George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Verzorgingsstaat

Anne Applebaum en Joshua Livestro willen het politieke midden laten herleven. Bestrijdt fraude en corruptie, niet de islam

with 5 comments

Twee recente opinie-artikelen zijn een pleidooi voor een nieuwe politiek van het politieke midden en een waarschuwing voor samenwerking met radicale partijen, vooral die van rechts. De Amerikaanse journaliste Anne Applebaum geeft in The Washington Post met het artikelWant to revive the political center? Fight corruption’ een omvattende checklist, ofwel programma waaraan centrumpartijen moeten voldoen om weer het initiatief naar zich toe te trekken. De conservatieve denker Joshua Livestro stelt aan de hand van de kwestie Blok in het artikelAffaire-Blok moet VVD en CDA wakker schudden’ in NRC dat de centrum-rechtse VVD en CDA hun ziel hebben verkocht door op te schuiven in de richting van de radicaal-rechtse PVV en FvD.

Livestro illustreert dat aan de hand van de controversiële uitspraken van de minister van Buitenlandse Zaken Blok die de retoriek en agenda van radicaal-rechts overneemt. Dat acht hij contra-productief en ongewenst. Livestro verwijst naar het begrip ‘ideological collusion’ – dat hij vertaalt als ‘ideologische samenspanning’ – van de Amerikaanse politicologen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt dat inhoudt dat centrumpartijen in de samenwerking met radicale partijen de retoriek en agenda van die randpartij overnemen. Minister Blok is er het levende bewijs van, hij neemt de doembeelden over immigratie van radicaal-rechts over en centrum-rechtse partijen als VVD en CDA ondermijnen ermee hun eigen gedachtengoed. In bovenstaand citaat licht hij toe dat ze zich hiermee overbodig maken. Gevraagd wordt een nieuwe bewustwording bij de centrumpartijen en een koerswijziging weg van de retoriek en het gedachtengoed van radicaal-rechts. De samenspanning met de randpartijen of het buigen in hun richting brengt niets goeds. Noch electoraal, politiek of maatschappelijk.

Applebaum constateert dat de rechtse randpartijen van energie barsten en het ‘oude’ centrum-links of centrum-rechts uitgeblutst toont. De oude partijen zijn op zoek naar een programma dat ze niet kunnen vinden. Zij waarschuwt net als Livestro voor het aanhaken bij radicaal-rechts (‘Some aretrying to peddle milder versions of the far right’s racism‘). Applebaum doet een poging dat programma te formuleren. Haar alternatief bestaat eruit dat de centrumpartijen om te beginnen de agenda moeten wijzigen en het niet langer over immigratie, ras en de islam moeten hebben: ‘Change the subject. Centrists, and genuine democrats, should stop talking about immigration, race and Muslims, all issues blown well out of proportion by tabloids.’

Volgens Applebaum moeten centrumpartijen zich verenigen rond de echte thema’s die onze politiek en economie verstoren zoals ‘politieke corruptie, het witwassen van geld, en de belastingparadijzen en lege vennootschappen (‘Shell companies’) die een paar mensen toestaan veel geld uit onze landen weg te sluizen en het, soms letterlijk, op Caribische eilanden te verbergen. Hoewel dit allemaal afzonderlijke onderwerpen zijn, zijn ze verbonden.’ Volgens Applebaum moet dat gecorrumpeerd financieel systeem aangepakt worden omdat het de gewone mensen beschadigt en in de armen van de radicaal-rechts dwingt. Feitelijk leidt de heroriëntatie van de centrumpartijen tot twee vliegen in één klap: het maakt deze partijen weer relevant en ontneemt de randpartijen hun vijver van ontevreden burgers om in te vissen en electoraal mee te scoren.

