Foto’s van vrouwen in de Italiaanse oorlogsindustrie (1915-1918)

Vrouwen zijn aan het werk. Ze lassen in de afdeling waar bommen worden gemaakt. Ze zijn ingezet in de oorlogsindustrie in een fabriek in het Noord-Italiaanse Savigliano. Voluit de Società Nazionale Officine di Savigliano (SNOS). Bij Turijn, in het hart van de toenmalige Italiaanse metaalindustrie. Hier staat Rosie the Riveter met haar vriendinnen, maar dan 25 jaar eerder. Het is 1916. Ze tonen niet hun spierballen, maar zijn stoer aan het werk.

Mannen vechten tegen het Oostenrijkse leger en hun echtgenotes of zussen maken munitie. Toch een soort standaardwerk. Gespecialiseerde arbeiders werken ook in de fabriek. Ze maken er bruggen, treinen of vliegtuigen.

In Turijn werken een 30-tal vrouwen op de ‘Damesafdeling’ van een fabriek van de naamloze vennootschap FIAT. Ze maken ook munitie voor de oorlogsindustrie. Een man in het midden houdt toezicht, in de achtergrond kijken nog enkele andere mannen toe. Vrouwen kijken ook sluiks of zelfs openlijk in de richting van de fotograaf die klaarblijkelijk de routine in de fabriek verbreekt. Later nam FIAT de SNOS over.

Società an. FIAT, Torino. Reparto femminile, 1915-1918.

Deze foto’s tonen aan dat vrouwen ook in Italië een belangrijke rol in de oorlogsvoering speelden. Italië dat sinds 1915 in het geheim aan de kant van de Entente stond, en pas in augustus 1916 de oorlog aan Duitsland verklaarde, was uit op gebiedswinst. In het grensgebied met Oostenrijk en door verwerving van Afrikaanse kolonies. Van die droom kwam in de vredesverdragen na de Eerste Wereldoorlog niets terecht. Net als in Duitsland voedde dat het revanchisme van nationalisten als Gabriele d’Annunzio en fascisten als Benito Mussolini. Of liever gezegd, ze gebruikten dat als voorwendsel om het volk op te stoken. Wat dat vanaf 1939 in gang zette is genoegzaam bekend.

Hebben deze vrouwen dan vergeefs in de fabrieken gewerkt voor een doel dat niet gehaald werd? Of is hun emancipatie en de verbetering van hun sociale positie het neveneffect van hun arbeid in de oorlogsindustrie geweest? Laten we hopen dat ten minste dat laatste waar is. Het beeld is niet eenduidig. Anders blijft er niets over van de strekking van deze foto’s die zouden aantonen dat de vrouwen een goed doel dienden, dat uiteindelijk uitsluitend plat patriottisme bleek te zijn dat tot niets anders leidde dan een volgende oorlog.

Gedachten bij de foto ‘Group of children at Brody in Eastern Galicia, showing destruction of buildings by military operations’ (1919)

Group of children at Brody in Eastern Galicia, showing destruction of buildings by military operations‘, 1919. Collectie: Library of Congress.

In de roman Radetzkymars (‘Radetzkymarsch‘) van Joseph Roth laat de hoofdpersoon, de kleinzoon van de held van Solferino, zich overplaatsen. Van de cavalerie naar de infanterie en van het centrum van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie naar een uithoek aan de grens met het keizerrijk Rusland. Een fictief oord dat zou zijn gebaseerd op de Duitstalige stad Vyškov in het Tsjechische Moravië.

De Joodse Joseph Roth (1894-1939) was een hartstochtelijke Oostenrijker. In de dubbelmonarchie dat vele volkeren en naties omvatte genoten minderheden een zekere bescherming. Tegenwoordig wordt vaak de vergelijking gemaakt met de EU dat ook vele volkeren en naties in een los verband omvat. Oostenrijk-Hongarije kreeg toen ook de kritiek dat het niet doelmatig optrad. Maar achteraf krijgt het waardering omdat het lange tijd de vrede had bewaard. Datzelfde geldt voor de EU. Die is niet ideaal en opereert langzaam en stroperig, maar dempt toch de schokken van de tijd.

