Voorstel voor nieuwe feestdagen, afschaffing van oude feestdagen en aanpassing van bestaande feestdagen

Er is elk jaar weer debat over de herdenking op 4 mei en de viering op 5 mei omdat de contouren ervan onduidelijk zijn en niet door iedereen aanvaard worden. Wel of niet met Duitsers? Wel of niet uitsluitend over de Tweede Wereldoorlog? Wel of niet over na-oorlogse conflicten? Wel of niet over het abstracte begrip vrijheid? Dat is een vervelende discussie die voor geprikkeldheid, onzekerheid en meningsverschillen zorgt. Het tast het cachet aan van deze dagen.

Nodig is een structurele, integrale oplossing die voor langere tijd werkbaar is. Zeg 25 jaar. Ik zou het volgende voor willen stellen. Het gaat om de herschikking en aanpassing van nationale feestdagen die aansluit bij de secularisering van Nederland. De valkuil is dat de viering te nationalistisch wordt. Daar moet in de voorwaarden rekening mee gehouden worden.

Uitgangspunt is het afschaffen van ongeveer de helft van de christelijke feestdagen, zoals Goede Vrijdag, Hemelvaartsdag, 2e Kerst-, Paas- en Pinksterdag. Dat zijn vijf feestdagen die vrijkomen. Vanwege sentimentele en traditionele overwegingen is een geleidelijke overgang verstandig door de christelijke feestdagen niet volledig af te schaffen, maar alleen de ‘2e-dagen’ die in tal van andere christelijke landen nu ook al niet worden gevierd. Nederland is tamelijk uniek door er een 2e dag aan vast te plakken.

Laten we dus beginnen om 2e Kerstdag, 2e Paasdag en 2e Pinksterdag, Goede Vrijdag en Hemelvaartsdag als feestdag af te schaffen. De christelijke signatuur ervan is een relict en past niet meer bij een land waar een meerderheid van 56% zegt (schatting 2021) niet meer belijdend godsdienstig te zijn en zich niet tot een religieuze groep te rekenen. Christenen maken ongeveer 1/3 van de Nederlandse bevolking uit. Ook is het in strijd met de scheiding van kerk en staat. Voorlopig kunnen dan om historische redenen de zondagen die voorafgaan aan de 2e Kerst-, Paas- en Pinksterdag gehandhaafd blijven.

Het is om getalsmatige redenen onverstandig om een deel ervan te vervangen door feestdagen van andere godsdiensten. De islam is na het christendom in Nederland de grootste godsdienst en heeft officieel een aanhang van 5% van de bevolking. Dat is een percentage dat niet meer groeit en vermoedelijk te hoog ingeschat is vanwege meegetelde ‘culturele’ moslims die niet belijdend zijn, maar door sociale dwang en andersoortige redenen niet officieel uit de islam treden. Het zijn geen spijkerharde cijfers. De berekening gaat voorbij aan de secularisatie onder Nederlandse moslims en is gebaseerd op statistieken die de demografie van het land van herkomst naadloos vertalen naar het land van aankomst, terwijl de immigranten daarvan afwijken en vaak minder religieus zijn. Het aantal belijdende Nederlandse moslims is lager en komt vermoedelijk uit op zo’n 3% (525.000).

Het zou merkwaardig zijn indien de groep Nederlanders die zich niet laat inspireren door godsdienst en minimaal 18 maal zo groot is als de aanhangers van de tweede godsdienst van Nederland geen feestdag zou krijgen en de islam wel. Daarbij kan aangetekend worden dat beide groepen in zichzelf sterk verdeeld zijn en geen eenheid vormen.

Aldus komen we tot een aanpassing van herdenkingsdagen die uitgaan van het verleden, de Tweede Wereldoorlog, de na-oorlogse periode en het heden. De opzet is een duidelijk profiel voor deze dagen die voor iedereen herkenbaar is en geen vaagheden over de strekking ervan.

De invulling van vier van de vijf vrijgekomen christelijke feestdagen en de aanpassing van enkele bestaande ziet er dan als volgt uit. De vijfde vrijgekomen christelijke feestdag kan na een maatschappelijk debat ingevuld worden. Te denken valt aan een dag die te maken heeft met klimaat en natuur. De feestdagen Nieuwjaarsdag (1 januari) en Koningsdag (27 april) blijven ongewijzigd.

