George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Internationale betrekkingen

Domme hooggeleerdheid van Beatrice de Graaf in NRC-column

leave a comment »

Hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht Beatrice de Graaf vind ik de domste hooggeleerde van een vakgebied waar ik enig zicht op heb. Als ze het over actuele politiek heeft ben ik het over het algemeen niet alleen inhoudelijk met haar oneens, maar begrijp ik evenmin de stappen die ze in haar betogen zet. Of dat nou in haar NRC-column is of in een openbare lezing. Vooral als ze het heeft over de Russische Federatie, Duitsland of hedendaags terrorisme word ik een beetje hopeloos van Beatrice de Graaf.

Neem de NRC-columnEer, worst en kaviaar’ met de volgende uitspraak over Merkel en Putin: ‘Experts en diplomaten zullen dan onderstrepen hoe zeer hun onwillige, maar vasthoudende overleg in de jaren van de Krim-oorlog heeft bijgedragen aan conflictbeheersing en doorgaande economische uitwisseling. Waarom is dat nu voor tijdgenoten dan nog zo slecht zichtbaar?’ De Graafs claim is dat ze ziet wat experts niet zien. Dat getuigt niet van valse bescheidenheid. Is die claim terecht of een slag in de lucht? Met betrekking tot Merkel kan nog begrepen worden dat ze door de vele tegenstrijdige belangen (Duitse economische positie en lobby, Duitse relatie met Kremlin, Translatlantische relatie) die ze vertegenwoordigt net als Frankrijk (Minsk-overleg) tot overleg met Putin gedwongen is. Maar diens ‘vasthoudendheid’ lijkt een totaal andere reden te hebben.

Deze uitspraak roept ook de vraag op wat de grenzen aan de geschiedschrijving zijn. Hoever kan die aan de hand van het verleden naar de toekomst opgerekt worden zonder te vervallen in koffiedik kijken en fabuleren? Onder de stilzwijgende verwijzing naar haar functie en vakgebied die netjes onderaan de column genoemd worden gedraagt De Graaf zich als de waarzegster van de actuele politiek. Maar dat laatste heeft per definitie niets met geschiedschrijving te maken omdat het de verre toekomst meent te kunnen interpreteren.

Het antwoord op de vraag waarom de in de ogen van De Graaf relatieve vrede van de nu al sinds 2014 durende oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie zo slecht zichtbaar zou zijn, geeft ze zelf: ‘Omdat wij door de spiegel van onze eigen westerse, Nederlandse of Europese identiteit kijken. In die reflectie van individuele vrijheid en waardering voor inspraak en overleg kan het rauwe en provocerende gedrag van de Russische machthebbers, generaals en spionnenchefs heel barbaars ogen.’ Is hier behalve een hoog Alice in Spiegelland-gehalte van de wereld achter de spiegel sprake van een Stockholm-syndroom waarin De Graaf zich niet alleen vereenzelvigt met het rauwe gedrag van de Russische machthebbers, maar dat ook goedpraat?

Suggereert De Graaf dat universele waarden zoals individuele vrijheid en meningsuiting wel voor inwoners van westerse staten gelden, maar niet voor de inwoners van autoritaire landen als de Russische Federatie? Het gedrag van Russische machthebbers tegenover binnen- en buitenlandse opponenten ‘oogt’ niet alleen barbaars, maar ‘is‘ dat volgens de universele waarden, wat burgerrechten en de internationale rechtsorde, wat internationale normen betreft. Elders op sociale media gaf ik vandaag de volgende reactie:

Doorgaans begrijp ik De Graaf niet als ze het over Europese veiligheidspolitiek heeft. Ook deze keer niet in haar column ‘Eer, worst en kaviaar’. De blinde vlek van De Graaf blijft dat ze staatsterrorisme niet benoemt of zelfs signaleert en dat haar neo-realistische geschiedopvatting de rechtsorde ondergeschikt maakt aan de machtsverhouding tussen staten. Het merkwaardige is dat De Graaf in haar column correct de feiten aandraagt, maar er vervolgens zelf de enig logische conclusie niet uit weet te trekken. Want ja, de Russische president heeft sinds 2000 zijn land niet weten te moderniseren en hervormen, maar nee, De Graaf stelt hem daar niet direct voor verantwoordelijk.

