George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘19de eeuw

Film ‘Une Vie’ omvat het verhaal van de oude en de nieuwe pastoor

leave a comment »

Gisteren zag ik in filmtheater ’t Hoogt in Utrecht de Frans-Belgische filmUne Vie’ (2016) van regisseur Stéphane Brizé. Een verfilming van de gelijknamige roman van Guy de Maupassant (1883). Het speelt in de 19de eeuw in Normandië. Het leven van hoofdpersoon Jeanne Le Perthuis des Vauds wordt gevolgd. Van haar trouwen tot op haar oude dag. Ze is van lage adel en zit schijnbaar gevangen in de conventies van haar tijd. Maar waar Madame Bovary in de roman van Gustave Flaubert uit 1857 in datzelfde Normandië actie onderneemt -overigens met fatale afloop- doet Jeanne dat niet. De film geeft niet het idee dat zij ondanks de verstikkende conventies van haar tijd en milieu het in zich had meer individuele ruimte te nemen.

Het wordt interessant als achtereenvolgend twee katholieke plattelandspastoors worden opgevoerd. De oudere Picot wil een kwestie waar Jeanne en haar echtgenote Julien bij betrokken zijn tot een goed einde brengen voordat hij met emeritaat gaat. Julien pleegt overspel met de dienstmeid Rosalie en heeft haar een zoon geschonken. Picot wil sussen en verzoekt Jeanne om Julien te vergeven. Haar ouders de baron en barones zijn ook de mening toegedaan dat dat verstandig is. Aldus geschiedt, Jeanne vergeeft Julien.

Enige tijd later biecht Jeanne bij de nieuwe priester Tolbiac. Ze laat zich in een opwelling ontvallen dat ze heeft ontdekt dat Julien een seksuele verhouding heeft met haar vriendin Gilberte de Fourville. Tolbiac vraagt of ze dat tegen Georges, de echtgenote van Gilberte heeft gezegd. Jeanne ontkent en zegt dat ook niet van plan te zijn. Tolbiac zet haar onder druk om dat wel te doen omdat het God om de waarheid te doen is. Jeanne blijft weigeren, waarna Tolbiac tot haar schrik zegt dat hij het tegen Georges de Fourville zal zeggen. Met fataal gevolg, zoals blijkt als de film terughoudend en bijna terloops de lijken met schotwonden van Julien en Gilberte toont. Met verderop Georges de Fourville die zich om het leven heeft gebracht met zijn jachtgeweer.

Welke pastoor heeft juist gehandeld, de oude of de jonge? Picot sust, lijkt ouderwets en wil geschillen met de mantel der liefde bedekken. Binnen de werkelijkheid van boek en film handelt hij vanuit zijn levenservaring. Tolbiac lijkt modern en op te komen voor het individu Jeanne, maar doet dat als ethisch reveillist in de praktijk van alledag juist niet. Hij maakt haar lot ondergeschikt aan zijn opvatting over christelijke ethiek. Tolbiac maakt de mensen die aan hem als geestelijk leidsman zijn toevertrouwd ondergeschikt aan zijn ethiek. Het inzicht dat de film biedt is dat de pastoor die eerst ouderwets leek modern is, en andersom. Een kruisstelling.

Het excessief geweld brengt hoofdpersoon Jeanne Le Perthuis des Vauds niet tot inzicht. Ze breekt niet door de conventies heen die haar beperken. Ze doet er niet eens een poging toe. Guy de Maupassant moet een gezonde hekel aan de religieuze praktijk van zijn tijd hebben gehad. Zo resteert een zedenschets van de 19de eeuw die een filmmaker in 2016 nog steeds relevant acht. Hij neemt stelling in een nauwgezette reconstructie.

Foto 1: Agrarische riten, Pastoor zegent de oogst. Frankrijk, 1943.

Foto 2: Affiche van ‘Une Vie’ (2016) van Stéphane Brizé.

