George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Onderzoek

Verspreiding van dwaze complottheorieën en het relativeren van de waarheid kunnen dienen om samenzwering achter te verbergen

with 2 comments

Na Epsteins dood hebben media overvloedig aandacht besteed aan complottheorieën die kant noch wal raken en van bedenkelijke herkomst zijn. Ze hebben daar in de meeste gevallen de conclusie uit getrokken dat er ‘daarom’ geen sprake is van samenzwering. Of ze zijn zelfs niet aan de vraag toegekomen of het gaat om samenzwering. Die nalatigheid en dat gebrek aan alertheid komen voort uit een niet valide sluitrede van het type 1) Alle complottheorieën van gekkies of politieke manipulators zijn onjuist; 2) Over Jeffrey Epstein doen complottheorieën de ronde; 3) Complottheorieën over Epstein zijn onjuist. In dit voorbeeld klopt de conclusie niet omdat er ook complot- of samenzweringstheorieën zijn die niet afkomstig zijn van gekkies of politieke manipulators, zodat niet geconcludeerd kan worden dat niet alle complottheorieën over Epstein onjuist zijn.

Complottheorieën dienen volgens Russell Muirhead, politicoloog aan Dartmouth College in New Hampshire, twee doelen. Ze dienen om ‘greep te krijgen op het bijna onbegrijpelijke’ en ‘ze zijn een krachtig wapen om politieke tegenstanders zwart te maken’. Aldus Frank Kuin in het artikelWe zijn in de VS omgeven door verzinsels’ in NRC, 16 augustus 2019. Dat is waar, maar de uiterste consequentie ervan wordt niet getrokken. Namelijk dat het verspreiden van dwaze en idiote complottheorieën en het verregaand relativeren van het begrip waarheid in stelling worden gebracht om een samenzwering achter te verbergen. De complottheorie is de vakantie van het normale. Hoewel de anti-complotdenker daar in een Droste-effect over zal beweren dat dat ook weer een complottheorie is. Zo wordt ook de codebreker tot onmiskenbaar deel van het complot.

Muirhead doet onjuiste uitspraken over het Mueller-onderzoek. Dat betreft de verdenking van samenwerking van Team Trump met het Kremlin. Het ligt ingewikkelder dan hij doet uitkomen, ook vanwege het beperkte mandaat en de onderzoeksopdracht die Mueller had. De speciale aanklager heeft niet alles onderzocht dat relevant is voor het aantonen van samenwerking. Muirhead zegt: ‘Er bleek minder bewijs te zijn dan mensen hadden verwacht.’ Klopt, maar omdat het niet onderzocht is, is dat geen uitspraak over samenwerking, maar over de beperkte strekking van het onderzoek. Uit het ontbreken van ‘conspiracy’ (samenzwering) kan men niet afleiden dat er geen sprake van het minder zware ‘collusion’ (geheime verstandhouding) was. Daarnaast zadelde Trumps obstructie Mueller met beperkingen op waardoor hij over ‘conspiracy’ niet tot de conclusie kon komen die zonder obstructie door Trump gedetailleerder, ruimer en ongetwijfeld vernietigender had kunnen worden geformuleerd. Trump heeft het onderzoek gefrustreerd door tegenwerking zodat Mueller geen voldoende data kon verzamelen om tot een afrondende conclusie over ‘conspiracy’ te komen. Muirhead denkt een complottheorie te ontmaskeren, maar trapt er met ogen ogen zelf in. Daarnaast zijn er nog de niet openbaar gemaakte bijlagen van Muellers onderzoek over nationale veiligheid waar Muirhead geen weet van heeft en hij geen uitspraak over kan doen. De conclusie is dat Muirhead onbewust Trumps agenda volgt.

Op de FB-pagina van NRC heb ik bij dit artikel de volgende reactie geplaatst. Links worden toegevoegd:

Ik ben het oneens met de strekking van dit artikel. Het geeft een tour d’horizon waarachter de kwestie Epstein verdwijnt. Zo verandert een artikel met goede intenties in een afleiding. Er is namelijk wel wat gebeurd, namelijk de onverwachte, verrassende en de in-alle-gevallen-te-voorkomen dood van een van de meest spraakmakende personen van de VS met duidelijke lijnen naar de politiek.

Als dat dan gebeurt roept dat vragen op over een samenzwering. Want regels en afspraken van overheidsdiensten zijn geschonden en Epstein stond bekend als iemand die met geld de rechtsgang en personen die toezicht op de rechtsgang hadden manipuleerde, zoals in Florida in 2008 waar hij onterecht wegkwam met een lichte straf. Epstein heeft een spoor van onregelmatigheden nagelaten in het Amerikaanse rechtssysteem dat nog steeds niet volledig in kaart is gebracht. Waarom is het merkwaardig om te veronderstellen dat hij dat tot en met zijn dood heeft volgehouden?

Epsteins dood verdient een grondige en onpartijdige analyse. Het is zeker zo dat er verschillende kampen zijn, te weten het Clinton en het Trump kamp die proberen de ander de zwarte piet door te schuiven. Maar het is een argumentatiefout om uit die krankjorume complottheorieën af te leiden dat er daarom geen sprake is van een samenzwering. Dat weten we nog steeds niet. Er is ook een derde kamp van onafhankelijke, neutrale hoogleraren, opinieleiders, journalisten en politici buiten de hoofdstroom van de partijpolitiek om die een rechtsstatelijke invalshoek kiezen.

