George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Ethiek

Conservatieve, mannelijke, witte evangelicals zijn schijnheilig door Trump te steunen. Maar zo hebben ze de kern van de macht bereikt

with 3 comments

De Democratische presidentskandidaat Pete Buttigieg trok afgelopen weekend het geloof in God van president Trump in twijfel. Ook bekritiseerde hij de schijnheiligheid van Trumps evangelische supporters. Op de FB-pagina van Christian Headlines bij het artikelEvangelicals Are Hypocrites for Supporting Trump, Democratic Candidate Says’ plaatste ik onderstaande reactie. Zie hieronder bij reacties voor de Nederlandse vertaling.

The mistake that American politicians make is that they mix church and state. This is not the case in Western European countries. Some politicians there are religious, but they keep that to themselves and they don’t use it as marketing in their political career.

You could only wonder why American politicians are so explicitly showing off their beliefs. Why do they think that is necessary? What kind of mechanism is at work here?

This makes it difficult to criticize President Trump’s religion. Because he has the right to practice his personal faith. It is not decent to criticize this in the public domain because the personal faith belongs to the personal domain.

The condition for criticism is that a politician does not explicitly use his personal faith – or whatever goes for it – for political goals. Because then it ceases to belong to the personal domain and passes to the political domain. In that case, political opponents can say something about it in public.

President Trump clearly seems to have crossed this border. His background and testimony gives no reason to assume that he has a deep personal faith. Let alone that he wants to keep that for himself and his family. For political and electoral purposes, he expresses a picture of faith and Christian conviction with which he provokes a reaction.

President Trump may therefore be criticized for political reasons for marketing his religious beliefs.

On top of that comes the responsibility of the believers themselves. Just as Muslims in Islam nations are asked to speak out about Islamist fundamentalists who hijack Islam, the same can be asked of Christians in the US if it appears that Christian fundamentalists and evangelicals with Trump as political foreman hijack their faith.

That is the case in the US. The Christian faith has been hijacked by Trump and the racicals who use it for their populist, nationalist and conservative agenda. Critics as religious scientist Reza Aslan even speak of a cult led by guru Trump in which all balance, opposing power and dialogue have been silenced.

With the caveat that within the same election cycle these white, masculine, conservative evangelicals were first the group that it was most likely would claim that a politician’s ethics mattered, whereas this is now the group that is most likely to it says the ethics of a politician does not matter.

It depends on the personal circumstances, the political color and the personal ambition and courage how a Christian responds to the hijacking of his faith by Trump and the white, conservative, male evangelicals. These religious leaders usually lead major religious, commercial organizations whose main goal is to make a profit. They are not only politically and “mentally” linked to Trump, but also economically.

Pete Buttigieg himself has a long background as a professing Anglican who is a member of the Episcopal Church. It is indicative of the low level of American politics and the unwanted expansion of the faith into the public domain that a debate is emerging about this. It is unclear whether Buttigieg responds to Trump and the evangelicals because of his political ambitions or because of his own personal faith.

But it doesn’t really matter. That Buttigieg reacts is defensible. It cannot be that Trump can address anyone to belief or conviction and, for political-electoral reasons, knows how to win over white, conservative evangelicals with impunity. Without getting any response in the public domain. When Trump externalizes his faith, he evokes the reaction about himself and his evangelical sycophants.

It is high time for US Christians to reclaim their faith from the hands of the would-be believers who hijacked it for political and commercial purposes. Without a response, they hand over their faith to the modern Philistines.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEvangelicals Are Hypocrites for Supporting Trump, Democratic Candidate Says’ van Michael Foust op Christian Headlines, 8 april 2019.

Advertenties

David Cay Johnston: Allerbelangrijkste dat onderzoeken zouden moeten uitwijzen is hoeveel geld Trump van het Kremlin kreeg

