George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Associatie-overeenkomst

FvD’ers zijn eigenlijk minder sterk anti-EU dan het lijkt. Ze worden door media en partijleider Thierry Baudet zo gemaakt. En misleid

with one comment

FVD’ers zijn sterker anti-Europa dan PVV’ers’, zegt de inleiding van een artikel in NRC van 24 mei 2019. Het baseert zich voor deze conclusie op het onderzoekEP19; Verkiezingsonderzoek Ipsos in opdracht van de NOS’ van IPSOS dat als officiële publicatiedatum 29 mei 2019 heeft. Het is onduidelijk op welke versie van het onderzoek de journalist van NRC zich voor zijn artikel heeft gebaseerd. Uit het onderzoek komt een gemengd beeld naar voren en blijkt niet eenduidig dat FvD’ers sterker anti-Europa zijn dan PVV’ers. Waarom NRC het heeft over ‘anti-Europa’ en niet ‘anti-EU’ is raadselachtig. Want het onderzoek gaat er uiteraard niet over of Nederland uit Europa moet stappen. Zo is 36% van de stemmers op FvD het ermee eens dat ‘Nederland uit de Europese Unie moet stappen’, terwijl dat percentage voor de PVV’ers 45% is. Met de stelling ‘Nederland moet de euro omruilen voor de gulden’ is 38% van de stemmers op FvD het eens, terwijl dat percentage voor de PVV’ers 45% is. Dit rechtvaardigt echter niet de conclusie dat FvD’ers sterker anti-Europa zijn dan PVV’ers. Het is eerder andersom. Maar de stemmers op deze twee radicaal-rechtse partijen verschillen in standpunten over de EU met elkaar significant ten opzichte van de gemiddelde Nederlander die op andere partijen stemt.

Wat uit het onderzoek blijkt is dat FvD’ers iets negatiever denken over het door de EU verplicht opgelegde opnemen van asielzoekers en het verminderen van immigratie van buiten de EU dan PVV’ers. Maar dat maakt FvD’ers vooral sterk anti-immigratie. Dat heeft op zich niks te maken met hun houding tegenover de EU.

Het standpunt van FvD over de Europese Unie staat op de site. Het betoog in deze paragraaf komt erop neer dat de EU niet te hervormen is, en Nederland er daarom uit moet stappen. Dat moet via een referendum. Dat is een verdedigbaar standpunt, maar omdat FvD het beredeneert met aannames die niet onderbouwd worden maar claims blijven, zoals ‘De EU is grenzeloos uitgedijd en verworden tot een volstrekt ondemocratische moloch’ en ‘Het is een achterhaald bestuursmodel; een kartel bovenop het kartel’ draait deze paragraaf vooral in zichzelf rond. Als een draaitol die graag de aandacht op zichzelf vestigt en nergens start en nergens landt.

FvD spreekt zichzelf tegen als het zegt: ‘De open grenzen leiden tot ongecontroleerde immigratie en een hoger risico op terreuraanslagen’. Als dit zo is, wat zeer te betwijfelen valt, dan is dit des te meer een reden om dit aan te pakken door het beleid te veranderen en zo de EU te hervomen. Dat is in praktijk ook precies de realiteit van het migratiebeleid van de EU sinds de Turkije-deal uit 2015 van Rutte en Merkel met Erdogan.

De volgende zin verdient extra aandacht omdat het perfect aantoont hoe FvD feiten uit meningen laat volgen: ‘(..) roekeloos avonturisme (zoals bijvoorbeeld het dramatische Associatieverdrag met Oekraïne, dat een burgeroorlog en een conflict met Rusland veroorzaakte’. Daar valt los van het slordig en overbodig gebruik van adjectieven veel op af te dingen. Zo is er sinds 2014 geen sprake van ‘burgeroorlog‘ in Oost-Oekraïne, maar van een oorlog tussen landen: Oekraïne en de Russische Federatie. Reguliere (speciale) troepen van de Russische krijgsmacht opereren sinds 2014 onrechtmatig op Oekraïens grondgebied, te weten de Donbas en de Krim en doen ermee volgens de meerderheid van de wereldgemeenschap de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne geweld aan. De associatie overeenkomst van de EU met Oekraïne kent een lange voorgeschiedenis van 20 jaar onderhandelingen. Op 21 november 2013 was het niet de EU die roekeloos handelde, maar zette het Kremlin de toenmalige pro-Russische Oekraïense president Viktor Janoekovitsj onder druk om de onderhandelingen op te schorten. Dit werd de aanleiding voor de Maidan-opstand van februari 2014 toen Janoekovitsj zich gedwongen voelde om naar de Russische Federatie te vluchten. Het was het Kremlin die de eigen invloed in Oekraïne had overschat, Oekraïne geen neutrale en autonome positie tussen Oost en West gunde en dit conflict eigenhandig had veroorzaakt. FvD stelt de feiten verkeerd voor.

