Boer zit klem in verdienmodel van agro-industrie

Drone filmt dat boeren A7 blokkeren tussen Drachten en Heerenveen‘, 22 juni 2022. Op nu.nl.

I. Daar gingen we weer. Boeren die niet met trekkers op de snelweg mogen rijden deden dat massaal. Op weg naar een landelijke demonstratie in Stroe of bij lokale demonstraties. Ze zorgden voor opstoppingen. Het verkeer liep op sommige wegen vast.

De politie greep onvoldoende in. Er waren aanhoudingen, maar alleen in extreme gevallen. Terwijl de demonstraties door de boeren aangekondigd waren en de politie zich hier op voor had kunnen bereiden. Het lijkt alsof de politie vooraf al het hoofd in de schoot had gelegd. Het is niet voor de eerste keer dat de boeren massaal met hun trekkers de weg opgaan en het is evenmin de eerste keer dat de politie onvoldoende optreedt.

Dat voedt vier gedachten.

1) Nederland heeft door gebrek aan capaciteit en goede leiding een politie die niet in staat is om de openbare veiligheid te handhaven;

2) Nederland heeft een politie die overwegend rechts-georiënteerd is en protest van radicaal-links hard aanpakt en protest van radicaal-rechts tolereert en soms zelfs faciliteert;

3) De politie is bang voor radicale, agressieve boeren;

4) Er ontstaat in de samenleving rechtsongelijkheid dat het geloof in het professionalisme, de doelmatigheid, betrouwbaarheid en ambitie van de politie verder ondermijnt.

Het excuus van de politieleiding bij monde van de talloze woordvoerders was ook deze keer niet te willen escaleren. Dat excuus wordt selectief uit de kast gehaald. Nooit als het om een demonstraties van linkse milieuactivisten gaat. Terwijl die geen geweld gebruiken en de boeren wel.

Het werd er ronduit potsierlijk op toen politiechef Willem Woelders na afloop van de demonstraties in Nieuwsuur van 22 juni 2022 werd gevraagd waarom de politie de boerenprotesten en de trekkers op de snelwegen had getolereerd. Hij vluchtte weg in het excuus dat ingrijpen tot militaire toestanden had geleid. Woelders klopte zich bij gebrek aan maatschappelijke waardering zelf maar op de borst. Want … escalatie was voorkomen.

Het uit de weg gaan van escalatie is een flauw excuus van de politieleiding. Het gaat voorbij aan de vraag waarom de politie niet robuust optreedt in het garanderen van de nationale veiligheid. Het gaat voorbij aan de vraag waarom de politie zich onvoldoende had voorbereid op het boerenprotest dat geen verrassingen kende en zich precies zo ontrolde als vooraf werd verwacht.

Kamervragen over het lakse optreden van de politie? Of laten de linkse partijen zich intimideren door de boeren en zwijgen ze, en denken de rechtse partijen electoraal te kunnen profiteren en zwijgen ze. Dan stelt niemand de vraag waarom de politie het af laat weten en een boerenprotest als een natuurramp beschouwt waar niets tegen te doen is.

II. Wat is het probleem van de boeren? Een ‘caring farmer‘ zei afgelopen week dat hij begrip had voor boeren die het verdienmodel van de agro-industrie zijn geworden. De industrie zet eenzijdig in op een hoge productie om zo miljardenwinst te kunnen maken over de ruggen van de boeren.

Daarnaast heeft de landbouwsector een sterke lobby die tot nu toe elke systeemverandering succesvol blokkeert. Regeringspartijen als VVD en CDA stellen zich teweer tegen pogingen van de agro-industrie en de landbouwlobby om het stikstofbeleid af te zwakken én meer subsidie naar boeren en agro-industrie te laten stromen.

Tom-Jan Meeus benoemt dat op 17 juni 2022 in zijn zaterdagse NRC-column. De megabedrijven van de agro-industrie (A-ware, De Heus en VanDrie) jagen zowel de vervuiling, het protest tegen de stikstofmaatregelen van de regering als de blokkade van verduurzaming aan. Of zoals Christine Theunissen (PvdD) het in een tweet verwoordt: ‘Minder dieren, meer boeren, minder mest, minder ontbossing, schone lucht, schoon water, minder uitstoot‘.

Boeren zijn de schaalvergroting ingerommeld met negatieve gevolgen voor natuurdiversiteit, milieu en de boeren zelf. Vooral bij de merkveehouderij speelt dat. De agro-industrie wil het eigen verdienmodel dat inzet op hoge productie handhaven ten koste van de boeren. De boeren zijn de stoottroepers die voor het karretje van de agro-industrie worden gespannen. Vraag is of de radicale boerenleiders in dat complot van de agro-industrie zijn betrokken of er aanvullend aan zijn.

De kern van het probleem is dat de boeren de strop zijn ingelokt. Nu kunnen ze geen kant op. De schade die ze aan het milieu toebrengen en die de samenleving miljarden euro’s per jaar kost kan niet genegeerd worden. Maatschappelijk niet, maar ook juridisch niet door verdragen die de overheid sommeert de vervuiling terug te brengen. Zeker in de nabijheid van Natura 2000- gebieden.

