George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Humanisme

Faculteit Katholieke Theologie van Universiteit Tilburg verricht onderzoek naar waarden. Welke waarden hebben de onderzoekers?

leave a comment »


Als persberichten verschijnen over onderzoeken met de interpretatie van data zonder dat de data zijn na te lezen, dan is dat onbevredigend. Als vervolgens allerlei media met die persberichten aan de haal gaan en er hun eigen perspectief op geven zonder dat de nieuwsconsumenten dat kunnen  controleren, dan is dan nog ontoereikender. Het wordt er nog vreemder op als er normatieve uitspraken in het persbericht staan. Want men mag gerust de volgende zinsnede in het persbericht van de Universiteit van Tilburg opmerkelijk noemen: ‘Jongeren die zichzelf niet gelovig noemen blijken niet minder sociaal dan gelovige jongeren’. Waarom moet dit bevestigd, onderzocht of gemeld worden? Waarom zouden deze jongeren niet minder sociaal zijn dam gelovige jongeren? Deze zinsnede roept vragen op over het perspectief en het waardenpatroon van de opstellers van dit bericht. Of dat nou voorlichters of onderzoekers zijn. Zo zijn we al binnen een alinea aanbeland op metaniveau: de vraag naar de waarden van een onderzoek naar waarden.

Het gaat over het European Values Study over waarden waarvan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg Nederland voor haar rekening neemt. Het onderzoek is ook in andere landen verricht. In het in mei 2019 gepresenteerde Franse deel van het onderzoekLa France des Valeurs’ dat door de Universiteit van Grenoble werd verricht blijkt volgens een bericht in Valeurs Actuelles dat een 58% grote meerderheid van de Fransen zelf opgeeft tot de categorie ‘zonder godsdienst’ te behoren. Bijna de helft hiervan is in een hoofdzakelijke katholiek gezin opgevoed. Minder dan 3% van de 19- tot 29 jarige Fransen zouden nog praktiserende katholieken zijn. Een opvallend laag aantal dat haaks lijkt te staan op de emoties die de brand in de Parijse Notre Dame in april 2019 teweegbracht.

De waardenstudie gaat niet alleen over godsbeeld of religieuze gezindheid, maar ook over tolerantie, politiek of sociaal vertrouwen. Zoals gezegd, de data worden niet bijgeleverd zodat de interpretatie lastig op waarde is te schatten. In het Nederlandse deel is ook een verslag opgenomen van een onderzoek van prof. Monique van Dijk-Groeneboer dat elke vijf jaar wordt gehouden onder 2000 jongeren van confessionele scholen. Ook hier is in de samenvatting weer een opmerkelijke, normatieve -om niet te zeggen wonderlijke- zin opgenomen: ‘De waarden die jongeren belangrijk vinden blijken niet minder sociaal gericht te zijn en inspireren ook leerlingen die zichzelf niet religieus of gelovig noemen‘. Blijkbaar vinden de betrokkenen van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg het opmerkelijk dat moraal niet voorbehouden is aan gelovige jongeren dat ze menen dat op verschillende plekken in een persbericht te moeten melden. Dat zegt vooral iets over het perspectief -en voeg ik toe: de wereldvreemdheid- van de onderzoekers en voorlichters.

Anton de Wit heeft in voor het Katholiek Nieuwsblad een commentaar geschreven over dat onderzoek onder de jongeren van de confessionele scholen dat opmerkt dat meer dan de helft van deze jongeren (let wel: op confessionele scholen) zichzelf niet-gelovig, atheïst of humanist noemt. Ieder kan in het onderzoek lezen wat erin valt te lezen. Hoe dan ook hoeft wanhopen niet, behalve dan bij een harde kern van ultrareligieuzen die de macht van hun religieuze organisaties zien afkalven. Het gaat goed met Nederland en met de jongeren die niet minder sociaal of meer nihilistisch zijn dan voorheen. Deze waarden staan betrekkelijk los van religie of godsbeeld. Hopelijk dringt dit ook goed door tot de onderzoekers van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg zodat ze over vijf jaar een persbericht kunnen opstellen waaruit de relicten van een bijna verdwenen katholiek normbesef zijn uitgefilterd. Want duidelijk is, dat dat niet meer kan in 2019.

