Wat zegt het dat een beschrijving in de Fotocollectie Nationaal Archief een foute datum voor een rede van Hitler geeft?

Het is maar een kleinigheid, maar het staat voor iets groters. De beschrijving van deze foto in de digitale Fotocollectie van het Nationaal Archief luidt: ‘Adolf Hitler spreekt de Rijksdag toe, na de campagne tegen Polen 10 juni 1939. Foto: Alle aanwezigen brengen de Hitler-groet.’ De datum in deze beschrijving is fout en moet 6 oktober 1939 zijn. Het roept de volgende vragen op:

  • Is door degene die de beschrijving heeft gemaakt de klassieke fout gemaakt dat niet begrepen is dat in het Amerikaanse Engels de maand voor de dag wordt genoemd? Zodat ’10-06-1939’ of ’10/06/1939’ niet 10 juni 1939 is, maar 6 oktober 1939? Als dit automatisch wordt gegenereerd, hoe kan het dat de software deze datumfout niet ondervangt?
  • Hoe kan iemand met ook maar geringe historische kennis niet weten dat de Tweede Wereldoorlog niet voor 1 september 1939 begon met de Duitse inval in Polen?
  • Hoe kan het dat iemand met beperkte historische kennis de verantwoordelijkheid krijgt om beschrijvingen te maken van of de supervisie te hebben over historische onderwerpen?
  • Heeft degene die de beschrijving heeft gemaakt of er de supervisie over had wel begrepen wat er met ‘de campagne tegen Polen’ wordt bedoeld? De hier bedoelde betekenis van campagne kan niet anders dan ‘veldtocht’ of ‘oorlog’ zijn.
  • Heeft het Nationaal Archief gekwalificeerd personeel voor het maken van beschrijvingen bij foto’s en vindt er een controle achteraf plaats of die beschrijving correct is?

Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Dat is niet erg als ze hersteld worden. Een wonder trouwens dat de fout nog niet is hersteld. Toch is dit een zaak met grote gevolgen. De fout geeft aan dat digitalisering gevaren in zich draagt. Dit is een fout die zo grotesk is dat het velen op zal vallen. Dat is niet altijd het geval als het een onderwerp betreft waar weinigen van afweten. Dan neemt men de beschrijving voor zoete koek aan en gaat de fout een eigen leven leiden in de virtuele wereld. De alternatieve feiten worden zo gelegitimeerd. De historische waarheid raakt uit het zicht en verbleekt.

Tegelijk heeft het aansnijden van deze fout iets schoolmeesterachtig en is het een ondankbare taak. Maar het moet maar even. Het historisch geheugen kent al zoveel mist, misleiding en misverstand. Nederland heeft behoefte aan een Nationaal Archief dat in de voorlichting aan het brede publiek professioneel, zorgvuldig en onberispelijk opereert.

Historische kennis lekt weg naarmate een periode waarin de gebeurtenissen zich hebben afgespeeld verder terug in de tijd komt te liggen. Als werknemers bij het Nationaal Archief al niet goed meer voor ogen staat hoe de chronologie van de Tweede Wereldoorlog in elkaar steekt, hoe moet men dan de historische kennis van het brede publiek inschatten? Want nog steeds is er in de media veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld bij jaarlijkse of 5-jaarlijkse herdenkingen van grote gebeurtenissen uit die oorlog. Zoals D-Day, de eindoverwinning in mei 1945, de bevrijding van Nederland of van de concentratiekampen. Maar hoe landt deze informatie waar het brede publiek jaarlijks mee in aanraking wordt gebracht als de basale kennis over zo’n tijdperk ontbreekt?

Foto 1: ‘Adolf Hitler spreekt de Rijksdag toe, na de campagne tegen Polen 10 juni 1939. Foto: Alle aanwezigen brengen de Hitler-groet.’ Collectie: Fotocollectie Nationaal Archief.

Foto 2: Schermafbeelding van de beschrijving van bovenstaande foto.

Foto 3: ‘Berlin, Reichstagssitzung, Rede Adolf Hitler. Die große Rede des Führers in der Reichstagssitzung vom 6. Oktober 1939. Auf der Ministerbank von rechts nach links: Die Reichsminister Rudolf Heß und von Ribbentrop, Großadmiral Raeder, die Reichsminister Dr. Frick und Dr. Goebbels, Reichsprotektor Frhr. von Neurath. In der 2. Reihe: die Reichsminister Graf Schwerin-Krosigk, Funk, Dr. Gürtner, Darré, Rust, Kerrl, Seldte, Dr. Frank. In der 3. Reihe: Die Reichsminister Dr. Ohnesorge, Dr. Seyss-Inquart, Generaloberst von Brauchitsch, Generaloberst Keitel, die Staatsminister Dr. Meissner und Prof. Popitz. 6.10.39.

Duitsland staat niet zozeer op gespannen voet met Nord Stream II of de Russische Federatie, maar met zichzelf

Mijn reactie op DW News bij een video over de aanleg van Nord Stream II:

‘Mayor Axel Vogt is a strange figure. Is he really that naive, or is he just hired to express an opinion like a stage actor is rehearsing a role? He believes that Alexei Navalny is winning the propaganda battle in Europe against the Kremlin, which has much more resources at its disposal. That must indicate that the Kremlin’s propaganda is unable to sell a bad product, namely its authoritarian regime. But Vogt’s perspective does not reach that far. His perspective turns out to be mired in Nord Stream II alone.

The tragedy of such a blinkered mayor is that he first looks at who his opponent is before forming an opinion about the case itself. That is the tragedy of party politics in its worst form, by the way. The mayor straightens out what’s wrong. Apparently he sees that as his job.

In any case, the attitude of German politics (except for the Greens, the Liberals and some CDU members) towards the Russian Federation is rather distorted and disturbed. This has to do with the Second World War and the suffering caused by the Nazis.