Illustratie van het aantal koeien in Europa. Overname van ARTE. Via tweet van Caring Farmers van 4 juni 2022.

III. In Nederland wordt altijd gezegd dat de vervuiler betaalt. Welnu, de agro-industrie jaagt via de boeren de vervuiling aan. Dan is het logisch dat bedrijven als A-ware, De Heus en VanDrie meebetalen aan het gezondmaken van de landbouwsector. Dan worden de boeren bevrijd uit een knellend bedrijfsmodel dat economisch niet eens optimaal rendabel voor hen is (maar wel voor de agro-industrie) en komt de weg vrij naar verduurzaming.

De boeren zouden niet moeten willen strijden tegen de overheid, maar tegen de agro-industrie die hen gevangen houdt. De politiek kan daarbij de boeren helpen door de macht van de agro-industrie te breken en financiële steun te bieden om los te komen van het verdienmodel van de agro-industrie.

Inzet van politie bij wedstrijden van betaald voetbal moet minder, zodat de capaciteit beter ingezet kan worden om de criminaliteit te bestrijden

Schermafbeelding van deel artikel Druk op politie vorig jaar hoog, vooral door coronahandhaving‘ van de NOS, 18 mei 2022.

Mijn reactie op de FB-pagina van de NOS bij het artikel Druk op politie vorig jaar hoog, vooral door coronahandhaving‘ van 18 mei 2022. Het capaciteitsprobleem van de politie is complex. Het wordt niet opgelost als de problemen bij de inzet bij wedstrijden van het betaald voetbal sterk worden verminderd, maar het zal regio’s met relatief veel betaald voetbal clubs ruimte geven voor een inzet die meer is gericht op de bestrijding van de criminaliteit dan nu. Het maakt ook de weg vrij om de expertise, opleiding en capaciteit van de politie specialistischer op te bouwen dan nu mogelijk is:

Tabel 3.1 over de politie-inzet in aantal uren per seizoen voor het betaald voetbal in het Jaarverslag Voetbal en Veiligheid 2018/2019.

Evenementen zoals wedstrijden in het betaald voetbal leggen een hoge druk op de capaciteit van de politie. Volgens critici te hoog. Te bedenken valt dat dit gaat om commerciële organisaties. 

De bestaande regeling is dat de clubs zorgen voor de veiligheid in het stadion en de politie voor de veiligheid buiten het stadion. Vaak worden door clubs in het stadion niet-professionele, vrijwillige stewards ingezet die niet het vermogen hebben om de veiligheid in het stadion te garanderen. Daar gaat het mis. 

Dat heeft twee effecten. De politie wordt ingeroepen om de veiligheid in het stadion te waarborgen, terwijl dat volgens de afspraken haar taak niet is. Of een deel van het rellende publiek dat binnen het stadion niet in de hand wordt gehouden gaat buiten het stadion door met rellen. Bij een betere handhaving binnen het stadion zou dat laatste minder op hoeven te treden. 

De omgeving van een voetbalstadion is openbare weg waar de politie de veiligheid dient te handhaven. Het waterbed-effect van onnodige onrust in het stadion die geëxporteerd wordt naar buiten het stadion die door de politie moet worden opgevangen is de zwakte van de huidige afspraken in het betaald voetbal. 

Er bestaat een patstelling in de afspraken over de inzet van politie bij evenementen. Daar dient een doorbraak in bereikt te worden om de capaciteit van de politie maatschappelijker in te zetten voor de kerntaken die met de openbare orde te maken hebben. Zoals de bestrijding van de zware criminaliteit, drugsgerelateerde criminaliteit en witte boorden criminaliteit. 

Het is een bizar luxe probleem om de beperkte capaciteit van de politie in de zetten bij wedstrijden van het betaald voetbal. De politie wordt nu onnodig ingezet bij evenementen die in de kern commercieel van karakter zijn. 

Er dient toegewerkt te worden naar nieuwe afspraken tussen de KNVB, de betaald voetbal clubs, de gemeenten waarin deze clubs zijn gevestigd en de politie die twee uitgangspunten hebben. Het beroep dat door de clubs of een gemeente op de politie wordt gedaan voor de handhaving van de openbare orde bij voetbalstadions dient sterk te verminderen en de clubs dienen zelf met een scala van maatregelen meer actieve verantwoordelijkheid te nemen in het handhaven van de openbare orde en het terugdringen van de inzet van de politie. 

Een regeling zou de volgende elementen kunnen bevatten: 1) de betaald voetbal clubs uit de Eredivisie en Eerste divisie dienen te zorgen voor voldoende professionele handhaving van de openbare orde binnen de stadions; 2) de handhaving binnen de stadions waarvoor de clubs verantwoordelijk zijn dient uitgebreid te worden naar de naaste omgeving van de stadions; 3) de kosten van de inzet van de politie dienen, boven een gezamenlijk af te spreken redelijke basisinzet die overeenkomt met normale handhaving van de openbare orde buiten het stadion, bekostigd te worden uit de gezamenlijke televisie inkomsten van de betaald voetbal clubs; 4) als de kosten voor de inzet van de politie bij wedstrijden van het betaald voetbal niet in evenwicht gebracht kunnen worden met de inkomsten van de totale betaald voetbal sector, dan dient die sector gesaneerd te worden door het fuseren of opheffen van clubs.