Verleden: 18 juni met als uitgangspunt Waterloodag waar ook andere historische gebeurtenissen die van belang zijn voor de vaderlandse geschiedenis herdacht of herinnerd kunnen worden. Een werktitel voor deze dag is Geschiedenisdag. Nieuw 1

Tweede Wereldoorlog in Europa: 4 mei wordt exclusief besteed aan de herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Europa. De recente aanhechtingen van na de oorlog en nieuwe oorlogen (Korea, Nieuw-Guinea) en vredesoperaties worden gestript. Dat staat integratie met Duitsers niet in de weg. Juist hun aanwezigheid verstrekt de focus op de Tweede Wereldoorlog. Aanpassing

Tweede Wereldoorlog in Europa: 5 mei wordt exclusief besteed aan de bevrijding in 1945. Allerlei recente toevoegingen met na-oorlogse gebeurtenissen en abstracties over het begrip ‘vrijheid’ die vaag en onhelder van uitgangspunt zijn worden gestript. Aanpassing

Tweede Wereldoorlog in Azië: Op 15 augustus wordt sinds 1988 het einde van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië herdacht. Het wordt ook wel de Nationale Indiëherdenking genoemd. Net als bij de herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Europa zouden de recente toevoegingen over de na-oorlogse periode (Bersiap-periode) die politiek gevoelig liggen en waarover geen consensus bestaat onder slachtoffers en nabestaanden moeten worden gestript. Aanpassing

Alle na-oorlogse gebeurtenissen die zijn gestript van 4 en 5 mei en 15 augustus en die doorlopen tot op de dag van vandaag kunnen herdacht worden op Onafhankelijkheidsdag 26 juli. Op 26 juli 1581 werd in Den Haag Het Plakkaat van Verlatinghe ondertekend waarmee afstand werd genomen van de Spaanse vorst Filips en de Nederlanden werden geboren. In tegenstelling tot ‘Geschiedenisdag’ 18 juni die naar het verleden kijkt zou bij Onafhankelijkheidsdag het accent gelegd moeten worden op recent verleden (na 1945), heden en toekomst van Nederland. Nieuw 2

Heden: Om de herdenkingen niet uitsluitend nationalistisch te laten zijn omdat dit niet overeenkomt met de huidige situatie omdat Nederland steeds minder autonoom is en steeds meer onderdeel van grotere gehelen worden op de volgende twee dagen de integratie gevierd:

Wat zegt het dat een beschrijving in de Fotocollectie Nationaal Archief een foute datum voor een rede van Hitler geeft?

Het is maar een kleinigheid, maar het staat voor iets groters. De beschrijving van deze foto in de digitale Fotocollectie van het Nationaal Archief luidt: ‘Adolf Hitler spreekt de Rijksdag toe, na de campagne tegen Polen 10 juni 1939. Foto: Alle aanwezigen brengen de Hitler-groet.’ De datum in deze beschrijving is fout en moet 6 oktober 1939 zijn. Het roept de volgende vragen op:

  • Is door degene die de beschrijving heeft gemaakt de klassieke fout gemaakt dat niet begrepen is dat in het Amerikaanse Engels de maand voor de dag wordt genoemd? Zodat ’10-06-1939’ of ’10/06/1939’ niet 10 juni 1939 is, maar 6 oktober 1939? Als dit automatisch wordt gegenereerd, hoe kan het dat de software deze datumfout niet ondervangt?
  • Hoe kan iemand met ook maar geringe historische kennis niet weten dat de Tweede Wereldoorlog niet voor 1 september 1939 begon met de Duitse inval in Polen?
  • Hoe kan het dat iemand met beperkte historische kennis de verantwoordelijkheid krijgt om beschrijvingen te maken van of de supervisie te hebben over historische onderwerpen?
  • Heeft degene die de beschrijving heeft gemaakt of er de supervisie over had wel begrepen wat er met ‘de campagne tegen Polen’ wordt bedoeld? De hier bedoelde betekenis van campagne kan niet anders dan ‘veldtocht’ of ‘oorlog’ zijn.
  • Heeft het Nationaal Archief gekwalificeerd personeel voor het maken van beschrijvingen bij foto’s en vindt er een controle achteraf plaats of die beschrijving correct is?

Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Dat is niet erg als ze hersteld worden. Een wonder trouwens dat de fout nog niet is hersteld. Toch is dit een zaak met grote gevolgen. De fout geeft aan dat digitalisering gevaren in zich draagt. Dit is een fout die zo grotesk is dat het velen op zal vallen. Dat is niet altijd het geval als het een onderwerp betreft waar weinigen van afweten. Dan neemt men de beschrijving voor zoete koek aan en gaat de fout een eigen leven leiden in de virtuele wereld. De alternatieve feiten worden zo gelegitimeerd. De historische waarheid raakt uit het zicht en verbleekt.

