George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Associatie-overeenkomst

Oekraïne-referendum. Feest van de democratie werd foutenfestival

with 4 comments

Een opmerkelijk bericht van RTL Nieuws met een veelzeggende titel: ‘Twijfel aan geldigheid handtekeningen onder aanvraag Oekraïne-referendum’. Minister Ronald Plasterk schrijft op een WOB-verzoek van advocaat Christiaan Alberdingk Thijm dat er geen zekerheid bestaat over de geldigheid van de 427.000 ondersteuningsverklaringen die zijn opgehaald voor het Oekraïne-referendum. Politici reageren verrast, of suggereren dat ze verrast zijn. Dat kunnen ze in werkelijkheid niet zijn. Ze wisten dat het fout kon zitten.

Twijfel aan ‘de vereisten van toezicht en betrouwbaarheid’ over de wijze van indiening van verklaringen zoals artikel 31, lid 2 van de Wet Raadplegend Referendum stelt werd al in 2015 in de openbaarheid besproken. Jeroen de Kreek diende protest in, maar werd niet ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende zou zijn. De procedure van de indiening van de verklaringen is nooit inhoudelijk getoetst. Dat is opmerkelijk, maar nogmaals, geen nieuw feit. Het was in oktober 2015 al onderwerp van publiek debat.

Inmiddels zijn volgens Plasterk de verklaringen vernietigd, zo zegt het bericht van RTL Nieuws. Onduidelijk is welke details er in het proces-verbaal staan dat volgens artikel 37 WRR moet worden opgemaakt. In de wettekst staat trouwens geen verplichting om de lijsten met ondersteuningsverklaringen te vernietigen als er een referendum komt. Integendeel volgens artikel 36 moeten de lijsten in een pak gedaan worden. Maar in artikel 39 wordt geen verplichting opgelegd voor de vernietiging van het pakket als het referendum doorgaat. Het is dan ook de vraag af artikel 39 WRR juridisch correct is toegepast. Zowel naar de letter als de geest van de wet. Wie heeft steken laten vallen? Minister Plasterk, de kamer, de Raad van State of de Kiesraad die had dienen toe te zien op de procedure, maar dat door onkunde of onverschilligheid naliet? Michiel Trimpe concludeerde in een commentaar: ‘Al met al blijkt dus dat dit referendum, dit ‘feest voor de democratie,’ tot stand is gekomen met dank aan stemfraude op grote schaal en een dubieuze rechter.’ 

Verkiezingsretoriek domineert debat over de ratificatie van de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne

with 4 comments

tpo

De grootste fout heeft premier Mark Rutte in de aanloop naar het Oekraïne-referendum gemaakt. Omdat het om een raadgevend referendum ging had hij aan zowel het publiek als de partijen in het parlement moeten toelichten dat de uitslag van het referendum één van de aspecten was die hij mee zou wegen in de overweging van het kabinet. De Wet Raadgevend Referendum geeft het kabinet die ruimte. Rutte liet dat na. Onder druk van partijen -vooral de PvdA- zei hij de uitslag te zullen volgen. Dat had hij niet moeten doen.

Zo ontstond een vewarrende situatie. Informeel zei premier Rutte de uitslag te volgen, maar formeel had hij de ruimte om de uitslag naast zich neer te leggen en andere belangen voorop te zetten. Zoals de toekomst van Nederland, de relatie met andere EU-lidstaten, de Europese veiligheidspolitiek en geopolitieke belangen in de relatie met de Russische Federatie.

Daarbij komt dat democratie op vele niveau’s speelt. Op binnenlands/ Nederlands niveau, op EU-niveau met 28 EU-lidstaten en op het niveau met een externe EU-partner Oekraïne. En in afgeleid daarvan ook nog eens in het diapositief van de Russische Federatie waar democratie en rechtsstaat steeds meer onder druk staan.

Nederland moet zwaarwegende redenen hebben om een associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne niet te ratificeren tegen 27 EU-lidstaten in die dat wel doen. Het kan de Nederlandse positie beschadigen. De afweging van het kabinet in tweede instantie is dat die zwaarwegende redenen ontbreken. Formeel is de uitslag van het Nederlandse referendum volgens het kabinet niet die zwaarwegende reden. Feitelijk maakt het kabinet de afweging of het kiest voor de binnenlandse of buitenlandse geloofwaardigheid van Nederland.

