George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘CBS

Wierd Duk zit klem tussen activisme en journalistiek. Hij ontkent wat hij nuanceert: ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’

with 2 comments

We horen het van een ander, namelijk Wierd Duk van De Telegraaf. Hij maakt een artikel over ‘Marokkanen en Turken die zich als ’seculiere Nederlander’ identificeren’. Wat Duk met ‘seculiere Nederlander‘ bedoelt is onduidelijk en waarom hij de term tussen enkele aanhalingstekens zet is evenmin duidelijk. Het vermoeden bestaat dat hij doet omdat het afwijkt van het normale gebruik, zoals de Taalunie in een omschrijving uitlegt. Het is echter weinig zinvol om ex-moslims ‘seculier’ te noemen omdat ze dat niet meer of minder zijn dan moslims. Het secularisme biedt leden van alle religies en levensovertuigingen in gelijke mate dezelfde plek onder de bescherming van de rechtsstaat. Hoewel Duk het ongetwijfeld goed bedoelt en hij het opneemt voor ex-moslims, pakt zijn inaccurate apartheid negatief uit voor de acceptatie van en de bewustwording over het secularisme. In zijn duiding stelt hij ‘seculier’ gelijk aan atheïstisch. Dat is een misvatting. Het secularisme is pro-atheïstisch noch anti-religieus. Het is volkomen neutraal tegenover alle religies en levensovertuigingen.

Deze kanttekening is van belang omdat Duk een terecht punt over afsplitsing en scheuring maakt dat hem op andere wijze zelf verweten kan worden als hij een valse tegenstelling tussen religie en niet-religie binnen het secularisme introduceert. Als rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat Duk miskleunt in commissie omdat sociale wetenschappers vaak evenmin lijken te doorgronden wat het secularisme in de kern inhoudt.

Duk constateert dat ex-moslims en niet-belijdende moslims van wie het de vraag is in hoeverre ze zijn te vereenzelvigen met de islam in de Nederlandse samenleving op een hoop worden geveegd met moslims. Een onderzoek van Advokaat en De Graaf (2001) houdt een percentage van 15% van moslims die de islam verlaten. Actualisatie van de oude cijfers is nodig om te kijken of dat percentage nog juist is en niet verder opgelopen is. ‘Vernederlandsing’, emancipatie en integratie van een deel van de moslims is hoe dan ook een feit.

Het aantal moslims wordt door het CBS sinds 2005 op 850.000 geschat. Dit aantal is vermoedelijk licht aan het dalen door de secularisatie van de tweede generatie, zoals alle religies in Nederland teruglopen in aanhang. In de schatting van het aantal belijdende moslims komt een Gronings onderzoek van Leemhuis en Blank uit 2007 tot 200.000 praktiserende moslims. Het leert dat uit dit type statistieken alles kan blijken.

Zo wordt niet alleen het aantal belijdende moslims dat Nederland telt veel te hoog ingeschat, maar worden de ex-moslims zowel door de eigen sociale omgeving als door de Nederlandse samenleving gevangen gehouden in een beeldvorming waaraan ze slechts met moeite kunnen ontsnappen. Hun identiteit als ex-moslim wordt niet ten volle geaccepteerd. Vraag is welk mechanisme die foutieve beeldvorming stuurt. Te denken valt aan betrokkenen die er belang bij hebben om het aantal moslims te hoog in te schatten en de diversiteit ervan te miskennen, zoals radicaal-rechtse partijen (PVV, FvD) en de directe opposanten ervan (D66, GroenLinks), de welzijnsindustrie die betaald wordt voor ondersteuning, conservatieve/ fundamentalistische islamorganisaties die de achterban graag groter voorstellen dan die werkelijk is. Vijandbeeld en zelfpromotie ontmoeten elkaar.