Kuin besteedt onvoldoende aandacht aan de rol van Justitieminister William Barr die in zijn handelen er de afgelopen maanden voor heeft gezorgd dat het wantrouwen jegens hem, president Trump en de overheid is toegenomen. Vastgesteld is dat Barr bij zijn eigenmachtige presentatie van het Mueller-rapport de bevindingen eruit verkeerd en onvolledig voorstelde om succesvol de publieke opinie te kunnen manipuleren. Zelfs media als de The New York Times en in Nederland de NRC trapten in de ’spin’ van Barr, wat me overigens in conflict met de NRC-Ombudsman bracht. Trappen de media nu opnieuw in de ‘spin’ van Barr? Het lijkt er sterk op dat ze zich opnieuw laten manipuleren.

Nee, u gaat niet tot de bodem van deze kwestie en zet relevante vragen in een te algemeen frame. Ja, er zijn idiote complotdenkers, maar er zijn ook denkers die verder denken en vooralsnog een samenzwering niet uitsluiten. Daardoor vergeet u dat er onafhankelijke waarnemers en onderzoekers zijn die aan de hand van de feiten de waarheid boven tafel willen krijgen. Wat een zorgvuldige journalist behoort te doen is een verklaring zoeken voor een verschijnsel dat vele vragen oproept. Laten we niet te snel tot conclusies komen, maar alle feiten onderzoeken.

De vragen die op antwoord wachten zijn onder meer de volgende: Wie heeft Epstein geholpen bij het voorbereiden van de uitvoering van zijn daad, wie heeft gezorgd voor het beëindigen van het verscherpt toezicht en wie heeft ervoor gezorgd dat een celgenoot werd overgeplaatst? Daarover bestaan theorieën die niet over de zelfmoord zelf gaan. Ofwel, zonder hulp van buitenaf en met verscherpt toezicht had Epstein nooit zelfmoord kunnen plegen. Een bijkomende vraag is waarom minister Barr Epstein in dit federale detentiecentrum plaatste en hem niet in een beter beveiligd en geoutilleerd centrum waar zijn persoonlijke veiligheid beter gegarandeerd was. Ook als blijkt dat Epstein zelfmoord heeft gepleegd is er nog geen antwoord op de vraag waarom hij zelfmoord kon plegen. De verwijzingen naar de chaos en de slechte organisatie in het detentiecentrum in Manhattan zijn geen voldoende verklaring voor wat er is gebeurd, maar een afleiding.

Het is gezien de grote belangen en de meedogenloosheid van Trump en Barr op dit moment niet uit te sluiten dat er sprake is van een samenzwering op het hoogste niveau. Die optie moeten we open laten en hopelijk volgt een onafhankelijk onderzoek buiten de regering Trump of het ministerie van Justitie om. Want Barr en Trump hebben schuld aan de dood van Epstein.

Laten we beseffen dat Trump zeer waarschijnlijk in de gevangenis belandt als hij in 2020 niet herkozen wordt en daarom alle middelen inzet om grip op Justitie te houden. Het gaat in deze kwestie niet om het ‘gewone’ type samenzwering van malcontenten, eenzame gefrustreerden en idioten met een aluminium hoedje op die de feiten laten volgen uit een eigen mening of een opgelegde mening van populistische media, maar om het type samenzwering dat ontraadseld kan worden door de feiten te volgen en daaruit een conclusie te laten volgen. Gezien de grote belangen is het niet onmogelijk dat zo’n samenzwering is georkestreerd vanuit de regering Trump. Vergelijk het met de Iran-Contra-affaire of het Watergate-schandaal die uiteindelijk werkelijk bleken te zijn gebeurd hoe de toenmalige regeringen van Nixon en Reagan dat aanvankelijk ook ontkenden en een onderzoek probeerden te blokkeren. Is Trump de derde man die in de kwestie Epstein hetzelfde deuntje van manipulatie en meedogenloos handelen jegens zijn vijanden speelt? Dat moet de journalistiek boven water helpen halen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWe zijn in de VS omgeven door verzinsels’ van Frank Kuin in NRC, 16 augustus 2109.

Advertenties

Amerikaans onderzoek wijst uit dat witte evangelicals minst bereid zijn om vluchtelingen toe te laten. Waar is hun moreel kompas?

with 5 comments

Zullen we één ding afspreken als geestelijke leiders of sympathisanten van religieuze organisaties claimen dat er zonder God geen moraal is? Het is dat soort meningen dat in talloze artikelen in Trouw of christelijke media die overtuigd zijn van de eigen voortreffelijkheid – die wellicht even wat minder naar buiten komt maar in de kern als aanwezig wordt verondersteld – wordt geponeerd zonder dat het door enig onderzoek onderbouwd wordt. Het is verticaal nattevingerwerk. Zo zegt Mathilde van Meeuwen in 2010 in een opinieartikel: ‘Het christendom biedt een moreel kompas om die grondrechtelijke vrijheden in de hand te houden. De wet van God die Hij aan ons gegeven heeft, moet de absolute moraal blijven en die geboden moeten we nastreven.