Door de afwijzing van de muntunie en de euro wil FvD terugkeren naar de situatie van voor 2002, toen Nederland de gulden had. Hiermee kiest FvD voor een Nederland dat op zichzelf wordt teruggeworpen en afhankelijk is van andere landen. Zoals het wispelturige VS van Trump of een economisch agressief China die regeren via macht en geen compassie hebben voor zwakke landen. Met losvaste verdragen en lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte kan Nederland geen vuist maken. Door te kiezen voor de gulden zou Nederland zich afhankelijk maken van het internationale betalingssysteem SWIFT dat door de VS wordt gedomineerd. Van ontwikkelingen om de euro als internationale betalingsmunt naast en in plaats van de dollar te gebruiken zodat de onafhankelijkheid van de EU-lidstaten wordt veiliggesteld neemt de FvD afstand. Dat is een kortzichtige en eerlijk gezegd nogal naïeve politiek die Nederland en de Nederlanders beschadigt.

Waarom de FvD niet inzet op de eis voor een harde en stevige hervorming van EU en de Eurozone is het raadsel van deze paragraaf. Ondanks het beeld dat NRC van de achterban van FvD schetst is die niet sterker anti-EU dan de achterban van de PVV. De enige logische verklaring voor alle ongerijmdheden en onwaarheden in deze paragraaf is dat partijleider Baudet niets met de feiten en het welzijn van de Nederlanders heeft, maar vooral een spel speelt dat bestaat uit negativisme en balorigheid die zijn eigen profilering moet dienen. Meer is het niet. Het valt vooral de meelopers in FvD te verwijten dat ze hierin Baudet kritiekloos volgen. Ze geven hem de gelegenheid en laten zich zonder tegenspraak kleinmoedig verleiden tot het volgen van onwaarheden.

Foto: Schermafbeelding van paragraafEuropese Unie’ op de site van FvD.

Mediahuis zet GeenStijl te koop. Welk bedrijfsmodel gaat voor dit weblog werken?

with one comment

De nieuwe eigenaar van weblog GeenStijl (GS) wil dit weblog verkopen. Zo zegt Bert Ysebaert in een interview met De Volkskrant. Deze topman van het Vlaamse Mediahuis heeft afgelopen donderdag na een moeizame partij schaduwboksen met John de Mol de Telegraaf Media Groep (TMG) gekocht waar GS een dochter van is. GS werd de afgelopen tijd beschuldigd van seksisme. Maar of dat de enige reden voor het Mediahuis is om GS van de hand te doen is de vraag. Het lijkt eerder dat het gebrek aan perspectief en het slechte vooruitzichten om zwarte cijfers te schrijven bepalend zijn. De  winstgevendheid van GS staat al vele jaren onder druk.

Ooit was het in 2003 opgerichte GS een voorloper op internet dat naar alle kanten schopte. Dat maakte het fris en eerlijk. Het bond zich niet en verzette zich tegen politiek extremisme. Maar die houding wist het niet vol te houden. Het werd steeds meer de rechts-populistische hoek ingetrokken. Wat voor het vasthouden van de ongebondheid niet hielp was dat het onderdeel van het Telegraaf-concern was. De anarchistisch-kritische houding van weleer ging over in conservatisme. Dat op zich hoeft echter geenszins de dood in de pot te zijn. Want profileerde de in 2013 overleden NRC-columnist Jérôme Heldring zich ook niet als conservatief? Dat staat originaliteit, ongebondenheid of opstandigheid niet in de weg. Maar daar draaide het bij GS wel op uit. Het werd een zich herhalende vorm zonder veel inhoud. Het zette zichzelf in de hoek, opereerde lollig, werd voorspelbaar en wist nog weinig invloed uit te oefenen buiten de eigen kring. De anarchistische subtiliteit van ooit was uitgewerkt. Het heilig vuur werd alleen nog kunstmatig opgestookt voor commerciële doeleinden.

Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Vanaf zomer 2015 maakte GS zich sterk voor het Oekraïne-referendum en tegen de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne. Dat was een opstelling die GS voor langere tijd bond aan een segment van het politieke spectrum. Opvallend was dat dat andere oude weblog Retecool (sinds 2000) zich aan de andere kant opstelde. Achteraf gezien heeft het verzet van GS politiek tot niets geleid. Een meerderheid in de Eerste Kamer stemde onlangs in met de associatie-overeenkomst. Maar GS trok aandacht en wist haar positie binnen TMG te consolideren. Zo werd door GS een politiek onderwerp ingezet vanwege economische doeleinden en de eigen positie binnen het concern waar het deel van uitmaakte. Maar het was een nipte overwinning vol verlies. Want hiermee beschadigde GS in de kern haar profiel van ongebondenheid.

Het leek te werken, want TMG schopte GS niet de deur uit. Maar GS was intussen ver af komen te staan van de dwarse houding van de rebel die naar alle kanten schopt. Het weblog was zelf partij geworden of had zich tot partij laten maken. In dat proces had het een deel van het oude publiek van zich vervreemd. Het valt te bezien of een doorstart mogelijk is. Het is uiteraard geen 2003 meer en GS kan de eigen geschiedenis niet meer terugdraaien. Het zeult op dit moment een rechts-populistisch en seksistisch profiel met zich mee als ballast. GS is afgelopen jaren een doodlopende weg ingestapt waar het bedrijfsmodel leunt op een publiek dat GS economisch niet overeind kan houden. Een nieuwe leiding van GS moet vooral daar een oplossing voor vinden.

Foto: Schermafbeelding van postingAlweer Te Koop. Weldenkend weblog GeenStijl’ van GS op Facebook met eigen reactie, 24 juni 2016.

Oekraïne-referendum. Feest van de democratie werd foutenfestival

with 4 comments

Een opmerkelijk bericht van RTL Nieuws met een veelzeggende titel: ‘Twijfel aan geldigheid handtekeningen onder aanvraag Oekraïne-referendum’. Minister Ronald Plasterk schrijft op een WOB-verzoek van advocaat Christiaan Alberdingk Thijm dat er geen zekerheid bestaat over de geldigheid van de 427.000 ondersteuningsverklaringen die zijn opgehaald voor het Oekraïne-referendum. Politici reageren verrast, of suggereren dat ze verrast zijn. Dat kunnen ze in werkelijkheid niet zijn. Ze wisten dat het fout kon zitten.

Twijfel aan ‘de vereisten van toezicht en betrouwbaarheid’ over de wijze van indiening van verklaringen zoals artikel 31, lid 2 van de Wet Raadplegend Referendum stelt werd al in 2015 in de openbaarheid besproken. Jeroen de Kreek diende protest in, maar werd niet ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende zou zijn. De procedure van de indiening van de verklaringen is nooit inhoudelijk getoetst. Dat is opmerkelijk, maar nogmaals, geen nieuw feit. Het was in oktober 2015 al onderwerp van publiek debat.

