George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Verzorgingsstaat

Inkomstenbelasting-staking is het passende antwoord op de oneerlijke manier van belastingheffing door de overheid

with 3 comments

Er zit maar één ding op. Modale belastingbetalers die van weinig tot wat duizendjes euro inkomstenbelasting per jaar betalen moeten in inkomstenbelasting-staking gaan. Zoals in het Griekse drama Lysistrate van Aristophanes de vrouwen door een seksstaking hun mannen ertoe dwongen eindelijk eens werk te maken van de vrede. Nu moeten de modale burgers van Nederland grijpen naar het wapen van de inkomstenbelasting-staking. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat de overheid werk moet maken van eerlijke belastingdruk.

De publicatie van de Paradise Papers met douceurtjes van honderden miljoenen euro’s voor bedrijven is er het zoveelste bewijs voor dat multinationals en vermogende individuen geen of te weinig belasting betalen. Het is al jarenlang bekend, maar niets verandert. Met als gevolg dat de belastingdruk op de modale belastingbetaler opgeschroefd moet worden om het voorzieningenniveau in stand te houden. De Nederlandse overheid doet aan simplisme en lui handelen. Wie blijft zitten en zich correct gevraagd wordt geplukt, wie beweegt en de randen van de wet opzoekt en daar ethisch -en mogelijk juridisch- overheen gaat betaalt geen belasting.

We kennen ‘cloud computing’, ofwel ‘the cloud’ waarin onze data worden opgeslagen. Maar er is ook een andere cloud. Die van buitengaats (offshore) geld dat nooit ergens landt. En waarover geen belasting wordt betaald. Verbazingwekkend en tamelijk ontluisterend voor de geloofwaardigheid van de partijpolitiek is dat dit type belastingontwijking legaal is. Degenen die er schade van ondervinden, maar er geen invloed op kunnen uitoefenen vinden het een immorele praktijk. Vermogenden en internationale bedrijven maken er misbruik van, betalen geen of nauwelijks inkomens- of vermogensbelasting in de landen waar ze gevestigd zijn, maar profiteren wel van alle voorzieningen die door de burgers van die landen worden betaald. Dat is immoreel.

Belastingparadijzen zijn van invloed op het draagvlak van de democratie. Als de modale belastingbetaler gaat beseffen dat rijken en bedrijven zich onttrekken aan het betalen van belasting dan zal dat ooit een reactie oproepen. Of deze burgers bewegen zich in de richting van valse profeten (nationalisme, populisme) die een oplossing beloven of ze verliezen het vertrouwen in de werking van de democratische rechtsstaat en keren zich ervan af. Omdat de nationale politiek afhankelijk is geworden van grensoverschrijdende financiële instellingen en erdoor gegijzeld wordt heeft de politiek geen ruimte meer om daadkrachtig te handelen. Een oplossing moet komen door samenwerking van landen, maar dat wordt gefrustreerd door bedrijven die dat blokkeren. Bedrijven kopen de politiek. Zie hoe Shell het afschaffen van de dividendbelasting -met een lastenverlichting voor het bedrijfsleven van 1,4 miljard euro- op de politieke agenda zette buiten de besluitvorming van de partijpolitiek om. En zonder dat het effect voor de economie ervan duidelijk is.

Door die dubbele standaard neemt het vertrouwen in de politiek af. Politiek is de gewichtloosheid van de middelmaat. Partijen houden zich bezig met onbelangrijke zaken en cijfers achter de komma, en de eigen marketing in het besef dat ze niet in staat zijn iets te veranderen aan de grote lijn. Politieke partijen beseffen dat ze onmachtig zijn en te weinig invloed hebben om de afbraak van de verzorgingsstaat een halt toe te roepen of een eerlijke belastingheffing op te leggen waarbij bedrijven en individuen naar draagkracht belast worden. Oprechtheid om toe te geven dat de verzorgingsstaat voorbij is en ze er geen invloed op hebben kunnen politieke partijen niet opbrengen. Begrijpelijk, want dat zou hun overbodigheid extra benadrukken. Daarom houden ze in hun gesloten systeem met zijn allen de leugen van hun eigen belangrijkheid in stand.

