George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Publieke ruimte

Voorstraat, Utrecht. Naïviteit en angst van overheden om te streng en niet vriendelijk over te komen is het probleem van Nederland

leave a comment »

Vanochtend deed ik boodschappen in de Voorstraat in Utrecht. Makkelijk omdat het op loopafstand van mijn huis is. Het is een plezierige winkelstraat met twee supermarkten en allerlei winkels en horeca. De eerste Italiaanse restaurants in de binnenstad waren er jarenlang gevestigd. Hans Pool maakte voor de VPRO in 2014 in zes afleveringen een portret van deze straat. Met de ondertitel ‘een gewone, maar ook heel bijzondere Nederlandse straat’. Dat is alweer vijf jaar geleden. In Nederland wordt soms het gewone bijzonder.

De straat heeft ook een bioscoop, de City. Een rijksmonument uit 1936 in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid/ het Nieuwe Bouwen. Filmhuis ’t Hoogt dat haar locatie in de binnenstad verloor probeerde het in 2017- 2018 nog vergeefs te huren. Dit filmhuis wordt al jaren slecht geleid en lijkt het enige Nederlandse filmhuis dat niet profiteert van de toegenomen toeloop voor arthouse filmtheaters. Die huur lukte contractueel niet, waarna ’t Hoogt uit de binnenstad verdween, in een nomadisch bestaan zo goed als onzichtbaar en toegankelijk werd en in ronkende plannen wegvluchtte. Ik noemde dat in een commentaar een opmerkelijk slecht idee.

Zo liep ik door de Voorstraat. De dichter J.C. Bloem was ‘Domweg gelukkig, in de Dapperstraat’, en ik gewoon tevreden in de Voorstraat. Vanochtend kwam er nog een kritische gedachte bij die dat geluk niet verstoorde, maar juist van een contrapunt voorzag. Uitgaande van wat ik zag op straat stelde ik me voor hoe ik in een stelling het probleem van Nederland samen zou vatten. Met in mijn achterhoofd alle publiciteit over de drugsmaffia die steeds meer macht heeft genomen omdat de terugtredende, naïeve en passieve wetgevende macht is vergeten passende wetgeving op te stellen. Paul Scheffer omschrijft dat in zijn NRC-columnOnze cultuur van gedogen ondermijnt de vrijheid’ van 2 oktober 2019 waarin hij zegt: ‘Dat een rechtsstaat leeft van handhaving lijkt een open deur, toch hebben we lange jaren van gedoogcultuur achter de rug. Het gidsland ziet law and order nog steeds als een behoudzuchtig idee dat niet past in een „prudent progressieve” cultuur.’

Aanleiding voor mijn gedachten waren de geparkeerde fietsen op het trottoir voor de City-bioscoop die de doorgang versperden. Ondanks getekende vakken en aanwijzingen om de fietsen daarbinnen te parkeren, hadden tientallen fietsers zich er niks van aangetrokken. Geen halszaak die mijn gemoed verpestte, ik kon via het (drukke) fietspad passeren, maar wel een aanleiding om me af te vragen hoe het in Nederland zo ver is gekomen dat handhaving ontbreekt en velen zich vrij achten om de openbare ruimte in beslag te nemen. Tekenend is dat het hek van een tegenoverliggende brug door een dienst van de gemeente Utrecht regelmatig van fietsen wordt ontdaan, maar de werknemers blijkbaar geen opdracht hebben om enkele meters verder hetzelfde parkeerverbod te handhaven. Ondanks de verordening. Aansturing ontbreekt. Is er sprake van een prudent progressieve cultuur van een gemeentebestuur dat bestaat uit GroenLinks, D66 en ChristenUnie?

