George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Eerste Kamer

Kandidaat-voorzitter Eerste Kamer Beukering (FvD) zet zichzelf in interview met De Telegraaf te kijk als ongeschikt

with 7 comments

In een prachtig interview van Inge Lengton en Wouter de Winther in De Telegraaf graaft aanstaand senator van FvD Toine Beukering goedgemutst zijn eigen politieke graf. Deze voormalig brigadegeneraal wil voorzitter van de Eerste Kamer worden, maar loopt met open ogen het mijnenveld van de parlementaire journalistiek in. Met dit interview zal het partijbestuur van FvD niet blij zijn. Beukering doet gekke uitspraken over joden in de Tweede Wereldoorlog, zet twijfels bij de conclusies van JIT en kabinet over de MH17 en denkt desondanks een kans te maken om senaatsvoorzitter te worden. Maar de positie van buitenstaander werkt in zijn nadeel.

Het begint al met het antwoord op de constatering dat hij geen politieke ervaring heeft. Beukering bevestigt dat en antwoordt indirect: ‘Nee, maar dat past ook bij onze partij. Wij hebben mensen uit het bedrijfsleven, uit de gezondheidszorg, noem maar op.’ Het is een opzienbarende conclusie dat Beukering meent dat gebrek aan politieke ervaring past bij FvD. Het interview getuigt ervan. De voormalig brigadegeneraal spreekt zichzelf tegen als hij zegt dat hij een korte inwerktijd nodig heeft voor de functie van senaatsvoorzitter. Hiermee zegt hij dat hij nu nog niet klaar is voor de functie. Dat bevestigt de opmerking van de interviewers dat het voorzitterschap geen stageplek is wat Beukering in woorden ontkent maar met zijn argumentatie bevestigt.

Het beeld dat Beukering van zichzelf schetst is dat van een goedwillende, maar wereldvreemde dilettant. Over de Tweede Wereldoorlog zegt hij: ‘Ik heb als klein jongetje een boekenkast vol gelezen over de Shoah. Ik ben altijd geïntrigeerd geweest hoe dat toch kan. Dat de Joden – zo’n dapper strijdbaar volk – als makke lammetjes gewoon door de gaskamers werden gejaagd. Dat heeft me altijd gefascineerd. Ik heb nooit het echte antwoord gevonden’. Op de vraag dat ‘mensen zich een hoedje schrikken als ze dit lezen in de krant’ lijkt Beukering de strekking van zijn eigen woorden niet te kennen als hij zegt: ‘Ik beledig daar niemand mee.’

Maar erger is zijn overmoed en zijn gebrek aan realisme en zelfkennis. Die komt voort uit het misverstand dat het bedrijfsleven of in zijn geval het leiding geven aan een krijgsmachtonderdeel een voortraject van de politiek zijn. Maar bedrijfsleven en krijgsmacht staan haaks op de politiek. Nu kan men best zeggen, gooi de politiek open, plaats er kundige zij-instromers in en kijk verder dan de traditionele enge blik op en van de partijpolitiek. De Eerste Kamer die weliswaar 100% politiek is, maar toch wat verder afstaat van de actuele politiek van de Tweede Kamer is daarvoor een prima plek om mee te beginnen. Maar ook dan is een minimum aan bestuurlijke en politieke vaardigheid en sociale handigheid nodig. Dat lijkt Beukering totaal te missen. Het is onheilspellend dat FvD iemand van het niveau Beukering als senaatsvoorzitter naar voren schuift. Met zijn positionering lijkt de partij indirect te zeggen dat het geen belangstelling heeft voor het voorzitterschap.

Ook inhoudelijk zit er lucht tussen wat Beukering zegt en wat hij meent. Het is een constante binnen FvD dat kaderleden zich desgevraagd in de openbaarheid in lovende en nietszeggende formules positief uitspreken over partijleider Thierry Baudet (‘Maar ik ben heel trots op wat Thierry heeft bereikt met Forum’), maar vervolgens met allerlei concrete punten van kritiek op zijn standpunten komen die feitelijk het omgekeerde zeggen en de positie van Baudet ondermijnen, namelijk dat veel van wat Baudet zegt in de kern niet deugt. De interviewers leggen dit onderscheid genadeloos bloot. Beukering lijkt het allemaal niet zo goed te begrijpen.