How that can go wrong, President Steinmeier showed when he recently consciously or naively confused the victimization of Balts, Poles, Belarusians and Ukrainians with the victimization of Russians. Professor Timothy Snyder has repeatedly demonstrated to a German audience, inclusief parlementariërs, with figures that Poles, Belarusians and Ukrainians have suffered proportionally more from the German war machine than the Russians.

But those facts do not reach the very top of German politics. Although it is also possible that they do know what victims they have made, but consciously perpetuate the misunderstanding in order to reach a rapprochement with the Kremlin. A rapprochement that on closer inspection is not appropriate, not ethical and not permissible. But this rather disproportionately favors German business at the expense of Eastern and Western Europe. That misunderstanding has marked Germany’s Russia policy since Willy Brandt, with the SPD in the most malicious role of helping the Kremlin, and not Germany or the EU.

The conclusion of the Nord Stream II fuss is not that it is about Germany’s relationship with the Russian Federation, but essentially about Germany’s self-image. That is seriously distorted and clouded. Even 75 years after the war, German politics has not yet properly processed that war. Or as said, and what is even more false and poignant, it has processed that war, but deliberately misinterprets it for opportunistic reasons.

This not only alienates Germany even further from the real victims of World War II, such as Poland, Belarus and Ukraine, as well as France and the Netherlands, but with that false self-image it also does itself considerable damage because it knowingly deceives itself.’

Optie om Hongarije en wellicht Polen uit de EU te gooien moet serieus overwogen worden

In Polen en Hongarije gaat het niet goed met de rechtsstaat. De scheiding der machten is daar een aspect van. Dat wordt geïllustreerd door de positie van Poolse rechters. Ze worden stukje bij beetje ondergeschikt gemaakt aan de uitvoerende macht. Daarmee wordt de rechtsstaat zo vermagerd, dat er nog weinig van overblijft. Maar de marges zijn breed. Het is niet nauw omschreven wat de rechtsstaat is, zodat de overtreders ervan niet aangepakt kunnen worden en hun opvatting er tegenover kunnen blijven zetten. Toch gaat het verder dan dat en zijn er nu al praktisch problemen. Kunnen bijvoorbeeld nog verdachten uitgeleverd worden aan een rechtssysteem dat niet onafhankelijk is, maar door rechts-radicale partijpolitiek wordt aangestuurd?

Binnen de EU wordt zorgelijk gekeken naar de ontwikkelingen in deze twee Oost-Europese landen. In Hongarije gaan die onder premier Orbán verder dan in Polen. In dat laatste land is ongeveer de helft van de bevolking tegen de conservatieve regering die door Jarosław Kaczyński wordt aangestuurd. Orbán heeft zijn greep op de maatschappij verder doorgevoerd. Nota bene met behulp van EU-fondsen heeft hij zijn macht uit kunnen bouwen.

Er kan op korte termijn een moment komen dat serieus moet worden besproken om Hongarije en Polen uit de EU te gooien omdat ze de waarden en de werking ervan met hun obstructie bedreigen. De EU is beter af zonder dan met deze radicale onruststokers die de waardengemeenschap die de EU is bewust ondermijnen. In elk geval Hongarije zou veel steviger dan nu de macht aangezegd moeten worden. Als de ontknoping met het Verenigd Koninkrijk mogelijk is, dan moet die met Hongarije ook haalbaar zijn. Als Hongarije alleen staat, dan kan Polen wellicht nog gered worden.

Als de EU een flexibel en krachtig machtscentrum wil worden tussen de VS en China, dan moet het om te beginnen de eigen krachten die het verzwakken neutraliseren. Als Hongarije niet wil luisteren, dan kan het vertrekken. Die optie dient in het machtsspel met Hongarije bovenaan te worden gezet. Het leiderschap van de EU moet beseffen dat het uiteenvallen van de EU geen dreiging, maar een kans is. De EU moet zich niet laten leiden door angst. Het is een positief vooruitzicht om definitief afscheid te nemen van landen als het Verenigd Koninkrijk, Hongarije en wellicht Polen die mentaal de waarden van de EU niet verinnerlijkt hebben, de cohesie verzwakken en de EU bewust door obstructie proberen te ondermijnen.

Pleidooi voor oprichting van het ‘United Nations International Committee on the Weighted Election Process’

Zou aan de hand van data en gewogen omstandigheden een wiskundig instrument kunnen worden ontwikkeld om onregelmatigheden in de uitslag van verkiezingen of referenda te corrigeren, bij te stellen en tot een nieuwe uitslag te laten leiden? De zin om een uitslag van een controversieel electoraal proces tegen het licht te houden is tweeledig. Het ondermijnt de geloofwaardigheid van sjoemelende staten die nu weg komen met hun schijn van democratie. Die beeldvorming kan worden doorgeprikt. Dit kan een preventieve werking hebben omdat sjoemelende staten uit vrees voor de slechte beeldvorming hun electorale proces eerlijker inrichten. Het omgekeerde kan ook het geval zijn, namelijk dat gewaarschuwde landen nog gewiekster worden om de publieke opinie te misleiden. Maar een goed instrument neemt ook dat in de weging mee.

Er zijn globaal opererende NGO’s die de democratie willen bevorderen. Zoals de Open Society Foundations van George Soros. Die stichting formuleert in de beleidsnotaTowards Elections with Integrity’ uit 2018 zes hervormingsaspecten die van toepassing zouden moeten zijn op het houden van verkiezingen en referenda. Dat loopt van monitoren van het politieke proces tot de voorwaarden waaronder waarnemingsmissies opereren. Opvallend genoeg stopt het bij de verkiezingsuitslag. Dat moet anders kunnen. De omstandigheden waaronder verkiezingen worden gehouden kunnen als invoer voor de weging van het electorale proces dienen.

