NOS verwijdert logo’s van auto’s vanwege intimidatie. Het is geen nederlaag voor de journalistiek, maar voor het overheidsgezag

Deze week hebben we een stap gezet waarvan we dachten dat we hem nooit zouden moeten zetten: we hebben de NOS-logo`s laten verwijderen van de auto`s waarmee we elke dag op pad zijn om verslaggevers een werkplek te bieden en om radio- en televisieverbindingen met Hilversum te leggen. Voortaan zijn deze auto`s, kleine vrachtwagens eigenlijk, niet meer herkenbaar als auto`s van de NOS.’ Aldus het begin van een verklaring van Marcel Gelauff, hoofdredacteur NOS Nieuws. Is dit een nederlaag voor de journalistiek?

Ja en nee. Ja, omdat het weghalen van het NOS-logo van auto’s een nederlaag voor de journalistiek is. Maar nee, omdat het ruimer is. Dit is deel van een groter probleem. Het is eerder een nederlaag voor de nationale veiligheid en de veiligheidsdiensten. Dus voor het gezag van de overheid. Waarom kunnen ze de veiligheid van het materiaal en personeel van de NOS niet garanderen? Dit tekent het failliet van de overheid. Het trefwoord dat dit samenvat is labbekakkerigheid. Onmacht uit een combinatie van angst en sulligheid.

Nodig is een veiligheidsbeleid dat past bij een volwassen rechtstaat en een weerbare democratie. Dat ontbreekt nu. Hoe is het mogelijk dat degenen die voor de samenleving gewoon hun werk verrichten worden gehinderd of zelfs nog zwaarder worden getroffen door degenen die het daar niet mee eens zeggen te zijn?

Of dat nou de politie, de zorg, de ambulancedienst, de brandweer, het openbaar bestuur, het parlement of de publieke omroep is. Met aan het hoofd een minister van Veiligheid die elke geloofwaardigheid verloren heeft en onlangs af had moeten treden vanwege de overtreding van de COVID-maatregelen, worden deze diensten aan hun lot overgelaten. Met mooie woorden van een minister die zegt op te treden, maar niks doet.

Nu krijgen de complotdenkers, onruststokers, onnozelaars en malcontenten alle ruimte van de overheid om anderen te intimideren zonder enig risico te lopen dat ze verantwoordelijk voor hun daden worden gesteld.

Nederland moet geen politiestaat worden. Verre van dat. Maar de anarchie en het gebrek aan optreden van de veiligheidsdiensten die of onvoldoende capaciteit of tekortschietende leiding en opdracht hebben om op te treden is schrijnend en past niet bij een volwassen rechtsstaat. Dit vraagt om aangepaste wetgeving.

Het gezegde zegt dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Dat is nu aan de hand. Het gaat om een slecht georganiseerde politie die onderbemensd is en al jaren ondermaats presteert in vergelijking met andere landen en regio’s, veiligheidsdiensten die zo’n kleine tien jaar geleden uitgekleed werden en er daarna taken bij kregen, en zoals gezegd een ongeloofwaardige minister Grapperhaus over wie het hele land weet dat hij geen gezag meer heeft en op had moeten stappen. In dat vacuüm worden de logo’s van de NOS verwijderd.

Was het maar een nederlaag voor de journalistiek, dan viel het te repareren. Het is echter een gezagscrisis.

Foto: Schermafbeelding van deel verklaring ‘Nederlaag voor de journalistiek’ van Marcel Gelauff, 15 oktober 2020.

Weerstand tegen bestrijding van COVID-19 heeft diepere oorzaak. Overheid doet er verstandig aan om die aan te pakken

In Nederland gelden vanaf vanavond strengere maatregelen in verband met de bestrijding van de COVID-19 pandemie. De meerderheid van de bevolking is het daar mee eens en een kleine minderheid vroeg de laatste tijd zelfs om strengere maatregelen. Het is een kleine minderheid van 15% die op sociale media en bij protestacties op straat de aandacht naar zich toetrekt. Het land lijkt zich zo te laten kennen in chagrijn. Of ze aangestuurd worden door beroepsagitatoren die weer aangestuurd worden door partijen die de Nederlandse overheid willen verzwakken is de vraag. De maatregelen zijn voor niemand prettig. Welke achtergrond men ook heeft. Wat niet wil zeggen dat het leed gelijk verdeeld is. Dat is het niet. Degenen die het financieel slecht hebben worden het zwaarst getroffen. De reacties op COVID-19 en de maatregelen om de pandemie te bestrijden moeten dan ook niet opgevat worden als waterscheiding. De breuklijn ligt dieper in de sociale en financiële achterstelling. Als de Nederlandse overheid verstandig is om deze 15% mee te krijgen, dan richt het zich niet zozeer op voorlichting over COVID-19, maar op de bestrijding van armoede en sociale achterstelling in combinatie met de neutralisering van de beroepsagitatoren die hun deuntjes op sociale media repeteren.