Over belastingheffing gaat de nationale politiek allang niet meer alleen. Dat wordt eerder beslist in de EU of in de bestuurskamer van multinational of trustkantoor, dan in de Trêveszaal. Maar wat de nationale politiek kan doen aan het opleggen van een systeem van eerlijke belastingdruk en -heffing laat het liggen. De modale belastingbetaler heeft geen boodschap aan de machteloosheid, de traagheid en lakse sloomheid -of in voorkomende gevallen het geveins- van de partijpolitiek. Belastingontwijking door bedrijven en vermogende individuen loopt zo naadloos over in het ontwijken van een rechtvaardig belastingbeleid door de overheid.

De modale belastingbetaler moet niet fatalistisch zijn of genoegen nemen met de bevoordeling van bedrijven en rijke individuen. Omdat de overheid gebrekkig handelt zit er maar één ding op: een inkomstenbelasting-staking. Om te voorkomen dat ze van foute bedoelingen of onwil beschuldigd worden en om aan te geven dat het om een politieke (maar: geen partijpolitieke) actie gaat, moeten modale belastingbetalers het bedrag dat ze aan de Belastingdienst schuldig zijn storten op een rekening van een neutrale organisatie, zoals de Triodos Bank. Dat kan als drukmiddel dienen om actie af te dwingen. Dat aspect van de actie kan samengaan met een stappenplan dat de overheid verplicht om het percentage dat het ophaalt aan belasting bij bedrijven en rijke individuen jaarlijks beduidend te laten stijgen. Genoeg is genoeg. De burger moet de overheid onder curatele stellen. Het vertrouwen in de overheid als belastingheffende instantie is tot nader orde finaal opgebruikt.

Foto: Ben van Meerendonk, Archiefmedewerkers van het belastingkantoor, Amsterdam, 23 augustus 1951.

Advertenties

Jan van de Beek bestrijdt standpunt Lubbers dat vluchtelingen een economisch belang voor Nederland hebben. Onderzoek gevraagd

with 2 comments

In de NRC is een polemiek ontstaan tussen oud-premier Ruud Lubbers en emeritus hoogleraar Paul van Seters en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam Jan van de Beek over het economisch belang van migratie voor Nederland. Lubbers plaatste samen met Van Seters een opinie-artikel op 7 augustus waarin zij niet alleen betoogden dat het volgens het Vluchtelingenverdrag van 1951 de plicht is voor een land om vluchtelingen op te nemen, maar ook dat het een noodzakelijk economisch belang voor Nederland is. In een reactie weerlegt Van de Beek stuk voor stuk de argumenten van Lubbers en Van Seters en zet vraagtekens bij hun motivatie.

Oud-ondernemer Lubbers krijgt van Van der Beek lik op stuk: ‘Gastarbeid heeft Nederland miljarden gekost. De gastarbeiders werden naar Nederland gehaald omdat de overheid destijds arbeidsmarktkrapte creëerde door de lonen kunstmatig laag te houden. Voor veel niet-innovatieve bedrijven een uitkomst. Ze profiteerden van de lage lonen en hoefden niet te investeren in kennis en machines.’ Het waren bedrijven zoals Hoogovens die in de jaren ’60 wegens arbeidskrapte werknemers wierven in Zuid-Europa of Marokko in plaats van te innoveren. De rekening van de werving van de laaggeschoolde werknemers werd later bij de belastingbetaler gelegd. Niet bij de bedrijven die de werknemers naar Nederland hadden gehaald. Het is opvallend dat Lubbers die mede aan de basis van deze scheefgroei stond nu twee carrières verder (politiek CDA, Hoge Commissaris Vluchtelingen VN) het moreel goede voorbeeld probeert te geven en daarbij zijn eigen verleden vergeet.

Een en ander is des te kwalijker omdat zoals Van de Beek aantoont dat in de jaren ’60 al bekend was. Het zou geen onwetendheid of naïviteit, maar een bewuste uitruil van belangen voor het aldus begunstigde bedrijfsleven zijn geweest: ‘Maar na de eerste en zeker na de tweede oliecrisis gingen veel van die bedrijven failliet of verplaatsten ze de productie alsnog naar lagelonenlanden. Dat was niet geheel onvoorzien: zoals ik in mijn proefschrift beschrijf had de directeur van de afdeling economische zaken van het ministerie van Sociale Zaken – het latere PvdA-kamerlid Berg – in 1967 al voor dit scenario gewaarschuwd.’