De Duitstalige schrijver en journalist Joseph Roth werd geboren in Brody. Dat lag toen in Oost-Galicië dat deel was van Oostenrijk-Hongarije en is nu deel van Oekraïne. Daartussen was het vanaf 1919 Pools. De bewoners werden dus als zetstukken van het ene naar het andere landen verschoven zonder van hun plek te hoeven komen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog voerden de Oostenrijkers en de Russen hevige strijd in Galicië. Dat is de tragiek van een grensstreek die steeds de klappen van de geschiedenis moet opvangen.

Op de foto staan kinderen. De jongens met petten op. Ze kijken naar de fotograaf die deel was van een humanitaire actie van het Amerikaanse Rode Kruis. De gebouwen zijn beschadigd door de gevechten van enkele jaren eerder. Het leed wordt getoond.

Gedachten bij twee foto’s uit Krasnojarsk (1911-1914)

Ksenia Konovalova, dochter van de beroemde Krasnojarsk-arts P.N. Konovalov aan het Shira-meer’, 1911. Collectie: Library of Congress.

Deze twee foto’s zijn afkomstig uit een collectie van 423 over ‘het dagelijks leven van de provincie Jenisej, eind negentiende-begin twintigste eeuw’. Dat is een gebied in Midden-Siberië met als belangrijkste plaats Krasnojarsk. De Jenisei is de langste rivier van Siberië, zodat er veel foto’s met schepen en riviergezichten in de collectie zijn.

Het is aardig om je voor te stellen wat in zo’n collectie de meest en minst tijdloze foto’s zijn. Ksenia Konovalova op haar fiets voor de familiedatsja aan het Shira-meer zou zo in een kostuumfilm van kort voor de Eerste Wereldoorlog kunnen stappen. In de verfilming van een verhaal van Anton Tsjechov.

Het gebed in Krasnojarsk viert de overwinning van het Russische leger op de Oostenrijk-Hongaarse troepen die in september 1914 Lemberg verloren. Kerk, vaderland en vorst vormen een eenheid. De Oostenrijkse overmoed om Servië in te willen lijven werd gevolgd door Russische overmoed dat een uitweg naar de Middellandse Zee zocht en weliswaar in Galicië won, maar uiteindelijk door de Duitsers verslagen werd. Niet alleen de enscenering van het gebed, maar het hele idee van kerk, vaderland en vorst doet gedateerd aan. Het zou een scène kunnen zijn uit een verhaal van Isaak Babel. Sepia ruiterij.

Gebed in Krasnojarsk over de overwinning van het Russische leger in de Slag om Galicië in augustus – september 1914’ Collectie: Library of Congress.

Duistere gedachten bij de foto: ‘Off for Trieste and Prague. Hospital ship Madras swinging out into harbor’ (1919)

Is dit de sfeer van duisternis die op dit moment velen van ons met zich meedragen? In een oplopende schaal gaat dat van onzekerheid, dreiging, paniek naar dood. Op de foto is het 7 mei 1919. De Spaanse griep heerst. Wikipedia zegt daarover: ‘De Spaanse griep was een beruchte grieppandemie uit de jaren 1918-1919. Deze wereldwijde epidemie eiste naar schatting 20 tot 100 miljoen levens, een aantal dat het totale dodental van de Eerste Wereldoorlog ruimschoots overtreft’. In tegenstelling tot de uitbraak van het coronavirus eind 2019 in China lag bijna honderd jaar eerder de oorsprong van deze ziekte in de VS. Het Indiase hospitaalschip Madras vaart de haven van Triëst binnen. Het lijkt zonder rood kruis op witte ondergrond eerder een doden- dan een hospitaalschip. Het schip komt zo te zien militairen ophalen, want een andere foto van dezelfde 7 mei 1919 zegt: ‘Wachten in boeg van ijsbreker om aan boord te gaan van hospitaalschip Madras’. Zijn het Tsjechen die komend vanuit Praag ergens heen vervoerd moeten worden? Interesseert het ons iets meer dan 100 jaar later?