Zo verrommelen de stad en het landschap zonder dat de overheid er iets aan doet. In een commentaar van juni 2017 omschreef ik dat gebrek aan handhaving door het openbaar bestuur zo: ‘Nodig is een besef van urgentie bij gemeentebestuur en oppositie. Dat ontbreekt op dit moment. Ook is het mogelijk dat het besef zich niet vertaalt in een goed inhoudelijk debat. Nodig is een besef bij de politiek dat een integrale aanpak nodig is omdat mobiliteit, bereikbaarheid, toerisme, universiteit, evenementen, detailhandel, stadspromotie en welzijn van de Utrechters nauw met elkaar samenhangen. Het aanpakken van een deelprobleem is onvoldoende. Het gemeentebestuur kan niet langer volstaan prat te gaan op de eigen promotiepraatjes over het bouwen van de grootste fietsenstalling ter wereld. Dat gaat voorbij aan de noodzaak van een integrale aanpak.’ Maar de afgelopen jaren is de verrommeling van de Utrechtse binnenstad eerder toe- dan afgenomen. Het gemeentebestuur weigert een integrale aanpak te formuleren, laat staan om te handhaven.

Overigens, het openbaar bestuur kan het niet alleen als burgers niet meewerken. In september 2017 schreef ik een open brief aan de Fietsersbond die ik ook via Facebook en Twitter benaderde. Ik kreeg er nooit een reactie op. Ik schreef over wat ik als het parkeerprobleem van fietsen zie: ‘Het lijkt me een educatieve taak van de Fietsersbond om deze fietsers hierover voor te lichten, te adviseren en bewust te maken. Omdat ik afgelopen jaren in de publiciteit zo’n campagne gemist heb, neem ik aan dat zo’n campagne niet bestaat. Ik zou graag zien dat u dit aspect binnen uw organisatie bespreekt, het belang ervan gaat beseffen en afweegt of u er actie op ondernomen dient te worden.’ Bij de Fietsersbond is blijkbaar ook de ‘prudent progressieve cultuur‘ dominant die elk initiatief die tot kritiek door de achterban leidt angstvallig uit de weg gaat. De Fietsersbond claimt eenzijdig rechten voor fietsers, maar lijkt niet thuis te geven als het over plichten gaat.

De Voorstraat in Utrecht is maar één straat in Nederland. Een gewone, maar ook heel bijzondere straat. Maar het verschijnsel dat regels niet gehandhaafd worden, als er al regels opgesteld zijn, geldt voor alle steden en straten in Nederland. Wat Scheffer op macroniveau constateert zie ik in een straat in de eigen woonomgeving op microniveau in de praktijk gebeuren. De cultuur van gedogen ondermijnt in dit geval de bewegingsvrijheid.

Is de naïviteit en de angst van overheden om te streng en niet vriendelijk genoeg over te komen, wat resulteert in gedogen en een gebrek aan handhaving, het huidige probleem van Nederland? Het lijkt er sterk op. Zo verrommelt onze leefomgeving en wordt onze rechtsstaat ondermijnt door de georganiseerde criminaliteit. De overheid laat het gebeuren en doet alsof het verrast wordt en nooit de urgentie heeft gezien. De overheid treedt onvoldoende op en keurt tussen de regels door het recht van de sterkste goed. De ernst van deze verschijnselen is ongelijksoortig, maar om te beseffen wat de stand van Nederland is, is het goed te beseffen dat ze van hetzelfde laken een pak zijn. In het kleine weerspiegelt zich het grote, en omgekeerd.

Foto 1: Rijksmonument City-bioscoop (‘Wolff City’) in de Utrechtse Voorstraat 89 op de hoek met de Drift.

Foto 2: Schermafbeelding van deel definitieve ontwerptoelichtingHerinrichting Voorstraat – Wittevrouwenstraat’ van de gemeente Utrecht, januari 2019. [Over laden en lossen in de Voorstraat en het beleid van handhaving waarbij de mogelijkheden om verkeerd geparkeerde fietsen te kunnen verwijderen niet duidelijk zijn]. 