Het is Beukering zelf die zich door zijn uitspraken ongeloofwaardig maakt en markeert dat hij niet uit het goede hout voor het voorzitterschap van de Senaat is gesneden. Maar de journalisten van De Telegraaf lijken maar al te bereid om hem er een handje bij te helpen om zijn ongeschiktheid aan te tonen. Of dat ook een partijpolitieke stellingname tegen FvD of bijvoorbeeld voor de VVD inhoudt is niet op voorhand duidelijk. Dat hoeft het niet te zijn. Want Beukering opereert te onnozel en onervaren om serieus genomen te worden als kandidaat-senaatsvoorzitter. Het lijkt er meer op dat beide journalisten een amateurpoliticus langs de meetlat van de politiek leggen en los van zijn partij tot de conclusie komen dat hij het politieke vak niet beheerst.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFvD-kandidaat voorzitter senaat: ’Oekraïners kunnen MH17 hebben neergehaald’’ van Inge Lengton en Wouter de Winter in De Telegraaf, 8 juni 2019.

Advertenties

Rector van Leidse universiteit zet FvD’er Paul Cliteur voor de keuze: steunt hij Baudets uitspraak dat de universiteit ons ondermijnt?

with 8 comments

Paul Cliteur (wiens achternaam bij mensen die die voor de eerste keer horen al snel een reactie van gegiechel en gêne oproept) is medewerker van de Leidse Universiteit en wordt door de Leidse rector magnificus Carel Stolker aangesproken op zijn steun voor het standpunt van Thierry Baudet die laatst in zijn apocalyptische overwinningstoespraak na de provinciale verkiezingen zei ‘dat universiteiten ons ondermijnen’. Het is nu niet zijn naam, maar het standpunt van Cliteur dat gêne oproept. Hoe kan hij als universiteitsmedewerker laten passeren dat de leider van de politieke partij waarvoor hij in de Eerste Kamer gaat zitten dit in volle ernst zegt, zonder daar kritisch op te reageren. Verraadt Cliteur hiermee niet zijn alma mater waar hij en ook Baudet onnoemelijk veel aan te denken hebben? Waarom spugen Cliteur en Baudet in eigen bron?

Als Cliteur die docent is aan de Leidse universiteit de stelling onderschrijft ‘dat universiteiten ons ondermijnen’ , dan is het begrijpelijk dat rector magnificus Carel Stolker vraagt of Cliteur dat kan toelichten. Mare geeft in een artikel de details. In zijn verdediging maakt Cliteur het er alleen nog maar erger op als hij zegt dat hij best een afwijkende mening mag hebben ‘in’ wetenschap. Dat staat echter niet ter discussie en is niet het breekpunt. Het gaat erover dat Cliteur een afwijkende en dissidente mening heeft ‘over’ wetenschap.

Met Cliteurs stilzwijgende steun voor het standpunt van Baudet (‘we worden ondermijnd door onze universiteiten’) positioneert hij zich tegenover de universiteit, neemt daar afstand van en steunt de aanval vanuit de politiek op de Nederlandse universiteiten. Geen enkele organisatie is een knip voor de neus waard als het dat ongenoemd laat passeren. Stolker moet vanuit zijn functie reageren. Hij is aangenomen om het belang van de universiteit te dienen. Dat wordt hier bedreigd door Baudet en zijn sycofant Cliteur.

Cliteur moet als medewerker aan de universiteit kleur bekennen. Hij dient te erkennen of hij de aanval van Baudet steunt. De keuze is aan Cliteur: kiest hij voor de universiteit of de partijpolitiek. Het is slappe hap als hij net doet alsof er niets aan de hand is. Want er is wel degelijk iets aan de hand door de aanval van Baudet.

