaarrapport sorteert daar op voor. Het aartsbisdom Utrecht schetst een minderheidskerk die probeert te overleven.

Een recensie door Sjoerd Mulder in Trouw van het boekGeloof en godsdienst in een seculiere samenleving‘ van de Belgische kardinaal Jozef De Kesel valt op te vatten als een aanvulling op het jaarrapport van het aartsbisdom Utrecht. De Kesel plaatst kanttekeningen bij de ontkerkelijking en ziet die niet als negatief. Mulder: ‘Sterker nog, volgens De Kesel moeten we rekening houden met de mogelijkheid dat het christendom wellicht uit ons werelddeel verdwijnt. Die verrassende optiek hangt samen met zijn overtuiging dat de westerse meerderheidskerk een historische uitzonderlijkheid was. Het is volgens hem veel natuurlijker, veel passender voor wat de kerk in wezen is, om als kerk marginaal te zijn, aan de rand van de maatschappij.’ De theorie van kardinaal De Kesel brengt het aartsbisdom Utrecht in praktijk.  

De Kesel schetst het kader waarbinnen de Europese Rooms-katholieke kerk in de toekomst moet opereren. Niet het winnen van zieltjes of het verwerven van wereldse macht via de kerk is daarbij het doel, dus het streven naar meer, maar het tevreden zijn met wat het nu is. Een kleine, compacte kerk is waarde op zichzelf.

De Kesel: ‘Missionering betekent niet noodzakelijk christianisatie van de samenleving. Missionering mag niet verward worden met het herstel van een homogeen christelijke beschaving. De Kerk is niet geroepen om stilaan zelf de wereld te worden en de ganse samenleving in haar schoot op te nemen. De Kerk is de gemeenschap van christenen, niet de verzameling van de bevolking‘.  

Deze teruggang naar het proberen te hervinden van een vroegere kern van een oude kerk is interessant. De Kesel heeft gelijk dat deze ontspannen omgang met de onvermijdelijke krimp van de kerk een nieuwe vrijheid biedt. Een minderheidskerk waar nu waarschijnlijk nog ongeveer 15% van de bevolking lid van is geeft ruimte om meer dan voorheen de eigen roeping te volgen. De pretentie van machtsuitoefening die toch niet meer succesvol kon worden gerealiseerd kan worden losgelaten.

Het secularisme biedt in Nederland en België alle godsdiensten en levensovertuigingen de garantie van de staat gelijkwaardig en waardig beschermd te worden onder de rechtsstaat. Dat is de verzekering voor de toekomst van de Rooms-katholieke kerken van Europa.

Gedachte bij foto ‘Female students and a nun pose in a classroom at Cross Lake Indian Residential School in Cross Lake, Manitoba’, 1940

Female students and a nun pose in a classroom at Cross Lake Indian Residential School in Cross Lake, Manitoba in a February 1940 archive photo. (Indian and Northern Affairs/Library and Archives Canada/Reuters)

Het misbruik van kinderen in de katholieke kerk heeft die religieuze organisatie beschadigd. De pogingen om de beschuldigingen af te zwakken of zelfs in de doofpot te stoppen heeft het vertrouwen in de geloofwaardigheid van het instituut katholieke kerk tot op het bot aangetast. Van die geloofwaardigheid, laat staan aanzien is weinig meer over.

Als de katholieke kerk een persoon was, dan zou die zich uit schaamte niet meer met goed fatsoen op straat durven begeven.

Bovenop dat decennialange misbruik van kinderen door priesters, bisschoppen en andere leiders van de katholieke kerk dat door de hiërarchie gedoogd werd komt het onheilspellende nieuws uit Canada. Kinderen van Aboriginals or First Peoples hebben hun religieus onderwijs in internaten niet overleefd. Ze zijn begraven en worden nu opgegraven. Dat betreft niet alleen katholieke, maar ook protestante instellingen.