Advertenties

Marketingscampagne om meer bezoekers naar Utrecht te trekken is een slecht idee. Onder meer omdat de stad nog niet op orde is

with 2 comments

Binnensteden van grote Nederlandse steden worden steeds voller. Ruimte is schaars en iedereen wil die innemen. Er woedt een strijd om de publieke ruimte. Betrokkenen eisen een portie op, waar ze het volste recht op menen te hebben. Machtige, commerciële partijen zijn aan de winnende hand, zetten de stad naar hun hand en ontfutselen die aan de bewoners. Het gemeentebestuur treedt niet op als onpartijdige bemiddelaar tussen betrokkenen, maar wordt deelnemer met marketing en stadspromotie van het prullerige soort.

In Utrecht start vandaag een campagne om mensen naar de binnenstad te trekken. Dat is om drie redenen een slecht idee. Met de stadsbewoners wordt onvoldoende rekening gehouden. Hun belang wordt in ‘het overleg’ weggedrukt en gemarginaliseerd omdat de commerciële partijen elders winst proberen te halen. Maar de stad is al druk en de stad is nog niet op orde. Op dat laatste aspect ga ik in in mijn reactie bij het artikelNieuwe campagne om meer bezoekers naar het centrum van Utrecht te trekken’ in DUIC van 4 september 2019:

Het is merkwaardig dat in Utrecht marketing en snelle winst blijkbaar voor kwaliteit gaan. Voelt het centrum-linkse Utrechtse gemeentebestuur van GroenLinks, D66 en ChristenUnie dat werkelijk zo en vindt dat dat de weg die Utrecht moet gaan? Namelijk de weg van de minste weerstand en de snel verdiende euro. Is dat de stadspromotie die het gemeentebestuur echt voor ogen heeft?

Het Utrechtse gemeentebestuur gaat niet ondubbelzinnig voor duurzaamheid, klasse of kwaliteit, maar voor volume, kwantiteit en de korte termijn. De coalitiepartijen laten zich kennen als populistisch en gemakzuchtig. Niet het uitgangspunt wat de stad en de inwoners nodig hebben en aankunnen is leidend, maar de pragmatiek van de ongebreidelde toestroom waarbij een gedragsprogramma (‘nudging’) om de toestroom in banen te leiden dient als pleister op de wonde.

Wie bezoek ontvangt ruimt eerst het eigen huis op. Dat zou Utrecht ook moeten doen in die delen van de stad waar het bezoek ontvangen wordt. Opruimen, stroomlijnen en op orde brengen en dan het bezoek ontvangen. Maar dat doet het gemeentebestuur niet. Het zet de deur open voordat het huis is opgeruimd. Zo loopt het continu achter de feiten aan.

Laten we ervan uitgaan dat het meeste bezoek in het centrum ontvangen wordt. Er is nauwelijks nog een trottoir dat vrij toegankelijk is en niet versperd wordt door geparkeerde fietsen. Het is niet alleen geen gezicht, het is ook gevaarlijk voor hoogbejaarden, gehandicapten, blinden en kinderen die hun weg willen vinden.

Het is merkwaardig dat dat door het gemeentebestuur wordt toegestaan en er niet allang een actieplan in werking is getreden om de stad begaanbaar en visueel aantrekkelijk te maken. Waar komt deze passiviteit van het centrum-linkse gemeentebestuur vandaan dat suggereert zich voor de burger in te zetten? Op dit moment maakt het gemeentebestuur dat niet waar.

Waarom geeft het gemeentebestuur aan handhaving geen prioriteit? Als afleiding worden bruggen en nog een paar vaste plekken vrijgehouden van fietsen, zodat de verantwoordelijke wethouder de kritiek kan neutraliseren, maar de rest van de binnenstad wordt overgeleverd aan de chaos van geparkeerde fietsen.

Het gemeentebestuur heeft het huis niet op orde. De bouw van parkeergarages voor fietsen is prima, maar kan geen excuus zijn om de rest van de binnenstad dan maar over te leveren aan de wildgroei van kriskras neergesmeten en onhandig geparkeerde fietsen.

Kortom, bezoek in de stad ontvangen is best. Maar zorg dan eerst voor een stad die op orde is. Dat is in het belang van de commercie en van de inwoners.