Inmiddels zijn volgens Plasterk de verklaringen vernietigd, zo zegt het bericht van RTL Nieuws. Onduidelijk is welke details er in het proces-verbaal staan dat volgens artikel 37 WRR moet worden opgemaakt. In de wettekst staat trouwens geen verplichting om de lijsten met ondersteuningsverklaringen te vernietigen als er een referendum komt. Integendeel volgens artikel 36 moeten de lijsten in een pak gedaan worden. Maar in artikel 39 wordt geen verplichting opgelegd voor de vernietiging van het pakket als het referendum doorgaat. Het is dan ook de vraag af artikel 39 WRR juridisch correct is toegepast. Zowel naar de letter als de geest van de wet. Wie heeft steken laten vallen? Minister Plasterk, de kamer, de Raad van State of de Kiesraad die had dienen toe te zien op de procedure, maar dat door onkunde of onverschilligheid naliet? Michiel Trimpe concludeerde in een commentaar: ‘Al met al blijkt dus dat dit referendum, dit ‘feest voor de democratie,’ tot stand is gekomen met dank aan stemfraude op grote schaal en een dubieuze rechter.’ 

Verkiezingsretoriek domineert debat over de ratificatie van de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne

with 4 comments

tpo

De grootste fout heeft premier Mark Rutte in de aanloop naar het Oekraïne-referendum gemaakt. Omdat het om een raadgevend referendum ging had hij aan zowel het publiek als de partijen in het parlement moeten toelichten dat de uitslag van het referendum één van de aspecten was die hij mee zou wegen in de overweging van het kabinet. De Wet Raadgevend Referendum geeft het kabinet die ruimte. Rutte liet dat na. Onder druk van partijen -vooral de PvdA- zei hij de uitslag te zullen volgen. Dat had hij niet moeten doen.

Zo ontstond een vewarrende situatie. Informeel zei premier Rutte de uitslag te volgen, maar formeel had hij de ruimte om de uitslag naast zich neer te leggen en andere belangen voorop te zetten. Zoals de toekomst van Nederland, de relatie met andere EU-lidstaten, de Europese veiligheidspolitiek en geopolitieke belangen in de relatie met de Russische Federatie.

Daarbij komt dat democratie op vele niveau’s speelt. Op binnenlands/ Nederlands niveau, op EU-niveau met 28 EU-lidstaten en op het niveau met een externe EU-partner Oekraïne. En in afgeleid daarvan ook nog eens in het diapositief van de Russische Federatie waar democratie en rechtsstaat steeds meer onder druk staan.

Nederland moet zwaarwegende redenen hebben om een associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne niet te ratificeren tegen 27 EU-lidstaten in die dat wel doen. Het kan de Nederlandse positie beschadigen. De afweging van het kabinet in tweede instantie is dat die zwaarwegende redenen ontbreken. Formeel is de uitslag van het Nederlandse referendum volgens het kabinet niet die zwaarwegende reden. Feitelijk maakt het kabinet de afweging of het kiest voor de binnenlandse of buitenlandse geloofwaardigheid van Nederland.

De opkomst bij het referendum lag met 32% net boven de opkomstdrempel van 30%. Als dan toch een uitslag moet doorwegen in het buitenlands beleid dan kan dat beter gebeuren bij de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer. Met een opkomst in de laatste jaren van zo’n 75% is die stemming in het land meer dan twee keer zo representatief dan het referendum over Oekraïne. Strategische tegenstemmers bleven thuis in de verwachting er zo aan mee te helpen de opkomstdrempel van 30% niet te halen.

Niet ratificeren zou de positie verzwakken als Nederland als enige EU-lidstaat dwars zou blijven liggen. Men kan daarover van mening verschillen, maar onwettelijk, verraderlijk of een getuigenis van een slappe ruggegraat is die opstelling van het kabinet niet. Het is bovenal in tegenspraak met wat Rutte en andere bewindslieden voor het referendum zeiden en verzwakt het vertrouwen in de politiek. Maar dat slaat vooral terug op de VVD en de PvdA die in deze kwestie hun eigen public relations slecht hebben behartigd.

Nadeel van partijpolitiek is dat partijen hun eigen retoriek volgen en daar nog lijken in te gaan geloven ook. Hun sterkte is dat ze niet verder kijken dan hun neus lang is. Dat is tegelijk hun zwakte omdat het partijen gevangen houdt in eigen retoriek. Dit wordt extra op scherp gezet door electorale overwegingen. Partijen sorteren nu al voor voor de verkiezingen van de Tweede Kamer op 15 maart 2017. Ze staan in de file om hetzelfde te beweren. Elk roepen ze het hardst in de verwachting het best gehoord te worden door de kiezer.