Een onderzoek over de toelating van vluchtelingen van Pew Research Center dat in mei 2018 gepubliceerd werd laat zien dat degenen die het meest bereid zijn om vluchtelingen toe te laten de ‘unaffiliated’ zijn, dus degenen die niet bij een religieuze organisatie aangesloten zijn. Zeg maar de ongelovigen. Ze zijn in een verhouding van 65% voor en 31% tegen bereid om vluchtelingen tot hun land toe te laten. De groep die het minst bereid is om vluchtelingen toe te laten zijn de witte evangelicals. Ze zijn 25% voor en 68% tegen. Dat is in strijd met de Bijbel die zegt dat men vriendelijk tegen vreemdelingen moet zijn. Laat dat goed tot types als Mathilde van Meeuwen doordringen die er zo van overtuigd zijn dat het christendom een uniek moreel kompas biedt om te beslissen over goed en kwaad. Dit onderzoek kwam opnieuw in de publiciteit door een tweet van 8 juli 2019 van Pew Religion waarbij aan bovenstaand diagram een opsomming was toegevoegd:

Laten we afspreken dat we de claim op moraal door gelovigen voortaan afdoen als lachwekkend, potsierlijk, aanmatigend, onwaarachtig en in strijd met de feiten. Gelovigen hebben niet de wijsheid in pacht en evenmin hebben ze als enigen een moreel kompas of het best afgestelde morele kompas. Wat hun geestelijke leiders met hun zalvende woorden de gelovigen ook op de mouw spelden. Het is van de andere kant evenmin zo dat degenen die zich niet laten inspireren door religie als enigen een moreel kompas hebben. Dat is ook onzin.

Het lijkt wel zo dat niet-gelovigen meer vrijheid en bewegingsruimte hebben om grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Bijvoorbeeld over het toelaten van vluchtelingen. In hun individualisme kunnen ze zich niet verschuilen achter kerkelijke leiders. Ze moeten zelf nadenken en kiezen. Dat sluit het risico uit dat ze worden meegesleurd door radicaliserende kerkelijke leiders. En door politieke leiders die religie voor hun karretje spannen. De zogenaamde niet-gelovigen hebben hun eigen kompas dat niet wordt afgesteld door anderen. In elk geval niet in een georganiseerde en van boven opgelegde dwang die weinig ruimte laat voor eigen moraal. Zo kan de redenering van Mathilde van Meeuwen simpelweg omgekeerd worden: Het christendom biedt geen moreel kompas, maar legt dat op oneigenlijke gronden de gelovigen op.

Foto 1: Deel van artikelRepublicans turn more negative toward refugees as number admitted to U.S. plummets’ van Hannah Hartig op Pew Research Center, 24 mei 2108.

Foto 2: Deel van tweet van Pew Research Religion, 8 juli 2019.

Faculteit Katholieke Theologie van Universiteit Tilburg verricht onderzoek naar waarden. Welke waarden hebben de onderzoekers?

leave a comment »


Als persberichten verschijnen over onderzoeken met de interpretatie van data zonder dat de data zijn na te lezen, dan is dat onbevredigend. Als vervolgens allerlei media met die persberichten aan de haal gaan en er hun eigen perspectief op geven zonder dat de nieuwsconsumenten dat kunnen  controleren, dan is dan nog ontoereikender. Het wordt er nog vreemder op als er normatieve uitspraken in het persbericht staan. Want men mag gerust de volgende zinsnede in het persbericht van de Universiteit van Tilburg opmerkelijk noemen: ‘Jongeren die zichzelf niet gelovig noemen blijken niet minder sociaal dan gelovige jongeren’. Waarom moet dit bevestigd, onderzocht of gemeld worden? Waarom zouden deze jongeren niet minder sociaal zijn dam gelovige jongeren? Deze zinsnede roept vragen op over het perspectief en het waardenpatroon van de opstellers van dit bericht. Of dat nou voorlichters of onderzoekers zijn. Zo zijn we al binnen een alinea aanbeland op metaniveau: de vraag naar de waarden van een onderzoek naar waarden.

Het gaat over het European Values Study over waarden waarvan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg Nederland voor haar rekening neemt. Het onderzoek is ook in andere landen verricht. In het in mei 2019 gepresenteerde Franse deel van het onderzoekLa France des Valeurs’ dat door de Universiteit van Grenoble werd verricht blijkt volgens een bericht in Valeurs Actuelles dat een 58% grote meerderheid van de Fransen zelf opgeeft tot de categorie ‘zonder godsdienst’ te behoren. Bijna de helft hiervan is in een hoofdzakelijke katholiek gezin opgevoed. Minder dan 3% van de 19- tot 29 jarige Fransen zouden nog praktiserende katholieken zijn. Een opvallend laag aantal dat haaks lijkt te staan op de emoties die de brand in de Parijse Notre Dame in april 2019 teweegbracht.

De waardenstudie gaat niet alleen over godsbeeld of religieuze gezindheid, maar ook over tolerantie, politiek of sociaal vertrouwen. Zoals gezegd, de data worden niet bijgeleverd zodat de interpretatie lastig op waarde is te schatten. In het Nederlandse deel is ook een verslag opgenomen van een onderzoek van prof. Monique van Dijk-Groeneboer dat elke vijf jaar wordt gehouden onder 2000 jongeren van confessionele scholen. Ook hier is in de samenvatting weer een opmerkelijke, normatieve -om niet te zeggen wonderlijke- zin opgenomen: ‘De waarden die jongeren belangrijk vinden blijken niet minder sociaal gericht te zijn en inspireren ook leerlingen die zichzelf niet religieus of gelovig noemen‘. Blijkbaar vinden de betrokkenen van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg het opmerkelijk dat moraal niet voorbehouden is aan gelovige jongeren dat ze menen dat op verschillende plekken in een persbericht te moeten melden. Dat zegt vooral iets over het perspectief -en voeg ik toe: de wereldvreemdheid- van de onderzoekers en voorlichters.