Op weg naar een optimaal beleid over bedelen in de grote steden. Met Utrecht als voorbeeld

Schermafbeelding van deel artikelMoet bedelen in Utrecht verboden worden?‘ in de DUIC, 7 februari 2022.

DUIC besteedt in een artikel aandacht aan het debat over bedelen in Utrecht. De vraag of bedelen verboden moet worden stond vorige week dinsdagavond centraal tijdens een bijeenkomst van hulporganisaties, ondernemers en de politiek, zo zegt het. De conclusie volgens DUIC is dat er een flink verschil van inzicht bestaat. Dat lijkt voorspelbaar vanwege de uiteenlopende belangen van de deelnemers aan het debat. Bedelen is geen louter Utrechts probleem, maar komt in alle grote Nederlandse steden voor.

Het is de vraag of de vraag of bedelen verboden moet worden in een debat over bedelen wel een zinvolle vraag is die het terugdringen van vooral hinderlijk en georganiseerd bedelen optimaal benadert. En oplost. Daar heb ik mijn twijfels over. De vraag over een verbod is richtinggevend en neemt een ongepast voorschot op het antwoord. Men kan zich alleen maar afvragen om welke reden de organisatoren van dit debat de verbodsvraag centraal hebben gesteld.

De eigenlijke vraag die in zo’n debat centraal zou moeten staan is wat het beste beleid over bedelen behoort te zien. Ook gezien de beperkte capaciteit van gemeentelijke diensten als de politie die overvraagd worden om overal op te treden. Wat is een redelijk beleid waarmee zowel individuele bedelaars, ondernemers, inwoners als de gemeente Utrecht kunnen leven?

Achter die vraag ligt de vraag of het hier gaat om een sociaal-economisch of sociaal-cultureel probleem. Ofwel, draait dit debat om armoedebestrijding, inkomenszekerheid en de verzorgingsstaat of om identiteit, gemeenschapsdenken, culturele homogeniteit en nationalisme? Bij genoemd artikel in DUIC heb ik onderstaande reactie geplaatst:

Een Oost-Europese bedelaar op het Vredenburg‘, in DUIC, 11 juli 2016.

Bedelen moet kunnen. Vooral door individuen. Maar als er sprake is van georganiseerde bendes lijkt dat iets anders. 

Het artikel geeft daarover geen duidelijkheid als het spreekt over ‘vermeende’ bendes. Wat bedoelt de journalist van de DUIC hiermee te zeggen? Bestaan de bendes nou wel of niet? 

Die onduidelijkheid verhindert een aanpak. De politie dient de georganiseerde bendes bedelaars die in Utrecht opereren in kaart te brengen. Dan kan daar vervolgens beleid voor gemaakt worden. Nu vaart de politiek blind op aannames en geruchten. 

Er is een verschil tussen ‘georganiseerde’ bendes en ‘buitenlandse’ bendes. Als die laatsten bestaat uit bedelaars uit een EU-lidstaat, zoals Bulgarije, Tsjechië of Roemenië, dan hebben ze het recht om onder voorwaarden in Nederland te verblijven. Bendes met bedelaars van buiten de EU kunnen juridisch makkelijker uitgezet worden. 

Het gevaar bestaat dat door uit te gaan van de gedachte ‘eigen bedelaars eerst’ een rangorde wordt aangebracht in het soort bedelaars. Gesteld dat ze niet in bende-verband opereren. Die rangorde is een valse tegenstelling die eerder gebaseerd is op populisme en nationalisme, dan op de wet en de medemenselijkheid. 

Als in Utrecht na onderzoek werkelijk een structureel probleem met georganiseerde bendes bedelaars bestaat, dan moet de politiek beslissen of het daar iets aan wil doen. 

Politiek, juridisch, maatschappelijk en politionele capaciteit lijkt een verbod voor die bendes niet haalbaar. Mits ze binnen de wet handelen. Maar een beleid van ontmoediging wel. De gemeentebestuur moet het voortouw nemen hoe dat precies ingevuld wordt. 

Vanwege het waterbed-effect verdient het aanbeveling voor het Utrechtse gemeentebestuur om over dit onderwerp te overleggen met het bestuur van de omliggende gemeenten, met de drie grote steden in het G4- overleg en met landelijke diensten op het gebied van criminaliteit, grensoverschrijdend verkeer en immigratie. 

Dit is geen onderwerp dat een rol behoort te spelen in de gemeenteraadsverkiezingen. Partijen die blijkbaar niet eens de feiten op een rijtje hebben, behoren hier geen campagne mee te voeren. Deels ook omdat het geen specifiek Utrechts onderwerp is. Het voedt te makkelijk het rechts-populisme en het wij/zij-denken. Daarom moeten de lokale media terughoudend zijn in hun aandacht voor de ‘vermeende’ bendes bedelaars. 