Tegelijk heeft het aansnijden van deze fout iets schoolmeesterachtig en is het een ondankbare taak. Maar het moet maar even. Het historisch geheugen kent al zoveel mist, misleiding en misverstand. Nederland heeft behoefte aan een Nationaal Archief dat in de voorlichting aan het brede publiek professioneel, zorgvuldig en onberispelijk opereert.

Historische kennis lekt weg naarmate een periode waarin de gebeurtenissen zich hebben afgespeeld verder terug in de tijd komt te liggen. Als werknemers bij het Nationaal Archief al niet goed meer voor ogen staat hoe de chronologie van de Tweede Wereldoorlog in elkaar steekt, hoe moet men dan de historische kennis van het brede publiek inschatten? Want nog steeds is er in de media veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld bij jaarlijkse of 5-jaarlijkse herdenkingen van grote gebeurtenissen uit die oorlog. Zoals D-Day, de eindoverwinning in mei 1945, de bevrijding van Nederland of van de concentratiekampen. Maar hoe landt deze informatie waar het brede publiek jaarlijks mee in aanraking wordt gebracht als de basale kennis over zo’n tijdperk ontbreekt?

Foto 1: ‘Adolf Hitler spreekt de Rijksdag toe, na de campagne tegen Polen 10 juni 1939. Foto: Alle aanwezigen brengen de Hitler-groet.’ Collectie: Fotocollectie Nationaal Archief.

Foto 2: Schermafbeelding van de beschrijving van bovenstaande foto.

Foto 3: ‘Berlin, Reichstagssitzung, Rede Adolf Hitler. Die große Rede des Führers in der Reichstagssitzung vom 6. Oktober 1939. Auf der Ministerbank von rechts nach links: Die Reichsminister Rudolf Heß und von Ribbentrop, Großadmiral Raeder, die Reichsminister Dr. Frick und Dr. Goebbels, Reichsprotektor Frhr. von Neurath. In der 2. Reihe: die Reichsminister Graf Schwerin-Krosigk, Funk, Dr. Gürtner, Darré, Rust, Kerrl, Seldte, Dr. Frank. In der 3. Reihe: Die Reichsminister Dr. Ohnesorge, Dr. Seyss-Inquart, Generaloberst von Brauchitsch, Generaloberst Keitel, die Staatsminister Dr. Meissner und Prof. Popitz. 6.10.39.

Baudets uitspraak over Neurenbergse processen is politiek minder afwijkend dan het lijkt, maar juridisch minder degelijk dan hij claimt

Extreem is het standpunt van Thierry Baudet niet dat strafrecht niet met terugwerkende kracht kan worden opgelegd. Dat was zijn antwoord op de vraag over een corona-tribunaal waarvoor volgens Baudet geen rechtsgrond bestaat. Hij illustreerde dat met een voorbeeld over de Neurenbergse processen die van 1945 tot 1949 in Duitsland plaatsvonden.

Na kritiek op deze uitspraak van Baudet op een verkiezingsbijeenkomst in Gouda werd de partij om uitleg gevraagd. Volgens een bericht in De Telegraaf was het antwoord: ‘Wat hij bedoelde is dat je mensen niet kunt veroordelen met wetten die pas zijn aangenomen nadat de feiten hebben plaatsgevonden. Dat heet het legaliteitsbeginsel en dat vormt de kern van een rechtsstaat. Moord was en is altijd illegaal en altijd onaanvaardbaar. De genocidale misdaden van de Duitsers hadden onder regulier nationaal recht bestraft moeten en kunnen worden.’

Dat is inderdaad een verschil van mening zonder volledige wetenschappelijke overeenstemming. Maar is het zo dat het feit dat het handelen van bevoegd gezag gebaseerd moet zijn op een vooraf aanwezige bepaling elke ruimere opvatting die tot veroordeling kan leiden dichttimmert? Nee, dat nou ook weer niet, want er bestaat ook zoiets als gewoonterecht dat ongeschreven naast de wetten bestaat en ook voor het strafrecht geldt. Ook in het internationaal recht spelen vormen van gewoonterecht een belangrijke rol.