De opkomst bij het referendum lag met 32% net boven de opkomstdrempel van 30%. Als dan toch een uitslag moet doorwegen in het buitenlands beleid dan kan dat beter gebeuren bij de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer. Met een opkomst in de laatste jaren van zo’n 75% is die stemming in het land meer dan twee keer zo representatief dan het referendum over Oekraïne. Strategische tegenstemmers bleven thuis in de verwachting er zo aan mee te helpen de opkomstdrempel van 30% niet te halen.

Niet ratificeren zou de positie verzwakken als Nederland als enige EU-lidstaat dwars zou blijven liggen. Men kan daarover van mening verschillen, maar onwettelijk, verraderlijk of een getuigenis van een slappe ruggegraat is die opstelling van het kabinet niet. Het is bovenal in tegenspraak met wat Rutte en andere bewindslieden voor het referendum zeiden en verzwakt het vertrouwen in de politiek. Maar dat slaat vooral terug op de VVD en de PvdA die in deze kwestie hun eigen public relations slecht hebben behartigd.

Nadeel van partijpolitiek is dat partijen hun eigen retoriek volgen en daar nog lijken in te gaan geloven ook. Hun sterkte is dat ze niet verder kijken dan hun neus lang is. Dat is tegelijk hun zwakte omdat het partijen gevangen houdt in eigen retoriek. Dit wordt extra op scherp gezet door electorale overwegingen. Partijen sorteren nu al voor voor de verkiezingen van de Tweede Kamer op 15 maart 2017. Ze staan in de file om hetzelfde te beweren. Elk roepen ze het hardst in de verwachting het best gehoord te worden door de kiezer.

Vanuit die verkiezingsretoriek is het begrijpelijk dat de PVV’er Harm Beertema stelt dat premier Rutte verraad heeft gepleegd. Maar het kabinet dat aan het roer van Nederland staat heeft een verantwoordelijkheid die verder gaat. Het is niet het belang van de EU dat Rutte en andere bewindslieden behartigen, maar het belang van Nederland. En het is evenmin het belang van hun politieke partij die de VVD’ers en PvdA’ers in het kabinet met hun opstelling over de ratificatie van de associatie-overeenkomst behartigen. Die waarheid dringt slecht door tot partijen als de PVV, SP, PvdD, VNL, CDA, CU en SGP die hun electorale positie voorop zetten. Vooral de gouvernementele confessionele CDA, CU en SGP komen hierdoor in conflict met hun eigen traditie.

Foto: Schermafbeelding van artikelOekraïnedebat – Mark Rutte heeft zijn meerderheid in Tweede- én Eerste Kamer’ op TPO, 20 december 2016.

Rutte roept ‘alle redelijke krachten in Nederland’ op om associatie-overeenkomst met Oekraïne te steunen. Waarom nu pas?

with 3 comments

Premier Mark Rutte doet een beroep op ‘alle redelijke krachten in Nederland’ om de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne namens Nederland te ratificeren. In de kamers zijn dat D66, GL, CDA en CU. Bij een raadgevend referendum op 6 april 2016 stemde bij een opkomst van 32,28% ongeveer 61% tegen. Een peiling van 23 oktober van het opiniebureau Peil.nl geeft aan dat als Brussel tegemoet komt aan de bezwaren van Nederland en die als extra vermelding toevoegt meer stemmers voor (44%) dan tegen (37%) ratificatie zijn.

Zo laat Rutte vier soorten uitspraken door elkaar laat lopen. Er is de Tweede Kamer met een meerderheid van PvdA en VVD die voor de associatie is. Er is de Eerste Kamer waar PvdA en VVD zonder de steun van de ‘redelijke krachten’ geen meerderheid hebben voor de associatie-overeenkomst. Er is de uitslag van het referendum van 6 april 2016 met een meerderheid tegen de associatie. En er is een recente peiling met meer mensen voor dan tegen de associatie als de Nederlandse bezwaren aan het verdrag worden toegevoegd.