Illustratief is het citaat van de Marokkaanse-Nederlandse student Massin Ayoub Essaguiar dat Duk invoegt: ‘Ik vind dat ik vanuit mijn positie moet belichten wat ex-moslims doormaken, ook degenen die zijn gevlucht uit het Midden-Oosten. Nederland zou, net als de Verenigde Staten, Canada en Australië, een instelling moeten hebben die zich om ex-moslims bekommert.’ Volgens Essaguiar bekommert Nederland zich niet om ex-moslims, maar laat ze die in de steek. Essaguiars verklaring of Duks toevoeging is dat in Nederland ‘mensen met een islamitische achtergrond’ niet benaderd worden als individu, maar als een collectief. De eveneens Marrokaans-Nederlandse Samirrha Tarrass spitst het toe: ‘Vooral linkse politici en media hebben er een handje van om ons als collectief neer te zetten: Marokkanen zijn allemaal moslim én slachtoffer en vormen één grote familie.’ Dat komt echter niet overeen met de retoriek van de PVV die al jarenlang hamert op het vijandbeeld van ‘de Marokkanen’, waarmee moslims worden bedoeld. Het is niet constructief van Duk om dit complexe en gevoelige onderwerp te politiseren en eenzijdig te framen omdat hij hiermee een foutieve beeldvorming hoogstens vervangt door zijn eigen foutieve beeldvorming. Daar schat Nederland niks mee op in het tackelen van dit probleem van ex-moslims die maatschappelijk en politiek onvoldoende worden erkend.

De PVV en FvD zouden zich hard kunnen maken voor programma’s die de vernederlandsing van moslims of migranten in het algemeen bevordert. Maar dat doen ze niet. Dit roept de vraag op of deze partijen het belangrijker vinden om een vijandbeeld in stand te houden of om waar mogelijk met beleidsmaatregelen de islamisering terug te dringen. Al is het maar in de beeldvorming. De radicaal-rechtse activistische journalist Duk onttrekt zich niet aan deze wetmatigheid en framing van identiteit als een maatschappelijk probleem.

Hoe kan dat terugdringen gebeuren? Te denken valt aan programma’s die de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Daartoe kunnen de budgetten voor onderwijs en kunst verhoogd worden. Ook valt te denken aan onderwijsprogramma’s en mediacampagne’s die voorlichting geven over de voordelen van de open samenleving, de Europese beschaving, de universele mensenrechten en het belang van de politieke filosofie van het secularisme dat onder garantie van de overheid religies en levensovertuigingen gelijk behandelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’ van Wierd Duk in De Telegraaf, 23 mei 2019.

Foto 2: Ehsan Jami met T-shirt, 2007.

Foto 3: Campagnemateriaal van de Duitse Raad van ex-moslims. Opgenomen in het commentaarMoslims moeten leren dat er volgens de wet ex-moslims bestaan’ van 3 december 2012.

Advertenties

CBS: Meer dan de helft van de Nederlanders rekent zich niet tot een religieuze groepering

leave a comment »

Volgens onderzoek van het CBS rekende in 2017 een meerderheid van de 15-jarigen zich niet tot een religieuze groepering. Het CBS voegt daar de bepaling ‘voor het eerst’ aan toe, maar het is de vraag hoe dat geïnterpreteerd moet worden. Betekent dat dat voor het eerst uit het onderzoek van het CBS blijkt of dat volgens het CBS een situatie dat de meerderheid van de bevolking zich niet tot een religieuze groepering rekent zich voor het eerst in de geschiedenis van Nederland voordoet? Dat laatste is lastig te staven en te beredeneren als men ver terug moet gaan in de geschiedenis, nog voor het ontstaan van de georganiseerde religieuze organisaties. De tendens is dat de groep die zich tot een religieuze groepering rekent met zo’n procent per jaar afneemt. Ouderen zijn het meest religieus. Dat is een doorgaand proces van ontkerkelijking en secularisering. Een aardige weetje is dat van de academici 37% zich tot een religieuze organisatie rekent.