Een universiteitsmedewerker als Cliteur die niet ondubbelzinnig wenst op te komen voor de organisatie waar hij in dienst is, moet zich goed beraden of hij bij die organisatie nog wel iets te zoeken heeft. Als hij niet beseft dat hij niet te ver af kan wijken van de regels die de letter en de geest van de universiteit vormen, dan plaatst hij zichzelf buiten de orde. Dan kiest hij door zijn wegkijken en bagatelliseren tegen de universiteit.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRector: Cliteur moet afstand nemen van Baudets uitspraak over “ondermijnende universiteiten”’ van Vincent Bongers voor Mare, 3 mei 2019.

Interessante uitslagen verkiezingen provinciale staten in interessante tijden

with 7 comments

Men kan de uitslag van de verkiezingen voor de provinciale staten op vele manieren lezen. Dat is deel van de spin die onlosmakelijk aan de politiek is verbonden. Definitieve uitslagen zijn er nog niet, maar prognoses wel. De volgende conclusies zijn mogelijk:

1) Partijen die het moeten hebben van proteststemmen (‘tegenpartij’) hebben licht gewonnen. Forum voor Democratie heeft door een strak geleide campagne en een eind aan de democratisering van de partij die eind 2017 werd ingezet goed gepresteerd. Opmerkelijk is dat de partij in één keer samen met de VVD de meeste zetels behaalt. Maar per saldo verandert er aan het machtsevenwicht weinig omdat de PVV en SP hebben verloren. De protestpartij DENK heeft het slecht gedaan en verovert wellicht net geen zetel in de Eerste Kamer.

2) Het machtsevenwicht lijkt naar rechts te zijn verschoven door de winst van Forum, maar is in de praktijk naar links verschoven omdat Forum zich bewust isoleert, en programmatisch en persoonlijk fel keert tegen Rutte III. Dat blijkt onder andere uit de overwinningstoespraak van Thierry Baudet. Omdat een stem op Forum feitelijk een weggegooide stem is voor de coalitievorming in de Eerste Kamer, is rechts verzwakt door het verlies van VVD, CDA en middenpartij D66 en de winst van GroenLinks. Ook de sociaal-democratische PvdA kan de coalitie van VVD-CDA-D66-CU aan een (nipte) meerderheid helpen.

3) Als er sprake is van gebrek aan stabiliteit komt dat niet door de winst van Forum, maar door het gebrek aan samenwerking tussen de oude en nieuwe partners binnen de coalitie. Voorbeeld daarvan is eem mogelijke botsing tussen het CDA dat zich opstelt als belangenpartij voor de boeren en plattelanders, en het grootstedelijke GroenLinks dat zich sterk maakt voor een stevig klimaatakkoord. Beide partijen lijken in de Eerste Kamer even groot met 9 zetels.

4) Premier Mark Rutte lijkt onmisbaarder dan voorheen. Hij is de enige beeldbepalende politicus die zowel naar links als rechts kan buigen en een brede coalitie kan vormen. Dat maakt zijn mogelijke gang naar Brussel minder waarschijnlijk. Mede omdat de VVD met Forum een geduchte concurrent op rechts heeft gekregen en Rutte op dit moment de enige VVD’er lijkt die op termijn Baudet kan neutraliseren.

Written by George Knight

21 maart 2019 at 10:41

Geert Wilders claimt op te komen voor Nederlandse cultuur. Moet dat opgevat worden als satire waarin hij zichzelf op de hak neemt?

with 2 comments

Ze komen er weer aan, verkiezingsdebatten. De logica ervan is onduidelijk. Op 20 maart zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten en daarom worden fractievoorzitters van de Tweede Kamer uitgenodigd. Dat is zoiets als hockeyers over voetbal laten praten. Amusant en irrelevant. Omdat door een stemming uit de Provinciale Staten de Eerste Kamer wordt gevormd had een debat tussen lijsttrekkers uit de Eerste Kamer meer voor de hand gelegen. De formule dat politici niet direct verantwoordelijk zijn voor dat waar ze over praten maakt het debat vrijblijvend. Wat ze ook zeggen, het doet er niet toe. Het voedt cynisme. Een voorbeeld is Geert Wilders die zegt op te komen voor Nederlandse cultuur. Dat is als een slager die zegt dat hij opkomt voor de dieren die hij slacht of Shell dat pretendeert fossiele brandstof te delven die duurzaam en groen is. Hoe dan ook voedt dit de vermoeidheid over de politiek. Mijn reactie bij het artikelVideo! Ontketende Wilders tegen Asscher: ‘U gooide de Nederlandse cultuur bij grofvuil en verklaarde islam heilig!’ op DDS:

Foto’s: Schermafbeelding van deel van artikel ‘Video! Ontketende Wilders tegen Asscher: ‘U gooide de Nederlandse cultuur bij grofvuil en verklaarde islam heilig!’ van Tim Engelbart voor DDS, 8 maart 2019 en eigen reactie.

