Onderzoeken over religie zijn een methodologische warboel. Minder dan helft van Britten kruist naar verwachting ‘christelijk’ aan in Britse volkstelling

Guardian graphic. Source: British Social Attitudes Survey (1983-2018)

Vandaag wordt in delen van het Verenigd Koninkrijk een volkstelling gehouden. Het vindt om de 10 jaar plaats. Schotland volgt vanwege COVID-19 in 2022. Er wordt ook een vraag over godsdienst gesteld. De verwachting is dat een kleine meerderheid van de Britse bevolking zal aangeven niet christelijk te zijn. Bij de vorige volkstelling in 2011 gaf 57,3% aan christelijk te zijn. Uit het British Social Attitudes (BSA) onderzoek uit 2018 blijkt dat zo’n 38% van de Britten verklaart christen te zijn. Dat is eeen aanzienlijk verschil in uitkomsten dat minder lijkt te zeggen over de demografische ontwikkeling van de Britse bevolking dan over de validiteit van de bevolkingsonderzoeken.

Een artikel in The Guardian onttrekt zich niet aan de methodologische verwarring door allerlei categorieën door elkaar heen te gebruiken. Want ‘niet christelijk’ en ‘niet religieus’ zijn geen exclusieve categorieën.

Ook wordt de vraagstelling van eerdere onderzoeken naar levensovertuiging bekritiseerd omdat het de zogenaamde ‘culturele christenen’ niet onderscheidt van belijdende christenen. Volgens recente kritiek van de Britse Humanisten leidt dat tot een te rooskleuring beeld van de christelijke aanhang. Het heeft onderzoek laten verrichten waaruit blijkt dat meer dan de helft van de mensen die verklaren christen te zijn niet of minder dan een maal per jaar een kerk bezoeken. Voor andere religies ligt dat percentage op 43%.

Hoe logisch is het dat deze grote minderheden van ‘culturele gelovigen’ binnen het christendom en andere godsdiensten aangeven tot betreffende godsdienst te behoren terwijl ze de regels van die godsdiensten niet volgen? Dat roept de vraag op tot op welk punt een geloof verwaterd kan worden om nog een geloof genoemd te kunnen worden en degene die zich erdoor laat inspireren een gelovige. Dat is financieel en economisch van belang omdat uit een volkstelling aspecten over planning, bouw van kerken en stedenbouw worden afgeleid.

De bovenstaande grafiek uit het BSA onderzoek is verwarrend en vertekenend omdat het allerlei categorieën door elkaar haalt: ’niet religieus’, ’Anglicaans’, ‘ander christelijk’, ‘katholiek’ en ’niet christelijk’. Die verwarring komt altijd terug in dit soort onderzoeken, ook van het Nederlandse CBS. De grootste groep ’niet religieus’ wordt niet onderverdeeld, terwijl dat voor christenen of religieus geïnspireerden van andere godsdiensten wel gebeurt. Dat heeft als gevolg dat mensen die ’niet religieus’ zijn zich in de vraagstelling lastiger kunnen identificeren.

In een commentaar naar aanleiding van het onderzoekReligie in Nederland’ van het CBS schreef ik in december 2020: ‘Afgemeten aan het Godsbeeld gelooft dus ruwweg tegen de 70% van de Nederlanders niet ondubbelzinnig in de God van de Nederlandse religie. Er gaapt een gat van ongeveer 15% met de berekening van het CBS als het zegt dat 54% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door religie. Met wat wordt dat gat gevuld? Met ‘culturele’ gelovigen die niet geloven? In dit onderzoek lopen allerlei categorieën, indelingen en begrippen door elkaar heen. Wat is nou de echte slotconclusie? Er valt aan deze sociologie van appels en peren met elkaar overlappende uitspraken geen touw vast te knopen. Het nadert het niveau van broddelwerk. De vraag die onderzoek en analyse van de cijfers vooral oproept is waarom het CBS geen goede methode heeft ontwikkeld om de sociologische ontwikkelingen goed te beschrijven, te onderscheiden en te duiden. Dat is het grote raadsel van dit onderzoek.’