Daarnaast bestaat er het Landoorlogreglement van 1899 dat deel uitmaakt van het internationaal gewoonterecht en een legitieme basis aan de Neurenbergse processen gaf. Dat betreft onder andere regels over bezetting en oorlogsvoering. Uit het feit dat de nazi’s de door hen bezette landen leegroofden én (vooral Joodse) burgers het eigendomsrecht van hun bezit ontnamen bleek dat de nazi’s zich niet aan de internationale regels van de oorlogsvoering hielden. De noodzaak voor het stutten van een snel afzwakkende oorlogseconomie met illegale middelen had als reden dat de Duitse staat op de pof leefde (MeFo-regeling van Hjalmar Schacht). Als gevolg werd het om economische redenen in een vlucht vooruit of een sprong in het diepe gedwongen tot oorlogsvoering terwijl de kosten van de bewapening opliepen en die bewapening niet op het gewenste peil was toen de oorlog begon. Oorzaak, gevolg en argumentatie van de oorlogsvoering van de nazi’s waren hecht met elkaar verknoopt.

Kortom, de uitspraak van Baudet is politiek niet zo afwijkend als het lijkt en waar politieke tegenstanders als PvdA-lijsttrekker Lilianne Ploumen en CIDI-medewerker Aron Vrieler in een reflex verontwaardigd op reageren, maar juridisch is het minder degelijk dan Baudet en de woordvoerder van zijn partij suggereren.

De aap komt uit de mouw als de woordvoerder van de partij zegt dat de Neurenbergse processen onder Duits nationaal recht plaats hadden moeten vinden. Baudet is een aanhanger van de natiestaat en verzet zich tegen supra-nationale organisaties als de EU. Maar dat beroep op nationaal recht is ongelukkig. Het gaat niet alleen voorbij aan het internationaal gewoonterecht maar ook aan het grensoverschrijdend en internationaal karakter van oorlogsvoering. Niet voor niets een ‘Wereldoorlog’ genoemd. In de Neurenbergse processen kwamen door het grensoverschrijdend karakter van de Tweede Wereldoorlog vele soorten nationaal recht samen die enkel en alleen in een internationale context logisch samengevoegd konden worden.

De praktijk van 1945 tot 1949 was dat de vier bezettende machten (VS, Sovjet-Unie, VK, Frankrijk) juridisch en publicitair hun stempel op de processen probeerden te drukken. Wat vooral leidde tot rivaliteit tussen de VS en Sovjet-Unie en zelfs tot verregaande animositeit tussen deze twee staten toen de koude oorlog door de blokkade van Berlijn door de Sovjets (1948-49) goed op stoom kwam. Overwinnaars schrijven de geschiedenis en het recht. Om dat effect te neutraliseren is het juist nodig om het internationaal recht op te waarderen en onder de rechtsbevoegdheid van een supra-nationaal orgaan te plaatsen. Baudet kijkt in zijn voorbeeld van de Neurenbergse processen te eenzijdig naar de positie van de overwonnene en poetst de positie van de overwinnaars in dit verhaal weg.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWoede om Neurenberg-uitspraak Baudet’ in De Telegraaf, 22 februari 2021.

Duitsland staat niet zozeer op gespannen voet met Nord Stream II of de Russische Federatie, maar met zichzelf

Mijn reactie op DW News bij een video over de aanleg van Nord Stream II:

‘Mayor Axel Vogt is a strange figure. Is he really that naive, or is he just hired to express an opinion like a stage actor is rehearsing a role? He believes that Alexei Navalny is winning the propaganda battle in Europe against the Kremlin, which has much more resources at its disposal. That must indicate that the Kremlin’s propaganda is unable to sell a bad product, namely its authoritarian regime. But Vogt’s perspective does not reach that far. His perspective turns out to be mired in Nord Stream II alone.

The tragedy of such a blinkered mayor is that he first looks at who his opponent is before forming an opinion about the case itself. That is the tragedy of party politics in its worst form, by the way. The mayor straightens out what’s wrong. Apparently he sees that as his job.

In any case, the attitude of German politics (except for the Greens, the Liberals and some CDU members) towards the Russian Federation is rather distorted and disturbed. This has to do with the Second World War and the suffering caused by the Nazis.

How that can go wrong, President Steinmeier showed when he recently consciously or naively confused the victimization of Balts, Poles, Belarusians and Ukrainians with the victimization of Russians. Professor Timothy Snyder has repeatedly demonstrated to a German audience, inclusief parlementariërs, with figures that Poles, Belarusians and Ukrainians have suffered proportionally more from the German war machine than the Russians.

