George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Sjoerd de Jong

In debat met NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong: zijn column is niet het eind van het verhaal

with one comment

Met NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong had ik afgelopen weken een uitgebreide uitwisseling per e-mail over de berichtgeving in NRC over het Mueller-rapport dat uiteindelijk in een geredigeerde versie van minister William Barr afgelopen donderdag 18 april verscheen. Over wat NRC ervan maakte was ik niet enthousiast. Dat schreef ik in een commentaar van 30 maart met onder meer de volgende passage: ‘Kortom, de verslaggeving over de presentatie van Barrs samenvatting van Muellers-rapport is in mijn ogen naïef en misleidend. Het is niet volgens journalistieke principes van respect voor bronnen en streven naar waarheidsgetrouwheid tot stand gekomen. Blokker is in een partijpolitieke, Republikeinse val getrapt die door Barr is gezet. Blokker en de eindredactie die de koppen maakt hebben zonder dat ze de feiten kennen de fout gemaakt dat ze de mening van Barr vereenzelvigen met de conclusies van Mueller. Ze hielden hierbij geen slag om de arm door de mening aan Barr toe te schrijven en Blokker heeft vanuit een verkeerde aanname theorieën gefabriceerd die niet anders dan als een kaartenhuis in elkaar konden storten. NRC heeft met deze verslaggeving aan haar lezers nepnieuws en desinformatie geleverd. Overigens boden andere stukken van de krant, zoals het hoofdredactioneel van 26 maart gelukkig meer kwaliteit en evenwicht. Maar een opening op de voorpagina springt meer in het oog.’ De Jong heeft zijn interpretatie van onze discussie in zijn column gezet.

Het was een pittige conclusie waar De Jong niet in meegaat. Een Ombudsman heeft een dubbele positie en neemt daarom een tweeslachtige  houding aan. De Ombudsman wil reflecteren en laten resoneren wat er in de samenleving (inclusief bij kritische lezers) leeft, maar heeft tevens rekening te houden met het toelichten en verdedigen van het redactioneel beleid. Een Ombudsman kan wat dat laatste betreft niet te ver voor de troepen uitlopen omdat dat de steun in eigen kring ondermijnt en het opereren bemoeilijkt. Een Ombudsman moet dus schipperen. Naar mijn idee is De Jongs column er een voorbeeld van hoe dat in de praktijk uitpakt. De kritische lezer krijgt ruimhartig de credits om te scoren, maar de mooiste voorzetten en invallen worden grotendeels aan de eigen redactie toegerekend. Dat is blijkbaar het hoogst haalbare op de evenwichtsbalk die zo’n column van een Ombudsman is. Zo beredeneerd kan ik me vinden in de accenten die De Jong legt.

In een commentaar van 1 april 2019 schreef ik onder meer het volgende: ‘De Amerikaanse mainstream media doorzagen de partijpolitieke manipulatie en spin van het Mueller-rapport door Barr naar mijn idee onvoldoende. Ze stonken erin. In navolging daarvan gingen de meeste Nederlandse media collectief de fout in. Ze namen de berichtgeving van de gezaghebbende Amerikaanse media vertraagd over en volgden de hectiek en de nerveuze nieuwscyclus vanaf de publicatiedatum van de Barr-samenvatting op 24 maart tot enkele dagen daarna toen het verstand weer langzaam terugkwam in de redactiekamers.’ De reflectie achteraf dient als rechtvaardiging voor wat er in de dagen na 24 maart misging. Dat is zelfbescherming om het eigen ‘merk’ te beschermen. Het siert NRC dat het nu wel alert is en de valkuilen probeert te vermijden. Media als het NOS Journaal zijn nog lang niet zover in hun reflectie, laat staan zelfreflectie. Dit verhaal is nog lang niet af.

Waarom de media handelden zoals ze handelden blijft het raadsel. Ze waren gewaarschuwd dat Barr niet te vertrouwen was. In mijn commentaar van 1 april probeer ik dat te begrijpen ‘Mogelijk speelt daarbij een psychologisch effect bij Amerikaanse media die afgelopen twee jaar gegeseld werden en zich gegijzeld voelden door de aandacht voor de samenzwering van Trump met de Russische maffia, Russische oligarchen en vertegenwoordigers van de Russische overheid. Dit staat los van politieke overwegingen. Ook als zo’n feit onmiskenbaar is vastgesteld is een spanningsboog van twee jaar lang. Journalisten willen hun eigen agenda vaststellen en niet in een frame stappen dat hun opgelegd wordt. Breken met de consensus kan dan als bevrijding voelen. Of als bevestiging van eigen onafhankelijkheid.’ In de uitwisseling met De Jong verwees ik naar een commentaar van Joshua Holland over de media die een ‘vooroordeel in de richting van normaliteit’ hebben. Dat levert problemen op in de verslaggeving over Donald Trump die zich aan die normaliteit onttrekt.