Zorg voor een goed toegankelijke stad. Zorg voor openbare (dames)toiletten. Zorg voor goede looproutes. Zorg voor openbaar vervoer dat aansluit op de behoeften van het bezoek en goed de publiekstrekkers (musea) ontsluit. Zorg voor parkeerplekken voor auto’s en fietsen. Zorg voor een kwalitatief hoogstaand winkelaanbod. Zorg ervoor dat leegstaande panden ondanks geldende maatregelen niet alsnog een horecabestemming krijgen. Zorg dat terrassen en private uitingsvormen niet de publieke ruimte bezetten en verdringen. Zorg er met op maat gemaakte marketing voor dat bulktoeristen ontmoedigd worden om Utrecht te bezoeken. Zorg ervoor dat Utrecht synoniem wordt met kwaliteit en niet met haveloosheid en onverzorgdheid.

Utrechts gemeentebestuur van GroenLinks, D66 en ChristenUnie besef wat meer bezoek in de stad betekent en besef de urgentie ervan, doe je huiswerk beter dan nu en ga nou eens goed, doelgericht en hard aan het werk. Pas dan kan een marketingcampagne gebruikt worden om extra bezoekers te trekken. Dan is de stad het waard. Dan pas, als de stad er klaar voor is, niet eerder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNieuwe campagne om meer bezoekers naar het centrum van Utrecht te trekken’ in DUIC, 4 september 2019:

Beeldspraak die de verwijdering van graffiti uitdaagt, bevat een onderliggende laag die het ontslag van publieke personen uitlokt

leave a comment »

Rob Ford was de controversiële burgemeester van het Canadese Toronto en voerde campagne tegen graffiti. In 2014 trad hij wegens ziekte terug. Het onderschrift bij deze afbeelding luidt: ‘April 2011: Toronto Street Artist response to Toronto Mayor Rod Ford’s ‘War on Graffiti”. First Published in NOW Magazine April 21, 2011. Also BlogTo and Toronto Life’. Vorm en inhoud vallen samen. De muurkladderij of schuttingkunst suggereert dat Ford om zijn verwijdering, eliminatie of ontslag vraagt. Van zowel de afbeelding als van hem uit zijn functie.

Dit opent via een omkering van deze geschiedenis met Ford mogelijkheden voor graffiti in de publieke ruimte. Op muren van straten en pleinen. Een karakteristieke kop van een publieke persoon met daaronder een korte tekst die oproept tot verwijdering van de afbeelding, maar feitelijk om de verwijdering van genoemde persoon uit zijn of haar functie vraagt. ‘Verwijder me’, ‘veeg me weg’ of ‘haal me weg’. Bij publieke personen die gaan voor een restrictief migratiebeleid kan dat gethematiseerd worden door het onderschrift: ‘reinig me’ of ‘maak me schoon’. De varianten zijn oneindig. Wat te denken van religieuze leiders met het onderschrift ‘fatsoeneer me’? Voor publieke figuren uit het lichte genre kan het onderschrift luiden: ‘doek me op’. Wat te denken bij mafiabazen: ‘ruim me uit de weg’ of ‘elimineer me’? Met de T-Ford begon ooit de lopende band-productie van automobielen, met Rob Ford kondigt zich de dubbele roep tot verwijdering via graffiti uit functies aan.

Foto 1: Martin Reis, ‘Remove Me (by Eryn Hill)’.

Foto 2: ‘TORONTO MAYOR INSPIRED GRAFFITI’.