But those facts do not reach the very top of German politics. Although it is also possible that they do know what victims they have made, but consciously perpetuate the misunderstanding in order to reach a rapprochement with the Kremlin. A rapprochement that on closer inspection is not appropriate, not ethical and not permissible. But this rather disproportionately favors German business at the expense of Eastern and Western Europe. That misunderstanding has marked Germany’s Russia policy since Willy Brandt, with the SPD in the most malicious role of helping the Kremlin, and not Germany or the EU.

The conclusion of the Nord Stream II fuss is not that it is about Germany’s relationship with the Russian Federation, but essentially about Germany’s self-image. That is seriously distorted and clouded. Even 75 years after the war, German politics has not yet properly processed that war. Or as said, and what is even more false and poignant, it has processed that war, but deliberately misinterprets it for opportunistic reasons.

This not only alienates Germany even further from the real victims of World War II, such as Poland, Belarus and Ukraine, as well as France and the Netherlands, but with that false self-image it also does itself considerable damage because it knowingly deceives itself.’

Gedachten bij de foto ‘Homecoming Prisoner, Vienna’ (1946-48)

Is zo’n kunstbeen in de rugzak niet te veel van het goede? Het antwoord op de vraag hangt ervan af of dit beeld fantasierijk of banaal wordt ingeschat. Valt nog na te gaan of het een eerlijk beeld is? De plek is Wenen, het tijdperk is enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog. Net als Berlijn is Wenen een bezette stad waar Sovjets, Amerikanen, Britten en Fransen de dienst uitmaken. Vanuit de Sovjet-zone worden opgespoorde nazi’s oostwaarts  gestuurd. Dat is de sfeer van de film De Derde Man (1949) waar spionage, zwarte handel en gebrek aan alles de overhand hebben.

De Oostenrijks-Amerikaanse fotograaf Ernst Haas maakt een serie ‘Homecoming of Prisoners of War’. De emoties spatten eraf. Zakdoeken, verwachtingsvolle en angstige gezichten verbeelden tegelijk slachtoffer- en daderschap. De oorlog is nog niet voorbij, maar leeft nog voort. Hopelijk niet meer voor lang. Pas in 1955 verlaten de bezettende machten het land. Oostenrijk is neutraal. Langzaam op de weg terug naar normaal. De straf was niet mals.

Foto 1: Ernst Haas, ‘Homecoming Prisoner, Vienna’ (1946-48).

Foto 2: ‘Karl F. Schuster, ‘Gebt ihnen doch endlich den wirklichen Frieden!, Bilderwoche (24 December 1949), n.p. Universitätsbibliothek Wien’.

Blijkt uit de foto ‘Detroit, Michigan. Rioting at the Sojourner Truth housing project’ (1942) wie er tegenover elkaar staan?

Foto’s van rellen zijn inwisselbaar. Macht, onrust, gerechtigheid en maatschappelijke ongelijkheid. Steden en jaartallen verschillen, maar de aanleiding blijft hetzelfde. Deze foto toont een gebeurtenis uit 1942 in Detroit. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er veel rellen. Mede omdat door de dienstplicht de arbeidsmarkt overhoop was gehaald en minderheden moesten inspringen. Daarom konden ze hun recht opeisen.

Waar ging het over? Het bijschrift zegt: ‘Rioting at the Sojourner Truth housing project’. Volgens de uitleg van de Wayne State University gaat het om de huisvesting van zwarte arbeiders in de defensie industrie. Witte omwonenden kwamen ertegen in opstand. Uiteindelijk werden de zwarte werkers met steun van de overheid toch gehuisvest in de Sojourner Truth. Dat verliep niet zonder incidenten. Wat we nou precies zien op de foto valt lastig te achterhalen. Het is in een vroeg stadum van de rellen, in februari 1942. Onderhandelt de man met de hoed die op de rug wordt gezien namens de overheid met de zwarte werkers die hun recht opeisen?

De paradox is dat zwarte arbeiders in de defensie-industrie worden ingezet om de nazistische Duitsers te helpen verslaan, maar vervolgens geconfronteerd worden met datzelfde soort racistisch denken in eigen land.

Foto 1: Arthur S. Siegel, ‘Detroit, Michigan. Rioting at the Sojourner Truth housing project’ (1942). Collectie: Library of Congress.

Foto 2: Pamflet van witte omwonenden dat oproept om te demonstreren tegen de huisvesting van zwarte defensie werkers in het Sojourner Truth Housing Project. Detroit, 1942. Collectie: Walter P. Reuther Library. 