In Nederland is niet institutioneel racisme, maar gelijkheid de norm

Met de opinie van Martin Sommer in de Volkskrant ben ik het eens. Hij meent dat gelijkheid in Nederland de norm is. Daar valt weinig tegen in te brengen. Maar het is wel de actuele mode om het te hebben over het zogenaamde institutionele racisme. Opeens delibereren opinieleiders dat er institutioneel racisme bestaat in Nederland. Zonder dat ze uitleggen wat ze daar precies mee bedoelen. Sommer maakt duidelijk dat dit een misverstand is en er in Nederland geen institutioneel racisme bestaat (zonder dat hij hier die term gebruikt).

Een voorbeeld van zo’n opinieleider die de race naar de bodem van de redelijkheid en het overzicht succesvol heeft ingezet is voormalig kamerlid voor GroenLinks en huidig NRC-columnist Zihni Özdil. Zijn columnOok Jort Kelder mag zijn werk niet verliezen door zijn kleur’ van 11 juli 2020 geeft aan hoe een columnist zich in het proces kan verliezen. Het favoriete stijlmiddel van Özdil is de ontkenning en zijn retorische procedé is de antithese waarmee hij spanning oproept en vasthoudt zonder tot een afronding te komen. Zijn columns zijn de coïtus interruptus van de dagbladjournalistiek die bol staan van losse flodders en losse draden. Hij weeft geen samenhang. De columnist suggereert dat er in Nederland institutioneel racisme bestaat als hij opmerkt dat hij ooit iemand daarvan overtuigde. Het zou volgens hem ‘systematisch’ doorwerken in de maatschappij. Wat hij daarmee bedoelt is onduidelijk. Hij spreekt zichzelf tegen als hij universiteiten, media en de culturele sector van sektarisme en antiracisme beticht. Hoe deze instituties zich dan logischerwijze verhouden tot het institutioneel racisme waarmee de samenleving doordesemd zou zijn is het raadsel. Zihni Özdil maakt de hapsnapperigheid van zijn column duidelijk in zijn poging om een originele opinie af te leveren die hem weliswaar onderscheidend maakt, maar ook het beeld vestigt van een opinieleider die onorderlijk en warrig is.

Er bestaan uitingen van racisme in Nederland. Die moeten bestreden worden. Ze worden niet van bovenaf georkestreerd, in wetten vastgelegd en door de democratische instituties of een abstracte institutie als de rechtsstaat gesteund. Zoals Sommer beschrijft is het tegendeel waar. In Nederland is gelijkheid het streven. Dat dat nog niet gerealiseerd is en dat er nog steeds fouten in beleid en uitvoering worden gemaakt door onder meer de politie (etnisch profileren), de Belastingdienst (toeslagenaffaire) of de toegang van Antilliaanse Nederlanders tot Nederland is duidelijk. Maar institutioneel racisme dat zich niet afspeelt tussen individuen, maar in de relatie van de burger met de staat, is in Nederland formeel noch informeel overheidsbeleid.

Dat was het wel in Zuid-Afrika tijdens het apartheidsregime van de Nasionale Party (1948-1994). Hetzelfde geldt voor de Rwandese genocide (1994), de Armeense genocide (1915) door het Ottomaanse rijk of de Joegoslavische oorlogen (1991-2001) die draaiden om etniciteit. Dit soort racisme resulteerde in grof geweld dat van bovenaf werd gestuurd. Deze voorbeelden geven aan dat Nederland niet in dit rijtje past. In Nederland bestaat racisme, maar geen institutioneel racisme. Hoe graag opinieleiders ook gretig het tegendeel beweren.

Foto: Schermafbeelding van deel columnNiet racisme, maar juist gelijkheid is hier sinds jaar en dag de norm’ van Martin Sommer in de Volkskrant, 26 juni 2020.

Is er redelijkheid in de onredelijkheid om de politieagent die George Floyd doodde de doodstraf op te leggen?