Onzorgvuldige onderzoeken kunnen vehikels zijn om leugens te verspreiden. Vooral als het gaat over onderzoeken naar de levensovertuiging van mensen zijn de methodologische onzorgvuldigheden niet van de lucht. Dat hoeft geen moedwil te zijn van de onderzoekers, maar kan een gevolg zijn van het probleem om mensen over hun levensovertuiging een eerlijk antwoord af te dwingen. Wellicht is de ondervraagden onvoldoende uitgelegd wat de begrippen betekenen zodat ze er verschillende voorstellingen over hebben wat een geloof is. Wellicht zorgt hun cultureel conservatisme voor een maatschappelijk gewenst antwoord waarvan ze zelf weten dat het achterhaald is. Maar juist dan zou dat cijfer door statistisch onderzoek gecorrigeerd moeten worden. In zowel Nederland als het Verenigd Koninkrijk lijkt in statistieken over religieuze betrokkenheid en oriëntatie van mensen een vertekening van ongeveer 10 tot 15% te bestaan die de religieuze aanhang te hoog inschat.

CBS-onderzoek ‘Religie in Nederland’ is verwarrend. Het Humanistisch Verbond wordt gerekend tot ‘een andere christelijke geloofsgroep’

Het vandaag 18 december 2020 verschenen onderzoek ‘Religie In Nederland’ van het CBS naar de religieuze oriëntatie van de Nederlandse bevolking bevat weinig verrassends, maar zit vol met methodologische ruis.

De trend zet door dat een steeds groter deel van de bevolking zegt zich niet door religie te laten inspireren. Dat aandeel van ongebondenen groeit jaarlijks met 1 tot 2 procent. De cijfers gelden voor 2019 en toen verklaarde 54,1% van de Nederlanders ongebonden te zijn en zich niet tot een religieuze organisatie te rekenen. Of eigenlijk is het omgekeerd zoals uit het onderzoek blijkt als het zegt dat dat 45,9 procent van de bevolking zich in 2019 wel tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering rekent. Ook in dit soort statistieken worden ongebondenen beschouwd als een diapositief van gelovigen. Dat is de macht van een religieuze traditie die het onderzoek op de achtergrond stuurt. De onderzoekers lijken zich daar niet aan te kunnen onttrekken.

Onduidelijk is waarom het CBS ‘kerkelijke gezindte’ en ‘levensbeschouwelijke groepering’ als een categorie beschouwt. Met dat laatste bedoelt het 14 soorten christelijke gezindten. Opmerkelijk is dat naar de vraag naar een ‘andere christelijke gezindte’ waartoe zo’n 1,4% zich rekent ook het humanistisch verbond wordt genoemd. Is het humanistisch verbond volgens het CBS een christelijke gezindte? Zo neemt de begripsverwarring eerder toe dan af. Dat kan toch niet de opzet van dit onderzoek zijn? Het humanistisch verbond is naar eigen zeggen de officiële niet-godsdienstige levensbeschouwing in Nederland. Het is een onverklaarbare indeling van de onderzoekers om het humanistisch verbond te scharen onder de religieuze groepen. Of liever gezegd de levensbeschouwelijke groepen onder religie te scharen. Zo werkt het CBS er bewust aan mee om een deel van de bevolking dat zegt niet tot een religieuze groep te behoren in te delen bij dat deel van de bevolking dat zich rekent tot een godsdienst. Dat is dezelfde annexatie van orthodoxe christenen die het atheïsme een godsdienst noemen. Waarom doet het CBS dit? Alleen deze onregelmatigheid al doet twijfelen over de waarde van de cijfers en de serieusheid van dit onderzoek.