Aan deze zes aspecten zou een zevende toegevoegd kunnen worden: aanpassing en herberekening van de uitslag. De opzet is om het democratiseringsproces hiermee tanden te geven en vooruit te helpen. Want bestaande aanbevelingen over de begeleiding van het electorale proces zijn weliswaar zinvol, maar ook tamelijk vrijblijvend en braaf als ze geen vervolg krijgen. Ze jagen degenen die een loopje nemen met het electorale proces weinig schrik aan. Daarom moet er een instrument ontwikkeld worden dat dat wel doet.

Voorwaarde is dat zo’n instrument wordt ontwikkeld door en ondergebracht bij een globale, onpartijdige organisatie. Zo is de Open Society Foundations geen optie omdat die in het spervuur van de cultuurstrijd is terechtgekomen en door een deel van de publieke opinie ter discussie wordt gesteld als partijdig. Dat leidt af van het doel. Logisch en wenselijk zou zijn dat het instrument wordt ondergebracht bij een onafhankelijke, nog op te richten VN-organisatie die toezicht houdt op het electorale proces. Noem het UNICWEP: United Nations International Committee on the Weighted Election Process. De grootste uitdaging zal zijn om het niet te beperken tot de westerse democratieën in een idee dat democratie en universele rechten uitsluitend gelden voor westerse landen, maar voor alle landen wereldwijd, inclusief falende staten of autoritaire regimes.

Twee voorbeelden maken duidelijk hoe zo’n instrument kan werken. In Polen won volgens de officiële cijfers gisteren de zittende president Andrzej Duda (PiS) in de tweede ronde de presidentsverkiezingen met 51,2% van uitdager Rafał Trzaskowski van het Burgerplatform met 48,8% van de stemmen. Vraag is of er voldoende onregelmatigheden zijn om deze uitslag aan te passen en opnieuw te berekenen. Dat lijkt inderdaad het geval. De Special Election Assessment Mission (SEAM) van de OVSE die deze verkiezingen heeft gemonitord was kritisch over de toegang van de oppositie tot de publieke media die onder controle van de regerende partij staan. De publieke omroep werd zo tot een campagnetool voor de zittende president. Het eindverslag van de SEAM over Polen verschijnt naar verwachting over twee maanden. Welnu, stel dat een instrument dat aan de hand van een procedurelijst de ernst van de onregelmatigheid weegt als een afwijking in de uitslag van 2%, dan zou uitdager Trzaskowski hebben gewonnen met 50,8%. Feitelijk zou het aan de uitslag niks veranderen, maar in de beeldvorming zou door deze herberekening  een smet aan Duda’s verkiezing kleven.

Een ander voorbeeld is de gouverneursverkiezing van 2018 in de Amerikaanse staat Georgia. Volgens de officiële cijfers won de Republikein Brian Kemp de verkiezing met 50,2% van de Democratische kandidaat Stacey Abrams met 49,8%. Na 10 dagen erkende Abrams vanwege de wet dat Kemp gouverneur werd, maar ze erkende niet (‘concede’) dat ze een nederlaag had geleden vanwege de talloze onregelmatigheden die volgens haar in haar nadeel waren. Zoals kiezersonderdrukking en ontbrekende toegang tot de stembus. Onder meer in de counties Fulton en DeKalb werd een deel van Abrams achterban het stemmen onmogelijk gemaakt. Stel dat een instrument de ernst en moedwilligheid door het Republikeinse staatsbestuur van de onregelmatigheid weegt als een afwijking in de uitslag van 1%, dan zou Abrams hebben gewonnen. Dit is een actueel voorbeeld omdat in de aanstaande presidentsverkiezingen van 3 november 2020 hetzelfde soort rechteloosheid en ontmoediging van Democratische kiezers door Republikeinse lokale besturen op grote schaal wordt verwacht.

Er is nog geen organisatie als de UNICWEP en evenmin een wiskundig instrument dat het electorale proces weegt en grove onregelmatigheden ervan corrigeert en herberekent. Het is een gevoelig onderwerp omdat staten graag de schijn van democratie ophouden, zelfs als van ver duidelijk is dat het niet meer dan een façade is. Staten laten niet graag in de keuken kijken. Denk aan Turkije, de Russische Federatie, Hongarije, Polen, de Filipijnen, Egypte of de VS. Staten als Noord-Korea of China lijken zelfs al te ver gevorderd in de misleiding en onderdrukking van de eigen bevolking om vanuit een idee van burgerparticipatie nog naar het pad richting een regelmatig electoraal proces geleid te kunnen worden. Voor staten die nog voor rede vatbaar zijn zou de stok achter de deur van de UNICWEP het verschil kunnen maken. Wie pakt de uitdaging op?

Foto 1: ‘Een TV-ploeg verscheen voor het stembureau in de woonwijk Paderewski in Katowice. De cameraman had een sticker “Duda 2020” op de camera. De politie kwam tussenbeide’ In: Wyborcza.pl, 12 juli 2020.

Foto 2: De uitslagen van de eerste naoorlogse verkiezingen worden groot getoond op de gevel van de Beurs van Berlage aan het Damrak. 16 mei 1946. Credits: ANP Photo.

In Europa komt de kritiek op Nord Stream II van links. Ralf Fücks spreekt concreet en Mark Rutte praat in vergezichten

Oud-burgemeester van Bremen Ralf Fücks heeft in 2017 samen met zijn echtgenote Marieluise Beck het Zentrum Liberale Moderne opgericht. Ze zijn niet zoals de naam doet vermoeden afkomstig uit een liberale partij, maar uit Bündnis 90/Die Grünen. Een partij met een liberale stroming. Het Zentrum engageert zich door op te komen voor de Europese eenwording, de transatlantische alliantie en de liberale, kosmopolitische samenleving. Het meent dat van alles bedreigd wordt: ‘Op het spel staat niets minder dan het project van de liberale moderniteit, de combinatie van de rechtsstaat, persoonlijke vrijheid, politiek pluralisme en culturele diversiteit die is ontstaan sinds de Verlichting.’ In het Kremlin ziet het Zentrum ‘het hoofdkwartier van een anti-liberale international wiens netwerken verspreid zijn over heel Europa.’ Dat verklaart Fücks’ betoog.