Written by George Knight

22 oktober 2018 at 12:30

SCP benadrukt in onderzoek de beleving en het zelfbeeld van moslims. Maar wat zegt dat over hun werkelijke situatie?

with one comment

Ik heb geen goed woord over voor de methodologie en de presentatie en van het SCP-onderzoekDe religieuze beleving van moslims in Nederland’. Het voedt het misverstand. Het SCP moet meegegeven worden dat het de hedendaags modieusiteit goed weet te raken met het begrip ‘beleving’. Dat willen kwantificeren is hogere kwadratuur van de cirkel. Zelfbeeld staat zo voor werkelijkheid. Mijn reactie bij het artikelWilders slaat alarm: SCP-onderzoek wijst namelijk uit dat Nederlandse moslims steeds religieuzer worden’ op DDS:

Dat SCP-onderzoek is aardig, maar zegt niet veel over de totale bevolking van Nederland. Het aantal moslims is ongeveer 5% en stabiliseert. Dat neemt in elk geval niet ’schrikbarend’ toe.

Het valt het SCP-onderzoek te verwijten dat het een beeld aanreikt dat tot een conclusie kan leiden die haaks op de werkelijkheid staat. Dat valt dus niet zozeer degenen te verwijten die ermee om politieke redenen aan de haal gaan, zoals Geert Wilders, maar vooral het SCP dat zich tot een aanjager van verkeerde beeldvorming maakt. Over de presentatie van de cijfers en over de statische waarde van de data had het SCP vooraf beter moeten nadenken om dit te voorkomen.

Het SCP heeft het niet over absolute getallen moslims, maar over percentages. Waarbij ook nog eens verschillende stromingen moslims uit diverse landen van herkomst uitsluitend op hun religiositeit worden onderscheiden. Dat maakt het onderzoek eendimensionaal en losgezongen van de werkelijkheid. Door een andere presentatie van de cijfers had deze categorie duidelijker in de totale Nederlandse samenleving geplaatst kunnen worden.

Wat moeten we met de opgedane kennis dat een groep Nederlandse moslims die stabiel ongeveer 5% is en desgevraagd over zichzelf zegt religieuzer te worden, terwijl het aandeel van de Nederlanders die zich niet gebonden achten aan religie snel toeneemt?

Het onderzoek is een vergelijking van appels met peren in twee naast elkaar rijdende treinen die steeds van positie wisselen. Daarnaast kunnen sociaal gewenste antwoorden over de eigen religiositeit vooral iets vertellen over het zelfbeeld dat de ondervraagden naar buiten willen brengen. Onder meer in reactie om islam-critici als Wilders ‘een lesje te leren’. Of dat zelfbeeld overstemt met het echte beeld van de religiositeit van Nederlandse moslims beantwoordt dit SCP-onderzoek niet, maar roept het juist op.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWilders slaat alarm: SCP-onderzoek wijst namelijk uit dat Nederlandse moslims steeds religieuzer worden’ van Tim Engelbart op DDS, 8 juni 2018.

‘CBS 60 Minutes’ memoreert dat het Kremlin chaos had kunnen creëren op dag van de presidentsverkiezingen 2016

leave a comment »

CBS 60 Minutes besteedde in de uitzending van 8 april in een segment van 13 minuten aandacht aan de hack door Russen van het electorale systeem bij de presidentsverkiezingen in 2016. Bovenstaand fragment met de senatoren Harris en Lankford is daar het sluitstuk van. Uit het transcript blijkt dat de regering Obama een maand voor de verkiezingen genoeg bewijs had om de Russen een halt toe te roepen. Vanwege angst om de verkiezingen te beïnvloeden gebeurde dat buiten de publiciteit via een directe cyber hotline met het Kremlin die voor het eerst gebruikt werd. Die waarschuwing weerhield het Kremlin er waarschijnlijk van om door te zetten en op verkiezingsdag chaos te zaaien door het manipuleren van het electorale systeem waar het al maanden daarvoor in had ingebroken. Zeker is dat niet omdat niet alle details zijn achterhaald. Wat toen niet gebeurde kan echter bij volgende tussentijdse verkiezingen in november 2018 of de presidentsverkiezingen van november 2020 wel gebeuren. Door de Russische Federatie, maar ook door China, Iran of Noord-Korea.