Maar de verslaggeving over hem blijft redelijk normaal en volgens de gangbare journalistiek code. Holland is kritisch op deze goedgelovige, politieke journalisten: ‘Ze willen geloven dat terwijl de president een kinderlijke narcist is die veel van zijn tijd doorbrengt met het trollen van mensen op Twitter, vrolijk democratische normen platwalst, regelmatig onze instellingen aanvalt en herhaaldelijk de rechtsgang in het volle zicht heeft belemmerd, de politieke wereld anders is zoals zij altijd geweten hebben, en uiteindelijk de storm zal doorstaan. Het is een subtiel vooroordeel dat leidt tot veel goedgelovige verslaggeving over Trumps ‘spin’ en een aarzeling om duidelijke beschrijvende taal te gebruiken bij het rapporteren over dit Witte Huis.’

Tekst van Sjoerd de Jongs column ‘NRC en Mueller: de anticlimax blijkt nog lang niet het eind van het verhaal’:
Tientallen contacten tussen Trumps medewerkers en Russen, de hoop dat hij zou profiteren van illegale hacks bij de Democraten, herhaalde pogingen om speciaal aanklager Robert Mueller te dwarsbomen, en de verzuchting van de president dat hij fucked was met diens aanstelling.

Nu er eindelijk vlees op de botten zit, wordt duidelijk hoe rakelings Trump langs de afgrond is gescheerd – wél vele dubieuze contacten, geen bewijs voor criminele samenspanning – en vooral, dat het dossier nog lang niet dicht is; Mueller spreekt zich niet uit over belemmering van de rechtsgang, al stijgt de reuk daarvan penetrant op uit zijn rapport. Die bal ligt nu bij het Congres en het is geen golfballetje.

NRC-correspondent Bas Blokker concludeerde dan ook terecht dat ,,Trump voorlopig nog niet is verlost van onderzoek naar zijn handelwijze’’ en dat ,,zelfs de oerverdenking van samenzwering met Rusland niet helemaal (lijkt) te zijn weggenomen’’.

Maar wacht even. Toen Trumps minister van Justitie Barr drie weken geleden zijn samenvatting van het Mueller-rapport publiceerde (geen bewijs voor samenzwering, geen oordeel over belemmering van de rechtsgang) schreef de krant dat de ,,donkere wolk’’ die bijna twee jaar boven Trumps presidentschap had gehangen ,,in één zinnetje was verdampt’’ en dat het verwijt van collusion van de agenda was verdwenen. Kop boven het bericht over Barrs samenvatting: Mueller: geen bewijs voor ‘collusion’.

Goed, de krant moest toen afgaan op vier velletjes van Barr, met één (half)  citaat over de verdenking van samenzwering.

Dat nieuws van Barr, een brisante anticlimax na twee jaar hoogspanning over een naderende high noon tussen Trump en Mueller, beheerste overal de internationale berichtgeving. The New York Times en talloze andere kranten hadden vergelijkbare koppen en stukken. De Volkskrant sprak van een ,,enorme overwinning´´ van Trump. Schurend begon ook het handenwringen in de Amerikaanse media. ´Russiagate´ was een collectieve flater van de media die te vergelijken was met de hysterie over massavernietigingswapens van Saddam, brieste een blogger op de linkerflank.

Maar niet heus. Nu weten we beter hoe de vork in de steel steekt. Dit rapport, dat door Barr gedienstig was teruggebracht tot een verklaring van goed gedrag, had, schrijft The Guardian, elke andere president de  kop gekost. Overigens bevestigt het rapport ook allerlei berichten die Trump afdeed als nepnieuws.

Eén Nederlandse blogger met wie ik de afgelopen weken correspondeerde over de berichtgeving kan nu dan ook zijn gelijk halen.

Want blogger George Knight (een nom de plume) trok na Barrs samenvatting eind april aan de bel op zijn blog en in een brief aan mij. De hele journalistiek was in zijn ogen kritiekloos afgegaan op die snippers van Barr. Maar, aldus Knight, we wisten nog helemaal niet wat er in dat rapport stond, alleen wat deze door Trump benoemde man erover had gezegd.  Hij vond dat ook NRC dat onvoldoende duidelijk had gemaakt. Die eerste kop had moeten luiden: Barr: geen bewijs voor ´collusion’. Barr, niet Mueller.

Hij had, schreef hij mij, ,,van NRC meer afstand verwacht en een slag om de arm in eindredactie, verslaggeving en analyse.’’  Overigens vond hij die wel in het Commentaar, dat vaststelde: ,,Bij de beoordeling van het onderzoek past terughoudendheid’’, want ,,Barr stuurde een zeer korte samenvatting van de belangrijkste uitkomsten naar het Congres’’ en ,,voorlopig is dat de enige informatie om de uitkomsten van het onderzoek te wegen’’.