In de zaak George Floyd in het Amerikaanse Minneapolis kan men zich afvragen of de politieagent die acht minuten lang zijn knie in de nek van de op de grond liggende Floyd drukte in aanmerking zou moeten komen voor de doodstraf. In Nederlandse oren klinkt die vraag bizar. Maar de aanleiding is ernstig. Floyd liet de agent weten dat hij niet meer kon ademen. Uiteindelijk stierf Floyd onder de knie van de agent. Dit gaat tegen de procedures in. Tot nu toe zijn de betreffende agent en drie agenten die hem vergezelden niet aangeklaagd. Zeer vermoedelijk houdt het gepolitiseerde ministerie van Justitie de agenten uit de wind. Dit betreft de VS waar de doodstraf een sanctie voor zo’n overtreding kan zijn. Dus volgens de logica van de Amerikaanse grondwet kan de betreffende agent de doodstraf opgelegd worden. Een broer van het slachtoffer en Floyds vriend Stephen Jackson hebben afgelopen dagen gepleit voor het opleggen van de doodstraf aan de agent.

Ik ben tegen de doodstraf ‘in normale omstandigheden’. Zoals een roofoverval met dodelijk afloop of een moord. Wat het niet normaal maakt is dat het een overheidsdienaar, te weten een politieagent betreft die is belast met het geweldsmonopolie. Hij opereert namens de overheid. Het geweld van politieagenten tegen burgers is een verzwarende factor omdat ze extra verantwoordelijkheid hebben. Daarbij komt dat het handelen van betreffende agenten ideologisch gemotiveerd lijkt. George Floyd wordt bewust ontmenselijkt en vernederd. Het rapport21st Century Policing’ (2015) van de regering Obama dat aanbevelingen bevat om de kloof tussen politie en agent te verkleinen is door de regering Trump in de la gelegd. De kloof is verbreed.

De zaak George Floyd staat niet op zichzelf. Er zijn in de VS talloze vergelijkbare gevallen die als institutioneel racisme kunnen worden gekenschetst. Alleen als het wordt gefilmd haalt zo’n zaak de publiciteit. De niet gefilmde gevallen van racistisch geweld tegen minderheden blijven buiten de publiciteit. Ook ‘betrapte’ agenten worden altijd van vervolging vrijgesteld. Zoals dat in Nederland na onderzoek ook gebeurde bij de zaak Mitch Henriquez in Den Haag. Agenten opereren soms onder hoogspanning en zijn zelf kwetsbaar voor geweld van burgers. Maar juist door het juridisch aanpakken van de ergste overtredingen van politiegeweld zou de kou uit de lucht gehaald kunnen worden om de spanning tussen politie en burger te verkleinen.

Het is lastig om te beredeneren welk doel de middelen heiligt. De doodstraf is onherroepelijk en een zwaar middel. In een ideale situatie is elke weldenkende burger tegen de doodstraf. De EU ervoor pleit ervoor om de doodstraf in alle gevallen en in alle omstandigheden af te schaffen. Aanvullend feit is dat de doodstraf in landen die het toepassen discriminerend wordt opgelegd aan voornamelijk leden van zwakkere groepen. Er pleit wat voor de redenering om dat (uitsluitend in landen waar de doodstraf al wordt opgelegd) om te keren en te richten op degenen die zwakkere groepen onderdrukken. Ideaal is het niet, maar binnen het geldende rechtsprekende systeem kan het als een correctie dienen. De Amerikaanse grondwet biedt de mogelijkheid.

Foto: Schermafbeelding van paragraaf ‘TITLE 18, U.S.C., SECTION 242; DEPRIVATION OF RIGHTS UNDER COLOR OF LAW’ van het Amerikaanse ministerie van Justitie (DoJ).

Pleidooi voor landelijke geluidsregels voor kerken en moskeeën

Velen zullen het niet beseffen, maar er zijn geen landelijke, wettelijke regels voor het geluid van kerken en moskeeën. Aldus bovenstaand bericht van de Rijksoverheid. En kan men toevoegen het geluid dat van alle plekken van religieuze of spirituele organisaties komt. Het wordt per gemeente geregeld. Dit is ongelukkig. In artikel 10 zegt de Wet openbare manifestaties dat gemeenten niet verplicht zijn beperkende regels te stellen.