Hij verzet zich tegen het een-tweetje tussen Duitsland en de Russische Federatie die het gaspijplijnproject Nord Stream II hebben opgezet omdat dat volgens hem de Europese eenwording splijt, de economische en strategische positie van Oekraïne beschadigt en de invloed van het Kremlin in de EU onaanvaardbaar vergroot. Het zendt president Putin het verkeerde signaal dat er niks aan de hand is in de relatie van de EU met de Russische Federatie. Daarbij ondermijnt Nord Stream II de sancties van de EU die als gevolg van de annexatie van de Krim en de inmenging in Oost-Oekraïne door de Russische Federatie zijn ingesteld. Dat land dat sinds 2014 de Europese veiligheid bedreigt wordt door de Duitse politiek en bedrijfsleven beloond voor haar agressieve politiek. De Duits-Russische as wordt in andere landen in Europa afgewezen en niet begrepen. Ralf Fücks pleit ervoor om Nord Stream II alsnog af te blazen. Dat kan omdat het vooral een politiek project is.

De Nederlands premier Mark Rutte sprak op 13 februari 2019 in Zürich de Winston Churchill-Lezing uit. Hierin pleitte hij in algemene termen voor Europese samenwerking en het besef om de macht die de EU-lidstaten hebben beter in te zetten. Zonder Nord Stream II te noemen verwees Rutte naar de machtspolitiek van het Kremlin die het via energie voert: ‘Niets doen betekent dat we steeds meer afhankelijk zullen worden van een paar landen die er geen been in zien via pipeline politics ongewenste invloed uit te oefenen binnen de EU en de lidstaten. Ik vind dat de EU hierin veel strategischer moet opereren. We zijn nog steeds veel te afhankelijk van Rusland en de Golfstaten. (…) Vervolgens moeten we bereid zijn de grote Europese marktmacht in te zetten als tegenwicht tegen landen die zulke ‘pijplijnpolitiek’ bedrijven als instrument in hun buitenlands beleid. De laatste jaren zijn al maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat externe staatsgeleide spelers als Gazprom niet de controle kunnen krijgen over vitale energie-infrastructuur op Europees grondgebied.’

Ruttes mooie woorden doen het op een internationaal podium schitterend, maar wat ze voor de opstelling van de Nederlandse regering betekenen is onduidelijk. Hoe strategisch opereert Nederland  op dit moment  inzake energiepolitiek? Op welke manier geeft Nederland het goede voorbeeld? Wil Rutte beweren dat de Nederlandse regering nu en straks de Duitse regering ertoe probeert te bewegen om af te zien van de voltooing van Nord Stream II omdat dit een strategische fout is die de Russische invloed binnen de EU onaanvaardbaar vergroot? Er valt vooralsnog niks van te merken, maar het is mogelijk dat zich dat volledig achter de schermen afspeelt.

Een reden om de woorden van Rutte echter met een korreltje zout te nemen is dat de invloed van het bedrijfsleven, inclusief het Britse-Nederlandse Shell op Rutte’s partij de VVD als groot wordt ingeschat. Shell is een van de deelnemende partners aan Nord Stream II waar Gazprom een meerderheidsbelang heeft.

Als Nederland stilzwijgend aanhaakt bij Duitsland dat vuile zaak maakt met het Kremlin door de aanleg van Nord Stream II dan doet Rutte in de praktijk het omgekeerde van wat hij in prachtige vergezichten zegt. Om zijn woorden van de Churchill-lezing geloofwaardig te maken moet Rutte er concreet naar handelen. Hij kan zich bewijzen door zich aan te sluiten bij de kritiek op Duitsland en daar in een Hanze-coalitie zelfs de leiding in te nemen. Als hij dat nalaat en genoegen neemt met slappe compromissen, die in theorie de energie-infrastructuur losmaakt van de Russische invloed maar in de praktijk daaraan niks verandert, of zogenaamd de voet dwars zet zoals recent Frankrijk deed, dan remt hij de invloed van het Kremlin en Gazprom niet. Maar helpt hij indirect door die te vergroten. Dan kan premier Rutte beter zwijgen en zijn mooie woorden inslikken.

Bijna-crisis Nord Stream II lijkt bezworen door Duitse druk

Aldus een passage uit een commentaar van Michael Thumann van 8 februari 2019 in Die Zeit. Het gaat over de Alleingang van Duitsland binnen de EU inzake de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II. Naar verwachting wordt die in november 2019 voltooid. Thumann verwijt achtereenvolgende Duitse regeringen geïsoleerd te hebben geopereerd. De eenheid binnen de EU is erdoor beschadigd. Oud-kanselier Gerhard Schröder die op de loonlijst staat van het door het Kremlin gecontroleerde bedrijf Gazprom zou Duitsland het verkeerde pad hebben opgeleid. Nu zit Duitsland in een benarde situatie waarin het hoe dan ook aan invloed en prestige verliest. Het doorzetten van Nord Stream II beschadigt de Europese solidariteit en afblazen zou een politieke slag in het gezicht van de Russische Federatie zijn. Die kritiek op Duitsland loopt gelijk op met de nieuwe rol die van dit land wordt verwacht. Als het al eens de leiding neemt, dan krijgt het kritiek vanwege de slechte afstemming met de EU-partners. Daarnaast was Nord Stream II een politiek project waarvan de Duitse kanselier Angela Merkel tot in 2018 volhield dat het een louter economisch project was. Zij wist beter, maar wilde niet uit de pas lopen met het Duitse bedrijfsleven dat zwaar had ingezet op dit Russisch-Duitse project.