Knight en ik wisselden in twee weken elf e-mails uit, en het lijkt me nuttig wat punten uit die correspondentie te delen,  omdat het gaat over de vraag wat een krant op welk moment kan weten, en welk accent die moet geven.

Ik schreef hem dat ik zijn kritiek dat NRC onvoldoende duidelijk had gemaakt dat dit geen conclusies waren van Mueller maar van Barr, schromelijk overdreven vond. Blokker noteerde in dat eerste bericht onder meer: ‘..Barr citeert het rapport in zijn brief..’ [..]  ‘In Muellers rapport staat volgens Barr..’ [..] ‘..de conclusie van Barr..’[..] en ‘..Barr verwijst naar..’

Dat sloot ook niet uit, schreef ik Knight, ,,dat  in het volledige rapport, mogelijk gesteld in formeel afgewogen taal die haar gelijke hooguit vindt in het rapport van de Commissie van Drie (1976) méér te vinden is.’’

Dat was nog zacht uitgedrukt.

Over die kop, waarmee de krant opende: inderdaad, onvoldoende bewijs voor een zaak is nog niet géén bewijs, zoals Knight stipuleerde (en zoals nu het geval blijkt). Maar daarmee is die kop nog niet fout. Mueller onderzocht de zaak immers als aanklager, en dan zijn er twee smaken: wel of geen aanklacht. Dat uit het onderzoek geen aanklacht tegen Trump was gekomen wegens samenzwering – je krijgt uit het rapport de indruk: daar was zijn campagne ook veel te amateuristisch voor – was dus terecht groot nieuws.

Maar Knight heeft op een ander punt, dat van de duiding, gelijk: de krant had nadrukkelijker een slag om de arm moeten houden in de analyse. De conclusie dat de zaak door dat éénregelige citaat van Mueller was ,,verdampt’’ en van de politieke agenda zou verdwijnen, was voorbarig; een effect van de anticlimax na opgeschroefde verwachtingen.

Het stof van Muellers rapport én dat van de andere onderzoeken is nog niet neergedaald – dat blijkt ook wel uit de berichtgeving van Blokker gisteren, inclusief: een kritisch profiel van Barr.

Wat bewijst wat George Knight maar wilde zeggen: argwaan blijft geboden, zeker in een tijd die is gemarineerd in propaganda, spin en contraspin.

Foto: Schermafbeelding van deel column ‘NRC en Mueller: de anticlimax blijkt nog lang niet het eind van het verhaal’ van NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong, 20-21 april 2019 in NRC.

Advertenties

Open brief aan ombudsman NRC: verslaggeving over Mueller-rapport en Barr-samenvatting heeft ernstig tekortgeschoten

with 10 comments

Het vorige weekend van 23-24 maart kwam de Amerikaanse minister van Justitie William Barr met een samenvatting van 3,5 pagina uit het Mueller-rapport dat volgens diverse bronnen tussen de 300 en 400 pagina’s bedraagt, exclusief bijlagen. In de Amerikaanse pers werd deze samenvatting al snel de grootste zwendel van een Justitieminister genoemd in de recente Amerikaanse politieke geschiedenis. De voorgeschiedenis is bekend, Barr schreef een notitie die de marges voor obstructie door een president oprekte en Trump vrijpleitte. De notitie was een succesvolle sollicitatiebrief, en Barr mocht minister worden. De manipulatie door Barr was ingebakken in de voorgeschiedenis.  

Op zondag 24 maart vielen me de schellen van de ogen toen ik de verslaggeving van de Nederlandse media over Barrs samenvatting van het Mueller-rapport onder ogen kreeg. Ik reageerde die zelfde dag over de berichtgeving van de NOS op de FB-pagina van de NOS en definieerde dat zo:Verdorie, NOS, wat een verkeerde kop. Het zijn de twee door Trump benoemde functionarissen op het ministerie van Justitie, namelijk William Barr en Rod Rosenstein die in hun samenvatting tot de conclusie komen dat er geen bewijs voor obstructie is dat Trump heeft samengezworen met het Kremlin. We kunnen echter niet weten wat Mueller zegt omdat het rapport niet openbaar is gemaakt of vertrouwelijk naar het congres is gestuurd. Zodat Democraten kunnen reageren in de publiciteit op de claims van de GOP dat Trump is vrijgepleit. Het is dus niet Robert Mueller die iets zegt omdat we niet weten wat er in het rapport staat, zodat de kop ‘Mueller-rapport …’ hoe dan ook verkeerd is. Het is een ongepast citaat. Het had moeten luiden: ‘William Barr: geen bewijs …’ Het zijn Barr en Rosenstein die iets beweren. Dat is een essentiële nuance die een NOS-redacteur in zijn of haar onzorgvuldigheid vergeet. Slechte beurt, NOS.’