Anton de Wit heeft in voor het Katholiek Nieuwsblad een commentaar geschreven over dat onderzoek onder de jongeren van de confessionele scholen dat opmerkt dat meer dan de helft van deze jongeren (let wel: op confessionele scholen) zichzelf niet-gelovig, atheïst of humanist noemt. Ieder kan in het onderzoek lezen wat erin valt te lezen. Hoe dan ook hoeft wanhopen niet, behalve dan bij een harde kern van ultrareligieuzen die de macht van hun religieuze organisaties zien afkalven. Het gaat goed met Nederland en met de jongeren die niet minder sociaal of meer nihilistisch zijn dan voorheen. Deze waarden staan betrekkelijk los van religie of godsbeeld. Hopelijk dringt dit ook goed door tot de onderzoekers van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg zodat ze over vijf jaar een persbericht kunnen opstellen waaruit de relicten van een bijna verdwenen katholiek normbesef zijn uitgefilterd. Want duidelijk is, dat dat niet meer kan in 2019.

Foto 1: Schermafbeelding van deel persberichtNederland: toleranter, trotser en anders ‘religieus’, blijkt uit nieuw waardenonderzoek’ van de Universiteit van Tilburg, 17 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelAutant de musulmans que de catholiques chez les 18-29 ans’ (‘Evenveel moslims als katholieken onder 18-29-jarigen’) in Valeurs, 23 mei 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelGeloven is niet meer vanzelfsprekend, maar hoe dramatisch is dat?’ Van Anton de Wit op het Katholiek Nieuwsblad, 20 juni 2019.

Het debat over een nationaal designmuseum is gepolitiseerd

with 3 comments

Hoeveel designmuseums kan Nederland hebben? Die vraag wordt opgeroepen door politieke ontwikkelingen en de opmerking van de nieuwe artistiek directeur van het Stedelijk Museum Rein Wolfs in een interview in NRC. Hij zegt: ‘Maar als ik het hele Nederlandse aanbod overzie, zou wat meer variatie en specialisatie goed zijn’. Dat is een pleidooi tegen het kluitjesvoetbal in de museumsector waarbij ieder museum hetzelfde doet.

In Den Bosch is er het Design Museum Den Bosch -dat als vanouds het accent op sieraden en keramiek legt- waarmee directeur Timo de Rijk sinds eind 2016 succesvol aan de weg timmert. Hij noemt zich in februari 2017 in een interview in BD samen ‘met Gent en Groningen’ nu ‘het grootste designmuseum in West-Europa‘. Voor het gemak vergeet hij het London Design Museum, het Duitse Vitra Design Museum, het Parijse Cité de l’Architecture et du Patrimoine of het V&A in Dundee. Maar ook het in 2015 geopende Cube Design Museum  in Kerkrade dat zich presenteert als ‘het eerste museum van Nederland volledig gewijd aan design. Cube toont design met inhoud; design dat impact heeft op de wereld.’ De stilzwijgende suggestie hiervan is dat andere designmusea design zonder inhoud presenteren. De Rijk en Wolfs geven te kennen dat ze belang hechten aan de kunstgeschiedenis en meer moderne of na-oorlogse kunst willen tonen. De Rijk en zijn team bereiden nu een overzichtstentoonstelling van design van het Derde Rijk voor die op 7 september 2019 opent.

Daarnaast is er in Rotterdam het HNI dat ‘Design’ in de naam heeft (naast Architectuur en Digitale Cultuur) dat zich eind 2016 opwierp als coördinator voor een tijdelijk designmuseum in Amsterdam om daar langdurige bruiklenen van andere musea te tonen. Een initiatief waarover sinds die tijd weinig is vernomen. Ik gaf daar in december 2016 een commentaar op waarin ik weinig begrip toonde voor dit initiatief, maar ook wees op twee interessante opmerkingen van het hoofd beleid en actualiteit van HNI Floor van Spaendonck. Breder kijkend dan dit initiatief alleen zei zij: ‘(..) is er behoefte aan één plek die geheel in het teken staat van design’ en ‘Het aanleggen en beheren van een vormgevingsarchief behoort niet tot de opdracht van HNI’. Er bleek dus eind 2016 volgens Van Spaendonck in Nederland geen museum dat geheel in het teken staat van design (wat haaks staat op de claim van het in 2015 geopende Cube) en evenmin een nationaal vormgevingsarchief voor design.