De Russische propagandamachine van RT, Sputnik en sites die als ‘onafhankelijk’ worden gepresenteerd draaide afgelopen dagen op volle toeren. Want Frankrijk bleek ineens bezwaren te delen van critici binnen de EU tegen Nord Stream II. Die bezwaren zijn velerzijds. Door Nord Stream zou Europa nog afhankelijker worden van Russisch gas dan nu al het geval is en dit is in strijd met EU-beleid inzake diversiteit en onafhankelijkheid van energie. Ook zou het 11 miljard euro kostende Nord Stream haaks staan op de transitie van fossiele brandstof (aardgas) naar duurzame energie. Door de Franse overstap leek de balans door te slaan naar de critici en een crisis in het hart van de U dreigde. Dat was van korte duur toen onder Duitse druk van zowel de Franse president, de Europese Commissie als roulerend EU-voorzitter Roemenië een voorstel voor een compromis uit de bus kwam. De Franse kritiek bleek vooral wisselgeld om andere punten binnen te halen. Het komt erop neer dat Duitsland als land waar de pijplijn aan land komt eindverantwoordelijk is, de aanleg geen gevaar loopt en de functies van de pijplijn gescheiden worden zodat het bezit van het netwerk en de toevoer van gas organisatorisch losgekoppeld werden. Hoe het Kremlin daar op reageert is vooralsnog onduidelijk.

Tegelijk gaat de Amerikaanse druk door. Want Nord Stream II is een door en door politiek project. De VS en de Russische Federatie en landen als Polen en Oekraïne hebben dat vanaf het begin beseft. Duitsland niet, of het deed net alsof het dat niet besefte. Er staan grote economische belangen op het spel, maar via de gaspijplijn koopt het Kremlin politieke invloed in Europa. Duitsland heeft met haar Alleingang veel goodwill in Europa en de VS verspeeld. Vraag is of dat een kwestie is van wereldvreemdheid, sterk lobbywerk van Gerhard Schröder, Gazprom en het Duitse bedrijfsleven of van een land dat niet goed beseft hoe economisch machtig het is en wat voor jaloezie van rivalen én verantwoordelijkheden tegenover EU-partners dat met zich meebrengt.

Zie hier voor een commentaar van 13 januari 2019 over Nord Stream II.

Foto: Schermafbeelding van deel commentaarGerhard Schröders Kuckucksei; Die EU-Staaten haben sich auf einen Kompromiss verständigt, der zu strengeren Auflagen für die umstrittene Gaspipeline Nord Stream 2 führen soll. Gut ist er nicht.’ van Michael Thumann in Die Zeit, 8 februari 2019.

Twijfels over Nord Stream II bewegen door Amerikaanse druk naar centrum van Europese politiek. Over onafhankelijkheid van energie

Soms schreeuwt een opinie om een weerwoord wegens de veelheid aan ‘alternatieve feiten’ en conclusies uit het ongerede. Niet altijd is het duidelijk hoe zo’n opinie ontstaat. Komt het door onbegrip, politiek streven of iets anders? Hieronder mijn antwoord op een artikel van Teunis Dokter voor DDS. Het gaat over de door het Russische Gazprom gecontroleerde gaspijplijn Nord Stream II die steeds meer weerstand oproept. Binnen en buiten Europa. Ook in de Amerikaanse regering. Voor verder lezen zie onder meer een interview in Der Spiegel met werkgeversvoorzitter Wolfgang Büchele en een artikel van DW over de toenemende kritiek. Mijn reactie:

De auteur gaat voorbij aan de belangrijkste feiten. Zelfs de Duitse regering geeft sinds april 2018 toe dat Nord Stream II geen economisch, maar een politiek project is.

Nog om een andere reden valt het moeilijk te beredeneren dat het voor de Russische Federatie een economisch project is. Het via de markt terugverdienen (amortisatie) van de constructiekosten van 11 miljard dollar door het aanbod van laaggeprijsd gas tart de winstgevendheid. Des te meer omdat bestaand EU-beleid een energietransitie oplegt en de afbouw van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas.

De aanleg ervan is in strijd met bestaand energiebeleid van de EU inzake diversificatie en onafhankelijkheid, zoals omschreven in het ‘Third Energy Package’ uit 2018. Dat raakt aan de nationale veiligheid van de EU-lidstaten vanwege de mogelijkheid van chantage door de Russische Federatie. Het heeft dit middel nog in maart 2018 met weinig succes tegen Oekraïne ingezet.

De besluitvorming is geïnitieerd door bedrijven onder leiding van het aan het Kremlin gelieerde Gazprom, zonder een fundamentele politieke weging. Gaandeweg is in de beeldvorming een economisch project dat voor het Kremlin altijd al een politiek project was in het Westen veranderd in een politiek project. Maar nogmaals, zonder dat in de EU of de EU-lidstaten daarover een diepgaand principieel debat over is gevoerd. De voorstanders Gazprom en de Duitse industrie zoals verenigd in het ‘Ost-Ausschuss der Deutschen Wirtschaft’ hebben het Europa afgedwongen en opgedrongen.

De Amerikaanse regering staat niet geïsoleerd met haar bezwaren tegen de aanleg van Nord Stream II. Binnen Europa bestaat er in landen als Estland, Letland, Litouwen, Polen en Oekraïne weerstand tegen. Ook in West-Europese landen is er weerstand vanuit de milieubeweging en voorstanders van een zo autonoom mogelijke EU die zich niet afhankelijk maakt van andere landen. En in Zuid-Europa voelt een land als Italië zich nog steeds verongelijkt omdat South Stream onder druk van de EU werd afgeblazen.

Ambassadeur Richard Grenell is weliswaar ambassadeur, maar staat niet bekend als een fijnzinnig diplomaat. Dat heeft hij overigens gemeen met ambassadeur Pete Hoekstra die eveneens pleit tegen Nord Stream II. Het is zeker zo dat Amerikaanse ambassadeurs de Amerikaanse economie en energiemarkt willen promoten, maar het is te simpel om de Amerikaanse kritiek op Nord Stream II als één op één promotie voor Amerikaans LNG te zien. De gasmarkt is breder en diverser dan dat, en kent vele potentiële toeleveranciers als Algerije, Azerbeidzjan of Qatar die weer concurrenten zijn van Amerikaans LNG.