Het onderzoek wordt ronduit hilarisch als naar het geloof in God gevraagd wordt. Wat wordt hier bevraagd en wat kan hier eigenlijk methodisch geconcludeerd worden? Een derde van de bevolking gelooft niet in God en zo’n 24,6% gelooft zonder twijfel in God. De overige 42,2% neemt een tussenpositie in: agnost (14,8%), geloof in hogere macht (14%), twijfelend in God (7,1%) en soms wel, soms niet gelovend in God (6,3%). Interessant is dat 10% van de katholieken zegt niet in God te geloven. Wat voor geloof is dat, een katholicisme met een gat in het midden? Atheïsten (gelooft niet in God: 33,2%), agnosten  (weet niet of er een God is: 14,8%) en de niet-gelovers in God, maar wel in een hogere macht: 14%) tellen samen op tot 62% van de Nederlandse bevolking die niet in God gelooft of zegt niet te weten hoe men dat te weten moet komen. En daarbij zijn er nog de twijfelaars die soms wel en soms niet in God geloven (6,3%) of er wel in geloven, maar met twijfels (7,1%).

Afgemeten aan het Godsbeeld gelooft dus ruwweg tegen de 70% van de Nederlanders niet ondubbelzinnig in de God van de Nederlandse religie. Er gaapt een gat van ongeveer 15% met de berekening van het CBS als het zegt dat 54% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door religie. Met wat wordt dat gat gevuld? Met ‘culturele’ gelovigen die niet geloven? In dit onderzoek lopen allerlei categorieën, indelingen en begrippen door elkaar heen. Wat is nou de echte slotconclusie? Er valt aan deze sociologie van appels en peren met elkaar overlappende uitspraken geen touw vast te knopen. Het nadert het niveau van broddelwerk. De vraag die onderzoek en analyse van de cijfers vooral oproept is waarom het CBS geen goede methode heeft ontwikkeld om de sociologische ontwikkelingen goed te beschrijven, te onderscheiden en te duiden. Dat is het grote raadsel van dit onderzoek.

Foto: Schermafbeelding van deel persberichtMeerderheid Nederlandse bevolking behoort niet tot religieuze groep’ van het CBS, 18 december 2020.

Godallemachtig beschamend voor politiek én islam: oproep van het Humanistisch Verbond om zogenaamde niet-gelovigen te beschermen

Triest, zo’n lange arm van een godsdienst die tot in Nederland reikt. In elk geval tot in het hoofd van degenen die zich los willen maken van zo’n archaïsche godsdienst, maar die vrijheid ontzegd wordt. Hoe langer men hier over nadenkt, hoe krankzinniger het is. Gelovigen claimen voor zichzelf de vrijheid van godsdienst en krijgen die in Nederland omdat hier het secularisme iedereen die vrijheid geeft, maar gunnen hun naasten die vrijheid niet. Begrijpen deze gelovigen niet hoe tegenstrijdig dat is?

Vraag is interessant waarom dit in Nederland, en elders, zo mis is gegaan. Hoe komt het dat degenen die afstand nemen van een godsdienst en vervolgens bedreigd worden niet beter beschermd worden door de Nederlandse overheid. Vraag is of dit heeft te maken met het Nederlands overheidsbeleid dat eruit bestaat (of bestond?) om de meest orthodoxe, want best georganiseerde islamitische groeperingen financieel en anderszins te steunen. Ten koste van de sociaal-democratische, liberale, atheïstische en nihilistische groepen van mensen uit islamitische herkomstlanden.

Het is begrijpelijk dat het CDA (of daarvoor de fusiepartijen KVP, ARP en CHU) dit beleid van overcompensatie van de orthodoxe islam steunden vanwege de religieuze invalshoek, maar onbegrijpelijk blijft waarom PvdA en VVD hier in de laatste decennia van de 20ste eeuw in meegingen. Wat bezielde deze niet religieuze partijen om tijdens het afbreken van hun eigen zuil zich ertoe te lenen om een orthodox-conservatieve islamitische zuil op te helpen bouwen? Ze hebben de moslims die los wilden komen van hun geloof in de steek gelaten en gehinderd in hun emancipatie. Met als gevolg het toegenomen zelfvertrouwen en de brutaliteit van de orthodoxe islam in Nederland die zich tientallen jaren gesteund wist door de Nederlandse overheid en zich sterk heeft kunnen maken. Dat straalt nog steeds af op moslims die islamverlaters bedreigen.