De politieke ontwikkeling blijkt uit bovenstaand citaat uit het artikelPlan Designmuseum Eindhoven krijgt steeds meer vorm’ in het ED van november 2018. Het lijkt er sterk op dat het een plan is uit de koker van D66 dat door de VVD wordt gesteund. In het huidige Eindhovense college is D66 niet vertegenwoordigd. Van 2014 tot 2018 was Mary-Ann Schreurs namens D66 wethouder van Innovatie en Design, Cultuur en Duurzaamheid. Nu is ze onafhankelijk raadslid en heeft volgens een persbericht van maart 2019 over een verschil van mening D66 verlaten. Schreurs maakte zich sterk voor design en technologie zoals uit de steunbetuiging van een D66’er blijkt. Ook de Dutch Design Week (DDW) is een manifestatie van de verknoping van design en techniek.

Er is dus in de afgelopen jaren een sterke D66-lobby opgezet voor een Designmuseum in Eindhoven waarbij het de vraag is of dat doorzet omdat D66 in Eindhoven en in de provincie Noord-Brabant aan macht heeft ingeboet. Daarnaast richt Timo de Rijk zich in het 35 km verder gelegen Den Bosch sinds 2016 nadrukkelijk op design en toegepaste kunst. Een grotere ambitie viel af te lezen in de naamsverandering. In juni 2018 werd de naam Het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch veranderd in Design Museum Den Bosch. Maar wellicht kan wat in de pijplijn zit nog gematerialiseerd worden zodat er nog net een Eindhovens Designmuseum uitgeperst kan worden. Een in de Provinciale Staten van Noord-Brabant in oktober 2017 aangenomen motie van D66 vraagt om uit te zoeken of er een nationaal designmuseum kan komen in het Evoluon in Eindhoven:

Minister van OCW Ingrid van Engelshoven (D66) houdt de signalen van haar partijgenoten uit Brabant in elk geval nog in de lucht zoals deze week bleek uit de presentatie van de ‘Ontwerp-subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021-2024’ dat op het lijf van een Eindhovens Designmuseum is geschreven en uitgaat van de verknoping van design en techniek. Zo vanzelfsprekend is dat echter niet. Hooghartigheid blijkt uit het interview uit november 2018 met DDW-directeur Martijn Paulen die meent dat een een fluitje van een cent is om een museum met als uitgangspunt de combinatie van design en techniek in een nationaal designmuseum te realiseren. Dat gaat eraan voorbij dat die formule die afgeleid is van de Eindhovense situatie waarbij design en techniek nauw worden gecombineerd een keuze is die niet alleenzaligmakend is. Design kan ook worden gekoppeld aan autonome kunst, (kunst)geschiedenis of sociaal-maatschappelijke aspecten. Het is de vraag of, als er een nationaal designmuseum of rijksmuseum voor design moet komen dat gesteund wordt vanuit de landelijke overheid, die combinatie van kunst en techniek (of technologie) het uitgangspunt dient te zijn. Op z’n minst zou er een breed debat aan vooraf moeten gaan over het profiel van zo’n nieuw te vormen nationaal designmuseum waarbij de gesprekspartners liever niet alleen uit Eindhoven of uit de kringen van D66 komen.

Nederland kan best meerdere designmusea herbergen, in Den Bosch, Kerkrade, Eindhoven of waar dan ook. Laten we evenmin de kunstmusea met belangrijke afdelingen design (Museum Boijmans, Stedelijk Museum, Centraal Museum, Groninger Museum, HNI) en de ‘materiaalmusea’ (Nationaal Glasmuseum, TextielMuseum, Keramiekmuseum Princessehof) vergeten die zo’n nationaal designmuseum kunnen ‘voeden’. Of de herhaling van meer van hetzelfde zonder voldoende variatie en specialisatie wenselijk en doelmatig is, is een vraag die het bovensectorale ministerie van OCW zich moet stellen. De museumsector moet ideeën kunnen aandragen.

OCW zet echter op onaanvaardbare wijze een dubbele pet op als het bij de bekostiging van een nationaal designmuseum uitgaat van normen die meer volgen uit de partijpolitiek en een regionale lobby, dan uit een beredeneerde keuze voor profiel, kwaliteit en inbedding in de culturele basisstructuur ervan. In het verlengde speelt de vraag bij welke instelling een nationaal vormgevings/designarchief ondergebracht moet worden.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelPlan Designmuseum Eindhoven krijgt steeds meer vorm’ in ED, 24 november 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van ‘Actuele Motie M1 Provinciale Staten 27 oktober 2017; Nationaal Designmuseum in het Evoluon` door Statenfractie van D66 (AANGENOMEN).

Foto 3: Schermafbeelding van deel ‘Ontwerp-subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021-2024’ van het ministerie van OCW, 11 juni 2019 (p. 35).

Lukt het de Democraten om Trump als landverrader en bedreiging voor de nationale veiligheid af te beelden?

with 7 comments

Wat valt er na 29 maanden presidentschap nog meer over Trump te zeggen dan dat hij een fantast, leugenaar, opportunist, narcist en leeghoofd is? Hij is het allemaal en nu in het Witte Huis de volwassenen de kamer hebben verlaten en hij in zijn rol is gegroeid als president is zijn inbeelding (in dubbel opzicht: verwaandheid en fantasie) er alleen maar groter op geworden. Die diskwalificaties spelen op het gebied van voorbereiding op de functie en geestelijke gezondheid. Daarin faalt Trump zo grandioos dat een vergelijking met arrogante en sjoemelende bankiers die de overheid gijzelen in het oog springt: ‘too big to fail’. Trump lijkt zijn eigen idiotie te benadrukken met een continue stroom kletspraatjes als bewijs voor het feit dat hij onaanraakbaar is.