Rutte heeft gelijk dat dit groter is dan Nederland alleen. Maar hij heeft het aan zichzelf te wijten dat het zover is gekomen. Vanaf het begin was het duidelijk dat de uitspraak van het raadgevend referendum niet bindend was en niet meer dan één van de overwegingen bij de besluitvorming in het kabinet zou zijn. Kabinetsleden lieten echter na dat in de beeldvorming te benadrukken, richting publiek en parlement. Het is een fout dat Rutte pas nu verwijst naar machtspolitiek en de Russische agressie in Oost-Oekraïne, de Krim en Syrië om de associatie-overeenkomst in een breder kader te zetten. Daar is sinds april 2016 niet veel in veranderd.

Om de kiezers te overtuigen van het specifieke belang van de associatie die boven het Nederlands belang uitstijgt, had hij veel eerder moeten uitleggen dat het belang van de associatie breder was. Het antwoord op de vraag waarom hij dat heeft nagelaten en zo traag heeft gehandeld is te vinden in de peiling van Peil.nl. Een minderheid van VVD-stemmers wil niet ratificeren. Door deze partijpolitieke overwegingen en het negativisme in zijn eigen partij heeft Rutte zich 6 maanden laten gijzelen. Als hij een staatsman met lef was geweest, dan had hij al maanden geleden aangekondigd na weging van alle aspecten de associatie-overeenkomst te gaan ratificeren. Nu heeft hij zich door zijn aarzelingen en vertragingen nodeloos zwak en kwetsbaar opgesteld.

Drie misverstanden in de uitleg over het Oekraïne-referendum: raadgevendheid, handelsdeel en voorlopige toepassing

with 7 comments

Premier Rutte zit omhoog met de uitslag van het Oekraïne referendum. Of beter gezegd, met zijn interpretatie ervan. Hij heeft het aan zichzelf te wijten dat hij in politieke problemen is gekomen. Wetgeving verplicht hem niet tot overname van de uitslag. Een raadgevende uitspraak laat volgens artikel 11 van de Wet Raadgevend Referendum twee tegengestelde conclusies toe: intrekking van de wet of regeling van de inwerkingtreding van de wet. Bert Nijman van Geen Stijl verwoordt dat door te stellen dat Rutte de uitslag naast zich neer kan leggen. Als hij een vent is. ‘Negeren‘ is de verkeerde term, omdat het kabinet de wettelijke plicht heeft om de uitkomst van het referendum in ogenschouw te nemen, maar niet verplicht is om de uitkomst over te nemen.

Een ander misverstand is dat de handelsbetrekkingen die 80% van de associatie-overeenkomst uitmaken iets met de uitspraak van het Nederlandse referendum te maken hebben. Dat doen ze niet omdat ze wettelijk gezien onder de bevoegdheid van de Europese Unie vallen. Over die 80% heeft het referendum van de Nederlandse kiezer nooit een uitspraak gevraagd. In de campagne is dat aspect nauwelijks aan de orde gekomen. Naast de verwarring over de raadgevendheid die de regering twee tegengestelde keuzes laat is er dus een tweede complicatie. De associatie-overeenkomst bevat politieke en juridische onderdelen waarover de burger in het referendum een uitspraak is gevraagd en economische onderdelen waarover de burger geen uitspraak is gevraagd. Hoogleraar Europees Recht Linda Senden wees daar in februari 2016 op.

Thiery Baudet (Forum voor Democratie) heeft het bij het verkeerde eind als hij meent dat als Nederland niet tekent het verdrag van de EU met Oekraïne van de baan is. Zo werkt het juridisch niet. Want een verdrag kan onder voorbehoud en voorlopig toegepast worden, hoewel dat geen blijvende juridische situatie is. En van de andere kant kan die voorlopigheid lang opgerekt worden. In weerwil van wat Baudet beweert gaat de overeenkomst niet de prullenbak in als het Nederlandse kabinet haar stem aan de goedkeuringswet onthoudt.

Een brief van 28 oktober 2015 van het ministerie van Buitenlandse Zaken schetst de politieke situatie die dan ontstaat: ‘Beëindiging van de voorlopige toepassing van de overeenkomst van de kant van de EU vereist een besluit van de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen. De meeste lidstaten hechten aan voorlopige toepassing van onderdelen van het associatieakkoord. De vereiste unanimiteit voor opzegging van de voorlopige toepassing ontbreekt derhalve.’ Het valt niet te verwachten dat EU-lidstaten die zich nauw met Oekraïne verbonden voelen -zoals Polen en de Baltische staten- hun handtekening onder beëindiging van de voorlopige toepassing gaan zetten. Dit is de derde complicatie die voor misverstand zorgt.

