George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Internationale rechtsorde

Nederland verbiedt Turkse minister landingsrechten en begeeft zich in schaduwspel met Turkije. Realisme boven ethiek

with 7 comments

De Turkse president Erdogan krijgt van de Nederlandse regering precies wat hij wenst: de slachtofferrol. Den Haag heeft besloten om de landingsrechten van het vliegtuig van de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Çavusoglu in te trekken. Hij was van plan om vandaag aanwezig te zijn in Rotterdam op een politieke bijeenkomst met de opzet om bij Turkse-Nederlanders te pleiten voor het Turkse referendum dat Erdogan meer macht geeft. Of Çavusoglu met een lijnvlucht of via België alsnog naar Rotterdam komt is op dit moment onbekend. Feitelijk is dat voor zijn promotie van Erdogan niet nodig, hij heeft zijn punt gemaakt.

Mede door de harde opstelling van de PVV en radicaal-rechts voelt het kabinet zich met het oog op de verkiezingen van 15 maart in het defensief gedrongen. En daarom stelt het zich hard op tegenover de Turkse regering die zich niet aan de spelregels van het diplomatieke verkeer houdt en zelfs eigen regels overtreedt. Turkse politici mogen van de Turkse wet helemaal geen campagne voeren in het buitenland. Maar Çavusoglu trekt zich daar niets van aan en doet alsof hij geen politiek bedrijft, maar voorlichtingsbijeenkomsten geeft. Dat is aantoonbaar onjuist, want het gaat Erdogan wel degelijk om politiek. Hij heeft de Turkse stem in de diaspora hard nodig omdat de peilingen wijzen op een patstelling tussen voor- en tegenstanders.

Turkije was het afgelopen week nog op andere manieren negatief in het nieuws. Zo lobbyde de onlangs ontslagen Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur in de regering-Trump Mike Flynn tot zijn ontslag als buitenlands agent voor Turkije en ontving daar 500.000 dollar voor. Daarover werd al in november 2016 bericht in de Amerikaanse media, maar het overgangsteam van Trump onder leiding van vice-president Mike Pence nam om onverklaarbare redenen geen maatregelen en handhaafde Flynn. En Turkije zoekt steeds meer toenadering tot de Russische Federatie wat merkwaardig en hoogst ongebruikelijk is voor een Navo-lidstaat.

Krantencommentaren over de opstelling van de Nederlandse regering over een bezoek van Çavusoglu gaan uit van een rechtsstatelijk standpunt. De Turkse regering provoceert, gaat over de rand van het betamelijke en manoeuvreert zich door te speculeren op een reactie van West-Europese landen als Duitsland en Nederland bewust in de slachtofferrol. Het zou door Europa worden tegengewerkt en vanuit superioriteitsgevoel worden gediscrimineerd. Met op de achtergrond de deal over de vluchtelingen die de EU-lidstaten uit de brand helpt. De teneur is dat Nederland beter niet in zou gaan op de provocaties en de eigen normen dient te handhaven.

Dat laatste valt te bezien. Nederland hoeft zich niet als gekke Henkie op te stellen als landen als Turkije of de Russische Federatie een loopje nemen met hun nationale en de internationale spelregels. Straatvechters die over grenzen gaan speculeren op een ethische opstelling van hun tegenstanders die daardoor bij voorbaat inboeten aan kracht en middelen om te reageren. Dat is een gevecht waarbij landen die zich aan de regels houden één hand op de rug gebonden hebben. Maar geen enkel machtig land houdt zich aan de regels.

Hoe triest het ook is, realistische buitenlandse politiek vraagt soms om een onvoorspelbaar antwoord dat overtreders van de rechtsorde een koekje van eigen deeg geeft. De uiteindelijke vraag is hoe die internationale rechtsorde het best en het snelst hersteld kan worden. Voorwaarde is wel dat als de Nederlandse regering in dit specifieke geval van Çavusoglu -die de Turkse politiek naar Nederland exporteert- de grenzen van de wet opzoekt of daar overheen gaat, het tegelijk duidelijk maakt dat het dat enkel en alleen doet om die rechtsorde te herstellen. Een ethische opstelling is voor een hoofdcommentaar of een cursus staatsrecht, een realistische opstelling is voor de praktische politiek tussen landen. In de laatste week van een verkiezingscampagne waar nog veel kiezers zweven. Het Turkse vuile spel moet maar even met Nederlands vuil spel beantwoord worden.