Vanuit die verkiezingsretoriek is het begrijpelijk dat de PVV’er Harm Beertema stelt dat premier Rutte verraad heeft gepleegd. Maar het kabinet dat aan het roer van Nederland staat heeft een verantwoordelijkheid die verder gaat. Het is niet het belang van de EU dat Rutte en andere bewindslieden behartigen, maar het belang van Nederland. En het is evenmin het belang van hun politieke partij die de VVD’ers en PvdA’ers in het kabinet met hun opstelling over de ratificatie van de associatie-overeenkomst behartigen. Die waarheid dringt slecht door tot partijen als de PVV, SP, PvdD, VNL, CDA, CU en SGP die hun electorale positie voorop zetten. Vooral de gouvernementele confessionele CDA, CU en SGP komen hierdoor in conflict met hun eigen traditie.

Foto: Schermafbeelding van artikelOekraïnedebat – Mark Rutte heeft zijn meerderheid in Tweede- én Eerste Kamer’ op TPO, 20 december 2016.

Rutte roept ‘alle redelijke krachten in Nederland’ op om associatie-overeenkomst met Oekraïne te steunen. Waarom nu pas?

with 3 comments

Premier Mark Rutte doet een beroep op ‘alle redelijke krachten in Nederland’ om de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne namens Nederland te ratificeren. In de kamers zijn dat D66, GL, CDA en CU. Bij een raadgevend referendum op 6 april 2016 stemde bij een opkomst van 32,28% ongeveer 61% tegen. Een peiling van 23 oktober van het opiniebureau Peil.nl geeft aan dat als Brussel tegemoet komt aan de bezwaren van Nederland en die als extra vermelding toevoegt meer stemmers voor (44%) dan tegen (37%) ratificatie zijn.

Zo laat Rutte vier soorten uitspraken door elkaar laat lopen. Er is de Tweede Kamer met een meerderheid van PvdA en VVD die voor de associatie is. Er is de Eerste Kamer waar PvdA en VVD zonder de steun van de ‘redelijke krachten’ geen meerderheid hebben voor de associatie-overeenkomst. Er is de uitslag van het referendum van 6 april 2016 met een meerderheid tegen de associatie. En er is een recente peiling met meer mensen voor dan tegen de associatie als de Nederlandse bezwaren aan het verdrag worden toegevoegd.

Rutte heeft gelijk dat dit groter is dan Nederland alleen. Maar hij heeft het aan zichzelf te wijten dat het zover is gekomen. Vanaf het begin was het duidelijk dat de uitspraak van het raadgevend referendum niet bindend was en niet meer dan één van de overwegingen bij de besluitvorming in het kabinet zou zijn. Kabinetsleden lieten echter na dat in de beeldvorming te benadrukken, richting publiek en parlement. Het is een fout dat Rutte pas nu verwijst naar machtspolitiek en de Russische agressie in Oost-Oekraïne, de Krim en Syrië om de associatie-overeenkomst in een breder kader te zetten. Daar is sinds april 2016 niet veel in veranderd.

Om de kiezers te overtuigen van het specifieke belang van de associatie die boven het Nederlands belang uitstijgt, had hij veel eerder moeten uitleggen dat het belang van de associatie breder was. Het antwoord op de vraag waarom hij dat heeft nagelaten en zo traag heeft gehandeld is te vinden in de peiling van Peil.nl. Een minderheid van VVD-stemmers wil niet ratificeren. Door deze partijpolitieke overwegingen en het negativisme in zijn eigen partij heeft Rutte zich 6 maanden laten gijzelen. Als hij een staatsman met lef was geweest, dan had hij al maanden geleden aangekondigd na weging van alle aspecten de associatie-overeenkomst te gaan ratificeren. Nu heeft hij zich door zijn aarzelingen en vertragingen nodeloos zwak en kwetsbaar opgesteld.