Foto 1: ‘Off for Trieste and Prague. Hospital ship Madras swinging out into harbor’, 7 mei 1919. Collectie: Library of Congress.

Foto 2: ‘Waiting in bow of ice-breaker to board hospital ship Madras’, 7 mei 1919. Collectie: Library of Congress.

Kwestie Blok gaat niet om politieke fout, maar om leeghoofdigheid

Het ergste is niet dat wat minister Stef Blok zegt niet klopt. Ministers doen wel vaker uitspraken die onjuist zijn. Mogelijk is de Nederlandse multiculturele samenleving (door toedoen van twee kanten) mislukt. Dat is een kwestie van definitie en evaluatie. Maar dat wil niet zeggen dat elke multiculturele samenleving is mislukt en zo’n samenleving per definitie onmogelijk is. Denk aan de Russische Federatie met 160 verschillende etnische groepen, nationaliteiten en volken. Denk aan de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie waar vele volken en nationaliteiten relatief vreedzaam samenleefden. Lees er de memoires van Elias Canetti op na, die als kind in het Bulgaarse Roese woonde. Het geeft het culturele, historische en filosofisch tekort aan van de 54-jarige Blok dat hij zoiets blijkbaar niet weet. Hoe is het mogelijk dat iemand met zulke intellectuele leegte minister kan worden? De kwestie Blok gaat in de kern niet om een politieke uitspraak die in Tweede Kamer en samenleving verkeerd valt. Dat is van voorbijgaande aard. De kwestie Blok gaat om de werking van de politiek waar lege hulzen zonder cultureel besef hoog kunnen stijgen. Zo hoog dat ze er een leeg hoofd van hebben.

In een interview in het architectuurmagazine Dezeen zegt kunstenaar Olafur Eliasson het volgende: ‘I think that every finance minister should train by being a culture minister. One should make it a rule that if you have not been culture minister you can simply not be finance minister.’ Waarom Eliasson die voorwaarde uitsluitend maakt voor ministers van Financiën is onduidelijk. De kwestie Blok leert dat Buitenlandse Zaken evengoed cultureel, historisch en filosofisch besef vereist. Dus waarom geldt deze voorwaarde niet voor alle ministers? Overigens economiseert Eliasson vanuit goede bedoelingen toch de politiek door de controle over het geld voorop te zetten. Dat is onterecht. Dat is de valkuil. Stef Blok heeft de politiek een slechte dienst bewezen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelElias Canetti und Ruse’ van Penka Angelova, 2013.

Literatuur van Kroaat Miroslav Krleža gaat niet nergens over

07

‘Een hele stoet van die arme schepsels trekt langs, met hun vacht en hun povere verstand, met onnatuurlijke bewegingen die nogal op de lachspieren werken. In iedere beweging van een mens schuilt meer dan zeventig miljoen jaar dressuur en slaag. Die hele manier van mensen waarop ze over straat lopen is eigenlijk een soort hogere hippische school voor het circus van de straat, en groot is de afstand tussen de steengroeve waar de mens zijn naaste familie op een vuurtje roosterde en de straten van tegenwoordig waarover de mensen wandelen in het gelid van de openbare orde, op het ritme van de gummiknuppel, terwijl ze zichzelf voorhouden dat ze niet langer kannibalen zijn. Aldus de Kroatische schrijver Miroslav Krleža (1893-1981) in het hoofdstuk ‘De bruiloft van prefect Klanfar‘ in de roman ‘De Glembays’ (1932) in vertaling van Guido Snel. Van hetzelfde soort absurdisme als Bohumil Hrabal die met humor de wreedheid van het leven blootlegt.

