George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Creatieve industrie

Pleidooi voor de herwaardering van kunst vanwege de bedreiging door het populisme

with 2 comments

Kunst als industrie is een opvatting. Specialismen die aan hoogleraar Andy Pratt van de City University London worden geplakt zijn verschillend. Veelzeggende etikettering. Dat varieert van Cultuurbeleid (‘Cultural Policy‘) tot Culturele Economie (‘Cultural Economy’). Dat is een principieel verschil in benadering die voor gescheiden werelden staat. Cultuurbeleid is het geheel van uitgangspunten van de overheid ten aanzien van de culturele sector. Het omvat emancipatie, culturele educatie en debat. Culturele economie is de studie van de culturele sector vanuit economisch perspectief. Het omvat beroepsopleiding, de creatieve industrie en amusement.

Politiek denken in de westerse landen van de afgelopen 15 jaar is doorgeslagen in de richting van kunst die dienstbaar is aan de economie. Zoals ook politiek dienstbaar werd aan de economie. Vaak in het verlengde van stadsplanning, ruimtelijke ontwikkeling en de belangen van de vastgoedsector. Dat kreeg een semi-officiële onderbouwing door de verschijning van The Rise of the Creative Class van Richard Florida in 2002.

Die ontwikkeling werd mogelijk omdat kunst als maatschappelijk-kritische macht haar scherpte had verloren en daarom getemd kon worden. Overheden schroefden uitgaven van cultuurbeleid terug. De politiek zag het belang van kunst niet in omdat het geen politiek-maatschappelijke functie van betekenis meer zou hebben.

Door de opkomst van het populisme verandert dat snel. Zo snel dat het praatje van professor Andy Pratt van november 2016 nu al gedateerd aandoet. De demagogie van Donald Trump, Nigel Farage, Marine Le Pen of Geert Wilders geeft kunst weer een functie. Die meer is dan economisch belang en verkooppraatjes over de creatieve klasse, werkgelegenheid en kunst uit cultuureconomisch perspectief. Kunst groeit door de slechte smaak van de populisten en hun opwaardering van politiek tot amusement -die indirect ook de journalistiek onschadelijk probeert te maken- in haar aloude rol als politiek kompas en maatschappelijk geweten.

Zo gloort er weer een rol voor kunst met een maatschappelijke functie die de economisering van de afgelopen 15 jaar achter zich laat. Het is zaak voor politieke partijen die zich tegen de demagogie van de populisten keren om in te zien dat kunst een essentieel instrument is om die demagogie te bestrijden. Niet door politiek stelling te nemen tegen de populisten, maar door hun kleinigheden, tegenstrijdigheden en onbelangrijkheden bloot te leggen. Cultuurcriticus Neil Postman zei: ‘When a population becomes distracted by trivia, when cultural life is redefined as a perpetual round of entertainments, when serious public conversation becomes a form of baby-talk, when, in short, a people become an audience, and their public business a vaudeville act, then a nation finds itself at risk; culture-death is a clear possibility.’ In die fase zijn we aanbeland. Hoogste tijd voor de herwaardering van kunst door de gevestigde politiek om de dreigende cultuurdood voor te zijn.

Advertenties

Crisis bij ‘Het Nieuwe Instituut’ geeft architecten kans op een nieuw eigen architectuurinstituut. Weg van het stylisme

with one comment

js_ni_ext_2

Zonder dat het echt opgemerkt wordt herbergt Rotterdam een tweede Wereldmuseum. Of liever gezegd het Wereldmuseum zoals dat functioneerde onder de vorige directeur Stanley Bremer voordat het voor de kunst werd gered en voor de poorten van de horeca, marketing en styling werd weggesleept. Het betreft ‘het sectorinstituut voor de creatieve industrie’ Het Nieuwe Instituut (HNI) met Guus Beumer als directeur. Deze vergelijking mag sommigen vergezocht voorkomen, maar de overeenkomsten tussen het oude Wereldmuseum en het huidige HNI zijn verbluffend. Zo wil volgens een bericht van architectenweb HNI ook een hotel beginnen: ‘Opmerkelijk is het voornemen om kantoorruimte een bestemming te geven als hotel-restaurant’.