De echte Russische eer zou zijn als het Kremlin zou stoppen het land en de inwoners te behandelen als een wingewest voor eigen profijt en er een eer in zou leggen om het land en de bewoners vooruit te helpen. De Graaf relativeert en stelt tegenover de roofstaat van Putin, de eventuele chaos en het machtsvacuüm na Putin. Dat is goed mogelijk, maar het kan ook anders. De toekomst van de Russische Federatie na Putin kan ook lopen via hervorming, modernisering, de opbouw van rechtsstaat en democratie.

Zo helpt ze er onbewust aan mee de verkeerde agenda te agenderen. Feit dat De Graaf blijft hangen in de extrapolatie van Putin met meer (of erger) van hetzelfde geeft de geslotenheid van haar denken aan. Als NRC-abonnee kan ik haar column goed missen en vraag ik me telkens af om welke reden de hoofdredactie haar nou eigenlijk in de arm neemt. Om aan te tonen in hoeverre De Graaf er deze keer weer naast zit?

Foto: Schermafbeelding van deel columnEer, worst en kaviaar’ van Beatrice de Graaf in NRC, 7 december 2018.

Advertenties

Rutte roept ‘alle redelijke krachten in Nederland’ op om associatie-overeenkomst met Oekraïne te steunen. Waarom nu pas?

with 3 comments

Premier Mark Rutte doet een beroep op ‘alle redelijke krachten in Nederland’ om de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne namens Nederland te ratificeren. In de kamers zijn dat D66, GL, CDA en CU. Bij een raadgevend referendum op 6 april 2016 stemde bij een opkomst van 32,28% ongeveer 61% tegen. Een peiling van 23 oktober van het opiniebureau Peil.nl geeft aan dat als Brussel tegemoet komt aan de bezwaren van Nederland en die als extra vermelding toevoegt meer stemmers voor (44%) dan tegen (37%) ratificatie zijn.

Zo laat Rutte vier soorten uitspraken door elkaar laat lopen. Er is de Tweede Kamer met een meerderheid van PvdA en VVD die voor de associatie is. Er is de Eerste Kamer waar PvdA en VVD zonder de steun van de ‘redelijke krachten’ geen meerderheid hebben voor de associatie-overeenkomst. Er is de uitslag van het referendum van 6 april 2016 met een meerderheid tegen de associatie. En er is een recente peiling met meer mensen voor dan tegen de associatie als de Nederlandse bezwaren aan het verdrag worden toegevoegd.

Rutte heeft gelijk dat dit groter is dan Nederland alleen. Maar hij heeft het aan zichzelf te wijten dat het zover is gekomen. Vanaf het begin was het duidelijk dat de uitspraak van het raadgevend referendum niet bindend was en niet meer dan één van de overwegingen bij de besluitvorming in het kabinet zou zijn. Kabinetsleden lieten echter na dat in de beeldvorming te benadrukken, richting publiek en parlement. Het is een fout dat Rutte pas nu verwijst naar machtspolitiek en de Russische agressie in Oost-Oekraïne, de Krim en Syrië om de associatie-overeenkomst in een breder kader te zetten. Daar is sinds april 2016 niet veel in veranderd.