Coronacrisis biedt kansen om na te denken over de keuzes in de publieke sector. Opwaardering van vitale beroepen is een optie

We moeten nu verder denken. Er is veel onzeker, maar over 3 of 12 maanden is de crisis met het coronavirus voorbij. Blijft dan alles bij hetzelfde? Als we dat niet willen, moeten we daar nu op voorsorteren. We kunnen nu stappen zetten om de conclusies die nu velen met de mond belijden vast te houden en in beleid om te zetten. Wat vitale beroepen zijn maakt de crisis duidelijk. En wat niet-vitale beroepen zijn eveneens. De overtuiging wordt breed gedragen dat vitale beroepen worden onderbetaald en niet-vitale beroepen worden overbetaald.

Dat moet en kan anders. In 2013 schreef ik in een commentaar naar aanleiding van het artikelDe elite werd een kongsi die voor zichzelf zorgt’ van Paul Frentrop het volgende: ‘Hoe dan ook toont Frentrop overtuigend aan dat ‘de semipublieke mismanagers op een vulkaan vol borrelend ongenoegen leven’. Die overbodige laag van managers in de semipublieke sector die ondernemer spelen zonder eigen risico te lopen. Ingedekt en ingelikt als lid van een politieke partij.’ Frentrop is lid van de Eerste Kamer namens FvD met politieke macht.

Machtigen staan nooit vrijwillig macht af. Dat geldt ook voor de waterdragers van de macht die met elkaar een geheim genootschap vormen. Partijen kunnen een beweging in gang zetten om dat een steuntje in de rug te geven. Het gaat om functies in de publieke en semi-publieke sector. Op een incidentele wethouder of hoge ambtenaar na is iedere Nederlander ervan overtuigd dat vitale beroepen financieel en maatschappelijk worden ondergewaardeerd. Dan hebben we het over de verpleegster, de onderwijzeres, de politieagent, de leraar, de vuilnisman, de brandweerman, de buschauffeur, de monteur en dat soort essentiële beroepen die nodig zijn om een samenleving te laten draaien. Waarom zouden ze niet een fikse loonsverhoging kunnen krijgen, zodat ook de aantrekkelijkheid van het beroep toeneemt en door een nieuwe instroom de werkdruk afneemt?

Het zal simpel gedacht zijn, maar het geld dat daarvoor nodig is kan weggehaald worden bij de niet-vitale beroepen in de publieke sector. Zoals voorlichters, marketeers, beleidsmedewerkers, projectleiders en managers. Ze zijn in grote mate misbaar. De wildgroei van dit type vage en bij nader inzien overbodige beroepen is afgelopen jaren ongekend geweest. De crisis met het coronavirus biedt de kans om bij de vanzelfsprekendheid daarvan stil te staan. Deze beroepen kunnen zinvol zijn en niet alle individuen hoeven ontslagen of gekort te worden in hun salaris, maar het moment is nu aangebroken om te concluderen dat een meerderheid van dit soort medewerkers in niet-vitale beroepen overbodig is. Dat vraagt om ander beleid.

Het is interessant dat mensen elkaar nu spreken en vooruitlopen op de gewenste verandering na deze crisis. Het lijkt de grootste omkeer in ons leven sinds de Tweede Wereldoorlog te worden. Maar na die oorlog waren de verwachtingen over een andere samenleving groot, maar veranderde er uiteindelijk niets. Dat gebeurde pas aan het einde van de jaren 1960. De reconstructie van 1945 was de situatie van 1939. Hoe kunnen we de kans verkleinen dat de reconstructie van 2021 de situatie van 2019 is? Hoe kunnen de wildgroei van de doldraaiende consumptiemaatschappij, het massatoerisme, de horeca, de vervuilende industrie, de bio-industrie en de macht van de financiële instellingen en de ambtelijke managers in de publieke sector ingeperkt worden? Gesteld dat we dat in meerderheid willen, hoe kunnen we dat realiseren? Om hoe dan ook een beweging van onderop in gang zetten om dat te ondersteunen. Daar moeten we nu al over nadenken, het ruimte geven in het publieke debat en onze politieke partijen ervan overtuigen. Nu is het moment daar.

Foto: Ben van Meerendonk / AHF, ‘Controle van fietslicht, 1946‘. Collectie IISG, Amsterdam.