Weliswaar bestaat het besef bij publiek, politiek en museumsector dat het niet goed gaat bij HNI, maar die kritiek vertaalt zich niet in actie zoals dat bij het Wereldmuseum gebeurde. Hoewel zich daar het tegengeluid met een publieksactie pas in de zomer van 2014 doelmatig bundelde, terwijl de kritiek al sinds 2011 klonk. Het vraagt blijkbaar enige tijd voordat voor als achter de schermen de tegenkrachten worden gecoördineerd.

HNI kwam in 2015 negatief in het nieuws door belangenverstrengeling binnen de directie en het ontbreken van goed bestuur, mede door onvoldoende toezicht vanuit de Raad van Toezicht. Afgelopen week werd die neergang geaccentueerd door het negatieve advies van de Raad voor Cultuur over de subsidieaanvraag voor de basisinfrastructuur 2017-2020. HNI houdt wel zicht op een subsidie van 5.640.000 euro als het onder meer alsnog voldoet aan voorwaarden van goed bestuur, positionering, kwaliteitszorg, educatie en financiële verslaglegging. Maar hoe dan ook is de subsidie met een derde gekort. HNI staat er financieel goed voor. 

Het advies liegt er niet om. Het vindt de resultaten van HNI te mager: ‘De raad vindt dat de instelling zijn rol en meerwaarde van zijn activiteiten voor de sector beter dient te beschrijven en uit te voeren. Hij kan uit de aanvraag niet opmaken hoe HNI zich bij de uitvoering van zijn taken verhoudt tot relevante spelers in de creatieve industrie.’ Wie verder kijkt dan het advies van de raad ziet waar de pijn zit. Een tweet van architect Thijs Asselbergs is veelzeggend: ‘Het Nieuwe Instituut doet niets voor de De Nieuwe Architect maar draagt wel bij aan imago ‘architect als stylist’. En de criticus van het eerste uur architect Kees van der Hoeven twittert: ‘Hoop – tenminste voor de architectuur – dat er eindelijk (kan het zijn) rigoureus wordt ingegrepen.’

Hier tekent zich een richtingenstrijd tussen architecten en stylisten af. Het gaat over het antwoord op de vraag wat architectuur is. Grofweg gezegd, is architectuur het vormgeven van ruimte als vastlegging van politieke verhoudingen of versiering? Anders gezegd, is het onderwerp van een architectuurinstituut een architectuur die verslag doet van ontwikkelingen of een architectuur die de ambitie heeft om de ontwikkelingen zelf te helpen vormen? HNI heeft onder directeur Guus Beumer duidelijk gekozen voor dat eerste: stylering.

De crisis die zich nu bij HNI aftekent zet deze tegenstelling op scherp, maar geeft de architecten ook kans om verloren terrein terug te winnen in een nieuw instituut: het NNAI, het Nieuw Nederlands Architectuur Instituut met een grotere rol voor techniek en leefomgeving. Nu is het moment om een weeffout te herstellen die de museale architectuur bevrijdt uit het klusterdenken over creatieve industrie en maakt tot vehikel van lifestyle of een modieus politiek debat. Kees van der Hoeven oppert in een tweet een verdeling in drie afdelingen (design, architectuur, e-cultuur): ‘Oplossing simpel: 3 vakgebieden, 3 krachtige curatoren voor komende 4 jaar, daarboven deskundige zakelijk directeur.’ Ik antwoordde in een tweet: ‘Of splitsing in twee musea: 1) Museum voor Stilering; 2) Architectuurmuseum. In R’dam staan zoveel gebouwen leeg. Dat moet kunnen.’

Foto: Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Credits: Johannes Schwartz.