Written by George Knight

26 april 2019 at 17:21

Schriftelijke vragen van de Haagse Partij van de Eenheid over ‘onderzoek naar haalbaarheid Halalstrand’ staan niet geregistreerd

with 3 comments

In deze tweet van 18 april 2019 suggereert Arnoud van Doorn van de Partij van de Eenheid in de Haagse gemeenteraad dat hij vragen stelt over de haalbaarheid van een ‘Halalstrand’. Zijn tekst die als datum 18 april heeft begint zo: ‘In overeenstemming met het Reglement van orde heeft de Partij van de Eenheid de volgende vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad’ waarna de zin abrupt eindigt en er vijf vragen volgen. Wat levert de invuloefening na ‘gemeenteraad‘ op? Heeft deze partij de vragen gesteld, niet gesteld, ingeslikt, ingediend of gedroomd? Uit het overzicht van de gemeente Den Haag (stand 23 april, 18.30 uur) blijkt de Partij van de Eenheid in de maand april geen enkele schriftelijke vraag gesteld te hebben. Dus evenmin over de haalbaarheid van het ‘Halalstrand’ waar de media uitgebreid aandacht aan hebben besteed. In welke vorm heeft Van Doorn zijn ‘Schriftelijke vragen’ ingediend bij de griffie als het niet als ‘Schriftelijke vragen’ is? Mijn inhoudelijke reactie op het ‘verzoek onderzoek naar haalbaarheid Halalstrand‘ van de Partij van de Eenheid:

Hoe zinvol is het om je af te zetten tegen ongepaste kleding van anderen in de publieke ruimte? Iedereen ergert zich wel ergens aan of voelt zich ergens wel eens onprettig bij: naakt, bedekt, frivool, zedig, boers, stedelijk, formeel, hip, hedendaags, ouderwets. Het gaat ver om daar gevolgen aan te verbinden en aan te sturen op maatregelen en verboden. Zo beredeneerd voelt iedereen zich wel onprettig bij een specifiek soort kleding en moet voor elke subgroep een uitzondering gemaakt worden.

Dat leidt tot een ingewikkelde, onwerkbare en onhaalbare herverkaveling van de publieke ruimte. Want hoe ziet Van Doorn dit in de praktijk voor ogen? Er zijn honderden religies met vaak strikte kledingvoorschriften. Hoe kan er een regeling getroffen worden die zowel deze gelovigen als de secularisten die gaan voor gelijkheid van religies en levensovertuigingen tevreden stelt? Dat is onmogelijk omdat de publieke ruimte niet tegelijk neutraal en niet-neutraal kan zijn.

Gelovigen hebben in theorie evenveel rechten binnen de Nederlandse rechtsstaat als iedereen. Niet meer en niet minder. Sinds de jaren ’70 (vdve) hebben maatschappelijke ontwikkelingen ervoor gezorgd dat de voorrechten van de christelijke gelovigen geleidelijk zijn afgenomen. Voor de duidelijkheid: hun voorrechten, niet hun rechten want die zijn gegarandeerd Dat is een gewenste beweging naar de optimalisering van de rechten van iedereen. Het voorstel van Van Doorn is in strijd met deze ontwikkeling en een stap terug in de tijd.

Wat Van Doorn zegt heeft te maken met de spanning tussen gemeenschap en individu. Er klinken stemmen die beweren dat de individualisering sinds de jaren ’90 (vdve) te ver is doorgeslagen ten koste van een gemeenschapsgevoel. Ieder voor zich. Het individu als los zand. Er klinken ook stemmen die zeggen dat gelovigen (vooral vrouwen) in bepaalde religieuze gemeenschappen gevangen worden gehouden en de gemeenschap verhindert dat ze hun individualiteit kunnen belijden. Het is allebei waar. Van Doorn denkt in groepen en gemeenschappen en zijn critici denken in individuen.

Gewenst is dat vooral vrouwen in Nederland niet langer in religies of levensbeschouwelijke systemen worden opgesloten en bevrijd worden. Tegelijk is het gewenst dat individuen die zich totaal van de gemeenschap afgekeerd hebben daarnaar terugkeren en zich weer gaan bekommeren om de samenleving die meer is dan geld, carrière en de eigen directe omgeving. Zodat ze hun maatschappelijke plichten niet langer verzaken.