In dit verband is de kanttekening veelzeggend over speciale aanklager Robert Mueller dat hij achteraf toch geen Eliot Ness bleek te zijn die gangster Al Capone succesvol vervolgde. Aanklager Mueller beet niet door en was te netjes als principiële wetsdienaar die niet door het bedrog, de leugens en machinaties van Trump heen wilde breken. Deze profilering van president Trump speelt op het terrein van beeldvorming en misleiding. De president stapelt als afleiding de ene leugen op de andere leugen om zowel een betrekkelijkheid van de waarheid te introduceren als niet vastgepind te worden op zijn fouten en zijn gebrek aan concreet beleid.

Maar er is ook de nationale veiligheid en daar wordt het serieus. Dat gaat over de inmenging van buitenlandse machten in het electorale proces en de reactie van de VS daarop. Dat raakt aan de de soevereiniteit en de integriteit van de democratie, en het vermogen van de Amerikaanse politiek om autonoom te handelen. In de publieksversie van het verslag van het Mueller-onderzoek bleef het aspect van contraspionage buiten beeld. De focus in onderzoek en rapport leek te liggen op het crimineel handelen van Trump en zijn medewerkers.

Het is een raadsel waarom dat aspect van counterintelligence door Mueller niet uitgeplozen zou zijn in het bijna twee jaar lange onderzoek. De New York Times formuleerde dat op 19 april 2019 zo: ‘Maar een contraspionageonderzoek kan nog iets belangrijkers opleveren: een beoordeling door de inlichtingendiensten hoe waarschijnlijk het is dat iemand – in dit geval de president – handelt, bewust of onbewust, onder invloed van of in samenwerking met een buitenlandse macht.’ De suggestie is geopperd dat er in enige vorm van een bijlage of een tweede rapport een geheime versie van het Mueller-rapport bestaat over de contraspionage. Logischerwijze is het gebruikelijk dat dit type onderzoek geheim wordt gehouden om buitenlandse machten niet wijzer te maken. Maar het kan ook dat dit deel van het onderzoek door Mueller nooit is uitgevoerd.

De Huiscommissie Inlichtingen met voorzitter Adam Schiff hield woensdag 12 juni een hoorzitting over de contraspionage implicaties van het Mueller-rapport. De Democraten proberen dit onderwerp met weinig succes in de schijnwerpers te zetten nadat ze de publiciteitsslag om het Mueller-rapport door de bizarre interventie van Justitieminister Barr hebben verloren. Mueller zelf is afwijzend om te getuigen en heeft gezegd als hij daar met een dagvaarding toe gedwongen wordt hij niet meer zal vertellen dan in zijn rapport staat. In de publieksversie wel te verstaan. ABC News’ George Stephanopoulos vraagt in gesprek met Trump of hij contact zou opnemen met de FBI als een buitenlandse macht hem zou benaderen met belastende informatie over een opponent. Dat is wettelijk verplicht. Trump laat dat in het midden en praat erom heen. Dat is hem op het verwijt komen staan dat hij een verrader is. Senator Kamala Harris die de gedoodverfde kandidaat voor vicepresident is op de ticket van Joe Biden, noemt Trump in een tweet nog net geen verrader, maar het scheelt niet veel. Trump als idioot en leeghoofd is niet langer interessant. Trump de landverrader is de nieuwe focus.

Foto: Tweet van Senator Kamala Harris, 13 juni 2019.

Verslaggeving Nederlandse media over Mueller-rapport stemt tot nadenken over middelen en gestelde eisen aan correspondenten

with 5 comments

Nederlandse media hebben het moeilijk in hun kleinschaligheid. Wereldwijd moeten correspondenten verslag doen van kwesties waar ze onvoldoende kennis van hebben, maar hun hoofdredactie verwacht toch een verslag. Hoewel ze zich snel in kunnen lezen is dat oneerlijk en zou zoiets niet van deze journalisten geëist moeten worden. De hoofdredactie zou deze correspondenten óf van voldoende middelen moeten voorzien óf minder van hen moeten verlangen. Een hoofdredactie kan in alle redelijkheid niet verlangen dat een correspondent zich naast alle andere lopende zaken tot in de details verdiept in een specialistische kwestie die raakt aan juridische en constitutionele finesses, en complexe aspecten van geopolitiek, nationale veiligheid, contraspionage en partijpolitiek en ook nog eens tot een evenwichtige en kwalitatief hoogstaande duiding komt. Dat is vragen om ongelukken zoals bovenstaande video van RTL Nieuws aantoont.  Het gaat om het onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller dat in mei 2017 begon en nog niet volledig is afgerond.

In de VS media zijn het specialisten die hierover op televisie, op blogs en in kranten het debat vormgeven: juridische hoogleraren, oud-aanklagers, oud-medewerkers van de inlichtingendiensten, politici die lid zijn van commissies op het onderzoeksgebied dat Mueller onderzocht en vakjournalisten die zich uitsluitend hiermee bezighouden. In debatten met elkaar zetten ze de puntjes op de i. Het springende punt is niet zozeer dat de Nederlandse media niet kunnen tippen aan dat niveau en zich noodgedwongen grotendeels baseren op deze opiniemakers, maar van de weeromstuit net doen alsof ze ook kundig zijn. Ze spelen Amerikaantje. Maar dat blijft vorm en buitenkant. Hoe dat kan ontsporen bleek toen de Nederlandse journalisten in de dagen na 24 maart de VS media napraatten en de fout ingingen toen de VS media die ze volgden ook de fout ingingen. Mijn reactie bij de video:

De commentator mist de essentie van de conclusies van de door minister Barr geredigeerde versie van het Mueller-rapport als hij zegt dat de conclusie ‘no collusion’ is, en die conclusie ook terecht is. Zijn weergave van de feiten en de duiding ervan kloppen niet.