Het is idioot en beschamend dat het nodig is dat het Humanistisch Verbond 50 jaar na het begin van de grootschalige emigratie naar Nederland een campagne moet beginnen die zegt: ‘Roep de politiek op om niet-gelovigen te beschermen’. Trouwens de term ’niet-gelovigen’ is ongelukkig gekozen omdat mensen aan het geloof waar ze afstand van willen nemen verbonden blijven. Het Humanistisch Verbond moet eens beter nadenken over dit taalgebruik dat verre van neutraal is. Maar de vraag blijft, waarom hebben de Nederlandse politieke partijen dit zo naïef aangepakt, zodat de gevolgen in 2020 nog negatief naijlen?

Hebben deze politieke partijen ooit spijt betoogd over dit beschamende, foute beleid van ooit? Het is de hoogste tijd dat ze in het openbaar spijt betuigen en proberen te corrigeren wat ze in het verleden fout hebben gedaan.

Boris van der Ham over humanisme, islam, vrijdenken en godslastering

Voorzitter van het Humanistisch Verbond Boris van der Ham bij Café Weltschmerz over vrijdenken, religie en godslastering. En over een religieus reveil in landen die religie gebruiken om andersdenkenden in hun eigen landen door druk in het gareel te houden. Van der Ham roept op om ook in VN-verband weerstand te bieden aan de vooral islamitische landen die de burgerrechten onder druk zetten. Een pleidooi dat godzijdank niet op Nederland gericht is, maar des te meer op landen waar vrijheid, vrijdenken, godslastering en vrijheid van godsdienst geen vanzelfsprekendheid zijn. Een pleidooi in Café Weltschmerz over universele waarden waar overheden in diverse landen op andere continenten een loopje mee nemen. Hier gelden Europese waarden.

Christelijke organisaties weten niet goed te reageren op het einde van hun voorkeurspositie

nd

Het christelijke nederlands dagblad zegt zich flink te irriteren aan wat het ‘seculiere opiniemakers’ noemt om hun vermeend gebrek aan nuance. Deze opiniemakers zouden religie als bron van ellende en conflicten zien. Dat kan een christelijk geïnspireerd medium allicht niet over zijn kant laten gaan. Het zoekt de tegenaanval.

In de tegenaanval stapelen christelijke opiniemakers fout op fout. Om te beginnen wordt het begrip seculier verkeerd weergegeven. Of dat bewust gebeurt om te kunnen overdrijven is hier de vraag, maar dit verkeerde gebruik komt vaak voor in vooral conservatief-christelijke kringen om een tegenstelling te suggereren die er niet is. Christelijke politici demoniseren graag het secularisme. Feitelijk wordt met seculier een aanhanger van het secularisme bedoelt. Dat is een stroming die niet kiest voor het atheïsme of het vrijzinnig humanisme of tegen religie, maar het is ‘een politieke filosofie die verzekert dat iemand nooit onderworpen zal worden aan religie. Zodat die religie een individu door de strot geduwd wordt.Jacques Berlinerblau legt het uit.

Het secularisme is geen vijand van religie, maar juist een vriend van de gelovige en garandeert het bestaan van een breed spectrum aan religies en levensovertuigingen waaruit het individu in vrijheid kan kiezen. Alleen, het secularisme wil de voorkeurspositie die het christendom in vele landen zoals Nederland nog steeds heeft gelijktrekken met maatschappelijk minder machtige religies en levensovertuigingen. Dat steekt die christenen die afgelopen jaren hun machtspositie hebben zien afkalven en dat proces betreuren. Omdat het gevestigde christendom die voorkeurspositie niet op wil geven probeert het die gelijkschakeling met andere politiek-culturele organisaties in de sector religie/levensovertuiging via een omweg te vertragen door het secularisme verdacht te maken. Het kiest voor de eigen machtspositie ten koste van de keuzevrijheid voor de gelovigen.

De oproep van het nederlands dagblad om graag wat bescheidener te zijn over religie en terreur is vergund, maar gezien hun dominantie van het Nederlandse publieke debat in de afgelopen eeuwen zijn christelijke organisaties nu niet direct degenen die het meeste recht van spreken hebben. Ook in de opinievorming speelt mee dat de christenen hun voorkeurspositie hebben verloren en nog niet goed weten hoe ze daar het best op kunnen reageren. In plaats van het secularisme te omarmen dat garantie van bestaansrecht en bescherming biedt zetten ze zich schrap omdat ze vrezen weggespoeld te worden en bijten in de hand van het secularisme dat de beste reddingsboei is voor een in belang, volume en zelfvertrouwen afnemend christendom.