Wat heeft ons ‘A Utrecht Pastoral’ uit 1892 te zeggen?

with one comment

Schotland ontsluit de nationale kunstcollectie digitaal. Kunstwerken zijn bereikbaar op nationalgalleries.org. Zo ook de fotoA Utrecht Pastoral’ van James Craig Annan. Uit de collectie van de Scottish National Portrait Gallery. Een beroemde foto naar het blijkt. In een artikel voor Scherptediepte/ Depth of Field over de blik van buitenlandse fotografen (1890-1930) op Nederland besteedde conservator fotografie van het Rijksmuseum Mattie Boon er in 2012 aandacht aan. Een afdruk ervan is  opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum

Boon: ‘In 1892, after the first exhibition, The British Journal of Photography praised A Utrecht Pastoral as a ‘characteristic’ Dutch landscape. The tall trees on the left side of the image, the row of sheep along the water and the great masses of cloud formed ‘a most pleasing whole’. It was a ‘soft’ image, without ‘the hardness so often seen in photography’.[25] Another reviewer praised ‘the band of quiet foreground, which most photographers would trim away as useless […] Its presence greatly adds to the feeling or suggestion of space and scale. The bold and large treatment of the clouded sky space must be noted.’[26] A third saw chiefly the low light and the long shadows in the bend in the road, and the professional handling of the sky.[27]

Wat kunnen we aan deze typeringen 125 jaar later toevoegen? Het is inmiddels ook een afbeelding van een verdwenen landschap geworden. Een onschuldig landschap dat gethematiseerd wordt door de onschuldige schapen. Een pastorale is een herdersdicht of dorpsvertelling uit het Land van Ooit. De vergleden tijd betrapt.

Foto: James Craig Annan, ‘A Utrecht Pastoral’, 1892. Collectie: Scottish National Portrait Gallery.

Joachim Baur: Migratiemusea moeten afstand nemen van nationalisme en politiek. Om het echte verhaal te vertellen

with one comment

ducelle_07

Tiffany Jenkins komt in een artikel voor Foreign Policy met een scherpe invalshoek voor de beeldvorming van migratie. Ze verwijst naar het boek ‘Die Musealisierung der Migration’ (2009) van de aan de Universiteit van Tübingen verbonden Duitse museumwetenschapper Joachim Baur. Het gaat erover hoe in speciaal opgerichte musea de migratiegeschiedenis wordt gepresenteerd. De kritiek is dat ze hierbij te simplistisch te werk gaan en nieuwe vehikels zijn om nationale identiteit te promoten. De musea zouden zich overgeven aan idealisering en simplificering door een beeld van multiculturalisme en tolerantie te schetsen. Hierbij verliezen ze hun kritische distantie en sluiten aan bij een beeld vol optimisme, waarvan overheden willen dat musea die tonen.

Hoe migratiegeschiedenis in gevestigde media wordt gepresenteerd maakt een media recensie van Wilfried Takken in NRC inzichtelijk. Hij behandelt het NPO-programma Verborgen Verleden waarin ‘prominente Nederlanders op zoek gaan naar hun verleden’. Hij neemt de volgende conclusie voor eigen rekening: ‘De les: we zijn allemaal vluchtelingen, die ooit naar Nederland kwamen gedreven, uit honger of angst. Verborgen verleden ondergraaft de nationalistische mythe van de bloedzuivere Nederlander.’ Dit is een versimpeling die voorbijgaat aan de echte geschiedenis en bestaande machtsstructuren en Baur de musea verwijt. Musea, Verborgen Verleden en Wilfried Takken doen burgers hiermee geen dienst, maar werken eraan mee een roze laag van goedwillendheid over de werkelijkheid te leggen die het echte verleden aan het oog onttrekt.

De kritiek is dat genoemde migratiemusea niet aan verklaren, maar aan verhullen doen. Jenkins schetst welke musea begonnen met het tonen van de migratiegeschiedenis: het Migration Museum in het Australische Adelaide dat opende in 1986 en het Ellis Island National Museum of Immigration in de VS in 1990. Ook Nederland kent erfgoedinstellingen die zich bezighouden met migratiegeschiedenis. De focus ligt hierbij op nieuwkomers en landverladers. Jenkins: ‘Op hun verschillende manieren hebben zij traditioneel een verhaal verteld  over natiestaten en niet over de migrant als individuele persoon.’ De kritiek is dat migratiemusea die sinds 1986 zijn ontstaan geen afstand nemen van het 19de eeuwse nationalisme. De migrant wordt er direct mee verbonden. De wijze waarop migratiemusea de migrant benaderen sluit aan bij het ontstaan van musea in de laat 18de en vroege 19de eeuw. Exact het tijdperk van het nationalisme en de natiestaten.