Zijn conclusie is om zes redenen onjuist:

1) het team van de speciale aanklager heeft het niet over ‘collusion’ omdat dit geen juridische term is, maar over ‘conspiracy’. Dus samenzwering. Uit het ontbreken van ‘conspiracy’ kan men niet afleiden dat er geen sprake van ‘collusion’ is. Voorbeeld, als iemand van een zwaar misdrijf wordt vrijgepleit betekent dat niet dat die persoon van een lichter misdrijf wordt vrijgepleit. Iemand die geen moordenaar is kan toch een inbreker zijn. Barr en Trump schreeuwen van de daken dat Mueller zegt ’no collusion’, maar zowel letterlijk als volgens de strekking van het rapport zegt Mueller dat geenszins.

2) de twee componenten, te weten ‘conspiracy’/‘collusion’ en ‘obstruction’ hangen hecht samen. In het Mueller-onderzoek volgt het een uit het ander. Concreet, de obstructie door Trump zadelde Mueller met inhoudelijke en juridische beperkingen op waardoor hij over de ‘conspiracy’ niet tot conclusie kon komen die zonder obstructie door Trump gedetailleerder, ruimer en ongetwijfeld vernietigender geformuleerd had kunnen worden. Ofwel, Trump heeft het onderzoek in hoge mate gefrustreerd door tegenwerking zodat Mueller geen voldoende data kon verzamelen om tot een afrondende conclusie over ‘conspiracy’ te komen.

3) naast het onderzoek door de speciale aanklager naar het criminele gedrag van Trump en zijn medewerkers bevat het onderzoek ook een ‘counterintelligence’ component die vanwege de gevoelige aard ervan geheim is, door de FBI wordt uitgevoerd en niet publiekelijk wordt gepubliceerd. Deze component gaat met name om de vermeende samenzwering van Team Trump met het Kremlin. Gezien de aard van dit ‘conterintelligence’ onderzoek dat nog gaande is en inzoomt op de relatie van Team Trump met het Kremlin zijn daar naar verwachting de meest verregaande conclusies over ‘conspiracy’ te verwachten.

4) uit de vele aanklachten door Mueller van de afgelopen 22 maanden van Russen, maar ook Trumps voormalige campagnemanager Paul Manafort is nauwgezet af te leiden dat er een hoge mate van samenwerking en verstandhouding was tussen leden van Team Trump en vertegenwoordigers van de Russische overheid.

5) het Mueller-rapport mag op dit moment veel publiciteit trekken, maar is niet het enige onderzoek dat tegen Trump loopt. Er lopen nog tientallen andere onderzoeken naar allerlei aspecten van de criminele handel en wandel van Trump en zijn bedrijven. Met name het onderzoek door de procureur van het Southern District of New York (SDNY) waar Trumps zakenimperium is gevestigd wordt voor Trump als gevaarlijker beschouwd dan het Mueller-onderzoek. Het SDNY benadert de Trump organisatie met zogenaamde RICO-wetgeving die in het verleden ook werd ingezet tegen maffia-organisaties die uiteindelijk ontmanteld werden. Dat lot wacht Trumps organisatie ook. Het onderzoek spitst zich toe op de samenwerking van Trump sinds de jaren ’80 met de Russische maffia en witwaspraktijken, bankfraude en belastingontduiking door de Trump Organisatie bij de verkoop van vastgoed. Die samenwerking met Russische en andersoortige vertegenwoordigers uit de invloedssfeer van de vroegere Sovjet-Unie is een duidelijk geval van ‘collusion’. Feitelijk valt het buiten het Mueller-onderzoek, maar gezien de beperkingen in zijn opdracht heeft Mueller onderdelen van het onderzoek ondergebracht bij lokale procureurs.

6) de opdracht aan Mueller voor zijn onderzoek was beperkt en betrof de criminele en andersoortige relaties van Trump met de Russische overheid. Daarnaast was Mueller in zijn mandaat niet autonoom, maar afhankelijk omdat hij resorteerde onder het ministerie van Justitie en verantwoording af moest leggen aan de top van dat ministerie. Zoals hij in zijn rapport aangeeft hing zijn positie aan een dun draadje. Dat was gedurende lange tijd onderminister Rod Rosenstein en sinds enkele maanden minister William Barr. Beide Republikeinen, zoals Robert Mueller en vele andere hoofdrolspelers in dit onderzoek ook Republikeinen zijn. De strekking van Muellers onderzoek was dus relatief beperkt evenals zijn zelfstandigheid om het onderzoek uit te voeren. Daarnaast is de wetgeving met name waar het de onaantastbare positie van een zittende president betreft, waarmee Mueller en zijn team te maken hadden, zo streng en was de taakopvatting van Mueller zo hoog en vol redelijkheid dat hij de lat heel hoog heeft gelegd om te concluderen dat er geen sprake van ‘conspiracy’ was. Maar het feit dat Mueller om diverse redenen niet besloot om Trump aan te klagen voor ‘conspiracy’, wil nog lang niet zeggen dat hij geen aanwijzingen voor ‘conspiracy’ heeft gevonden. Laat staan dat Trump zou zijn vrijgepleit van het ruimere begrip ‘collusion’.