Van de Beek betwijfelt aan de hand van onderliggende cijfers dat de huidige migranten het beter doen dan de toenmalige gastarbeiders: ‘Ook de asielmigranten die wel werken dragen vaak niet of nauwelijks bij. Velen van hen zijn ongeschoold of laaggeschoold en degenen die wel goed geschoold zijn functioneren vaak onder hun niveau. Dat komt omdat menselijk kapitaal – zoals scholing en werkervaring – nu eenmaal moeilijk is mee te nemen naar een ander land. Daardoor verdienen ze weinig en mensen die weinig verdienen zijn vanwege onze uitgebreide verzorggingsstaat niet zelden netto-ontvangers.’ Hij oordeelt hard over Lubbers en Van Seters: ‘Ik vind de keuzes van Ruud Lubbers en Paul van Seters tegenover de zwaksten in onze samenleving immoreel. Je kunt het natuurlijk met hen eens zijn, maar wees dan wel geïnformeerd en eerlijk over de feiten. Zodat de Nederlandse burger weet waar hij of zij aan toe is.’ Hij verwijt ze oneerlijkheid en manipulatie van de feiten.

Van de Beek wijst op een open zenuw van de Nederlandse politiek met betrekking tot de kosten en baten van immigratie: ‘Vanuit mainstream politiek Den Haag bestond en bestaat hoegenaamd geen behoefte aan deze kennis.’ Voor de goede verstaander: toenmalig premier Ruud Lubbers (1982-1994) had zowel tijdens zijn premierschap als in zijn latere carrière (Vluchtelingen, duurzaamheid) geen boodschap aan de kennis over immigratie. Kortom, het kan op ethische of politieke gronden gewenst zijn om asielmigranten op te nemen. Maar de mening van Lubbers dat er een bijkomend economisch voordeel is wordt door Van de Beek weerlegd. Dat economisch belang bestaat niet en heeft in de recente Nederlandse geschiedenis nooit bestaan.

Van de Beek staat niet alleen in zijn kritiek, maar geeft er wel geloofwaardigheid aan. De vraag naar de kosten en baten van immigratie is een terugkerende stijlfiguur van de PVV, Pieter Lakeman constateerde in zijn boek Binnen zonder Kloppen (1999) dat de immigratie van niet-westerse allochtonen naar Nederland de staat sinds 1974 naar schatting ten minste zeventig miljard gulden heeft gekost en toenmalig CPB-directeur en PvdA’er Coen Teulings beweerde in 2010 dat Nederland ‘de slechte immigranten kreeg’. Nog steeds is niet goed uitgezocht waarom dat zo was en welke beslissingen daaraan ten grondslag lagen. Nog steeds hangen de suggesties van de PVV uit 2010 boven het publieke debat dat de immigratie ons land jaarlijks 7 miljard euro kost. Dit als uitkomst van een onderzoek van Nyfer. Het kabinet Balkenende IV wenste het niet uit te zoeken. Een politiek-economisch onderzoek naar de immigratie sinds de late jaren ’50 (vdve) kan Nederland en de PVV eindelijk antwoord geven op deze terugkerende vragen die maar niet afdoende beantwoord worden.

Foto: Buitenlandse werknemers in Hilversum, 1960-1970.

Directeur Groningse serviceflat begint rechtszaak tegen bewoners die externe maaltijden bestellen. Wiens onmacht toont dat aan?

leave a comment »

Een merkwaardig verhaal in Groningen. Directeur Berend Lugies van de Stichting Service Vondelflat sleept twee bewoners voor de rechter omdat ze maaltijden via een extern bedrijf afnemen. Nochtans zegt de Algemene informatie van genoemde stichting: ‘U bent dus niet verplicht een volledig servicepakket af te nemen. Binnen het pakket kunt u uw eigen keuzes maken.’ En onder het kopje Maaltijdservice: ‘U kunt zelf bepalen hoeveel maaltijden in de week u wilt gebruiken. U betaalt alleen voor het aantal maaltijden dat u afneemt’. Maar dat betekent niet dan de bewoners vrij zijn om eigen keuzes te maken, want: ‘Als u gebruik wilt maken van een maaltijdservice is het niet toegestaan dit via een extern bedrijf te doen.’ Hoe dit het bedrijfsmodel van de Vondelflat omver haalt is de vraag. Het tarief voor een maaltijd bedraagt € 8,50 of € 11,50 (in het restaurant).