Overigens is Canada daarin niet uniek, want ook in een katholiek land als Ierland stierven onder de hoede van katholieke instellingen meer dan 9000 kinderen. Een mortaliteit van 15%. In een land als Australië werden kinderen van inheemse oorsprong gekleineerd, beschadigd en in het gareel gedwongen. Allen die door afkomst of sociale achtergrond niet pasten binnen de toenmalige maatschappelijke consensus liepen een verhoogde kans om hun cultuur of leven te verliezen.

Als de katholieke kerk een bedrijf was, dan zou het zich failliet laten verklaren, onder een andere naam een doorstart maken en afstand nemen van het eigen verleden.

Wat resteert zijn herinneringen van degenen die hebben geleden, maar overleefden en foto’s die het onrecht aantonen. Kinderen van inheemse afkomst in schoollokalen of op schoolpleinen die van hun moeder gescheiden zijn voegen zich gedwee in de bestaande orde en zijn doorgaans zichtbaar ongelukkig.

In de naam van de Vader is de dubbel onnatuurlijke constructie waaraan deze kinderen werden blootgesteld, Dubbel omdat religie in zichzelf een constructie is met een eigen mythologie en door de bewuste politiek van overheid en de religieuze instelling als uitvoerder om de continuïteit van de bloedlijn van het kind te doorbreken en met dwang en geweld te vervangen door een nieuw opgelegde orde.

Zo maakte religie zich tot collaborateur. Dat is een schande die de kerken nooit meer uit kunnen wissen. Hun eer is voorgoed verloren. Daar helpt geen marketing meer aan om in de beeldvorming te willen redden wat er te redden valt.

Katholieke Democratische politici hebben ruzie met conservatieve bisschoppen over abortus

Scheramfbeelding van deel artikel ‘US Catholic Bishops Move Toward Denying Biden Communion in Political Decision Violating Vatican Direction’ op New Civil Rights Movement, 18 juni 2021.

Het is verbazingwekkend hoe conservatieve kerkleiders belang hechten aan abortus en dat zien als een middel om politiek te bedrijven. Amerikaanse conservatieve bisschoppen gaan in de richting om Democratische politici die abortus toestaan de heilige communie te ontzeggen. Zonder dat deze politici daar in alle gevallen persoonlijk voor zijn. Bovenstaande mensenrechtensite rubriceert deze actie van de conservatieve bisschoppen onder religieus extremisme.

Democratische politici reageren weer op de dreiging, die vooral gericht lijkt op de katholieke president Biden. Tijdens het presidentschap van Trump hebben witte Amerikaanse kerkleiders van katholieke en protestante huize zich verregaand gecorrumpeerd door Trumps politieke koers te steunen die in veel gevallen haaks stond op de uitgangspunten van het evangelie. Ze hebben zich door Trump laten radicaliseren en hebben zich in veel gevallen vervreemd van hun achterban.

Het Vaticaan wijst deze politisering af, maar de conservatieve Amerikaanse bisschoppen lijken in hun politisering en terechtwijzing van president Biden niet te stoppen. Dat is des te opvallender omdat ze in gevallen van overspel of nog erger door Republikeinse politici in het verleden nooit actie ondernamen. Pas bij abortus komen ze in actie. Dat is opvallend.

De opstelling van de conservatieve bisschoppen gaat niet alleen in tegen de scheiding van kerk en staat die in de VS door Framers als Thomas Jefferson is geformuleerd maar is vooral het bedrijven van selectieve politiek die eenzijdig focust op abortus.

Wellicht is het te simpel om als buitenstaander die zich niet door religie laat inspireren en het als een grappige poppenkast ziet te denken dat de reactie op het conservatisme van de bisschoppen de verkeerde is. De georganiseerde godsdienst bestaat uitsluitend dankzij gelovigen die er zich ondergeschikt aan maken en het gezag van de kerkleiders erkennen.