Het is geven en nemen. Als mensen zich op eigen initiatief en uit eigen vrije wil willen afzonderen, dan moet daar niet moeilijk over worden gedaan. Dat moet soepel kunnen. Laat ze maar bij elkaar op het strand of in het park gaan zitten. Maar zoiets kan wettelijk niet met regelgeving opgelegd en afgedwongen worden zoals Van Doorn voorstelt. Dat gaat ook voorbij aan de emancipatie die belangrijker is dan de apartheid die hij nastreeft en die de emancipatie niet bevordert, maar juist blokkeert.

Foto: Tweet van Arnoud van Doorn (Partij van de Eenheid), 18 april 2019.

Petitie ‘Behoud van Street Art gevel’ pleit voor schildering van vis op gevel in Antwerpen. Omgevingsvergunning ervoor is geweigerd

with 3 comments

De petitie ‘Behoud van Street Art gevel’ vraagt om steun voor een muurschildering in de Sint-Elisabethstraat te Antwerpen-Noord. De eigenaar had geen omgevingsvergunning aangevraagd. De aanvraag om die alsnog te verlenen werd door de gemeente Antwerpen geweigerd. Nu moet de schildering van Joachim Lambrechts dus verwijderd worden van de gevel. Hij heeft er op 11 januari de volgende vis aan toegevoegd:

De reacties bij de petitie spreken boekdelen. Zoals Dieter Ohler: ‘Kunst is van essentieel belang. Gooi ons niet terug naar de middeleeuwen maar bescherm mensen die zich inzetten hiervoor, en gebouwen die drager zijn. Wat is het volgende? Historische gebouwen afbreken? Heb kloten aan uw lijf en bewijs dat cultuur voor dit bestuur belangrijk is.’ Maar gaat het hier wel om kunst? En doet het er iets toe of het om kunst gaat? Dennis Leys maakt een ander onderscheid en merkt op: ‘Ik teken omdat er een verschil is tussen graffiti en streetart. Dit werk heeft een duidelijke meerwaarde voor de straat en buurt.’ Pieter Linders: ‘Ik begrijp dat niet iedereen zomaar wat met zijn gevel kan doen, zeker in straten met een harmonieuze bouwstijl. Maar in deze buurt met allerlei gevelafwerkingen, verloedering, … en ook vele voedingszaken en viswinkels is deze gevelschildering geen storend element, maar een lichtpunt. Of een startpunt, wanneer komen er nog gevels aan de beurt?

Gerdi Cracco zet de museumschildering af tegen museumkunst: ‘Street art een belangrijk expressiemiddel vind dat de niet museumgaande burger confronteert met kunst en emotie.’ Riet van der Plas verwoordt een breder gedeeld gevoel: ‘Ik vind het niet aan een gemeente om te oordelen over de kleur/ het ontwerp van je gevel.’ Viviane Cammers trekt de uiterste consequentie uit de geweigerde omgevingsvergunning: ‘Ik vind dat iedereen het recht heeft om op zijn/haar huis te tekenen wat hij/zij wilt , ik vind het echt prachtig’.

In deze kwestie lijkt van alles samen te komen nadat het eerst in de blender is gemixt. Waaronder een hoop misverstanden en irrelevanties. De klare lijn tussen vrijheid, democratie en anarchie wordt troebel. ‘Ik teken omdat kunst subjectief is en dat nooit zou mogen zijn dat een iemand hierover beslist’, zegt Karen Bertels. Wilbert Huigens reduceert democratie tot de wil van het volk: ‘Democratie is luisteren naar het volk’. Een werkelijk onnavolgbare reactie is van de Nederlander Juup de Boer: ‘Nederland steeds saaier wordt’.

Er lijkt met de muurschildering niks mis. Maar het moet wel in de omgeving passen. De plek maakt het verschil. In een winkelstraat lijkt de vis van Joachim goed te passen. Uiteraard kan het niet zo zijn dat alles vrij wordt gelaten zoals sommigen wensen. Want waar ligt dan de grens? Denk aan twee voorbeelden. Te weten het oranje gebouw van Studio Thonik (Thomas Widdershoven) dat vanwege de kleur voor overlast van de omwonenden zorgde en overgeschilderd moest worden. Of denk aan afbeeldingen met een politiek of seksueel geladen karakter waaraan mensen met een bepaalde achtergrond zich kunnen storen. Als de straat een arena wordt waar op gevels tegengestelde meningen de strijdpunten zijn, dan is het gedaan met een neutrale openbare ruimte. Of een openbare ruimte die door velen nog als neutraal kan worden ervaren.