Op mijn blog George Knight voegde ik daar op 25 maart aan toe: ‘Wie de verslaggeving over de samenvatting van de top van het ministerie van Justitie over het Mueller-rapport ziet wordt wanhopig over de gebrekkige kwaliteit en zorgvuldigheid van de Nederlandse journalistiek. Is er op zondagavond geen redactie die begrijpt dat de spin van het Mueller-rapport door Barr een uiterst partijpolitieke dimensie heeft? Van NOS tot De Telegraaf en nu.nl maken ze dezelfde fout en informeren ze het Nederlandse publiek verkeerd. Namelijk dat ze de samenvatting door Barr (waarvan het niet op voorhand vaststaat dat die niet partijpolitiek gekleurd is) vereenzelvigen met het Mueller-rapport.’  Ze stonken er allemaal in.

Maar toen moest het ergste nog komen, namelijk de verslaggeving van de NRC, en dan vooral van Amerika-correspondent Bas Blokker. Door een week vakantie kreeg ik die stukken pas recent onder ogen. Zoals uit zijn verslaggeving blijkt doorziet Blokker niet dat de samenvatting van Barr gemanipuleerd is (of kan zijn) en dat een samenvatting uit een omvangrijk rapport per definitie gekleurd is. De eindredactie van NRC maakte het er nog erger op door op maandag 25 en dinsdag 26 maart dezelfde fout als de NOS te maken door in de koppen niet te spreken over ‘Barrs samenvatting’, maar over ‘Muellers rapport’. Maar zelfs nu is op 30 maart dat rapport nog niet gepubliceerd en kan geen enkele journalist weten wat er in dat rapport staat. Zelfs niet goed geïnformeerde journalisten als Maggie Haberman of Peter Baker van The New York Times of ‘judge’ Andrew Napolitano voor Fox News. Laat staan een Nederlandse correspondent die zich deels op deze Amerikaanse media baseert. Hoe kan een journalist uit bronnen citeren die hij of zij niet kent? 

In zijn analyse gaat Blokker in verschillende artikelen nog verder door hele theorieën op te hangen die niet gebaseerd kunnen zijn op de feiten. Maar ook feitelijk zit Blokker er in zijn verslaggeving naast door te stellen dat uitgaande van Barrs samenvatting de beschuldiging van samenspanning, collusion, is verdampt. Dat is een verstrekkende, dubieuze politieke inschatting van een juridisch verkeerd weergegeven claim. Want er is wel degelijk sprake van collusion door naaste medewerkers van Trump die alleen de lat van een succesvolle gerechtelijke procedure niet haalt. Maar dat is heel wat anders. Dat zegt namelijk niet dat er in 2016 geen sprake was van collusion door Trump of zijn medewerkers. Blokkers politieke inschatting dat de beschuldiging van collusion is verdampt en de Democraten geen munitie geeft om Trump hierop aan te vallen lijkt erg voorbarig. Evengoed kan beweerd worden dat als de manipulatie van Barr en Trump wordt doorgeprikt dat onderwerp van collusion als een boemerang op Trump zal terugslaan. Ook omdat Mueller nog aanblijft en met aanklachten kan komen en regionale aanklagers op staatsniveau zoals het SDNY contraterroristisch en crimineel onderzoek blijven doen naar Trump en zijn organisatie in hun relatie tot de Russische maffia, Russische oligarchen en het Kremlin. 

Kortom, de verslaggeving over de presentatie van Barrs samenvatting van Muellers-rapport is in mijn ogen naïef en misleidend. Het is niet volgens journalistieke principes van respect voor bronnen en streven naar waarheidsgetrouwheid tot stand gekomen. Blokker is in een partijpolitieke, Republikeinse val getrapt die door Barr is gezet. Blokker en de eindredactie die de koppen maakt hebben zonder dat ze de feiten kennen de fout gemaakt dat ze de mening van Barr vereenzelvigen met de conclusies van Mueller. Ze hielden hierbij geen slag om de arm door de mening aan Barr toe te schrijven en Blokker heeft vanuit een verkeerde aanname theorieën gefabriceerd die niet anders dan als een kaartenhuis in elkaar konden storten. NRC heeft met deze verslaggeving aan haar lezers nepnieuws en desinformatie geleverd. Overigens boden andere stukken van de krant, zoals het hoofdredactioneel van 26 maart gelukkig meer kwaliteit en evenwicht. Maar een opening op de voorpagina springt meer in het oog. 

Het is te hopen dat NRC een en ander corrigeert. En nog eens voor de eigen medewerkers opfrist wat de journalistieke valkuilen zijn in een door en door partijpolitiek verziekt landschap van de VS. En herinneren we ons nog hoe bijna de complete Amerikaanse pers zich in 2002-2003 op het verkeerde been liet zetten door de Bush-regering over Irak? Dat had een waarschuwing moeten zijn voor een Nederlandse journalist. De verslaggeving in NRC over de publicatie van het Mueller-rapport heeft tekortschoten. Dat is ongewenst, ongelukkig en was onnodig indien Blokker zijn gezond verstand had gebruikt. 