Foto 1: Schermafbeelding van deel persberichtNederland: toleranter, trotser en anders ‘religieus’, blijkt uit nieuw waardenonderzoek’ van de Universiteit van Tilburg, 17 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelAutant de musulmans que de catholiques chez les 18-29 ans’ (‘Evenveel moslims als katholieken onder 18-29-jarigen’) in Valeurs, 23 mei 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelGeloven is niet meer vanzelfsprekend, maar hoe dramatisch is dat?’ Van Anton de Wit op het Katholiek Nieuwsblad, 20 juni 2019.

Advertenties

Open brief aan Taede A. Smedes. Over godsdienst, religieus atheïsme, nihilisme, secularisme en de plek van de ongebondene

with one comment

In een artikel uit 2016 op het Belgische Golfslag ‘over de plaats voor geloof in onze media’ kwam ik een uitspraak van u tegen (p. 228) die me verbaasde. Namelijk ‘dat de mens nu eenmaal een religieus wezen is’.

Ik begrijp niet hoe u tot die constatering komt. Kunt u dat wellicht toelichten of me verwijzen naar een artikel van u waarin u dit toelicht? Ik kan me voorstellen dat we in meerderheid constateren dat de mens een sociaal wezen is dat gebruik maakt van rituelen, dramatisering en een mengvorm van speculatie en redenering om vorm en zin aan het leven te geven. Maar maakt dat de mens tot een religieus wezen?

Is het niet de valkuil van een vakgebied dat leidt tot verkokering om dat zo te omschrijven? Begrijp me niet verkeerd, u bent opgeleid als theoloog en ik als theaterwetenschapper, en daarom zullen we ongetwijfeld van perspectief verschillen in onze blik op het leven. Vanuit mijn interesse zou ik kunnen zeggen dat de mens nu eenmaal een sociaal wezen is dat net doet alsof en dat soort situaties naar de hand tracht te zetten. Een gedramatiseerde en minder vrijblijvende versie van Johan Huizinga’s spelende mens. Enfin, religie en kunst putten uit dezelfde bron van de rituelen om de leegte te bezweren.

Ik begrijp uit uw teksten dat u het nihilisme vreest of afwijst en spreekt over ‘religieus atheïsme’ als positieve kracht. Dat laatste vond ik eerst een merkwaardige hulpterm die ik vervolgens wel kon billijken, maar uiteindelijk toch ongeschikt acht. In een wereld die nog steeds overloopt van christelijke symboliek en traditie is het voor iemand die zich zowel niet wil afzetten tegen de geïnstitutionaliseerde godsdiensten omdat men daardoor in een wereld getrokken wordt waar men afstand tot wil houden als een autonome plek voor zichzelf wil vinden een bijna onmogelijke opgave om dat te realiseren.

Anders gezegd, hoe kan iemand zich noemen en positioneren in de samenleving die zich -zowel positief als negatief- niet laat inspireren door godsdienst en uit het vaarwater ervan wil blijven? Niet krampachtig of als politieke verklaring, maar uit een gerijpte overtuiging. Wat is de positie van iemand in Nederland die niet wil reageren op godsdienst of de werking ervan, maar in het gesprek erover toch door anderen steeds weer een etiket opgeplakt krijgt met een echo van godsdienst?

Ik beschouw mezelf niet als gelovig, maar evenmin als atheïstisch of agnostisch. En de expansie van het humanisme trekt me evenmin. Niemand kan echter richtingloos zijn. Ik oriënteer me als burger op de politieke filosofie van het secularisme dat alle godsdiensten, levensovertuiging en nihilismen in theorie een gelijkwaardige plek biedt. En mij ook een plek biedt, al is het een lege plek in het gras. In mijn optiek is de mens nu eenmaal een sociaal wezen dat net doet alsof. Dat ernstig een creatief spel speelt.