Applebaum zegt dat het Westen initiatief moet nemen en terug moet naar de ideologie van vóór premier Thatcher en president Reagan die in de jaren 1980 de overheden terugtrokken en de vrije markt aan hun lot overlieten. Met als gevolg het neoliberalisme waarin politiek is geëconomiseerd, zwakkeren onbeschermd achterblijven en de staat nog slechts op een waakvlam opereert. Applebaum is niet de eerste dit dit zegt en daarom is het lastig in te zien hoe de geest weer terug in de fles kan. Een krachtige bestrijding tussen landen van belastingontwijking en corruptie, en het terugdringen van de macht van het internationaal opererende bedrijfsleven en de financiële instellingen is een eerste stap. Dit omvat overigens ook de bestrijding en bestraffing van autoritaire landen als de Russische Federatie die met corrupt geld in het Westen politici en radicaal-rechtse partijen kopen. Dat laten gebeuren ondermijnt het eigen zelfbeeld en het idee van moraliteit.

Applebaum schetst een blauwdruk voor centrumpartijen. In Nederland zijn dat partijen als de VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA die in de kern voldoende overeenkomsten hebben om programmatisch samen te werken. Als ze ook nog eens gezamenlijk afstand nemen tot de randpartijen en zich in hun retoriek en agenda niet meer laten leiden door deze partijen met hun spookbeelden over immigratie, ras en islam dan kunnen ze in samenwerking hun eigen relevantie hervinden en hun onderlinge verbinding verder versterken. Dat werkt door van partijpolitiek naar democratie. Door de hervonden oriëntatie en focus van de centrumpartijen kunnen de democratie en de rechtsstaat overeind gehouden worden. Nodig is dan wel dat met name de centrum-rechtse partijen als VVD en CDA zowel duidelijk afstand nemen van die retoriek over immigratie en islam als de lef en durf vinden om zich te ontworstelen aan de grip van het bedrijfsleven en de financiële instellingen door de macht ervan terug te dringen. Een helder signaal om de nieuwe start van Nederland te vieren zou het ontslag van minister Blok en het niet schrappen van de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelAffaire-Blok moet VVD en CDA wakker schudden’ van Joshua Livestro in NRC, 31 augustus 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelWant to revive the political center? Fight corruption’ van Anne Applebaum in The Washington Post, 31 augustus 2018.

Advertenties

Racistische uitspraak van Trump is minachtend, kortzichtig en politiek dom

with one comment

President Trump heeft kritiek gekregen over een uitspraak die velen als racistisch en grof zien. Hij zei in een bijeenkomst met senatoren over immigratie ‘Why are we having all those people from shithole countries come here?’ Hiermee verwees hij volgens sommige aanwezigen naar Haïti en Afrikaanse landen. Trump voegde nog toe dat immigranten uit landen als Noorwegen zijn voorkeur genieten. Hij sprak op 10 januari met de Noorse premier Erna Solberg. Eruit blijkt dat Trump het verschijnsel immigratie niet doorgrondt. Migranten verhuizen naar een ander land in de verwachting om het voor zichzelf of hun kinderen beter te krijgen. Wat het voordeel voor Noren zou zijn om de verworvenheden van hun goed georganiseerde, egalitaire verzorgingsstaat in te wisselen voor de VS met een onberekenbare president, een onberekenbaar en vastgeroest politiek systeem dat danst naar de pijpen van big money en een in snel tempo afbrokkelende verzorgingsstaat is de vraag.

Is Trump een racist? Ja, dat is hij en is geen verrassing. In vele commentaren wordt opgemerkt dat Trump een uitzondering is. Andere presidenten toonden in het openbaar in woord en daad -zoals hulpprogramma’s- compassie met minder bedeelden in minder bedeelde landen. Trump probeert zijn minachtende houding niet eens te verbergen. Hij gaat ermee de boer op om zijn steeds smaller wordende basis -die dik onder de 40% is gezakt- krampachtig vast te houden. Meest verbazingwekkend is nog de uitblijvende reactie van kerkelijke leiders en zijn partij om afstand te nemen van dit soort uitspraken van Trump. Kerken en de Republikeinse partij lopen de kans om voor tientallen jaren de steun van jongeren -de Millennials– te verliezen. De gezaaide wind wordt bij de tussentijdse verkiezingen van november 2018 voor het eerst als storm geoogst.