Het oprukken van de commercie met licht- en gevelreclames zet de neutraliteit van de openbare ruimte in steden toch al danig onder druk. Schoonheids- of welzijnscommissies zouden daar veel actiever in kunnen opereren, in die zin dat ze het straatbeeld beter beschermen en schoonhouden van platte commercie. Maar dat gebeurt niet. In het voorbeeld uit Antwerpen zou een schoonheidscommissie die over de omgevingsvergunning gaat positief kunnen adviseren over de schildering van de vis, maar negatief over de wanstaltige reclame daaronder die in sfeer, kleur en stijl totaal niet aansluit bij de muurschildering van de vis.

Foto 1: Schermafbeelding van petitieBehoud van Street Art gevel’ van Katleen Linders op Petities24.com, 12 januari 2019.

Foto 2: Joachim (Lambrechts), Sketching. ‘The Fisherman’

Theaterstuk Dries Verhoeven op Utrechts plein roept vraag op van wie de openbare ruimte is. Van private partijen of de samenleving?

leave a comment »

Theaterstuk Sic transit gloria mundi van Dries Verhoeven was tot gisteren te zien op het Neude, een plein in het centrum van Utrecht. In het kader van SPRING Performing Arts Festival. Bovenstaand artikel op DUIC (De Utrechtse Internet Courant) citeert critici. Voorzitter Rien van den Hoek van ondernemersvereniging Stadhuiskwartier zegt onder meer het volgende: ‘Wat kunst is, is vooreen iedereen natuurlijk anders, maar om de Neude volledig af te sluiten en om te bouwen met een spaanplaat hekwerk gaat ons wat ver.’ Dat is de traditionele reflex op kunst. Schijnbaar inschikkelijk, maar feitelijk afwijzend. Kunst mag, maar moet het niet te gek maken. Kunstuitingen dienen zich te plooien naar de bovenliggende partij en niet de strijd aangaan met gevestigde belangen. Aldus de horecaondernemers aan het plein. Verhoevens reactie is duidelijk: ‘Ik heb verder geen mening over het reilen en zeilen van een horecaondernemer. Ik kan me goed voorstellen dat er mensen zijn die vaker kunst op de Neude zouden willen zien dan alleen terrassen’. Mijn reactie bij dit artikel:

Als het aan de ondernemers ligt wordt de hele openbare ruimte in het centrum van Utrecht geprivatiseerd en omgebouwd tot terras voor de horeca. Geflankeerd door trottoirs vol schots en scheef staande fietsen waar het gemeentebestuur van Utrecht nauwelijks meer handhaaft. Deze glijdende schaal van relatieve verslonzing zegt dat als de gemeente eenmaal de controle verliest, de sterkst georganiseerde partijen daar misbruik van maken. En de openbare ruimte straffeloos innemen. Ten koste van de inwoners van Utrecht.

Hoe anders is het in volwassen steden waar pleinen ook gewoon pleinen mogen zijn en deel uitmaken van de openbare ruimte. Pleinen die dus niet geprivatiseerd zijn en ingenomen door de horeca. Door zijn ligging en vorm is het Neude een bestemming die uitermate geschikt is voor openbare manifestaties en aan kan sluiten als locatie voor de festivals in Utrecht.

Kortom, de horeca-ondernemers redeneren dat hun glas halfleeg is, maar ze zouden beter de zegenen van een halfvol glas kunnen tellen. Als de Utrechtse raad verstandig is en de bestemming van de openbare ruimte in het centrum eens serieus neemt, dan pakt het door en bestemt het het Neude en de andere pleinen in het centrum als openbare ruimte die per definitie niet geprivatiseerd kan worden. Dat moet in een links college toch mogelijk zijn?