Drie misverstanden in de uitleg over het Oekraïne-referendum: raadgevendheid, handelsdeel en voorlopige toepassing

with 7 comments

Premier Rutte zit omhoog met de uitslag van het Oekraïne referendum. Of beter gezegd, met zijn interpretatie ervan. Hij heeft het aan zichzelf te wijten dat hij in politieke problemen is gekomen. Wetgeving verplicht hem niet tot overname van de uitslag. Een raadgevende uitspraak laat volgens artikel 11 van de Wet Raadgevend Referendum twee tegengestelde conclusies toe: intrekking van de wet of regeling van de inwerkingtreding van de wet. Bert Nijman van Geen Stijl verwoordt dat door te stellen dat Rutte de uitslag naast zich neer kan leggen. Als hij een vent is. ‘Negeren‘ is de verkeerde term, omdat het kabinet de wettelijke plicht heeft om de uitkomst van het referendum in ogenschouw te nemen, maar niet verplicht is om de uitkomst over te nemen.

Een ander misverstand is dat de handelsbetrekkingen die 80% van de associatie-overeenkomst uitmaken iets met de uitspraak van het Nederlandse referendum te maken hebben. Dat doen ze niet omdat ze wettelijk gezien onder de bevoegdheid van de Europese Unie vallen. Over die 80% heeft het referendum van de Nederlandse kiezer nooit een uitspraak gevraagd. In de campagne is dat aspect nauwelijks aan de orde gekomen. Naast de verwarring over de raadgevendheid die de regering twee tegengestelde keuzes laat is er dus een tweede complicatie. De associatie-overeenkomst bevat politieke en juridische onderdelen waarover de burger in het referendum een uitspraak is gevraagd en economische onderdelen waarover de burger geen uitspraak is gevraagd. Hoogleraar Europees Recht Linda Senden wees daar in februari 2016 op.

Thiery Baudet (Forum voor Democratie) heeft het bij het verkeerde eind als hij meent dat als Nederland niet tekent het verdrag van de EU met Oekraïne van de baan is. Zo werkt het juridisch niet. Want een verdrag kan onder voorbehoud en voorlopig toegepast worden, hoewel dat geen blijvende juridische situatie is. En van de andere kant kan die voorlopigheid lang opgerekt worden. In weerwil van wat Baudet beweert gaat de overeenkomst niet de prullenbak in als het Nederlandse kabinet haar stem aan de goedkeuringswet onthoudt.

Een brief van 28 oktober 2015 van het ministerie van Buitenlandse Zaken schetst de politieke situatie die dan ontstaat: ‘Beëindiging van de voorlopige toepassing van de overeenkomst van de kant van de EU vereist een besluit van de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen. De meeste lidstaten hechten aan voorlopige toepassing van onderdelen van het associatieakkoord. De vereiste unanimiteit voor opzegging van de voorlopige toepassing ontbreekt derhalve.’ Het valt niet te verwachten dat EU-lidstaten die zich nauw met Oekraïne verbonden voelen -zoals Polen en de Baltische staten- hun handtekening onder beëindiging van de voorlopige toepassing gaan zetten. Dit is de derde complicatie die voor misverstand zorgt.

Denken Nederlanders echt tegen een meerderheid in de associatie-overeenkomst met Oekraïne te kunnen heronderhandelen?

with one comment

ua

ANP komt met een bericht dat TPO overneemt dat de Oekraïense ambassade in Brussel de associatie-overeenkomst met de EU niet open wil breken vanwege het Nederlandse referendum dat afwijzend was. Van de 29 betrokken landen heeft alleen Nederland de associatie-overeenkomst tot nu toe niet geratificeerd. Dat tekent de machteloze positie van het Nederlandse kabinet om de overeenkomst in de Nederlandse richting bij te buigen. De fout is ontstaan toen het kabinet voor het referendum verklaarde dat het dit raadgevend referendum als bindend beschouwde. Als het dat niet had gedaan en andere belangen had meegewogen dan had het Nederlandse kabinet nu gewoon de politieke ruimte gehad om zich neer te leggen bij de overgrote meerderheid in de EU. Het kabinet Rutte heeft Nederland onnodig geïsoleerd. Dat was een beetje dom.

Foto: Schermafbeelding van mijn reactie bij bericht TPO.