Inkomstenbelasting-staking is het passende antwoord op de oneerlijke manier van belastingheffing door de overheid

with 3 comments

Er zit maar één ding op. Modale belastingbetalers die van weinig tot wat duizendjes euro inkomstenbelasting per jaar betalen moeten in inkomstenbelasting-staking gaan. Zoals in het Griekse drama Lysistrate van Aristophanes de vrouwen door een seksstaking hun mannen ertoe dwongen eindelijk eens werk te maken van de vrede. Nu moeten de modale burgers van Nederland grijpen naar het wapen van de inkomstenbelasting-staking. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat de overheid werk moet maken van eerlijke belastingdruk.

De publicatie van de Paradise Papers met douceurtjes van honderden miljoenen euro’s voor bedrijven is er het zoveelste bewijs voor dat multinationals en vermogende individuen geen of te weinig belasting betalen. Het is al jarenlang bekend, maar niets verandert. Met als gevolg dat de belastingdruk op de modale belastingbetaler opgeschroefd moet worden om het voorzieningenniveau in stand te houden. De Nederlandse overheid doet aan simplisme en lui handelen. Wie blijft zitten en zich correct gevraagd wordt geplukt, wie beweegt en de randen van de wet opzoekt en daar ethisch -en mogelijk juridisch- overheen gaat betaalt geen belasting.

We kennen ‘cloud computing’, ofwel ‘the cloud’ waarin onze data worden opgeslagen. Maar er is ook een andere cloud. Die van buitengaats (offshore) geld dat nooit ergens landt. En waarover geen belasting wordt betaald. Verbazingwekkend en tamelijk ontluisterend voor de geloofwaardigheid van de partijpolitiek is dat dit type belastingontwijking legaal is. Degenen die er schade van ondervinden, maar er geen invloed op kunnen uitoefenen vinden het een immorele praktijk. Vermogenden en internationale bedrijven maken er misbruik van, betalen geen of nauwelijks inkomens- of vermogensbelasting in de landen waar ze gevestigd zijn, maar profiteren wel van alle voorzieningen die door de burgers van die landen worden betaald. Dat is immoreel.

Belastingparadijzen zijn van invloed op het draagvlak van de democratie. Als de modale belastingbetaler gaat beseffen dat rijken en bedrijven zich onttrekken aan het betalen van belasting dan zal dat ooit een reactie oproepen. Of deze burgers bewegen zich in de richting van valse profeten (nationalisme, populisme) die een oplossing beloven of ze verliezen het vertrouwen in de werking van de democratische rechtsstaat en keren zich ervan af. Omdat de nationale politiek afhankelijk is geworden van grensoverschrijdende financiële instellingen en erdoor gegijzeld wordt heeft de politiek geen ruimte meer om daadkrachtig te handelen. Een oplossing moet komen door samenwerking van landen, maar dat wordt gefrustreerd door bedrijven die dat blokkeren. Bedrijven kopen de politiek. Zie hoe Shell het afschaffen van de dividendbelasting -met een lastenverlichting voor het bedrijfsleven van 1,4 miljard euro- op de politieke agenda zette buiten de besluitvorming van de partijpolitiek om. En zonder dat het effect voor de economie ervan duidelijk is.

Door die dubbele standaard neemt het vertrouwen in de politiek af. Politiek is de gewichtloosheid van de middelmaat. Partijen houden zich bezig met onbelangrijke zaken en cijfers achter de komma, en de eigen marketing in het besef dat ze niet in staat zijn iets te veranderen aan de grote lijn. Politieke partijen beseffen dat ze onmachtig zijn en te weinig invloed hebben om de afbraak van de verzorgingsstaat een halt toe te roepen of een eerlijke belastingheffing op te leggen waarbij bedrijven en individuen naar draagkracht belast worden. Oprechtheid om toe te geven dat de verzorgingsstaat voorbij is en ze er geen invloed op hebben kunnen politieke partijen niet opbrengen. Begrijpelijk, want dat zou hun overbodigheid extra benadrukken. Daarom houden ze in hun gesloten systeem met zijn allen de leugen van hun eigen belangrijkheid in stand.