Foto: ‘The hall of the Imperial Ceremonial Palace (Yıldız)’, 1880-1893. Fotograaf mogelijk Abdullah Frères. Collectie Library of Congress.

Advertenties

Brits antwoord op Russische bezetting van de Krim: antwoord moet van Oekraïne komen

with 2 comments

Het is drie jaar geleden dat troepen van de Russische Federatie de Krim bezetten. Het is onrechtmatig en werd in resolutie 68/262 in de Algemene Vergadering van de VN met grote meerderheid veroordeeld. Wat te doen? Hoe de bezetters weer weg te krijgen? Zoals de journalist opmerkt is er geen platform waar de kwestie Krim besproken wordt. De Krim valt buiten het Minsk akkoord. De Britse VN-ambassadeur Matthew Rycroft toont zijn goede wil en spreekt in algemeenheden. Welke gevolgen voor de praktische politiek de Britse regering verbindt aan de Britse handtekening onder het Boedapaster Memorandum zegt Rycroft echter niet. Samen met de VS en de Russische Federatie garandeerden de Britten in 1994 soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne. Alledrie hebben ze dit land bedrogen. Russen door de Krim te bezetten en beide westerse landen door vervolgens op de handen te zitten. Rycroft zegt botweg dat het initiatief van Oekraïne moet komen.

Waar blijft het antwoord op de Russische inmenging in Europa?

with 10 comments

8d25540v

Er moet me iets van het hart waar ik al drie jaar over peins zonder op een begin van een antwoord te stuiten. Sinds ik me in februari 2014 verdiep in de toestand in Oekraïne zit ik om een afdoend antwoord verlegen.

Het is verbazingwekkend dat westerse landen als Canada, Frankrijk, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en de VS nog steeds geen antwoord hebben om de informatieoorlog van het Kremlin lik op stuk te geven. Terwijl de technische ontwikkelingen notabene in Silicon Valley plaatsvinden en onze wereld ingrijpend veranderen.

Waar is de westerse kennis over psychologische oorlogsvoering gebleven die met name Britten en Amerikanen tijdens de koude oorlog hebben opgebouwd? Vaak met behulp van Duitse en Russische specialisten. In het niets verdwenen? Is het moedwil of misverstand om het Kremlin niet van repliek te dienen? Of gewoon lamlendigheid? Waarom kan de kennis die tot 1990 in de koude oorlog werd opgebouwd niet teruggehaald en opgefrist worden en als basis dienen voor het formuleren van een antwoord op Russische acties?

Steeds wordt gezegd dat de urgentie in westerse hoofdsteden wordt beseft. Talking heads zeggen in hun wijsheid al ruim drie jaar hetzelfde zonder het idee te geven werkelijk stappen te maken en verder te komen. Ook verder te willen komen? De zogenaamde liberale democratieën zouden onder druk staan door de Russische informatieoorlog. Zo zeggen dan de talking heads. Wie weet, maar waarom wordt er dan geen zichtbaar gevolg aan die urgentie gegeven? Waarom merken we niets van een antwoord dat hout snijdt?

Steeds weer zeggen westerse beleidsmakers, wetgevers en communicatie-deskundigen dat de op Europa gerichte Russische propaganda niet met westerse propaganda beantwoord moet worden, maar met het geven van informatie. Propaganda met propaganda beantwoorden zou een valkuil zijn. Maar schiet zo’n ethische opstelling niet tekort in een tijdperk waarin de waarheid en de feiten zelf ter discussie worden gezet?