with 4 comments

Het volgende scenario ontrolt zich in de VS voor 2019 en 2020. President Trump zit in de laatste twee jaar van zijn eerste termijn. In november 2020 zijn de volgende presidentsverkiezingen. De kandidaten van beide grote partijen zijn nog niet aangewezen. Trump krijgt op dit moment voor het eerst te maken met onderzoeken die de financiële handel en wandel van zijn organisatie doorlichten. De verwachting is dat er maffia-achtige onregelmatigheden aan het licht zullen komen. Zoals witwasschema’s en doorsluizen van Russisch geld via Deutsche Bank of bankfraude en belastingontduiking. Ontmanteling van Trumps organisatie kan het resultaat zijn. Dat zijn van de ene kant onderzoeken in staten zoals New York die vanuit het Witte Huis niet zijn te stoppen en onderzoeken door commissies in het Huis van Afgevaardigden die onder Democratisch voorzitterschap staan waarvoor hetzelfde geldt. In het Huis heeft de Democratische voorzitter Nancy Pelosi afgelopen dagen verklaard dat ze niet voor een afzetting (impeachment) van Trump is, omdat hij de moeite niet waard is. Achterliggende gedachte is dat een Republikeinse meerderheid in de Senaat hiermee niet zal instemmen. Zo neemt Pelosi afstand van Trumps beeldvorming zodat hij zich niet als slachtoffer kan afbeelden en laat ze de onderzoeken het werk doen. Tevens probeert ze de heethoofden in haar partij te neutraliseren die Trump frontaal aan willen vallen, maar daarmee precies zijn agenda dienen. Het wachten is nu op de uitkomsten van de onderzoeken en de bekendmaking van Trumps crimineel handelen dat ook de Republikeinen in Huis en Senaat te erg vinden, mede omdat het hun kansen in de verkiezingen van 2020 zal schaden. Het wachten de komende tijd is op het doorprikken en leeglopen van de cult van Donald Trump.

Michael Rakowitz doet niet mee aan Whitney Biennial vanwege wapenfabrikant Warren Kanders van Safariland

with 5 comments

Wat hebben een museum voor Amerikaanse kunst en een bedrijf dat wapens verkoopt met elkaar te maken? Alles of niets. Het museum is het Whitney Museum of American Art in New York en het bedrijf is Safariland met een hoofdvestiging in Jacksonville, Florida. Eigenaar en directeur van Safariland is Warren Kanders. Hij is ook vice-voorzitter van het Whitney Museum zoals onderstaande afbeelding van de Raad van Toezicht toont:

Kanders is controversieel zoals ook de Democratische senator en presidentskandidaat voor 2020 Cory Booker eind 2018 ondervond toen bleek dat hij net als vele andere politici geld had aangenomen van Kanders. In de progressieve pers kreeg hij daarvoor kritiek. Hiermee wordt het idee ondersteund dat Big money politici koopt en daarvoor een tegenprestatie verwacht. Dit roept ook de vraag op waar culturele instellingen de grens leggen in het accepteren van financiën en de samenwerking met bedrijven en personen. Welke ethische code volgen ze? Werken ze samen met criminelen? Tabaksfabrikanten? Wapenhandelaars? Pornobazen? Vervuilende bedrijven? Autoritaire regimes zoals Saoedi-Arabië? En als ze dat doen, hoe verantwoorden ze dat dan?

Aanleiding voor deze overweging is de weigering van de kunstenaar Michael Rakowitz om deel te nemen aan de 2019 Whitney Biennial, die samengesteld wordt door Rujeko Hockley en Jane Panetta en op 17 mei opent. Maar dus zonder Michael Rakowitz die zich terugtrekt vanwege Kanders’ rol in de Raad van Toezicht in het Whitney Museum. Volgens een bericht van 25 februari 2019 in de New York Times heeft Rakowitz dit in een brief van 18 december 2018 aangekondigd. Dat is enkele weken na de negatieve publiciteit over Cory Booker.

Wat is de moraal van het verhaal? Welnu, dat culturele instellingen zoals musea niet zomaar uit controversiële bronnen geld kunnen accepteren. En als ze dat toch doen, dan kunstenaars in actie kunnen komen. Vaak zijn het de uitzonderingen die ruggengraat tonen, maar dat is nu eenmaal de realiteit. Principes zijn niet voor iedereen weggelegd. Kunstenaars zijn geen uitzondering op deze wrange constatering. Echter, wie beweert autonoom te opereren als kunstenaar zal daar in de praktijk naar moeten leven om geloofwaardig te zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel paginaAbout Us’ van de Safariland Group.

Foto 2: Schermafbeelding van overzicht Board of Trustees (stand 5 november 2018) van het Whitney Museum of American Art.