Foto 1: Schermafbeelding van voorpagina NRC van maandag 25 maart 2019. Met artikel van correspondent Bas Blokker.

Foto 2: Schermafbeelding van voorpagina NRC van dinsdag 26 maart 2019. Met artikel van correspondent Bas Blokker.

Oudenampsen bespreekt boeken over neoliberalisme en geeft stof tot nadenken hoe de politiek macht over de economie kan krijgen

leave a comment »

Een interessante boekbespreking van socioloog Merijn Oudenampsen in NRC over het neoliberalisme en de invloed ervan op de samenleving. Overigens ontbreekt in de webversie zijn naam en is de titel ‘De maakbare markt’ van de papieren versie gewijzigd in ‘Waar komt toch dat hardnekkige geloof in de vrije markt vandaan?’. In april 2018 had ik per e-mail een uitwisseling van gedachten met Ombudsman NRC Sjoerd de Jong en wees ik hem erop dat de papieren versie niet meer op te roepen viel en vervangen was door de webversie, zoadat de archieffunctie van de krant verloren ging. Tot mijn genoegen zie ik dat dat gewijzigd is en dat online de optie ‘Oude digitale editie’ toegevoegd is waarmee men de papieren editie kan oproepen.

Oudenampsen bespreekt vier boeken over het neoliberalisme en kiest daarbij zijn woorden behoedzaam en zorgvuldig. Hij constateert dat het neoliberalisme diverser is dan vaak gedacht wordt, en meer is dan ‘het Amerikaans wildwestkapitalisme’. Tussen de regels door klinkt zijn politieke stellingname als hij constateert: ‘Het neveneffect van de depolitisering van economische vraagstukken is een sterke politisering van het culturele domein. Het paradoxale gevolg van de ontkoppeling van cultuur en economie is dat een cultureel nationalisme is opgekomen, dat zich eveneens keert tegen de internationale instituties van de markt.’ In de praktijk betekent dat kort door de bocht dat de sociaal-economie weggehaald is bij de politiek en vervangen is door sociaal-cultuur. Politieke partijen hebben geen zeggenschap meer over de eigendomsverhoudingen, inkomensverschillen en belastingheffing, en moeten zich tevreden stellen met debatten over identiteit, nationalisme of sociale cohesie van een volk. Deze ontkoppeling van cultuur en economie verklaart in welke fase van het politieke debat we verzeild zijn geraakt. Zijn slotnoot dat Trump en Brexit ertoe kunnen leiden dat de politiek opnieuw opgetuigd wordt klinkt merkwaardig omdat Trump en de Britse Tories niet tornen aan de depolitisering van de economie of de economisering van de politiek en zich bovenal cultureel uiten.

De vraag die dat weer oproept en waar Oudenampsen binnen het kader van zijn boekbespreking niet aan toekomt is of er een masterplan ten grondslag ligt aan die ontkoppeling van economie en cultuur. Het staat buiten kijf dat sinds het tijdperk Reagan-Thatcher de besluiten over de economie de politiek ontnomen zijn, maar het is onduidelijk of die ook bewust zijn vervangen door debatten over cultuur. Want de politiek moet ergens over gaan, en als dat niet de economie is dan blijft cultuur als surrogaat over om de leegte op te vangen en de politiek een idee van urgentie te geven. Een en ander verklaart trouwens ook waarom de sociaal-democratie geen missie meer kan hebben nadat de arbeiders cultureel geëmancipeerd waren.

Oudenampsen wijst op Oostenrijkse denkers als Ludwig von Mises en Friedrich Hayek: ‘Naar het evenbeeld van het verdwenen Oostenrijks-Hongaarse Rijk ontwierpen zij een visie van een federale organisatievorm, waar natiestaten de controle zouden houden over culturele aangelegenheden, maar de vrije markt en vrije kapitaalstromen door een federale instantie gewaarborgd zouden worden.’ Die federale instantie is in de praktijk het internationale bedrijfsleven van multinationals en financiële instellingen geworden. Door deregulering en privatisering ontstonden ‘enorme bedrijven, die zoveel marktmacht hadden dat ze de concurrentie grotendeels konden negeren of uitschakelen.’ Door hun marktmacht konden ze niet alleen de concurrentie uitschakelen, maar ook de politiek opkopen. In combinatie met de afgenomen macht van vakbonden en overheid vertaalt zich dat in stabiliserende lonen die niet stijgen bij een florerende economie omdat de ‘enorme bedrijven’ dat eenzijdig blokkeren. De ideeëngeschiedenis die Oudenampsen aan de hand van deze boekbespreking schetst en voor een breed publiek bereikbaar maakt biedt stof tot nader nadenken.