Om de kiezers te overtuigen van het specifieke belang van de associatie die boven het Nederlands belang uitstijgt, had hij veel eerder moeten uitleggen dat het belang van de associatie breder was. Het antwoord op de vraag waarom hij dat heeft nagelaten en zo traag heeft gehandeld is te vinden in de peiling van Peil.nl. Een minderheid van VVD-stemmers wil niet ratificeren. Door deze partijpolitieke overwegingen en het negativisme in zijn eigen partij heeft Rutte zich 6 maanden laten gijzelen. Als hij een staatsman met lef was geweest, dan had hij al maanden geleden aangekondigd na weging van alle aspecten de associatie-overeenkomst te gaan ratificeren. Nu heeft hij zich door zijn aarzelingen en vertragingen nodeloos zwak en kwetsbaar opgesteld.

Drie misverstanden in de uitleg over het Oekraïne-referendum: raadgevendheid, handelsdeel en voorlopige toepassing

with 7 comments

Premier Rutte zit omhoog met de uitslag van het Oekraïne referendum. Of beter gezegd, met zijn interpretatie ervan. Hij heeft het aan zichzelf te wijten dat hij in politieke problemen is gekomen. Wetgeving verplicht hem niet tot overname van de uitslag. Een raadgevende uitspraak laat volgens artikel 11 van de Wet Raadgevend Referendum twee tegengestelde conclusies toe: intrekking van de wet of regeling van de inwerkingtreding van de wet. Bert Nijman van Geen Stijl verwoordt dat door te stellen dat Rutte de uitslag naast zich neer kan leggen. Als hij een vent is. ‘Negeren‘ is de verkeerde term, omdat het kabinet de wettelijke plicht heeft om de uitkomst van het referendum in ogenschouw te nemen, maar niet verplicht is om de uitkomst over te nemen.

Een ander misverstand is dat de handelsbetrekkingen die 80% van de associatie-overeenkomst uitmaken iets met de uitspraak van het Nederlandse referendum te maken hebben. Dat doen ze niet omdat ze wettelijk gezien onder de bevoegdheid van de Europese Unie vallen. Over die 80% heeft het referendum van de Nederlandse kiezer nooit een uitspraak gevraagd. In de campagne is dat aspect nauwelijks aan de orde gekomen. Naast de verwarring over de raadgevendheid die de regering twee tegengestelde keuzes laat is er dus een tweede complicatie. De associatie-overeenkomst bevat politieke en juridische onderdelen waarover de burger in het referendum een uitspraak is gevraagd en economische onderdelen waarover de burger geen uitspraak is gevraagd. Hoogleraar Europees Recht Linda Senden wees daar in februari 2016 op.

Thiery Baudet (Forum voor Democratie) heeft het bij het verkeerde eind als hij meent dat als Nederland niet tekent het verdrag van de EU met Oekraïne van de baan is. Zo werkt het juridisch niet. Want een verdrag kan onder voorbehoud en voorlopig toegepast worden, hoewel dat geen blijvende juridische situatie is. En van de andere kant kan die voorlopigheid lang opgerekt worden. In weerwil van wat Baudet beweert gaat de overeenkomst niet de prullenbak in als het Nederlandse kabinet haar stem aan de goedkeuringswet onthoudt.

Een brief van 28 oktober 2015 van het ministerie van Buitenlandse Zaken schetst de politieke situatie die dan ontstaat: ‘Beëindiging van de voorlopige toepassing van de overeenkomst van de kant van de EU vereist een besluit van de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen. De meeste lidstaten hechten aan voorlopige toepassing van onderdelen van het associatieakkoord. De vereiste unanimiteit voor opzegging van de voorlopige toepassing ontbreekt derhalve.’ Het valt niet te verwachten dat EU-lidstaten die zich nauw met Oekraïne verbonden voelen -zoals Polen en de Baltische staten- hun handtekening onder beëindiging van de voorlopige toepassing gaan zetten. Dit is de derde complicatie die voor misverstand zorgt.