Daarom is het verstandiger dat gelovigen niet zozeer aangeven van mening te verschillen met kerkleiders, maar publiekelijk verklaren het gezag van de katholieke kerkleiding niet meer te erkennen. Dan valt de bodem onder de kerk weg.

Democratische politici zouden zich sterk kunnen maken voor de oprichting van een progressieve katholieke gemeenschap in de VS, zoals die ook binnen evangelische kerken bestaat. Vooral, maar niet uitsluitend binnen zwarte gemeenschappen. Progressieve politici hebben niks te zoeken binnen een conservatieve katholieke beweging die zelfs tegen het advies van het centrale gezag van het Vaticaan ingaat.

Tegelijk kan dan eindelijk eens schoon schip worden gemaakt met het onrecht van het kindermisbruik binnen de katholieke kerk en de daaropvolgende pogingen van de bisschoppen om dat in de doofpot te stoppen. Dat gaat tot op de dag van vandaag door en is nog steeds niet correct afgehandeld. De bisschoppen blijven obstructie plegen en erkennen de rechtsstaat niet volmondig.

Het is opvallend hoe progressieve Democratische politici zich door conservatieve bisschoppen laten gijzelen en niet de stap nemen om uit de betovering van het religieuze Stockholm-syndroom te stappen. Het ontnemen van hun machtsbasis lijkt vooralsnog de enige stap om de conservatieve bisschoppen de voet dwars te zetten.

Belgische Raad van State verplicht Vlaamse regering om 5-jarige kleuters godsdienstles of zedenleer aan te bieden

Soms staat het verstand even stil bij het lezen van nieuwsberichten. De Vlaamse regering wordt door de Belgische Raad van State verplicht om Vlaamse kleuters van vijf jaar vanaf het schooljaar 2020-2021 wekelijks twee uur godsdienstonderwijs of (niet-confessionele) zedenleer aan te bieden. Zo staat het in een recent advies van de Raad van State, aldus een bericht van 14 mei 2020 van kerknet.be. Het advies zegt onder meer: ‘De uitbreiding van de leerplicht heeft tot gevolg dat de Vlaamse Gemeenschap de nodige maatregelen zal moeten nemen om ervoor te zorgen dat aan de betrokken kleuters in het officieel onderwijs (..) onderricht in de verschillende erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer wordt aangeboden.’ Dit besluit roept de vraag op wie in hemelsnaam de leden van de Belgische Raad van State zijn die dit besluit hebben genomen en waarom ze denken dat kleuters van vijf jaar met dit soort onderwijs gediend zijn.

De ‘jaren des onderscheids’ in de Rooms-katholieke kerk werden ooit door Paus Pius X vastgesteld op zeven jaar. Het is de vraag of dit besluit niet in strijd is met artikel 14 van de kinderrechten dat in de toelichting zegt: ‘Kinderen moeten ook kunnen besluiten om niet in God te geloven, terwijl hun ouders dat misschien wel doen. Kinderen moeten goede informatie krijgen over de verschillende godsdiensten, zodat zij zelf een keuze kunnen maken over welk geloof het beste bij ze past. De regels van een geloof mogen nooit schadelijk voor kinderen zijn’. Ben Weyts is namens de rechts-nationalistische N-VA minister van Onderwijs in de Vlaamse regering. Deze partij staat er niet bekend om de christelijke agenda van de confessionele partijen te volgen. Het toezicht op dit onderwijs aan 5-jarige kleuters is essentieel omdat ze makkelijk manipuleerbaar zijn.

Een verwijzing op Kerknet.be wijst op het gevaar van indoctrinatie van de 5-jarige kleuters en geeft reden tot zorg: ‘Thomas (Theologie, Onderwijs en Multimedia: Actieve Samenwerking), de portaalwebsite van en voor de leerkrachten rooms-katholieke godsdienst van alle onderwijsnetten in Vlaanderen onder de auspiciën van de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven, publiceert [op] de site de integrale tekst van het advies van de Raad van State, dat blijkbaar al op 30 april werd gepubliceerd. De commentaar is even kort als positief: Goed nieuws in corornatijden [sic] waarin nood aan zingeving en levensbeschouwing steeds meer blijkt!’. Voor de duidelijkheid: het betreft zingeving en levensbeschouwing van 5-jarige kleuters.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBelgische Raad van State: Godsdienstonderwijs verplicht in kleuterklas’ op Katholiek Nieuwsblad, 16 mei 2020.