Stel het geval dat een religieuze stroming met honderden stemgerechtigde aanhangers zich vestigt in een kleine gemeente en met een eigen partij meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen en een meerderheid behaalt. En de meerderheid in het gemeentebestuur heeft. Dat is minder gezocht dan het lijkt voor wie de geschiedenis van Maharishi Mahesh Yogi in Vlodrop in ogenschouw neemt. Deze religieuze voorman had een politieke partij opgericht: de Natuurwetpartij. Dan kan zo’n religieuze of spirituele organisatie onder het mom van de vrijheid van godsdienst zelf de duur en het geluidsniveau bepalen van het geluid dat vanuit het eigen gebouw klinkt. Dan zou 24 uur per dag klokgebeier of een gebedsoproep, meditatie of mantra met versterkte luidsprekers kunnen galmen. De vrijheid van godsdienst wordt dan niet zozeer gebruikt om hieraan een wettelijke basis te geven, maar om het protest ertegen vanuit de omgeving naast zich neer te leggen.

Hoe verwarrend de regelgeving is die handige bedrijven ruimte biedt, laat het berichtOverlast kerkklokken’ van strooming.nl zien. Dit bedrijf presenteert zichzelf als ‘Expert in legionellapreventie & geluid-, geur- en luchtonderzoek’. Het probeert aan autoriteit te winnen door plaatsing van logo’s van televisieprogramma’s als ‘Mr. Frank Visser Doet Uitspraak’, SBS6, RTL7 en NOS/OP1 en de toevoeging ‘bekend van’. Het wordt er warrig op als strooming zegt: ‘Maar de gemeenteraad is bevoegd ter zake regels te stellen met betrekking tot duur en geluidsniveau. Zo mogen de kerkklokken tussen 23.00 en 7.30 uur niet boven een bepaald geluidsniveau komen: dat is boven de 15 decibel.’ Dit laat open of de gemeenteraad (vanwege de gezondheid en het welzijn van omwonenden) verplicht is tot beperking van het geluid van de kerkklokken ’s nachts of dit vrijblijvend kan toepassen. Een uitspraak van de Raad Van State naar aanleiding van een kwestie van de Heilige Margarita Parochie in Tilburg redeneert vanuit de beperking die de gemeente Tilburg in een APV (algemene plaatselijke verordening) had omschreven. Zoals blijkt uit artikel 10 van de Wet openbare manifestaties zijn er geen landelijke regels voor het geluid van kerken. Een gemeente kan het toepassen, maar is daartoe niet verplicht.

Strooming komt met een praktische oplossing die in het eigen straatje past. Namelijk het aanvragen van een ‘gratis’ offerte voor de aanpassing van de woning bij geluidsoverlast van kerkklokken. Het zegt: ’Gelukkig kunt u zelf ook wat doen tegen de overlast van de kerkklokken. Soms maken kleine oplossingen al het verschil. Het kan al veel schelen als u alle ramen aan de kant van de kerk gesloten houdt.. Ook kunt u de overlast van de kerkklokken beperken door een aantal aanpassingen in uw eigen woning.’ Die dan uiteraard tegen betaling door strooming uitgevoerd worden. ‘Strooming helpt u hier graag bij’, voegt het genereus toe.

Terwijl de overheid serieus werk maakt van de Omgevingswet en het verbeteren van de leefomgeving door grenzen te stellen aan industrieel- en verkeersgeluid, ontbreken er nog steeds landelijke geluidsregels voor kerken, moskeeën en andere religieuze organisaties. Het is aan de alertheid van een gemeente of van de inwoners om dit te regelen. Doorgaans treedt er geen overlast op omdat een gemeente de belangen afweegt van inwoners en de religieuze organisatie die geluid produceert dat door omwonenden als hinderlijk wordt ervaren. Dat is afhankelijk van het willen optreden van een gemeente en de inschikkelijkheid van de religieuze organisatie. Zo ontstaat rechtsongelijkheid tussen gemeenten. Het ontbreken van landelijke geluidsregels voor religieuze organisaties zorgt voor onduidelijkheid waar commerciële bedrijven op inspringen. Het verdient aanbeveling om landelijke regels te stellen voor deze geluidsregels. Mede omdat een gemeente die geen enkele beperking aan de geluidsproductie van de religieuze organisaties wil stellen daartoe bevoegd is.

Foto 1: Schermafbeelding van deel berichtGeluidsoverlast in de wet: regels, normen en tijden’ van de Rijksoverheid.

Foto 2: Schermafbeelding van artikel 10 van de Wet openbare manifestaties (WOM).