Over belastingheffing gaat de nationale politiek allang niet meer alleen. Dat wordt eerder beslist in de EU of in de bestuurskamer van multinational of trustkantoor, dan in de Trêveszaal. Maar wat de nationale politiek kan doen aan het opleggen van een systeem van eerlijke belastingdruk en -heffing laat het liggen. De modale belastingbetaler heeft geen boodschap aan de machteloosheid, de traagheid en lakse sloomheid -of in voorkomende gevallen het geveins- van de partijpolitiek. Belastingontwijking door bedrijven en vermogende individuen loopt zo naadloos over in het ontwijken van een rechtvaardig belastingbeleid door de overheid.

De modale belastingbetaler moet niet fatalistisch zijn of genoegen nemen met de bevoordeling van bedrijven en rijke individuen. Omdat de overheid gebrekkig handelt zit er maar één ding op: een inkomstenbelasting-staking. Om te voorkomen dat ze van foute bedoelingen of onwil beschuldigd worden en om aan te geven dat het om een politieke (maar: geen partijpolitieke) actie gaat, moeten modale belastingbetalers het bedrag dat ze aan de Belastingdienst schuldig zijn storten op een rekening van een neutrale organisatie, zoals de Triodos Bank. Dat kan als drukmiddel dienen om actie af te dwingen. Dat aspect van de actie kan samengaan met een stappenplan dat de overheid verplicht om het percentage dat het ophaalt aan belasting bij bedrijven en rijke individuen jaarlijks beduidend te laten stijgen. Genoeg is genoeg. De burger moet de overheid onder curatele stellen. Het vertrouwen in de overheid als belastingheffende instantie is tot nader orde finaal opgebruikt.

Foto: Ben van Meerendonk, Archiefmedewerkers van het belastingkantoor, Amsterdam, 23 augustus 1951.

Jan van de Beek bestrijdt standpunt Lubbers dat vluchtelingen een economisch belang voor Nederland hebben. Onderzoek gevraagd

with 2 comments

In de NRC is een polemiek ontstaan tussen oud-premier Ruud Lubbers en emeritus hoogleraar Paul van Seters en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam Jan van de Beek over het economisch belang van migratie voor Nederland. Lubbers plaatste samen met Van Seters een opinie-artikel op 7 augustus waarin zij niet alleen betoogden dat het volgens het Vluchtelingenverdrag van 1951 de plicht is voor een land om vluchtelingen op te nemen, maar ook dat het een noodzakelijk economisch belang voor Nederland is. In een reactie weerlegt Van de Beek stuk voor stuk de argumenten van Lubbers en Van Seters en zet vraagtekens bij hun motivatie.

Oud-ondernemer Lubbers krijgt van Van der Beek lik op stuk: ‘Gastarbeid heeft Nederland miljarden gekost. De gastarbeiders werden naar Nederland gehaald omdat de overheid destijds arbeidsmarktkrapte creëerde door de lonen kunstmatig laag te houden. Voor veel niet-innovatieve bedrijven een uitkomst. Ze profiteerden van de lage lonen en hoefden niet te investeren in kennis en machines.’ Het waren bedrijven zoals Hoogovens die in de jaren ’60 wegens arbeidskrapte werknemers wierven in Zuid-Europa of Marokko in plaats van te innoveren. De rekening van de werving van de laaggeschoolde werknemers werd later bij de belastingbetaler gelegd. Niet bij de bedrijven die de werknemers naar Nederland hadden gehaald. Het is opvallend dat Lubbers die mede aan de basis van deze scheefgroei stond nu twee carrières verder (politiek CDA, Hoge Commissaris Vluchtelingen VN) het moreel goede voorbeeld probeert te geven en daarbij zijn eigen verleden vergeet.

Een en ander is des te kwalijker omdat zoals Van de Beek aantoont dat in de jaren ’60 al bekend was. Het zou geen onwetendheid of naïviteit, maar een bewuste uitruil van belangen voor het aldus begunstigde bedrijfsleven zijn geweest: ‘Maar na de eerste en zeker na de tweede oliecrisis gingen veel van die bedrijven failliet of verplaatsten ze de productie alsnog naar lagelonenlanden. Dat was niet geheel onvoorzien: zoals ik in mijn proefschrift beschrijf had de directeur van de afdeling economische zaken van het ministerie van Sociale Zaken – het latere PvdA-kamerlid Berg – in 1967 al voor dit scenario gewaarschuwd.’