Het Kremlin vreesde onlangs bij de presidentsverkiezingen overigens voor Amerikaanse inmenging. Ook die bleef uit. De les is dat de middelen aan alle kanten beschikbaar zijn om chaos bij de ander te creëren in deze cyberoorlog zonder bloed. Wederzijdse afschrikking weerhoudt beide kanten er vooralsnog van om die chaos bij de ander ook daadwerkelijk te creëren. Hoe dan ook moeten landen zich hier krachtig tegen wapenen. Conclusie van CBS 60 Minutes is dat de regering Trump tot nu toe onvoldoende maatregelen heeft genomen. Terwijl Obama te slap en bangelijk was, is Trump te nonchalant en rommelig. Hopelijk is de Nederlandse regering voldoende voorbereid op robuuste verdediging van het electorale systeem tegen kwaadwillenden.

Foto: Schermafbeelding van deel transcript van uitzending ‘When Russian hackers targeted the U.S. election infrastructure’ van CBS 60 Minutes van 8 april 2018.

Trump zoekt de afleiding. Wat brengt Stormy Sunday? Ontslag of oorlog, chaos of ontreddering?

with 4 comments

Zijn we in gevaarlijke tijden aangeland die vergelijkbaar zijn met die van oktober 1962? Tijdens de Cuba-crisis stonden de VS en de toenmalige Sovjet-Unie aan de rand van een kernoorlog. Nu is er president Trump die zich steeds meer omringt met haviken, zoals de gisteren benoemde Nationale Veiligheidsadviseur John Bolton. Een neoconservatieve, gevaarlijke gek die niet te remmen valt. Daarnaast zijn er de beschuldigingen door pornoactrices en Playboy-modellen dat ze geïntimideerd zijn door media en mensen uit de omgeving van Trump om te zwijgen over hun relatie met Trump. Maar ze zoeken hun recht in de openbaarheid en dat vormt een bedreiging voor Trump. Er is ook de chaos in het Witte Huis. En er is het Rusland-onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller die steeds dichterbij komt en concrete aanwijzingen voor de samenwerking van Team Trump met het Kremlin in 2016 vindt. Het gevaar dat dreigt is het Wag the Dog-scenario. Een oorlog als afleiding voor interne problemen. Deze keer niet een oorlog met Albanië, maar met Iran of Noord-Korea.

Aanstaande zondag zendt CBS het interview van de voormalige pornoactrice Stormy Daniels uit die in 2006 en 2007 een affaire met Trump had. Het wordt Stormy Sunday genoemd. Hoe gaat Trump deze slechte publiciteit neutraliseren? Met het ontslag van stafchef John Kelly? Ruzie met de leiding van de Republikeinse partij over het budget? Een handelsoorlog met China? Ontslag van onderminister van Justitie Rod Rosenstein dat de weg vrijmaakt voor Muellers ontslag? Of een oorlogsdaad volgens het Wag the Dog-scenario? Gevaarlijke gekken in het Witte Huis maken de wereld onveilig. Vijanden van de VS zoals China en de Russische Federatie worden op hun wenken bediend door een verzwakt, chaotisch en in paniek geraakt Amerikaans leiderschap. Met een gecorrumpeerde Republikeinse partij die elk moreel leiderschap heeft verspeeld. Het zijn gevaarlijke tijden.

Foto: Cuba-crisis, 1962 (p.286)

Open brief aan Taede A. Smedes. Over godsdienst, religieus atheïsme, nihilisme, secularisme en de plek van de ongebondene

with one comment

In een artikel uit 2016 op het Belgische Golfslag ‘over de plaats voor geloof in onze media’ kwam ik een uitspraak van u tegen (p. 228) die me verbaasde. Namelijk ‘dat de mens nu eenmaal een religieus wezen is’.

Ik begrijp niet hoe u tot die constatering komt. Kunt u dat wellicht toelichten of me verwijzen naar een artikel van u waarin u dit toelicht? Ik kan me voorstellen dat we in meerderheid constateren dat de mens een sociaal wezen is dat gebruik maakt van rituelen, dramatisering en een mengvorm van speculatie en redenering om vorm en zin aan het leven te geven. Maar maakt dat de mens tot een religieus wezen?