Voor stabiliteit van Nederland is het gewenst dat de verkoop van kunst uit nationaal bezit door Oranjes stopt. Wat doet de politiek?

leave a comment »

Het zijn geen radicale gekkies die kritiek uiten op het handelen van prinses Christina. Zij is lid van de koninklijke familie. Het zijn gevestigde burgers zoals museumdirecteuren, de Vereniging Rembrandt of een kunsthandelaar als Bob Haboldt die kritiek hebben op de verkoop van kunstvoorwerpen door Christina op een veiling bij Sotheby’s in New York. Als vanouds is de steun voor de monarchie het grootst bij het volk, maar lijkt dat de afgelopen jaren vervangen te zijn door een progressieve elite die de retoriek van het nieuwe koningspaar volgt. Dat is flinterdunne steun die sterk zou kunnen afnemen als de progressieve elite beseft dat Máxima zich altijd heeft geïdentificeerd met rechts-extremistische personages als priester Rafael Braun en de beeldvorming over de Oranjes valse elementen bevat. De uitverkoop van kunst door leden van de koninklijke familie om te kunnen voorzien in een luxe levensstijl lijkt geen aanbeveling om de steun van een progressieve elite te behouden. Het volk dat geen goed woord over heeft voor een koningshuis dat in haar kosmopolitisme is losgezongen van Nederland zal zich vermoedelijk niet storen aan de verkoop van kunst uit Nederlands kunstbezit, maar wel aan het eigenbelang van een koninklijke familie die zich niets aantrekt van Nederland.

Critici uit de kunstsector houden zich aantoonbaar in, maar hebben geen goed woord over voor Christina’s gedrag dat op zichzelf gericht is en niet op de Nederlandse samenleving. Dat straalt negatief af op de Nederlandse monarchie. Vooral omdat de verkoop niet op zichzelf staat en leden van de koninklijke familie of het koninklijk huis recent eerder kunst die deel uitmaakte van het Nederlands kunstbezit om commerciele redenen hebben verpatst. Aan de fundamentele vraag of het in deze gevallen om privébezit gaat of om nationaal bezit dat op oneigenlijke en bewust onduidelijk gehouden redenen in het bezit van de koninklijke familie is gekomen durven politieke partijen en de maatschappelijke elite niet hun handen te branden.

Zo resteert op dit moment een tussenpositie. Het koninklijk huis en de koninklijke familie reageren in het openbaar niet op maatschappelijke kritiek. En de kritiek houdt zich vanwege twee redenen in. Om de macht van de Oranjes niet te trotseren en om geen politieke en maatschappelijke effecten in gang te zetten die niet meer te stoppen zijn en munitie geeft aan de opkomst van nationalisten, gele hesjes en rechts-populisten.

Voor de stabiliteit van Nederland zou het verstandig zijn dat zich gevallen zoals de verkoop van kunstbezit (waarover ook twijfels bestaan over herkomst en verwerving) door Christina nooit meer voordoen. Dat kan op twee manieren. Door het instellen van een adviserende ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijk Huis‘ dat door (kunst)historisch onderzoek uitpluist of de toeschrijving van het kunstbezit van de koninklijke familie juridisch terecht is. Zo niet, dan dient het eigendom van de kunst zonder compensatie voor de koninklijke familie aan de Nederlandse staat toegeschreven te worden. En door het ondertekenen van een convenant waarbij alle leden van de koninklijke familie zich verplichten om hun kunstbezit dat van nationaal belang is niet eenzijdig en buiten overleg met de Nederlandse museumsector te laten veilen op de commerciële markt.

Geldzucht en kunstzinnig gebrek karakteriseren Oranjes. Oproep voor instelling ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’

with 3 comments

Naast gebrek aan culturele belangstelling is geldzucht de tweede zwakke plek van de Nederlandse koninklijke familie. Om niet te zeggen een smet op het blazoen dat het zelf graag opgepoetst ziet. Het is tijd voor twee debatten die met elkaar verband houden. Namelijk de vraag of de uiterste houdbaarheidsdatum van de Nederlandse monarchie is bereikt en of zo’n instituut nog wel bij de huidige tijd past. Inclusief het principe van erfopvolging dat haaks op dat van de democratie staat. De monarchie is een ondemocratisch instituut. Daar zou een breed maatschappelijk debat over gevoerd moeten worden waarbij opgelet moet worden dat de Oranje-propaganda via bevriende media niet dat debat naar zich toetrekt zoals tot nu toe gebeurt. Ik ben nog steeds verbaasd over alle journalistieke hielenlikkers, jaknikkers en hermelijnvlooien die bij de troonsafstand van toenmalig koningin Beatrix in 2013 haar bewierookten. Gemeten steun voor de monarchie bedraagt 68%.