Van de Beek betwijfelt aan de hand van onderliggende cijfers dat de huidige migranten het beter doen dan de toenmalige gastarbeiders: ‘Ook de asielmigranten die wel werken dragen vaak niet of nauwelijks bij. Velen van hen zijn ongeschoold of laaggeschoold en degenen die wel goed geschoold zijn functioneren vaak onder hun niveau. Dat komt omdat menselijk kapitaal – zoals scholing en werkervaring – nu eenmaal moeilijk is mee te nemen naar een ander land. Daardoor verdienen ze weinig en mensen die weinig verdienen zijn vanwege onze uitgebreide verzorggingsstaat niet zelden netto-ontvangers.’ Hij oordeelt hard over Lubbers en Van Seters: ‘Ik vind de keuzes van Ruud Lubbers en Paul van Seters tegenover de zwaksten in onze samenleving immoreel. Je kunt het natuurlijk met hen eens zijn, maar wees dan wel geïnformeerd en eerlijk over de feiten. Zodat de Nederlandse burger weet waar hij of zij aan toe is.’ Hij verwijt ze oneerlijkheid en manipulatie van de feiten.

Van de Beek wijst op een open zenuw van de Nederlandse politiek met betrekking tot de kosten en baten van immigratie: ‘Vanuit mainstream politiek Den Haag bestond en bestaat hoegenaamd geen behoefte aan deze kennis.’ Voor de goede verstaander: toenmalig premier Ruud Lubbers (1982-1994) had zowel tijdens zijn premierschap als in zijn latere carrière (Vluchtelingen, duurzaamheid) geen boodschap aan de kennis over immigratie. Kortom, het kan op ethische of politieke gronden gewenst zijn om asielmigranten op te nemen. Maar de mening van Lubbers dat er een bijkomend economisch voordeel is wordt door Van de Beek weerlegd. Dat economisch belang bestaat niet en heeft in de recente Nederlandse geschiedenis nooit bestaan.

Van de Beek staat niet alleen in zijn kritiek, maar geeft er wel geloofwaardigheid aan. De vraag naar de kosten en baten van immigratie is een terugkerende stijlfiguur van de PVV, Pieter Lakeman constateerde in zijn boek Binnen zonder Kloppen (1999) dat de immigratie van niet-westerse allochtonen naar Nederland de staat sinds 1974 naar schatting ten minste zeventig miljard gulden heeft gekost en toenmalig CPB-directeur en PvdA’er Coen Teulings beweerde in 2010 dat Nederland ‘de slechte immigranten kreeg’. Nog steeds is niet goed uitgezocht waarom dat zo was en welke beslissingen daaraan ten grondslag lagen. Nog steeds hangen de suggesties van de PVV uit 2010 boven het publieke debat dat de immigratie ons land jaarlijks 7 miljard euro kost. Dit als uitkomst van een onderzoek van Nyfer. Het kabinet Balkenende IV wenste het niet uit te zoeken. Een politiek-economisch onderzoek naar de immigratie sinds de late jaren ’50 (vdve) kan Nederland en de PVV eindelijk antwoord geven op deze terugkerende vragen die maar niet afdoende beantwoord worden.

Foto: Buitenlandse werknemers in Hilversum, 1960-1970.

Directeur Groningse serviceflat begint rechtszaak tegen bewoners die externe maaltijden bestellen. Wiens onmacht toont dat aan?

leave a comment »

Een merkwaardig verhaal in Groningen. Directeur Berend Lugies van de Stichting Service Vondelflat sleept twee bewoners voor de rechter omdat ze maaltijden via een extern bedrijf afnemen. Nochtans zegt de Algemene informatie van genoemde stichting: ‘U bent dus niet verplicht een volledig servicepakket af te nemen. Binnen het pakket kunt u uw eigen keuzes maken.’ En onder het kopje Maaltijdservice: ‘U kunt zelf bepalen hoeveel maaltijden in de week u wilt gebruiken. U betaalt alleen voor het aantal maaltijden dat u afneemt’. Maar dat betekent niet dan de bewoners vrij zijn om eigen keuzes te maken, want: ‘Als u gebruik wilt maken van een maaltijdservice is het niet toegestaan dit via een extern bedrijf te doen.’ Hoe dit het bedrijfsmodel van de Vondelflat omver haalt is de vraag. Het tarief voor een maaltijd bedraagt € 8,50 of € 11,50 (in het restaurant).