Overigens ben ik sinds oktober 2015 lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Wie geen behoefte heeft om van het godsdienstig water te drinken of dat te vertroebelen, kan het toch helpen verdunnen door ervoor te zorgen dat door de toestroom van nieuwe godsdiensten de stempel ervan afneemt. Dat begint door het oprekken van begrippen die samenhangen met de macht en de maatschappelijke betekenis van de gevestigde godsdiensten. Een andere tendens is de vorming van zogenaamde cannabis-kerken in het Amerikaanse Colorado of Californië. Of dat een afslag naar hedonisme of nihilisme is valt trouwens te bezien. De kaf moet daar nog van het koren gescheiden worden.

In de praktijk schort het nog veel aan die gelijkwaardigheid, maar met een Nederland dat volgens de statistieken van het CBS in meerderheid ongebonden is (‘unaffiliated‘) zal naar verwachting op termijn de culturele hegemonie of de slagschaduw van godsdienst afnemen. Overigens is het CBS normatief door te spreken over ‘geen kerkelijke gezindte’ waar het zou moeten spreken over ongebondenheid. Precies dat is het probleem door mensen die afstand nemen of hebben tot een religieuze organisatie via een omweg toch weer als verlengde van godsdienst of kerk te benoemen. In de beschrijving wacht het CBS nog een inhaalslag van emancipatie die bijvoorbeeld het Amerikaanse Pew Research Center in haar statistieken al wel gemaakt heeft.

Foto: Peter Schumann, The Shatterer. ‘Domestic Resurrection Pageant, 1994, performance view (Photo: Ron Simon)’.

Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

with 6 comments

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie); 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en GroenLinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.

Matthew Taylor over de aanpak van het opkomend populisme

leave a comment »

Matthew Taylor is een voormalige Labour-politicus en algemeen directeur van de in Londen gevestigde The Royal Society for the Encouragement of Arts, Manufactures and Commerce (RSA). Nataliya Gumenyuk van het Oekraïense Hromadske TV praat met hem over de opkomst van het populisme, en hoe dat aangepakt kan worden. Taylor kijkt verder dan de vraag hoe ‘verschrikkelijke mensen’ hebben geleid tot de verkiezing van ‘verschrikkelijke mensen’. Zonder wanhopig of gelijkhebberig bij de pakken neer te zitten acht hij het zinvoller om kritisch en vastbesloten te zijn en ons af te vragen wat links en centrum-links verkeerd hebben gedaan dat leidde tot de opkomst van het populisme. De vervolgvraag is hoe links moet veranderen.

De les die Taylor uit de uitslag van de Brexit en Trumps verkiezing trekt is om te beginnen het maken van een analyse die probeert te begrijpen waarom dat nou precies gebeurde. Maar op dit moment ziet hij tot zijn ontzetting het omgekeerde gebeuren. De centrumpolitiek reageert defensief en weigert door zelfonderzoek kritisch te zijn en blijft hangen in gelijkhebberigheid. Dat gaat zelfs samen met minachting voor degenen die op de populisten stemden. Uitgangspunt moet de vraag zijn waarom de centrumpolitiek het verkeerd had.

Bij deze overwegingen moet beseft worden dat Taylor een partijpolitiek standpunt inneemt. Als aanhanger van Tony Blair veroordeelt hij de afwachtende koers van de huidige Labour-leider Jeremy Corbyn die zichzelf en zijn partij heeft gemarginaliseerd en met ouderwets vakbond-socialisme de luiken sluit voor vernieuwing die als bedreiging wordt voorgesteld. In de VS reageren Democraten identiek door ook naar het verleden terug te grijpen. Ze denken met de oude garde van Corporate Democrates die tegen het bedrijfsleven aanleunt (Nancy Pelosi, Chuck Schumer) de progressieven die om verandering schreeuwen (Bernie Sanders, Elizabeth Warren, Keith Ellison) de pas af te moeten snijden. Zo maken Labour en de Democraten het bestendigen van eigen posities belangrijker dan de bestrijding van populisten, zoals Trump of de Brexiteers in de regering-May.