Het is opmerkelijk dat dit betrekkelijk kleine voorval zoveel losmaakt. Ook buiten Groningen. Verzorgingsflats zijn de lakmoesproef van de verzorgingsstaat. Kleuren ze zurig rood of basisch blauw? Volgens Jimmy Dijk van de SP vuurrood. Voor- en tegenstanders kunnen zich er prachtig mee profileren. Eigen volk laatst of eerst?

Daarnaast is de vrijheid van de bewoners aan de orde. Directeur Lugies zegt dat het geen financiële kwestie is. Dat maakt het des te onbegrijpelijker dat de bewoners geen maaltijden bij een extern bedrijf mogen afnemen als dat niet schadelijk is voor de Stichting Service Vondelflat. Het is verleidelijk om partij te kiezen tegen een onhandig en ongevoelig opererende directeur Lugies en voor de ouderen die een rechtszaak op hun dak krijgen omdat ze maaltijden bij een extern bedrijf afnemen. Want waar gaat het in hemelsnaam nou om?

We betalen de prijs voor belastingontwijking door vermogenden en multinationals. Dat tekent de ondergeschiktheid van partijpolitiek

with one comment

We kennen ‘cloud computing’, ofwel ‘the cloud’ waarin onze data worden opgeslagen. Maar er is ook een andere cloud. Die van buitengaats (offshore) geld dat nooit ergens landt. En waarover geen belasting wordt betaald. Verbazingwekkend en tamelijk ontluisterend voor de geloofwaardigheid van de partijpolitiek is dat dit type belastingontwijking legaal is. Degenen die er schade van ondervinden, maar er geen invloed op kunnen uitoefenen vinden het een immorele praktijk. Vermogenden en internationale bedrijven maken er misbruik van, betalen geen of nauwelijks inkomens- of vermogensbelasting in de landen waar ze gevestigd zijn, maar profiteren wel van alle voorzieningen die door de burgers van die landen worden betaald. Dat is immoreel.

De documentaire ‘The Price We Pay’ (2014) van Harold Crooks zet op een rijtje hoe belastingparadijzen van invloed zijn op het draagvlak van de democratie. Want als de arbeiders- en middenklasse gaan beseffen dat rijken en multinationale bedrijven zich onttrekken aan het betalen van belasting dan roept dat een reactie op. Of deze burgers bewegen zich in de richting van valse profeten (fascisme, populisme) die een oplossing beloven of ze verliezen het vertrouwen in de werking van de democratische rechtsstaat en keren zich ervan af. Omdat de nationale politiek afhankelijk is geworden van grensoverschrijdende financiële instellingen en erdoor gegijzeld wordt heeft de politiek geen ruimte meer om er iets aan te veranderen. Een oplossing moet komen door samenwerking van landen, maar dat wordt gefrustreerd door bedrijven die dat blokkeren.

Wat de documentaire schetst is de reden waarom ik het geloof in partijpolitiek ben verloren. Partijpolitiek is de gewichtloosheid van de middelmaat. Partijen houden zich bezig met trivialiteiten en de eigen marketing (Asscher! Wilders! DENK!) in het besef dat ze niet in staat zijn iets te veranderen aan de grote lijn. Of liever gezegd, politieke partijen weten dat ze geen invloed hebben om de afbraak van de verzorgingsstaat een halt toe te roepen. Dat gaat ten koste gaat van de laagbetaalden die ook nog eens relatief zwaar belast worden. De oprechtheid om toe te geven dat de verzorgingsstaat voorbij is en ze er geen invloed op hebben kunnen de politieke partijen niet opbrengen. Begrijpelijk, want dat zou hun overbodigheid nog extra benadrukken. Daarom houden ze in hun gesloten systeem met z’n allen de leugen van hun eigen belangrijkheid in stand.