Denken Nederlanders echt tegen een meerderheid in de associatie-overeenkomst met Oekraïne te kunnen heronderhandelen?

with one comment

ua

ANP komt met een bericht dat TPO overneemt dat de Oekraïense ambassade in Brussel de associatie-overeenkomst met de EU niet open wil breken vanwege het Nederlandse referendum dat afwijzend was. Van de 29 betrokken landen heeft alleen Nederland de associatie-overeenkomst tot nu toe niet geratificeerd. Dat tekent de machteloze positie van het Nederlandse kabinet om de overeenkomst in de Nederlandse richting bij te buigen. De fout is ontstaan toen het kabinet voor het referendum verklaarde dat het dit raadgevend referendum als bindend beschouwde. Als het dat niet had gedaan en andere belangen had meegewogen dan had het Nederlandse kabinet nu gewoon de politieke ruimte gehad om zich neer te leggen bij de overgrote meerderheid in de EU. Het kabinet Rutte heeft Nederland onnodig geïsoleerd. Dat was een beetje dom.

Foto: Schermafbeelding van mijn reactie bij bericht TPO.

Bestuur Piratenpartij stapt over naar Forum voor Democratie. Partij is in rechtse richting bijgebogen. Hoe nu verder?

with 10 comments

pir

Het schip van de Nederlandse Piratenpartij (PPNL) heeft ernstige averij opgelopen. De NOS bericht dat alle bestuursleden zijn overgestapt naar het Forum voor Democratie (FvD). Het vehikel dat Thierry Baudet rond zich opgetrokken heeft en nu meedoet aan de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer. Het bevestigt mijn vermoeden dat de PPNL de afgelopen jaren in rechts vaarwater verzeild was geraakt. De overstap van leden van de in beginsel toch links-liberale of links-anarchistische PPNL naar de rechts-populistische FvD is een politieke oversprong die vrijdenkende Piraten het schaamrood naar de kaken jaagt. Of lijsttrekker Ancilla van de Leest die interviews afneemt voor Café Weltschmerz in politiek opzicht zoveel anders is betwijfel ik.

Op 15 juli 2012 maakte ik hier in een commentaar bekend dat ik lid was geworden van de PPNL. Tegen mijn natuur in omdat ik een natuurlijk wantrouwen heb jegens politieke partijen. Het was de toenmalige lijsttrekker Dirk Poot die me over de streep trok. Hij is een voormalig VVD-stemmer met een links-liberaal wereldbeeld. Iemand die als een wetenschapper bleef uitgaan van de feiten en geen complottheorieën optuigde door feiten te verdraaien. Vanaf 2013 analyseerde hij in de media scherp en deskundig de gebeurtenissen rond Edward Snowden en de NSA. Mij bleef het een raadsel waarom Poot met zijn genuanceerd beoordelingsvermogen en digitale expertise niet ingelijfd werd door de journalistiek of een NGO. Of door de overheid die liever met Bas Eenhoorn in zee ging. Maar bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer van 12 september 2012 had de PPNL niet meer dan een halve zetel gehaald. Mijn stem en steunbetuiging aan de partij hadden niet geholpen.

In 2014 en 2015 raakte de PPNL uit mijn gezichtsveld. Ik hield me verre van partijbijeenkomsten. De partij haalde nauwelijks de media nog. Tot ik in oktober 2015 een nieuwsbrief van de PPNL las en me doodschrok. Erin stond: ‘De opstelling van de PP t.o.v. de GeenPeil actie is besproken en er is besloten hieraan steun te verlenen omdat alle uitbreidingen van de democratische inspraakmogelijkheden welkom zijn.’ Dat was in de periode dat Geen Peil (voor het commercieel aanjagen van Geen Stijl) in de zomer van 2015 het Oekraïne-referendum had opgestart. Met partners zoals FvD. Naar nu achteraf valt te reconstrueren gebruikten de voormannen Jan Roos (Geen Stijl) en Baudet (FvD) dit referendum als carrière-opstapje naar de partijpolitiek.