Foto: Schermafbeelding van de ‘oude digitale editie’ (achter betaalmuur) van het artikelDe maakbare markt’ van Merijn Oudenampsen in NRC Boeken, 14 september 2018.

Gevestigde media verantwoorden zich voor hun buitensporige aandacht voor Baudet. Maar ze geven verkeerde argumenten

with 4 comments

De weinig kritische aandacht voor Baudet van de gevestigde media is een terugkerend thema. In NRC vroeg econoom en columnist (onlangs gestopt) Coen Teulings zich af waarom NRC zoveel kritiekloze aandacht aan Baudet besteedt. NRC-ombudsman Sjoerd de Jong had er geen goed antwoord op. Ik vraag het me ook herhaaldelijk af. Verzaken de media hun plicht in de berichtgeving? De Jong tekent de reactie van chef Den Haag René Moerland op: ‘Wij zijn er niet om politici groot of klein te maken, we willen nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedereen’. Dat eerste klopt, maar dat tweede staat juist ter discussie. Want het lijkt er sterk op dat in de berichtgeving de gevestigde  media juist niet kritisch genoeg zijn tegenover Baudet en zijn partij.

Wat is dat voor mechanisme van de media om zoveel aandacht aan Baudet te besteden? Ook nog kritiekloos. De 2,5 maal zo sterk in de Tweede Kamer vertegenwoordigde PvdD krijgt minder media aandacht.

Naast de juridische invalshoek van Mihai Martoiu Ticu in zijn open brief aan de hoofdredacteur Philippe Remarque van De Volkskrant is er een politiek-filosofische invalshoek die te maken heeft met de weerbare democratie. Zoals dat door Bastiaan Rijpkema onder de aandacht wordt gebracht in het publieke debat. Deze opvatting houdt in dat een weerbare democratie grenzen dient te stellen aan anti-democratische krachten. Vooralsnog is dat geen kwestie van tijdig ingrijpen om een politieke partij als FvD te verbieden, maar van bewustwording en signalering om te beseffen dat een politicus die zich buiten het politieke spectrum begeeft en niet ondubbelzinnig de democratische instituties steunt een gevaar voor die democratie kan worden.

Het is niet gezegd dat de politiek leider Thierry Baudet op dit volledig samenvalt met zo’n anti-democratische kracht, maar met zijn gedachtengoed leunt hij wel stevig aan tegen radicaal gedachtengoed zoals dat door nationalisten, populisten en de nihilisten van de alt-right beweging wordt vertegenwoordigd. Dat zou de Nederlandse journalistiek kritisch en alert moeten maken, maar dat gebeurt op dit moment onvoldoende.

Hoewel het er raakvlakken mee heeft, gaat de koers van FvD voorbij aan het traditionele rechts-conservatisme dat de status quo verdedigt. Baudet wil juist de gevestigde orde omver schoppen zonder dat hij overigens duidelijk maakt wat daarvoor in de plaats moet komen. Of men moet de mantra over de natiestaat Nederland die het autonoom rooit in een financiële, economische, politieke en militaire arena vol concurrente krachten een geloofwaardig en consistent verhaal vinden. Met politiek realisme heeft het echter weinig te maken.

Waarom stellen interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn ideologie? Waarom stellen de interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn contacten in rechts-radicale kringen? Waarom is er nog steeds geen achtergrondartikel verschenen dat deze rechtse en nihilistische contacten gedetailleerd in kaart brengt? Waarom vragen interviewers -die zich politiek, economisch en militair geschoold hebben- niet door over de onhaalbaarheid van een zelfstandige natiestaat Nederland die weerloos, machteloos en krachteloos zal zijn tussen de eigen multinationals, bevriende en vijandige naties of supranationale organisaties (IMF, EU)?

Zijn de journalisten die Baudet niet of op z’n best halfslachtig aanpakken lui en oppervlakkig? Klopt de aloude klacht dat de oudere generatie academische geschoolde journalisten superieur is aan de huidige generatie journalisten die academisch tekortschiet? Of is het de angst om teruggefloten te worden door de eigen hoofdredactie die de journalisten berooft van de ambitie, durf en de wil om de potentiële vijanden van de democratie niet minder hard, maar juist harder aan te pakken? ‘Dus de media presenteren zich als waakhonden van onze welzijn en vrijheid, maar ze doen hun plicht niet echt’, concludeert Mihai Martoiu Ticu. Ik denk ook dat de gevestigde media hun plicht verzaken. De media worden ook wel het venster op de democratie genoemd, maar in Nederland zitten de gordijnen potdicht om de democratie actief te verdedigen. 