Dat betekent dat deze migratiemusea in dienst staan van natievorming. Ze hebben een politieke missie die Jenkins citeert: ‘bijdragen aan de erkenning van de integratie van immigranten in de Franse samenleving en de opvattingen en houdingen over immigratie in Frankrijk bevorderen’ (het Cité Nationale de l’Histoire de l’Immigration, Parijs) of ‘bevorderen sociale cohesie’ (Migration Museum, Adelaide). Nationale migratiemusea verspreiden de boodschap dat migratie voor iedereen een goede zaak is. Maar dat is het niet, de ene migrant is de andere niet. Zoals alle Nederlandse Nederlanders evenmin dezelfde startpositie hebben. Dat leidt tot de versimpeling van Wilfried Takken en Verborgen Verleden dat ‘wij allen migranten zijn’. Het is een verklaring die niets verklaart, behalve een oppervlakkig en van bovenaf opgelegd  idee van cohesie, saamhorigheid en gemeenschapsgevoel. Precies zo wordt het mechanisme van natie- een machtsvorming door de politieke en economische elite bewust verhuld. Het is de taak van migratiemusea om achter die ‘waarheid’ te kijken en het complete verhaal over migratie te vertellen. Niet alleen de populistische en politiek gewenste versie ervan.

Foto: ‘Meneer en mevrouw Batten met koffers voor het Haagse station Hollands Spoor. Ze woonden aan het Prins Mauritsplein in Den Haag. Meneer Batten was oud KNIL-kapitein. / SpoorwegenSpoorwegen / SpoorwegenSpoorwegen / Straatbeelden’. Collectie: Historisch Beeldarchief Migranten.

De IJzeren Eeuw besteedt aandacht aan de 19de eeuw

leave a comment »

De IJzeren Eeuw komt eraan. Een geschiedenisserie over de 19de eeuw van NTR en VPRO vanaf 3 april 2015 op NPO2. Er is ook de tentoonstelling De IJzeren Eeuw in het Amsterdam Museum als onderdeel van de samenwerking met NTR en VPRO. De IJzeren Eeuw is een grote coproductie. Vaderlandse geschiedenis wordt tot leven gebracht en gekoppeld aan heden en toekomst, zoals de Breitner animatie toont. De aandacht is geen lood om oud ijzer. Het vergroot het historisch besef van de Nederlanders. Welke behoefte voedt dat?

15681039233_8cf938c86e_z-2

Foto: George Hendrik Breitner, De Dam, 1898. Amsterdam Museum, bruikleen collectie Stedelijk Museum Amsterdam.

Als geest van Jan Salie door Europa waart, wat moeten we ermee?

with one comment

Het_kanonschot_Rijksmuseum_SK-C-244.jpeg

jansalieachtigberoerd, bloedeloos, dweperig, flauw, fleps, futloos, gammel, gezapig, halfslachtig,
krachteloos, laks, lam, lamlendig, lauw, lens, loom, lullig, lusteloos, machteloos, mat, mild, moe, murw, nalatig, paf, plat, slapjes, sloom, vermoeid, verslapt, week, wekelijk, zacht, zwak.

Waart Jan Salie door Europa? De personificatie van de 19de eeuwse lamlendigheid die Potgieter in 1841 in het verhaal ‘Jan, Jannetje en hun jongste kind’ verwoordde. Het kind Jan Salie wordt uit huis -in een hofje- gedaan door de ouders die het 17de eeuwse Nederland verbeelden. Als de geest van Jan Salie het overneemt, dan regeert de lamlendigheid. Dat moet voorkomen worden. Die machteloze halfslachtigheid, de lakse lulligheid, de lome nalatigheid, de weke zwakheid. Valt vooral West-Europa anno nu te karakteriseren als Jan Salie?

Twee voorbeelden: 1) De angst van universiteiten, musea en festivals dat leidt tot het afgelasten van lezingen of symposia over de vrijheid van meningsuiting vanwege een mogelijke dreiging. Vandaag werd bekend dat een lezing op 17 maart van Lars Vilks aan de Zweedse Karlstad Universiteit is afgelast omdat de veiligheid van de aanwezigen niet kan worden gegarandeerd. De lezing hoeft niet meer gehouden te worden. Het punt is al gemaakt, niemand komt meer vanzelfsprekend op voor de vrijheid van meningsuiting. 2) De angst van Europa om weerstand te bieden aan het Rusland van Putin. Het durfde niet optreden toen de Krim onrechtmatig werd geannexeerd en treedt nog steeds niet passend en besluitvaardig op tegen de Russische agressie in Oekraïne.