Tekenend voor het einde aan de vanzelfsprekende dominantie van de christenen in de maatschappij en het publieke debat is onderstaande schermafbeelding van een aankondiging voor een radioprogramma op het ‘neutrale’ NPO1. Tien jaar geleden nog ondenkbaar. Het gaat er niet om of de vraag positief beantwoord moet worden of de wereld beter af is zonder religie. Dat verschilt van persoon tot persoon. Dat de vraag gesteld wordt maakt het verschil en brengt christelijke media als het nederlands dagblad in de kramp van de krimp.

npo

Foto 1: Schermafbeelding van aankondiging artikel ‘Graag wat bescheidener over religie en terreur’ in het nederlands dagblad, 2 januari 2016.

Foto 2: Schermafbeelding van aankondiging radioprogramma op NPO1Is de wereld beter af zonder religie?’, 1 januari 2016.

Media: Religieus of levensbeschouwelijk manifest in Rotterdam?

man

Er is iets opmerkelijks aan de hand met de presentatie van het Rotterdamse manifest tegen uitsluiting en haat. In de media klinken verschillende geluiden. Soms wordt uitgemeten dat het breed is ondertekend door ‘tientallen leiders en vertegenwoordigers van de diverse religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen in Rotterdam’ (Christelijk Nieuws). Soms wordt uitsluitend naar religieuze instellingen gewezen: ‘een manifest dat dinsdag door tientallen religieuze leiders in de stad is ondertekend’ (Nederlands Dagblad) of ‘Een breed scala aan geloofsgemeenschappen, waaronder de Joodse Gemeente, heeft gisteren een manifest getekend’ (NIK) . En soms staat er in de kop ‘Religieuze groepen in Rotterdam keren zich tegen haat’ wat anders dan in de tekst ‘Tientallen vertegenwoordigers van religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen’ (RD).

Zo resteert een tegenstrijdig beeld  over de achtergrond van het manifest. Maar die verwarring is begrijpelijk, want behalve het Humanistisch Verbond betreft het uitsluitend religieuze organisaties. De ondertekenaars zijn 29 religieus geïnspireerde instellingen tegenover die ene ‘levensbeschouwelijke’ instelling. Zodat het de vraag is of er wel gesproken kan worden van ‘levensbeschouwelijke gemeenschappen’ als alleen het Humanistisch Verbond betrokken is, en andere levensbeschouwelijke gemeenschappen ontbreken.

Da’s niet alleen een gemiste, maar ook een wat overbodige kans in een land dat meer atheïsten dan gelovigen telt, zoals blijkt uit een recent onderzoek van Ipsos, politicoloog André Krouwel en godsdienstpsycholoog Joke van Saane van de Vrije Universiteit in opdracht van Trouw. Niet te verwachten valt dat dat in Rotterdam anders is. En 63 procent overigens denkt dat religie meer kwaad dan goeds brengt. Het is goed mogelijk dat genoemde religieuze organisaties dat ook van zichzelf denken en daarom het manifest hebben opgesteld.

tr

Omdat ze vinden dat ze zelf voor de meeste problemen zorgen en het nodig achten om hun gelovigen via het manifest nogmaals te wijzen op de werking van de rechtsstaat. Wie namens wie spreekt maakt het complex. Voor de duidelijkheid was het beter geweest als het Humanistisch Verbond z’n naam er niet aan had geleend.

Foto 1: Schermafbeelding van manifest en ondertekenaars uit Christelijke Nieuws, 21 januari 2015.

Foto 2: Artikel ‘Ongelovigen halen de gelovigen in’ met grafiek in Trouw, 16 januari 2015.