Is het niet de valkuil van een vakgebied dat leidt tot verkokering om dat zo te omschrijven? Begrijp me niet verkeerd, u bent opgeleid als theoloog en ik als theaterwetenschapper, en daarom zullen we ongetwijfeld van perspectief verschillen in onze blik op het leven. Vanuit mijn interesse zou ik kunnen zeggen dat de mens nu eenmaal een sociaal wezen is dat net doet alsof en dat soort situaties naar de hand tracht te zetten. Een gedramatiseerde en minder vrijblijvende versie van Johan Huizinga’s spelende mens. Enfin, religie en kunst putten uit dezelfde bron van de rituelen om de leegte te bezweren.

Ik begrijp uit uw teksten dat u het nihilisme vreest of afwijst en spreekt over ‘religieus atheïsme’ als positieve kracht. Dat laatste vond ik eerst een merkwaardige hulpterm die ik vervolgens wel kon billijken, maar uiteindelijk toch ongeschikt acht. In een wereld die nog steeds overloopt van christelijke symboliek en traditie is het voor iemand die zich zowel niet wil afzetten tegen de geïnstitutionaliseerde godsdiensten omdat men daardoor in een wereld getrokken wordt waar men afstand tot wil houden als een autonome plek voor zichzelf wil vinden een bijna onmogelijke opgave om dat te realiseren.

Anders gezegd, hoe kan iemand zich noemen en positioneren in de samenleving die zich -zowel positief als negatief- niet laat inspireren door godsdienst en uit het vaarwater ervan wil blijven? Niet krampachtig of als politieke verklaring, maar uit een gerijpte overtuiging. Wat is de positie van iemand in Nederland die niet wil reageren op godsdienst of de werking ervan, maar in het gesprek erover toch door anderen steeds weer een etiket opgeplakt krijgt met een echo van godsdienst?

Ik beschouw mezelf niet als gelovig, maar evenmin als atheïstisch of agnostisch. En de expansie van het humanisme trekt me evenmin. Niemand kan echter richtingloos zijn. Ik oriënteer me als burger op de politieke filosofie van het secularisme dat alle godsdiensten, levensovertuiging en nihilismen in theorie een gelijkwaardige plek biedt. En mij ook een plek biedt, al is het een lege plek in het gras. In mijn optiek is de mens nu eenmaal een sociaal wezen dat net doet alsof. Dat ernstig een creatief spel speelt.

Overigens ben ik sinds oktober 2015 lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Wie geen behoefte heeft om van het godsdienstig water te drinken of dat te vertroebelen, kan het toch helpen verdunnen door ervoor te zorgen dat door de toestroom van nieuwe godsdiensten de stempel ervan afneemt. Dat begint door het oprekken van begrippen die samenhangen met de macht en de maatschappelijke betekenis van de gevestigde godsdiensten. Een andere tendens is de vorming van zogenaamde cannabis-kerken in het Amerikaanse Colorado of Californië. Of dat een afslag naar hedonisme of nihilisme is valt trouwens te bezien. De kaf moet daar nog van het koren gescheiden worden.

In de praktijk schort het nog veel aan die gelijkwaardigheid, maar met een Nederland dat volgens de statistieken van het CBS in meerderheid ongebonden is (‘unaffiliated‘) zal naar verwachting op termijn de culturele hegemonie of de slagschaduw van godsdienst afnemen. Overigens is het CBS normatief door te spreken over ‘geen kerkelijke gezindte’ waar het zou moeten spreken over ongebondenheid. Precies dat is het probleem door mensen die afstand nemen of hebben tot een religieuze organisatie via een omweg toch weer als verlengde van godsdienst of kerk te benoemen. In de beschrijving wacht het CBS nog een inhaalslag van emancipatie die bijvoorbeeld het Amerikaanse Pew Research Center in haar statistieken al wel gemaakt heeft.

Foto: Peter Schumann, The Shatterer. ‘Domestic Resurrection Pageant, 1994, performance view (Photo: Ron Simon)’.