Als de journalistiek signaleert en iedereen over één kam scheert is het verkeerd bezig. Het neemt daarmee onvoldoende verantwoording. Nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedere politicus, is een abstracte en ondoelmatige werkwijze. Uiteraard moet de journalistiek niet op de plek van de politiek gaan zitten of zich tot deelnemer maken aan het politieke debat. Het moet aan de buitenkant blijven. Maar het standpunt van NRC-redacteur Moerland dat elke politicus dezelfde mate van nieuwsgierigheid en kritiek oproept is onzinnig en geeft precies aan wat er mis is met de Nederlandse journalistiek. Het weet dat het geen partij mag kiezen, maar verwart dat met het idee dat iedere politicus dezelfde mate van kritiek gegeven moet worden. Als een politicus uitspraken doet die erop duiden dat hij of zij de wet of de democratie in gevaar kan gaan brengen, dan is het de functie van de journalistiek om dat te melden. Dan passen meer nieuwsgierigheid en kritiek.

Foto: Schermafbeelding van deel FB-posting van Mihai Martoiu Ticu, 31 december 2017. 

NRC reageert op kritiek over berichtje Trump en islamitische kunst. Maar wil niet toegeven dat het feitenvrije journalistiek bedreef

leave a comment »

nrc

Op 30 december besteedde ik aandacht aan bovenstaand berichtje in NRC. Mede naar aanleiding van een FB-posting van Olphaert den Otter. Hij vond het een maf bericht, ik vond het een bericht dat politiek ontspoorde. Ik schreef er een kritisch commentaar over en attendeerde met een tweet NRC-ombudsman Sjoerd de Jong.

Hij zorgde dat m’n kritiek bij de reactie belandde. In een lezersbrief naast de rubriek van De Jong laat de redactie vandaag weten dat het berichtje van Gretha Parma niet zo bedoeld was. De redactie van NRC geeft toe dat het anders dan bedoeld uitpakte. De uitleg is deels verhelderend, maar deels onnodig defensief. Want de redactie verschuilt zich achter de bron The Art Newspaper en neemt geen verantwoordelijkheid voor de eigen journalistieke afwegingen. Daarbij interpreteert het het bericht van The Art Newspaper verkeerd.

In het berichtje heeft NRC het verband dat The Art Newspaper impliciet legde tussen de politiek van Trump (‘US prepares to inaugurate a president who once proposed banning Muslims from entering the country’) en de tentoonstelling in Dallas (‘the museum is reaffirming its commitment to Islamic art’) expliciet gemaakt. NRC suggereert een causaal verband waar The Art Newspaper de feiten alleen nevengeschikte. Ook nog eens met een beroep op die bron. Het woord ‘ondanks’ maakt het verschil tussen causaliteit en nevenschikking en is dus meer dan een vormverschil. De redactie gaat hieraan voorbij en accepteert de kritiek niet dat het om feitenvrije journalistiek gaat. Die feitenvrijheid bestaat er echter uit dat NRC een verband tussen feiten suggereert die zowel het Dallas Museum of Modern Art als The Art Newspaper niet voor hun rekening nemen.

Daarnaast is de actualisering van Gretha Pama nog om een andere reden ongepast en niet relevant. Het gaat voorbij aan de langdurige bruiklenen van de van oorsprong Europese Keir Collectie die niets met Trump te maken hebben. De erfgenamen kregen ruzie met een Berlijns museum en haalden ze daarom weg. Als Hillary Clinton de verkiezingen gewonnen had, was de tentoonstelling op exact dezelfde wijze gepresenteerd.

nrc

Foto 1: Schermafbeelding van bericht ‘Islamitische kunst Te zien in Dallas, ondanks Trump’ in NRC, 29 december 2016.

Foto 2: Schermafbeelding van lezersbrief George Knight en reactie van de redactie NRC, 7 januari 2017. (achter betaalmuur).

TYT: Bernie Sanders wordt niet gesteund door progressieve media

with one comment

Cenk Uygur vraagt zich af over er in de VS progressieve (‘liberal’) media bestaan. Dit naar aanleiding van de bejegening in de campagne van de progressieve Democratische kandidaat voor het presidentschap Bernie Sanders. Cenks antwoord is ontkennend. Zelfs de als progressief bekend staande Washington Post is naar zijn idee niet progressief, maar zou in de zak van het bedrijfsleven zitten. Omdat Sanders zegt het bedrijfsleven aan te pakken als hij president wordt, laten de progressieve media Sanders vallen. Republikeinse kandidaten Donald Trump en Ted Cruz worden door die progressieve media minder als bedreiging gezien dan Sanders die aan politieke structuren wil morrelen. Bij de campagne in 2012 was het de Republikeinse outsider en  libertariër Ron Paul die gif voor de media was. Evenals Sanders nu had Paul relatief veel steun onder jongeren.