Hebben we met een vroeg 21ste eeuwse Jan Salie een oud fenomeen in een nieuw jasje te pakken dat onze tijd personifieert? Maar hoe is dat dan ontstaan? Is het ingegeven door de angst om onze welvaart vast te houden en die koste wat kost niet te verliezen omdat we vermoeden dat het economisch nooit meer zo goed wordt als het was? Maakt het spelen op zekerheid door het vertragen van de achteruitgang ons reactief, voorzichtig en defensief? Nee, zo erg is het gelukkig niet. Vele burgers nemen initiatieven en veroveren nieuwe werelden. Maar juist dat gaat ten koste van de oude werelden waar politici, bestuurders en directeuren in opereren. Ze weten zich geen raad met de aanpassing aan nieuwe omstandigheden. En tonen in afwachting lamlendigheid.

Foto: Willem van de Velde (II), Het kanonschot. Omstreeks 1680. Collectie: Rijksmuseum Amsterdam.

Uitgevonden tradities: van Zwarte Piet en vuurwerk tot Oranje

with 3 comments

dutchness dansen-1

Je kunt enkele miljoenen mensen niet hun traditie afnemen. Het vuurwerk zal, net als Zwarte Piet, niet verdwijnen.’ Zo citeert de NOS de winkelier Hans den Bleker die deze dagen in z’n winkel vuurwerk verkoopt. Maar wat is eigenlijk een traditie? Zwarte Piet is uitgevonden in de tweede helft van de 19de eeuw en het grootschalig afsteken van vuurwerk door de bevolking met nieuwjaar kwam pas na 1955 in de mode. Vanuit evolutionair gezichtspunt moeten deze tradities een functie hebben. Want anders zouden ze niet bestaan.

Wikipedia omschrijft het kernachtig: ‘Uitgevonden tradities zijn nationale symbolen en rituelen die worden voorgesteld als oude tradities.‘ Uitvinden van tradities heeft zin omdat het de nationale identiteit versterkt. Wat weer de nationale eenheid bevordert. De paradox is dat het besef ervan die eenheid weer verstoort. Zodat het voor de nationale eenheid beter is om niet ter discussie te stellen hoe tradities zijn gevormd. En bestaan.

In Voskuils Het Bureau -gebaseerd op de wederwaardigheden van de auteur op het Meertens Instituut dat de Nederlandse taal en cultuur onderzoekt- is Han Voskuil sceptisch over de herkomst van tradities. Hij laat weinig kansen ongebruikt om daar cynisch over te doen. Als een opposant van binnenuit. In zijn dubbelrol van documentalist en analist. Complicatie voor een na-oorlogse bevolking was dat de nazidictatuur volkstradities had misbruikt die zo bezoedeld waren. Ook dat smeekte als het ware om nieuwe ijkpunten voor tradities.

Dat een volk zichzelf voorliegt met een werkelijkheid die er nooit was gaat verder dan Zwarte Piet of vuurwerk dat bij de jaarwisseling massaal afgestoken wordt. Deze gebruiken kunnen gezien worden als uiterlijkheden. De mythe van God, Nederland en Oranje is evenals Zwarte Piet ook een in de 19de eeuw uitgevonden traditie. In die eeuw van nationalisme, emancipatie van de katholieken, politieke en economische ontwikkeling.

De traditie van God, Nederland en Oranje is verstrekkender omdat deze in het publieke debat nog steeds een politieke rol speelt. God is als een van de drie pilaren weggezakt omdat godsdienst aan relevantie verloren heeft. Vaak wordt God dan vervangen door Sport. De traditie van Nederland en Oranje werd onlangs bij de viering van 200 jaar Koninkrijk nieuw leven ingeblazen om de nationale eenheid te bevorderen. Ook bij de troonswisseling van Beatrix door Willem-Alexander wordt continuïteit gesuggereerd om eenheid op te leggen. Met een overdaad aan nationalistisch publicitair geweld dat praktisch geen ruimte laat voor andere meningen.

Maar deze mythe van Nederland en Oranje oogt slof en gedateerd omdat het nieuwe ontwikkelingen niet echt meer kan integreren. Sowieso lastig in een open samenleving als Nederland. De poging om de multicultuur te integreren wringt met het uitgangspunt dat een uitgevonden traditie de nationale identiteit versterkt. Daarom kunnen de machthebbers die de nationale eenheid willen bevorderen niet meer als voorheen leunen op Nederland en Oranje. Ze moeten op zoek naar een nieuwe uitgevonden traditie die alle Nederlanders omvat.

Foto: Nederlandsheid. Credits: Meertens Instituut.