Overigens: De stad Utrecht mag blij zijn dat zo’n goede en ambitieuze theatermaker als Dries Verhoeven hier zijn thuisbasis heeft. Het is trouwens wachten op zijn volgende project die hem door de protesterende ondernemers in de schoot is geworpen: het Neude als een gigantisch terras waar volop gegeten, gedronken, gepraat, gekoesterd en voor diensten en goederen betaald wordt. Titel: De Afrekening.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOndernemers ontstemd over bouwplaats op de Neude dat kunstwerk blijkt te zijn’ op DUIC, 14 mei 2018.

Foto 2: Beeld van theaterstuk Sic transit gloria mundi van Dries Verhoeven, 17 tot en met 26 mei 2018 op het Neude, Utrecht. Te zien vanuit een container met overzicht over het bouw- en/of theaterterrein. Credits: Lydia van Oosten, 18 mei 2018.

Brechtiaans leerstuk over kunstproject ’11 Friese Fonteinen’

leave a comment »

Een project over kunst in de openbare ruimte is een ding, maar een film erover is iets anders. Het gaat om de film ‘11 Friese Fonteinen’ die ook als 3-delige documentaireserie ‘11 Friese Fonteinen’ door de NTR vanaf zondag 20 mei wordt uitgezonden op NPO2. Regisseur is Roel van Dalen en producent is Pieter van Huystee.

Bij het zien van het eerste deel kreeg bij mij het gevoel de overhand dat ik dit niet wilde zien, maar het toch wilde zien om te weten te komen waarom ik het ook al weer niet wilde zien. Deze film is de spreekwoordelijke worst van de slager van wie ook niemand wil weten hoe die gemaakt wordt omdat het te smerig is om te zien. Dat lag niet alleen aan de epische vorm met de cabaretier Jan Jaap van der Wal die in deze film verdwaald leek te zijn en als een zelfverklaarde stijlbreuk fietsend en onstage commentaar gaf zoals een dominee de wereld en het opperwezen uitlegt, maar ook aan de werking van de kunstsector. En daar wordt het toch interessant.

Centrale figuur is beroepscurator Anna Tilroe die niet anders dan een gemengd gevoel van medelijden, consideratie en boosheid kan oproepen. Waar eindigt haar verwaandheid en begint de dwarse miskenning van de Friezen die zich zo schromelijk tekort gedaan voelen? Tilroe’s rol is ook een onmogelijke en ondankbare. Iemand moet het doen. In de bijrollen treden onder meer autoriteiten op onder wie een burgemeester van Harlingen die zich bemoeit met de plaatsing van de fontein in zijn gemeente, kunstenaars die een plek voor hun fontein moeten zoeken en met bewoners in debat gaan en lokale kunstcommissies vol kritische en mondige burgers die niet altijd het idee geven dat hun oordeel bezonnen en onderbouwd tot stand komt.

In NRC noemt media-commentator Arjen Fortuin de film in een recensie een tragikomedie. Hij zegt: ‘een film die tegelijk een tragedie, een komedie, een bestuurskundig traktaat en absurdistisch meesterstuk is.’ Dat is wellicht iets te modieus vertaald en kan specifieker geformuleerd worden zonder aan de essentie van de film voorbij te gaan. De film kan opgevat worden als een Brechtiaans leerstuk dat bedoeld is als voorbeeld voor een toekomstig kunstbeleid. Niet serieus, maar luchthartig bedoeld. Van der Wals interventies wijzen daarop en hebben als functie om de illusie van realiteit te doorbreken. Zowel de realiteit van een klassieke registratie van gebeurtenissen als die van een weerbarstig, stijfkoppig kunstproject. Roel van Dalen thematiseert zo de inhoud door de vorm. Vervreemding van een in Friesland door buitenstaanders geparachuteerd kunstproject.

Zie hier voor informatie over het project ’11 fountains/ 11 fonteinen