Het is een misverstand dat de gevestigde media links zijn, want ze zijn rechts. Ook in Nederland, waar NRC, Volkskrant en Trouw eerder tegen de zittende macht aanschurken dan die kritisch volgen. Dat is er de laatste jaren nog erger op geworden omdat de redacties ondergeschikt zijn gemaakt aan het nieuwsbedrijf. Ondanks redactiestatuten en plechtige woorden over onafhankelijke journalistiek. Dat laatste bestaat niet echt in een commercieel bedrijf. Ook goedwillende redacties die goede journalistiek willen bedrijven hebben steeds minder te zeggen in hun eigen medium. Nog onlangs kwam dat tot uiting in een botsing tussen de redactie van de NRC en het bedrijf NRC Media die het nieuwsbedrijf commercieel uitbaat over een artikel in een commerciële bijlage over de Krim door Munda de la Marre. De NRC-Ombudsman ontkende trouwens in een commentaar dat er vermenging bestaat van redactie en commercie, maar leek daarbij toch weg te kijken voor de macht van het bedrijfsleven die verder gaat dan de garantie van de journalistieke onafhankelijkheid.

NRC verschuilt zich in kwestie Demmink achter complexiteit

with 9 comments

nrcnaar1

Update 13 februari 2014: In het Katholiek Nieuwsblad beschuldigt Jan Poot de NRC van medewerking aan de Demmink-doofpot. Als voorafje van een opiniestuk dat morgen verschijnt. Poot verwijt de NRC een veel te passieve rol ingenomen te hebben in de kwestie Demmink. Hij vraagt de krant om te erkennen dat het gefaald heeft. Poot vermoedt dat de NRC en redacteur Marcel Haenen nog steeds deel uitmaken van een cover-up. Hij is door eigen bronnen binnen Justitie al gewaarschuwd voor de te verwachten desinformatie in de zaak Demmink. ‘Desinformatie die vermoedelijk via NRC en Marcel Haenen naar buiten zal worden gebracht.’

‘Dat is ook niet zo gek, want het ging om een baaierd van geruchten en anonieme beschuldigingen, versus herhaalde ontkenningen en onderzoek dat niets opleverde. Dan valt er weinig te melden, tenzij nieuwe feiten opduiken of de zaak – zoals nu is gebeurd – in een stroomversnelling raakt. Lezers zijn wel gevoelig voor het ‘verzwijgen’ van duistere zaken door de media, maar óók voor het opzetten van journalistieke ‘hetzes’.’ Aldus het commentaar vandaag  van een ombudsman in een landelijke krant.

Wat is hier het onderwerp? De NSA en Edward Snowden? De gaswinning in Slochteren? President Hollande en de breuk met de Franse ‘First Lady‘? De geaardheid van minister-president Rutte? Het kindermisbruik en de ontkenning ervan in de katholieke kerk? Het plagiaat in de sociale wetenschap? De rituelen bij de Mormonen?

Joris Demmink. De Ombudsman van de NRC wast z’n handen schoon.’Hebben de ‘gevestigde media’ zitten slapen?‘, vraagt Sjoerd de Jong retorisch. Om zichzelf het antwoord te geven als de slager die z’n eigen vlees keurt: ‘Nou, de krant hééft dus wel degelijk over de zaak geschreven, vanaf 2007 – maar inderdaad volgend, niet agenderend.’ Een kwalificatie die voor een kwaliteitskrant dodelijk zou zijn. Als die zichzelf serieus nam.

Wat is het verschil met de verhalen over de NSA en de samenwerking met Glenn Greenwald waar de NRC zo’n mooie sier mee maakte? Die trouwens opvallend tot stilstand zijn gekomen. Ook de verhalen over Edward Snowden en de NSA gingen over geruchten, anonieme beschuldigingen, ontkenningen en onderzoek dat niks opleverde. Totdat Edward Snowden zwart-op-wit met de feiten kwam die niet meer weggewimpeld konden worden. Daarbij haakte de NRC dankbaar aan. Maar als het over Demmink gaat ligt de lat blijkbaar hoger. Wacht even, is het niet de rol van serieuze journalistiek om zelf actief op onderzoek uit te gaan? Dat heeft de NRC in 10 jaar onvoldoende gedaan. En nu wringt de ombudsman zich in bochten om dat goed te praten.

Natuurlijk wordt er campagne tegen Demmink gevoerd. De Jong doet net alsof-ie de bron daarvan niet kent. Algemeen bekend is dat Jan Poot met z’n Chipshol-affaire. Volstrekt geen geheim. Het is geen schande als een nieuwsbron als de NRC het nieuws mist. Maar flauw is het om via een Ombudsman achteraf een gelijk te willen halen dat er niet is. De NRC heeft niet geïnvesteerd in de zaak Demmink. De rest is goedpraten. Sloom.

Foto: Hoofdredacteur Peter Vandermeersch bekijkt de eerste editie van NRC Handelsblad op tabloidformaat, 2011.