Gedachten bij de foto ‘Religionsstunde’ van Gravin Loredana da Porto-Bonin uit 1891

Wie kan nog onbevooroordeeld naar deze foto uit 1891 kijken? De Italiaanse fotografe Grafin Loredana da Porto-Bonin maakt een afbeelding van een Religieuurtje. Op de achtergrond de kaart van Italië dat nog maar zo’n 25 jaar daarvoor een onafhankelijkheidsoorlog uitvocht. De katholieke geestelijke vouwt de vingers van zijn rechterhand samen. De kinderen kijken toe. Ze zijn aan zijn gezag toevertrouwd. Op een andere foto ‘The Servant of the Cross’ die in 1894 werd gepubliceerd in het Engelse tijdschrift ‘The Sketch’ bereidt een geestelijke zich voor op de mis. Twee misdienaars assisteren hem en hebben soortgelijke kleding aan als in het Religieuurtje. Zal het wel goed gaan, zo denken we ruim 125 jaar later. Het valt niet eenvoudig te beantwoorden. De twijfel is gezaaid door alle schandalen én doofpotten in de Rooms-Katholieke kerk.

Foto 1: Gravin Loredana da Porto-Boni, Religionsstunde. Photogravure uitgegeven bij Richard Paulussen (Wenen).

Foto 2: Schermafbeelding van pagina uit weektijdschrift The Sketch (1893-1959) met foto ‘The Servant of the Cross’ van ‘lady amateur’ Gravin Loredana da Porto-Boni, aflevering van 8 augustus 1894.

Generalisaties van een oud-Ombudsman. Alex Brenninkmeijer noemt ‘het atheïstische’ een redelijk intolerante bovenstroom

Wat te denken van een interview waarin de geïnterviewde de politiek verwijt te generaliseren, maar zelf komt met de ene na de andere generalisatie? Het is des te tragischer omdat de geïnterviewde zonder het goed te beseffen de titel ‘Wat we doen is: op anderen neerkijken’ in zijn vele opmerkingen over allerlei onderwerpen in praktijk brengt. De geïnterviewde verwijt de ketel dat hij zwart ziet. De geïnterviewde is oud-Ombudsman Alex Brenninkmeijer die in NRC wordt geïnterviewd door Lamyae Aharouay. Ze wijst hem terecht op zijn inconsistenties, maar Brenninkmeijer generaliseert, om niet te zeggen bazelt lekker door zonder zelfreflectie.

Zo noemt hij ‘het atheïstische’ een redelijk intolerante bovenstroom. Uit welke onderzoek of nasporing hij dat concludeert is onduidelijk. Wat hij met de ongebruikelijke term ‘het atheïstische’ bedoelt is evenmin duidelijk.

Brenninkmeijer is een telg uit de streng katholieke familie Brenninkmeijer die C&A oprichtte en in de loop van de jaren meer dan 1 miljard euro aan katholieke organisaties schonk. Hij profileert zich als nadenkend, dwars en tolerant met zijn intolerantie. Dubbele standaarden passen echter niet bij een onzorgvuldig denkende en formulerende Ombudsman die anderen de les leest, maar zichzelf ongenuanceerd uitspreekt. Dat leidt botweg tot de generalisatie dat het zegenrijk is voor het land dat Alex Brenninkmeijer geen Ombudsman meer is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Brenninkmeijer: ‘Wat we doen is: op anderen neerkijken’ in NRC, 19 oktober 2018.