De auteur geeft de relatie van Oekraïne met de VS verkeerd weer. Die is van Amerikaanse kant terughoudend. Betekenisvol is president Trump die op het platform van de Republikeinse partij op de conventie 2016 het standpunt over Oekraïne liet afzwakken. Het heeft na de gebeurtenissen van 2014 tot 2018 geduurd voordat de VS op initiatief van de inmiddels overleden senator John McCain de Javelin antitankwapens aan Oekraïne leverde. Daarvoor werd sinds 2015 al wel zogenaamde niet-letale hulp gegeven (radar, auto’s). Met deze geschonken ‘hulppakketten’ aan Oekraïne ter waarde van zo’n 750 miljoen dollar verdient de Amerikaanse regering geen geld.

Wat is de tussenbalans over Nord Stream II? Het is een politiek project dat door binnenlandse motieven vanuit de Russische Federatie opgezet is. Het doorkruist de westerse sancties die in 2014 ingesteld werden na de annexatie van de Krim door de Russische Federatie en de militaire inmenging van dat land in Oost-Oekraïne. De EU heeft zich zwak getoond door er zelf niet politiek over te beslissen, maar zich dat besluit als het ware door externe partijen op te laten leggen. Ondanks het feit dat het in strijd is met de eigen uitgangspunten over diversificatie en onafhankelijkheid van energie. De aanleg van Nord Stream II doorkruist het beleid van de EU inzake energietransitie naar duurzame energie. Nord Stream II geeft de Amerikaanse regering de mogelijkheid om de kloof tussen voor- en tegenstanders ervan in de EU te verdiepen. Het opent de weg om via Polen een proxy war te voeren tegen de medestanders van de Russische Federatie binnen de EU (Hongarije, Slowakije). Nord Stream II is op vele fronten door en door gepolitiseerd.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel van Teun Dokter voor DDS, 13 januari 2019.

Het is een cliché, maar de crisis van de westerse democratie biedt kansen. Hoe dan ook via herschikking van de politieke macht

Tegenstanders van de westerse alliantie beleven gouden tijden. In Frankrijk zorgen de protesten van de Gele hesjes voor instabiliteit en ondermijning van de positie van president Macron. Het Kremlin zou de protesten actief voeden via (sociale) media, aldus het Duitse t-online. De conservatieve commentator en anti-Trumpiaan Max Boot weet zeker dat het Kremlin deze protesten voedt. In het Verenigd Koninkrijk koerst premier May af op een nederlaag in het Lagerhuis in een stemming op 11 december over de Brexit. Wat de uitkomst ook is, de instabiliteit is immens in Westminster. De Britten zijn vooral met zichzelf bezig. Het is zelfs niet uitgesloten dat de radicaal-linkse, anti-Navo en anti-EU leider van Labour Jeremy Corbyn in 2019 May’s opvolger wordt. In de VS zijn er de onderzoeken naar de geheime samenwerking of zelfs samenzwering van president Trump en de rechtszaken tegen oud-medewerkers van hem (Manafort, Flynn, Cohen) door speciale aanklager Robert Mueller, lokale aanklagers (Southern District of New York) en grand jury’s. Trumps positie is kwetsbaar en een afzettingsprocedure in het Huis van Afgevaardigden komt naderbij omdat hij van misdaden wordt beschuldigd en daarop of juridisch of politiek geantwoord moet worden. Een patstelling en een constitutionele crisis dreigt waarbij Trump van geen wijken wil weten, maar hij evenmin nog krachtig en gecoördineerd kan handelen.

Of het aan het meesterschap van kanselier Angela Merkel te danken is dat Duitsland tot nu toe de dans ontspringt van de maatschappelijke onrust en het opdringen van linkse en rechtse populisten is de vraag. Duitsland is een tamelijk decentraal geleid land waar de regio’s veel autonomie hebben. Maar waar in het Verenigd Koninkrijk dezelfde autonomie van Schotland, Wales of Noord-Ierland zich tegen de centrale macht keert, lijkt dat in Duitsland (nog) niet het geval. Daarnaast gaat het in Duitsland economisch goed en is de welvaart evenwichtiger verdeeld dan in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk of de VS waar meer echte armoede onder de bevolking heerst. Nederland gaat het als Duitse ‘buitenprovincie’ vergelijkbaar goed als Duitsland.

Dat buitenlandse agitatoren kunnen inbreken in westerse samenlevingen is een teken aan de wand. Het middel daartoe is propaganda van buitenlandse media die in het Westen sociale media als Facebook en Twitter gebruiken om hun desinformatie te verspreiden. Nog steeds zijn deze Amerikaanse techbedrijven niet bereid om hun journalistieke verantwoordelijkheid te nemen en vol in te zetten op het blokkeren van nepnieuws. Maar het is de voedingsbodem voor de desinformatie die het verschil maakt, niet het middel daartoe.

Het wordt al jaren als waarschuwing én voorspelling van de daken geschreeuwd dat het een wonder is waarom de bevolkingen van westerse landen zo apathisch blijven onder de verslechtering van hun positie. Sinds de jaren ’80 zijn de voorzieningen van de verzorgingsstaat afgebouwd, is de gelijkheid én het aandeel van de vergoeding voor arbeid in de samenleving afgenomen, en hebben grensoverschrijdende financiële instellingen en multinationals succesvol de macht gegrepen door de politiek op te kopen en zich door belastingontwijking en afspraken over belastingbetaling te verrijken en zich door die vinger in de pap boven de orde te plaatsen.