Foto’s 3 en 4: Schermafbeelding van delen berichtOverlast kerkklokken’ van strooming, [vermoedelijk] 2019

Huilende horecaondernemer verwacht dat overheid zijn ondernemersrisico overneemt

De huilende horecaondernemer Marcel vindt dat hij financiële ondersteuning moet krijgen van de overheid in verband met de coronacrisis. Hij beseft niet dat iemand dat moet betalen. In dit geval de belastingbetaler die de komende jaren moet opdraaien voor stijgende rentelasten. De overheid kan echter niet elk bedrijf steunen dat in betalingsproblemen komt. Dat is een te zware wissel op de toekomst en daarnaast is er ook nog zo iets als ondernemersrisico. Marcel heeft de pech dat hij blijkbaar geen reserves heeft, in aanmerking komt voor een extra bankkrediet en nog geen omzet heeft. Dat is echter niet de schuld van de overheid. Vooraf had hij moeten beseffen dat hij dat risico liep. Marcel en anderen denken dat ondernemen een loterij zonder nieten is en dat bij verlies de overheid verplicht is om bij te springen. Dat is een kinderlijke gedachte. Marcel doet er verstandig aan om nu failliet te gaan en het over enkele jaren als de economie aantrekt nogmaals te proberen.

Falende bestrijding coronavirus: Amerikanen zien in de praktijk bevestigd hoe incompetent Trump is

Presidentieel historicus Jon Meacham meent dat president Trump zaait wat hij geoogst heeft. Trump heeft herhaaldelijk de federale overheid aangevallen en doelbewust het vertrouwen erin beschadigd. Trump heeft door bezuinigingen, het nalaten van benoemingen van hoge ambtenaren, een beleid van ontmoediging en het intimideren van deskundigen de werking van en het vertrouwen in de overheidsdiensten afgebroken. Testkits zijn in de VS nauwelijks beschikbaar zodat niemand kan inschatten hoever het virus verspreid is.

Het verspreiden door Trump en zijn medestanders van complottheorieën over de zogenaamde ‘diepe staat’ droegen de claim in zich dat alleen de president te vertrouwen was en de leiding had. Maar het uitblijven van een deugdelijke aanpak van de bestrijding van het coronavirus heeft Trumps geloofwaardigheid verregaand verminderd. Het is ontaard in onzekerheid en chaos. Dat heeft zijn directe weerslag op de economie waar bedrijven niet weten wat ze voor de volgende kwartalen kunnen verwachten en daarom gedwongen zijn op veilig te spelen. Bij de falende bestrijding van het coronavirus blijkt nu voor steeds meer Amerikanen dat Trump zich onverantwoordelijk incompetent heeft gedragen door het beter te weten dan de deskundigen. Zo ontstaat de onthullende waarheid dat Trump zo’n kwestie van leven of dood niet toevertrouwd kan worden.

De maatregel om vluchten uit Europa voor enkele weken stil te leggen is een uiting van misplaatste daadkracht waarmee Trump poogt om iets van zijn geloofwaardigheid terug te winnen. Het is een tamelijk zinloze maatregel omdat het virus binnen de VS al wijd verspreid is. In het algemeen staat de bestrijding van het coronavirus haaks op het sentiment van de rechts-populisten. Want nu zijn internationale samenwerking en een hoofdrol voor de wetenschap en deskundigen geboden. Niemand blijft buiten schot of kan een eigen gelijk claimen vanuit een ideologie, want de verspreiding stopt niet bij grenzen, geloven of etniciteiten.

Trump probeert vergeefs zijn populistische agenda te verenigen met de aanpak van het virus. Hij hanteert die agenda al sinds de campagne van 2016, zodat hij daar in de beeldvorming geen afstand meer van kan nemen. Hij is ermee vereenzelvigd. Hij kan niet aan zijn schaduw ontvluchten. Trump is de gevangene van zijn eigen succes dat bij nader inzien een nederlaag blijkt te zijn. Voor de politicus Trump en voor de naar verwachting honderdduizenden Amerikanen die de komende lente en zomer geheel onnodig aan de gevolgen van het coronavirus zullen sterven is dat fataal. Amerikanen zien in de praktijk bevestigd hoe incompetent Trump is.

Petitie vraagt om wetgeving voor een religieus neutrale rechtsstaat zonder religieuze symbolen (zoals hoofddoek) in openbare functies

De petitieDe overheid is voor iedereen, dus neutraal’ vindt dat de overheid zich neutraal moet presenteren. Dat geldt ook voor de kleding die neutraal moet zijn. In Nederland geldt een hoofddoekverbod voor ambtenaren in uniform zoals agenten en militairen. Ook griffiers en rechters mogen in Nederland in hun functie geen hoofddoek dragen. De petitie verwijst naar een uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit 2017 over een Belgische en Franse zaak dat het werkgevers onder voorwaarden toestaat om het personeel te verbieden om een hoofddoek of een ander religieus symbool te dragen.