Het is opmerkelijk dat dit betrekkelijk kleine voorval zoveel losmaakt. Ook buiten Groningen. Verzorgingsflats zijn de lakmoesproef van de verzorgingsstaat. Kleuren ze zurig rood of basisch blauw? Volgens Jimmy Dijk van de SP vuurrood. Voor- en tegenstanders kunnen zich er prachtig mee profileren. Eigen volk laatst of eerst?

Daarnaast is de vrijheid van de bewoners aan de orde. Directeur Lugies zegt dat het geen financiële kwestie is. Dat maakt het des te onbegrijpelijker dat de bewoners geen maaltijden bij een extern bedrijf mogen afnemen als dat niet schadelijk is voor de Stichting Service Vondelflat. Het is verleidelijk om partij te kiezen tegen een onhandig en ongevoelig opererende directeur Lugies en voor de ouderen die een rechtszaak op hun dak krijgen omdat ze maaltijden bij een extern bedrijf afnemen. Want waar gaat het in hemelsnaam nou om?

We betalen de prijs voor belastingontwijking door vermogenden en multinationals. Dat tekent de ondergeschiktheid van partijpolitiek

with one comment

We kennen ‘cloud computing’, ofwel ‘the cloud’ waarin onze data worden opgeslagen. Maar er is ook een andere cloud. Die van buitengaats (offshore) geld dat nooit ergens landt. En waarover geen belasting wordt betaald. Verbazingwekkend en tamelijk ontluisterend voor de geloofwaardigheid van de partijpolitiek is dat dit type belastingontwijking legaal is. Degenen die er schade van ondervinden, maar er geen invloed op kunnen uitoefenen vinden het een immorele praktijk. Vermogenden en internationale bedrijven maken er misbruik van, betalen geen of nauwelijks inkomens- of vermogensbelasting in de landen waar ze gevestigd zijn, maar profiteren wel van alle voorzieningen die door de burgers van die landen worden betaald. Dat is immoreel.

De documentaire ‘The Price We Pay’ (2014) van Harold Crooks zet op een rijtje hoe belastingparadijzen van invloed zijn op het draagvlak van de democratie. Want als de arbeiders- en middenklasse gaan beseffen dat rijken en multinationale bedrijven zich onttrekken aan het betalen van belasting dan roept dat een reactie op. Of deze burgers bewegen zich in de richting van valse profeten (fascisme, populisme) die een oplossing beloven of ze verliezen het vertrouwen in de werking van de democratische rechtsstaat en keren zich ervan af. Omdat de nationale politiek afhankelijk is geworden van grensoverschrijdende financiële instellingen en erdoor gegijzeld wordt heeft de politiek geen ruimte meer om er iets aan te veranderen. Een oplossing moet komen door samenwerking van landen, maar dat wordt gefrustreerd door bedrijven die dat blokkeren.

Wat de documentaire schetst is de reden waarom ik het geloof in partijpolitiek ben verloren. Partijpolitiek is de gewichtloosheid van de middelmaat. Partijen houden zich bezig met trivialiteiten en de eigen marketing (Asscher! Wilders! DENK!) in het besef dat ze niet in staat zijn iets te veranderen aan de grote lijn. Of liever gezegd, politieke partijen weten dat ze geen invloed hebben om de afbraak van de verzorgingsstaat een halt toe te roepen. Dat gaat ten koste gaat van de laagbetaalden die ook nog eens relatief zwaar belast worden. De oprechtheid om toe te geven dat de verzorgingsstaat voorbij is en ze er geen invloed op hebben kunnen de politieke partijen niet opbrengen. Begrijpelijk, want dat zou hun overbodigheid nog extra benadrukken. Daarom houden ze in hun gesloten systeem met z’n allen de leugen van hun eigen belangrijkheid in stand.