Wat in Frankrijk gebeurt hoeft geen verloren crisis te zijn als die tot iets goeds leidt. Met een nieuw Deltaplan en herschikking van de politieke macht. Het kan landen wakker schudden dat ze zich moeten versterken tegen de binnen- en buitenlandse vijanden die erop uit zijn om de EU te ondermijnen. Maar streven naar autonomie, zelfbewustzijn en in het eigen algemeen belang handelen zijn niet altijd de randvoorwaarden van de EU. Dat maakt de afhankelijkheid van Russisch gas (Gazprom) via de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II duidelijk die in tegenspraak is met het Third Energy Package van de EU. Deze tegenstrijdigheid is giftig omdat het bedrijven die de Europese politiek hebben gekaapt zijn die het energiebeleid bepalen. Dat is in een echte democratie onaanvaardbaar. Het is ook de vraag of de EU niet al door zowel binnenlandse verdeeldheid en dissidenten (Hongarije, Polen, Italië) of afhankelijkheid van multinationals en banken te ver is afgegleden om nog te redden in haar huidige vorm. Hoe dan ook kan het besef van urgentie dat westerse landen zelfstandig en hard moeten vechten voor het behoud van de eigen democratie krachten mobiliseren die nu nog slapen.

Foto 1: ‘Les investigations portent sur les conditions dans lesquelles certains comptes ont été créés ainsi que sur l’activité suspecte de sites. LP/Yann Foreix’ (‘De onderzoeken betreffen de voorwaarden waaronder bepaalde accounts zijn aangemaakt en de verdachte activiteit van sites’). Artikel ‘Gilets jaunes : enquête sur une possible ingérence étrangère’ (‘Gele hesjes: onderzoek naar mogelijke buitenlandse inmenging’) in Le Parisien, 8 december 2018. 

Foto 2: ‘Gilets jaunes’ met Russische vlag van de DNR op de Parijse Champs-Élysées in Fdesouche, 8 december 2018.

 

Oppositie tegen Nord Stream II neemt toe

Vanaf de flanken en uit het Europese Parlement wakkert de oppositie aan tegen de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II. Voor- en tegenstanders zijn het erover eens dat de aanleg ervan de afhankelijkheid van Russisch gas in Europa vergroot en het in strijd is met het beleid van de EU. De argumentatie van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas is merkwaardig. Want als westerse maatschappijen zich uit het project terugtrekken en de Russische Federatie de pijplijn zou voltooien, hebben de westerse landen vervolgens de keuze om dit gas niet af te nemen en de afhankelijkheid van Russische energie te verkleinen of in elk geval niet te laten toenemen. In een conceptverslag van 28 november 2018 stelt de Commissie buitenlandse zaken van het Europese Parlement voor om met Nord Stream II te stoppen. Zo makkelijk zal dat niet gaan, omdat de economische belangen van bedrijven groot zijn, maar de druk neemt toe.

Foto: Schermafbeelding uit DRAFT REPORT ‘on the state of EU-Russia political relations (2018/2158(INI))‘; Committee on Foreign Affairs van het Europees Parlement. p. 5/6.

Baarlijke onzin van Laurien Crump over de russofobie in de top van de Nederlandse politiek. Wat moeten media en wetenschap ermee?

Laurien Crump is universitair docent en onderzoeker in de geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Haar achtergrond is Klassieke Talen en Vergelijkende Geschiedenis. Ze is auteur van een boek over de periode 1955-1969 van het Warschaupact. In een artikel in NRC van 20 juni 2016 meende ze dat het Westen op moet houden de Russische Federatie te vernederen. Mijn reactie daarop was dat Crump de plank misslaat en niet weet waarover ze praat. Ik zette zelfs twijfels bij haar motivatie: ‘Het zal niet de opzet zijn, maar dit artikel roept vooral vragen op over de deskundigheid en politieke gezindheid van Crump. Is zij wel zo objectief als ze zegt te zijn?’ Crump vereenzelvigt zich met de retoriek van het Kremlin.

In december 2016 bood NRC haar nogmaals een podium en kon ze haar artikelPraat met die man – om erger te voorkomen’ publiceren. Met die man werd de Russische president Putin bedoeld. In een commentaar concludeerde ik dat ze opnieuw vanuit de identificatie met het Kremlin redeneerde. Nu heeft Crump naar aanleiding van de leugen over een bijeenkomst van de afgetreden minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra opnieuw een artikel geschreven dat door de Belgische De Standaard is geplaatst. De titel is ‘Voor Den Haag blijft Rusland de baarlijke duivel’. Bij de reacties is de versie te lezen zoals die op internet is te vinden.

Crumps stelling is dat er russofobie heerst ‘in de hoogste regionen van de Nederlandse politiek’. Wat ze met ‘russofobie’ bedoelt maakt zij niet duidelijk. Ze lijkt te suggereren dat er in de top van de Nederlandse politiek angst of afkeer voor Rusland of de Russen bestaat, maar zij maakt dat alleen hard door te wijzen op de afkeer van het beleid van het Putin-regime of de slechte relatie op het geleid van de nationale veiligheid tussen de Russische Federatie en westerse landen. Maar het is misleidend om dat russofobie te noemen, dat is hooguit Putinfobie. In de top van de Nederlandse politiek bestaat geen afkeer van het Russische volk, Rusland of de Russische Federatie, maar op z’n hoogst afkeer van het veiligheidsbeleid van de Russische overheid dat de Europese stabiliteit in gevaar brengt. De Russische bezetting van de Krim in 2014, de bezetting van delen van Oost-Oekraïne door reguliere Russische troepen of huurlingen van het Russische veiligheidsbedrijf Wagner en het neerhalen van de MH17 door een Buk-raket die volgens het meest waarschijnlijke scenario van het JIT uit de Russische Federatie werd aangevoerd hebben de afkeer van het Russische beleid in het Kremlin gevoed.