Gezag en geloofwaardigheid van de katholieke kerk in Nederland ligt van diverse kanten onder druk

Het was een slechte week voor de katholieke kerk. Aartsbisschop Wim Eijk zegt in een interview met de Gelderlander dat de katholieke kerk in hoog tempo uit Nederland verdwijnt. Van de 280 kerken in het bisdom Utrecht blijven er over tien jaar waarschijnlijk hooguit 15 open. NRC constateert in een artikel dat ook in Nederland kardinalen en bisschoppen het seksueel misbruik van kinderen toedekten. En er is de schadeclaim van meisjes die in katholieke instellingen in de jaren ’50 en ’60 (vdve) dwangarbeid moesten verrichten, zoals RTV Rijnmond in een item meldt. Gezag en geloofwaardigheid van de katholieke kerk in Nederland wordt van verschillende kanten aangetast. Het valt niet in te zien hoe deze organisatie dat als volkskerk kan overleven.

Hogeschool Odisee Aalst: Mag godsdienstonderwijs aan kleuters volgens de kinderrechten?

De Vlaamse Opleiding Kleuteronderwijs van de Hogeschool Odisee in Aalst biedt vanuit een christelijke traditie studenten in het lesprogram de optie tussen een katholieke of een niet-katholieke versie. In de uitleg wordt door de docenten druk geschoven met begrippen. Alsof de identiteit van de Hogeschool vloeibaar is en voortdurend verandert. ‘Geloof’ wordt gelijkgesteld aan het ‘katholieke geloof’ en de ‘christelijke traditie’ aan de ‘rooms-katholieke traditie’. De niet-katholieke studenten worden in de video onderscheiden als moslima’s (zijn er geen mannelijke studenten?), niet-gelovige, ongelovige en anders-gelovige, randkerkelijke en protestant-gelovige studenten. Dat is blijkbaar diversiteit vanuit katholiek perspectief. De docenten stralen begrip en verdraagzaamheid uit, maar de vraag die deze video oproept is waarom er godsdienstonderwijs aan kleuters (circa 4 tot 6 jaar) gegeven moet worden en in welke vorm dat gebeurt. Nog los van de vraag of dat dan katholiek, protestant-gelovig, randkerkelijk of anders-gelovig godsdienstonderwijs is.

Vraag is of het in strijd is met artikel 14 van de kinderrechten. De toelichting zegt: ‘Meestal leren kinderen van hun ouders en op school over geloof en religie. Het wel of niet hebben van een bepaalde geloofs- of levensovertuiging kan een belangrijk onderdeel van de opvoeding zijn. Ouders mogen kinderen stimuleren om een bepaald geloof te volgen. In het Kinderrechtenverdrag staat echter dat kinderen niet gedwongen of verplicht mogen worden om een bepaald geloof te hebben, niet door hun ouders en niet door de regering. Als ze willen, kunnen kinderen naar een kerk of moskee gaan terwijl hun ouders niet geloven. Kinderen moeten ook kunnen besluiten om niet in God te geloven, terwijl hun ouders dat misschien wel doen. Kinderen moeten goede informatie krijgen over de verschillende godsdiensten, zodat zij zelf een keuze kunnen maken over welk geloof het beste bij ze past. De regels van een geloof mogen nooit schadelijk voor kinderen zijn.’ De ‘jaren des onderscheids’ in de Rooms-katholieke kerk werden ooit door Paus Pius X vastgesteld op zeven jaar.

De grens van wat aanvaardbaar is voor kinderen in een godsdienst ligt tussen stimuleren en dwingen. Een christelijke onderwijsorganisatie mag kinderen aansporen, maar niet in een dwingend programma binden. Het dienstbaar maken van kleuters van vier tot zes jaar gaat verder dan stimuleren en is feitelijk onderwerping. Hoe maatschappelijk aanvaardbaar en in lijn met de kinderrechten is het programma van het kleuteronderwijs dat Odisee aan studenten aanbiedt? Als het meer is dan een neutrale oriëntatie op levensovertuiging en godsdienst, dan valt het niet binnen de grenzen van de kinderrechten. Als de religieuze overtuiging er niet toe doet roept dat de vraag op waarom Odisee niet alle studenten dezelfde optie aanbiedt. Er wringt iets doordat dat niet gebeurt. Dat wordt in de toelichting door de docenten badinerend en verhullend gepresenteerd.