We houden onszelf voor de gek omdat het leven anders onverteerbaar is. Opvallend is dat in ‘De Glembays’ het onder invloed van Hongarije staande lijdende Kroatië met allerlei politieke intriges en omhooggevallen politici die hun ziel aan de meestbiedende verkopen wordt afgezet tegen Nederland als het land waar alles goed geregeld is: ‘Dat lichtende, heerlijke, godgezegende Nederlandse land met zijn afwateringssysteem en geasfalteerde wegen leek hem vanavond een tuin van Eden vergeleken bij dit moerasland en de hongerende koeien. Daar waren de stallen betegeld met blauw-wit porselein, terwijl hier alles besmet was met tering en miltvuur, hier floot de wind door de balken op zolder en van gloeilampen had nog nooit iemand gehoord.

Dit is geen literatuur die de lezer laat ontsnappen. De schrijver wrijft het er met een expressieve stijl extra in. Maar de zwaarmoedigheid en het zichtbaar maken van het dunne lage vernis dat de mens tot mens maakt geven ook troost. We zijn niet de enigen, de meeste mensen zijn zo. ‘In die koppen hebben die mensen een beeld, over de rechtsorde, over de hemelse mysteriën, ze antwoorden elkaar als papegaaien met aangeleerde dingen, maar wat ze allemaal in hun kop ronddragen is niet veel meer waard dan wat ze in hun zakken hebben. Al die nikkelen horloges en die geldwissels, al hun levensbeschouwingen, die hen naar de dingen doen kijken als door een gebarsten bril, zijn stuk voor stuk toneelatrributen van een treurig stemmende voorstelling die nooit lang zal duren’ Het leven is eindig en Miroslav Krleža wijst ons daar op. Vol weemoed.

01_ZAGREB_MITNICA_KSAVERSKA_CESTA

Foto 1: Petrinjskastraat Zagreb, Kroatië. Omstreeks 1930. 

Foto 2: Ksaverskastraat Zagreb, Kroatië. Omstreeks 1930.

De stilte voor de storm in de geschiedenis: 1914, 1941 en 2014

Wat zegt de Amerikaanse educatieve film Children of Japan uit 1941? Hoe kan men met de kennis van wat Japan van 1942 tot 1945 te wachten staat dit filmpje lezen? Het gaat ogenschijnlijk over het dagelijkse leven van het gezin Yamada, met de kinderen Taro en Yukiko, de kersenbloesems, het bezoek aan de schrijn en het gezinsleven. Dit speelt voor de aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 door de Japanse marine. Een dag later verklaarden de VS Japan de oorlog en raakten ze actief betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. Toen was het in de VS niet meer mogelijk zo’n filmpje te maken dat welwillend en mild positief naar de Japanners kijkt.

Dit jaar is het een eeuw geleden dat die andere Wereldoorlog uitbrak. Dat wordt volop herdacht. Op 28 juni 1914 vermoordde Gavrilo Princip de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Franz Ferdinand. Dat zette een keten van gebeurtenissen in werking die niet meer te stoppen was. De vergelijkingen tussen toen en nu zijn niet van de lucht. Beleven we een stilte voor de storm? Is de wereld opnieuw op weg naar een periode van grootscheeps onheil? Of trekt de herdenking ons het ‘frame‘ in om het nu vanuit het perspectief van toen te zien? Als afweer wordt een bedreiging dan niet toegeschreven aan de ander, maar uit een dwanggedachte eigenen we ons de bedreiging van toen toe. De mindere kwaal die een eind maakt aan de onzekerheid van nu.

1914-06-29_-_Aftermath_of_attacks_against_Serbs_in_Sarajevo

Foto: Menigte die rond vernielde eigendommen van de Serviërs is verzameld in Sarajevo. Op de dag na de moordaanslag op kroonprins Franz Ferdinand, 29 juni 1914.