The Price We Pay’ zag ik afgelopen week op het Fraude Film Festival in Amsterdam. Een boeiend festival met een olifant in de zaal waarover niemand praatte. Want wie bedenkt dat tot de sponsors Deloitte, Allen & Overy en ABN-Amro behoren die belastingontwijking faciliteren moet concluderen dat ze op een festival dat zich sterk maakt om fraude aan de kaak te stellen en te bestrijden niets te zoeken hebben. De organisatie doet er dan ook verstandig aan om haar sponsorbeleid te herzien. Om de schijn van belangenverstrengeling van dit soort bedrijven te vermijden is het onvermijdelijk om dit type partners in te wisselen voor betrokkenen die voortkomen uit de grassroots van de samenleving. Als het Fraude Film Festival wil doorgroeien naar een maatschappelijk relevant en geloofwaardig evenement dan moet het beseffen dat er een onaanvaardbare tegenstelling bestaat tussen de hand die het voedt en de hand die met kritiek gebeten moet kunnen worden.

Robert Reich over noodzakelijke voorwaarden van internationale handelsverdragen. Met kansen voor de sociaal-democratie

leave a comment »

Er is veel debat over internationale handelsovereenkomsten, zoals CETA (Canada-EU), TTIP (VS-EU) of TTP (VS-Pacific-landen). Er wordt van alles aan toegeschreven. Vraag is wie er van profiteert en wie er schade van ondervindt. Niet alleen binnen, maar ook buiten de verdragslanden. Zo is China tegen TTP omdat het haar positie ondermijnt en de Russische Federatie om dezelfde reden tegen TTIP. In het debat voeren deze landen daarom vanuit de marge oppositie tegen genoemde handelsverdragen. Dit maakt het lastige debat over de voor- en nadelen er nog onoverzichtelijker op dan het al is. Want velen in de media laten zich op hun beurt weer sturen door de Chinese of Russische tegenstem zonder daar duidelijk en eerlijk voor uit te komen.

Het heeft weinig zin om voor of tegen TTIP te zijn. Het gaat erom onder welke voorwaarden het kan worden geïntroduceerd. Daar vechten Europese en Amerikaanse politici over. Schoten voor de boeg van de Duitse vice-kanselier Sigmar Gabriel geven aan dat er kritiek is op wat er na 14 onderhandelingsrondes op tafel ligt.

Econoom Robert Reich zet wat hij als de drie realiteiten van handelsverdragen ziet op een rijtje: groeiende ongelijkheid, afbraak verzorgingsstaat en dalende lonen. Hij formuleert als noodzakelijke voorwaarde voor internationale handelsverdragen dat de voordelen ervan breder worden verdeeld dan nu praktijk is. Dat gaat samen met het creëren van nieuwe banen en baanzekerheid. Het is na te lezen in een artikel voor Thruthdig. 

Wat Reich zegt klinkt logisch. Hij probeert een brug te slaan tussen voor- en tegenstanders en neemt de positie ‘ja, mits ..’ in. Tussen protectionisme (met afnemend handelsvolume) en casino-kapitalisme (met afnemende gelijkheid) in. Zo kan niet alleen de taart voor allen in de verdragslanden groter worden, maar die taart ook eerlijker verdeeld worden. Feitelijk houdt Reich een sociaal-democratisch pleidooi dat de sociaal-democratie nieuw elan kan geven als het zich dat zou realiseren. Het moet niet tegen handelsverdragen zijn, maar opbouwende kritiek erop gebruiken om zichzelf programmatisch te hervinden. Historisch grijpt dat debat terug naar het gevecht tegen monopolies zoals in het eerste decennium van de 19de eeuw president Teddy Roosevelt dat voerde. Exact het tijdperk waarin de Europese sociaal-democratie successen begon te boeken door introductie van sociale wetten. Wat let de sociaal-democratie om dat 100 jaar later te herhalen?