Propaganda valt op te vatten als een slag om de publieke opinie. Die staat onder druk zoals media dagelijks verkondigen. Propaganda is een vorm van psychologische oorlogsvoering. Het misleidt en zaait angst. Het verhult eigen zwakheden door die van de ander te benadrukken. De Russische informatieoorlog is een direct verlengde van militaire en politieke strijd en geïntegreerd in krijgsmacht en politiek. Het is een journalistiek middel zonder journalistiek te zijn. De schijn van journalistiek is het wezen van propaganda.

Wat kunnen westerse landen doen als het hun menens is? Bedreig Putin om de informatie over zijn onwettig vergaarde rijkdom openbaar te maken als hij 1) de inmenging in westerse verkiezingen (VS, Frankrijk, Duitsland) niet per direct stopt en 2) de steun aan Europese rechts-extremistische partijen beëindigt.

Omlijst dat met een opsomming van kenmerken van de Russische Federatie. Deze regionale macht is economisch en staatkundig zwak en verdeeld. Geen natiestaat, maar een veelvolkerenstaat zonder kern. Zelfs militair zo zwak dat het een oorlog tegen de NAVO binnen twee weken verliest. Die informatie neemt de angst en het gevoel van dreiging bij een deel van de Europeanen weg die nu in onzekerheid worden gehouden. Door Russen en westerse landen die een gemeenschappelijk belang lijken te hebben. Hoe bizar het ook klinkt.

Het is van tweeën een. Of de urgentie bestaat om pro-actief op te treden tegen de Russische agressie die de Europese veiligheidssituatie en rechtsorde bedreigt. Dan moet er uit zelfbehoud en vanuit een idee van weerbaarheid om de democratie te verdedigen hard opgetreden worden tegen de Russische inmenging die de normale bemoeienis van staten met elkaar te buiten gaat. Landen bemoeien zich immers altijd met elkaar, maar in dit geval gaat het om grensoverschrijdend gedrag van het Kremlin, zoals dat wordt ervaren en gedefinieerd. Inzet is dat de Russische inmenging op straffe van een hard antwoord per direct moet stoppen.

Waarom is er geen zichtbare westerse informatieoorlog die de Russen een koekje van eigen deeg geeft? Al sinds 2014 lezen we over voornemens, plannen, taskforces en missies die in Brussel, Londen, Riga of Washington worden vormgegeven. Of wat nog tragischer klinkt: voorbereid. Maar in de praktijk valt er niets van te merken. Hoe komt dat? Wat zou er wel kunnen gebeuren met de op dit moment beschikbare middelen?

Of die urgentie bestaat niet en dan moet er in westerse hoofdsteden niet meegegaan worden in de retoriek van een nieuwe koude oorlog. Of een situatie met een verhoogd dreigingsniveau. Zoals gezegd, dat jaagt de eigen bevolking onnodige angst aan. Dan lijkt het alsof de Russische militaire en publicitaire dreiging wordt omgebogen om westerse bestedingen aan wapens op een hoger peil te brengen. De paradox is dat in het geval van een dreiging een passend antwoord uitblijft en in het geval van geen dreiging een antwoord wordt gegeven dat geen antwoord op de dreiging is. Wie houdt wie voor de gek en zet ons geestelijk in de kou?

Foto: Esther Bubley, Washington, D.C. Girls window shopping, 1943. Collectie Library of Congress.

Trump preekt onverzettelijkheid en zegt dat het Kremlin de Krim moet teruggeven aan Oekraïne. Tegen welk wisselgeld van wie?