De opdracht voor ons allen is om te zoeken naar een min of meer structurele oplossing die het optreden van de georganiseerde bendes inperkt (indien hun bestaan werkelijk wordt aangetoond) waarbij compassie, redelijkheid, en rechtvaardig en doelmatig optreden van de gemeentelijke diensten het uitgangspunt blijft. 

Straatreclame voor William Fish. Gedachte bij foto ‘Street Advertising’ (1877)

John Thomson, Street Advertising (1877).

De naam van William Fish staat op een affiche dat in 1877 wordt opgeplakt door de man in de witte jas. Het is reclame voor het wassenbeeldenmuseum Madame Tussauds in Londen. De fotograaf is de ‘baanbrekende’ John Thomson die als eerste buitenlander in China fotografeerde en later als een Charles Dickens van de sociale fotografie de armoede in de Londense sloppen en straten vastlegde.

Wat zou aardig aan het internet is dat iemand die bijna 150 jaar later wil weten wie William Fish is daar altijd wel een bron voor kan vinden. In dit geval is dat makkelijk omdat iemand van wie een wassen beeld is gemaakt in de eigen tijd een zekere bekendheid moet hebben gehad.

Nou, in een bericht uit 2020 van Lancashire News (Lancs Live) stelt niet teleur. Tot in details wordt nauwgezet uit de doeken gedaan wie William Fish was. Hij was een moordenaar die in maart 1876 in Blackburn de 7-jarige Emily Holland vermoordde. Op weg naar de winkel om tabak te kopen ging ze volgens getuigen vergezeld van een sjofel geklede man. Enkele dagen later werd op een landje in een koffer verborgen lichaam gevonden. Gruwelijk ontdaan van armen, benen en hoofd. Het bleek het lichaam van Emily te zijn. De benen werden even later in een riool teruggevonden. Dat zette de speurtocht in gang.

De gruwelijke moord trok landelijke bekendheid. Er werd een beloning van 200 pond uitgeloofd om de dader te vinden. Mensen zochten tevergeefs naar Emilys’ armen en hoofd. Zwervers werden opgepakt, maar moesten weer vrijgelaten worden omdat er geen aanknopingspunt met de moord was. Uiteindelijk viel mede door de haren die op Emily’s lichaam waren gevonden de verdenking op kapper William Fish. Maar hij wist zich in eerste instantie vrij te pleiten.

De doorbraak in deze moordzaak kwam toen de politie speurhonden van een particulier inzette die de half verbrande armen en de rottende schedel van Emily in een schoorsteen in Fish’ kapperszaak vond. Het bericht van Lancs Live zegt daarover: ‘Honden werden nog niet regelmatig gebruikt door de politie, maar deze zaak zou daar verandering in brengen’.

Eind goed, al goed. De moordenaar is na een speurtocht van zo’n drie weken door slim opereren van de politie opgepakt. De ‘Blackburn Murderer’ is ermee een Britse bekendheid geworden. Madame Tussauds haakt er op in en laat een jaar later weten dat het wassen beeld van William Fish (‘portrait model’) in haar museum is te bezichtigen. Kom dat zien, om te griezelen. Straatreclame werkt.

Rutte versus Wilders: Wat is het tegengif tegen de eigenbaat van de partijpolitiek die tot een verzwakte overheid leidt?

Met velen verbaas ik me al weken over de traagheid van de campagne om zorgmedewerkers, kwetsbare ouderen en andere risicogroepen te vaccineren. Het komt maar niet van de grond en het kabinet geeft de indruk de urgentie van snel prikken niet in te zien. In Europa bungelt Nederland onderaan als een van de landen dat het langzaamst op gang komt, terwijl de uitgangspositie vergeleken met sommige andere landen goed is. Wat gaat hier mis?

De reden voor deze labbekakkerigheid is niet duidelijk. Komt het door de tot op het bot uitgeklede ‘gerationaliseerde’ gezondheidszorg waar alles om de kosten draait? Komt het door de versnippering van verantwoordelijkheden binnen de zorgsector? Komt het door het disfunctioneren van de GGD’s? Komt het door het gebrek aan improvisatievermogen van alle betrokkenen en de doorgeslagen regelgeving die verlamt? Komt het door een disfunctionele minister Hugo de Jong die altijd meer belooft dan levert? Of komt het door een combinatie van deze aspecten die tot een perfecte storm van onvermogen en ontbrekende resultaten leidt?

De vraag is actueel omdat zich een tweede beleidsterrein aankondigt waar het opnieuw mis dreigt te gaan nu zich daar nieuw werk aan de winkel aankondigt. Namelijk het zo goed als onbestuurbare ministerie van Justitie en Veiligheid dat de afgelopen jaren zoveel brekebenen in de top had. Veelal laconieke VVD’ers die geen grip op de materie kregen. Het gaat om de opsporing en berechting van de relschoppers van de zwaarste rellen in 40 jaar en de analyse van de netwerken en geldstromen die de simpele geesten rijp hebben gemaakt om vernielzuchtig en opstandig de straat op te gaan.