Een bijkomende vraag is hoe en wanneer de kunst, bezittingen en het vermogen dat de koninklijke familie beheert in de administratie van de koninklijke familie is gekomen en welk deel een bruikleen van die staat is. Het is nu de hoogste tijd dat over het werkelijke eigendom duidelijkheid ontstaat. Om dat voor de kunst te onderzoek pleitte ik in een commentaar onlangs voor een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ met de volgende motivatie: ‘De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis of de koninklijke familie in bredere zin. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat. Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politiek heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor of geïntimideerd door het staatshoofd.’

Arjen Ribbens van NRC is in deze kwestie gedoken en onthult in een artikel van 24 januari dat de Oranjes in stilte kunst verkochten aan het Rijk. Daar is door de politiek nooit ruchtbaarheid aan gegeven. NRC: ‘De overheid kocht de cultuurgoederen om te voorkomen dat de koninklijke familie ze aan derden zou verkopen.’ Dit is een voor de Nederlandse koninklijke familie beschamend en beschadigend feit. Eruit blijkt namelijk dat geldzucht en zelfverrijking van leden van de koninklijke familie haaks staan op het algemeen belang van Nederland. Zoals Ribbens in onderstaand citaat constateert gaat het hier niet om een toevallig incident, maar om een stelselmatige situatie gedurende vele jaren waarbij verschillende leden van de koninklijke familie betrokken zijn. Het lijkt de leden van de koninklijke familie vooral te ontbreken aan een gezonde mentaliteit.

Wat te doen in een sfeer waarin politieke partijen beschroomd, om niet te zeggen doodsbenauwd zijn in hun omgang met de Oranjes en de gevestigde media welhaast als gelijkgeschakeld kunnen worden beschouwd in hun lofzang op het koninklijk huis? Mede omdat nu een geloofwaardige republikeinse factie ontbreekt en de vrees voor het rechts-populisme mogelijke critici doet zwijgen. Er valt door nalatigheid en het bederf van politiek en media wat de monarchie betreft op dit moment geen eerlijk en open debat te verwachten over de rol van de monarchie, en in het verlengde daarvan over bezittingen die het ten onrechte heeft geconfisqueerd en te gelde heeft gemaakt. Arjen Ribbens en NRC zijn trouwens de uitzondering op de regel. Dat geeft hoop dat dit debat ooit volwassen en evenwichtig zal worden kunnen gevoerd. De twee aspecten, namelijk het (kunst)bezit van de koninklijke familie en de levensvatbaarheid van de monarchie lijken elkaar te beïnvloeden.

Het is op dit moment zo dat kritiek op de monarchie vanuit de middenpartijen niet frontaal wordt geuit omdat dit door de machtspositie van de monarchale groeperingen zo goed als vruchteloos is, maar dat de kritiek het onrechtmatig kunstbezit, het ontzamelen en de schraapzucht van diverse leden van de koninklijke familie zou kunnen aangrijpen om een nieuw, zijdelings front van kritiek tegen de monarchie te openen. Als dat leidt tot het instellen van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ dan dient dat een drieledig doel: er komt duidelijkheid over wantoestanden die leden van de koninklijke familie hebben veroorzaakt; Nederlands kunstbezit wordt beter beschermd en onder het beheer van de Nederlandse Staat gebracht; de bewustwording over de wezenlijke rol van de monarchie wordt verdiept en verscherpt en geeft media en politiek de ruimte om afstand te nemen en onafhankelijker én zelfbewuster van de lange arm van de Oranjes te functioneren.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOranjes verkochten in stilte kunst aan Rijk’ in AD, 25 januari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelOranjes verkochten in stilte kunst aan Rijk’ van Arjen Ribbens in NRC, 24 januari 2019.