Crump gaat voor een historica losjes met de feiten om. Zo concludeert ze dat Zijlstra niet alleen gelogen zou hebben over zijn aanwezigheid bij een bijeenkomst in 2006 met Putin, maar zou hij ook hebben gelogen over de inhoud: ‘Hij was er niet alleen niet bij, maar Poetin blijkt het ook nooit gezegd te hebben.’ Dat is echter niet onafhankelijk vastgesteld. Ook Crump was er niet bij en weet niet wat er in de marge van de bijeenkomst in 2006 in de Russische datsja is gezegd. Bron is oud-topman van Shell Jeroen van der Veer die nog steeds voor Shell lobbyt en er belang bij heeft om de verhouding met Putin goed te houden en zo de belangen van Shell te verdedigen. Wat hij er achteraf over zegt moet dan ook gerelateerd worden aan Shells belangen die hij verdedigt. Dat zijn geen geringe belangen zoals het pijplijn-project Nord Stream II waar zowel het Russische Gazprom als Shell aan deelnemen of belangen in Russische olievelden (Sakhalin-2: 27,5%; Salym: 50%).

Crump verwijdert zich nog verder van een onpartijdige historische opstelling als zij over de gesprekken van Zijlstra met zijn Russische collega Lavrov zegt: ‘die Zijlstra aanvankelijk zou benutten om de Russen te confronteren met het verdraaien van feiten omtrent de MH17.‘ Dat is een kleuring van de feiten door Crump. Het is een constatering uit het ongerede. Aangenomen mag worden dat als minister Zijlstra in de gesprekken met Lavrov uitging van de bevindingen van het JIT dat wordt gecoördineerd door het Nederlandse OM. Crump gaat niet mee in de bevindingen van het OM, maar bestempelt ze via een omweg als ‘verdraaien van feiten’. Dat is een merkwaardige opvatting voor een universitair docent die werkzaam is bij de Universiteit Utrecht en van wie zorgvuldigheid mag worden verwacht. Crump doet in dezelfde alinea opnieuw aan stemmingmakerij als ze het heeft over ‘versterkte aan­wezigheid van Navo-troepen in Oost-Europa’. In de Baltische staten heeft de Navo-reactiemacht  3.260 militairen gestationeerd. Dat wordt door militaire deskundigen als te weinig gekwalificeerd voor een snelle en passende reactie op offensieve bedoelingen van het Russische leger dat aan de grens met Polen en de Baltische staten aanzienlijk grotere aantallen parate troepen heeft samengetrokken.

Crump gebruikt de blauwdruk van de Koude Oorlog om de huidige spanningen in Oost-Europa te verklaren. Dat mag onderhand haar methodiek genoemd worden. Het is een zinloze omleiding. Uiteraard zijn er kansen gemist om tot een goede relatie tussen de Sovjet-Unie of de Russische Federatie en het Westen te komen. Dat valt te betreuren. Volgens Crump volgt uit een OVSE-rapport waaraan ze heeft meegewerkt dat de oorzaken van de slechte relatie verder terug gaan in de tijd dan 2014: ‘Volgens het rapport zijn de Oekraï­necrisis en de vermeende geo­politieke ambities van Rusland niet de oorzaak van de huidige crisis in de Europese veiligheid, maar het symptoom. De oorzaak ligt dieper, in de unfinished post-Cold War settlement’. Crump gaat verder: ‘De Russen zelf maken er ook geen geheim van dat de invasie van de Krim – hoe afkeurenswaardig ook – bedoeld was om Rusland weer ‘relevant’ te maken. In die opzet is Poetin in ieder geval geslaagd.’ Dat laatste is een aanname die betwijfelbaar is. Het Kremlin heeft zich door de bezetting van de Krim vervreemd van het Westen en sancties op de hals gehaald die de economie en de toenadering tot Europa hebben beschadigd.

Crump laat in haar betoog een onderwerp ongenoemd dat sinds een jaar centraal staat in de politiek en media in de VS en Europa en de verhoudingen akelig heeft verziekt. Namelijk de inmenging van de Russen in de publieke opinie en de nationale politiek van landen via onder meer sociale media en hacks. En dan vooral in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Op een recente hoorzitting in het Amerikaanse congres beweerden de directeuren van de Amerikaanse inlichtingendiensten dat die inmenging ongewenst is, tot op de dag van vandaag doorgaat en er voldoende signalen zijn dat voor Russische inmenging in de tussentijdse verkiezingen van november 2018. Dat is geen aanname, maar een feit dat door onderzoeken in onder meer de VS en het Verenigd Koninkrijk wordt gestaafd. Ofwel, het kan zijn dat de Russische Federatie in het verleden onheus bejegend is door westerse landen, maar sinds het mislukken van de Reset van 2012 doet het Kremlin er zelf weinig aan om de relatie door een gematigde opstelling en overleg met Westerse landen te verbeteren.

Het is een raadsel wat een universiteit als die van Utrecht (waar ik alumnus van ben en die me nauw aan het hart gaat) en  gerespecteerde nieuwsmedia als NRC of De Standaard denken te winnen bij de deskundigheid van Crump die de objectiviteit en de onpartijdigheid voorbij is. Ze is een politiek activiste en daar is niets mis mee. Ze mag uiteraard haar mening verkondigen in het publieke debat, zoals iedereen dat mag. Het wordt er echter bedenkelijk op als ze dat doet onder het mom van wetenschap en zich beroept op een instelling met autoriteit. Zelfs krampachtig in het geval van de OVSE. Het wordt er pijnlijk op als OVSE, Universiteit Utrecht of gerespecteerde nieuwsmedia haar die dekking wensen te geven. Crumps zelfingenomenheid wordt er absurd op als ze denkt de Nederlandse politiek als objectieve analist van advies te kunnen dienen: ‘De opvolger van Halbe Zijlstra nodig ik graag uit tot een gesprek om nieuwe verzinsels te voorkomen’. Ze illustreert haar betoog met plak en knip-illustraties met Zijlstra die haar ‘wetenschap’ er extra onbenullig op maakt.

Foto’s: Knip-en plak illustraties bij het artikelVoor Den Haag blijft Rusland de baarlijke duivel’ van Laurien Crump in De Standaard, 15 februari 2018. NRC heeft op 14 februari 2018 het artikel geplaatst onder de titel ‘Ook kabinet lijdt aan russofobie’, zonder illustraties met een gephotoshopte Zijlstra.