Populisme: In het publieke debat op sociale media gedragen de zelfbenoemde redders van de democratie zich als anti-democraten

leave a comment »

fvd

Gisteren besteedde ik in een commentaar aandacht aan twee tweets van oud-senator van de Onafhankelijke Senaatsfractie Kees de Lange. Ik was het hartgrondig met hem oneens. Daarnaast vond ik zijn toon ongepast en was ik van mening dat hij overdreven reageerde door in tweets te spreken over ‘een meerderheid van de Tweede Kamer die de bevolking de oorlog verklaart’ en de volksvertegenwoordiging die een zelfgemaakte wet zou ‘minachten en verkrachten’.  Aanleiding voor de uitingen was een stemming over de nasleep van het Oekraïne-referendum. Een parlementsmeerderheid gaf het kabinet de ruimte om in de EU te onderhandelen zonder de goedkeuringswet per omgaande in te hoeven trekken. Artikel 11 van de wet op het raadgevend referendum biedt ruimte als het spreekt over een voorstel dat ‘zo spoedig mogelijk’ moet worden ingediend.

Omdat het referendum geen uitspraak vroeg over het 80% handelsdeel van de associatie-overeenkomst dat onder de directe bevoegdheid van de Europese Commissie valt kan het kabinet niet zomaar een streep door de overeenkomst zetten zoals het NEE-kamp eist. Het vraagt politiek handwerk om een voorlopig gesloten goedkeuringswet te ontwarren. Opportunisme van het Nederlandse kabinet om de intrekkingswet over het Britse referendum heen te tillen speelt mee om het Britse Remain-kamp het niet extra lastig te maken met Nederlandse eisen. Zo krijgen de concessies die het Nederlandse kabinet worden afgedwongen een tweede leven in de Britse campagne als argument om uit de EU te treden omdat ze de Britse positie zouden schaden. Geen Stijl geeft in Nederland de voorzet om in het Verenigd Koninkrijk samen met Nigel Farange te scoren.

Zoals altijd kan men het met een besluit in de Tweede Kamer niet eens zijn. Maar om dan te spreken zoals De Lange doet over de Tweede Kamer die de bevolking de oorlog verklaart is in mijn ogen buiten alle proportie. Zo’n uiting zegt niet zozeer iets over het Nederlandse parlement of de staat, maar over de radicalisering van iemand als De Lange. Hij belastert zichzelf door groteske overdrijving. In Nederland lopen geen stoottroepen door de straten of worden mensen in het holst van de nacht door veiligheidstroepen van hun bed gelicht en meegenomen naar onbekende bestemming of is de wet door de zittende macht buiten de orde geplaatst.

Nederland staat volgens de 2016 World Press Freedom Index van Reporters Without Borders wat persvrijheid betreft na Finland op plek 2 van 180 landen. Nederland staat volgens de Rule of Law Index 2015 van The World Justice Project op plek 5 van de 102 landen wat de rechtsstaat betreft. Nederland is in dit soort lijstjes over rechtsstaat, persvrijheid, burgerrechten, corruptie en transparantie altijd tussen Noord-Europese en Angelsaksische landen als Canada, Nieuw-Zeeland en Australië te vinden. Dat is er een signaal van dat Nederland een redelijk goed functionerende democratie is waar media in redelijke vrijheid de zittende macht kunnen controleren. De Nederlandse bevolking is niet in oorlog met het parlement en de parlementariërs zijn wellicht soms een beetje dom, slordig of kortzichtig, maar ze minachten en verkrachten de wet niet.

Het is eerder omgekeerd. Het zijn in navolging van PVV-leider Geert Wilders juist types als Kees de Lange of de mensen achter het Forum voor Democratie die continu vol ongenoegen met een grote bek verkondigen dat hun rechten geschonden worden, de democratie niet zou functioneren of dat het publieke debat niet eerlijk verloopt omdat ze te weinig toegang tot de media zouden hebben. Maar de praktijk is dat zij het zijn die het publieke debat manipuleren en naar hun hand willen zetten. De Lange blokkeerde me op Twitter na mijn kritische commentaar en het Forum voor Democratie deed om mij onbekende redenen daarna hetzelfde. Deze zelfbenoemde redders van de democratie vallen door de mand omdat zij zich gedragen als anti-democraten.