Klaas Dijkhoff trapt af voor de campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen door tegen het Klimaatakkoord te trappen

with 2 comments

VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff zegt het klimaatakkoord op waaraan de VVD mee onderhandelde, aldus een interview in De Telegraaf. D66 en CU noemen dat contractbreuk. Ze vinden dat de VVD de gemaakte afspraken niet eenzijdig kan opzeggen. Dijkhoff zegt zich sterk te maken voor ‘de gewone mensen’. Dat lijkt een obsessie te worden voor de top van de VVD. Ook premier Mark Rutte zegt bij herhaling zich sterk te maken voor ‘de gewone mensen’. CDA-partijleider Sybrand Buma sprak ook stoere taal toen hij zei op te komen voor ‘de gewone mensen’ die door een klimaatakkoord in hun portemonnee zouden worden aangetast. Ook PVV-leider Geert Wilders en SP-leider Lilian Marijnissen claimen op te komen voor ‘de gewone mensen’. Er valt onderhand een autobus te vullen met politici die zeggen op te komen voor ‘de gewone mensen’. Maar zeggen is niet hetzelfde als doen. Komen deze politici wel echt op voor ‘de gewone mensen’? Waar bestaat dat dan uit? In het afdwingen van scherpe keuzes of in het naar de mond praten van ‘de gewone mensen’?

De meest fundamentele kritiek op het klimaatakkoord is niet dat ‘de gewone mensen’ worden benadeeld, maar dat de industrie wordt ontzien en onvoldoende meewerkt, en als grootste vervuiler nog subsidie krijgt van het kabinet ook. Dus mede van VVD en CDA. Dat was de reden voor milieuorganisaties om in december 2018 de onderhandelingen te verlaten. Als de industrie en ‘de gewone mensen’ communicerende vaten zijn, in die zin dat de kosten door iemand betaald moeten worden, en de industrie door VVD en CDA worden ontzien, dan betekent dat dat deze twee rechtse partijen ‘de gewone mensen’ de rekening laten betalen en in de steek laten. Maar in de beeldvorming zeggen ze het omgekeerde in de hoop deze kritiek te neutraliseren.

Deze schermutselingen kunnen niet los gezien worden van de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 20 maart 2019 waarbij de meerderheid van de coalitie in de Eerste Kamer op het spel staat. Partijen profileren zich en scherpen hun profiel aan. Indirect helpt Dijkhoff ook Rob Jetten van D66 die zich voor zijn achterban juist sterk kan maken door op te komen voor het klimaatakkoord. Alle partijen willen dat ze deel zijn van een tweestrijd die de publiciteit domineert. Zo cynisch is partijpolitiek. Maar dat gaat niet zonder risico, want de geloofwaardigheid van Dijkhoff staat op het spel. Ik verwoordde dat vandaag in een tweet aan Rob Jetten:

In de video ‘Reactie van Klaas Dijkhoff op klimaattafels’ op het YouTube-kanaal van de VVD suggereert Dijkhoff dat het klimaat maakbaar en bijgebogen kan worden naar de wensen van zijn partij. Uit de vorm blijkt de symboliek. Staande voor een blauwe achtergrond houdt Dijkhoff een praatje tussen de schuifdeuren. Links en rechts gapen de gaten en schaduwen die diepte aan zijn betoog moeten geven. Het frame van de rafelrand wordt geïntegreerd in de video zodat Dijkhoff zich kan presenteren als oorspronkelijke, tegendraadse en moderne politicus. Maar hij verdrinkt in dit vormenspel waarin hij een projectie van een politicus speelt zonder zelf nog een politicus te zijn. Want achter de schaduwen wacht de echte, weerbarstige werkelijkheid. Dijkhoff claimt tegen beter weten in het te gaan fiksen. Hij tekent de ondertekenaars van het klimaatakkoord af als moralisten die met hun heilig vuur de samenleving op hun kop willen zetten. Dijkhoff is bang. Bang voor Buma. Bang voor de gele hesjes. Bang voor de milieubeweging. Bang voor de industrie. Bang voor zijn eigen populariteit. Bang voor de beeldvorming. Bang om harde keuzes te maken. Bang voor zijn eigen ruggengraat.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVVD: ’nee’ tegenklimaatakkoord’ in De Telegraaf, 12 januari 2019.