Het valt te vrezen dat net als in de zorgsector de aanpak bij Justitie en Veiligheid zal falen. Hoewel de Nederlandse inlichtingendiensten internationaal goed bekend staan, is het nog geen uitgemaakte zaak dat de anonieme organisatoren van de demonstraties en vernielingen door hen in kaart zijn gebracht én als dat zo is of ze bereid zijn om hun informatiepositie bekend te maken door daarmee in de openbaarheid te treden voor de onderbouwing van de aanklachten. De opmerking van premier Rutte dat de overheid het niet alleen kan en de burgers mee moeten helpen om relschoppers aan te geven doet vermoeden dat het kabinet streeft naar aanklachten waarvoor burgers informatie leveren zodat de informatie van de veiligheidsdiensten geheim kan blijven en uitsluitend als dubbelcheck voor die burgeraanklacht dient.

De Nederlandse politie staat bekend als slecht georganiseerd aan de top met vooral strijd over competenties, overbelast en te klein in capaciteit. Dat leidt tot ophelderingspercentages die vergeleken met identieke buitenlandse regio’s opvallend laag zijn, hoewel de oorzaak daarvoor niet eenduidig te geven is. Het OM dat gaat over de strafvervolging deelt ook in de malaise. De Nederlandse politie staat dicht bij de burger, maar dat heeft als nadeel dat de drempel voor kwaadwillenden om geweld tegen de politie te gebruiken laag is vanwege het ontbrekende afschrikkingseffect. Een relschopper die weet dat hij hard aangepakt wordt en voor lange tijd achter de tralies verdwijnt past wel op om tijdens rellen een winkel te plunderen of een ziekenhuis te bestoken, zoals in Enschede gebeurde en in Den Bosch op het nippertje voorkomen kon worden.

Men zou hopen dat binnen de overheidsdiensten in een relatief stabiele politieke omgeving iedereen gewoon zijn of haar werk kan doen. Niet afgeleid door groteske hervormingsplannen, verlammende regelgeving, partijpolitieke spelletjes of te ver doorgevoerde bezuinigingen. Maar niet alleen doet de overheid niet wat het belooft, het geeft ook de tegenkrachten die de overheid af willen breken alle munitie om te scoren. Met als boegbeelden de stuntelende en beschadigde ministers Hugo de Jonge (CDA) en Ferd Grapperhuis (CDA) die in de marge van de electorale aanval van het CDA op de VVD dubbel zo irrelevant lijken. De realiteit is dat PVV-leider Geert Wilders daardoor makkelijk kan scoren.

In Nederland is de meerderheid aan burgers welwillend, ook wat de coronamaatrdegelen betreft, maar weet de overheid die steun niet te verzilveren doordat het die burgers uiteindelijk teleurstelt door de verbinding met hen geen prioriteit te geven. Daarnaast is de communicatie van de rijksoverheid over COVID-19 slecht doordacht, onlogisch en onduidelijk. De partijpolitiek van VVD, CDA, D66, PVV en andere partijen verkeert in zichzelf en vecht de strijd uit in het eigen reservaat Het Binnenhof. Een slecht voorbereid vaccinatieprogramma en een veiligheidsbeleid dat van incidenten aan elkaar hangt zijn gevolgen van een haperende overheid.

Deze vraag zou in een goed functionerende democratie niet gesteld hoeven worden omdat die beschamend, maar toch actueel is. Namelijk doen de tegenkrachten (Wilders en dergelijke) meer schade aan aan de overheid dan degenen die op dit moment de overheid besturen? Ik weet het antwoord niet.

Foto: Still uit Frankenstein (1931) met links Boris Karloff als Frankenstein.

Rellen: Dominees, politici, dansleraren en feestorganisatoren hebben het laten ontsporen en staan achteraf quasi-afstandelijk aan de kant

Een toekomstfantasie zou zo kunnen beginnen: Het schijnt dat de onderhandelingen van de Nederlandse regering met een onbekend land in een vergevorderd stadium zijn over de opname van Nederlandse ontevredenen. Voor de verandering gaat het niet om ontspoorde Marokkaans-Nederlandse jongens, maar om witte christelijke jongeren. Het besef lijkt nu eindelijk bij de Nederlandse overheid doorgebroken dat de grootste bedreiging voor de sociale vrede uit rechts-christelijke hoek komt. Het lijkt satire als het niet zo echt zou zijn. Naar verluidt zou de Nederlandse regering betreffend land een half miljard euro per jaar betalen voor deze overeenkomst.

De groepen die in aanmerking zouden kunnen komen voor zo’n overeenkomst zijn rellende christelijke jongeren uit Urk, leden van rechts-extremistische splintergroepen en allerlei groeperingen die in Nederland hun draai niet zeggen te kunnen vinden, zich miskend en onbegrepen voelen, de media als vijand van het volk zien en bewonderaars van Hitler, Trump, Baudet en Wilders zijn. Omdat genoemde groepen zweren bij het leidersprincipe ligt het gezien de onderlinge verbondenheid voor de hand om hun leiders mee naar het buitenland te sturen. Voor de Urker jongeren betreft dat talloze dominees en gezaghebbende kapiteins van de vissersvloot.