Naast deze partijpolitieke overwegingen die Taylor hier ongenoemd laat ziet hij boosheid (‘anger’) als het grootste probleem waar we voor staan. In de huidige tijd zouden teveel mensen bezwijken -of tot een manier van denken aangemoedigd worden om te bezwijken- voor het argument dat het feit dat hun leven niet is zoals ze wilden dat het zou zijn de fout van een ander is. Taylor ziet die houding als gevaarlijk omdat het denken door groepen over het eigen morele gelijk niet samengaat met de dynamiek van de huidige wereld. Dat morele gelijk raakt dan aan het bestaan van andere groepen. Dat sentiment weet het populisme goed te mobiliseren. Dat gaat dan koste van de sociale cohesie en het sociale contract in de samenleving. De rol van de politiek in een democratie is niet om groepen tegen elkaar op te hitsen, maar met elkaar te verzoenen.

Dit alles sluit politieke veranderingen niet uit. Of het feit dat mensen onderdrukt worden. Maar boosheid die met een beroep op een moreel gelijk door populisten wordt gemobiliseerd gaat volgens Taylor de politiek te buiten. Want de hoog oplopende emoties die door de populisten continu gevoed worden verdringt de gewone verstandelijke redenering die probeert de wereld te begrijpen door de feiten ‘te lezen’. Hij ziet het als urgent om nieuwe instituties te ontwikkelen die de manier van denken van degenen die door de populisten worden gemobiliseerd vervangt door een gemeenschappelijke menselijkheid (‘common humanity’). Of Matthew Taylor met deze sociaal-culturele analyse veel handen op elkaar krijgt is de vraag. Zijn goedwillende, verre schreeuw van humanisme doet akelig gedateerd aan. Dat is nog wel de meest angstaanjagende conclusie. Hij verwijst naar een sociaal-cultureel fenomeen met een sociaal-culturele analyse die ook raakt aan sociaal-economische aspecten. Het is bizar dat zogenaamde goedwillenden evenzeer de plank misslaan als kwaadwillenden.

Paul Cliteur ziet secularisering als beste antwoord op problemen van het Midden-Oosten

with one comment

IMG-RPJ-54459

‘Obama, Cameron, Ban Ki-moon, al deze leiders zeggen dat dit conflict niet om godsdienst gaat. Daar gaat het juist wel om. Onze samenleving is dusdanig geseculariseerd dat we niet snappen dat mensen bereid zijn te sterven voor hun geloof. In de zestiende en zeventiende eeuw, toen Europa werd verscheurd door godsdiensttwisten, begrepen ze dat wel. Als onze leiders dit probleem niet op een andere manier gaan aanpakken, wordt ook de 21ste eeuw een tijdperk van godsdienstoorlogen.’ Aldus de oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond en hoogleraar Encyclopedie van de Rechtswetenschap Paul Cliteur in een interview in De Volkskrant. Hij verwijst in dit citaat naar de strijd in Syrië tussen IS en het regime van Assad.

Cliteur heeft gelijk. Er bestaat onder Westerse politici en zogenaamde ‘gematigde‘ moslims de neiging om de uitwassen van de islam af te doen als niet behorend tot de islam. Dat is een rampzalige strategie die het vinden van een oplossing uit de weg gaat. Want als iets eruitziet als islamitisch, islamitisch praat en zich op de koran beroept, dan is het islamitisch. De ontkenning tegen beter weten in heeft te maken met de opkomst van extreem-rechts en met het misverstand dat alle middelen lonen om de lieve vrede te bewaren. Bij Obama speelt mee dat Republikeinse hardliners vanaf 2007 roepen dat hij in het geheim moslim zou zijn. De intellectuele en aarzelende president neemt daarvan afstand door de islam in bescherming te nemen.