Foto 2 en 4: Stills uit videoReactie van Klaas Dijkhoff op klimaattafels’ op YouTube-kanaal van de VVD, 21 december 2018.

Foto 3: Eigen tweet aan Rob Jetten, 12 januari 2019.

List van Roemer voor een ‘progressief pact’ kan faliekant anders uitpakken

with 6 comments

partijcongres-34-of-1

Dat is schrikken, de SP wil niet in een kabinet met de VVD. Aldus partijleider Emile Roemer volgens een bericht in het AD. Vandaag houdt de SP een partijcongres in Tilburg waarop Roemer ‘oproept tot het sluiten van een progressief pact voor sociale verandering.’ Maar welke partijen daar volgens de SP toe moeten worden gerekend is onduidelijk. Zelfs als het niet-linkse D66 en de CU mee worden gerekend resteert met 36 zetels in de Eerste Kamer nog geen meerderheid voor ‘een progressief pact’ met SP, PvdD, PvdA, GL, D66 en CU. Om tot kabinetsvorming en een meerderheid in de Staten-Generaal te komen is deze strategie van de SP daarom een doodgeboren kindje. De marketing van de SP lijkt dan ook een ander doel te dienen: verkiezingswinst.

Maar de strategie van de SP kan ook totaal anders uitpakken en tot de uitsluiting van deze partij leiden. Dan jaagt het namelijk samen met de PVV en de populistische splinters op rechts de middenpartijen  VVD, PvdA, D66, CDA en GroenLinks naar elkaar. De verkiezingsstrijd gaat er dan om wie van deze vijf partijen afvalt. Het is voorstelbaar dat de partij afvalt met de minste zetels in de Tweede Kamer, de minste overeenstemming met de andere vier partijen en de meest vragende politieke leiders. Omdat in de Eerste Kamer PvdA (8 zetels) en GroenLinks (4 zetels) als enigen gemist kunnen worden voor een meerderheid resteert dan waarschijnlijk een vierpartijenkabinet VVD, CDA, D66, PvdA of VVD, CDA, D66, GroenLinks. In de peilingwijzer van december 2016 komt zo’n vierpartijenkabinet in de Tweede Kamer nog zo’n 10 zetels tekort voor een meerderheid.

Maar in de campagne kunnen vier van de vijf middenpartijen nog groeien. VVD kan met de sterke campaigner premier Mark Rutte stemmen wegsnoepen bij de PVV en uitkomen op 30 zetels en opnieuw de premier leveren. De PvdA met Lodewijk Asscher kan de aanval inzetten op de SP en zo het verwachte verlies beperken en uitkomen op 15-18 zetels. GroenLinks kan nieuwe en jonge kiezers motiveren te gaan stemmen en met 12-14 zetels haar beste resultaat ooit behalen. D66 en CDA kunnen hun uitslagen in de peilingen van rond de 15 zetels consolideren of nog licht verbeteren. Zo tekenen zich twee maanden voor de verkiezingen van 15 maart 2017 reeds de contouren van een nieuw kabinet aan. De partijen die niets forceren komen bij elkaar uit.

Foto: Partijcongres SP, 2010.

Verkiezingsretoriek domineert debat over de ratificatie van de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne

with 4 comments

tpo

De grootste fout heeft premier Mark Rutte in de aanloop naar het Oekraïne-referendum gemaakt. Omdat het om een raadgevend referendum ging had hij aan zowel het publiek als de partijen in het parlement moeten toelichten dat de uitslag van het referendum één van de aspecten was die hij mee zou wegen in de overweging van het kabinet. De Wet Raadgevend Referendum geeft het kabinet die ruimte. Rutte liet dat na. Onder druk van partijen -vooral de PvdA- zei hij de uitslag te zullen volgen. Dat had hij niet moeten doen.