Lek in The New York Times van Mueller-team: Mueller-rapport over Trump schadelijker dan Barr-samenvatting doet uitkomen

with 7 comments

Een artikel in The New York Times zet druk op minister van Justitie William Barr om het Mueller-rapport snel openbaar te maken. Hij wordt ervan beschuldigd politieke redenen zwaarder te laten wegen, te weten de bescherming van president Trump, dan het landsbelang en het volgen van de juiste procedures die passen bij een functionerende rechtsstaat. Barr wordt verweten te mild te zijn geweest voor Trump. Hij stuurde op 24 maart een brief (‘Barr-samenvatting’) naar het Congres waarvan de objectiviteit werd betwijfeld. Hij zou zijn interpretatie van het Mueller-rapport hebben gegeven.

Het lek komt uit het team van Mueller. Dat is van de ene kant opmerkelijk omdat dit voor het eerst is sinds het Mueller-onderzoek begon in mei 2017, maar werd van de andere kant verwacht. De jurist en het voormalige lid van het Watergate team dat president Nixon aanklaagde Nick Akerman legt dit in gesprek met Chris Hayes uit. Het artikel zegt dat ‘sommige onderzoekers van Robert S. Mueller III hebben verteld dat William Barr de bevindingen van hun onderzoek niet adequaat heeft weergegeven en dat zij verontrustender waren voor president Trump dan de heer Barr aangaf’. De onderzoekers zouden hierover ‘sudderend gefrustreerd’ zijn.

Toch leek in de publiciteit de Barr-samenvatting te werken, want vele media gingen uitsluitend af op wat Barr in zijn samenvatting schreef. Zowel correspondenten als in hun kielzog analisten en columnisten gingen hierin mee zonder dat ze het Mueller-rapport onder ogen hadden gehad. Ik uitte in commentaren van 24, 25, 27 en 30 maart kritiek op de verslaggeving van de Amerikaanse en Nederlandse media en had onder meer per e-mail een uitgebreide uitwisseling met de ombudsman van NRC over deze kwestie. In een commentaar van 1 april vatte ik mijn kritiek op de media samen. Mijn conclusie was dat ze er ziende blind ingestonken waren.

De kritiek van de onderzoekers uit het Mueller-team gaat in op vele aspecten. Zo had het Mueller-team zelf samenvattingen van het rapport aangeleverd die Barr echter niet gebruikte. De reden die functionarissen van het ministerie van Justitie aanvoeren om die samenvattingen niet te gebruiken is dat ze gevoelige informatie zouden bevatten. Maar dat gaat voorbij aan het strijdpunt tussen de Democraten in het Huis en Barr over de openbaarmaking van het Mueller-rapport. De Democraten vragen om een ongecensureerde versie voor vertrouwelijk gebruik in het Congres –inclusief alle onderliggende documenten– en een opgeschoonde publieksversie. Ter herinnering, pas in 2011 werd aan het publiek het Watergate-dossier uit 1974 vrijgegeven.

In het artikel van The New York Times wordt in verschillende passages gerefereerd aan voormalig FBI-directeur James Comey die tegen het eind van de campagne van 2016 in een persconferentie bekendmaakte dat er een onderzoek liep naar de Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton. Later liet Comey weten dat Clinton was vrijgepleit. Uit statistische data van Nate Silver blijkt dat Comey’s interventie waarschijnlijk beslissend was en Clinton het presidentschap kostte. Het verwijt aan Comey is dat hij nooit op die manier politiek had mogen bedrijven. Overheidsdiensten als de FBI moeten geen politiek bedrijven. Dat is de rode lijn die Mueller en Barr terughoudend en huiverig maakt. Zij willen geen politiek bedrijven en hun mandaat overschrijden. Maar het is ook een rode lijn waarachter ze zich kunnen verschuilen om afwijkend van hun opdracht te handelen. De persoonlijke dimensie van dit verhaal is dat Mueller en Barr vrienden zijn.

De geschiedenis zal uitwijzen of Mueller en Barr te voortvarend of te terughoudend waren, en in welke gevallen ze dat waren. President Trump lijkt in elk geval het gewicht van correct grondwettelijk handelen niet te voelen. Hij is sinds de Barr-samenvatting van 24 maart met zijn waterdragers al anderhalve week op Twitter en op bijeenkomsten fel in de aanval op Democraten in het Huis als Adam Schiff en claimt dat hij is vrijgepleit van de beschuldiging van samenzwering en obstructie door Barr. Maar tegelijk is hij teruggekomen op zijn mening om het Mueller-rapport vrij te geven. Het lek uit de boezem van het Mueller-onderzoek in The New York Times is de logische reactie op Trumps desinformatie. Trumps velddag lijkt voorbij. De waarheid wacht.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSome on Mueller’s Team Say Report Was More Damaging Than Barr Revealed’ van Nicholas FandosMichael Schmidt en Mark Mazzetti in The New York Times, 3 april 2019.