Foto: Schermafbeelding van melding dat Forum voor Democratie me geblokkeerd heeft op Twitter.

Onlogisch dat kabinet geldige NEE-stem bij referendum opvolgt. Cijfermatig weegt uitspraak over associatie-overeenkomst 0,19%

with 2 comments

28a0db1ac59db8dc71ee08d56e16fd9271bdd0c4185ce3dba7721155b5c2fc60

Update 3 oktober 2016: Volgens de media slaagt Nederland er niet in om binnen de EU voldoende steun te vinden voor het aanpassen van het Oekraïne-verdrag. Nederland zou volgens een bericht van de NOS hebben ingezet op het toevoegen van een korte tekst aan het associatieverdrag. De strekking daarvan zou moeten zijn dat het verdrag puur over handel en samenwerking gaat en dat het niet betekent dat Oekraïne lid wordt van de EU. Maar in de onderhandelingen over de associatie-overeenkomst was dat al de positie die Nederland innam. Nederland weet dat het daarover geen twee keer invloed kan uitoefenen. Voor het referendum van 6 april 2016 schetste ik de kleine positie van Nederland die voor het vervolg totaal geen verschil zou uitmaken. Het gebrek aan steun is daarom geen verrassing en viel te voorzien. Om uiteenlopende redenen werd dit tijdens de campagne genegeerd. In de reacties op dat vinden van gebrek aan steun gebeurt dat nog steeds. 

Minister van Financiën Natalie Jaresko zegt in een interview met NRC dat Oekraïne ook bij een nee bij het Nederlandse referendum de associatie-overeenkomst gewoon doorzet: ‘De uitkomst van het referendum is symbolisch. Een nee-stem van Nederland zal de weg naar hervormingen van Oekraïne niet blokkeren. Wij hebben het verdrag getekend dus wij gaan er hoe dan ook mee door, ongeacht de uitslag. Dit is namelijk de énige weg voor Oekraïne. Daar bestaat in ons land breed draagvlak voor.’ Het valt niet te verwachten dat 28 ondertekenaars (27 EU-lidstaten en Oekraïne) hun goedkeuring afhankelijk willen maken van de uitkomst van de 28ste EU-lidstaat Nederland. Dat is onlogisch vanwege het kleine cijfermatige belang van het referendum.

Het is de vraag wat de uitslag op 6 april zal zijn. Volgens recente peilingen van Marktonderzoekbureau Direct Research in opdracht van D66 hangt het erom en zijn er ongeveer evenveel voor- als tegenstanders. Dat betekent bij een opkomst van bijvoorbeeld 45% en een uitslag van bijvoorbeeld 60% tegen dat ongeveer 27% van de stemgerechtigden zich tegen de associatie-overeenkomst uitspreekt. Daarbij past de kanttekening dat het referendum geen uitspraak vraagt over de handelsbetrekkingen die in volume zo’n 80% van het verdrag uitmaken, maar uitsluitend over de politieke en juridische component. Handelsbetrekkingen vallen wettelijk gezien onder de bevoegdheid van de Europese Unie en daar heeft de Nederlandse kiezer geen invloed op.

Dit realistische voorbeeld toont aan hoe de verhoudingen liggen en wat het kwalitatieve belang is van de kwantitatieve uitkomst. Het relatieve belang van het Nederlandse referendum is klein: 1) De regeringen van 27 van de 28 EU-lidstaten hebben de associatie-overeenkomst geratificeerd; 2) Oekraïne heeft de overeenkomst geratificeerd; 3) Ongeveer 73% van de Nederlandse bevolking spreekt zich niet uit tegen de associatie-overeenkomst; 4) Het referendum vraagt een uitspraak over ongeveer 20% van de associatie-overeenkomst.