Is de politiek bereid om instelling van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ serieus te overwegen?

with 6 comments

Mijn reactie bij het item ‘Musea balen: kunst Koninklijk Huis gaat naar veiling’ op het YouTube-kanaal van Nieuwsuur. Het is trouwens een kwestie van perspectief of deze titel juist is. Want de vermeende verkoper van de kunst, te weten prinses Christina is wel lid van de koninklijke familie, maar sinds 1975 niet meer van het koninklijk huis. Als dit kunstbezit echter wordt beredeneerd vanuit de logica dat het door overerving niet doorgegeven is aan diverse leden van de koninklijke familie, maar nog steeds als langdurige bruikleen wordt beheerd door het koninklijk huis, dan is de titel wel juist:

De samenleving dient actie te ondernemen om duidelijkheid te krijgen over de rechtmatigheid van de kunst die in het bezit van leden van de Nederlandse koninklijke familie is. Nu bestaat daarover vaagheid. Door een (kunst)historische en juridische inventarisatie kan gereconstrueerd worden hoe de verwerving is verlopen. Bijvoorbeeld in de 19de eeuw ten tijde van Koning Willem II toen kunstwerken werden betaald vanuit de staatskas, maar in het bezit van de koninklijke familie kwamen. Door overerving is de duidelijkheid over de herkomst verder vertroebeld. De met steun van de staat verworven werken dienen teruggeven te worden aan de Nederlandse staat.  Zo kunnen rechtmatig en onrechtmatig bezit onderscheiden worden. Als het koninklijk huis hieraan meewerkt, dan kan het het eigen draagvlak versterken. Door deze kwestie dreigt die sterk onder druk te worden gezet.

Ik pleit voor het instellen van een Restitutiecommissie. Vergelijking met nazi-roofkunst uit voornamelijk Joods kunstbezit dringt zit op. Een Restitutiecommissie werd daartoe in 1997 opgericht om te adviseren over de rechtmatigheid van claims. Nodig is een op een dezelfde wijze werkzame Restitutiecommissie over het kunstbezit van de koninklijke familie. De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis of de koninklijke familie in bredere zin. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat.

Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politiek heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor of geïntimideerd door het staatshoofd. Hopelijk durft een nieuwe generatie politici die zich bekommert om Nederlands kunstbezit door te pakken om een weeffout te herstellen van met staatsgeld aangekochte kunst die in een privécollectie is verdwenen.

Het probleem is dat de politieke partijen niet durven in te gaan tegen het koninklijk huis. Daar wijst ook de reactie op van premier Rutte die vandaag in het openbaar het voornemen van de koninklijke familie steunt om kunst uit het Nederlands kunstbezit te verkopen. Waaronder de genoemde tekening van Rubens. Rutte meent dat de Oranjes dit juridisch mogen doen omdat verkoop een privézaak zou zijn. Maar dit is nog maar helemaal de vraag die juist onderzocht dient te worden. En nooit systematisch is onderzocht. Want zolang er onduidelijkheden over de herkomst van bepaalde werken bestaat is het de vraag of het in alle gevallen een privézaak betreft, of een zaak van algemeen belang.

In elk geval gaat het hier om een ethische kwestie zoals politiek commentator van RTL Nieuws Frits Wester aangeeft: ‘Maar de vraag is gerechtvaardigd of de Oranjes, een door de belastingbetaler zwaar gesubsidieerd instituut, niet de morele plicht hebben om nationaal erfgoed dat zij bezitten eerst aan Nederlandse musea moeten aanbieden. En volgens mij moet het antwoord op die vraag volmondig ja zijn.’

Kortom, twee zaken zijn nodig. Voor de korte termijn opschorting van verkoop omdat hoogwaardige kunstobjecten uit de collectie van de Nederlandse koninklijke familie naar het buitenland dreigen te verdwijnen. Dat is ongewenst. Voor de langere termijn de instelling van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ die onderzoekt en adviseert welke kunstwerken die nu in het bezit van de koninklijke familie zijn vanwege ontbrekende rechtmatigheid teruggeven dienen te worden aan de Nederlandse staat.

Dommering schiet in de derde helft van kwestie-Ruf zijn opinie richting gemeentebestuur. Met welke organisatie en ambitieniveau?

with 2 comments

Kunstliefhebber en jurist Egbert Dommering geeft opnieuw zijn opinie in Het Parool over het Stedelijk Museum. Dat nieuwsmedium dat de medestanders van Ruf een podium biedt, zich pro-Ruf opstelt en op een gegeven moment zelfs in een proxy-oorlog met het Ruf-kritische NRC verzeilde. Dommering gaf eerder zijn opinie op 4 juni 2018. Een stuk vol aannames en lacunes, ondersteunend bewijs, maar geen ‘smoking gun’. Opnieuw richt hij zijn pijlen op het Amsterdamse gemeentebestuur dat hij beticht van machtsmisbruik.