Overheid, stimuleer naast bezoek Rijksmuseum voor scholieren ook bezoek aan een museum van hedendaagse kunst

with 3 comments

Het wordt druk in het Rijksmuseum in Amsterdam. En met 2,26 miljoen bezoekers per jaar is het al druk. Volgens directeur Taco Dibbets in een bericht in Het Parool ontving het Rijksmuseum in 2016 zo’n 150.000 leerlingen ‘in schoolverband’ en ‘daar kunnen volgens Dibbits nog makkelijk 100.000 bij’. Volgens het plan van de formerende partijen VVD, CDA, D66 en CU moet schoolgaande leerlingen ‘tijdens hun leerplichtige jaren’ het Rijksmuseum bezoeken. Er zijn volgens de opgave van het CBS in 2018 ongeveer 2,4 miljoen schoolgaande kinderen in de leeftijd 5-18 jaar. Dat betekent jaarlijks zo’n 184.000 leerlingen die langskomen in het Rijksmuseum. Als een bezoek verplicht wordt gesteld, wat nu (nog) niet het geval lijkt te zijn.

Het is onduidelijk hoe het bezoek van de 150.000 leerlingen in 2016 is samengesteld. Er kan sprake zijn van dubbeltellingen en leerlingen kunnen ouder dan 18 zijn (Pabo). Het jaarverslag 2016 geeft geen uitsluitsel. Het is onwaarschijnlijk dat van de 184.000 leerlingen die volgens het plan van de coalitie het Rijksmuseum moeten bezoeken, 150.000 leerlingen dat nu al doen. Want ze moeten ook uit Oostburg, Vlieland, Vaals of Delfzijl komen. En uit Rotterdam. Het valt niet in te zien dat dat nu al gebeurt. Het is de vraag of er meer of minder dan 100.000 extra leerlingen zijn om die 184.000 te halen. Omdat leerlingen ook de Tweede Kamer moeten gaan bezoeken waarschuwt volgens een bericht in het AD ProDemos -dat rondleidingen in de Tweede Kamer verzorgt- dat door de plannen daar capaciteitsproblemen kunnen ontstaan. ProDemos: ‘De grootste beperking zit nu bij de Kamer zelf, dus de capaciteit zal vooral daar groter moeten worden gemaakt’.

Een bezoek aan het Rijksmuseum is een goede zaak omdat het scholieren in contact brengt met kunst. En overigens ook met de hoofdstad van ons land. Maar er is een nadeel. Ofschoon het Rijksmuseum sinds de recente verbouwing een afdeling 20ste eeuw heeft opgetuigd ligt hier kwalitatief en kwantitatief toch niet het zwaartepunt van het museum. En hoe dan ook stopt de collectie in 2000. De leerlingen van 5-18 jaar komen in het Rijksmuseum dus niet in contact met objecten die tijdens hun eigen leven zijn gemaakt. Zo wordt het er afstandelijk op, welke educatieve programma’s ook worden ingezet om het te verbeelden en te actualiseren.

Het niet verplicht stellen van een bezoek aan een museum van hedendaagse kunst is daarom een gemis. En een gemiste kans. Het is goed dat leerlingen het Rijksmuseum bezoeken, maar dat zou voor leerlingen ‘tijdens de leerplichtige jaren’ aangevuld moeten worden met een verplicht bezoek aan een museum van hedendaagse kunst. Dat is in Nederland geen probleem omdat alle provincies op Zeeland en Flevoland na uitstekende kunstmusea binnen hun grenzen hebben: Groningen, Leeuwarden, Assen, Zwolle, Arnhem, Utrecht, Den Haag en Rotterdam, Eindhoven en Tilburg, en Maastricht. Waar nodig kunnen musea hun collectie verbreden om een goed beeld van de ontwikkeling van de hedendaagse kunst te laten zien. Dat kan via bruiklenen van de Collectie Nederland. Het verdient aanbeveling dat de oppositiepartijen het voorstel van de coalitie aanvullen en verbeteren door te pleiten voor een bezoek aan een museum van hedendaagse kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel paginaDe 20ste eeuw (1900-2000)’ van het Rijksmuseum.