Cliteur vindt dat we secularisering en atheïsme moeten omarmen. Want ook het Westen is hypocriet door handelsbelangen voor te laten gaan: ‘In landen als Saoedi-Arabië heb je ook lieden rondlopen als Raif Badawi, de blogger die omwille van zijn kritiek op het regime gegeseld werd. Als je naar zijn idealen kijkt, is het gewoon liberalisme wat hij aanhangt. Het Westen had hem kunnen steunen en druk op de Saoedi’s kunnen leggen om hem toleranter te bejegenen. Dat is niet gedaan, omdat ons zakenleven daar te veel belangen heeft.’ Zo kunnen de Saoedies straffeloos hun jihad blijven exporteren naar Europa met de bekende ontregelende gevolgen. Omdat de EU en de VS om zakenbelangen en geopolitieke redenen geen grenzen stellen, ontstaat er geen druk op dit soort landen om zich in de richting van de rechtsstaat te ontwikkelen.

In navolging van oud-ambassadeur Koos van Dam pleit Cliteur ervoor om te praten met het regime van Assad. Het regime heeft weliswaar bloed aan de handen en meer slachtoffers gemaakt dan de islamitische terroristen van IS, maar tegelijk zijn er wel afspraken mee te maken binnen het verkeer van de diplomatie waar deze terroristen zich aan onttrekken. D66-politica Petra Stienen wijst in een opinie-artikel in NRC praten met Assad echter af en stelt dat er zoveel kapot is gemaakt dat het stadium voorbij is dat hij kan worden gerehabiliteerd. Met anderen beredeneert ze dat niet vanuit moralisme, maar vanuit ‘een pragmatische inschatting van het gebrek aan bereidwilligheid van Assad het welzijn van de Syrische bevolking voorop te zetten.

Zo kondigt zich een patstelling aan. Assads regime heeft te veel kapot gemaakt om nog door grote delen van de bevolking geaccepteerd te kunnen worden, maar biedt wel de beste kansen voor toekomstige stabilisering. Of een compromis mogelijk is door uit te gaan van de structuur van het Assad-regime en dat op te vullen met meer zakelijke en voor velen aanvaardbare personen is de vraag. Het pessimisme van Stienen schetst geen begin van een oplossing en het optimisme van Cliteur gaat makkelijk voorbij aan bestaande problemen.

Wat Cliteur beweert is pragmatisch en idealistisch tegelijk. Hij pleit voor het maken van vuile handen om erger te voorkomen met het doel om in het Midden-Oosten een nieuw, stabiel evenwicht te bereiken. Zodat de vluchtelingenstroom en de export van de jihad naar Europa afnemen. Dat meent hij eerder te kunnen bereiken door afspraken te maken met verlichte dictaturen met pan-Arabische trekken zoals die werden gepraktiseerd door Nasser in Egypte, Khadaffi in Lybië, Sadam Hoessein in Irak en de Assads in Syrië, dan met verscheurde of islamitisch-sektarisch geregeerde landen zoals het huidige Irak. Hij stelt daarbij de bescherming van de rechtsstaat boven de werking van de democratie. Het idealisme bestaat uit de secularisering die zowel een beschermende paraplu voor religies biedt als een model om ze gelijkwaardig naast elkaar te rangschikken.

Door conflicterende belangen modderen de VS en Europa door in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Het is zelfs de vraag of ze wel een oplossing zouden willen als ze die de regio op zouden kunnen leggen. Botweg gezegd hebben ze profijt van de chaos en verdeeldheid om hun wapens en veiligheidsexpertise te verkopen en de handels- en oliebelangen veilig te stellen. Ook daarom ontkenden Obama en Cameron dat IS iets met de islam te maken had. Niet omdat ze dat werkelijk meenden, maar omdat ze net als zogenaamde ‘gematigde’ moslims veinzen voor een hoger doel. Het is een proces dat twee kanten moet uitwerken. Religie is een proces van ontvoogding en loskomen van strikte regels. De tragiek is dat voor de meeste politici hetzelfde geldt.

Foto: Aleppo, augustus 2016.