Gedachten bij de foto ‘Bevrijding van Parijs – 26 augustus 1944 – Portret van kolonel Jean-Stanislas Rémy’

Lijkt deze foto vooroordelen te bevestigen? Het is een beeld van de bevrijding van Parijs. Datum is 26 augustus 1944. De titel luidt: ‘Portret van kolonel Jean-Stanislas Rémy (1899-1955), commandant van het 1ste Marokkaanse marsregiment Spahis (1ste RMSM) van de Leclerc-divisie, Place de l’Hotel-de-Ville, 4e arrondissement, Parijs.’ Het 1ste squadron van de RMSM bezat tanks en halftrack (rupsvoertuig) infanterie met anti tank kanonnen. Dit verkenningsregiment was een belangrijk en sterk opgetuigd onderdeel.

Kolonel Jean Rémy overleed in 1955 aan zijn verwondingen die hij in de Tweede Wereldoorlog had opgelopen. Op deze foto ziet zijn gezicht er zwaar geschonden uit. Hij werd verschillende maten onderscheiden. Zijn loopbaan volgde de Franse militaire expansie in de 20ste eeuw, van Tunesië, Syrië, El Alamein, Normandië en Berchtesgaden, Duitsland tot Algerië. Dit regiment met Marokkaanse militairen is daar een teken van. Twaalf jaar later werd Marokko onafhankelijk van Frankrijk. Kolonel Rémy was een ijzervreter die respect afdwong.

Wat doet de spahi met zijn hand? Wil hij zijn kolonel voor de foto op een symbolische manier hier voor het Parijse stadhuis feliciteren met de inname van Parijs? Het lijkt alsof de hand botweg geweigerd wordt, maar waarschijnlijk ziet Rémy de hand niet en staart hij onbestemd voor zich uit. Vol gemengde gevoelens want twee weken daarvoor had hij bij gevechten in het Forêt d’Écouves in Normandië zijn 18-jarige zoon Roger verloren die ook deel uitmaakte van dit onderdeel. De bevrijding van Parijs is een tussenstap op weg naar een volgende tussenstap. Fotograaf Jean Séeberger uit een dynastie van fotografen maakt het beeld compleet. Zijn familie was afkomstig uit Beieren, er is een kolonel met een Poolse moeder die in Polen was opgegroeid en trouwde met een vrouw met de Russische naam Anastasia Merkoulov en er zijn de Marokkaanse militairen.

Foto: Gebroeders Séeberger, waarschijnlijk Jean, ‘Libération de Paris – 26 août 1944 – Portrait du colonel Jean-Stanislas Rémy (1899-1955), commandant du 1er régiment de marche de spahis marocains (1er RMSM) de la Division Leclerc, place de l’Hôtel-de-Ville, 4ème arrondissement, Paris.’ Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris

Noodzaak dat radicale boeren worden gestopt. Met hun sekte van nep-onfeilbaarheid, nep-onoverwinnelijkheid en nep-argumenten

De radicale boeren radicaliseren verder en krijgen daarvoor tot nu toe publicitaire en politieke ruimte. Dat is merkwaardig. Een interview in het AD met één van de actieleiders van de radicale Farmers Defence Force (FDF) Jeroen van Maanen deed me denken aan een artikel over het aanpakken van politieke sekteleiders: ‘How to take down a cult leader’ op Raw Story. Boeren volgen het draaiboek van de sekte. Ze hebben afgelopen maand de schijn van onoverwinnelijkheid gekregen en gebruiken dat beeld. Ze verontschuldigen zich nooit. Ook niet voor de door velen veroordeelde uitspraak van FDF voorman Mark van den Oever over de vergelijking van boeren met de jodenvervolging door de nazi’s. Ze beschuldigen meedogenloos politiek, EU of supermarkten en houden de schijn op dat ze overal mee weg komen. Wat tot nu toe zo is. Alsof hun actie angst inboezemt of tot paniek leidt bij een berekenende premier, een machteloze landbouwminister en een afwachtende veiligheidsminister. De ruimte die de boeren krijgen is de enige verklaring voor hun publieksteun.

Maar hun schelmenstreken die geen schelmenstreken meer zijn, maar een uitdaging van het gezag zijn niet ongevaarlijk. Bovendien zet het andere beroepsgroepen ertoe aan om hetzelfde te doen. Het is de hoogste tijd dat de radicale boeren in het openbaar bloeden en hun vermeende onoverwinnelijkheid wordt ontmaskerd. Dat kan het beste door erop te wijzen dat die bluf het enige argument is dat ze hebben. Want meer hebben ze niet dan hun nep-onfeilbaarheid en nep-sterkte. De boeren hebben geen argumenten en feiten aan hun kant.