Dommering herhaalt opnieuw de Parool-waarheid dat in juni 2018 de commissie-Eisma Ruf in een rapport van blaam gezuiverd heeft. Het valt te betwijfelen of dat klopt. Hij hanteert hierbij een eng-juridische opvatting en laat de ethiek buiten beschouwing. Want hoe kan het anders uitgelegd worden dat Ruf van de Zwitserse uitgeverij Ringnier tijdens haar dienstverband bij het Stedelijk een bonus van 1 miljoen Zwitserse francs kreeg en ook nog neveninkomsten van meer dan 100.000 euro per jaar? Waar waren in die jaren de toezichthouders die ongemakkelijke vragen stelden aan de directie? Zagen directie en Raad van Toezicht niet gewoon elkaars fouten door de vingers om voor zichzelf meer ruimte te bemachtigen? Dat is niet van blaam gezuiverd zijn, dat is verwijtbaar gedrag en aangewende passiviteit door de instructies bewust te negeren.

Dommering maakt het deze keer nog bonter omdat hij zichzelf luid en duidelijk tegenspreekt door uit een langlopende ontwikkeling de actualiteit te laten volgen. Van de ene kant vraagt hij zich terecht af wat het toch is waardoor het Stedelijk hapert (‘Hoe komt het dat de staf zich telkens tegen de artistieke directeur opstelt? Zit het artistiek-commerciële management wel goed in elkaar?’), maar van de andere kant keert hij zich opnieuw tegen het gemeentebestuur en lijkt een lans te willen breken voor de sponsors en geldgevers.

Vooral dat laatste is mal. Dommering weet toch dat het vooral de coterie van multimiljonairs in de Raad van Toezicht en de sponsors in de directe omgeving daarvan is geweest dat het Stedelijk in de problemen heeft gebracht? Het is verre van logisch om nu juist in die hoek de oplossing te zoeken. Het kan zijn dat het gemeentebestuur met een nieuwe burgemeester in de aanpak van het Stedelijk Museum niet voortvarend is en het vanwege hypercorrectie uit angst voor nieuwe ontsporingen te weinig ruimte geeft, maar dat betekent nog niet dat de oplossing voor de jarenlange stagnatie in het gebrek aan commercieel inzicht ligt. Eerder het omgekeerde lijkt het geval, er was een teveel aan verkeerd commercieel inzicht. De kritiek daarop klonk in de openbaarheid al in 2005. De multimiljonairs en ondernemers hadden het bij het Stedelijk voor het zeggen en hielden het museum niet aan zijn opdracht. Het is begrijpelijk dat een in zo’n 15 jaar scheefgegroeide situatie niet op korte termijn hersteld kan worden. Daarom is het ongeduld van Egbert Dommering voorbarig.

De twee sleutelwoorden om het verval van het Stedelijk Museum goed te begrijpen zijn ‘bedrijfscultuur’ en ‘ambitieniveau’. Het eerste was ontspoord en het laatste te hoog. Een ambitieniveau dat vergelijkbaar is met Museum Boijmans van Beuningen of het Haags Gemeentemuseum lijkt beter bij het Stedelijk te passen. Laat het Stedelijk eerst maar eens nationaal de toppositie pakken, voordat het internationale ambities probeert te volgen en ten onder gaat aan Mokumse bravoure. Door slim opereren en het inzetten van de eigen collectie kan het Stedelijk incidenteel best internationaal toonaangevende tentoonstellingen realiseren. En niet van gearriveerde kunstenaars met een groot commercieel belang waar nu eenmaal het budget voor ontbreekt, maar van aanstormende kunstenaars die vroegtijdig worden gescout en vastgelegd. Dommering heeft gelijk dat de juiste toepassing van de Code cultural governance geen handleiding voor het opzetten van een goede organisatie en bestuur is. Maar om het gemeentebestuur dat het ontspoorde museum uit de modder probeert te trekken te waarschuwen voor moreel puritanisme is een gotspe die oorzaak en gevolg opzichtig omkeert.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelStedelijk is nog altijd beschadigd door affaire-Ruf’ van Egbert Dommering in Het Parool, 23 oktober 2018