Verkiezingsprogramma PVV is recept voor chaos, tegenstrijdigheid en onvrijheid

with 5 comments

pvv

Aldus het concept verkiezingsprogramma van de PVV voor de periode 2017-2021 dat op 25 augustus op de Facebook-pagina van Geert Wilders verscheen. De partij zegt geld uit te geven ‘aan de gewone Nederlander’. Er wordt onder meer voorgesteld de overheidssubsidie op kunst af te schaffen. Dat wil zeggen dat zo iemand wordt weggezet als een abnormale Nederlander die er niet bij hoort. Zo vervreemdt de PVV zich van allerlei Nederlanders. De PVV wil niet verbinden, maar verdelen. De partij heeft ook niets met de rechtsstaat en de vrijheden die het biedt. De partij wil dat Nederland uit de EU stapt, maar hoe de economische schade ervan wordt opgevangen blijft ongewis. Economische teruggang is niet in het belang van de ‘gewone Nederlander’.

In commentaren is al gezegd dat de PVV niet wil regeren en zich daarom programmatisch zo extreem opstelt dat het voor de andere partijen onaanvaardbaar wordt. Dat zou te maken kunnen hebben met het gebrek aan gekwalificeerde kandidaten voor een kabinetspost in die eenmanspartij van Wilders die niet aan kadervorming, interne opleiding, samenwerking met elkaar of andere partijen doet. Zo resteert de PVV alleen nog radicalisme om het eigen interne gebrek te verhullen in een extreme vlucht vooruit. De PVV keert zich af van de open samenleving en kiest voor een samenleving met verboden, uitsluitingen, intolerantie en leuke dingen voor de mensen. De partij kleedt oude linkse hobby’s van de verzorgingsstaat in een autoritair jasje om de lagere sociale klassen voor zich te winnen. De PVV is een recept voor chaos, interne tegenstrijdigheid en onvrijheid.

Foto: Schermafbeelding van het conceptverkiezingsprogramma van de PVV, 25 augustus 2016.

Friese partijleden boos op partijtop. Ze willen hun partij terug

leave a comment »

Weinigen zullen het beseffen, maar kinderboekenschrijfster Janny van der Molen uit het Friese De Knipe past in het rijtje Bernie Sanders, Jeremy Corbyn en Donald Trump. Ze is onderdeel van de opstand van onderop tegen het establishment. In dit geval het establishment van de PvdA. Dat is een scheidslijn tussen hoog- en laagopgeleid, kansrijk en kansarm, binnen en buiten. Dertig kritische PvdA’ers hebben het partijbestuur een open brief geschreven die in de Leeuwarder Courant is gepubliceerd. Ze willen hun eigen partij terug.

De reactie van PvdA-leider Diederik Samsom toont zijn onbegrip en het gelijk van de briefschrijvers:. Hij is geïrriteerd. Samsom begrijpt niet waar het echt om gaat. Het gaat niet om kinderpardon, onderwijs, gasboringen of welk onderwerp dan ook. Dat is slechts een aanleiding. Het gaat om het feit niet gehoord te worden, buitengesloten te worden door een in zichzelf verstrikt zittende partijelite in Amsterdam en Den Haag. Het gaat om de afstand van het establishment tot de gewone partijleden. Ze voelen zich belazerd en pikken het niet langer. Ze komen in opstand. Ze vinden dat de politieke discussie verkeerd gevoerd wordt.

In 2014 was er het rapport ‘De PvdA Fryslân en de toekomst van het Rode Noorden; Samen sterk naar 2018!’ waar vertrekkend PvdA-kamerlid en cultuurwoordvoerder Jacques Monasch aan meeschreef. Hij verlaat teleurgesteld de kamer omdat hij het niet eens is met de koers. Uit de column in NRC van Tom-Jan Meeus blijkt dat het verhaal gaat dat Monasch ‘volgend jaar als niet-PvdA’er terugkeert op het Binnenhof – hij wil er niets over zeggen.’ Monasch: ‘De leiding ziet de eigen smetvrees voor de eigen kiezers niet meer’. Dat verzet tegen de eigen bestuurlijke elite is de hoofdreden voor de Friese briefschrijvers. Een andere reden is dat ze het sociaal-democratisch gedachtengoed weer centraal willen zetten. Ofwel, het belang van de werknemer.