with 2 comments

Woordvoerder van het Witte Huis Sean Spicer zegt vandaag in een persconferentie namens president Trump dat de Russische Federatie de Krim moet teruggeven aan Oekraïne. Het is een nieuwe geluid van de regering-Trump. Juist op het moment dat de geruchten over chaos en gebrek aan leiding toenemen. Is dit meer dan een opzichtige afleiding om onderzoeken naar de banden van Trump en het Kremlin voor en na de verkiezingen van 8 november 2016 te voorkomen? Het lijkt naïef om te denken dat het zetten van een punt achter het wegsturen van nationale veiligheidsadviseur Mike Flynn helpt. Het vluchten in de armen van de haviken van de Republikeinse partij komt niet geloofwaardig over. Het Kremlin bezette in 2014 de Oekraïense Krim en dit werd in Resolutie 68/262 van de Algemene Vergadering van de VN in maart 2014 met grote meerderheid  van stemmen veroordeeld. Evenals het nepreferendum dat ermee samenging. Trumps afleiding zal vermoedelijk niet helpen. Want het leed is al geschied. Media en oppositie willen de onderste steen boven. Evenals de neoconservatieven en inlichtingendiensten die Donald Trump niet vertrouwen. Hoe ziet een nieuwe start eruit?

Herken de tekortkoming in het neorealisme van Beatrice de Graaf

with 2 comments

ts

Het artikelHerken de tsaar in Poetin’ van hoogleraar internationale betrekkingen Beatrice de Graaf in NRC is merkwaardig onevenwichtig opgebouwd. Alsof zij heeft zitten knippen en plakken in eigen werk. In het middenstuk geeft ze een analyse van en waarschuwing voor Putin die tamelijk negatief is voor het Kremlin. De Graaf toont aan dat de Russische leiders zich niet aan afspraken houden en niet aan afspraken te houden zijn. Dankzij ondermijningstactieken en een nostalgische blik naar de 19de eeuw. In die analyse is De Graaf goed te volgen. Het sluit aan bij de in het Westen meest aangehangen visie op de machthebbers in het Kremlin.

Maar in de inleidende en slotalinea’s zegt De Graaf iets anders. Haar instemmende verwijzing naar Laurien Crump zet de toon. Crump is echter niet zozeer voor toenadering en ontspanning, maar voor inbinden. Vanuit een Westers schuldcomplex. De Graaf geeft de positie van Crump dan ook niet goed weer. Crump meent dat het Kremlin niet uit zou zijn op confrontatie met het Westen. Dat sluit echter helemaal niet aan bij De Graafs analyse. Met haar instemmende verwijzing naar Henry Kissinger laat De Graaf zich kennen als een historisch neorealist. In de school van John Mearsheimer de niet voor niets zo populaire historicus in het Kremlin. Iemand die machtsdenken voor afspraken van internationale verdragen, en pragmatisme voor moralisme zet.

Dit neorealisme dat De Graaf aanhangt leidt tot een aanbeveling die haaks staat op haar analyse uit het middenstuk. Want enerzijds moet Nederland van haar goed beseffen waar de Russische dreiging uit bestaat en partners zoeken om die te weerstaan. Maar anderzijds wil ze de Russen eigen speelruimte (diplomatieke ‘theaters’) en begrip geven om ze te appaiseren of in toom te houden. Hoewel uit haar analyse volgt dat het Kremlin letterlijk en figuurlijk over grenzen gaat en het zeer de vraag is of het teruggrijpen naar 19de eeuws machtsverhoudingen de juiste voorwaarde is om van het Kremlin spijkerharde afspraken af te dwingen.

Het grootste gemis van het stuk van De Graaf is dat ze alles in een historische en machtspolitieke dimensie plaatst en daarom het meest waarschijnlijke en voor de hand liggende mist. Dat maakt haar aanbevelingen vrijblijvend. Deze eendimensionele visie biedt weinig waarde voor de praktische politiek. Het is namelijk de economie en de demografie die de zwakte van de Russische Federatie uitmaken. Kortweg gezegd, het Kremlin kan als de reservefondsen zijn uitgeput binnen één of twee jaar economisch op de knieën gedwongen zijn. Door een combinatie van lage olieprijzen, sancties en een stop op investeringen en export van technologie. Dat was de tactiek van president Obama. De Russische confrontatie vraagt om een asynchroon antwoord die afwijkt van de framing door het Kremlin. Dat heeft De Graaf niet begrepen die alles beredeneert vanuit traditionele internationale betrekkingen waarvan ze de contouren kritiekloos door het Kremlin laat dicteren.