Genoemde petitie constateert dat de Tilburgse wethouder Esmah Lahlah (partijloos) tijdens de uitoefening van haar functie een hoofddoek draagt. Aan de hand van foto’s valt aan te tonen dat ze met hoofddoek als wethouder functioneert. De petitie meent dat daardoor het beeld van neutraliteit van de overheid verdwijnt en de overheid gaat functioneren als ‘podium om geloofsovertuigingen uit te dragen’. Volgens petitionaris James Salam komt hiermee ‘De seculiere of neutrale staat in het geding’. De petitie wil dat deze tendens gestopt wordt en vraagt om speciale wetgeving waarvan het zegt dat die in Frankrijk en Portugal bestaat. Om deze redenen verzoekt de petitie om wetgeving ‘voor een religieus neutrale, democratische rechtstaat zonder religieuze symbolen in openbare organisatorische en openbare bestuurlijke functies’.

Overigens is de verwijzing naar ‘het seculiere principe’ en ‘de seculiere staat’ die wordt gekoppeld aan ‘de neutrale staat’ verwarrend. Het is onduidelijk hoe de petitionaris dat bedoelt. Er is veel voor te zeggen om de symboliek van godsdiensten en levensovertuigingen bij vertegenwoordigers van de overheid te verbieden omdat het in strijd kan zijn met de neutrale overheid. Maar secularisme benadert het principe van de andere kant en gaat om rechten van burgers. Het omvat de vrijheid voor burgers om zich in vrijheid te laten inspireren door een godsdienst en levensovertuiging naar eigen keuze. In die keuze is de overheid geen deelnemer, maar een waarborg voor die keuze. Het secularisme legt de overheid al een neutrale positie op.

Net als wethouders maken ook burgemeesters en ministers deel uit van het openbaar bestuur. Het toont onevenwichtig dat agenten, militairen, griffiers en rechters niet en wethouders, burgemeesters en ministers in hun functie wel religieuze symbolen zoals een hoofddoek mogen dragen. Wat is de logica dat de Tilburgse agente in functie niet en de Tilburgse wethouder in functie wel een hoofddoek mag dragen? Laatstgenoemde treedt als bestuurder naar buiten en behoort op neutrale wijze het openbaar bestuur te representeren. Feit dat dit verschil bestaat is niet ingegeven door logica of rationaliteit. Het toeval is dat in het eerste geval (agenten, rechters etc.) een reglement is opgesteld, en in het tweede geval (wethouders, burgemeesters etc.) niet.

De minister van Binnenlandse Zaken zou het voortouw moeten nemen in deze kwestie van ongelijkheid en duidelijkheid moeten scheppen over deze gelijke monniken, ongelijke kappen wat het dragen van religieuze symbolen door vertegenwoordigers van het openbaar bestuur betreft. Een verbod is daarbij niet de leidende gedachte, maar wel bewustwording over het waarom van deze ongelijkheid. Het gaat om de stroomlijning en coördinatie van wetgeving/ reglementering. De te kiezen weg lijkt tweeledig: of de religieuze symbolen toelaten voor alle vertegenwoordigers van het openbaar bestuur of ze voor alle vertegenwoordigers verbieden.

De nu bestaande willekeur die bestaat uit een lappendeken van reglementair broddelwerk past niet bij een zorgvuldige overheid. Nu is er nog tijd om in relatieve rust dit aspect van de neutrale vertegenwoordiging van de overheid te onderzoeken. Voordat dit onderwerp mogelijk in de nabije toekomst belast wordt door de partijpolitiek en beeldbepalende vertegenwoordigers pro en contra dit aspect van een neutrale overheid.

Foto’s: Schermafbeelding van delen petitieDe overheid is voor iedereen, dus neutraal’ van James Salam op petities.nl, 16 december 2019.