Moet zendtijd voor godsdienst etc. op de Vlaamse publieke omroep representatief zijn? Maar betrouwbare statistieken ontbreken

Op Doorbraak gaat Philip Roose in een opinie-artikel in op het besluit van de Vlaamse publiek omroep VRT om in het kader van de zogenaamde levensbeschouwelijke programma’s ‘Aan de 40 uitzendingen op Eén van verschillende godsdiensten twee islamitische vieringen toe te voegen’. De vraag die dit besluit oproept is of deze programma’s de bedoeling hebben om representatief te zijn of dat ze traditionele voorkeursposities van vooral katholieken beschermen. Door het ontbreken van betrouwbare statistische cijfers is het onduidelijk of het aantal moslims dit besluit rechtvaardigt. Daarbij komt de complicatie dat ze representatief moeten zijn voor Vlaanderen en het Vlaamse volksdeel. Zo stapelt zich onduidelijkheid op onduidelijkheid. Mijn reactie:

Als het secularisme wordt opgevat als een politieke filosofie die zegt dat alle godsdiensten en levensovertuigingen een gelijke plek behoren te hebben onder de garantie van de nationale overheid, dan past daarbij in de media wat de zendtijd betreft -mits het in lijn is met het statuut van de publieke omroep- dezelfde afweging tussen godsdiensten en levensovertuigingen.

Dat zal in de praktijk neerkomen op het terugschroeven van de aandacht voor uitingen van traditionele christelijke godsdiensten en/of christelijke organisaties die tot nu toe een voorkeurspositie innnemen. Een volgende stap is dat de tot nu toe bij de publieke omroep voor godsdiensten en levensovertuigingen gereserveerde zendtijd anders verdeeld moet gaan worden.

Het gevolg is dat betrekkelijk nieuwe godsdiensten en levensovertuigingen zoals de islam, de kerk van het vliegend spaghettimonster, de kerk van cannabis of het humanisme meer recht hebben op zendtijd. Uitgaande van een eerlijke representatie van de verschillende godsdiensten en levensovertuigingen zoals die zich in de samenleving voordoet.

Complicatie bij grote, diverse en gefragmenteerde religieuze organisaties als de islam is dat het vele verschijningsvormen kent. Waarvan sommigen binnen de geïnstitutionaliseerde islam niet worden erkend, zoals de Amiddaya of de Soefi’s. Daarnaast is er nog het zeurende conflict tussen Sjiieten en Soennieten, en dat tussen zogenaamde orthodoxe en zogenaamde gematigde moslims.

Het verdient aanbeveling dat de nationale statistieken ook binnen de islamitische organisaties een onderverdeling maken naar stroming en richting. Net zoals ze dat voor het christendom doen tussen katholieken, oud-katholieken, conservatieve katholieken (Opus Dei, Pius X), protestanten, gereformeerden, oud-gereformeerden, baptisten, lutheranen en de tientallen richtingen en stromingen die het christendom kent.

Beredeneerd vanuit de maatschappelijke representatie kan vervolgens de verdeling van de zendtijd bij de publieke omroep afgeleid worden. Probleem is dat België in tegenstelling tot Nederland geen betrouwbare cijfers heeft over het aantal moslims. Naar schatting van Jan Hertogen (http://www.npdata.be) is dat nu zo’n 7,2% van de bevolking. Of dat ook geldt voor Vlaanderen is trouwens onduidelijk.