Foto: Schermafbeelding van deel ‘artikel ‘Herken de tsaar in Poetin’ van Beatrice de Graaf in NRC, 13 januari 2017.

Laurien Crump slaat opnieuw de plank mis over Putin die niet uit zou zijn op confrontatie

with 7 comments

vladimir-putin-1

Laurien Crump is universitair docent en onderzoeker in de geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Haar achtergrond is Klassieke Talen en Vergelijkende Geschiedenis. Ze is auteur van een boek over de periode 1955-1969 van het Warschaupact. In een artikel in NRC van 20 juni 2016 meende ze dat het Westen op moet houden de Russische Federatie te vernederen. Mijn reactie daarop was dat Crump de plank misslaat en niet weet waarover ze praat. Ik zette zelfs twijfels bij haar motivatie: ‘Het zal niet de opzet zijn, maar dit artikel roept vooral vragen op over de deskundigheid en politieke gezindheid van Crump. Is zij wel zo objectief als ze zegt te zijn?’ Crump vereenzelvigt zich met de retoriek van het Kremlin.

Nu biedt NRC haar in een artikel opnieuw een podium en kunnen we haar objectiviteit nogmaals toetsen. Zij redeneert opnieuw vanuit haar identificatie met het Kremlin. Haar uitgangspunt zijn de goede bedoelingen die president Putin volgens haar in zijn jaarlijkse toespraak tot de Doema tentoonspreidt door te zeggen dat hij ‘niet uit is op confrontatie” en dat samenwerking in ieders belang is.’ Die uitgesproken hand zou Europa aan moeten nemen. Goede bedoelingen van Putin zijn echter een nietszeggend argument en het is de vraag of hij een hand uitgestoken heeft. Een deel van de Russische informatieoorlog is immers de misleiding (‘Maskirovka’) waarbij om militaire doelstellingen de feiten bewust anders worden voorgesteld dan ze zijn.

Opnieuw legt Crump in haar beschouwing de blauwdruk van de Koude Oorlog over de huidige relatie tussen de Russische Federatie met het Westen en meent daaruit conclusies over de actuele veiligheidspolitiek te kunnen trekken. Opnieuw gaat ze met dat schematisch denken de fout in. Want 1955 of 1970 is 2016 niet. Er bestaat een fundamenteel verschil tussen de toenmalige Sovjet-Unie en de Russische Federatie anno 2016. Putin is een rechts-nationalistische leider zonder ideologische en strategische visie op de geschiedenis. Het voortbestaan van hemzelf en zijn directe zakenvrienden is wat Putin drijft. De positie van de Russische Federatie is daarvan de afgeleide. Met tactische invallen hobbelt Putin van incident naar incident. Volgens critici werkt hij zich daarmee steeds verder in de nesten. De reserves van de Russische Federatie zouden in de zomer van 2017 op zijn. Dan kan de sociale vrede niet langer afgekocht worden. En wacht de kladderadatsch.

Crump vergeet dat het Putin is die door de bezetting van de Krim in 2014 de Europese veiligheidspolitiek fundamenteel heeft veranderd door het schenden van internationale afspraken over veiligheidspolitiek en soevereiniteit van staten die in 1941, 1975 en 1994 in overleg tussen landen vorm kregen en iedereen zich aan hield. In de Algemene Vergadering van de VN werd in maart 2014 die annexatie in resolutie 62/262 met 100 stemmen voor veroordeeld. Het is naïef en wetenschappelijk onbegrijpelijk van Crump om in een analyse naar de Europese veiligheidspolitiek te verwijzen zonder de Krim of Oekraïne zelfs te noemen. Dat is een onvolledige analyse. Dit pragmatisme -of neorealisme volgens John Mearsheimer en Henry Kissinger- dat pleit voor een dialoog met de Russische Federatie gaat te makkelijk voorbij aan de schade die door dit land sinds 2014 aan de Europese veiligheidssituatie is aangebracht. En Oost-Europese landen heeft geïntimideerd.