Hoogleraar Tom Zwart (Universiteit Utrecht) vermengt religie met politiek. Hij wil ‘islamjongeren’ meer islam geven


Het Parool plaatst vandaag een interview van de verdienstelijke journalist Bas Soetenhorst met Tom Zwart, hoogleraar cross-cultureel recht aan de Universiteit Utrecht. Zwart schuwt controversiële uitspraken niet. Zo zei hij op een symposium over islamofobie en burgerrechten dat op zaterdag 28 september in Amsterdam werd gehouden dat de overheid met het secularisme ‘zijn eigen godsdienst propageert’. Ook toen deed Soetenhorst er in Het Parool nauwgezet verslag van. In een commentaar van 1 oktober had ik kritiek op Zwart en op de Universiteit Utrecht dat iemand die deze uitspraken doet in dienst neemt er niet publiekelijk ter verantwoording voor roept: ‘Als Zwart bij zijn bewering blijft dat de overheid het secularisme als eigen godsdienst propageert, dan verdient het afweging voor het bestuur van de Universiteit Utrecht om afscheid te nemen van Zwart. Iemand met zulke dwaze en radicale gedachten hoort niet thuis op een gerenommeerde universiteit’. De scherts is dat genie aan domheid grenst. Zwart lijkt er door zijn uitspraken het voorbeeld van.

In welke werkelijkheid van welke eeuw leeft deze cross-culturele hoogleraar Tom Zwart? Hij stoft het controversiële beleid van de ‘compenserende neutraliteit‘ van de oud-burgemeester van Amsterdam Job Cohen af dat later door zijn opvolger Eberhard van der Laan resoluut bij het oud vuil werd gezet. Waarom is dit beleid dat Zwart verkondigt en neerkomt op de vermenging van politiek en religie ongewenst, ongelukkig en achterhaald? 1) Het kost de belastingbetaler geld dat in een religieuze organisatie gestoken wordt. 2) Het speelt de orthodoxe islam het meest in de kaart, en de liberale islam minder. 3) Het is in strijd met de scheiding van kerk en staat. 4) Het sluit jongeren met een Marokkaanse of Turkse etnische achtergrond eenduidig op in een religieuze omgeving wat hun emancipatie en integratie buiten eigen kring bemoeilijkt. 5) Het is in strijd met de ontwikkeling van Nederland waar jongeren afstand nemen van religie en zich er steeds minder door laten inspireren. CBS: ‘Veruit het minst religieus betrokken zijn jongeren van 18 tot 25 jaar’.

Wat Tom Zwart bezielt en waarom hij oude, weerlegde theorieën uit de kast haalt en bizarre uitspraken blijft doen is een wonder. Dat zijn werkgever, te weten de Universiteit Utrecht dat laat gebeuren en hem niet op het matje roept -want in dit interview profileert Zwart zich opnieuw met zijn functie aan deze universiteit zoals de kop verduidelijkt- is het grootste wonder. Het is al erg genoeg, maar verteerbaar dat Zwart als privé-persoon deze uitspraken doet, maar het is onverkwikkelijk dat hij met (stilzwijgende) toestemming van de Universiteit Utrecht en onder de dekking van de wetenschap zulke controversiële uitspraken kan blijven verkondigen.

Foto: Schermafbeelding van delen uit het interviewHoogleraar cross-cultureel recht: ‘Meer islam is nodig, niet minder’’ van Bas Soetenhorst met Tom Zwart, hoogleraar cross-cultureel recht aan de Universiteit Utrecht in Het Parool, 17 oktober 2019.

Hoogleraar Tom Zwart (Universiteit Utrecht) meent dat overheid secularisme als eigen godsdienst propageert. Is hij de rede voorbij?

Hoe is het mogelijk dat het College voor de Rechten van de Mens (een zelfstandig bestuursorgaan van de Nederlandse rijksoverheid) partner is van het Collectief tegen Islamofobie & Discriminatie (dat in de titel wordt gespeld als ‘Descriminatie’)? Dat begint al met de omstreden term ‘islamofobie’ die claimt dat er ‘haat of vooroordelen jegens of discriminatie van moslims’ bestaat. Wordt hiermee zakelijke kritiek op de islamitische religie niet afgeleid en bij voorbaat geneutraliseerd? De Britse Josie Appleton zag al in 2002 het gebruik van de term ‘islamofobie’ als hype, ofwel een mediagekte die het omgekeerde bereikt van wat het zegt na te streven: ‘Het moedigt moslims aan om in angst te leven voor aanvallen en om dagelijkse incidenten buiten proportie op te blazen. Het onderdrukt ook het debat en de betrokkenheid tussen moslims en niet-moslims.’

Aanleiding voor de kritiek op de term ‘islamofobie’ is een verslag van Bas Soetenhorst in Het Parool van 29 september 2019. Hij doet verslag van een symposium over islamofobie en burgerrechten dat op zaterdag 28 september in Amsterdam werd gehouden. Het werd georganiseerd door het Collectief tegen Islamofobie & Discriminatie en ‘een tak van de afdeling antropologie van de Universiteit van Amsterdam’ aldus Soetenhorst.