Ik schreef op 30 oktober 2015 een brief naar het partijbestuur en vroeg om opheldering: ‘Deze opstelling van de PPNL treft me onaangenaam. Niet alleen omdat ik de campagne van GeenPeil als een conservatief en rechts-populistisch geluid inschat en de PPNL daartoe geen afstand houdt, maar juist omdat de PPNL het nog ondersteunt ook. De reden die wordt gegeven komt me eerlijk gezegd tamelijk naïef voor en doet me opnieuw twijfelen aan het politiek-strategisch inzicht van de leiding van de PPNL. Waar staat de PPNL nou eigenlijk voor als het steun geeft aan een conservatieve EU-scepticus als Thierry Baudet die de belangrijkste geestelijke vader van de campagne tegen het Associatieverdrag met Oekraïne is? (..)// Graag nodig ik het bestuur uit om duidelijk te maken wat de overwegingen waren van de PPNL om steun te verlenen aan genoemde campagne van GeenPeil. Van het antwoord laat ik mijn besluit afhangen of ik mijn lidmaatschap opzeg. Dit laatste bedoel ik niet als dreigement, maar eerder om aan te geven welk belang ik aan deze kwestie hecht. Een lidmaatschap van een politieke partij vat ik op als een afspraak van twee kanten. Ik meende in juli 2012 lid geworden te zijn van een links-liberaal-anarchistische beweging met mooie kernpunten over internetvrijheid, bestuurlijke transparantie, democratisering en andere onderwerpen die me aan het hart gaan en waarin ik me helemaal kan vinden. // Sinds 2012 bespeur ik weinig voortgang in de opbouw van de PPNL en het doordringen van het Piratengeluid in de publiciteit. Op een incidenteel optreden van Dirk Poot na waarvan het me trouwens meestal onduidelijk is of hij voor de partij of op eigen titel optreedt. Ik begrijp de organisatorische en financiële  problemen van de PPNL en wil daar niet te hard over vallen. Maar als de PPNL nu ook al steun verleent aan de campagne van GeenPeil dat ik inschat als een vehikel om de democratie en de EU te verzwakken dan voel ik me niet meer thuis bij zo’n PPNL. Ik zie het als een teken van het wegglijden van de PPNL in een richting die niet de mijne is. Hoe dat dan ook komt. Een halszaak is het allemaal niet. Zo gaat het nu eenmaal. Mensen ontmoeten elkaar en nemen weer afscheid. Vat dit schrijven dan ook niet op als kritiek, maar als een tussenbalans, als een teken van een buitenstaander die hoe dan ook constructief staat tegenover de PPNL.’ 

Constructief was ik tot vandaag. Ik heb dit 11 maanden laten rusten. Maar nu het bestuur van de PPNL in zijn geheel overstapt naar het FvD en ik evenmin vertrouwen heb in de koers van de huidige lijsttrekker voel ik me niet meer gebonden om te zwijgen. De top van de partij heeft de eigen denkbeelden verloochend.

Op 21 december 2015 kreeg ik een mailtje van de nieuwbenoemde penningmeester als reactie op het mailtje waarin ik om opheldering vroeg. Het antwoord bevatte zinsneden die me tegen de haren in streken. Zoals ‘Wie denk jij wel dat je bent als jij de mening van zeer veel Nederlanders kan afdoen als populair of conservatief’ en ‘In een (politieke)discussie is er geen foute mening, maar vrijheid van mening’. Ik laat het hier maar bij, ik vond het niet van het niveau dat ik verwachtte van het hoofdbestuur van een politieke partij. Ik antwoordde op 21 december 2015: ‘Hierbij zeg ik per 1 januari 2016 mijn lidmaatschap op de PPNL op. Ik verzocht via de secretaris om een uitspraak van het bestuur en krijg een in mijn ogen kwalitatief bedenkelijk antwoord van de penningmeester dat naar mijn idee ook nog eens persoonlijke opmerkingen bevat. Dat alles was niet wat ik voor ogen had en verwacht van het landelijk bestuur van een politieke partij. Bestuurlijk en politiek-inhoudelijk voel ik me niet thuis bij de huidige PPNL.’ Ik heb nooit antwoord gekregen van het bestuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Het rommelt binnen de Piratenpartij’ van de NOS, 26 september 2016.