Zo ontstond een vewarrende situatie. Informeel zei premier Rutte de uitslag te volgen, maar formeel had hij de ruimte om de uitslag naast zich neer te leggen en andere belangen voorop te zetten. Zoals de toekomst van Nederland, de relatie met andere EU-lidstaten, de Europese veiligheidspolitiek en geopolitieke belangen in de relatie met de Russische Federatie.

Daarbij komt dat democratie op vele niveau’s speelt. Op binnenlands/ Nederlands niveau, op EU-niveau met 28 EU-lidstaten en op het niveau met een externe EU-partner Oekraïne. En in afgeleid daarvan ook nog eens in het diapositief van de Russische Federatie waar democratie en rechtsstaat steeds meer onder druk staan.

Nederland moet zwaarwegende redenen hebben om een associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne niet te ratificeren tegen 27 EU-lidstaten in die dat wel doen. Het kan de Nederlandse positie beschadigen. De afweging van het kabinet in tweede instantie is dat die zwaarwegende redenen ontbreken. Formeel is de uitslag van het Nederlandse referendum volgens het kabinet niet die zwaarwegende reden. Feitelijk maakt het kabinet de afweging of het kiest voor de binnenlandse of buitenlandse geloofwaardigheid van Nederland.

De opkomst bij het referendum lag met 32% net boven de opkomstdrempel van 30%. Als dan toch een uitslag moet doorwegen in het buitenlands beleid dan kan dat beter gebeuren bij de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer. Met een opkomst in de laatste jaren van zo’n 75% is die stemming in het land meer dan twee keer zo representatief dan het referendum over Oekraïne. Strategische tegenstemmers bleven thuis in de verwachting er zo aan mee te helpen de opkomstdrempel van 30% niet te halen.

Niet ratificeren zou de positie verzwakken als Nederland als enige EU-lidstaat dwars zou blijven liggen. Men kan daarover van mening verschillen, maar onwettelijk, verraderlijk of een getuigenis van een slappe ruggegraat is die opstelling van het kabinet niet. Het is bovenal in tegenspraak met wat Rutte en andere bewindslieden voor het referendum zeiden en verzwakt het vertrouwen in de politiek. Maar dat slaat vooral terug op de VVD en de PvdA die in deze kwestie hun eigen public relations slecht hebben behartigd.

Nadeel van partijpolitiek is dat partijen hun eigen retoriek volgen en daar nog lijken in te gaan geloven ook. Hun sterkte is dat ze niet verder kijken dan hun neus lang is. Dat is tegelijk hun zwakte omdat het partijen gevangen houdt in eigen retoriek. Dit wordt extra op scherp gezet door electorale overwegingen. Partijen sorteren nu al voor voor de verkiezingen van de Tweede Kamer op 15 maart 2017. Ze staan in de file om hetzelfde te beweren. Elk roepen ze het hardst in de verwachting het best gehoord te worden door de kiezer.

Vanuit die verkiezingsretoriek is het begrijpelijk dat de PVV’er Harm Beertema stelt dat premier Rutte verraad heeft gepleegd. Maar het kabinet dat aan het roer van Nederland staat heeft een verantwoordelijkheid die verder gaat. Het is niet het belang van de EU dat Rutte en andere bewindslieden behartigen, maar het belang van Nederland. En het is evenmin het belang van hun politieke partij die de VVD’ers en PvdA’ers in het kabinet met hun opstelling over de ratificatie van de associatie-overeenkomst behartigen. Die waarheid dringt slecht door tot partijen als de PVV, SP, PvdD, VNL, CDA, CU en SGP die hun electorale positie voorop zetten. Vooral de gouvernementele confessionele CDA, CU en SGP komen hierdoor in conflict met hun eigen traditie.

Foto: Schermafbeelding van artikelOekraïnedebat – Mark Rutte heeft zijn meerderheid in Tweede- én Eerste Kamer’ op TPO, 20 december 2016.