Hoogleraar Crosscultureel recht Tom Zwart bij de vakgroep Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht was een van de sprekers. Hij deed volgens Soetenhorst de volgende uitspraak: ‘De overheid propageert zijn eigen godsdienst ten koste van andere godsdiensten’. Dit is een merkwaardige uitspraak die niet alleen niet juist is, maar evenmin logisch en begrijpelijk. Hoe is het mogelijk dat een hoogleraar Crosscultureel recht van de Universiteit Utrecht van wie men toch enige kennis en omzichtigheid zou verwachten tot zo’n niet door de feiten geschraagde uitspraak komt? Hoe kan Zwart zo warrig zijn? Hij beschadigt er niet alleen de Universiteit Utrecht en de Rechtsgeleerdheid mee, maar ook de geloofwaardigheid van de Nederlandse wetenschap. Hoe stelt hij zich voor dat de overheid ‘zijn eigen godsdienst propageert’? Waar hij het secularisme mee bedoelt.

Is Tom Zwart echt zo dom als het lijkt? Het lijkt er jammergenoeg sterk op. Ik op mijn beurt schaam me kapot omdat de Universiteit Utrecht mijn Alma Mater is en zo’n kwiebus als Zwart daar nu hoogleraar is. Met zijn uitspraak laat Zwart zich kennen als een hardliner die op een lijn te stellen is met orthodoxe christenen en moslims die het secularisme aanvallen. Maar het secularisme is een politieke filosofie die alle godsdiensten en levensovertuigingen binnen de rechtsstaat zonder onderscheid gelijk behandelt. Of daar in elk geval naar streeft, omdat de praktijk achterloopt op de theorie. Traditionele godsdiensten hebben als relicten uit het verleden vaak nog voorrechten waar ze zich krampachtig aan vastklampen en geen afstand van willen doen.

Het secularisme is geen godsdienst die ten koste gaat van godsdiensten. Zwart moet en kan dit weten. Maar in plaats van zijn kritiek te richten op de voorrechten van christenen die in strijd zijn met de zuivere toepassing van het secularisme, richt hij zijn kritiek op het secularisme zelf. En op de overheid die dat zou propageren.

Ik heb er geen woorden voor dat iemand als Zwart deze uitspraak heeft gedaan. Het is geen verspreking, maar een bewust gedane uitspraak die naadloos past in Zwarts betoog dat valt te karakteriseren als conservatief-religieus. Dat recht van mening heeft hij, maar hij verliest elke geloofwaardigheid als wetenschapper als hij in het openbaar zegt dat de overheid met het secularisme een eigen godsdienst propageert. Zwart ziet overal onderdrukking en anti-moslimsentimenten en maakt vrijzinnigen die vanwege hun overtuiging afstand nemen van bijzonder onderwijs verdacht als hij VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff met een ander gewraakte uitspraak omschrijft: ‘We moeten de mensen ontmaskeren die secularisatie uitdragen’. Het kan zijn dat Zwart zich heeft laten meeslepen door het moment, maar gezien zijn opleiding en functie zou hij beter moeten weten.

Zou Zwarts uitspraak geen aanleiding moeten zijn voor het bestuur van de Universiteit Utrecht om hem hierover om uitleg te vragen? Want Zwart sprak op het symposium in Amsterdam als hoogleraar van de Universiteit Utrecht. Als Zwart bij zijn bewering blijft dat de overheid het secularisme als eigen godsdienst propageert, dan verdient het afweging voor het bestuur van de Universiteit Utrecht om afscheid te nemen van Zwart. Iemand met zulke dwaze en radicale gedachten hoort niet thuis op een gerenommeerde universiteit.

Ook het bestuur van het College voor de Rechten van de Mens zou na moeten denken of het zich met dit radicale gedachtegoed wil associëren en het het partnerschap met het Collectief tegen Islamofobie & Discriminatie niet dient te beëindigen. Want hoe valt het te rijmen dat Zwart op een mede door het Collectief georganiseerde symposium de overheid beschuldigt het secularisme als godsdienst te propageren terwijl het College voor de Rechten van de Mens een zelfstandig bestuursorgaan van de Nederlandse rijksoverheid is?

Foto’s 1 en 3: Schermafbeelding van delen van het artikelGeslagen, maar ook strijdbare toon op symposium over islamofobie’ van Bas Soetenhorst in Het Parool, 29 september 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van pagina met partners van het Collectief tegen Islamofobie & Discriminatie. Waaronder onder meer de overheidsinstellingen: het College voor de Rechten van de Mens en de Politie.