Thierry Baudet stapt in de partijpolitiek. Versplintering op rechterflank

with 4 comments

Het wordt druk op de rechterflank van het politieke spectrum: Jan Roos, Geert Wilders en Thierry Baudet. De laatste maakte vandaag bekend met Forum voor Democratie deel te nemen aan de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer op 15 maart 2017. Ze vissen in dezelfde vijver van ongenoegen. Terwijl Roos en Baudet het voorstellen alsof ze zich richten tegen Rutte’s VVD, doen ze feitelijk exact het omgekeerde. Ze snoepen kiezers af van de PVV, en verzwakken zo deze partij. De versplintering op rechts dient de VVD. Overigens is het van weinig belang hoe groot de PVV wordt omdat behalve een aarzelende VVD geen enkele partij ermee wil samenwerken. Voor een meerderheid in de Eerste Kamer zijn minimaal 4 partijen nodig.

Het is een raadsel wat Baudets politieke doel  is. VNL en PVV dekken programmatisch de rechterflank nu al goed af. Forum voor Democratie lijkt daar niets aan toe te voegen. Er gaan al geruime tijd geruchten dat Baudet tegen de PVV aanleunt, maar mogelijk is zijn overstap op karakterologische bezwaren gestuit.

Dat partijen niet naar kiezers luisteren en ‘referenda’ worden genegeerd zijn onjuiste beweringen van Baudet. Door de meervoudsvorm grijpt hij terug naar 2005 met andere hoofdrolspelers en een politiek situatie. De Algemene Beschouwingen maakten duidelijk dat partijen juist wel naar kiezers luisteren. Door de koopkracht te repareren en de identiteit van Nederland te beschermen. Kritische economen menen juist dat het kabinet van VVD en PvdA de kiezer te veel tevreden wil stellen en zich beter aan de begrotingsdiscipline zou houden.

Het Oekraïne-referendum was niet bindend en verplicht de regering niet om de uitslag over te nemen. Artikel 13 van de Wet Raadgevend Referendum stelt als voorwaarde dat de regering ‘zo spoedig mogelijk’ reageert. De termijn is niet nader omschreven. Dat geeft het kabinet de ruimte. Binnen de wet kan het kabinet zelfs de uitslag naast zich neerleggen als het ‘zo spoedig mogelijk‘ met een bekendmaking van een wet over de associatie-overeenkomst met Oekraïne komt. Uitsluitend politieke beloften bemoeilijken dat voor het kabinet.

Het Oekraïne-referendum werd niet zozeer een succes door de kracht van Jan Roos, Thierry Baudet en de initiatiefnemers van Burgercomité EU die in een geruchtmakend interview in NRC zeiden: ‘Oekraïne kan ons niets schelen’, maar door het uitblijven van tegenkracht. En het waren nog de tegenstanders PVV, SP, PvdD die zich het hardste roerden. Voorstanders mengden zich nauwelijks in de campagne. Op een beetje D66, PvdA en premier Rutte persoonlijk na. De opkomst kwam met 32% ternauwernood boven de drempel van 30%.

Dat zal bij de landelijke verkiezingen van maart 2017 volstrekt anders zijn. Dan gaat het om het eggie. Dan zetten partijen hun budgetten, publiciteitsmachine, talking heads, netwerk, kaderleden en lijntjes naar de establishment media in. Het lijkt er sterk op dat Jan Roos en Thierry Baudet zich hierop verkijken en alvast rijk rekenen. Enfin, iedereen heeft recht om de eigen carrière uit te stippelen en daarbij een gokje te maken.

Het ergste wat Thierry Baudet trouwens lijkt te kunnen overkomen is niet dat hij geen enkele zetel, maar slechts één zetel haalt. Die moet hij dan vier jaar innemen als er geen vervroegde verkiezingen komen en wordt hij elke dag geconfronteerd met zijn eigen nietigheid. Het is de vraag of zijn ego dat aankan.

Naschrift: Is het verstandig aandacht te besteden aan de oprisping van een splinterpartij? Want populisten als Trump, Farage, Boris Johnson of Wilders krijgen toch al zoveel aandacht in de establishment media. Door free publicity hebben ze hun aanhang op kunnen bouwen. Voor de waarnemer die iets geks ziet zoals Baudets egotripperij is het een lastige afweging. Hoe dat te vermelden, maar er tegelijkertijd niet de aandacht op vestigen omdat het mogelijk verkeerde krachten wind in de rug geeft? Het open debat staat toch voorop.