Het Nederlandse kabinet is wettelijk verplicht de uitkomst van het niet bindende referendum serieus mee te wegen, maar is niet verplicht een geldige uitkomst (opkomst meer dan 30%) te volgen. Het dient andere aspecten mee te wegen zoals handelsbelang, veiligheidspolitiek, buitenlandse en Europese betrekkingen.

Cijfermatig is het niet logisch dat het Nederlandse kabinet een geldige NEE-stem opvolgt omdat deze in EU-verband slechts een uitspraak doet over de associatie-overeenkomst die gewogen naar verwachting zo’n 0,19% bedraagt. Want reken maar na: a) het 1/28ste belang van een EU-lidstaat is 3,6%; b) de Nederlandse kiezer kan zich over 20% van de overeenkomst uitspreken, zodat het belang 0,72% wordt (3,6% gedeeld door 5); c) bij een ingeschatte uitslag van het Nederlandse referendum van 60% tegen bij een opkomst van 45% resteert het belang van een tegenstem die in Europees belang 0,19% bedraagt (27% van 0,72%).

Foto: ‘Aan boord van het pantserdekschip Hr.Ms. Gelderland (1900-1940) (semafoorseinen door een matroos).’ Collectie Beeldbank Defensie.

Wat gebeurt er met de uitslag van het referendum? Dreigt binnen kabinet een tweedeling tussen VVD en PvdA?

with 6 comments

media_xl_1961652

Naar het referendum op 6 april over de associatie-overeeenkomst van de EU met Oekraïne kan men op verschillende manieren kijken. Los van de politieke stellingname voor of tegen. Het valt te beredeneren vanuit wat in de verdragstekst ‘opgesloten is’. Wat er logischerwijs direct uit volgt. Dat betreft onder meer de mate van stabilisering door hervormingen van Oekraïne, handelsbelangen, soevereiniteit van Oekraïne dat een eigen koers kiest, geopolitieke belangen in Oost-Europa en de Europese veiligheidssituatie, de relatie tussen Europese natiestaten en de supranationale EU en tenslotte belangen van maatschappelijke groeperingen, politieke partijen en individuen die zich om uiteenlopende redenen (profilering, carrière, overtuiging, partijbelang, financieel gewin) betrokken voelen bij de associatie-overeenkomst. Of dat suggereren te zijn.

Men kan het ook beredeneren vanuit de buitenkant. Daarmee wordt niet de informatievoorziening bedoeld. Want zelfs als het gaat om misleiding als onderdeel van een informatie-oorlog wordt dat nog vanuit de verdragstekst beredeneerd. Of dat onzin is doet er niet toe. De kritiek die trouwens van vele kanten klinkt is dat de informatievoorziening onvoldoende is en het publiek slecht wordt voorgelicht. Dat betreft zowel delen van de overheid als radicale partijen die pro-Kremlin standpunten verkondigen. Misleiding en verwarring gaan tot aan de top. Zo wijst premier Rutte op de handelsbelangen als voordeel van de associatie, maar in het referendum wordt daarover de Nederlandse kiezer geen uitspraak gevraagd. Handelsbetrekkingen vallen wettelijk gezien onder de bevoegdheid van de Europese Unie en daar heeft de kiezer geen invloed meer op. Dit is al sinds begin februari in de Nederlandse publiciteit bekend, maar wordt toch niet overgenomen.