The Price We Pay’ zag ik afgelopen week op het Fraude Film Festival in Amsterdam. Een boeiend festival met een olifant in de zaal waarover niemand praatte. Want wie bedenkt dat tot de sponsors Deloitte, Allen & Overy en ABN-Amro behoren die belastingontwijking faciliteren moet concluderen dat ze op een festival dat zich sterk maakt om fraude aan de kaak te stellen en te bestrijden niets te zoeken hebben. De organisatie doet er dan ook verstandig aan om haar sponsorbeleid te herzien. Om de schijn van belangenverstrengeling van dit soort bedrijven te vermijden is het onvermijdelijk om dit type partners in te wisselen voor betrokkenen die voortkomen uit de grassroots van de samenleving. Als het Fraude Film Festival wil doorgroeien naar een maatschappelijk relevant en geloofwaardig evenement dan moet het beseffen dat er een onaanvaardbare tegenstelling bestaat tussen de hand die het voedt en de hand die met kritiek gebeten moet kunnen worden.

Robert Reich over noodzakelijke voorwaarden van internationale handelsverdragen. Met kansen voor de sociaal-democratie

leave a comment »

Er is veel debat over internationale handelsovereenkomsten, zoals CETA (Canada-EU), TTIP (VS-EU) of TTP (VS-Pacific-landen). Er wordt van alles aan toegeschreven. Vraag is wie er van profiteert en wie er schade van ondervindt. Niet alleen binnen, maar ook buiten de verdragslanden. Zo is China tegen TTP omdat het haar positie ondermijnt en de Russische Federatie om dezelfde reden tegen TTIP. In het debat voeren deze landen daarom vanuit de marge oppositie tegen genoemde handelsverdragen. Dit maakt het lastige debat over de voor- en nadelen er nog onoverzichtelijker op dan het al is. Want velen in de media laten zich op hun beurt weer sturen door de Chinese of Russische tegenstem zonder daar duidelijk en eerlijk voor uit te komen.

Het heeft weinig zin om voor of tegen TTIP te zijn. Het gaat erom onder welke voorwaarden het kan worden geïntroduceerd. Daar vechten Europese en Amerikaanse politici over. Schoten voor de boeg van de Duitse vice-kanselier Sigmar Gabriel geven aan dat er kritiek is op wat er na 14 onderhandelingsrondes op tafel ligt.

Econoom Robert Reich zet wat hij als de drie realiteiten van handelsverdragen ziet op een rijtje: groeiende ongelijkheid, afbraak verzorgingsstaat en dalende lonen. Hij formuleert als noodzakelijke voorwaarde voor internationale handelsverdragen dat de voordelen ervan breder worden verdeeld dan nu praktijk is. Dat gaat samen met het creëren van nieuwe banen en baanzekerheid. Het is na te lezen in een artikel voor Thruthdig. 

Wat Reich zegt klinkt logisch. Hij probeert een brug te slaan tussen voor- en tegenstanders en neemt de positie ‘ja, mits ..’ in. Tussen protectionisme (met afnemend handelsvolume) en casino-kapitalisme (met afnemende gelijkheid) in. Zo kan niet alleen de taart voor allen in de verdragslanden groter worden, maar die taart ook eerlijker verdeeld worden. Feitelijk houdt Reich een sociaal-democratisch pleidooi dat de sociaal-democratie nieuw elan kan geven als het zich dat zou realiseren. Het moet niet tegen handelsverdragen zijn, maar opbouwende kritiek erop gebruiken om zichzelf programmatisch te hervinden. Historisch grijpt dat debat terug naar het gevecht tegen monopolies zoals in het eerste decennium van de 19de eeuw president Teddy Roosevelt dat voerde. Exact het tijdperk waarin de Europese sociaal-democratie successen begon te boeken door introductie van sociale wetten. Wat let de sociaal-democratie om dat 100 jaar later te herhalen?