Het is wenselijk om een nieuwe start te maken -en door de verslechterende economische situatie wordt Putin daar wellicht toe gedwongen- maar niet op de condities die het Kremlin stelt. Europa neemt de Russische Federatie serieus door Putin niet serieus te nemen. Dat verschil gaat aan Crump voorbij. Europa moet werken aan de verbetering van de verstandhouding met de inwoners van de Russische Federatie. Een autoritair leider als Putin die hard op weg is om zijn land richting dictatuur te loodsen en de rechtsstaat te ontmantelen is geen gesprekspartner waarop vertrouwd kan worden. De recente veiligheidspolitiek van het Kremlin maakt dat duidelijk. Voor de goede verstaander. Europa heeft vrienden nodig, maar niet als ze zich gedragen als vijand.

Foto: De Russische president Vladimir Putin bezoekt de Krim. Credits: Getty.

Reitschuster: Rusland probeert Duitsland met propaganda te destabiliseren

leave a comment »

De Duitse journalist van het conservatieve tijdschrift Focus en voormalige correspondent in Moskou Boris Reitschuster spreekt met Nataliya Gumenyuk van het Engelstalige onafhankelijke Oekraïense Hromadske TV. Hij legt uit dat het Kremlin er belang bij heeft om de EU te verzwakken en te laten fragmenteren. Daartoe zet het publicitaire middelen in. Dat gaat verder dan propaganda. Het is de informatieoorlog met politieke middelen die in de publiciteit als verlengde van de strijd worden ingezet. Zoals gebeurtenissen die anders niet hadden plaatsgevonden of de organisatie van schijndemonstraties. Volgens Reitschuster speelt Duitsland een essentiële rol in de optiek van het Kremlin om de EU te verzwakken. Want Duitsland is binnen de EU politiek en economisch een belangrijk land en kanselier Merkel is als voormalig Oost-Duitse kritisch over de Russische intenties. Ook in het vasthouden aan de sancties. Daarbij kent Duitsland een grote Russische minderheid.

Opmerkelijk is dat Reitschuster beweert dat de sociale-democratische SPD die een coalitie met de CDU/CSU van Merkel vormt nog steeds onder invloed staat van oud-kanselier Gerhard Schröder. Dit zou de verlamming van de Duitse regering verklaren en het gebrek aan een harde opstelling jegens de Russische Federatie. Naar verluidt is Schröder voor 250.000 euro per jaar voorzitter van de aandeelhouderscommissie van Gazprom-dochter Nord Stream AG. Gazprom heeft een meerderheid van 51% in Nord Stream en de Russische staat heeft weer een meerderheid in Gazprom. Op kritiek van vooral Oost-Europese landen die zich gepasseerd voelden antwoordde kanselier Merkel in december 2015 dat Nord Stream geen politiek, maar een commercieel project is. Reitschuster wijst vooral op buitenlandminister Frank-Walter Steinmeier en vice-premier Sigmar Gabriel die in de zak van Schröder -en dus het Kremlin- zouden zitten. Pikant is dat Steinmeier namens Duitsland (met Frankrijk, Rusland en Oekraïne) een frequente deelnemer is aan de gesprekken over de Minsk II-afspraken.

Volgens Reitschuster verkeert Duitsland in een toestand van ontkenning zodat het niet echt beseft wat er op dit moment in de Russische Federatie aan de hand is. Hij vindt niet dat op de verslaglegging van de feiten de boodschapper van het slechte nieuws aangekeken moet worden, in zijn ogen komt dat enkel en alleen voort uit de slechte situatie in Rusland. Tegelijk meent hij dat de Duitsers langzaam wakker worden en zich steeds beter realiseren wat er in Rusland gebeurt. Ook omdat het zo overduidelijk is. De welwillendheid van de Duitse elite jegens het Kremlin en de afstand die het tot Oekraïne bewaart is al eerder opmerkelijk genoemd. Een en ander zou gevoed worden door een verkeerd begrepen schuldcomplex over de Tweede Wereldoorlog.