De buitenkant is wat er gebeurt met de uitslag van het referendum als het is gehouden. Wat doet het kabinet en welke reactie geven betrokkenen daar vervolgens weer op? In een ingezonden brief in NRC van 23 maart spreekt het oud-lid van de Tweede Kamer (D66) Bob van den Bos de verwachting uit dat het kabinet de associatie-overeenkomst zal ratificeren. Wat de uitslag ook is van het niet bindende referendum: ‘Ook als de (zeer lage) drempel van 30% gehaald wordt, zal de regering het advies niet opvolgen. (..) Na zorgvuldige heroverweging gaat de regering over tot ratificatie, zelfs als de Tweede Kamer haar oproept om dit na te laten.’ Hij schat in dat de regeringspartijen het eigen kabinet niet met de verkiezingen van maart 2017 in het vooruitzicht naar huis sturen. Maar de voorkeur van VVD-stemmers die volgt uit een opinieonderzoek van I&O-Research maakt dat minder vanzelfsprekend omdat het kan leiden tot meningsverschillen in het kabinet.

io

De achterban van D66 en GroenLinks is het meest positief over het goedkeuren van de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne. Beide partijen tellen veel hoogopgeleiden in hun achterban en profileren zich als vanouds als internationaal en EU-gezind. Een tegengesteld beeld laten de SP en PVV zien die EU-kritisch zijn, weinig hoogopgeleide kiezers hebben en gaan voor een nationalistische oriëntatie. Deze tweedeling komt niet onverwachts en sluit aan bij de politieke standpunten van genoemde partijen. Anders is het gesteld met de opstelling van de kiezers van PvdA en VVD die een onverklaarbaar verschil laten zien.

De PvdA-kiezers zijn het meest positief over de associatie met Oekraïne. Dat kan behalve programmatisch verklaard worden door het afstand nemen van PVV en SP en in tweede instantie de rechts-populisten van GeenStijl en de nationalistisch-conservatieve Thierry Baudet. Een verschil kan tevens zijn dat de PvdA voor en de VVD tegen het referendum is en laatstgenoemde partij zich nauwelijks laat horen in de campagne. Of zoals gezegd, als Rutte zich laat horen dan komt hij met verkeerde argumenten over handel. De PvdA’ers vice-premier Lodewijk Asscher of fractieleider Diederik Samsom spreken zich onomwonden en met overtuiging uit voor de associatie. Voormalig PvdA-partijvoorzitter Michiel van Hulten voert actief campagne met Stem Voor.

De tragiek van de VVD is dat het geen overtuiging heeft en lijdt aan intellectuele armoede. Een oude klacht die zich nu tegen de partij keert. De VVD beseft niet dat bij een buitenlands beleid dat de handelsbetrekkingen voorop zet een solide veiligheidsbeleid hoort met een defensie die op sterkte is en een pragmatische, neorealistische koers vanwege de verstoring van de internationale rechtsorde door Rusland uitgewerkt is. De VVD kan niet de kool en de geit blijven sparen in buitenlandse betrekkingen of in de binnenlandse electorale opstelling. De VVD moet spieren en kloten durven tonen en niet lachend wegdraaien als het menens wordt. De VVD moet zich niet laten gijzelen door een idee van een verdeelde achterban, maar er juist op inzetten om die het JA-kamp binnen te loodsen. Binnen de VVD zijn nog veel JA-stemmen te mobiliseren als de politieke leiders afstand durven nemen van de PVV, het nationalisme en de eigen angst om zich uit te spreken. Als dat niet lukt valt het niet uit te sluiten dat er op 7 april binnen het kabinet een tweedeling ontstaat tussen de PvdA die de uitslag naast zich neer wil leggen en de VVD die blijft twijfelen over de eigen standpunten.

Foto 1: Premier Mark Rutte en Europarlementariër Hans van Baalen op het najaarscongres 2013 van de VVD. Credits: ANP. 

Foto 2: Grafiek 4.1 uit het rapportHet referendum over de associatie-overeenkomst met Oekraïne’ van Onderzoek I&O Research, maart 2016.