Dominee Uitslag is predikant van de christelijke gereformeerde Eben-Haëzerkerk in Urk en zegt in een artikel in het RD dat de mooie dingen die er onder de Urker christelijke jongeren plaatsvinden, zoals samen zingen en de Bijbel bestuderen, de pers volgens hem nooit halen. Dat was voor de rellen van afgelopen weekend. Nu zegt dominee Uitslag over deze witte, christelijke rellende jongeren: ‘Het perspectief ontbreekt bij hen. Maar het zijn wel onze kinderen, buurkinderen of collega’s, heb ik gezegd richting de gemeente. Het is ons aller probleem’. Hoe zich dat tot de God van Urk verhoudt is onduidelijk. Kan deze God van Urk op enigerlei wijze verantwoordelijk worden gesteld voor onder meer het geweld tegen de GGD Flevoland?

In een commentaar van 19 januari 2021 over de failliete feestorganisator Michel Reijinga die aanzette tot rellen op het Amsterdamse Museumplein, maar daarvoor geen verantwoordelijkheid wilde nemen, schreef ik:

Dominees van Urk, politici als Baudet en Wilders, failliete feestorganisatoren, uitgedanste dansleraren en miskende commentatoren in rechtse media hebben jongeren opgehitst, maar nemen lafhartig afstand van hun eigen aanzet tot opstand als het gif dat ze in de simpele geesten hebben geplant daadwerkelijk begint te werken. Die dominees en feestorganisatoren hebben het laten ontsporen en staan achteraf quasi-afstandelijk en moralistisch aan de kant. Ze wassen hun handen in onschuld. In de poging om hun eigen geweten te sussen proberen ze iedereen verantwoordelijk te maken.

De daders die zich het afgelopen weekend bij de onlusten het meest misdragen hebben tegenover GGD, ziekenhuis of ordehandhaving moeten opgepakt worden en met naam en toenaam publiekelijk bekend worden gemaakt. Zodat hun werkgevers of hun omgeving afstand kunnen nemen door respectievelijk ontslag of veroordeling en maatschappelijke uitsluiting. Uiteraard moeten ze als ze aangeklaagd worden zich voor de rechter kunnen verdedigen. Daarnaast is het van essentieel belang dat degenen die hebben aangezet tot deze onrechtmatige acties met naam en toenaam worden genoemd. Want zij zijn de oorzaak van wat er is gebeurd, maar doen achteraf alsof ze er niks mee te maken hebben.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel „Rellen zijn schandvlek voor christelijk Urk” van Klaas van der Zwaag in het RD, 25 januari  2021.

Kabinet worstelt met aanscherping COVID-19 maatregelen, maar komt voet op de rem van burgemeesters, politie en regeringsfracties tegen

In het Verenigd Koninkrijk kunnen de ziekenhuizen de toestroom van COVID-19 patiënten nauwelijks aan. Die toestroom is nog nooit zo hoog geweest. Dat komt mede door de zogenaamde Britse variant van het virus dat besmettelijker zou zijn en het gedrag van personen die zich niet disciplineren. Het is erop wachten dat deze variant naar Nederland overwaait en hetzelfde in Nederland gebeurt. Nu al komt deze Britse variant in Nederland voor.

Het zou dan ook verstandig zijn als de Nederlandse regering een pro-actief beleid voert met strenge maatregelen. Dat is nog het enige middel om de pandemie te beteugelen. Maar het kabinet durft zich niet hard op te stellen en allerlei belangengroepen van burgemeesters, regeringsfractie en politie zijn tegen een harde aanpak. Wie de nieuwsberichten van vandaag leest waant zich in een alternatieve werkelijkheid. RTL Nieuws kopt: ‘Kabinet werkt aan avondklok, maar grote weerstand bij burgemeesters en regeringsfracties’ en het AD kopt: ‘Kabinet overweegt avondklok, maar burgemeesters en politiebonden zijn tegen’. Wie heeft het in Nederland nou eigenlijk voor het zeggen? Niemand echt? Dat is het failliet van het poldermodel. Nederland, de antropologie van de behoedzame niet-aanpak. Sloom. 

Foto: Schermafbeelding van de Voorpagina van Google Nieuws, 12 januari 2021

Na bestorming Capitool is vraag hoe de poging tot staatsgreep zover is kunnen komen en betrokkenen ter verantwoording worden geroepen

Het voormalige Republikeinse congreslid Joe Scarborough en talkhost van ‘Morning Joe‘ windt zich op over de bestorming van het Capitool. Dit werd al weken aangekondigd. Iedereen wist dat het groot zou worden op 6 januari en erom zou spannen. De onvoldoende inzet van de politie en het terughoudende optreden is daarom een raadsel. Waarom werd er geen traangas ingezet toen de relschoppers de barricades overliepen? Waarom verbroederden agenten zich met de relschoppers die het Capitool binnendrongen en hielden ze zelfs de deuren open voor de opstandelingen? Er zijn heel wat verantwoordelijke bestuurders die uitleg moeten geven over de gebrekkige bescherming van het Capitool en het lakse optreden van de manschappen van de Capitol Police.