Hoort Dyab Abou Jahjah thuis bij De Bezige Bij? Pleidooi voor een ruime toetsing

with 8 comments

Er is een hoop gedoe bij uitgeverij De Bezige Bij. Onderdeel van het Nederlands cultureel erfgoed. Volgens een bericht in NRC kwamen de auteurs bijeen om te praten over de uitgave van twee boeken van de Libanees-Belgische activist Dyab Abou Jahjah en oprichter van de Arabisch-Europese Liga. Abou Jahjah is omstreden. Vooral Marcel Möring en het echtpaar Leon de Winter en Jessica Durlacher verzetten zich tegen zijn komst naar De Bezige Bij. Ze hanteren als argument dat dat ongepast is bij een uitgeverij met een verzetsverleden.

Op de achtergrond speelt het conflict in het Midden-Oosten dat ook buiten die regio doorgaans leidt tot een zwart-wit stellingname. Abou Jahjah kan gederadicaliseerd zijn, maar of dat een carrièrestap of het gevolg van zijn politiek-intellectuele ontwikkeling is valt niet op voorhand te zeggen. Hoewel het niet te meten is, maakt het wel een verschil: schijn of wezen. Dat iemand als Stefan Hertmans het voor hem opneemt pleit voor Abou Jahjah, maar van de andere kant maakt hij het met zijn antizionistische uitspraken die het bestaansrecht van de staat Israël ter discussie stellen niet makkelijk om het ondubbelzinnig voor hem op te nemen.

Deze kwestie gaat niet over Libanon, Israël, Palestina, het Midden-Oosten, de islam of Dyab Abou Jahjah en diens gewraakte uitspraken, maar over de identiteit van De Bezige Bij. Het is immers Nederlands immaterieel cultureel erfgoed dat ‘eigendom’ is van alle Nederlanders. Waarbij trouwens de reactie van Leon de Winter en Jessica Durlacher op Abou Jahjah weer de vraag oproept of ook zij nog wel bij de identiteit van De Bezige Bij passen. Hierbij speelt ook de afweging hoe pluriform een uitgeverij kan zijn zonder aan profiel te verliezen.

Het is een lastige en veelgelaagde kwestie om genuanceerd af te wegen. Mijn oplossing zou zijn om vanuit een humanistisch standpunt dat verder gaat dan een pure rechtsstatelijke opstelling alleen, te beoordelen of auteurs bij De Bezige Bij passen. Dus niet de vraag wat mag, maar wat past zou centraal moeten staan in de afweging of een auteur bij De Bezige Bij thuishoort. Dan is er denk ik veel voor te zeggen om zowel het echtpaar De Winter-Durlacher als Abou Jahjah niet in de fondslijst op te nemen. Ze hebben de schijn tegen.

Heeft beroep op moslims om na te denken over humanisme zin?

leave a comment »

Wat voor de één een open deur is, blijft voor de ander levenslang een gesloten deur. De vrije keuze om zonder sociale dwang een religie, levensovertuiging of nihilisme te kiezen. Dat laatste is dus de vrijheid om niets te kiezen. Deze video richt zich onder meer op moslims in het Arabische en Iraanse gedachtengoed omdat daar de meeste onvrijheid wordt vermoed. Wat volgt is een verkorte cursus humanisme die even versimpeld en onwaarachtig is als een verkorte cursus islam. Rooyaroo maakt het er nog simpeler en onwaarachtiger op door op deze YouTube-posting het geloof in menselijkheid gelijk te stellen aan atheïsme. De realiteit is anders.

Wat is de invloed van een video die grossiert in woorden over medemenselijkheid en gemeenschapsgevoel? En daarbij het hoogste geloof wil vervangen door het hoogste verstand. Zoals vaker richt het zich vooral op degenen die de boodschap van de vrijheid om te kiezen al begrepen en verinnerlijkt hebben. Om die een hart onder de riem te steken. Motivatie voor de eigen groep dus. Moslims die door islamitische rechtsgeleerden, imams of internet-predikers wordt voorgehouden dat geloofsafval een oorlogsdaad is zullen van de video niet onder de indruk zijn. En de rest? In een niet-neutrale omgeving bestaat geen neutraliteit. Dus wat is de zin?