NEE-kamp bij referendum vecht voor de eigen plek op het pluche. Over populisten, communisten, nationalisten en conservatieven

with 4 comments

nee

De NCPN (Nieuwe Communistische Partij Nederland) zegt ook Nee tegen de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne. Daarover wordt zoals bekend op 6 april een referendum gehouden. In de aanloop daartoe komt de NCPN met bovenstaand pamflet dat oproept om op 2 april te demonstreren ’Tegenover Oekraïense ambassade’ in Den Haag. Het NEE-kamp bestaat grofweg uit drie categorieën: 1) links-populisten en ex-communisten (SP) of communisten (NCPN); 2) rechts-populisten (website Geen Stijl en andere media van de Telegraaf Media Groep) en rechts-nationalisten (PVV) en 3) conservatieven verzameld rond Thierry Baudet en diens Forum voor Democratie. Baudet wordt gezien als geestelijk vader van de campagne en sprak zich in een artikel in NRC uit 2013 uit tegen multiculturalisme, modernisme in de kunsten en het Europese project.

De EU is in het NEE-kamp het onderwerp waar bovengenoemde populisten, communisten, nationalisten en conservatieven op scherp stellen. Kritiek erop is nu hun bestaansreden. Baudet ziet dat Europese project als een thuisloze wereld omdat de beslissers in Brussel of Straatsburg ‘een afkeer hebben van het thuis’. De ongenoemde claim is dat het NEE-kamp thuis is gekomen en de anderen geen onderdak vinden. In praktijk is het omgekeerd. Het zijn juist deze populisten, communisten, nationalisten en conservatieven die geen politiek onderdak weten te vinden en door hun radicale denkbeelden en uitspraken zich aan de marges van het politieke spectrum bevinden. De campagne is een middel om zich naar het centrum van de macht te vechten.

Argumenten zijn in het NEE-kamp daarom doorgaans geen hoofdzaak, maar een halffabrikaat voor het krijgen van het eigen gelijk. Waar Baudet en PVV nog tamelijk beheerst opereren, houden SP en NCPN zelfs niet meer de schijn op om uit te gaan van de feiten. Vooral de NCPN maakt in de toelichting bij het pamflet geen geheim van de eigen achtergrond door het gebruik van ouderwetse Sovjet-retoriek over ‘het kapitalisme’, ‘een fascistische coup’, ‘een burgeroorlog’, ‘onderdrukking van de arbeidersbevolking’ en een ‘racistische wetgeving tegen Russische delen van de bevolking’. Het is kretologie uit de oude doos die in strijd is met de werkelijke situatie in Oekraïne. SP en NCPN gaan ook bewust voorbij aan de wil van de meerderheid van de Oekraïense bevolking die toenadering tot Europa zoekt en vanwege verdragen zoals de Helsinki Final Act (1975) over ‘Sovereign equality’ de vrije keuze heeft om een eigen geopolitieke keuze te maken.

Hoewel genoemde populisten, communisten, nationalisten en conservatieven onderling verschillen zijn er dwarsverbanden en overeenkomsten. De fondslijst van Uitgeverij De Blauwe Tijger die door Tom Zwitser wordt geleid maakt dat inzichtelijk. ‘De ouderwetse Rusland-haat is teruggekeerd in de media en politiek’ stelt hij plompverloren in een aanprijzing van een boek over Putin. Niet als iets wat uit intellectuele nieuwgierigheid onderzocht dient te worden, maar als vaststaand feit. Zwitser wordt in een boekbespreking van islamcriticus Wim van Rooy ‘een conservatieve katholieke filosoof die op zijn blog ‘de ontkerstening in de Nederlanden een halt toe wil roepen’ genoemd. We zien in het NEE-kamp steeds hetzelfde patroon terugkomen dat Baudet heeft geformuleerd: tegen modernisme in de kunst of architectuur, tegen de islam en tegen de EU. Dat alles beredeneerd vanaf de flanken van het politieke spectrum vanuit de obsessie om tekort te worden gedaan door degenen die het voor het zeggen hebben. Daartegen moet het volk met alle middelen gemobiliseerd worden.

Foto: Pamflet van de NCPN met oproep voor demonstratie bij Oekraïense ambassade in Den Haag op 2 april.