Als er geen directe opponenten opstaan om de radicale boeren in hun bluf de pas af te snijden dan rest er niets anders dan hun grootspraak te beantwoorden met actie. Zo zouden Nederlandse consumenten kunnen aankondigen dat als de radicale boeren niet stoppen met hun acties zoals het dreigen om distributiecentra te blokkeren ze voortaan kiezen voor producten van Nederlandse duurzame, biologische boeren en van buitenlandse boeren. Ook kunnen ze melden dat ze supermarkten er door een boycot toe aan zullen zetten om dit in de praktijk te brengen. Praktisch is dat goed realiseerbaar omdat de Nederlandse agro-industrie voornamelijk voor de export werkt. De FDF is overigens een instrument van die agro-industrie en dient als voorhoede om de financiële belangen ervan te verdedigen. De boeren die financieel afhankelijk zijn van de agro-industrie zijn tot een zichtbaar proxy-leger van een zich onzichtbaar houdende agro-industrie gemaakt.

Er zit niet anders op dat burgers met een boycot in actie komen als de geradicaliseerde boeren niet inbinden en menen de openbare ruimte te kunnen kapen en Nederland aanhoudend te kunnen gijzelen. Zolang de politiek en gevestigde media de bluf van de radicale boeren niet doorprikken, maar uit angst of onbenul mee blijven gaan in hun nep-argumenten en hun nep-mannetjesmakerij loert de anarchie. De grote ruimte die de radicale boeren van het kabinet Rutte III krijgen heeft ertoe geleid dat het beeld is ontstaan dat het recht van de brutaalste en meest meedogenloze geldt. Dat past niet in een rechtsstaat. Dat kan Nederland niet hebben. Radicale boeren moeten gestopt en terechtgewezen worden. Want hun gedrag leidt ook voor henzelf tot niks.

Foto’s: Schermafbeelding van delen artikel ‘Boze boeren: ‘Hoe meer wij onze zin krijgen, hoe minder de kans op heftige acties’’ van André Valkeman in het AD, 16 december 2019.

Geradicaliseerde boer: ‘behandeling van de boeren lijkt op die van de jodenvervolging’ (in de Tweede Wereldoorlog)

Woordvoerder Mark van den Oever van Farmers Defence Force (FDF) meent dat de behandeling van de boeren lijkt op die van de jodenvervolging. Volgens Den Oever is de vergelijking gerechtvaardigd omdat de boeren ook deel uitmaken een kleine bevolkingsgroep die systematisch in de hoek gedrukt wordt. Hij geeft toe dat het ‘gelukkig’ niet om massamoord gaat. Wat moeten we uit deze vergelijking concluderen die kant noch wal raakt omdat de vergelijking in de verste verte niet overeenkomt met de historische feiten? Dat het schort aan het historisch besef van deze geradicaliseerde boer? De vraag waarom Van den Oever de vergelijking maakt is interessant. Wil hij provoceren omdat hij weet dat de Holocaust bij velen in Nederland een open zenuw raakt?

De radicale boeren passen in het model van het rechts-radicalisme van Trump dat zich niks van de waarheid aantrekt. Trump ontkent de feiten en blijft het tegendeel beweren van wat uit onderzoeken blijkt en door overheidsdiensten wordt gezegd. Van den Oever doet hetzelfde. Hij bluft en liegt de waarheid, probeert zijn tegenstanders te intimideren en de publieke opinie te bespelen. Het is een wonder dat de media hem zo uitgebreid aan het woord laten om zijn waandenkbeelden te verspreiden. Hij vecht een verloren strijd. De landbouw, en dan met name de veeteelt, zorgt voor ruim 40% van de stikstofuitstoot en moet een stap terugdoen. Van de Raad van State en de politiek. De veestapel moet met 50% (kippen, varkens) of met 20% (runderen) inkrimpen. De boer is de keerl, maar Van den Oever gedraagt zich als een sneeuwvlok die zichzelf overschat en opblaast tot belangrijkheid, geëmotioneerd is, zich in hoge mate benadeeld voelt en niet in staat is om met tegengestelde meningen om te gaan. Daar komt nog eens een ongepaste vergelijking met de jodenvervolging bij. Geradicaliseerde boeren zijn op dit moment succesvol in het verspelen van de volksgunst.

Foto: Still uit videoMark van den Oever over de aangekondigde harde acties tegen het bedrijfsleven’ van Omroep Brabant, 13 december 2019.