In de commentaren is al opgemerkt (onder meer door Van Jones op CNN) dat als de opstandelingen leden van BLM of moslims waren geweest (en kun je toevoegen: linkse studenten) de Capitol Police veel harder was opgetreden. Dat is terechte kritiek. Deze politiedienst omvat meer dan 2000 manschappen en dit moest voldoende zijn om het Capitool en de terreinen eromheen te beschermen. Daarnaast had de leiding ervan vooraf assistentie van de politie van DC, de Nationale Garde of politiekorpsen in het omringende Virginia en Maryland kunnen regelen ter versterking. Maar dat is niet voorbereid. De Capitol Police overhandigde de opstandelingen de sleutels van het kasteel. Dat is een teken van landverraad.

Tegen witte herrieschoppers wordt door de gemiddelde agent totaal anders opgetreden dan tegen protestanten die een ander wereldbeeld (en huidskleur) hebben dan de gemiddelde agent. Daarbij komt in Nederland het ontbreken van een goede organisatie en leiding van de politie dat resulteert in ondermaats en ondoelmatig handelen en een slechte werksfeer en in de VS de verregaande militarisering van de politie.

Newsweek is hier ingedoken en constateert in een artikel van 6 januari 2021: ‘Several of the sources said the U.S. Capitol Police—with a strength of more than 2,000 law enforcement officers—might not act, or might be intentionally stood down, because many Congressional Republican leaders wanted the mob to amplify their shrinking voices that the election was illegitimate. There has been no confirmation of this claim. But it’s notable that it took less than 15 minutes for the mob to gain entrance to the Capitol Building–and then virtually nothing was done to eject them.’

Dit valt zowel de politieke leiding die de Capitol Police aanstuurt en niet in het minst president Trump die de initiator van de mislukte staatsgreep was, de leiding ervan als de manschappen die de opstandelingen geen strobreed in de weg legde te verwijten. Ze hebben collectief gefaald. Ze moeten bestraft worden, maar belangrijker voor de toekomst is is dat de commandastructuur en de politie hervormd moeten worden. Ze zijn geen afspiegeling van de samenleving, maar een bijwagen van wit racisme. Waarbij het 90% zwarte Washington DC nog meer uit de toon valt als het dit witte racisme van de Trump aanhangers zou gedogen.

Deze poging tot staatsgreep kan in een volwassen en weerbare democratie niet zonder gevolgen blijven. Een bestorming van het Capitool is al sinds 200 jaar niet meer voorgekomen. Dit past niet in een functionerende democratie. De verantwoordelijken die doelbewust de bescherming hebben afgeschaald moeten wegens plichtsverzuim of landverraad aangeklaagd worden.

Op het niveau van de werkvloer geeft bovenstaande foto een verklaring. Een lid van de Capitol Police die zich verzoent met het gespuis dat zich illegaal toegang tot het Capitool heeft verschaft. Dit doet denken aan het boerenprotest in Nederland waar de radicale boeren in alles worden geholpen door de politie. Dat klopt niet. Er is iets fundamenteel mis met een politieagent die niet beseft wat zijn taak is. Hij moet zich niet verenigen met opstandelingen die een staatsgreep uitvoeren, maar zich hier teweer tegen stellen. Als een politiebeambte niet beseft dat hij of zij niet het rechts-radicale racisme moet dienen, maar de grondwet, dan behoort hij geen agent namens de overheid te zijn.

Deze beschaamde en succesvolle bestorming van het Capitool en de mislukte poging tot staatsgreep gaat dus niet in het minst ook om politiehervorming. Naast een president die anti-democratie en wit racisme vertegenwoordigt. Maar het is zijn omgeving dat gaat van leden van zijn kabinet tot de gewone agenten van de Capitol Police die dit mogelijk hebben gemaakt. Zonder hen had Trump deze poging tot staatsgreep nooit zover door kunnen voeren. Allen dienen verantwoording af te leggen, van hoog tot laag. Er zitten te veel rotte appels in de mand.

Gedachten bij twee politiefoto’s van Eugenia Falleni (1920 en 1928)

Hetzelfde individu staat op twee verschillende lijstjes van de amusementswebsite Twisted Sifter (zie: betekenis) die zijn samengesteld uit politiefoto’s (mugshot) van het Australische The Sydney Justice & Police Museum dat een collectie heeft ‘met objecten die betrekking hebben op misdaad, politie en rechtsgeschiedenis, waaronder een uitgebreid archief van forensische negatieven van de politie gemaakt door de politie van NSW tussen 1910 en 1964’. 

Het wordt er verwonderlijk op als blijkt om welke lijstjes het gaat: ‘Vintage Mugshots from the 1920s’ met 30 dossierfoto’s met mannelijke criminelen en ‘Femme Fatales: 35 Vintage Female Mug Shots’. Een individu kan zowel een mannelijke als vrouwelijke identiteit aannemen. Kleren en vermomming maken blijkbaar de man of de vrouw.

Het gaat om de Italiaans-Australische Eugenia Falleni, alias Harry Crawford alias Jean Ford (1875-1938). De bovenste foto dateert uit 1920 en is waarschijnlijk genomen op de dag van de arrestatie en de onderste uit 1928. Deze vrouw en moeder ging sinds 1899 door het leven als man. Zij trouwde in 1913 met weduwe Annie Birkett die verdween. Falleni werd ervan verdacht haar vermoord te hebben.