Teken voor Vrijheid en tegen het verbod op de godslastering

HV

Een kamermeerderheid spreekt zich deze week naar verwachting uit voor het schrappen van het verbod op de godslastering. Voorzitter van het Humanistisch Verbond Boris van der Ham schetst in een opinieartikel in De Volkskrant de totstandkoming van dat artikel: ‘Schrap godslasteringverbod, want op vrijheid van mening moet niet worden ingeboet’. Van der Ham karakteriseert de Nederlandse politiek hierover als onverschillig.

Het venijn zit in het buitenland. Daar kunnen de gevolgen levensbedreigend zijn voor christenen, atheïsten of humanisten. Of moslims van de ‘verkeerde’ stroming. Daar kan de wet op de godslastering misbruikt worden om andersdenkenden in bloed te smoren. En de burgerrechten in te perken. Zo is actie geboden tegen de Organization of Islamic Cooperation: ‘Westerse landen, humanisten en zelfs kerkorganisaties verzetten zich tegen hun oproep, omdat zij vrezen dat hun pleidooi juist alle andersdenkenden wil bestrijden‘.

De waarheid is dat het secularisme geen vijand, maar juist een vriend van religie is. Vrijdenkers zijn niet anti-klerikaal. In de seculiere samenleving is meer ruimte voor meer religies dan in de talrijke landen waar de kerkelijke en wereldse macht samenspannen om een bepaalde religie tot staatsgodsdienst te maken. Omdat het secularisme samengaat met de open samenleving en een publiek debat waar de beste argumenten tellen is het gewenst dat elke kritiek op religies of levensovertuigingen mogelijk is. Niets of niemand staat boven de wet. Pas achteraf kan bepaald worden welke uitingen met de wet in de hand bestraft kunnen worden.

Het Humanistisch Verbond is de actie ‘Teken voor Vrijheid‘ gestart. Samen met de International Humanist and Ethical Union dat in december 2012 het rapport ‘Freedom of Thought 2012; A Global Report on Discrimination Against Humanists, Atheists and the Nonreligious‘ presenteerde. Teken hier de petitie voor vrijheid.

Foto: Schermafbeelding van actie Teken voor Vrijheid‘ van het Humanistisch Verbond. 20 maart 2013.

Vrijzinnige Van der Ham voorzitter Humanistisch Verbond

Boris van der Ham is de nieuwe voorzitter van het Humanistisch Verbond. In september moest de D66-er de kamer verlaten en werd opgevolgd door Vera Bergkamp. Van der Ham gaat de strijd met de onverschilligheid aan, als ‘misschien wel de grootste vijand van de Nederlandse vrijheid en het verkeerde voorbeeld‘.

Hij is de juiste persoon om het humanisme zelfbewustzijn bij te brengen en weg te voeren van pseudo-religie: ‘Het humanisme is in potentie de grootste levensbeschouwelijke stroming van Nederland, en verbindt onder meer atheïsten, agnosten en vrijzinnigen.’ Hij verzette zich als christenen of moslims hun waarden aan anderen wilden opleggen, zoals bij medisch-ethische kwesties, weigerambtenaren en homodiscriminatie in het bijzonder onderwijs. En: ‘Er is een groeiende behoefte aan seculiere vormen van levensbeschouwing, nu ruim de helft van Nederland niet meer kerkelijk is. Dat geldt zeker voor persoonlijke levensvragen‘, zo zei hij.

Als volbloed politicus van sociaal-liberale snit lijkt Van der Ham in zijn uitingen teleurgesteld in de kracht van de vrijzinnige politiek die zich telkens de kaas van het brood laat eten door de grotere politieke stromingen waarvoor vrijzinnigheid of wisselgeld (sociaal-democratie, liberalisme) of vloeken in de kerk is (christen-democratie). Deze koude kermis van de vrijzinnige politiek is iets dat Van der Ham in zijn onbezoldigde functie kan proberen te veranderen. Via de omweg van een maatschappelijke organisatie die ver van de politiek staat. Voorwaarde daartoe is bewustwording en einddoel is de hergroepering van de vrijzinnigen in de politiek. Van der Ham is politicus genoeg om die doelstelling vol zelfbewustzijn in het oog te houden.

Foto: Logo Happyman