Daarbij blijft onduidelijk hoe de vertegenwoordiging binnen de islamitische zuil precies is en hoe de verschillende islamitische stromingen en richtingen zich in België tot elkaar verhouden. Evenmin blijkt uit zo’n percentage hoeveel ‘culturele moslims’ het bevat. Dus de moslims die niet belijdend zijn of een moskee bezoeken en nauwelijks nog moslim zijn te noemen, maar zich om sociale of culturele redenen niet officieel uit laten schrijven uit het bevolkingsregister. Daarbij komt dat dit aspect van de vrijheid van godsdienst om een godsdienst te verlaten binnen de islam met taboes en verboden is omkleed en daarom de werekelijke stand van zaken niet weergeeft.

Ook is de Verbelging of Vervlaamsing van de in België wonende moslims niet in de cijfers terug te vinden. Dat is het proces van emancipatie waarbij moslims geleidelijk opgaan in de Belgische samenleving en de normen en waarden ervan verinnerlijken. Met als ultieme stap dat ze afscheid nemen van hun godsdienst en het secularisme omarmen. Juist omdat ze daar de garantie van de overheid vinden voor hun nieuw verworven positie.

Kortom, er moet nog eerst heel wat statistisch en demografisch onderzoek in België plaatsvinden voordat duidelijk is welke bevolkingsgroep met welke godsdienst of levensovertuiging bij de publieke omroep recht heeft op de daarvoor bedoelde zendtijd. Mits dat idee van evenredige vertegenwoordiging leidend is. Als voorlopige regeling is het goed voorstelbaar om vertegenwoordigers van de islamitische zuil een deel van de zendtijd in te laten vullen. Zo’n 5% van het volume ljkt redelijk en goed overeen te komen met het demografische belang van die zuil.

Maar een echte modernisering van de zendtijd gaat verder en zal om te beginnen de oude voorkeursbehandelingen voor de christelijke (katholieke) organisaties af moeten schaffen om die in lijn te brengen met de werkelijke aanhang in de samenleving.

In een land als Nederland waar meer dan de helft van de bevolking zich niet laat inspireren door godsdienst leidde dat overigens tot de vraag of die zendtijd voor godsdiensten en levensovertuigingen nog wel een taak voor de publieke omroep is. Juist door de fragmentering van de religieuze sector in vele stromingen en richtingen lijkt niet broadcasting, maar narrowcasting via sociale media de oplossing voor de steeds moeilijkere voorwaarden om aan die representativiteit te kunnen voldoen. Waarbij zoals gezegd in België het ontbreken van betrouwbare statistische cijfers over de aanhang van godsdiensten en levensovertuigingen een bijkomende complicatie is in het realiseren van een representatieve verdeling van de zendtijd voor dit soort levensbeschouwelijke programma’s bij de publieke omroep.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGoddelijke televisie’ van Philip Roose op Doorbraak.be, 4 december 2017.

Polen marcheert voor onafhankelijkheid. Voor God en vaderland

De leuze van de jaarlijkse mars voor onafhankelijkheid (Marsz Niepodległości) in het Poolse Warschau was dit jaar ‘We willen God’ (My Chcemy Boga). Er waren zo’n 60.000 deelnemers. Hier stellen de Ridders van Christus Koning (Rycerze Chrystusa Króla) zich op. De mars was een mengeling van xenofobie, nationalisme, extreem-rechtse en christelijke symboliek. Maar ook van carnaval, een religieuze processie en een nationale feestdag.

De mars is een curieuze combinatie van zachtheid en hardheid, onderworpenheid en onverdraagzaamheid. De pretentie dat Polen het bastion van Europa is moet met een korreltje zout genomen worden. Want wat is dat voor soort Europa waar de vlag van de EU wordt verbrand en het Poolse nationalisme zo allesoverheersend is?

Foto: ‘Far-right marchers brandish banners depicting a red falanga, a far-right symbol dating to the 1930s. Photograph: Janek Skarżyński/AFP/Getty Images’ In: The Guardian, 12 november 2017.