De beschrijving bij de bovenste foto is raadselachtig en roept vragen over het huwelijk op: ‘Drie jaar later [= 1917], kort nadat ze aan een familielid had aangekondigd dat ze ‘iets geweldigs aan Harry’ had ontdekt, verdween Birkett’. Ging het hier om een lesbische relatie zoals een artikel in The Sydney Herald Tribune voorzichtig suggereert?

Eugenia Falleni werd ter dood veroordeeld. Dat werd later omgezet in levenslange gevangenisstraf. Ze werd in 1931 na 11 jaar vrijgelaten op voorwaarde dat ze als vrouw leefde. Of ze Annie Birkett vermoord heeft lijkt bij nader inzien niet duidelijk. Wat waren de omstandigheden en het motief voor de moord? Speelde bij haar veroordeling het feit mee dat ze zich als man vermomde en bij het niet voltrekken van het doodsvonnis dat ze een vrouw was?  

Ze overleed in 1938 in Sydney bij een verkeersongeluk tijdens een carnavalsoptocht. Dit einde is bijna te mooi, te afsluitend om waar te zien omdat het het verhaal van vermomming en identiteitswissel rond maakt. Vanaf 1978 kent deze stad het jaarlijkse Sydney Gay and Lesbian Mardi Gras dat een van de grootste in z’n soort ter wereld is.

Foto 1: [4. Eugenia Falleni, alias Harry Crawford, 1920]. Collectie: The Sydney Justice & Police Museum.

Foto 2: [13. Eugenia Falleni, alias Harry Crawford, 16 August 1928]. Collectie: The Sydney Justice & Police Museum

NOS verwijdert logo’s van auto’s vanwege intimidatie. Het is geen nederlaag voor de journalistiek, maar voor het overheidsgezag

Deze week hebben we een stap gezet waarvan we dachten dat we hem nooit zouden moeten zetten: we hebben de NOS-logo`s laten verwijderen van de auto`s waarmee we elke dag op pad zijn om verslaggevers een werkplek te bieden en om radio- en televisieverbindingen met Hilversum te leggen. Voortaan zijn deze auto`s, kleine vrachtwagens eigenlijk, niet meer herkenbaar als auto`s van de NOS.’ Aldus het begin van een verklaring van Marcel Gelauff, hoofdredacteur NOS Nieuws. Is dit een nederlaag voor de journalistiek?

Ja en nee. Ja, omdat het weghalen van het NOS-logo van auto’s een nederlaag voor de journalistiek is. Maar nee, omdat het ruimer is. Dit is deel van een groter probleem. Het is eerder een nederlaag voor de nationale veiligheid en de veiligheidsdiensten. Dus voor het gezag van de overheid. Waarom kunnen ze de veiligheid van het materiaal en personeel van de NOS niet garanderen? Dit tekent het failliet van de overheid. Het trefwoord dat dit samenvat is labbekakkerigheid. Onmacht uit een combinatie van angst en sulligheid.

Nodig is een veiligheidsbeleid dat past bij een volwassen rechtstaat en een weerbare democratie. Dat ontbreekt nu. Hoe is het mogelijk dat degenen die voor de samenleving gewoon hun werk verrichten worden gehinderd of zelfs nog zwaarder worden getroffen door degenen die het daar niet mee eens zeggen te zijn?

Of dat nou de politie, de zorg, de ambulancedienst, de brandweer, het openbaar bestuur, het parlement of de publieke omroep is. Met aan het hoofd een minister van Veiligheid die elke geloofwaardigheid verloren heeft en onlangs af had moeten treden vanwege de overtreding van de COVID-maatregelen, worden deze diensten aan hun lot overgelaten. Met mooie woorden van een minister die zegt op te treden, maar niks doet.

Nu krijgen de complotdenkers, onruststokers, onnozelaars en malcontenten alle ruimte van de overheid om anderen te intimideren zonder enig risico te lopen dat ze verantwoordelijk voor hun daden worden gesteld.

Nederland moet geen politiestaat worden. Verre van dat. Maar de anarchie en het gebrek aan optreden van de veiligheidsdiensten die of onvoldoende capaciteit of tekortschietende leiding en opdracht hebben om op te treden is schrijnend en past niet bij een volwassen rechtsstaat. Dit vraagt om aangepaste wetgeving.

Het gezegde zegt dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Dat is nu aan de hand. Het gaat om een slecht georganiseerde politie die onderbemensd is en al jaren ondermaats presteert in vergelijking met andere landen en regio’s, veiligheidsdiensten die zo’n kleine tien jaar geleden uitgekleed werden en er daarna taken bij kregen, en zoals gezegd een ongeloofwaardige minister Grapperhaus over wie het hele land weet dat hij geen gezag meer heeft en op had moeten stappen. In dat vacuüm worden de logo’s van de NOS verwijderd.

Was het maar een nederlaag voor de journalistiek, dan viel het te repareren. Het is echter een gezagscrisis.

Foto: Schermafbeelding van deel verklaring ‘Nederlaag voor de journalistiek’ van Marcel Gelauff, 15 oktober 2020.